CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - watertoets gewijzigd.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 12 mei 2026, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 9: FYS – Wijziging omgevingsplan blok B Burgemeester Winklerplein4.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht

Bijlage 11 Watertoets

420

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

WEGING VAN HET WATERBELANG PROFESSOR LORENTZLAAN, SLIEDRECHT

1

De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht 20250904 18 maart 2026 BRO

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Opdrachtverlening ....................................................................................................................... 4 Aanleiding .................................................................................................................................... 4 Doel ............................................................................................................................................. 4 Betrouwbaarheid.......................................................................................................................... 4

2.

ONDERZOEKSLOCATIE ............................................................................................................... 5

2.1. 2.2.

Locatiegegevens.......................................................................................................................... 5 Ruimtelijk plan of voornemen ...................................................................................................... 5

3.

BELEID WEGING VAN HET WATERBELANG ............................................................................. 7

3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Rijksoverheid ............................................................................................................................... 7 Provinciaal beleid......................................................................................................................... 7 Waterschapsbeleid ...................................................................................................................... 8 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 9

4.

WATERHUISHOUDING ................................................................................................................ 11

4.1. 4.2.

Geohydrologie ........................................................................................................................... 11 Overige aspecten....................................................................................................................... 13

5.

WATERADVIES ............................................................................................................................ 14

5.1. 5.2.

Bevoegd gezag .......................................................................................................................... 14 Dimensionering infiltratie- of bergingsvoorziening ..................................................................... 14

6. 7.

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ...................................................................... 16 SAMENVATTING EN CONCLUSIES ........................................................................................... 17

Bijlagen: 1. Topografische kaart 2. Ontwerpplan

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

3

1.

INLEIDING

1.1.

Opdrachtverlening

Op 10 juni 2025 heeft De Roever Omgevingsadvies B.V te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van BRO voor het uitvoeren van een weging van het waterbelang. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Professor Lorentzlaan te Sliedrecht . Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.

1.2.

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van de weging van het waterbelang wordt gevormd door de beoogde realisatie van een multifunctioneel gebouw voor wonen en commercie.

1.3.

Doel

De weging van het waterbelang heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

1.4.

Betrouwbaarheid

Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. De Roever Omgevingsadvies is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. De Roever Omgevingsadvies bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

4

2.

Onderzoekslocatie

2.1.

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Sliedrecht, sectie I met nummers 5177, 7031 en 8317. Het gehele plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 3.247 m². De locatie is in de huidige situatie grotendeels braakliggend. Onderstaands zijn luchtfotos van de onderzoekslocatie opgenomen.

Figuren 1 en 2 luchtfoto’s onderzoekslocatie (Bron: PDOK)

Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie ligt binnnen de bebouwde kom van Sliedrecht. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door gezinswoningen en een winkelplein. Voormalig gebruik Op historisch topografisch kaartmateriaal is te zien dat op de onderzoekslocatie tot circa 2022 gezinswoningen aanwezig waren. De woonwijken rondom de onderzoekslocatie zijn vanaf de jaren 50’ van de vorige eeuw gerealiseerd.

2.2.

Ruimtelijk plan of voornemen

Initiatiefnemer is voornemens een appartementencomplex met 55 woningen te realiseren met tevens een commerciële ruimte van 585 m2 BVO.

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

5

Figuur 3: Ontwerptekening (Bron: Maas & Nienhuis civiel adviesbureau BV)

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Het half verhard oppervlak is voor 50% gerekend als verhard oppervlak. Voor de tuinen bij de toekomstige woningen is een verhardingspercentage van 70% gehanteerd Tabel 1 verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie

Bebouwing Tuinen bij woningen Verharding Parkeerplaatsen Halfverhard Tuinen en groen Totaal verhard Totaal plangebied

Huidig m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

480

1.197 102 * 0,70 = 71 581 80 995 / 2 = 498 284 2.536 3.137

50 0 0 2.507 530 3.137

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 1.897 m2. Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

6

3.

Beleid weging van het waterbelang

3.1.

Rijksoverheid

Omgevingswet Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De procedure is onder dit nieuwe wetgevingsstelsel onveranderd gebleven. Zo moeten gemeenten bij de totstandkoming van het omgevingsplan, de opvolger van het bestemmingsplan, rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De opvattingen van de waterbeheerder moeten daarbij worden betrokken De Omgevingswet vervangt onder andere de Waterwet – één van de 26 wetten die in de Omgevingswet is opgegaan. De oude Waterwet bevatte veel normen die rechtstreeks voortvloeien uit Europese richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en Drinkwaterrichtlijn. De bepalingen ter implementatie van deze richtlijnen zijn grotendeels ongewijzigd in de Omgevingswet opgenomen, omdat Nederland zich moet houden aan de Europese verplichtingen. In paragraaf 5.1.3. van het Besluit kwaliteit leefomgeving is het borgen van het beheer van het watersysteem vastgelegd voor omgevingsplannen. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer.

Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen.

3.2.

Provinciaal beleid

Provincie Zuid-Holland heeft een convenant klimaatadaptief bouwen opgesteld, met de uitgangspunten om te bouwen op een manier die past bij de veranderende klimaatomstandigheden. In dit convenant zijn concretere eisen voor o.a. hemelwaterberging opgenomen. Hierin is de keuze gemaakt dat nieuwbouw en herinrichtingsprojecten minimaal 30 mm hemelwater op eigen terrein moeten bergen. Dit valt samen met de toetsing van het waterschap (voor de benodigde waterberging om wateroverlast na een regenbui te Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

7

voorkomen) waarbij de check wordt gedaan of voldoende compenserende maatregelen in het ontwerp zijn opgenomen.

3.3.

Waterschapsbeleid

Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Versnelde afvoer van hemelwater Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat is voor plannen met een toename van verharding compenserende waterberging nodig. Het waterschap bepaalt aan de hand van normbuien hoeveel waterberging nodig is. Er zijn vuistregels vastgesteld voor de benodigde waterberging in ruimtelijke plannen. Bij de keuze van het soort bergingsvoorziening hanteert het waterschap de trits vasthoudenbergenafvoeren.

In aansluiting hierop hanteert het waterschap de volgende voorkeursvolgorde: • Hemelwater vasthouden door hergebruik of infiltratie; • Hemelwater bergen in open water (of droogvallende watergang); • Hemelwater bergen in kunstmatige bergingsvoorzieningen (wadi, bassins, kratten, kelders). Waterberging in open water Bij waterberging in open water bedraagt de waterberging technisch gezien de ruimte tussen het zomerwaterpeil in de sloot en de bovenzijde van de oever (zie figuur 3.1). Voor plannen met een toename aan verharding kan de vuistregel van 436 m³ per hectare verharding worden gebruikt bij bui T=10+10% en 664 m³ bij bui T=100+10%. De maatgevende afvoer bedraagt 1,5 l/s/ha. Bij een bui T=10+10% mag het waterpeil in principe maximaal 0,30 meter stijgen. In het gebied Alblasserwaard en Vijfheerenlanden geldt voor die situatie een maximaal toelaatbare peilstijging van 0,20 meter vanwege de beperkte drooglegging in het gebied. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen (T= 100+10%) mag het waterpeil stijgen tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau.

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

8

Figuur 4: Voorbeeld waterberging in oppervlaktewater

Waterberging in kunstmatige bergingsvoorziening In sommige situaties kan waterbergingscompensatie niet plaats vinden in de vorm van open water. Indien het realiseren van open water niet mogelijk is kan hemelwater worden geborgen in een alternatieve kunstmatige bergingsvoorziening. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen (T= 100+10%) mag het waterpeil stijgen tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau. De ledigingstijd van het systeem bedraagt maximaal 48 uur. Rekening houden met grondwater en kwel De grondwaterstand wordt mede bepaald door de drooglegging van een plangebied. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het zomerwaterpeil in de sloot ligt. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter.

3.4.

Gemeentelijk beleid

De gemeente Sliedrecht heeft in het Water- en rioleringsprogramma Sliedrecht 2024 – 2028 beschreven hoe er binnen de gemeente omgegaan dient te worden met hemelwater. In dit programma staat dat de gemeente de verplichting heeft om afvloeiend hemelwater in te zamelen en te verwerken, zolang een perceeleigenaar dat redelijkerwijs niet zelf kan. Schoonhouden – Scheiden – Zuiveren Hemelwater is relatief schoon water en dient zo schoon mogelijk te worden gehouden. De gemeente zamelt hemelwater bij voorkeur gescheiden in van huishoudelijk of bedrijfsafvalwater. Wanneer een gemengd rioolstelsel aan vervanging toe is, wordt dit vervangen door een gescheiden rioolstelsel. Het hemelwater wordt vervolgens afgevoerd naar bergings- en infiltratievoorzieningen of naar oppervlaktewater. Om verontreiniging te voorkomen, streeft de gemeente ernaar zo min mogelijk uitlogende materialen toe te passen, zoals lood en zink. Indien hemelwater afkomstig is van verontreinigde oppervlakken, worden passende maatregelen getroffen voordat het water wordt geïnfiltreerd of geloosd op oppervlaktewater. Op deze wijze wordt een negatief effect op de (grond)water- en bodemkwaliteit zoveel mogelijk beperkt. Indien deze maatregelen niet haalbaar of doelmatig zijn, wordt het hemelwater afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Vasthouden – Bergen – Afvoeren

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

9

Voor de verwerking van hemelwater hanteert de gemeente de trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’. Deze werkwijze geldt zowel voor de openbare ruimte als voor particulier terrein. Hemelwater wordt zoveel mogelijk verwerkt in het gebied waar het valt, met als doel het verminderen van wateroverlast in omliggende gebieden en het bijdragen aan het vasthouden van water ter voorkoming van droogte. De verwerkingsvolgorde is als volgt: 1. Vasthouden en verwerken op het eigen terrein 2. Bovengronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of groenvoorzieningen 3. Ondergronds afvoeren via een hemelwaterstelsel naar lokaal oppervlaktewater of groen Indien bovenstaande opties niet mogelijk zijn, wordt het hemelwater afgevoerd naar de RWZI, samen met huishoudelijk en bedrijfsafvalwater. Buiten de bebouwde kom wordt van perceeleigenaren verwacht dat zij het hemelwater dat op hun eigen terrein valt, zelf verwerken. Dit geldt eveneens voor buitendijkse gebieden langs de rivier en voor grotere percelen. In deze gebieden is doorgaans voldoende ruimte beschikbaar om hemelwater lokaal te verwerken of af te voeren naar oppervlaktewater. Aansluiting van hemelwater op de drukriolering is niet toegestaan. Dimensionering van voorzieningen De gemeente treft voorzieningen om overlast en schade door hemelwater te voorkomen.

In bestaand stedelijk gebied zijn hemelwatervoorzieningen (of gemengde riolering) in het verleden doorgaans gedimensioneerd op basis van bui 08 uit de Kennisbank Stedelijk Water (19,8 mm/uur). In nieuwe situaties worden voorzieningen gedimensioneerd op bui 09 (29,4 mm/uur) en wordt de bovengrond zodanig ingericht dat ook een bui 10 (35,7 mm/uur) geen overlast of schade veroorzaakt. Hinder – Overlast – Schade Hoewel voorzieningen worden afgestemd op de verwachte neerslaghoeveelheden, kunnen er zich altijd zwaardere buien voordoen dan waarvoor de voorzieningen zijn ontworpen. Dit kan leiden tot hinder, overlast of schade door water. Met name op laaggelegen locaties, zoals bij woningen met een vloerpeil onder het straatniveau, is het risico op waterophoping en schade groter. In gevallen van hinder worden geen aanvullende maatregelen genomen. Water op straat zal in toenemende mate voorkomen en wordt beschouwd als een acceptabel gevolg van extreme neerslag. Om overlast zoveel mogelijk te beperken, worden – waar dit mogelijk en doelmatig is – structurele verbetermaatregelen getroffen.

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

10

4.

Waterhuishouding

Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Weging van het waterbelang ontwikkeld. In het kader van het toetsingsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.

4.1.

Geohydrologie

Globale hoogteligging De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van -1,0 m +NAP. Er zijn geen noemenswaardige hoogteverschillen aanwezig op- of in de omgeving van het plangebied.

Figuur 4. Hoogteligging onderzoekslocatie (bron: Ahn)

Regionale bodemopbouw De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Vanaf maaiveld tot circa 12,5 m-mv is een complexe eenheid aanwezig, hoodfzakelijk bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Onder de deklaag tot circa 22 m-mv bevindt zich eveneens een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen. (Formatie van Kreftenheye). Daaronder tot 33 m-mv bevindt zich een kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei (formatie van Sterksel)

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

11

Geohydrologie Naar opgave van de provincie Zuid-Holland ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied of boringsvrije zone. Kwel/infiltratie Uit de klimaateffectatlas valt op te maken dat het plangebied is gelegen in een gebied waar zowel kwel als infiltratie voorkomt.

Figuur 5. Kwel/infiltratiekaart (bron: Ahn)

Oppervlaktewater in de omgeving Uit de vastgestelde leggerkaart van waterschap Rivierenland blijkt er in de directe omgeving van het plangbebied geen watergangen zijn gelegen die zijn opgenomen in de legger.

Figuur 6. Leggerkaart waterschap (bron: waterschap Hollandse Delta)

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

12

Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Sliedrecht. Hemelwater dat op planlocatie valt, zal voornamelijk infiltreren via de onverharde terreindelen. Bij hevige regenval zal een deel afwateren via de gemeentelijke riolering. Gemiddelde grondwaterstand De GHG en GLG is vastgesteld op basis van een actuele grondwatermonitoring op zeer korte afstand van de onderzoekslocatie. De grondwatermonitoring is terug te vinden in de BRO-gegevens op Dinoloket.nl. Tabel 2: Overzicht grondwaterpeilput Grondwaterpeilput Afstand en windrichting GMW000000073234 10 meter (Z)

Meetperiode 03-03-2023 / 01-08-2025

Maaiveldniveau (m+ NAP) -0.86

GLG (m+ NAP)

GHG (m + NAP)

-1,7

- 1,1

Uit de meetgegevens valt op te maken dat de GHG zich hoogstens enkele centimeters onder het maaiveld bevindt. Gezien het plangebied in de huidige situatie gedeeltelijk verhard is, ligt het niet in de lijn der verwachting dat de ontwikkeling gevolgen heeft voor het lokale grondwaterniveau.

4.2.

Overige aspecten

Afvalwater Bij nieuwbouw en herontwikkelingen in Sliedrecht wordt gemengde riolering vervangen door gescheiden rioolsystemen. In dit plangebied ligt al een gescheiden stelsel: vuilwater en hemelwater (nadat er een deel vastgehouden en wordt geborgen op eigen terrein) moeten dan ook gescheiden verwerkt, getransporteerd en aangeboden worden. De ontwikkelaar zal een berekening maken van de te verwachten hoeveelheid afvalwaters aan de hand van inwonersequivalenten. kosten van eventuele aanpassingen aan de gemeentelijke riolering als gevolg van deze ontwikkeling zijn voor de initiatiefnemer. De gebruiksfunctie van de commerciële ruimte wordt nog uitgewerkt en te zijner tijd betrokken in de vuilwaterberekening Peilgebied De onderzoekslocatie is gelegen in peilgebied NDW019 (Alblasserwaard) waar een vast waterpeil van –1,92 mNAP wordt gehanteerd.

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

13

5.

Wateradvies

5.1.

Bevoegd gezag

Volgens het beleid van Waterschap Rivierenland en de gemeente Sliedrecht dient in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.

5.2.

Dimensionering infiltratie- of bergingsvoorziening

De weging van het waterbelang wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkeling van de onderzoekslocatie. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 4 verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie

Bebouwing Tuinen bij woningen Verharding Parkeerplaatsen Halfverhard groen Totaal verhard Totaal plangebied

Huidig m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

480

1.197 102 * 0,70 = 71 581 80 995 / 2 = 498 292 2.427 3.247

50 0 0 2.717 530 3.247

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 1.897 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie dient 414 m2 nieuw wateroppervlak gerealiseerd te worden, uitgaande van een T=10 bui (436 m³/ha) met een maximale peilstijging van 0.2 m (1.897 x 0,0436 / 0,2 = 414 m2). Deze vuistregel is alleen van toepassing als de nieuw aan te leggen waterberging wordt uitgevoerd in de vorm van open water. Voor watercompensatie in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi’s of ondergrondse infiltratiekratten, geldt als vuistregel dat er 664 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. In overleg met de gemeente is besloten dat het voldoen aan de bergingsopgave als voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen in de regels van het TAM omgevingsplan. De uiteindelijke oplossingsrichting wordt uitgewerkt in samenspraak met Waterschap Rivierenland.

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

14

Het plangebied is centraal gelegen in een verstedelijkt gebied zonder oppervlaktewater in de directe omgeving. Het huidige ontwerpplan biedt slechts beperkte ruimte voor de aanleg van nieuw open water. De hoge grondwaterstand en de lokale kweldruk zorgen ervoor dat ondergrondse voorzieningen, zoals infiltratiekratten of lavastenen, weinig effect zullen hebben. Voor de verwerking van hemelwater blijven derhalve de volgende opties over: − Groene daken: indien sprake is van platte daken, deze zoveel mogelijk als groendak uitvoeren, eventueel in combinatie met gevelbegroeiing. − Buitenplanse berging: de bergingsopgave buiten het plangebied en bovenstrooms compenseren. Hiervoor zal grond van derden moeten worden aangekocht. − Aansluiting op hemelwaterriool: het afvoeren van hemelwater via het aanwezige hemelwaterriool, Hiervoor is goedkeuring vereist van de bevoegde gezagen. Hemelwater mag niet aangesloten worden op het vuilwaterstelsel. Om een ontwateringsdiepte te bereiken van 0,7 m zal het plangebied circa 0,5 meter moeten worden opgehoogd. Ten gevolge van het ophogen mag geen wateroverlast ontstaan ter plaatse van de aangrenzende percelen.

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

15

6.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.

het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming).

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

16

7.

Samenvatting en conclusies

Op 10 juni 2025 heeft De Roever Omgevingsadvies B.V te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van BRO voor het uitvoeren van een weging van het waterbelang. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Professor Lorentzlaan te Sliedrecht . Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Sliedrecht, sectie I met nummers 5177, 7031 en 8317. Het gehele plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 3.247 m². De locatie is in de huidige situatie grotendeels braakliggend. Weging van het waterbelang Initiatiefnemer is voornemens een appartementencomplex met 55 woningen te realiseren met tevens een commerciële ruimte van 585 m2 BVO. De ontwikkeling op de locatie heeft tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 1.897 m2. Ter plaatse van de onderzoekslocatie dient 414 m2 nieuw wateroppervlak gerealiseerd te worden, uitgaande van een T=10 bui (436 m³/ha) met een maximale peilstijging van 0.2 m (1.897 x 0,0436 / 0,2 = 414 m2). Deze vuistregel is alleen van toepassing als de nieuw aan te leggen waterberging wordt uitgevoerd in de vorm van open water. Voor watercompensatie in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi’s of ondergrondse infiltratiekratten, geldt als vuistregel dat er 664 m3 waterberging nodig is per hectare verharding.

In overleg met de gemeente is besloten dat het voldoen aan de bergingsopgave als voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen in de regels van het TAM omgevingsplan. De uiteindelijke oplossingsrichting wordt uitgewerkt in samenspraak met Waterschap Rivierenland. Het plangebied is centraal gelegen in een verstedelijkt gebied zonder oppervlaktewater in de directe omgeving. Het huidige ontwerpplan biedt slechts beperkte ruimte voor de aanleg van nieuw open water. De hoge grondwaterstand en de lokale kweldruk zorgen ervoor dat ondergrondse voorzieningen, zoals infiltratiekratten of lavastenen, weinig effect zullen hebben. Voor de verwerking van hemelwater blijven derhalve de volgende opties over: − Groene daken: indien sprake is van platte daken, deze zoveel mogelijk als groendak uitvoeren, eventueel in combinatie met gevelbegroeiing. − Buitenplanse berging: de bergingsopgave buiten het plangebied en bovenstrooms compenseren. Hiervoor zal grond van derden moeten worden aangekocht. − Aansluiting op hemelwaterriool: het afvoeren van hemelwater via het aanwezige hemelwaterriool, Hiervoor is goedkeuring vereist van de bevoegde gezagen. Hemelwater mag niet aangesloten worden op het vuilwaterstelsel.

Weging van het waterbelang, Professor Lorentzlaan te Sliedrecht Datum: 10 januari 2025 ; Referentie: 20250904

17

Bijlagen

Bijlage 1

Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht

Ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

I 5155

I 5155

16-16A

16-16A

37

37

I 5163

I 5163 39

I 5937

20

4

2

I 5 16 5

I 5 16 5

4

20

2

I 5937

39

18-18A

I 5164

I 5938

I 5164

I 5938

18-18A

41

41

I 5936

I 5936

DRPL -0.62

DRPL -0.59

DRPL -0.62

DRPL -0.59

CHRISTIAAN HUYGENSSTRAAT

CHRISTIAAN HUYGENSSTRAAT

WATERBALANS

OUD

NIEUW

Bebouwd oppervlak

480 m2

1.197 m2

Tuinen

0 m2

102 m2*0,70 = 71 m2

Wegen oppervlak

0 m2

471 m2

Halfverharding oppervlak (inritten en parkeervakken)

0 m2

995 m2*0,50 = 498 m2

Trottoir oppervlak

50 m2

110 m2

Braakliggend / groen

2638 m2

292 m2

Totaal verhard oppervlak

530 m2

2.429 m2 1.899 m2

Toename verhard oppervlak Gedempt oppervlak

0 m2

Te compenseren oppervlak

1.899 m2

0 m2

Water oppervlak

0 m2

Toename verhard oppervlak

1.899 m2 (voldoet niet) 126 m3

13

13

Te compenseren

LEGENDA

I 7031

UP

I 7031

Perceelsgrens Projectgrens

OUDE SITUATIE

PROF. LORENTZLAAN

DRPL -0.51

DRPL -0.51

PROF. LORENTZLAAN

Werkgrens

Bebouwing (480 m2)

Braakliggend terrein (2.527 m2)

Trottoir oppervlak (50 m2) I 8317

I 8317

NIEUWE SITUATIE Bebouwing (1.197 m2) I 5177

I 5177

Wegen oppervlak (471 m2)

Trottoir oppervlak (110 m2)

Half open bestrating (995 m2)

Tuinen (102 m2)

DRPL -0.43

DRPL -0.43

Groen (182 m2) I 7506

I 7506

0

2

4

6

8m

MATEN IN METERS TENZIJ ANDERS VERMELD HOOGTEMATEN IN METERS TEN OPZICHTE VAN N.A.P. MATERIALEN IN MILLIMETERS TENZIJ ANDERS VERMELD

1.0 Versie

ANTONY VAN LEEUWENHOEKSTRAAT

DRPL -0.61

DRPL -0.61

ANTONY VAN LEEUWENHOEKSTRAAT

17-03-2026

Basistekening

D. van der Woude

A. Paans

Datum

Omschrijving

Getekend

Gezien

Paraaf

Paraaf

:tcejorP

SLIEDRECHT - WINDROOS : ledreO dn

WATERBALANS

OVERZICHT NIEUWE SITUATIE

SCHAAL 1:200

SCHAAL 1:200

DRPL -0.59

DRPL -0.60

DRPL -0.59

DRPL -0.60

OVERZICHT BESTAANDE SITUATIE

m u:tD a

:m taroF

17-03-2026

594x1260mm

:esaF

DO Opdrachtgever: ABB Ontwikkeling Stationspark 1000 3364 DA Sliedrecht Contactpersoon: dhr C. Bevers Telefoonnummer:

: lahcS

:raP

:dneketG e

1:200

D. van der Woude

:sutatS

:eisreV

DEFINITIEF 1.0

:raP

:neizG e

A. Paans

m un:gm nreinekeT

25-619-02-TEK-DO-00

Maas

& Nienhuis civieladviesbureau

Grotenoord 5 3341 LT Hendrik Ido Ambacht @ : info@maasennienhuis.nl : 078 - 69 161 31 : http: www.maasennienhuis.nl : 078 - 69 163 60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/1110/documents/14442