Bijlage 6 - Subsidiebeleid Sociaal gemeente Sliedrecht 2017-2020.pdf
Tekst van het document
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
Status: DEFINITIEF (vastgesteld oor de gemeenteraad) Datum: 20 juni 2017
Voorwoord “Iedereen kan meedoen in Sliedrecht” Als gemeente hebben we een effectief instrument in handen om op gewenste resultaten te sturen: het verstrekken van subsidies. Onlangs hebben wij ons subsidiebeleid onder de loep genomen en ons afgevraagd of we met het huidige beleid de gewenste impact realiseren. Deze vraag is des te relevanter aangezien we steeds meer moeten doen met minder middelen. De conclusie was dat het subsidiebeleid doelmatiger en efficiënter kan; in deze notitie hebben wij uitgewerkt hoe wij dat gaan organiseren. Inmiddels hebben we de contouren van het nieuwe beleid gepresenteerd aan onze subsidiënten. Sliedrecht kent van oudsher een hechte gemeenschap, die wij graag zo veel mogelijk ruimte willen geven om verder te ontwikkelen, dit doen wij door in te zetten op een goede sociale infrastructuur. Dat is de pijler waarop het vernieuwde subsidiebeleid berust. De nieuwe wijze van subsidiëren past goed in deze tijd: duidelijk, transparant en efficiënt. Passend bij een samenleving waarin burgers zelf opties voor zichzelf creëren en nieuwe initiatieven starten. Deze trend juich ik van harte toe, ik geloof in de eigen kracht van de inwoners van Sliedrecht en vertrouw er tegelijkertijd op dat we oog hebben voor elkaar. Iedere Sliedrechter moet immers gebruik kunnen maken van de voorzieningen.
In ons subsidiebeleid gaan wij in op de voorzieningen die er voor iedere Sliedrechter zijn. Tevens hebben wij specifieke aandacht voor twee groepen Sliedrechters: de jongste inwoners van Sliedrecht en de meest kwetsbare inwoners. Sliedrechtse jongeren zijn immers de toekomst, we willen hen vanaf een jonge leeftijd uitdagen om het optimale uit zichzelf te halen. Daarnaast is het belangrijk om solidariteit te tonen met de meest kwetsbare groepen in onze gemeenschap, zij moeten toegang behouden tot de begeleiding en zorg die zij nodig hebben. Op deze wijze zorgen wij ervoor dat alle inwoners van Sliedrecht kunnen meedoen aan het maatschappelijk leven.
Hanny Visser-Schlieker Wethouder Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet | volksgezondheid en (jeugd)welzijn
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding
4
2. Maatschappelijke effecten en doelstellingen
5
2.1. Sociale visie 2.2. Maatschappelijke effecten en doelstellingen
5 5
2.2.1. Alle inwoners 2.2.2. Jongeren 2.2.3. Kwetsbare groepen 2.3. Subsidiebeleidsregels
8
3. Sturingsprincipe
9
4. IAP en indirecte subsidies
10
5. Algemene subsidiekaders
11
6. Evaluatie
12
Bijlage 1: Verplichte beleidsindicatoren conform BBV Bijlage 2: Aanvullende prestatie-indicatoren per doelstelling
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
3
1. Inleiding Maatschappelijke, demografische en economische ontwikkelingen maken dat gemeenten de komende jaren voor extra uitdagingen staan. Als gevolg van de toenemende vergrijzing zal zich een stijging in de zorgvraag en -kosten voordoen. De drie decentralisaties hebben naast taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden ook een bezuinigingsopgave met zich meegebracht. Bovengenoemde ontwikkelingen zorgen voor een andere verhouding tussen overheid en burger. Eén waar eigen kracht van de inwoner centraal staat en de overheid veelal een tijdelijke regie en/of faciliterende rol heeft. Eén van de instrumenten die de gemeente heeft om regie te voeren en de burger waar nodig te ondersteunen, is het verstrekken van subsidies. In het onderzoeksrapport 'Kop of Munt: samenhang tussen subsidiebeleid en maatschappelijke doelen?' uit 2015 is een beeld geschetst van hoe subsidieverstrekking in Sliedrecht verloopt: "Het Sliedrechtse subsidiebeleid is gebaseerd op algemeen geformuleerde maatschappelijke doelen en is niet vertaald naar meetbare doelstellingen en indicatoren. Gevolg hiervan is onder andere dat het subsidiebeleid in haar uitvoering niet efficiënt is: veel en relatief kleine subsidiebedragen.
Tevens is daardoor niet transparant welke bijdrage de maatschappelijke organisaties middels de toegekende subsidies leveren aan de realisatie van de maatschappelijke doelen." Daarin willen we verandering. De gemeente heeft de ambitie om, ondanks teruglopende middelen, met de subsidies het gewenste effect te bereiken en de subsidies daarbij zo efficiënt mogelijk in te zetten. Daarbij moet een verschuiving plaatsvinden van 'controleren en beheersen' naar 'loslaten en vertrouwen.' Van het afrekenen van bijvoorbeeld de bibliotheek op openingsuren naar met elkaar werken aan het realiseren van maatschappelijke doelen. Verenigingen en stichtingen krijgen meer verantwoordelijkheid, de gemeente neemt een meer ondersteunende rol in. Het onderzoeksrapport 'Kop of Munt' gaf aanbevelingen over het meer sturen op subsidies. Het gaat om de volgende aanbevelingen: 1. Herdefinieer maatschappelijke doelen waar nodig. 2. Vertaal de maatschappelijke doelen naar meetbare doelstellingen en indicatoren. 3. Betrek het maatschappelijk middenveld vanuit hun expertrol bij doelstellingen en indicatoren. Bovenstaande ontwikkelingen zijn aanleiding voor deze nota. Nieuw subsidiebeleid biedt kansen om subsidies gerichter in te zetten, waarbij rekening wordt gehouden met de recente (maatschappelijke) ontwikkelingen.
Anders dan voorheen vaak het geval was, is het de bedoeling om bij subsidies verder te kijken dan alleen het verlenen van een geldbedrag. Het maatschappelijk effect en de vraag die er is wordt leidend bij het verlenen van de subsidie. De 'Sociale Visie Gemeente Sliedrecht 2016-2020' en daarop aansluitende beleidsdocumenten zoals die van de Wmo en het jeugdwelzijn biedt hiervoor veel input. Samen vormen zij het fundament waarop we kunnen bouwen.
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
4
2. Maatschappelijke effecten en doelstellingen 2.1. Sociale visie De Sociale Visie 2016-2020 is de paraplu voor het beleid van de komende jaren op het brede sociale en welzijnsterrein en is daarmee hét document waaruit de gewenste maatschappelijke effecten en doelstellingen bij subsidieverstrekking kunnen worden gedestilleerd. De Sociale Visie is:
"Inwoners in de gemeente Sliedrecht doen naar vermogen mee en leveren een bijdrage aan de samenleving. We willen dat zij zelfredzaam zijn en de regie over hun leven nemen. Voor mensen die hiertoe (tijdelijk) niet in staat zijn, wordt ondersteuning en hulp gezocht en geboden. Kinderen en jongeren zijn in hun eerste levensfase gekoppeld aan de naaste omgeving waarin zij opgroeien. Om hen maximale kansen te bieden, om in de toekomst de regie en zelfredzaamheid over hun eigen leven te nemen, investeren wij in onze jeugd door hen mogelijkheden te bieden om zichzelf optimaal te ontwikkelen." Om deze visie te realiseren investeren we de komende jaren met onze inwoners en partners in een sterke sociale infrastructuur voor Sliedrecht. 2.2. Gewenste maatschappelijke effecten en doelstellingen Bovenstaande is in de Sociale Visie al vertaald naar een aantal maatschappelijke effecten waarop onder andere met het verstrekken van subsidies kan worden gestuurd. Deze maatschappelijke effecten zijn, conform de aanbeveling uit 'Kop of Munt', geherdefinieerd om ze toepasbaar te maken voor het subsidiebeleid. Ze zijn tevens onderverdeeld naar de drie doelgroepen uit het Subsidiebeleid sociaal van december 2016: alle inwoners, jongeren en kwetsbare groepen:
Alle inwoners: 1. Onze inwoners zijn zelfredzaam door het benutten van de eigen kracht en de kracht van hun sociale netwerk. 2. Onze inwoners ontmoeten elkaar in de wijk en betekenen iets voor elkaar en voor de wijk. 3. Vrijwilligers(organisaties) en inwonerinitiatieven weten zich, waar nodig, door de gemeente gefaciliteerd en gestimuleerd.
Jongeren: 4. Iedere jongere kan in Sliedrecht zijn of haar plek vinden. Een veilige plek waar talenten zich kunnen ontwikkelen, er ruimte is voor ontspanning en een plek die bijdraagt aan gezondheid.
Kwetsbare groepen: 5. Onze ouderen doen nog mee in de samenleving en zijn zo lang mogelijk zelfredzaam. 6. Onze inwoners met een lichte of zwaardere lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking kunnen meedoen in onze samenleving. 7. Statushouders hebben een volwaardige plek in de samenleving, waarin zij zoveel als mogelijk zelfredzaam zijn en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer in het dorp. 8. Mantelzorgers kunnen hun taak – met plezier – volhouden en raken niet overbelast. Elk gewenst maatschappelijke effect is uitgewerkt in een aantal concretere meetbare doelstellingen voor de kortere termijn (2020). Daarvoor is onder andere geput uit de diverse beleidsdocumenten zoals de Sociale Visie 2016-2020, het Jeugdwelzijnsbeleid 2016-2020 en het Wmo-beleidsplan Sliedrecht 2015-2018. Per doelstelling zijn prestatie-indicatoren bepaald om te kunnen volgen in hoeverre de doelstellingen worden gerealiseerd (zie bijlage 2 bij dit document). Deze zijn aanvullend op de reeds verplichte beleidsindicatoren uit het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). Deze zijn in bijlage 1 bij dit document opgenomen. Hierna volgen de geherdefinieerde maatschappelijke effecten, uitgewerkt in doelstellingen.
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
5
2.2.1. Alle inwoners Gewenst maatschappelijk effect
1. Onze inwoners zijn zelfredzaam door het benutten van de eigen kracht en de kracht van hun sociale netwerk. Doelstellingen (2020) A. Onze inwoners zijn in staat bij een ondersteuningsvraag hun eigen verantwoordelijkheid te nemen door familie, vrienden en buurtgenoten in te schakelen. B. De ondersteuning van professionals is zo kort en eenvoudig mogelijk en zo zwaar als nodig. C. De ondersteuning van professionals is gericht op ontwikkeling en/of versterking van eigen kracht en mogelijkheden in de sociale omgeving.
Gewenst maatschappelijk effect
2. Onze inwoners ontmoeten elkaar in de wijk en betekenen iets voor elkaar en voor de wijk. Doelstellingen (2020) A. In elke wijk in Sliedrecht organiseren inwoners straat-, buurt of wijkactiviteiten. B. Inwoners, vrijwilligers en professionals werken samen in de buurt en in de wijk. C. Onze inwoners voelen zich zo weinig mogelijk eenzaam.
Gewenst maatschappelijk effect
3. Vrijwilligers(organisaties) en inwonerinitiatieven weten zich, waar nodig, door de gemeente gefaciliteerd en gestimuleerd. Doelstellingen (2020) A. Het aanbod aan vrijwilligerstaken sluit aan op de behoeften van zowel oudere als jongere vrijwilligers. B. Bestaande vrijwilligers en nieuwe vrijwilligers kunnen hun deskundigheid bevorderen. C. Er is een goede relatie en behulpzame samenwerking tussen vrijwilligers en professionals en tussen vrijwilligersorganisaties onderling. D. Inwoners en organisaties ervaren ruimte vanuit de gemeente voor hun initiatief zonder dat de gemeente het overneemt en/of dicht regelt.
2.2.2. Jongeren Gewenst maatschappelijk effect
4. Iedere jongere kan in Sliedrecht zijn of haar plek vinden. Een veilige plek waar talenten zich kunnen ontwikkelen, er ruimte is voor ontspanning en een plek die bijdraagt aan gezondheid. Doelstellingen (2020) - bron: jeugdwelzijnsbeleid 2016-2020 A. Meer jongeren hebben een plek op de educatielijn B. Meer jongeren kennen een zinvolle vrijetijdsbesteding, als zijnde meedoen C. Jongeren hebben een vertrouwde omgeving D. Jongeren zijn zich bewust van gevaren en omgang met nieuwe media E. Er is minder overlast van jeugd en criminaliteit onder jeugd F. Meer jongeren bewegen G. Het gebruik van alcohol en drugs onder jongeren is verminderd H. Er zijn activiteiten en evenementen op maat voor jongeren I. Het aanbod van activiteiten binnen Sliedrecht is bij jongeren bekend J. Er staan meer jongeren ingeschreven bij Woonkeus
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
6
2.2.3. Kwetsbare groepen Gewenst maatschappelijk effect
5. Onze ouderen doen nog mee in de samenleving en zijn zo lang mogelijk zelfredzaam. Doelstellingen (2020) A. Ouderen hebben nog volop sociale contacten in hun directe omgeving en vereenzamen niet. B. Ouderen leveren nog een bijdrage aan de (lokale) samenleving, als zij dat willen. C. Ouderen kunnen zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen.
Gewenst maatschappelijk effect
6. Onze inwoners met een lichte of zwaardere lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking kunnen meedoen in onze samenleving. Doelstellingen (2020) A. Inwoners met een beperking kunnen gebruik maken van de (sociaal) culturele en sportvoorzieningen in ons dorp. B. Er is een goede match tussen participatieplekken en inwoners met een loonwaarde onder de 50%. C. Verenigingen en stichtingen dragen bij aan de participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld via SROI).
Gewenst maatschappelijk effect
7. Statushouders hebben een volwaardige plek in de samenleving, waarin zij zoveel als mogelijk zelfredzaam zijn en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer in het dorp. Doelstellingen (2020) A. Statushouders kunnen zich goed verstaanbaar maken en kunnen een gesprek volgen. B. Statushouders volgen een opleiding en/of hebben een betaalde baan of vrijwilligersfunctie. C. Statushouders hebben sociale contacten en zijn maatschappelijk betrokken. D. Statushouders hebben hun geldzaken (budgetbeheer, bankzaken) op orde.
Gewenst maatschappelijk effect
8. Mantelzorgers kunnen hun taak – met plezier – volhouden en raken niet overbelast. Doelstellingen (2020) A. Het aantal overbelaste mantelzorgers is niet toegenomen. B. Het aanbod aan mantelzorgondersteuning is bij zoveel mogelijk mantelzorgers bekend. C. Het aanbod aan mantelzorgondersteuning sluit goed aan bij de behoeften van mantelzorgers. D. Mantelzorgers voelen zich door de overheid én de samenleving gewaardeerd voor het werk dat zij doen.
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
7
2.3. Subsidiebeleidsregels Het college heeft op grond van artikel 4 van de Algemene subsidieverordening Sliedrecht 2017 de bevoegdheid bij nadere regeling (subsidiebeleidsregels) vast te stellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald op welke doelgroepen deze activiteiten zijn gericht, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Ook kan de wijze van verantwoording van de subsidie hierin worden uitgewerkt. Het college wil de komende periode de stap van activiteitgericht subsidiëren naar prestatiegericht subsidiëren maken. Dat wil zeggen dat de gemeente de maatschappelijke effecten en doelstellingen (het "wat") bepaalt en dat vervolgens nadrukkelijk samen met verenigingen en instellingen –de 'experts'– wordt besproken op welke manier (met welke prestaties) deze gerealiseerd kunnen worden (het "hoe"). Hierover worden vervolgens bij de subsidieverlening afspraken gemaakt en vastgelegd in de subsidiebeschikking. In de subsidiebeleidsregels wordt op hoofdlijnen vastgelegd wat voor soort prestaties subsidiabel zijn, hoe het bijbehorende subsidiebedrag wordt bepaald en hoe de verantwoording plaats moet vinden. De subsidiebeleidsregels zijn dus een verdere vertaling naar de dagelijkse subsidiepraktijk van de maatschappelijke effecten en doelstellingen uit dit hoofdstuk.
De juiste volgorde is dan ook dat het college de subsidiebeleidsregels na vaststelling van dit Subsidiebeleid Sociaal vaststelt.
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
8
3. Sturingsprincipe Subsidie verstrekken is geen doel op zich. Het is een instrument om als gemeente maatschappelijke effecten en doelen te realiseren. In het vorige hoofdstuk zijn de maatschappelijke effecten en doelstellingen benoemd. Maar hoe sturen we nu op de realisatie hiervan? Dit Subsidiebeleid Sociaal is een 'scharnier' tussen het inhoudelijke beleid (de Sociale Visie, Wmobeleid, jeugdwelzijnsbeleid etcetera) en de Planning & Controlcyclus. Dit subsidiebeleid is daarmee geen sturingsdocument an sich. De Sociale Visie is in dit subsidiebeleid uitgewerkt in meetbare doelstellingen voor een periode van vier jaar. De realisatie van de doelstellingen is voor de gemeenteraad en het college echter pas goed te volgen als er prestatie-indicatoren en getallen aan gehangen worden en gedurende een langere periode naast elkaar worden gezet. Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven zijn er twee soorten indicatoren. De verplichte beleidsindicatoren conform het BBV komen elk jaar terug in de begroting en jaarrekening en zijn daarmee onderdeel van de P&C-cyclus. De aanvullende prestatie-indicatoren per doelstelling komen in het najaar van 2018 terug in de tussenevaluatie van het subsidiebeleid. Daar worden de cijfers van dat moment afgezet tegen die van het voorjaar van 2017 zodat de focus en prioriteiten voor 2019 zo nodig nog kunnen worden bijgesteld.
Dit alles levert in 2020 dan input op voor de evaluatie van het Subsidiebeleid Sociaal 2017-2020 en de Sociale Visie 2016-2020 en daarmee voor een eventuele nieuwe visie en nieuw subsidiebeleid voor de periode daarna. Deze hele cyclus begint dan weer opnieuw. Bovenstaande ziet er schematisch als volgt uit:
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
9
4. IAP en indirecte subsidies In het IAP is als uitgangspunt opgenomen dat gemeentelijk vastgoed marktconform wordt verhuurd zodat er geen indirecte subsidie meer is. Dit uitgangspunt kan financiële consequenties hebben voor verenigingen en instellingen die van de gemeente huren, zeker als er sprake is van een substantiële indirecte subsidie. In het IAP wordt een overzicht van indirecte subsidies opgenomen. De volgende verenigingen en stichtingen huren (een deel van) een gemeentelijk vastgoedobject (niet zijnde een sporthal) en krijgen tegelijkertijd ook subsidie:
Merwe RTV Bibliotheek Stichting Welzijnswerk Sliedrecht Genealogische Vereniging "De Stamboom" Participe Stichting Open Jeugdwerk Sliedrecht Humanitas - Home Start Stichting Sociaal Team Sliedrecht Speel-o-theek De Knuffelbeer SKC Merwede ABC Trimclub SLTC VV Sliedrecht
Wat betreft lopende huurcontracten kan niet tussentijds de huur worden verhoogd. Bestaande afspraken in huurovereenkomsten dienen te worden gerespecteerd. Inzet is om in nieuwe huurcontracten een marktconforme huurprijs vast te leggen. Wanneer een marktconforme huurprijs bij gebruikers van gemeentelijk vastgoed tot problemen in de exploitatie leidt, kan bij het verstrekken van subsidie per geval worden afgewogen of en zo ja in hoeverre compensatie dient plaats te vinden door het verstrekken van een hogere subsidie.
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
10
5. Algemene subsidiekaders Om efficiënt, effectief en transparant te subsidiëren, moeten er vastgestelde kaders zijn. Het wettelijke kader voor het proces van subsidieverstrekking, de Algemene subsidieverordening Sliedrecht 2017, is in december 2016 door de gemeenteraad vastgesteld en per 1 januari 2017 in werking getreden. De gemeenteraad heeft met de vaststelling van de vorige versie van het Subsidiebeleid Sociaal al een aantal algemene inhoudelijke kaders meegegeven. Deze kaders hebben als doel de kosten en inzet van de gemeente in verhouding te laten staan tot de bijdrage die subsidiënten aan de maatschappelijke doelen en doelstellingen leveren. We handhaven deze kaders en werken ze verder uit in de subsidiebeleidsregels:
De gemeente subsidieert enkel activiteiten die aansluiten bij de maatschappelijke doelen en doelstellingen zoals in dit document geschetst; De activiteiten moeten een meerwaarde hebben voor de sociale infrastructuur in Sliedrecht; Subsidies worden alleen verstrekt voor het uitvoeren van activiteiten; Er worden alleen activiteiten gesubsidieerd die gericht zijn op de inwoners van Sliedrecht; Er worden alleen activiteiten gesubsidieerd die vrij en openbaar toegankelijk zijn; Er wordt pas subsidie verstrekt als het subsidiebedrag, berekend op basis van de subsidiegrondslagen, meer dan € 500,- bedraagt; Er worden prestatieafspraken gemaakt met de subsidiënten; Het systeem van subsidieverlening en verantwoording moet objectief en eenvoudig zijn, met minimale administratieve lasten voor zowel gemeente als verenigingen. Er wordt gewerkt met twee typen subsidies: de structurele prestatiesubsidie en de eenmalige activiteitensubsidie.
Een structurele prestatiesubsidie is een subsidie aan professionele organisaties, instellingen en verenigingen werkzaam op het terrein van maatschappelijk welzijn. Deze zijn doorgaans van een aanzienlijke omvang. Een prestatiesubsidie wordt aan de hand van prestatieafspraken verstrekt. Er wordt gestuurd op maatschappelijke effecten op de lange termijn. Hierbij vertrouwen wij op de professionaliteit van de organisaties waar wij afspraken mee maken. De prestaties worden gemonitord aan de hand van tussentijdse rapportages en jaarlijkse gesprekken die wij voeren met subsidiënten. De eenmalige activiteitensubsidie is bedoeld om gerichte steun te bieden aan organisaties die een eenmalige activiteit organiseren om het gemeenschapsgevoel in Sliedrecht te vergroten. Het gaat hier bijvoorbeeld om religieuze instellingen, vrijwilligersorganisaties en (sport)verenigingen, maar ook natuurlijke personen. Indien zij een extra inspanning doen om hun positie te versterken of de kwaliteit van hun activiteitenaanbod te verhogen, kunnen zij in aanmerking komen voor extra ondersteuning in de vorm van een activiteitensubsidie. Activiteitensubsidies worden verleend voor activiteiten die aansluiten bij thema’s van het collegeprogramma en kunnen een looptijd van meerdere jaren bestrijken.
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
11
6. Evaluatie In het najaar van 2018 vindt een tussenevaluatie van dit Subsidiebeleid Sociaal plaats. Het wordt vervolgens in 2020 als geheel geëvalueerd. Doel van deze evaluatie is te onderzoeken in welke mate de nieuwe wijze van subsidieverlening effectief is bij het realiseren van de maatschappelijke doelen en doelstellingen. Deze evaluatie valt dan samen met de evaluatie van de inhoudelijke basis onder dit subsidiebeleid –de Sociale Visie 2016-2020– en biedt daarmee input voor beleid voor een volgende periode.
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
12
Bijlage 1: Verplichte beleidsindicatoren conform BBV Alle gemeenten moeten sinds dit jaar een aantal verplichte beleidsindicatoren in de begroting en jaarrekening opnemen. Voor het sociaal domein zijn dit er twaalf stuks: 1.
Banen
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar
2.
Jongeren met een delict voor de rechter
% 12 t/m 21 jarigen
3.
Kinderen in uitkeringsgezin
% kinderen tot 18 jaar
4.
Netto arbeidsparticipatie
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking
5.
Achterstandsleerlingen
% 4 t/m 12 jarigen
6.
Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen
7.
Personen met een bijstandsuitkering
Aantal per 10.000 inwoners
8.
Lopende re-integratievoorzieningen
Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar
9.
Jongeren met jeugdhulp
% van alle jongeren tot 18 jaar
10.
Jongeren met jeugdbescherming
% van alle jongeren tot 18 jaar
11.
Jongeren met jeugdreclassering
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
12.
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
Aantal per 10.000 inwoners
Deze twaalf staan al in de Sliedrechtse begroting 2017 en zijn daarmee onderdeel van de P&C-cyclus. Het staat gemeenten vrij aan de verplichte set ook andere indicatoren toe te voegen.
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
13
Bijlage 2: Aanvullende prestatie-indicatoren per doelstelling Aanvullend op de verplichte beleidsindicatoren conform het BBV zijn per doelstelling uit dit subsidiebeleid tal van mogelijke indicatoren op te noemen. Om het geheel overzichtelijk en werkbaar te houden is hieronder gekozen voor één of maximaal twee indicatoren per doelstelling waarvan bekend is dat daar getallen van beschikbaar zijn of die eenvoudig te meten zijn. Deze prestatieindicatoren komen in het najaar van 2018 terug in de tussenevaluatie van het subsidiebeleid. De cijfers van het najaar 2018 worden in deze tussenevaluatie naast de cijfers van het voorjaar 2017 gezet. Dit biedt de raad de mogelijkheid de focus voor 2019 waar nodig te verleggen. De cijfers van 2017 worden de komende periode bij wijze van 'nulmeting' op een rijtje gezet. De cijfers worden ontleend aan diverse bronnen zoals www.waarstaatjegemeente.nl, de Jeugdgezondheids- en Volwassenmonitors van de Dienst Gezondheid & Jeugd, de 3D Monitor van het Onderzoekcentrum Drechtsteden en de vragenlijst Meedoen in Sliedrecht. 1. Onze inwoners zijn zelfredzaam door het benutten van de eigen kracht en de kracht van hun sociale netwerk. Doelstellingen (2020)
Indicatoren
A. Onze inwoners zijn in staat bij een ondersteuningsvraag hun eigen verantwoordelijkheid te nemen door familie, vrienden en buurtgenoten in te schakelen.
- Het aantal inwoners dat iemand kent die hem/haar kan helpen bij een ondersteuningsvraag
B. De ondersteuning van professionals is zo kort en eenvoudig mogelijk.
- De lengte van ondersteuningstrajecten door professionals
C. De ondersteuning van professionals is gericht op ontwikkeling en/of versterking van eigen kracht en mogelijkheden in de sociale omgeving.
- De mate waarin en wijze waarop Sociale Netwerk Versterking door professionals is toegepast
2. Onze inwoners ontmoeten elkaar in de wijk en betekenen iets voor elkaar en voor de wijk. Doelstellingen (2020)
Indicatoren
A. In elke wijk in Sliedrecht organiseren inwoners straat-, buurt of wijkactiviteiten.
- Het aantal straten en wijken dat meedoet aan landelijke activiteiten zoals Nationale Burendag en NL Doet
B. Inwoners, vrijwilligers en professionals werken samen in de buurt en in de wijk.
- Het aanbod aan georganiseerde activiteiten op wijkniveau
C. Onze inwoners voelen zich zo weinig mogelijk eenzaam.
- Het aantal inwoners dat zich matig of ernstig eenzaam voelt
3. Vrijwilligers(organisaties) en inwonerinitiatieven weten zich, waar nodig, door de gemeente gefaciliteerd en gestimuleerd. Doelstellingen (2020)
Indicatoren
A. Het aanbod aan vrijwilligerstaken sluit aan op de behoeften van zowel oudere als jongere vrijwilligers.
- Het aantal en de leeftijd van vrijwilligers die door het Vrijwilligerspunt succesvol is bemiddeld
B. Bestaande vrijwilligers en nieuwe vrijwilligers kunnen hun deskundigheid bevorderen.
- Het aantal cursussen, workshops e.d. dat door het Vrijwilligerspunt is georganiseerd
C. Er is een goede relatie en behulpzame samenwerking tussen vrijwilligers en professionals en tussen vrijwilligersorganisaties onderling.
- Het aantal vrijwilligersorganisaties dat zich voor informatie en advies bij het Vrijwilligerspunt heeft gemeld
D. Inwoners en organisaties ervaren ruimte vanuit de gemeente voor hun initiatief zonder dat de gemeente het overneemt en/of dicht regelt.
- Het aantal initiatieven uit het dorp waar sprake is van overheidsparticipatie
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
14
4. Iedere jongere kan in Sliedrecht zijn of haar plek vinden. Een veilige plek waar talenten zich kunnen ontwikkelen, er ruimte is voor ontspanning en een plek die bijdraagt aan gezondheid. Doelstellingen (2020)
Indicatoren - bron: jeugdwelzijnsbeleid 2016-2020 1
A. Meer jongeren hebben een plek op de educatielijn
- Het aantal kinderen dat deelneemt aan VVE - Het aantal vroegtijdig schoolverlaters
B. Meer jongeren kennen een zinvolle vrijetijdsbesteding, als zijnde meedoen
- Het aantal contacten dat heeft deelgenomen aan activiteiten van het jongerenwerk
C. Jongeren hebben een vertrouwde omgeving
- Het aantal meldingen huiselijk geweld
D. Jongeren zijn zich bewust van gevaren en omgang met nieuwe media
- Het aantal ouders die zijn bereikt met voorlichting vanuit scholen door de Dienst Gezondheid & Jeugd
E. Er is minder overlast van jeugd en criminaliteit onder jeugd
- Het aantal meldingen van jeugdoverlast - Het aantal jongeren dat in aanmerking komt met het Openbaar Ministerie
F. Meer jongeren bewegen
- Het aantal jeugdleden bij zowel sport- als culturele verenigingen - Het aantal contactmomenten die de combinatiefunctionaris Sport bereikt
G. Het gebruik van alcohol en drugs onder jongeren is verminderd
- Het aantal jongeren van 12 tot 15 jaar dat alcohol en/of drugs heeft gebruikt 2
H. Er zijn activiteiten en evenementen op maat voor jongeren
- Het aantal geregistreerde initiatieven vanuit jongeren
I. Het aanbod van activiteiten binnen Sliedrecht is bij jongeren bekend
- Het aantal downloads van de sport en cultuur app
J. Er staan meer jongeren ingeschreven bij Woonkeus
- Het aantal inschrijvingen van jongeren bij Woonkeus
5. Onze ouderen doen nog mee in de samenleving en zijn zo lang mogelijk zelfredzaam. Doelstellingen (2020)
Indicatoren
A. Ouderen hebben nog volop sociale contacten in hun directe omgeving en vereenzamen niet.
- Het percentage 65-plussers dat actief lid is van een vereniging - Het aantal 65-plussers dat zich matig of ernstig eenzaam voelt
B. Ouderen leveren nog een bijdrage aan de (lokale) samenleving, als zij dat willen.
- Het aantal vrijwilligers van 75 jaar en ouder
C. Ouderen kunnen zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen.
- Het aantal verstrekte Blijversleningen - Het aantal aan 65-plussers toegekende woningaanpassingen (Wmo)
1
In het Jeugdwelzijnsbeleid zijn nog meer indicatoren opgenomen dan in deze tabel zijn vermeld. Deze komen terug in de tussentijdse evaluatie van het Jeugdwelzijnsbeleid. 2 In de monitoring van het Preventie- en Handhavingsbeleid alcohol en drugs wordt dit verder gespecificeerd
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
15
6. Onze inwoners met een lichte of zwaardere lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking kunnen meedoen in onze samenleving. Doelstellingen (2020)
Indicatoren
A. Inwoners met een beperking kunnen gebruik maken van de (sociaal) culturele en sportvoorzieningen in ons dorp.
- Het aantal inwoners met een beperking dat lid is van een (sport)vereniging
B. Er is een goede match tussen participatieplekken en inwoners met een loonwaarde onder de 50%.
- Het aantal mensen met minder dan 50% verdiencapaciteit dat bij een vereniging of stichting actief is als beroepskracht of vrijwilliger
C. Verenigingen en stichtingen dragen bij aan de participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld via SROI).
- Het aantal verenigingen en stichtingen met een significante subsidie (> € 100.000) dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt inzet in hun organisatie
7. Statushouders hebben een volwaardige plek in de samenleving, waarin zij zoveel als mogelijk zelfredzaam zijn en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer in het dorp. Doelstellingen (2020)
Indicatoren
A. Statushouders kunnen zich goed verstaanbaar maken en kunnen een gesprek volgen.
- Het aantal statushouders dat een taalcursus heeft afgerond
B. Statushouders volgen een opleiding en/of hebben een betaalde baan of vrijwilligersfunctie.
- Het aantal statushouders met een betaalde baan - Het aantal statushouders dat als vrijwilliger actief is
C. Statushouders hebben sociale contacten en zijn maatschappelijk betrokken.
- Het aantal statushouders dat lid is van een (sport)vereniging
D. Statushouders hebben hun geldzaken (budgetbeheer, bankzaken) op orde.
- Het aantal statushouders dat is geïndiceerd voor schuldhulpverlening - Het aantal statushouders dat gebruik maakt van de Voedselbank
8. Mantelzorgers kunnen hun taak – met plezier – volhouden en raken niet overbelast. Doelstellingen (2020)
Indicatoren
A. Het aantal overbelaste mantelzorgers is niet toegenomen.
- Het aantal mantelzorgers dat zich overbelast voelt door het combineren van mantelzorgtaken met gebruikelijke dagelijkse activiteiten
B. Het aanbod aan mantelzorgondersteuning is bij zoveel mogelijk mantelzorgers bekend.
- Het aantal mantelzorgers dat het Mantelzorgpunt kent - Het aantal mantelzorgers dat de mogelijkheden van respijtzorg kent
C. Het aanbod aan mantelzorgondersteuning sluit goed aan bij de behoeften van mantelzorgers.
- Het aantal mantelzorgers dat gebruik maakt van mantelzorgondersteuning
D. Mantelzorgers voelen zich door de overheid én de samenleving gewaardeerd voor het werk dat zij doen.
- De waardering van mantelzorgers voor het mantelzorgcompliment
Subsidiebeleid Sociaal Gemeente Sliedrecht 2017-2020
16