CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - toelichting en regels ontwerpplan.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 12 mei 2026, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 9: FYS – Wijziging omgevingsplan blok B Burgemeester Winklerplein30.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B Gemeente Sliedrecht Concept

colofon

projectnaam TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B datum 18 maart 2026 projectnummer P08467 Opdrachtgever ABB Bouwgroep B.V. Concept 5 september 2025 Ontwerp 12 november 2025 Vaststelling 12 mei 2026 Movares | BRO Adviseurs B.V. projectleider MvDo projectteam TSc, TAu bron kaft Movares | BRO Adviseurs B.V. review HVl

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info.bro@movares.nl www.movares.com

Motivering

Inhoudsopgave 1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Projectgebied Juridisch planologisch kader

6 6 7

1.3.1 1.3.2

7 8

1.4

2

3

Omgevingsplan Sliedrecht Strijdigheden

Leeswijzer

8

Planbeschrijving

9

2.1 2.2

9 10

Huidige situatie Beoogde situatie

Beleidsmatige aspecten en regelgeving in de fysieke leefomgeving

12

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

12

3.1.1 3.1.2 3.1.3

12 13 13

Nationale Omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.3.1

Ladder Wonen

3.1.3.2

Ladder commerciële voorzieningen 3.1.4

3.2 3.3

3.4

4

Nationaal Water Programma

19

Provinciaal beleid

19

3.2.1 3.2.2

19 20

Omgevingsvisie Zuid-Holland Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

Regionaal beleid

23

3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5

23 24 24 24 25

Groeiagenda 2030 (2023) Drechtsteden Verbindende Gebiedsstrategie – Een agenda voor 2040 Regionale Energiestrategie (RES) Drechtsteden 1.0 Woonvisie 2017-2031: Goed wonen in de Drechtsteden (2017) Beleid Waterschap Rivierenland

Gemeentelijk beleid

26

3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6

26 27 27 27 28 29

Omgevingsvisie Sliedrecht 2021 Beeldkwaliteit Economische visie Sliedrecht 2021 Verkeers- en Mobiliteitsplan Sliedrecht 2035 (VMP) Water- en rioleringsprogramma Sliedrecht 2024 – 2028 Gemeentelijk geluidbeleid

Omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving

31

4.1 4.2

Stedenbouw Verkeer en parkeren

31 31

4.2.1 4.2.2

31 33

4.3 4.4 4.5 4.6

Verkeer Parkeren

Bezonning Klimaatadaptatie en duurzaamheid Mer-plicht

35 36 36

4.5.1 4.5.2

36 38

Toetsingskader Doorwerking projectgebied

Geluid – wegverkeer

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

38

3

4.6.1 4.6.2 4.6.3

4.7

4.8

4.9

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Luchtkwaliteit

42

4.7.1 4.7.2 4.7.3

42 43 43

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Activiteiten en milieuzonering

43

4.8.1 4.8.2 4.8.3

44 44 46

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Omgevingsveiligheid

46

4.9.1 4.9.2 4.9.3

46 47 49

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.10.1 4.10.2 4.10.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.11 Bodem 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.12.1 4.12.2 4.12.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.13 Natuur en landschap 4.13.1 4.13.2 4.13.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.14 Geur 4.14.1 4.14.2 4.14.3

49 50 51 51 52 53

53 53 53 55

55 55 56 58

58 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

58 58 58

4.15 Kabels en leidingen

59

4.15.1 4.15.2 4.15.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.16 Trilling 4.16.1 4.16.2 4.16.3

6

49

51

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.12 Weging van het waterbelang

5

38 39 42

59 59 59

59 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

59 60 61

4.17 Gezondheid

61

4.17.1 4.17.2 4.17.3

61 61 62

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

63

5.1 5.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

63 63

5.2.1 5.2.2 5.2.3

63 64 64

Participatie Vooroverleg Procedure

Juridische planopzet

65

6.1

65

Algemene opzet

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

4

6.2

7

Toelichting op de regels

66

Belangenafweging en conclusie

67

7.1 7.2

67 67

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Conclusie

Separate bijlagen Bijlage 1 Parkeerbalans Bijlage 2 Bezonningsstudie Bijlage 3 Ladder wonen Bijlage 4 Ladder commerciële voorzieningen Bijlage 5 Aanmeldnotitie Bijlage 6 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7 Luchtkwaliteit Bijlage 8 Milieuzonering Bijlage 9 Externe veiligheid Bijlage 10 Vooronderzoek bodem Bijlage 11 Watertoets Bijlage 12 Stikstofonderzoek en ecologische voortoets Bijlage 13 Participatieverslag Bijlage 14 Stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitsplan Bijlage 15 Besluit aanvraag ontheffing soorten Bijlage 16 Nader bodemonderzoek Bijlage 17 Ontwerpbeschikking PM Bijlage 18 Situatietekening PM Bijlage 19 Gevelaanzichten PM Bijlage 20 Nota beantwoording Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

5

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Het voornemen bestaat om het braakliggende terrein, gelegen tussen de Christiaan Huygensstraat, de Professor Lorentzlaan en de Antoine van Leeuwenhoekstraat in Sliedrecht, te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Daarbij worden 55 woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt circa 585 m² bruto vloeroppervlak (BVO) beschikbaar gesteld voor commerciële functies in de plint. Ook wordt voorzien in parkeergelegenheid. Op grond van het omgevingsplan van de gemeente Sliedrecht geldt ter plaatse van het projectgebied het bestemmingsplan ‘Woongebied 2016’ (vastgesteld op 26 januari 2016). Voor het projectgebied zijn bestemmingen ‘Wonen-1’, ‘Maatschappelijk’ en ‘Verkeer’ van toepassing. Binnen de regels van het omgevingsplan is de beoogde ontwikkeling van een appartementencomplex met commerciële ruimte niet mogelijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, moet van het planologisch regime worden afgeweken. De beoogde ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via de Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) Omgevingsplan via IMRO. Voorliggend document voorziet in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het projectgebied.

1.2

Projectgebied

Het projectgebied is gelegen aan de Christiaan Huygensstraat, Professor Lorentzlaan en de Antonie van Leeuwenhoekstraat. In figuur 1.1 is de globale ligging van het projectgebied aangeduid en de begrenzing weergegeven. Het projectgebied staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Sliedrecht, sectie I, nummers 8317, 5177 en 7031. Tevens maken gedeelten van het openbaar gebied deel uit van het projectgebied. De locatie bevindt zich in de bebouwde kom van Sliedrecht. Een gedetailleerde omschrijving van de ligging, begrenzing en de omgeving van het projectgebied volgt in hoofdstuk 2 ‘Beschrijving bestaande situatie’.

Figuur 1.1 Globale ligging en begrenzing projectgebied

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

6

1.3

Juridisch planologisch kader

1.3.1

Omgevingsplan Sliedrecht

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gelden alle bestemmingsplannen van rechtswege als onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van iedere gemeente (artikel 22.1, onder a, Omgevingswet; artikel 4.6, lid 1, Invoeringswet). Voor het plangebied geldt daarmee oa het bestemmingsplan Woongebied 2016, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Sliedrecht. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 14 oktober 2025 een wijziging van het omgevingsplan vastgesteld voor dit gebied. Deze wijziging is nog niet bekendgemaakt en overlapt gedeeltelijk met de onderhavige procedure. Zodra de wijziging in werking treedt, vormt deze het formele planologisch-juridische kader. Vanwege de overlap is het project zowel getoetst aan, het tijdelijk omgevingsplan (Woongebied 2016) als aan de wijziging van 14 oktober 2025. Het ruimtelijk kader op basis van het tijdelijke omgevingsplan betreft de bestemmingen Wonen-1, Maatschappelijk en Verkeer (zie figuur 1.2). Binnen Wonen-1 en Maatschappelijk zijn bouwvlakken opgenomen. In de wijziging van 14 oktober 2025 is het plangebied aangewezen voor de activiteiten Wonen, Maatschappelijk en Verkeer. Voor de eerste twee functies is ook een bouwvlak opgenomen.

Figuur 1.2 Uitsnede tijdelijk deel omgevingsplan gemeente Sliedrecht

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

7

1.3.2

Strijdigheden

Het initiatief om een appartementencomplex te realiseren met commerciële ruimte op de begane grond is in strijd met de geldende regels voor de locatie. De voorgenomen nieuwbouw past qua omvang, maatvoering en functies niet binnen de bestemmingen Wonen-1, Maatschappelijk en Verkeer en de bouwvlakken zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De ontwikkeling past ook niet binnen de wijziging van 14 oktober 2025, omdat detailhandel niet is toegestaan, de woonfunctie wordt vergroot en het gebouw hoger is dan volgens de bouwregels is toegestaan. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken zal het omgevingsplan van de gemeente Sliedrecht worden gewijzigd. Dit zal worden gedaan door middels van de Tijdelijke alternatieve Maatregel (TAM) waardoor het mogelijk is om via de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan te wijzigen. Een TAM-omgevingsplan wijzigt het omgevingsplan juridisch, maar de regels worden technisch niet geïntegreerd in het omgevingsplan. De TAM-IMRO biedt dus de mogelijkheid om de huidige IMRO-standaard te gebruiken voor planvorming onder vigeur van de Omgevingswet. De tijdelijke alternatieve maatregel is eenmalig met een extra jaar verlengd, tot en met 31 december 2025.

Een ontwerp wijziging van het omgevingsplan die uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, kan worden afgemaakt met de TAM. TAM omgevingsplannen moeten voor 1 januari 2032 worden omgezet naar STOP/TPOD. Dit betreft wetgeving over de overgangstermijnen, maar zal in het Besluit elektronische publicaties worden verduidelijkt. Het omzetten is nodig om uiteindelijk tot 1 digitale geconsolideerde regeling te komen. Voorliggend document voorziet in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het projectgebied.

1.4

Leeswijzer

Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels en een verbeelding (inclusief bijlagen). De onderhavige motivering dient als onderbouwing van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie en het project nader beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante beleid op nationaal, regionaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken. Hoofdstuk 6 gaat in op de juridische planopzet. Afgesloten wordt met een belangenafweging en conclusie in hoofdstuk 7.

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

8

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

Het projectgebied is gelegen Sliedrecht in de woonwijk ‘Oostwijk’. Dit is een woonwijk uit de jaren ’60 van de 20e eeuw. De wijk kent voornamelijk bebouwing in de vorm van rijtjeswoningen. De hoofdontsluiting van de wijk vindt plaats via de Rembrandtlaan en de Thorbeckelaan, twee belangrijke verkeersaders binnen Sliedrecht. Ten zuidwesten van het projectgebied is het Burgemeester Winklerplein gelegen. De winkelvoorzieningen op het Burgemeester Winklerplein en de winkelondersteunende functies maken onderdeel uit van een cluster van voorzieningen in een wijk uit de jaren ’60. Het Burgemeester Winklerplein functioneert hoofdzakelijk als boodschappencentrum, waarbij het winkelaanbod vooral deel uitmaakt van de branchegroep dagelijkse artikelen. Het dagelijkse aanbod wordt aangevuld met diverse winkels in de niet-dagelijkse sector. Er zijn ook enkele winkelondersteunende functies aanwezig, zoals horeca, dienstverlening en een apotheek. Het winkelcentrum aan het Burgemeester Winklerplein is verouderd. De uitstraling is niet meer van deze tijd en het gebied is toe aan een kwaliteitsimpuls. Daarom is in de afgelopen jaren gewerkt aan een complete herontwikkeling van het plein. Het projectgebied betreft een braakliggend terrein aan de Christiaan Huygensstraat en Antonie van Leeuwenhoekstraat. De voormalige woningen zijn inmiddels gesloopt.

Figuur 2.1 toont het projectgebied in de huidige situatie.

Figuur 2.1 Projectgebied huidige situatie

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

9

2.2

Beoogde situatie

De gemeente wil het Burgemeester Winklerplein een grondige opknapbeurt geven. Met als uiteindelijk doel: het zorgen voor een winkelcentrum wat past bij de wensen en behoeften van ondernemers en inwoners. De opknapbeurt omvat een herontwikkeling met woonruimten, parkeervoorzieningen en winkels. Eén van de onderdelen van de herontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein is de ontwikkeling van het gebouw blok B. Met voorliggend TAM-omgevingsplan wordt de realisatie van blok B mogelijk gemaakt. Ter plaatse van het projectgebied, gelegen aan de Christiaan Huygensstraat en Antonie van Leeuwenhoekstraat wordt een appartementencomplex gerealiseerd met in de plint tevens ruimte voor commerciële functies. In figuur 2.2 is een situatietekening opgenomen. Het bouwplan omvat de ontwikkeling van 55 appartementen. Hiervan worden er 3 voorzien op de begane grond. Boven de plint worden gedeeltelijk 7 verdiepingen gerealiseerd (aan de zijde van de Professor Lorentzlaan). Richting het noorden neemt het aantal verdiepingen af tot 3 verdiepingen. Alle appartementen krijgen een eigen balkon of terras. De appartementen op de begane grond aan de achterzijde krijgen een tuin op maaiveld. Het betreffen 55 koopappartementen, waarvan 22 appartementen in het goedkope/middeldure segment vallen (begrensd door NHG) en 33 appartementen in de categorie duur.

De commerciële ruimte bevindt zich in de plint en omvat in totaal maximaal 585 m2 BVO. Voor de invulling wordt momenteel gedacht aan ca. 85 m2 bvo aan detailhandel en ca. 500 m2 bvo aan horeca, maar de definitieve invulling is nog niet bekend. Op de begane grond bevinden zich ook woningen met daarnaast een entreehal, een fietsenberging (voor de bewoners van de woningen) en technische ruimten. Voor, achter en naast het complex worden parkeerplaatsen gerealiseerd die bedoeld zijn voor de bewoners en bezoekers van de woningen en bezoekers van de commerciële functies. Op de begane grond is inpandig een fietsenberging voorzien welke ruimte biedt aan 253 fietsen. Ook worden er buiten het pand 20 openbare fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Naast het trappenhuis zijn er 2 liften aanwezig. In figuur 2.3 is een ontwerp van de westgevel van het appartementencomplex weergegeven. Het gebouw heeft op het hoogste punt een bouwhoogte van maximaal 26,5 meter. Het ‘tussendeel’ heeft een maximale bouwhoogte van 20 meter en het lagere gedeelte van het pand is maximaal 14 meter hoog.

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

10

Figuur 2.2 Situatietekening toekomstige situatie

Figuur 2.3 Ontwerp van de westgevel

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

11

3

Beleidsmatige aspecten en regelgeving in de fysieke leefomgeving

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: •

een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;

•

over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed;

•

een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Doorwerking projectgebied Hoewel de NOVI geldend is voor het gehele Nederlandse grondgebied, is er geen sprake van directe doorwerking in het projectgebied en het planvoornemen. Onderhavig plan is niet strijdig met nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Her realiseren van nieuwe woningen en commerciële voorzieningen past te-

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

12

vens binnen het nationale belang van het zorgdragen voor voldoende woningen. De realisatie van de woningen past tevens binnen het nationale belang van het zorgdragen voor voldoende woningen. Binnen het plan wordt er breed aandacht geschonken aan ruimte voor klimaatadaptatie en duurzaamheid, zodoende dat het plan bijdraagt aan een de ontwikkeling van een sterk en gezond Sliedrecht. Het plan sluit daarmee aan bij enkele van de genoemde prioriteiten van het rijksbeleid. 3.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Bij een wijziging van het omgevingsplan moeten de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en eventuele instructies, in acht worden genomen. Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen: •

algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1 Bkl);

•

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl);

•

beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);

•

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;

•

beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;

•

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

•

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;

•

het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).

Voor de instructieregels voor bovenstaande thema's is een toepassingsbereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op een specifieke activiteit. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Doorwerking projectgebied In deze ruimtelijke motivering wordt in hoofdstuk 4 ‘Omgevingsaspecten’ gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van de instructieregels op de verschillende relevante ruimtelijke- en milieuaspecten binnen het projectgebied. Hierbij wordt aangegeven hoe wordt voldaan aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het projectgebied. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op basis van het omgevingsplan is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan. Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken, is het noodzakelijk het omgevingsplan te wijzigen. Daarbij is het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) verplicht voor iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, op grond van artikel 5.129g lid 1 van het Bkl. De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening, of een andere stedelijke voorziening die

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

13

voldoende substantieel is. In artikel 5.129g Bkl staat geen ondergrens genoemd. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij woningbouw een plan vanaf 12 woningen een nieuw stedelijke ontwikkeling is. Voor alle andere stedelijke functies wordt een oppervlakte van 500 m2 BVO aangehouden als ondergrens. Daarnaast is een vereiste dat het moet gaan om een stedelijke ontwikkeling die nieuw is. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe beslag op de ruimte die met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging. 3.1.3.1

Ladder Wonen

Het programma voorziet in 55 koopappartementen in het middeldure- en dure segment. De appartementen bevinden zich op de begane grond en op de verdiepingen. De appartementen op de verdieping zijn bereikbaar per trap én lift. Ze beschikken over twee of drie slaapkamers. Elk appartement heeft een balkon of terras. Op de begane grond komen tevens commerciële ruimtes (hiervoor is een separate ladder opgesteld, zie paragraaf 3.1.3.2). Een specifieke doelgroep is er niet, maar de appartementen zijn geschikt voor ouderen (gelijkvloers met lift) en kleine gezinnen (ruime appartementen met twee of drie slaapkamers). Het planinitiatief ligt grofweg tussen het centrum van Sliedrecht en station Sliedrecht in en nabij winkelcentrum Burgemeester Winklerplein aan, met diverse winkels en andere voorzieningen. Er is een laddertoets Wonen uitgevoerd. De volledige laddertoets is opgenomen als bijlage 3. Passend binnen beleidskaders Het planinitiatief past binnen de beleidskaders van provincie, regio en gemeente. •

In lijn met provinciaal beleid vindt de woningbouw plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Tevens wordt ingespeeld op langzaam vervoer en openbaar vervoer, met de ligging nabij voorzieningen en het station.

•

Het programma voldoet in beginsel niet aan de regionale streefopgave om twee derde van de woningen in een betaalbaar segment te realiseren. Het totale woningaanbod in Sliedrecht kent echter een goede balans, waarbij bovendien meer dan 30% het sociale segment betreft.

•

Het project voldoet aan het streven naar hoogwaardig wonen nabij voorzieningen en wonen in een centrum stedelijk woonmilieu.

•

Bovendien is er veel behoefte aan meergezins koopwoningen. De regio zet hier nadrukkelijk op in.

•

Uit het gemeentelijk beleid blijkt dat de wens is dat er voldoende nieuwbouw komt in het midden- en hoger segment om doorstroming te bevorderen. Dit planinitiatief met zowel middeldure al dure woningen voorziet hierin.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied De aard en omvang van een woningbouwontwikkeling bepalen of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Vanaf 12 woningen geldt een initiatief als een stedelijke ontwikkeling die ‘ladderplichtig’ is. De Ladder is verplicht als een stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Daarvan is sprake als wonen niet is toegestaan binnen het omgevingsplan of als het initiatief niet voldoet aan randvoorwaarden binnen het omgevingsplan (woningaantallen, bouwvlak etc.) Bij de locatieafweging (binnen bestaand stedelijk gebied, binnen stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied of buiten bestaand stedelijk gebied) wordt gekeken of de locatie een stedelijke of stedelijk groene functie heeft. Bestaand stedelijk gebied is het ‘stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen’.

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

14

Conclusie: het initiatief betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling is niet toegestaan in het huidige omgevingsplan en er worden 12 of meer woningen toegevoegd. Binnen bestaand stedelijk gebied: De planlocatie heeft in het vigerende omgevingsplan de functies ‘Wonen – 1’ en ‘Maatschappelijk’. Daarmee heeft de locatie een stedelijke functie. Ook in de directe omgeving zijn stedelijke functies gelegen, waaronder ‘Detailhandel’, ‘Gemengd – 1’ en ‘Horeca’. Hierdoor is sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’. Verdere motivering op dit punt is daarom niet nodig. Ruimtelijk verzorgingsgebied Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het omgevingsplan een beschrijving van de behoefte aan het woningbouwprogramma bevatten. De behoefte wordt bepaald binnen het ruimtelijk relevante verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang hiervan zijn leidend voor het ruimtelijke verzorgingsgebied. Verhuisbewegingen binnen en tussen gemeenten geven hiervoor een goede indicatie. Conclusie: de gemeente Sliedrecht is het primaire verzorgingsgebied. Circa 44% van alle verhuisbewegingen komt uit de eigen gemeente. De regio Drechtsteden, waar gemeente Sliedrecht onderdeel van is, vormt het secundaire verzorgingsgebied.

Circa 26% van de verhuisbewegingen naar gemeente Sliedrecht is afkomstig uit de andere gemeenten binnen de regio Drechtsteden. Beide verzorgingsgebieden zijn samen goed voor 70% van de verhuisbewegingen in gemeente Sliedrecht. Kwantitatieve behoefte Bij de kwantitatieve behoefte gaat het om aantallen benodigde woningen. De behoefte aan een woningbouwontwikkeling wordt bepaald door de langetermijnprognose van de vraag naar woningen af te zetten tegen de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Conclusie: de beoogde ontwikkeling van maximaal 55 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte. •

Het aantal inwoners en huishoudens in de gemeente Sliedrecht en regio Drechtsteden neemt de komende jaren toe. Het aantal huishoudens neemt sterker toe doordat huishoudens kleiner worden.

•

De harde plancapaciteit in de gemeente Sliedrecht is niet voldoende om in de behoefte te voorzien. De harde plancapaciteit bedraagt circa 248 woningen, tegenover een behoefte van circa 800 woningen.

•

Ook in de regio Drechtsteden is onvoldoende plancapaciteit om invulling te geven aan de behoefte. Er is behoefte aan circa 9.440 woningen extra, terwijl de harde plancapaciteit slechts circa 4.453 woningen bedraagt.

•

Ook vanuit de woondeal Samenwerkende Regio’s, blijkt een behoefte aan extra woningen.

Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve behoefte gaat over specifieke woningtypen, eigendomssituaties, segmenten, doelgroepen en woonmilieus. De kwalitatieve behoefte volgt onder andere uit de planinformatie, de lokale vraag-aanbodstructuur, trends en ontwikkelingen en beleidskaders. Kortom: de kwalitatieve ‘meerwaarde’ van het plan. Vooral in krimpgebieden is er soms geen kwantitatieve behoefte, maar is vaak wel sprake van kwalitatieve behoefte aan bepaalde typen woningen. Denk aan levensloopbestendige woningen en betaalbare woningen.

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

15

Conclusie: het initiatief om 55 appartementen te realiseren in het middeldure en dure koopsegment, geschikt voor onder meer kleine gezinnen en ouderen, voorziet in een kwalitatieve behoefte. •

In de gemeente Sliedrecht is een tekort aan zowel huur- als koopwoningen. Het tekort aan huurwoningen is weliswaar groter, maar ook aan koopwoningen is een tekort.

•

Verder is er een tekort aan appartementen met 1, 2 of 3 slaapkamers.

•

De gemeente Sliedrecht wil inzetten op doorstroming. Door middeldure en dure koopwoningen te realiseren, geschikt voor ouderen en kleine gezinnen, komen er goedkopere woningen vrij voor starters. Op die manier worden diverse doelgroepen bediend.

Geen onaanvaardbare leegstandseffecten Tot slot mag een planontwikkeling niet tot onaanvaardbare (leeg-stands)effecten leiden. Oftewel: dusdanige leegstand dat dit het goede woon-, leef- en ondernemersklimaat aantast. In de praktijk gebeurt dit zelden vanwege de grote woningnood in Nederland. Conclusie: het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 55 woningen in Sliedrecht onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. •

De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan aan nieuwe woningen.

•

Een gezonde woningmarkt heeft volgens het Planbureau voor de Leefomgeving bovendien circa 2% leegstand1. De gemeente Sliedrecht en had in 2024 een woningleegstand van 2%.

Laddertoets De ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. •

Het initiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

•

De locatie heeft de functies ‘Wonen – 1’ en ‘Maatschappelijk’ en is daarmee onderdeel van het bestaand stedelijk gebied.

•

Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het initiatief onaanvaardbare leegstandseffecten optreden.

Bovenstaand zijn deze conclusies toegelicht. 3.1.3.2

Ladder commerciële voorzieningen

Naast het realiseren van 55 appartementen komt in de plint een commercieel programma van maximaal 585 m² bvo. Er kan detailhandel, horeca of commerciële dienstverlening komen. De indeling en de totale invulling van het metrage is nog niet bepaald. De toevoeging van het commerciële programma is een nieuwe stedelijke ontwikkeling en zodoende is de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) wettelijk verplicht. Er is een toets aan de ladder uitgevoerd. De volledige laddertoets is opgenomen als bijlage 4. Nieuwe stedelijke ontwikkeling – jurisprudentie Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de functie niet is toegestaan in het huidige bestemmingsplan/omgevingsplan, er een functiewijziging nodig is en als de planologische uitbreiding per saldo 500 m² bvo of groter is. Bij de afweging binnen of buiten bestaand stedelijk gebied gaat het erom of de planlocatie al een stedelijke bestemming heeft en of de locatie binnen of buiten het stedelijk gebied ligt, aangewezen in de provinciale verordening.

1

https://vastgoedactueel.nl/in-veel-gemeenten-nauwelijks-langdurige-woningleegstand/

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

16

Het plan met een maximum van 585 m² bvo aan commercieel programma, is een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar mogelijk wordt er uiteindelijk minder dan 500 m² bvo per losse functie of in totaal gerealiseerd, waardoor het plan uiteindelijk feitelijk niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling klasseert. De kans is namelijk aanwezig dat niet meer dan 500 m2 aan één functie wordt ingevuld. In dat geval is de Ladder niet van toepassing en volstaat een ‘lichtere toets’ op een Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (EFTAL). Volledigheidshalve gaan we uit van het maximale programma en doorlopen we de Ladder. Ruimtelijk verzorgingsgebied - jurisprudentie Uit de handreiking bij de Ladder blijkt dat voor detailhandel de aard en omvang van het initiatief bepalend is voor het verzorgingsgebied. Het gebied waar de meeste bestedingen vandaan komen en dus in potentie ook de grootste omzeteffecten, wordt doorgaans als verzorgingsgebied gehanteerd. Een DPO moet worden uitgevoerd voor het juiste ruimtelijke verzorgingsgebied. Het beoogde commerciële programma zal vooral de eigen kern/gemeente verzorgen. Daarom hanteren we gemeente Sliedrecht als verzorgingsgebied. Initiatief past in beleidskaders De beleidstoets is formeel geen onderdeel van de Laddertoets. Gemeenten dienen initiatieven echter te toetsen aan beleidskaders.

Bovendien kan uit beleid vaak ook de kwalitatieve behoefte van een ontwikkeling worden afgeleid. •

Het planinitiatief voldoet aan de gestelde voorwaarden van de provinciale omgevingsverordening (voor detailhandel). Het plan voorziet in een beperkte toevoeging van planologische meters aan detailhandel, aansluitend aan het Burgemeester Winklerplein dat beleidsmatig een ‘overig centrum’ is. Een beperkte groei kan daar nodig zijn. Verder blijkt uit voorliggend onderzoek dat er geen onaanvaardbare leegstandseffecten te verwachten zijn. Het opvragen van advies van de Adviescommissie detailhandel is niet nodig, omdat het plan (585 m² bvo) ruim onder de grens van 2.000 m² blijft.

•

Het plan sluit aan op de ambities van de gemeentelijke omgevingsvisie (vitaal houden detailhandel) en de economische visie: namelijk het Burgemeester Winklerplein versterken als boodschappencluster binnen centrum Sliedrecht.

De kwantitatieve behoefte De kwantitatieve behoefte voor detailhandel volgt uit distributieplanologisch onderzoek (DPO). Dit is een modelmatige verrekening van vraag en aanbod in het verzorgingsgebied. Een eventueel gebrek aan kwantitatieve behoefte (distributieve uitbreidingsruimte) betekent overigens niet dat de ontwikkeling in strijd is met de Ladder. Daarnaast kan op plekken waar weinig distributieve uitbreidingsruimte aanwezig is voor detailhandel, vernieuwing en versterking van de winkelstructuur soms nodig zijn. Er is een modelmatige dpo-benadering uitgevoerd voor de winkelsector dagelijkse artikelen en horeca. Voor de andere winkelsectoren (recreatief en doelgericht) zijn dergelijke benaderingen nietszeggend. Het zijn groepen waar een groot aantal totaal verschillende branches toe behoren. Mede daarom laten deze groepen zich ook lastig voorspellen in zo’n model. Ook voor commerciële diensten geldt dit en daarvoor zijn bovendien geen omzetkengetallen beschikbaar. Dit gezegd hebbende, blijkt uit de dpo-benadering voor zowel dagelijkse detailhandel als horeca dat er ruimte is voor een versterking van het winkelaanbod. Dat mag worden gezien als kwantitatieve behoefte. Genuanceerd wordt dat de distributieve uitbreidingsruimte niet maatgevend is, maar indicatief. De kwalitatieve behoefte De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte moet in samenhang bezien worden.

Ook voor de kwalitatieve

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

17

behoefte is een confrontatie tussen vraag en aanbod nodig. Daarbij dienen kwalitatieve aspecten van het initiatief te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod. Denk hierbij aan locatie (meerwaarde voor de voorzieningenstructuur), doelgroep (meerwaarde voor de consumentenverzorging), onderscheidend vermogen van het concept en in hoeverre het initiatief een eigen vraag (behoefte) creëert. Het plan voorziet in de kwalitatieve behoefte: •

Het plan sluit aan op de trends en ontwikkelingen. Het Burgemeester Winklerplein wordt versterkt als boodschappencentrum en krijgt een upgrade (zowel qua uitstraling als programma). Er zijn in beginsel kansen voor een klein aanvullend commercieel programma. Het programma kan zowel worden ingevuld met detailhandel, dienstverlening als horeca. Dat biedt voldoende flexibiliteit om in te spelen op de dynamiek van dit type centra.

•

Daarbij blijkt uit de vraag- en aanbodanalyse dat het totale voorzieningenapparaat van Sliedrecht (kern als centrum), achterblijft t.o.v. de referentie en dat met name voor wat betreft winkels in dagelijkse artikelen en horeca. Dat is een indicatie dat een passend niveau van voorzieningen nodig is.

•

De beleidsmatig beoogde upgrade van het Burgemeester Winklerplein biedt kansen voor voorzieningen. Er komen marktcourante units van moderne omvang in een goed bereikbaar deel van het centrum. Te meer, als daar een extra supermarkt bijkomt, die meer bezoekers trekt en loop genereert in dit deel van het centrum.

•

Uit de leegstandsanalyse blijkt dat er verhoudingsgewijs weinig leegstand is in centrum Sliedrecht en meer specifiek het Burgemeester Winklerplein. Tezamen met het gemiddeld kleine aanbod is dat een indicatie dat er behoefte is aan voldoende marktcourante panden. Het plan voorziet daarin.

•

Ook blijkt uit de leegstandsanalyse en de analyse van de onbenutte plancapaciteit dat er geen ontwikkelingen voorzien in de voorgaand beschreven marktcourante panden.

Effecten – jurisprudentie Het plan mag niet tot zodanige leegstand leiden dat dit tot een onaanvaardbare situatie zal leiden vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Het gaat hierbij dus niet om een verslechterde concurrentiepositie voor individuele bedrijven. Het gaat om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van eventuele leegstandseffecten. Winkelplannen kunnen effecten hebben op andere winkels en zodoende op de voorzieningencentra. Van belang is dat het bij een toets aan de Ladder niet gaat om omzeteffecten. Het gaat erom of die omzeteffecten dusdanig groot zijn, dat er leegstand wordt verwacht en zo ja, of die leegstand ruimtelijk aanvaardbaar is. Effectenanalyse Ontwikkeling van nieuw commercieel programma aan winkels, horeca of dienstverlening, kan effect hebben op andere winkels en voorzieningen. In de ruimtelijke ordening gaat het echter niet om economische effecten op andere voorzieningen. Het gaat erom of die effecten dusdanig zijn dat er leegstand verwacht wordt en vervolgens of die leegstand ruimtelijk aanvaardbaar is vanuit het goede woon-, leef- en ondernemersklimaat (zie ook figuur 2, p.15 bijlage 4). Van onaanvaardbare leegstandseffecten zal geen sprake zijn. Hierbij is het volgende relevant: •

Het betreft een kleinschalig programma van maximaal circa 585 m² bvo (ofwel circa 460 m² wvo). Dat is een uitbreiding van circa 2% van het commercieel programma van centrum Sliedrecht. -

Daarbij wordt voorzien in een verdeling van de functies (winkels, horeca, dienstverlening) al waarvoor naar gelang de meeste marktbehoefte voor is.

-

Gelet op de beschreven marktverhoudingen is het niet de verwachting dat de beperkte toevoeging van commercieel programma zal leiden tot dusdanige concurrentie dat er voorzieningen elders in het centrum zullen verdwijnen.

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

18

-

Wel bestaat er altijd de kans dat er voorzieningen zullen verplaatsen naar de nieuwe marktcourante units. Ook als er voorzieningen vanuit elders in centrum Sliedrecht verplaatsen, kan dat eventueel leiden tot tijdelijke leegstand. Dat is ruimtelijk gezien niet erg en is reguliere marktdynamiek. In dat geval is sprake van versterking. Voorzieningen verhuizen omdat zij daar meer perspectief hebben.

Per saldo voorziet het plan in de nodige upgrade van het Burgemeester Winklerplein. 3.1.4

Nationaal Water Programma

De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: •

Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren;

•

Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren);

•

Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater.

Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Voor de relatie van het plan ten aanzien van water wordt verwezen naar paragraaf 4.12 en het onderzoek in de bijlagen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Op d.d. 1 mei 2024 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie van ZuidHolland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De provincie Zuid-Holland heeft met haar uitgebreide instrumentarium grote meerwaarde bij het oplossen van de maatschappelijke opgaven van vandaag en morgen. En met inbreng van kennis en creativiteit vanuit de samenleving kan nog meer worden bereikt. De kunst is het oplossend vermogen van de maatschappij te stimuleren en te benutten. Zuid-Holland biedt daarom ruimte en vertrouwen aan maatschappelijke initiatieven. Maar ruimte en vrijheid gedijen alleen binnen grenzen. Daarom werkt de provincie Zuid-Holland vanuit een aantal principes en kaders, voor haarzelf én haar partners, als waarborg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

19

De Provincie zet in op acht sturingsprincipes: 1. Opgavegericht 2. Provinciaal belang 3. Netwerkaanpak 4. Maatwerk 5. Uitgaan van passen Schaalniveau 6. Ruimte voor differentiatie 7. Lever meerwaarde 8. Effectief en betrouwbaar Daarbij is leidend dat de provincie Zuid-Holland een aantrekkelijke provincie is om te wonen en te werken en dat onze leefomgeving gezond en veilig is. De ruimte is beperkt. Zuinig, duurzaam en efficiënt ruimtegebruik is daarom het uitgangspunt. Ze streven naar slim en meervoudig ruimtegebruik, door combineren en mengen van functies. Doorwerking projectgebied Met de beoogde ontwikkeling wordt een appartementencomplex gerealiseerd met 55 appartementen voor verschillende doelgroepen. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan de ambitie dat provincie Zuid-Holland een aantrekkelijke provincie is om te wonen en te werken en dat onze leefomgeving gezond en veilig is. Een braakliggend terrein in het bestaand stedelijk gebied krijgt een nieuwe invulling, hiermee is er sprake van inbreiding. Door het combineren van appartementen met commerciële functies in de plint is er sprake van het mengen van functies. 3.2.2

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. In de verordening staat aangegeven wat wel en niet is toegestaan: mag bijvoorbeeld op een bepaalde locatie een bedrijf worden uitgebreid of kan dat niet vanwege een grondwaterbeschermingsgebied. Ook staan er instructieregels in voor gemeentelijke omgevingsplannen en taken van waterschappen. De ZHOV is in werking vanaf 1 januari 2024 gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De ZHOV is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Daarna is de ZHOV enkele keren gewijzigd en aangevuld (ook al voor de inwerkingtreding). Er zijn ook nu nog wijzigingen in procedure. De Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Zuid-Holland. De provinciale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving en vervangt alle bestaande verordeningen. Er kunnen in de omgevingsverordening naast direct werkende regels ook instructieregels zijn opgenomen over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. In artikel 2.18 van de Omgevingswet zijn taken aan de provincie toegedeeld. In de omgevingsverordening Zuid-Holland is aan een deel van deze taken uitvoering of invulling gegeven. Hierbij gaat het om de volgende taken: •

de gebiedsgerichte coördinatie van de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen;

•

het houden van toezicht op het beheer van watersystemen voor zover dat is toegedeeld aan waterschappen;

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

20

•

het voorkomen of beperken van geluid in stiltegebieden;

•

het beschermen van de kwaliteit van het grondwater in grondwaterbeschermingsgebieden, in verband met de winning daarvan voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water;

•

het beheer van watersystemen (waaronder vaarwegen) en het zwemwaterbeheer;

•

het behoeden van de staat en werking van wegen in beheer bij de provincie voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die infrastructuur;

•

op het gebied van natuur: -

het behoud of herstel van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen;

-

en de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten.

Een deel van deze taken wordt in de omgevingsverordening geregeld via instructieregels aan bestuursorganen en zijn te vinden in hoofdstuk 7 van de omgevingsverordening. Het Rijk legt, naast de algemene taaktoedeling, ook verplichte instructieregels op aan de provincie. Deze volgen uit artikel 2.27 van de Omgevingswet en hoofdstuk 7 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Aan deze verplichtingen, die vlogen uit de instructieregels van het Rijk, is voldaan door daarvoor regels op te nemen in de ZHOV. Doorwerking projectgebied Hierna worden de relevante artikelen uit de omgevingsverordening voor dit project beschreven en behandeld. Artikel 7.41a (risico’s van klimaatverandering) Een omgevingsplan houdt rekening met de risico’s van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte, d. droogte. In paragrafen 4.4 en 4.12 en ook de watertoets in de bijlage wordt hierop ingegaan. Bij het plan is voldoende rekening gehouden met het voorkomen van wateroverlast en de afwikkeling van hemelwater, zoals ook is vastgelegd in de planregels. Daarnaast wordt het openbare terrein zo min mogelijk verhard opgeleverd, wat hitte beperkt. Groen draagt bij aan het vasthouden van water, waarmee dus enerzijds wateroverlast zo veel mogelijk wordt voorkomen en ook droogte.

Er zijn in het plan hogere verdiepingen dus in het geval van overstromingen kan ook gevlucht worden naar de hoger gelegen appartementen. Dit kan ook als vluchtplek voor de omgeving dienen. Voor meer informatie wordt verwezen naar eerdergenoemde paragrafen en de watertoets in de bijlagen. Artikel 7.41aa (toekomstbestendig bouwen van woningen) Een omgevingsplan dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt met een of meer gebouwen met een totaal vloeroppervlak van 1.000 m² of meer, moet de mogelijkheden en kansen voor toekomstbestendig bouwen betrekken. Deze zijn mede afhankelijk van de functie van het gebouw en de samenhangende gebiedsontwikkeling. In dit geval worden 55 woningen/appartementen ontwikkeld. Het betreffen woningen uit verschillende categorieën die geschikt zijn voor meerdere doelgroepen waaronder senioren. De woningen zijn gelijkvloers en ook levensloopbestendig. De plattegrond van de woningen is aanpasbaar. Daarnaast is de invulling van de

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

21

commerciële functies flexibel. Het gebouw wordt duurzaam gebouwd. De verhardingstoename wordt daarnaast gecompenseerd, zoals ook eerder beschreven. Artikel 7.45e Parkeernorm stationsomgevingen 1. Een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving als bedoeld in artikel 7.45d, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld gebaseerd op het autobezit per woningtype of woonoppervlak.

Figuur 3.1 Uitsnede Stationsomgeving Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

Artikel 7.5 Aanwijzing regionale wateren peilbesluit 1. Het waterschapsbestuur stelt één of meer peilbesluiten als bedoeld in artikel 2.41, eerste lid, van de Omgevingswet vast voor de oppervlaktewaterlichamen in de peilbesluitgebieden waarvan de indicatieve geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II. 2. Peilbesluiten moeten actueel zijn. Deze gebiedsaanwijzingen vanuit de verordening hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Er wordt voldaan aan deze eisen zoals blijkt uit deze motivering en bijlagen. Tevens worden in paragrafen 7.3.6a (Toekomstig bouwen en ontwikkelen), 7.3.7 (Ruimtelijke kwaliteit), 7.3.8 (Stedelijke ontwikkelingen) en 7.3.8a (Wonen) geen aandachtspunten beschreven waarmee dit plan in strijd is. Er is sprake van een duurzame nieuwe stedelijke ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied. De ruimtelijke kwaliteit van de locatie en omgeving wordt verbeterd/versterkt. Er is sprake van een passende functie op een passende plek, zoals mede blijkt uit de ladderonderbouwing en de aspecten uit hoofdstuk 4 van deze motivering. Ten aanzien van 7.3.8a Wonen en het aantal sociale huurwoningen kan gesteld worden dat hierover specifieke afspraken tussen de initiatiefnemer en gemeente zijn gemaakt. Dit blok is een deelproject van het Burgemeester Winklerplein.

In artikel 7.47a lid 2 sub b en artikel 4.47b lid 2 sub b van de omgevingsverordening is daarnaast een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen voor een afwijkend aantal sociale huurwoningen indien dit is vastgelegd in een afgestemde regionale woningbouwprogrammering, mede vastgesteld door gedeputeerde staten, in het kader van de regionale behoefte. In dit geval is door gedeputeerde staten het regionaal woningbouwprogramma vastgesteld. In de regionale realisatie agenda wonen van de

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

22

samenwerkende regio's Alblasserwaard, Drechtsteden, Goeree-Overflakkee en Hoeksche waard (https://pzh.notubiz.nl/document/12759282/1) staat dat de 30% geldt per gemeente en het betreft een ingroeimodel. Sliedrecht zit boven de 30% en in dit geval is een andere keuze gemaakt voor een meer gebalanceerde woningvoorraad. In totaal zal de gemeente niet onder de 30% uitkomen. Daarnaast staat de ontwikkeling van Blok B al enkele jaren opgenomen in de planmonitor die de gemeente Sliedrecht deelt met de regio, en die door de regio weer met de provincie wordt gedeeld. Daarnaast is paragraaf 7.3.9 / artikel 7.48 (detailhandel) nog relevant. Artikel 7.48 (detailhandel) 1. Een omgevingsplan voorziet alleen in detailhandel in gebieden: a. binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; c.

binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie.

2. De detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen: a. de ontwikkeling is in overeenstemming met het in bijlage IX, onder C, beschreven ontwikkelings- perspectief voor de daarin opgenomen te consolideren centra, te herpositioneren centra, te optimaliseren centra en de overige centra; b. aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat; c.

voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 4.000 m² bruto-vloeroppervlakte in de binnensteden van Rotterdam en Den Haag of 2.000 m² bruto-vloeroppervlakte in de andere centra, is ook met het oog op de eisen a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.

Het plan voorziet in een beperkte toevoeging van planologische meters aan dagelijkse detailhandel, aansluitend aan het Burgemeester Winklerplein dat beleidsmatig een ‘overig centrum’ is. Een beperkte groei kan daar nodig zijn. Verder blijkt uit de ladderonderbouwing dat er geen onaanvaardbare leegstandseffecten te verwachten zijn. Het opvragen van advies van de Adviesomissie detailhandel is niet nodig, omdat het plan (circa 585 m² bvo) ruim onder de grens van 2.000 m² blijft.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Groeiagenda 2030 (2023)

In de Groeiagenda formuleren de Drechtsteden doelen en ambities tot 2030. De groeiagenda bevat acties voor de korte, middellange en lange termijn. In de Groeiagenda staat het volgende over wonen: De Drechtsteden streven naar een kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving met voldoende werk en voorzieningen. Het woningaanbod is momenteel te eenzijdig en kenmerkt zich door te veel middelmaat. We gaan ons richten op aantrekkelijke woningen in onderscheidende woonmilieus. Hierdoor kunnen we nieuwe doelgroepen, zoals hoger opgeleiden aantrekken en behouden. De regio wil doorgroeien naar meer dan 300.000 inwoners. Hiervoor moeten er veel nieuwe woningen worden gebouwd. Er wordt gestreefd naar een evenwichtigere verdeling van woonsegmenten, duurzame gezonde woongebieden en het transformeren van kwetsbare buurten.

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

23

3.3.2

Drechtsteden Verbindende Gebiedsstrategie – Een agenda voor 2040

Ambitie Drechtsteden De regio Drechtsteden wil groeien. Daarvoor werken overheid, onderwijs en bedrijfsleven samen onder de vlag Smart Delta Drechtsteden en investeren zij gezamenlijk in mensen, innovatie en de economie. De ambitie is om 25.000 woningen te bouwen, 30.000 banen te creeëren en het inwoneraantal te laten groeien naar meer dan 300.000. Groei klinkt interessant, maar brengt ook de nodige uitdagingen met zich mee. Zo komt er extra druk te staan op de infrastructuur en op de arbeidsmarkt. Daarom wordt vanuit Smart Delta Drechtsteden ook ingezet op goede bereikbaarheid over de weg, water en spoor en de regio energieneutraal maken in 2050. Smart Delta Drechtsteden maakt de regio toekomstbestendig samen met haar partners, zoals de Economic Development Board (EDB). In de nota wordt daarnaast het volgende beschreven: Een goed vestingsklimaat voor bedrijven hangt samen met een fijne, hoogwaardige woonomgeving. Een inclusief woongebied om ook de hogeropgeleide te verleiden. Dit houdt in dat het aanbod van recreatie, vrijetijdsbesteding en cultuur goed bereikbaar en zichtbaar is. Een veilige woonomgeving met goede bereikbaarheid naar grote steden zoals Rotterdam. Het rivierenlandschap biedt de regio vele kansen, niet alleen in de maritieme sector, maar ook in het bieden van deze inclusieve, fijne woonomgeving.

In de nota zijn verder enkele transformatieopgaven/-ambities beschreven. Dit plan heeft heir geen invloed op of een relatie mee. Dit plan draagt bij aan de ontwikkeling van Sliedrecht en de ontwikkeling van nieuwe woningen in de kern. 3.3.3

Regionale Energiestrategie (RES) Drechtsteden 1.0

In de RES 1.0 staat hoe en waar we in de regio Drechtsteden zonne- en windenergie willen opwekken. Dat is nodig om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen. We zetten hierbij fors in op zonnepanelen op daken. Maar ook op het besparen van energie. De RES 1.0 is opgesteld door de gemeenten in de Drechtsteden. De schil van het appartementencomplex zal in de basis voorzien worden van hoogwaardige isolatie, isolerende beglazing en daar waar nodig zonwerende beglazing. Samen met een pakket aan installatietechnische maatregelen zoals een gasloos gebouw, aansluiting op het warmtenet van HVC, balansventilatie met WTW en PV panelen, zal dit resulteren in energie zuinig gebouw. Vanzelfsprekend hoort hierbij ook het gebruik van energiezuinige LED-verlichting in de algemene ruimten. Het plaatselijk aanbrengen van de groene daken zorgt voor het opvangen en vertraagd afvoeren van regenwater, het isoleren van een gebouw, het zuiveren van de lucht en het bevorderen van de biodiversiteit. 3.3.4

Woonvisie 2017-2031: Goed wonen in de Drechtsteden (2017)

De woonvisie 2017-2031: Goed wonen in de Drechtsteden (2017) focust zich op de kwaliteit van wonen in de Drechtsteden. Het doel is realiseren van aansprekende woonmilieus en bijzondere woningen waarbij aandacht is voor de toekomstwaarde van bestaande wijken en de kwaliteit en spreiding van de sociale voorraad. Tegelijkertijd moeten de Drechtsteden ook groeien, maar hierbij moet kwaliteit in het oog worden gehouden. In de woonvisie staan onder meer de volgende ambities: •

In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal.

•

Ouderen moeten langer zelfstandig blijven wonen.

In de woonvisie van regio Drechtsteden staat dat de behoefte tot 2031 het grootste is aan eengezinskoopwoningen, gevolgd door meergezinskoopwoningen. Daarnaast bestaat behoefte aan meergezinshuurwoningen. Er is een overschot aan eengezinshuurwoningen. De regio Drechtsteden zet bij nieuwbouw in op koop-

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

24

woningen duurder dan € 300.000,-. Door in te zetten op het duurdere segment wil de regio een meer evenwichtig samengestelde bevolking realiseren. Tegelijkertijd geeft de regio aandacht aan het vasthouden van jongeren en studenten en het aantrekken van nieuwe doelgroepen. Er is in de koopsector vraag naar vijf woonmilieus: •

Centrum stedelijk: historische binnensteden en nieuwe stedelijke centra met een centrale ligging, hoge woondichtheid, een hoog voorzieningenniveau en functiemenging.

•

Suburbaan: goed functionerende, bestaande woonwijken. Grotendeels monofunctioneel, maar wel met kleinschalige wijkgerichte winkelcentra.

•

Groen- en blauw-stedelijk: (villa)wijken in het groen en/of aan het water met veel groen en minder voorzieningen.

•

Dorps: suburbaan woonmilieu met een dorps karakter, ruim en groen van opzet.

•

Landelijk: lage bebouwingsdichtheid in een overwegend groene omgeving binnen de komgrenzen en niet in de aangewezen groengebieden.

Doorwerking projectgebied Het aantal inwoners en huishoudens in de gemeente Sliedrecht en regio Drechtsteden neemt de komende jaren toe. Het aantal huishoudens neemt sterker toe door de kleiner wordende huishoudens. In de gemeente Sliedrecht zijn er in verschillende segmenten tekorten aan woningen. Met de ontwikkeling wordt een nieuw appartementencomplex gerealiseerd met 55 appartementen voor diverse doelgroepen. De ontwikkeling van koopappartementen draagt bij aan de doorstroming op de woningmarkt. Gezinnen of ouderen verlaten hun eengezinswoningen om een appartement te betrekken. 3.3.5

Beleid Waterschap Rivierenland

Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Versnelde afvoer van hemelwater Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat is voor plannen met een toename van verharding compenserende waterberging nodig. Het waterschap bepaalt aan de hand van normbuien hoeveel waterberging nodig is. Er zijn vuistregels vastgesteld voor de benodigde waterberging in ruimtelijke plannen. Bij de keuze van het soort bergingsvoorziening hanteert het waterschap de trits vasthouden-bergen-afvoeren. In aansluiting hierop hanteert het waterschap de volgende voorkeursvolgorde: •

Hemelwater vasthouden door hergebruik of infiltratie;

•

Hemelwater bergen in open water (of droogvallende watergang);

•

Hemelwater bergen in kunstmatige bergingsvoorzieningen (wadi, bassins, kratten, kelders).

TAM-omgevingsplan ontwikkeling Windroos blok B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/1110/documents/14443