By 1 - Kaderbrief 2023 Gemeente Sliedrecht.pdf
Tekst van het document
1. Inleiding Op 14, 15 en 16 maart 2022 zijn de gemeenteraadsverkiezingen geweest en is er door de inwoners van Sliedrecht een nieuwe raad gekozen. De verkiezingsuitslag heeft zich inmiddels vertaald naar een nieuwe coalitie en een hoofdlijnenakkoord dat op 10 mei 2022 is aangeboden aan de raad. Er is bewust gekozen voor een open akkoord. Een akkoord waarbij doorbouwen op Koers 2030 centraal staat. Deze koers wordt door alle partijen (grotendeels) onderschreven. Bovendien zijn er veel inhoudelijke raakvlakken op thema's als de woningbouwopgave, ruimtelijke vernieuwing, balans in wijken, economische ontwikkeling, duurzaamheid, sociale infrastructuur, armoedebestrijding, regionale samenwerking, participatie & communicatie en financiële uitgangspunten. De gedachte is vanuit een open en constructieve houding met elkaar het gesprek te voeren over wat goed is voor Sliedrecht. Met ruimte voor inbreng en ideeën van alle partijen, maar ook vanuit de samenleving en ambtelijke organisatie. Koers 2030 en de daarin vastgestelde ambities blijven uiteraard de leidraad. Beleidsarme Kaderbrief 2023 Als raad bent u gewent om voor de zomer een Kadernota te ontvangen waarin het (nieuwe) beleid voor de komende jaren wordt beschreven. Met het oog op de werk- en denkwijze van een open akkoord, waarmee we samen aan de slag gaan, is dat op dit moment niet passend.
Daarom kiest het college ervoor u een beleidsarme Kaderbrief 2023 voor te leggen. In deze Kaderbrief wordt het meerjarige financieel perspectief geschetst en worden de financiële uitgangspunten voor 2023 geformuleerd. Het biedt daarmee inzicht in de financiële situatie van de gemeente Sliedrecht. De Kaderbrief 2023 vormt samen met het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 de grondslag om toe te werken naar een collegewerkprogramma. Daarbij heeft de ambtelijke organisatie eerder dit jaar met 'De staat en toekomst van Sliedrecht' een inspiratiedocument uitgewerkt waar ook uit geput kan worden. Het collegewerkprogramma vertaalt zich vervolgens naar de Programmabegroting 2023. Hierin worden de inhoudelijke beleidskeuzes gemaakt en gekoppeld aan het financiële perspectief. De komende periode gaat het college hier voortvarend mee aan de slag. Met u, maar ook met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners.
1
Leeswijzer In hoofdstuk 2 vindt u een managementsamenvatting. Hoofdstuk 3 geeft een beeld weer van het financieel perspectief. Daarnaast worden in dit hoofdstuk de ontwikkelingen en onontkoombare knelpunten beschreven. In hoofdstuk 4 worden overige toekomstige ontwikkelingen en onzekerheden opgenomen. Een toelichting op de geschetste bandbreedte van het financieel perspectief is opgenomen in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 staat een overzicht van de uitgangspunten van de Kaderbrief. Tenzij anders weergegeven, ronden we bedragen in de financiële tabellen af op € 1.000. Daarbij staat V voor ‘per saldo voordeel’ en N voor ‘per saldo nadeel’. Een 'V' kan voortkomen uit lagere lasten of hogere baten ten opzichte van de begroting. Een 'N' kan zowel hogere lasten als lagere baten ten opzichte van de begroting betekenen.
2. Samenvatting / Financieel perspectief Het meerjarig saldo van de Kaderbrief laat een positief resultaat zien tot 2024, een licht negatief resultaat in 2025, maar een fors negatief resultaat vanaf 2026, zie onderstaande tabel: Meerjarig saldo kaderbrief 3.1 Meerjarenperspectief begroting 2022 3.2 1e tussenrapportage 2022 Saldo begroting 2022 na 1e tussenrapportage 2022 3.3 Ontwikkelingen en autonome wijzigingen 3.4 Onontkoombare knelpunten Meerjarig saldo kaderbrief
V N V N N V
2023 1.080 V
2024 392 V
2025 271
439 641 124 40 477
415 23 320 40 258
386 N 371 115 V 62 117 N 2.693 40 N 40 38 N 2.671
N N V N V
N N V N N
V
2026 433
De gemeente krijgt de komende periode te maken met een aantal ontwikkelingen, die niet tot nauwelijks beïnvloed kunnen worden. Daarnaast is er vanuit de 1e Tussenrapportage 2022 een structureel nadeel. Een van de ontwikkelingen die niet beïnvloed kunnen worden betreft het gemeentefonds. De ontwikkelingen binnen het gemeentefonds volgens de Maartbrief 20221 zijn in deze Kaderbrief opgenomen. Als gevolg van het nieuwe regeerakkoord is de komende periode een bedrag van tussen de € 0,9 miljoen oplopend tot € 2,0 miljoen beschikbaar, maar in 2026 valt dit bedrag weer terug. In de Maartbrief is daarnaast de volgende stap gezet wat betreft de herijking van het gemeentefonds. De gemeente Sliedrecht valt onder de zogenoemde nadeelgemeenten en zal gekort worden voor een bedrag per inwoner dat oploopt tot € 37,50 in 2025. De consequenties van het jaar 2026 zijn nog onzeker, in deze Kaderbrief zijn we ervan uitgegaan dat de maximale korting van € 37,50 ook voor jaarschijf 2026 van toepassing is. De Maartbrief is hiermee één van de twee grote oorzaken voor het tekort dat in 2026 ontstaat. De tweede grote verklaring zijn de begrotingen van de verbonden partijen en dan met name Dienst Gezondheid & Jeugd (dG&J)/ Serviceorganisatie Jeugd (SOJ).
1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2022/04/06/maartbrief-2022-aan-gemeenten-enprovincies
2
Met de voorliggende Kaderbrief is er voor de jaren 2023 en 2024 sprake van een solide financiële basis, vanaf 2025 is er een kantelpunt met een grote onzekerheid vanaf 2026. Een basis waar vandaan de uitdaging aangegaan kan worden om ook vanaf de jaarschijf 2025 te komen tot een sluitende begroting. Er is tijd beschikbaar om te komen tot weloverwogen besluiten ten aanzien van dit tekort. We verwachten en zijn van mening dat het Rijk een deel van het tekort zou moeten compenseren (door het accres structureel toe te kennen en door de opschalingskorting structureel terug te draaien). Tegelijkertijd is het ook niet reëel om te verwachten dat het Rijk het hele tekort zal gaan oplossen. Dit nog afgezien van de eventuele financiële ruimte die gevonden moet worden voor nieuwe ambities in de komende periode (denk aan Integraal kindcentrum (IKC) Valkhof). Het gepresenteerde meerjarige saldo betreft de beste inschatting van de meerjarig te verwachten lasten en baten. Om tot deze inschatting te komen moeten diverse aannamen gedaan worden. In oktober 2021 is de stand van het meerjarige saldo daarom voor het eerst gepresenteerd in een bandbreedte (toen nog scenario's). In deze Kaderbrief geven we hiervan een update. In de onderstaande grafiek is deze bandbreedte weergegeven.
Bandbreedte meerjarenraming 2.000 1.000 0 -1.000 -2.000 -3.000 -4.000 -5.000 -6.000 -7.000
2022
2023
2024
2025
Stand Kaderbrief 2023
2026
2027
2028
Bovenkant bandbreedte
Onderkant bandbreedte
In hoofdstuk 5 wordt nader op de bandbreedte ingegaan.
3
3. Financieel perspectief 3.1. Meerjarenperspectief Begroting 2022 Het huidige meerjarenperspectief is een optelling van een drietal onderdelen: de vastgestelde Begroting 2022, de 1e begrotingswijziging 2022 (horend bij de Septembercirculaire) en de structurele effecten uit de 2e Tussenrapportage 2021. In onderstaande tabel is dit verloop zichtbaar gemaakt. Meerjarenperspectief begroting 2022 Saldo vastgestelde Begroting 2022 V 1e Begrotingswijziging 2022 V Structurele effecten 2e Tussenrapportage 2021 N Afrondingsverschillen Meerjarenperspectief begroting 2022 V
2023 12 N 1.198 V 130 N 1.080
V
2024 213 V 735 V 130 N V 392 V
2025 20 380 130 1 271
V V N V V
2026 20 542 130 1 433
3.2 1e Tussenrapportage 2022 Tegelijkertijd met deze Kaderbrief 2023 is de 1e Tussenrapportage 2022 aangeboden. In deze rapportage zijn ontwikkelingen opgenomen die structureel doorwerken in deze Kaderbrief. In onderstaande tabel zijn deze ontwikkelingen weergegeven: 1e Tussenrapportage 2022 Bijdrage servicegemeente Dordrecht Correctie OZB Decembercirculaire 2021 Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Overige mutaties Structurele effecten 1e Tussenrapportage 2022
N N V N N N
2023
2024
2025
2026
145 N 138 N 64 V 79 N 141 N 439 N
133 N 138 N 64 V 79 N 129 N 415 N
122 N 138 N 64 V 79 N 111 N 386 N
122 138 79 79 111 371
In deze Kaderbrief wordt niet nogmaals ingegaan op deze ontwikkelingen. De bijbehorende toelichting is terug te vinden in de 1e Tussenrapportage 2022. 3.3. Ontwikkelingen en autonome wijzigingen In onderstaande tabel is het totaal van ontwikkelingen en autonome wijzigingen gespecificeerd. Vervolgens worden deze reeksen per item toegelicht. Ontwikkelingen en autonome wijzigingen A - Gemeentefonds - Maartbrief 2022 B - Loon- en prijsontwikkelingen C - OZB D - Verbonden partijen (excl. indexeringen) Totaal ontwikkelingen en autonome wijzigingen
2023 V 1.219 N 650 V 100 N 794 N 124
2024 V 1.847 N 722 V 100 N 904 V 320
2025 V 1.874 N 753 V 100 N 1.103 V 117
2026 N 107 N 864 V 100 N 1.822 N 2.693
4
A - Gemeentefonds – Maartbrief 2022 In de zogenaamde Maartbrief zijn de effecten van de belangrijkste maatregelen van het coalitieakkoord (Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst)2 vertaald naar een financieel effect per gemeente. De uitkomsten zijn als volgt: Gemeentefonds – Maartbrief 2022 I. Accres II. Opschalingskorting III. Herijking gemeentefonds Totaal Gemeentefonds - Maartbrief 2022
V V N V
2023 868 546 195 1.219
V V N V
2024 1.730 702 585 1.847
V V N V
2025 1.965 884 975 1.874
V N N
2026 868 0 975 107
Er is sprake van forse voordelen voor de jaren tot en met 2025, maar vanaf het jaar 2026 ontstaat er een nadeel. i. Accres De jaarlijkse groei van het gemeentefonds heet het accres (Franse term voor 'groei'). De in het coalitieakkoord opgenomen accresreeks is het gevolg van beleidsintensiveringen, waardoor gemeenten 'meegaan de trap op'. In de Meicirculaire 2022 zal het accres nog verder worden aangepast, maar dan op basis van de inzichten uit het Centraal Economisch Plan 2022 (CEP)3. ii. Schrappen opschalingskorting Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode de oploop van de opschalingskorting te schrappen tot en met het jaar 2025. De opschalingskorting is in het verleden door het Rijk ingesteld met als motivatie dat Nederlandse gemeenten tot grotere eenheden van meer dan 100.000 inwoners zouden moeten fuseren (opschalen). Er zou dan efficiënter gewerkt kunnen worden waardoor er minder geld uit het gemeentefonds hoeft te worden betaald. iii. Herijking gemeentefonds In de Maartbrief is ook de volgende stap gezet wat betreft de herijking van het gemeentefonds. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) Bruins Slot heeft in de Kamerbrief over invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds4 aangegeven dat zij wil overgaan tot invoering per 1 januari 2023 met een aangepast ingroeipad. In onderstaande tabel is dat weergegeven.
De genoemde bedragen betreffen euro's per inwoner. Uitgaande van 26.000 inwoners ontstaat de reeks herijking gemeentefonds. Herijking gemeentefonds Effect herijking gemeentefonds
2023 N 7,50
2024 N 22,50
2025 N 37,50
2026 N 37,50
2
https://www.kabinetsformatie2021.nl/binaries/kabinetsformatie/documenten/publicaties/2021/12/15/coalitie akkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst/coalitieakkoord-2021-2025.pdf 3
https://www.cpb.nl/centraal-economisch-plan-cep-2022
4
https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2022/04/06/kamerbrief-overinvoering-van-de-nieuwe-verdeling-van-het-gemeentefonds/kamerbrief-over-invoering-van-de-nieuweverdeling-van-het-gemeentefonds.pdf
5
Ongewis is wat de consequenties zijn voor het jaar 2026. In deze Kaderbrief zijn we uitgegaan van het bedrag van € 37,50 per inwoner in 2026. In de laatste berekeningen bedroeg het effect voor de gemeente Sliedrecht €105 per inwoner. Uitgaande van dit scenario ontstaat er in de meerjarenraming een aanvullend tekort van ruim € 1,7 miljoen. Dat is nu niet opgenomen, maar heeft een plaats gekregen in de gepresenteerde bandbreedte. B - Loon- en prijsontwikkelingen In de accressen is een compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen inbegrepen. Zoals bekend is sprake van een hoge inflatie. Dit betekent dat de huidige reservering ontoereikend is. In hoeverre de loon- en prijsontwikkelingen in meerjarig perspectief zullen verlopen is nog onzeker. Tevens kan er ook nog niet aangeven worden voor welke bedragen de gemeenten bij de Meicirculaire gecompenseerd zullen worden. Op basis van deze informatie is de gemeente ervan uitgegaan om in 2023 de indexeringspercentages volgens het CEP 2022 (2,4% CPI en 3,5% CAO) te hanteren en vanaf 2024 een reëel indexeringspercentages op te nemen van 2,0% voor zowel de CPI en CAO. Hoe we vanaf 2024 werkelijk omgaan met de indexatie zal met de Kadernota 2024 bepaald worden. Doorrekening van de loon- en prijsontwikkelingen op de verschillende begrotingsbudgetten leidt tot het volgende financiële beeld: Loon- en prijsontwikkelingen I.
Verbonden Partijen II. Lonen III. Subsidies IV. Inkoop budgetten Totaal indexeringen Indexeringen begroot Totaal loon- en prijsontwikkelingen
2023 N 649 N 642 N 171 N 169 N 1.631 V 981 N 650
2024 N 1.194 N 864 N 313 N 311 N 2.682 V 1.960 N 722
2025 N 1.738 N 1.091 N 456 N 448 N 3.733 V 2.980 N 753
2026 N 2.283 N 1.323 N 598 N 585 N 4.789 V 3.925 N 864
i. Verbonden partijen Met verbonden partijen zijn afspraken gemaakt over de hoogte van jaarlijkse indexatie. Veelal zijn deze gebaseerd op de CPI-index. Door dat deze oploopt is de huidige reservering niet afdoende. Met de reeks kan in 2023 geïndexeerd worden met 2,4% en vanaf 2024 met 2,0%. Bij het bepalen van de reeksen verbonden partijen is rekening gehouden met deze indexatie. ii. Lonen Met de gepresenteerde reeks is het mogelijk de lonen in 2023 met 3,5% te indexeren en vanaf 2024 met 2,0%. Het indexeringspercentage van 3,5% is door het CPB in het CEP 2022 de berekende verwachte stijging van de loonkosten in de publieke sector. De huidige ambtenaren CAO loopt tot 31 december 2022 waardoor de daadwerkelijke indexatie daarmee nog niet bekend is. Daarnaast kan vanuit het indexatie budget een eventuele aanpassing van de pensioenpremie die voor rekening komt van de werkgever worden afgedekt. Na totstandkoming van een nieuwe CAO zal een eventueel verschil ten laste, danwel ten gunste worden gebracht van het exploitatiesaldo. iii. Subsidies en inkoopbudgetten De subsidiebudgetten en de inkoopbudgetten kunnen als gevolg van de gepresenteerde reeks in 2023 worden geïndexeerd met 2,4% (het CPI percentage) en vanaf 2024 met 2,0%. In hoeverre dat voor alle budgetten nodig is zal bij de Begroting 2023 worden beoordeeld.
6
Door de onzekerheid over de structurele effecten van corona, de situatie in Oekraïne en de daarmee samenhangende energiecrisis is het Centraal Plan Bureau (CPB) minder stellig in haar berekeningen dan gebruikelijk. In het CEP werken ze daarom met varianten. In het CEP 2022 is rekening gehouden met een gemiddelde variant. Zoals aangegeven in de 1e Tussenrapportage 2022 zullen we de effecten van 2022 die structureel doorwerken nauwlettend volgen en gaan we zo nodig hier met de 2e Tussenrapportage 2022 nader op in. C - Opbrengst Onroerendezaakbelasting (OZB) Een deel van de begroting wordt gedekt door de opbrengsten van OZB. Het is daarom gebruikelijk zowel de lasten al de baten te indexeren. Voor wat betreft de OZB heeft dat substantiële impact op het begrotingssaldo. Het voorstel is de gewenste OZB-opbrengst voor 2023 te indexeren met de CPIindex van 2,4%. Dit resulteert in een aanvullende opbrengst van € 100.000. Opbrengst onroerendezaakbelasting (OZB) Indexering OZB-opbrengst
V
2023 100 V
2024 100 V
2025 100 V
2026 100
D - Verbonden partijen excl. indexeringen De concept begrotingen van de verbonden partijen zijn voor zienswijzen neergelegd bij de deelnemende gemeenten. Op basis van deze concept begrotingen heeft een confrontatie plaatsgevonden met de beschikbare budgetten. Dit resulteert in enkele aanzienlijke nadelige verschillen exclusief prijsontwikkelingen (indexeringen): Ontwikkelingen Verbonden Partijen 2023 2024 2025 2026 I. Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) N 620 N 794 N 998 N 1.747 II. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (ZHZ) N 119 N 119 N 119 N 119 III. Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) N 52 N 52 N 52 N 52 IV. Dienstverlening Drechtsteden N 3 V 61 V 66 V 96 V. Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociaal p.m. p.m. p.m. p.m. VI. Ruimtelijk Economisch Domein Drechtsteden 0 0 0 0 VI. Servicegemeente Dordrecht 0 0 0 0 VI. Drechtwerk 0 0 0 0 Totaal ontwikkelingen Verbonden Partijen N 794 N 904 N 1.103 N 1.822 i. Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) In de ter zienswijze aangeboden begroting 2023 van de DG&J is een aanzienlijke kostenstijging opgenomen ten opzichte van eerdere ramingen, vooral voor de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). De begroting 2023 van SOJ vraagt een bedrag van € 8,8 miljoen, waar er slechts een budget beschikbaar is van € 7,7 miljoen.
Hierbij is door het dagelijks bestuur besloten om aan de raden te vragen "welk bedrag zij als realistisch voor hun gemeente beschouwen om op te nemen voor 2023". Als dat afwijkt van hetgeen in de voorgelegde begroting staat, wordt dit bedrag, mits afdoende gemotiveerd, voor de betreffende gemeente opgenomen in de GR-begroting voor 2023. In de voorgestelde (concept) zienswijze geven we DG&J de opdracht mee de lasten in 2023 te beperken tot € 7,9 miljoen (ter vergelijking: in 2021 bedroeg de overeenkomstige realisatie € 8,0 miljoen). Dit is een opdracht die wie ook onszelf opleggen: een groot deel van de kosten hangt namelijk af van de keuzen die we maken in het sociaal team. In het sociaal team moet handen en 7
voeten worden gegeven aan de begrippen demedicaliseren en normaliseren. Een begroting van € 7,9 miljoen betekent dat er geen volume groei kan zijn ten opzichte van 2021 (hiermee verlaagt het budget met € 557.000) en handhaven we de bestaande taakstelling (€ 403.000) in de vastgestelde meerjarenraming 2022-2025. Wij achten deze verlaging reëel vanuit een tweetal argumenten: Allereerst zien we in de meest recente realisatie gegevens (eind 2021) een daling van de zogenaamde volume groei ten opzichte van eerdere jaren. Ten tweede hebben we fors geïntensiveerd in preventieve maatregelen / jeugdhulp naar de voorkant (structureel ruim € 600.000 per jaar). In de bepaling van het budget zijn we voorzichtiger. De gepresenteerde tekort reeks valt uiteen in twee verklaringen. Er is allereerst € 403.000 beschikbaar om het eventueel niet realiseren van de gehandhaafde taakstelling te kunnen opvangen. Ten tweede verwerken we de terugvallende Rijkscompensatie (ook na het overnemen van het advies van de Commissie van Wijzen) ten laste van het exploitatiesaldo (en houden we het budget structureel stabiel). Dit in plaats van deze als aanvullende taakstelling op te leggen aan de SOJ.
Resumerend wordt het tekort van € 620.000 hiermee verklaard door € 0,2 miljoen budgetoverschrijding (€ 7,7 miljoen budget versus € 7,9 miljoen begroting DG&J) en een stelpost van € 0,4 miljoen om eventuele tegenvallers in de begroting te kunnen opvangen. De stijging van het tekort naar € 1,7 miljoen in 2026 is de terugvallende Rijkscompensatie (waar we het budget Jeugd structureel op gelijke hoogte begroten). In onderstaande tabel is dit gespecificeerd: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) – SOJ Hogere toekenning dan budget N Stelpost voor risico's N Stabiel budget – terugvallende Rijkscompensatie Totaal Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) - SOJ N
2023 217 403 0 620
N N N N
2024 217 403 174 794
N N N N
2025 2026 217 N 217 403 N 403 378 N 1.127 998 N 1.747
We kiezen er hiermee enerzijds voor realistischer te gaan begroten, maar anderzijds laten we ook aanzienlijke risico's ten aanzien van de lasten bestaan. Deze risico's nemen we mee in de gepresenteerde bandbreedte en het risicoprofiel. Samen met de SOJ en het sociaal team gaan we de uitdaging aan om binnen dit budget goede jeugdzorg voor onze jeugd te garanderen! Tegelijkertijd voeren we een lobby om ook structureel afdoende financiering te krijgen van het Rijk om ook in de toekomst goede jeugdzorg te kunnen blijven bieden. Binnen de huidige voorwaarden is dat voor Sliedrecht en andere gemeenten alleen mogelijk, omdat gemeenten financieel bijpassen (ten koste van andere beleidsterreinen). ii. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (ZHZ) De VRZHZ heeft een breed financieel perspectief geschetst waaruit blijkt dan een structurele verhoging van de begroting noodzakelijk is om de kwaliteit van veiligheidszorg te borgen. De begroting stond reeds onder de druk na de uittreding van Leerdam/Zederik en daarbij horende taakstelling. Door stijgende personeels- en bedrijfskosten en enkele exogene ontwikkelingen is deze druk verder toegenomen. Ook moet het nieuwe beleidsplan 2022-2025 en de daarbij horende ambities uitgevoerd kunnen worden. Concreet leidt dit tot een structurele extra bijdrage van € 119.000. iii.
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2023 wordt het takenpakket van OZHZ uitgebreid. Vergunningverlening milieu en de monitoring van luchtkwaliteit krijgen een andere 8
(uitgebreidere) vorm. Daarnaast wordt de taak 'bedrijfsmatige asbestmeldingen' verplicht ondergebracht bij OZHZ. Ook vindt er een overdracht van bodemtaken plaats van provincie naar gemeenten. Voor deze zeer omvangrijke taak krijgen gemeenten vooralsnog geen middelen van Rijk of Provincie. iv. Dienstverlening Drechtsteden De zogenaamde 'paspoortenpiek' doet weer zijn intreden vanaf 2024. Hiermee nemen de aantallen aanvragen voor paspoorten en identiteitskaarten significant toe. Deze toename leidt tot meer leges inkomsten en tot meer inzet van capaciteit. Per saldo levert dit een positief financieel resultaat. v. GR Sociaal De begroting GR Sociaal 2023 past binnen de beschikbare budgetten (na voorgestelde indexatie). Meerjarig is er volume groei opgenomen in de cijfers van de GR Sociaal. Deze is (net als vorig jaar) niet meegenomen in de begroting, maar in de bandbreedte / risicoprofiel. In 2025 is hier een bedrag mee gemoeid van € 0,4 miljoen in 2026 € 0,8 miljoen. Er is sprake van een p.m. post, omdat de BUIGbeschikkingen 2023 en verder een inschatting betreffen. vi. Overige gemeenschappelijke regelingen. Voor de overige gemeenschappelijke regelingen is de verwachting dat de geïndexeerde budgetten, zoals ze op dit moment begroot zijn voor 2023 afdoende zijn om de lasten op te vangen.
Bij het ruimtelijk-economisch domein tekenen we hierbij aan dat besluitvorming over continuering van de huidige bijdrage nog plaats dient te vinden. Het huidige budget maakt continuering mogelijk, zonder dat er aanvullende dekking gevonden moet worden.
3.4. Onontkoombare knelpunten Naast de ontwikkelingen en autonome wijzingen zijn er ook onontkoombare knelpunten welke een plaats hebben gekregen in de Kaderbrief 2023. Onontkoombare knelpunten A - Stedelijk water en riolering (neutraal) B - Waterpasserende bestrating Baanhoek-west N Totaal onontkoombare knelpunten N
2023 0 40 N 40 N
2024 0 40 N 40 N
2025 0 40 N 40 N
2026 0 40 40
A - Stedelijk water en riolering Vanuit calamiteiten die zich hebben voorgedaan in 2020 (instortingen in een aantal oudere riolen) en reeds uitgevoerde inspecties (in 2021 en 2022) is gebleken dat een aantal riolen in slechte onderhoudstoestand verkeren. Om tot een goede onderbouwing van een onderhoudsstrategie en beheercyclus te komen is het noodzakelijk om de komende jaren de reeds ingezette onderzoeken en maatregelen voor het stedelijk watersysteem en de riolering te continueren. De financiële impact van de continuering van de reeds ingezette aanpak bedraagt in totaal € 147.000 structureel per jaar. In 2022 is de financiële impact van de inspecties en onderzoeken eenmalig gedekt door een verhoging van de gemeentelijke rioolheffing. Door deze verhoging structureel te maken is er structurele dekking voor dit onderzoek. Voor de inwoner dit daardoor geen lastenstijging tot gevolg, maar de tot op heden voorziene lastendaling in 2023 zal niet plaatsvinden.
9
B - Waterpasserende bestrating Baanhoek-west In 2021 is doormiddel van de Kadernota 2021 een verhoging van het budget voor straatreiniging toegekend van € 40.000. Dit betrof een verhoging van het budget voor de reiniging van de waterpasserende bestrating in Baanhoek-west. Deze budgetverhoging is abusievelijk incidenteel toegekend, maar het gemoeide onderhoud dient natuurlijk structureel plaats te vinden. De waterpasserende bestrating dient goed onderhouden te worden, omdat anders veel water op het wegdek blijft staan. Dit leidt tot overlast voor de inwoners. In het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP), met een doorlooptermijn 2019-2023, is beschreven hoe de gemeente Sliedrecht invulling geeft aan de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater.
10
4. Toekomstige ontwikkelingen en onzekerheden 4.1 Integraal kindcentrum (IKC) Valkweg Met het vaststellen van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs in 2018 heeft de gemeenteraad de intentie uitgesproken te komen tot vervangende nieuwbouw voor OBS De Wilgen en CBS PrinsWillem Alexander (PWA) locatie Valkweg. De gemeenteraad zag voor deze locatie aanvullend kansen voor vervangende nieuwbouw voor sporthal De Valk en maatschappelijke vierkante meters om buurtfuncties te huisvesten om de buurt te versterken. Bij het vaststellen van het IHP is geen krediet beschikbaar gesteld voor de vervangende nieuwbouw voor De Wilgen en de PWA en eventuele aanvullende voorzieningen in een integraal kindcentrum (IKC). Naast een besluit over de gewenste voorzieningen in het IKC aan de Valkweg – alleen onderwijs of aanvullende voorzieningen – zal de gemeenteraad gevraagd worden een besluit te nemen over de basis voor het beschikbaar te stellen krediet – de normvergoeding, conform de eigen verordening onderwijshuisvesting, of de werkelijk te verwachten kosten, op basis van ervaringscijfers. De omvang van dit project en de bijbehorende financiële impact is groot, waardoor er met een grote bandbreedte wordt gewerkt. Uitgaande van een afschrijvingstermijn van 40 jaar en een rente van 0% (waarvan op dit moment sprake is van stijgende rente), worden de jaarlijkse kosten geschat op € 350.000.
Hierbij is alleen gekeken naar de kosten. De inkomsten, zoals bijvoorbeeld kostendekkende huurinkomsten voor de kinderopvangruimten, eventuele opbrengst van de grond onder sporthal De Valk en lagere exploitatielasten voor de sporthal, zijn hierin nog niet meegenomen. De komende tijd zullen de knoppen waaraan gedraaid kan worden verder worden uitgewerkt, zodat de gemeenteraad een afgewogen besluit kan nemen over de omvang van het IKC aan de Valkweg, in aansluiting op de ambities die hier liggen. 4.2 Sliedrecht Buiten Het bestemmingsplan wordt voorbereid, gesprekken over de verwerving van de gronden worden gevoerd en met VV Sliedrecht, SLTC tennis en de later ook aangesloten Budokai Wor werken wij aan een inventarisatie van de wensen en mogelijkheden met betrekking tot de indeling van het beoogde sportpark. Voor nadere uitleg zie College informatiebrief (CIB 15 februari 2022). 4.3 Herinrichting Raadhuis en Gemeentekantoor Op 8 februari 2022 heeft de raad een voorbereidingskrediet vastgesteld voor het komen tot definitieve ontwerpen en bijbehorende kredietaanvragen. Voor een gedeelte van de totale geraamde projectkosten (€ 6,97 miljoen) is geen dekking in de begroting. De resterende kapitaallasten die uit het restant van de investering voortvloeien bedragen jaarlijks € 41.000.
Voor nadere uitleg zie Raadsbesluit Kredietaanvraag herinrichting Raadhuis en Gemeentekantoor (8 februari 2022). 4.4 Organisatieontwikkeling Op grond van de inhoudelijke kernopgaven bouwen we samen aan Sliedrecht. Om deze ambities samen te realiseren hebben we geïnvesteerd in focus en aandacht op de doorontwikkeling van de organisatie. In mei 2022 is na advies vanuit de OR, als belangrijke stap in de organisatieontwikkeling, het nieuwe organisatie- en sturingsmodel voor de Sliedrechtse organisatie door het college vastgesteld. Deze geeft duidelijkheid, richting en inhoud aan de nieuwe manier van (samen)werken en (samen)sturen en de rollen die daarbij horen. Het nieuwe model leidt tot een reorganisatie die begin 2023 wordt afgerond. De organisatieontwikkeling is een doorlopend en dynamisch traject. De organisatie blijft voortdurend in beweging en dit zal ook zo blijven. In de begroting zijn er -naast de 11
incidentele middelen die in de Koers 2030 beschikbaar zijn gesteld- geen structurele middelen opgenomen, om interventies te organiseren.
12
5. Toelichting bandbreedte 5.1 Inleiding Het gepresenteerde meerjarige saldo betreft de beste inschatting van de meerjarig te verwachten laten en baten. Om tot deze inschatting te komen moeten diverse aannamen gedaan worden. Het is goed deze aannemen mee te nemen in de beschouwing van het meerjarige saldo. Met behulp van zogenaamde bandbreedte brengen we het meerjarige saldo in perspectief:
Bandbreedte meerjarenraming 2.000 1.000 0 -1.000 -2.000 -3.000 -4.000 -5.000 -6.000 -7.000
2022
2023
2024
2025
Stand Kaderbrief 2023
2026
2027
2028
Bovenkant bandbreedte
Onderkant bandbreedte
5.2 Verloop bandbreedte Bij de Begroting 2022 is de meerjarenraming voor het eerst weergegeven in een grafiek met (financiële) scenario's. Begin 2022 heeft een eerste update plaatsgevonden. In deze kaderbrief is de bandbreedte aangepast op basis van de meest recente inzichten. In de onderliggende omstandigheden is sinds de Begroting 2022 het nodige gepasseerd (en duidelijk geworden), dit resulteert in de volgende verschuivingen in de bandbreedte.
Oktober 2021
Februari 2022
Mei 2022
In het verloop van de bandbreedte vallen een paar dingen op: -
De onzekerheden op de korte termijn zijn afgenomen; Er is nog slechts beperkt sprake van 'positieve onzekerheid'; Ondanks de Maartbrief is er ook op korte termijn geen financiële ruimte; Vanaf 2025 ontstaat er een structureel tekort. 13
5.3 Toelichting bovenkant en onderkant bandbreedte In de bandbreedte zijn ten aanzien van de volgende dossiers bandbreedten uitgewerkt: A. B. C. D.
Herijking gemeentefonds; Rijksbeleid ('nieuw kabinet'); Begroting dG&J (m.n. SOJ); Begroting GR Sociaal.
Met de komst van het kabinet Rutte-IV zijn de eerste twee ondertussen aanzienlijk minder onzeker geworden. A - Herijking gemeentefonds In de Maartbrief is er duidelijkheid gekomen ten aanzien van de jaren 2023-2025 wat betreft de herijking van het gemeentefonds. Met ingang van 2025 is er daarmee sprake van een korting van € 37,50 per inwoner, wat in deze kaderbrief een plaats heeft gekregen. Het Rijk neemt de adviezen van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en ROB (Raad van het Openbaar Bestuur) over de herijking hiermee slechts gedeeltelijk over. Het advies van de ROB om het onderzoek naar de maatstaven centrumfunctie, éénpersoonshuishoudens en het onderzoek naar de overige eigen middelen te hebben afgerond voorafgaand aan invoering van het model wordt niet overgenomen. Deze onderzoeken zal het Rijk dit jaar opstarten en naar verwachting zijn de uitkomsten daarvan volgend jaar bekend. In samenspraak met de VNG, gemeenten en de ROB zal dan worden bekeken wat de implicatie van de uitkomsten van deze onderzoeken zijn voor het model. Het risico dat het laatst bekende verdeeleffect (€ 105 per inwoners voor Sliedrecht) zal optreden hangt daarmee nog steeds boven de markt. In het meest negatieve scenario is plek gegeven aan deze uitkomst. De wijze waarop de minister van BZK omgaat met de ingebrachte bezwaren is voor ons zeer teleurstellend.
De VNG resolutie (waar Sliedrecht in de totstandkoming een grote rol heeft gehad) die opriep om de nieuwe verdeling te heroverwegen, omdat er sprake is van te veel vragen en onduidelijkheden over de uitlegbaarheid van de gevolgde methodiek, wordt zeer eenzijdig uitgelegd. In plaats van te komen tot een gedegen voorstel (waar je inhoudelijk wat van kunt vinden), wordt ervoor gekozen een niet voldragen voorstel in besluitvorming te brengen met als belangrijkste argument dat geen gemeente er met het totaal aan wijzigingen er tot 2025 financieel op achteruit gaat. Onze lobby om het resultaat positief te beïnvloeden zetten we dan ook onverkort door. B - Rijksbeleid ('nieuw kabinet') Met de vorming van het nieuwe kabinet zijn er nieuwe kaders gesteld omtrent financiële randvoorwaarden waarbinnen gemeenten hun taken moeten uitvoeren. De zogenaamde opschalingkorting is geschrapt tot en met 2025 en de door het Rijk besloten intensiveringen op diverse beleidsterreinen leiden tot een fors accres (principe 'trap-op, trap-af'). De intensiveringen zijn echter niet structureel, waardoor ook het accres in 2026 fors lager uitvalt. Dit is verwerkt onder de reeks Maartbrief. Door minister van Binnenlandse Zaken Bruins Slot is toegezegd dat voor de periode na 2026 een contourennota zal worden opgesteld (zomer 2022).
Deze nota moet duidelijkheid geven over: "de hoofdrichting, zodat de verdere uitwerking van een toekomstbestendige en stabiele financieringssytematiek zorgvuldig kan worden ingevuld." In de bovenkant van de bandbreedte is dit vertaald door aan te nemen dat de rijksbijdrage in 2026 niet zal dalen ten opzichte van 2025. 14
C - Kostenontwikkeling SOJ In de voorgestelde (concept) zienswijze geven we SOJ de opdracht mee de lasten in 2023 te beperken tot € 7,9 miljoen. Hiermee accepteren we diverse risico's. In het budget houden we er rekening mee dat de taakstelling (in 2023 ten opzichte van 2022) niet gerealiseerd wordt. Dit is meegenomen in de bovenkant van de bandbreedte als positief risico. In de onderkant van de bandbreedte zijn een tweetal risico's meegenomen. Er resteren nog gedeelten van 'oude taakstellingen' en er is een kans dat er toch sprake is van volume groei. In de Maartbrief werd nog gesproken over een nieuwe taakstelling op het budget jeugd voor alle gemeenten van € 0,5 miljard. Ondertussen heeft het kabinet besloten om zelf verantwoordelijkheid te dragen voor de extra bezuinigingen op jeugdzorg vanuit het coalitieakkoord (zie bericht VNG5). Wat hier de verdere impact van zal zijn is nog niet bekend. D - Kostenontwikkeling GR Sociaal De ontwikkeling van de kosten binnen de GR Sociaal is gevoelig voor aannamen over volumegroei. In de meerjarenraming is in het budget op dit moment nagenoeg geen rekening gehouden met volume groei. Het door de GR Sociaal ingeschatte bedrag met betrekking tot volumegroei is opgenomen in de bandbreedte. In 2024 kan de volume nog worden opgevangen binnen het beschikbare budget.
Vanaf 2025 is er met de volumegroei een bedrag gemoeid van ongeveer € 0,4 miljoen en in 2026 € 0,8 miljoen.
5
https://vng.nl/nieuws/doorstart-hervormingsagenda-na-kabinetsbesluit-eu-511-mln
15
6. Uitgangspunten 2023 Onderwerp
Uitgangspunt
Loonstijging Prijsontwikkeling
3,5%6 2,4%
Omslagrente GREX Algemene uitkering Verbonden partijen Huurstijging gemeentewoningen, woonwagens en woonwagenstandplaatsen
0,01% 0,0% Begroting 2023 op basis van Meicirculaire 2022 2,4% 2,4%
Huurprijzen van sportvelden, gymnastieklokalen en welzijnsaccommodaties
2,4%
Stijging van overige inkomsten
2,4%
Geraamde opbrengst Onroerend zaakbelasting (OZB)
2,4%
Afvalstoffenheffing Reinigingsrecht Rioolheffing Leges bouwvergunningen Havengelden Begrafenisrechten Precariorechten
100% Kostendekkend in 2023 100% Kostendekkend in 2023 100% Kostendekkend in 2023 100% Kostendekkend 100% Kostendekkend in 2023 100% Kostendekkend in 2025 2,4%
Hondenbelasting
2,4%
Rechten en tarieven (legesverordening)
Max. 100% Kostendekkend
Toelichting uitgangspunten Het percentage van 2,4% is volgens het CPI percentage dat voorkomt uit het CEP 2022. Toelichting lokale heffingen In de vorige raadsperiode is het besluit genomen om toe te werken naar 100% kostendekkendheid voor de diverse heffingen. De laatste stap vindt plaats bij het bepalen van de heffingen 2023. Dit heeft bovenop de CPI stijging een aanvullende stijging tot gevolg. De exacte omvang hiervan wordt berekend bij de verordeningen. De verhoging zal vergelijkbaar zijn met die van 2022 (ter vergelijking afvalstoffenheffing (8,0%), rioolheffing (9,3%), begrafenisrechten (7,6%)).
6
Het huidig CAO loopt tot 31 december 2022. De verwachte stijging van 3,5% is door het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2022 de berekende verwachte stijging van de loonkosten in de publieke sector.
16