Bijlage 5 Was-wordt tabel Huisvestingsverordening Sliedrecht 2023.pdf
Tekst van het document
Was/wordt tabel Concept Huisvestingsverordening 2023 regionale afstemming. Zuiver technische aanpassingen, waaronder omnummeringen, aan de verordening zijn in dit overzicht niet meegenomen. Versie: Sliedrecht
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
Toelichting
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
Definities toegevoegd / gewijzigd:
a. berging: een van buiten de woning toegankelijke, afsluitbare, regenwerende bergruimte met een vloeroppervlakte van minimaal 5 m2 bij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. Deze berging dient op eigen erf en indien mogelijk inpandig te zijn gerealiseerd; b. Basis Registratie Personen: de basisregistratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; c. buitenruimte: een direct vanuit de woning te betreden tuin, balkon of (dak)terras per woning met een grond-/vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,5 m; d. calamiteit: een van binnen of van buiten komend onheil, dat onvoorzienbaar is en niet door verwijtbaar handelen van de bewoner(s) is veroorzaakt; e. datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van woonruimte aan de nieuwe eigenaar; f. DG&J: het openbaar lichaam Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid; g. GO: gebruiksoppervlakte op basis van de meetinstructie NEN 2580. Hierbij worden meegeteld de gebruiksoppervlakte wonen, overige inpandige ruimten en gebouwgebonden buitenruimte; h. het college: het college van burgemeester en wethouders; i. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; j.
huishoudinkomen: huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; k. huisvestingsprofiel: de omschrijving van het type huisvesting waarvoor een woningzoekende met een voorrangsverklaring in aanmerking komt;
a. berging: een van buiten de woning toegankelijke, afsluitbare, regenwerende bergruimte met een vloeroppervlakte van minimaal 5 m2 bij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. Deze berging dient op eigen erf en indien mogelijk inpandig te zijn gerealiseerd; b. Basis Registratie Personen: de basisregistratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet Basisregistratie Personen; c. Beschermde woonruimte: in artikel 3.1.1 aangewezen goedkope of middeldure woonruimte d. (wet) Bibop: wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; e. buitenruimte: een direct vanuit de woning te betreden tuin, balkon of (dak)terras per woning met een grond-/vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,5 m; f. calamiteit: een van binnen of van buiten komend onheil, dat onvoorzienbaar is en niet door verwijtbaar handelen van de bewoner(s) is veroorzaakt; g. datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van woonruimte aan de nieuwe eigenaar; h. DG&J: het openbaar lichaam Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid; i. GO: gebruiksoppervlakte op basis van de meetinstructie NEN 2580. Dit is de optelsom van het 'gebruiksoppervlak met een woonfunctie' en het 'gebruiksoppervlak met overige gebruiksfuncties' (bijvoorbeeld bergingen).
Buitenruimten, zoals tuinen, balkons en (dak)terrassen tellen hierbij niet mee; j. het college: het college van burgemeester en wethouders;
Pagina 1 van 12
• Beschermde woonruimte • (wet) Bibop, • GO • inkomen • Mantelzorg (conform Wmo) • Prestatieafspraken • Vergunninghouder (uit Huisvestingswet 2014) • Zelfstandige woning Definitie verwijderd: • woonprofiel
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
l.
k.
huisvestingsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014; m. ingezetene: degene die volgens de inschrijving in de Basis Registratie Personen woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte; n. inkomensgrens: de maximale inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; o. inwoning: het bewonen van een deel van een woonruimte, die door een ander huishouden – tevens eigenaar - als hoofdbewoner in gebruik is; p. lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen: lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen van door de gemeente gecontracteerde aanbieders die ondersteuning leveren met een verblijfscomponent waarvan de cliënten op basis van art. 2.1.11 in aanmerking kunnen komen voor voorrang; q. maatschappelijke binding: er is sprake van maatschappelijke binding als de aanvrager ten minste drie jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de regio; r. mantelzorg: zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1. eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; s. meergezinswoning: elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt.
Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze laatsten zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur; t. niet-commerciële doeleinden: doeleinden zonder winstoogmerk; u. omzetten van woonruimte: het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21 lid 1 onderdeel c van de Huisvestingswet 2014; v. onttrekking: het onttrekken van woonruimte als bedoeld in artikel 21, onderdeel a van de Huisvestingswet 2014; w. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet; x. onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; y. PUV (Platform Uitvoering Voorrangsregeling): overlegorgaan voor toedeling van voorrangskandidaten aan woningcorporaties. In het PUV zijn vertegenwoordigd: de woningcorporaties, de ambtenaar die door het college gemandateerd kan worden te beslissen op aanvragen voor
huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; l. huishoudinkomen: huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; m. huisvestingsprofiel: de omschrijving van het type huisvesting waarvoor een woningzoekende met een voorrangsverklaring in aanmerking komt; n. huisvestingsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014; o. inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in Artikel 1, onder i van de Wet op de huurtoeslag; p. ingezetene: degene die volgens de inschrijving in de Basis Registratie Personen woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte; q. inkomensgrens: de maximale inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; r. inwoning: het bewonen van een deel van een woonruimte, die door een ander huishouden – tevens eigenaar - als hoofdbewoner in gebruik is; s. lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen: lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen van door de gemeente gecontracteerde aanbieders die ondersteuning leveren met een verblijfscomponent. t.
maatschappelijke binding: er is sprake van maatschappelijke binding als de aanvrager ten minste drie jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de regio; u. mantelzorg: zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1. eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; v. meergezinswoning: elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur; w. niet-commerciële doeleinden: doeleinden zonder winstoogmerk; x. omzetten van woonruimte: het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21 lid 1 onderdeel c van de Huisvestingswet 2014; y. onttrekking: het onttrekken van woonruimte als bedoeld in artikel 21, onderdeel a van de Huisvestingswet 2014; z. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014;
Pagina 2 van 12
Toelichting
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
voorrang, de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid Holland Zuid / Specialistisch Team Wonen (DG&J Specialistisch Team Wonen) en de Sociale Dienst Drechtsteden; z. regio: gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; aa. register van woningzoekenden: gegevens van woningzoekenden zoals vastgelegd door de woningcorporaties in de Drechtsteden; bb. samenvoeging: samenvoegen van woonruimtes als bedoeld in artikel 21 lid 1 onderdeel b van de Huisvestingswet 2014; cc. splitsingsvergunning: de vergunning om een gebouw als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet te splitsen in appartementsrechten; dd. standplaats: het daaromtrent in artikel 1 lid f van de Huisvestingswet bepaalde; ee. verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de Huisvestingswet 2014; ff. voorrangsverklaring: verklaring op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte; gg. woningcorporatie: een toegelaten instelling, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die sociale huurwoningen exploiteert; hh. woningvorming: het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21 lid 1 onderdeel d van de Huisvestingswet 2014; ii.
woningzoekende volwassene (18 jaar en ouder) in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfstitel, die is ingeschreven in het register van woningzoekenden; jj. woonprofiel: het woonprofiel geeft aan welke woonruimte voor de aanvraag passend wordt geacht; kk. woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub l van de Huisvestingswet bepaalde; ll. woonruimtevoorraad: gebouwen of delen van gebouwen die op enig moment bestemd zijn voor bewoning zonder dat hiervoor afgeweken hoeft te worden van het bestemmingsplan / omgevingsplan; mm. woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats, in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;
aa. onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; bb. prestatieafspraken: prestatieafspraken: afspraken als bedoeld in artikel 42 van de Woningwet over de wijze waarop de in de gemeente werkzame woningcorporaties een bijdrage leveren aan de gemeentelijke woonvisie; cc. PUV (Platform Uitvoering Voorrangsregeling): overlegorgaan voor toedeling van voorrangskandidaten aan woningcorporaties. In het PUV zijn vertegenwoordigd: de woningcorporaties, de ambtenaar die door het college gemandateerd kan worden te beslissen op aanvragen voor voorrang, de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid Holland Zuid / Specialistisch Team Wonen (DG&J Specialistisch Team Wonen) en de Sociale Dienst Drechtsteden; dd. regio: gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; ee. register van woningzoekenden: gegevens van woningzoekenden zoals vastgelegd door de woningcorporaties in de Drechtsteden; ff. samenvoeging: samenvoegen van woonruimtes als bedoeld in artikel 21 lid 1 onderdeel b van de Huisvestingswet 2014; gg. splitsingsvergunning: de vergunning om een gebouw als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet te splitsen in appartementsrechten; hh.
standplaats: het daaromtrent in artikel 1 lid f van de Huisvestingswet bepaalde; ii. vergunninghouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000 jj. verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de Huisvestingswet 2014; kk. voorrangsverklaring: verklaring op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte; ll. woningcorporatie: een toegelaten instelling, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die sociale huurwoningen exploiteert en werkzaam is in één of meer gemeenten in de regio; mm. woningvorming: het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21 lid 1 onderdeel d van de Huisvestingswet 2014;
Pagina 3 van 12
Toelichting
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
nn. WOZ-waarde: waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken en geldend op de datum van inschrijving.
nn. woningzoekende volwassene (18 jaar en ouder) in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfstitel, die is ingeschreven in het register van woningzoekenden; oo. woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub l van de Huisvestingswet bepaalde; pp. woonruimtevoorraad: gebouwen of delen van gebouwen die op enig moment bestemd zijn voor bewoning zonder dat hiervoor afgeweken hoeft te worden van het bestemmingsplan / omgevingsplan; qq. woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats, in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; rr. WOZ-waarde: waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken en geldend op de datum van inschrijving; ss. Zelfstandige woning: woning zoals omschreven in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 2.1.1 Voorrangsverklaring
Artikel 2.1.1 Voorrangsverklaring
1. Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking komt voor de toewijzing van een woonruimte.
1. Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking komt voor de toewijzing van een woonruimte.
2. Tot de in lid 1 genoemde categorieën woningzoekende behoren: a. woningzoekenden met een medische indicatie; b. woningzoekenden met een mantelzorg indicatie; c. woningzoekenden met een sociale indicatie; d. daklozen als gevolg van een calamiteit; e. personen die een opvang- of begeleidingsinstelling moeten verlaten; f. vergunninghouders die een verblijfsvergunning hebben ontvangen als bedoeld in artikel 8, onder a, b, c of d van de Vreemdelingenwet 2000; g. huishoudens die als gevolg van een sloop- of herstructureringsplan hun woning moeten verlaten; h. huishoudens die een zeer schaarse sociale huurwoning achterlaten.
2. Tot de in lid 1 genoemde categorieën woningzoekenden behoren: a. woningzoekenden met een medische indicatie; b. woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen; c. woningzoekenden met een sociale indicatie; d. daklozen als gevolg van een calamiteit; e. personen die een opvang- of begeleidingsinstelling moeten verlaten; f. vergunninghouders die een verblijfsvergunning hebben ontvangen als bedoeld in artikel 8, onder a, b, c of d van de Vreemdelingenwet 2000; g. huishoudens die als gevolg van een sloop- of herstructureringsplan hun woning moeten verlaten; h. huishoudens die een zeer schaarse sociale huurwoning achterlaten.
Pagina 4 van 12
Toelichting
Art. 7:234 BW: Onder zelfstandige woning wordt verstaan de woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning. Mantelzorgindicatie als term bestaat niet
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
3. Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in lid 1 mandateren aan de voorzitter van het PUV.
3. Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in lid 1 mandateren aan de voorzitter van het PUV.
Artikel 2.1.2 Toegang tot de voorrangsregeling
Artikel 2.1.2 Toegang tot de voorrangsregeling
Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken indien voldaan worde aan de volgende voorwaarden:
Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
1. Voor een voorrangsregeling komen in aanmerking de woningzoekenden die:
Toelichting
Enkele grammaticale wijzigingen aangebracht.
1. Voor een voorrangsregeling komen in aanmerking de woningzoekenden die:
a.
een inkomen hebben onder de inkomensgrens met uitzondering van de categorie woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a indien sprake is van een WMO-indicatie op medische basis, f en g en b. maatschappelijk binding hebben, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b, f en g en c. beschikken over zelfstandige woonruimte in de regio, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b en f. Voor woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder e geldt dat zij vóór hun opname in een instelling over zelfstandige woonruimte in de regio hebben beschikt met uitzondering van jongeren tot 27 jaar of indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie leidt;
a. een inkomen hebben onder de inkomensgrens met uitzondering van de categorie woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a indien sprake is van een Wmo indicatie op medische basis, f en g en: b. maatschappelijk binding hebben, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b, f en g, en c. beschikken over zelfstandige woonruimte in de regio, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b en f. Voor woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder e geldt dat zij vóór hun opname in een instelling over zelfstandige woonruimte in de regio hebben beschikt met uitzondering van jongeren tot 27 jaar of indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie leidt;
2. Voor de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a en c geldt dat aanvrager aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om een oplossing te vinden voor zijn huisvestingsprobleem
2. Voor de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a en c geldt dat de woningzoekende aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om een oplossing te vinden voor zijn huisvestingsprobleem.
Artikel 2.1.3 Aanvragen van een voorrangsverklaring
Artikel 2.1.3 Aanvragen van een voorrangsverklaring
1. Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij het college, via een daartoe door het college beschikbaar te stellen aanvraagformulier. 2. De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is verplicht het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier volledig in te vullen en alle daarin gevraagde bewijsstukken te overleggen.
1. Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij het college, via een daartoe door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier. 2. De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is verplicht het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier volledig in te vullen en alle daarin gevraagde bewijsstukken te overleggen.
Artikel 2.1.4 Beoordeling van aanvraag voorrangsverklaring Bij de beoordeling van de aanvraag voor een voorrangsverklaring kan het college zich laten adviseren door een door het college aan te wijzen instantie.
Artikel 2.1.4 Beoordeling van een aanvraag voorrangsverklaring Bij de beoordeling van een aanvraag voor een voorrangsverklaring kan het college zich laten adviseren door een door het college aan te wijzen instantie.
Pagina 5 van 12
Enkele grammaticale wijzigingen aangebracht.
Enkele grammaticale wijzigingen aangebracht.
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
Toelichting
Artikel 2.1.5 Weigeringsgronden voorrangsverklaring De voorrangsverklaring wordt geweigerd in de volgende gevallen:
Artikel 2.1.5 Weigeringsgronden voorrangsverklaring De aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt geweigerd in de volgende gevallen:
Duidelijker en consistent gebruik van het begrip ‘woningzoekende' door de gehele verordening.
a. de woningzoekende heeft op grond van artikel 2.1.1 van de verordening geen toegang tot de voorrangsregeling; b. de aanleiding om voorrang bij de woningtoewijzing te vragen, is door eigen handelen veroorzaakt en was voorzienbaar. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt in situaties waarin sprake is van een verstandelijke stoornis of beperking; c. de woningzoekende wordt in staat geacht het huisvestingsprobleem zelf op te lossen; d. de aanvrager wordt in staat geacht zonder voorrang binnen een redelijke termijn aan geschikte woonruimte te komen. e. de aanvrager heeft in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, om dezelfde reden, al een aanvraag ingediend f. de aanvrager woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11; g. de aanvrager is inwonend; h. de aanvrager heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1; i. de woningzoekende heeft na het ontstaan van de noodsituatie die de aanleiding vormt voor de urgentieaanvraag een sociale huurwoning geweigerd.
a. de woningzoekende heeft op grond van artikel 2.1.1 van de verordening geen toegang tot de voorrangsregeling: b. de aanleiding om voorrang bij de woningtoewijzing te vragen, is door eigen handelen veroorzaakt en was voorzienbaar. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt in situaties waarin sprake is van een verstandelijke stoornis of beperking; c. de woningzoekende wordt in staat geacht het huisvestingsprobleem zelf op te lossen d. de woningzoekende wordt in staat geacht om zonder voorrang en binnen een redelijke termijn aan een passende woning te komen. e. de woningzoekende heeft in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, om dezelfde reden, al een aanvraag ingediend; f. de woningzoekende woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11; g. De woningzoekende is inwonend; h. de woningzoekende heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11; i. de woningzoekende heeft na het ontstaan van het huisvestingsprobleem dat de aanleiding vormt voor de aanvraag van een voorrangsverklaring een aanbod van een sociale huurwoning geweigerd.
Artikel 2.1.6 Eigen initiatieven
Artikel 2.1.6 Eigen initiatieven
1. Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om daar een oplossing voor te vinden. De aanvrager dient daarvoor: a. aan te tonen dat hij gedurende acht achtereenvolgende weken zonder resultaat meegedongen heeft naar iedere woning die via de woonruimteverdelingssystemen in de regio is aangeboden, voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem, of b. aan te tonen dat gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij zijn omstandigheden passend woningaanbod is geweest.
1. Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om daar een oplossing voor te vinden. De woningzoekende dient daarvoor: a. aan te tonen dat hij gedurende acht achtereenvolgende weken zonder resultaat meegedongen heeft naar iedere woning die via de woonruimteverdelingssystemen in de regio is aangeboden, voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem, of b. aan te tonen dat gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij zijn omstandigheden passend woningaanbod is geweest.
Pagina 6 van 12
Consistent gebruik ‘woningzoekende’.
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
2. Afwijking van het bepaalde in het vorige lid is mogelijk, indien de aanvrager aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn.
2. Afwijking van het bepaalde in het vorige lid is mogelijk, indien de woningzoekende aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn.
Artikel 2.1.7 Voorrangsgronden: Medische indicatie
Artikel 2.1.7 Voorrangsgrond: medische indicatie
1. De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt op medische indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een medisch probleem heeft waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is. 2. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van medische aard wordt voor gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV. 3. Het PUV kan zich op medisch terrein laten adviseren door een medische adviesbureau of door de DG&J. 4. De aanvrager komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op medische indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een medisch probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel.
1. De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op medische indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een medisch probleem heeft waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is. 2. Een aanvraag om voorrang bij woningtoewijzing van medische aard kan voor gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV. 3. Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een medisch adviesbureau. 4. De woningzoekende komt niet in aanmerking voor voorrang op grond van medische indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een medisch probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel.
Artikel 2.1.8 Voorrangsgronden: Mantelzorg indicatie
Artikel 2.1.8 Voorrangsgrond: mantelzorg 1. De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op grond van mantelzorg in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien: a. hij aantoont dat hij in Dordrecht zorg gaat verlenen aan of ontvangen van een naaste gedurende meer dan 8 uur per week, en b. de reistijd in verband met de te verlenen of te ontvangen mantelzorg meer dan 2 uur per dag is. 2. Een aanvraag om voorrang in verband met het verlenen of ontvangen van mantelzorg kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV. 3. Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een aangewezen medisch adviesbureau.
Consistent gebruik ‘woningzoekende’.
Artikel 2.1.9 Voorrangsgronden: sociale indicatie
Artikel 2.1.9 Voorrangsgrond: sociale indicatie
Consistent gebruik ‘woningzoekende’.
1. De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een probleem heeft van sociale en/of maatschappelijke aard dat past binnen de criteria genoemd in lid 5 onder a, b of c van dit artikel en waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is. 2. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van sociale en/of maatschappelijke aard wordt voor een gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV.
1. De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een probleem heeft van sociale en/of maatschappelijke aard dat past binnen de criteria genoemd in lid 5 onder a, b of c van dit artikel en waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is. 2. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van sociale en/of maatschappelijke aard kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV.
1. De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt voor mantelzorgindicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien: a. hij aannemelijk maakt dat hij in Dordrecht zorg gaat verlenen aan of ontvangen van een naaste gedurende meer dan 8 uur per week, en b. de reistijd in verband met de te verlenen mantelzorg meer dan 2 uur per dag is. 2. Een aanvraag om voorrang in verband met het verlenen van mantelzorg wordt voor een gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV. 3. Het PUV kan zich op medisch terrein laten adviseren door het aangewezen medisch adviesbureau of door de DG&J.
Pagina 7 van 12
Toelichting
Consistent gebruik ‘woningzoekende’.
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
3. Het PUV kan zich laten adviseren door de DG&J. 4. De aanvrager komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een sociaal en/of maatschappelijk probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel. 5. Voorrangscriteria sociale indicatie:
3. Het college kan zich laten adviseren door de DG&J. 4. De woningzoekende komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een sociaal en/of maatschappelijk probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel. 5. Voorrangscriteria sociale indicatie:
Voorrangscriterium a. leefbaarheid
Voorrangscriterium a. leefbaarheid
b. financiële nood
c. dreigende dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren)
Omschrijving aanvrager ondervindt ernstige, structurele problemen van sociale/maatschappelijke aard in de directe woonomgeving en is geen medeveroorzaker. door een onvoorziene, niet verwijtbare daling van het huishoudinkomen dreigt aanvrager dakloos te worden. er is sprake van acute dreiging van dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij de aanvrager aantoonbaar de volledige zorg draagt en aantoonbaar gedwongen is de woning te verlaten. Zodra één van de ouders van het kind/de kinderen in woonruimte kan voorzien kan geen aanspraak worden gemaakt op voorrang.
b. financiële nood
c. dreigende dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren)
Toelichting
Omschrijving woningzoekende ondervindt ernstige, structurele problemen van sociale/maatschappelijke aard in de directe woonomgeving en is geen medeveroorzaker. door een onvoorziene, niet verwijtbare daling van het huishoudinkomen dreigt woningzoekende dakloos te worden. er is sprake van acute dreiging van dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij de woningzoekende aantoonbaar de volledige zorg draagt en aantoonbaar gedwongen is de woning te verlaten. Zodra één van de ouders van het kind/de kinderen in woonruimte kan voorzien komt woningzoekende niet in aanmerking voor voorrang
Artikel 2.1.10 Voorrangsgronden: dakloos buiten schuld door calamiteiten
Artikel 2.1.10 Voorrangsgrond: dakloos buiten schuld door calamiteiten
1. Indien de woning als gevolg van een calamiteit onbewoonbaar is geworden en niet hersteld kan worden, ontstaat er een directe noodzaak tot herhuisvesting van de dakloos geworden bewoner(s). Het college stelt vast of en in hoeverre de woning nog bewoonbaar is. Indien de woning niet meer te bewonen is, wordt/ worden de dakloos geworden bewoner(s) geherhuisvest indien niet via een verzekering huisvesting elders kan worden verkregen. 2. Het criterium "dakloos buiten schuld" is alleen van toepassing op dakloosheid van materiële aard. Dakloosheid vanwege persoonlijke redenen valt hier niet onder. Dakloosheid als gevolg van een vrijwillig zwervend bestaan is geen reden voor een voorrangsverklaring.
1. Indien een woning als gevolg van een calamiteit onbewoonbaar is geworden en niet hersteld kan worden, ontstaat er een directe noodzaak tot herhuisvesting van de dakloos geworden bewoner(s). Het college stelt vast of en in hoeverre de woning nog bewoonbaar is. Indien de woning niet meer te bewonen is, wordt / worden de dakloos geworden bewoner(s) geherhuisvest indien niet via een verzekering huisvesting elders kan worden verkregen. 2. Het criterium "dakloos buiten schuld" is alleen van toepassing op dakloosheid van materiële aard. Dakloosheid vanwege persoonlijke redenen valt hier niet onder. Dakloosheid als gevolg van een vrijwillig zwervend bestaan is geen reden voor het verstrekken van een voorrangsverklaring.
Artikel 2.1.11 Voorrangsgronden: Verlaten instelling
Artikel 2.1.11 Voorrangsgrond: verlaten instelling
1. De aanvrager komt voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een opvang- en begeleidingsinstelling in aanmerking indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1. De woningzoekende komt voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een opvang- en begeleidingsinstelling in aanmerking indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: Pagina 8 van 12
Grammaticale aanpassingen.
Dit is een artikel waarover in de regio géén overeenstemming is bereikt.
Huisvestingsverordening 2019 a. de aanvrager is opgenomen geweest in een opvang- en begeleidingsinstelling, die vermeld is op de lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen en; b. de aanvrager is minimaal 6 maanden aaneengesloten opgenomen geweest, tenzij sprake is van opname in een instelling gericht op begeleiding van slachtoffers van huiselijk geweld en; c. de aanvrager beschikte vόόr zijn opname aantoonbaar over zelfstandige huisvesting in de regio, met uitzondering van jongeren tot 27 jaar en; d. de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door de opvang- en begeleidingsinstelling en; e. de opvang- en begeleidingsinstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring dat de cliënt, al dan niet onder begeleiding, in staat is zelfstandig een huishouding te voeren.
Huisvestingsverordening 2023 voorstel a.
b.
c.
d. e.
de woningzoekende is opgenomen geweest in een opvang- en begeleidingsinstelling, die vermeld is op de lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen en; de woningzoekende is minimaal 6 maanden aaneengesloten opgenomen geweest, tenzij sprake is van opname in een instelling gericht op begeleiding van slachtoffers van huiselijk geweld en; de aanvrager beschikte vόόr zijn opname aantoonbaar over zelfstandige huisvesting in de regio, met uitzondering van jongeren tot 27 jaar en; de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door de opvang- of begeleidingsinstelling en; de opvang- of begeleidingsinstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring dat de woningzoekende, al dan niet onder begeleiding, in staat is zelfstandig een huishouding te voeren.
2. Van de voorwaarde van maatschappelijke binding aan de regio is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden of kunnen leiden, of indien terugkeer aantoonbaar niet haalbaar is;
2. Van de voorwaarde van maatschappelijke binding aan de regio is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden of kunnen leiden, of indien terugkeer aantoonbaar niet haalbaar is;
3. De aanvrager komt voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een penitentiaire instelling in aanmerking onder de volgende voorwaarden: a. de aanvrager heeft wegens terugkeer uit detentie zelfstandige woonruimte nodig, en b. de aanvrager beschikte vóór zijn detentie aantoonbaar over zelfstandige woonruimte in de regio, en c. de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door het 'Platform nazorg ex-gedetineerden'. 4. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing in verband met het verlaten van een instelling wordt voor een gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV. 5. Het PUV kan zich laten adviseren door de DG&J.
3. De woningzoekende komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een penitentiaire inrichting, onder de volgende voorwaarden: a. de woningzoekende heeft wegens terugkeer uit detentie zelfstandige woonruimte nodig, en b. de woningzoekende beschikte vóór zijn detentie aantoonbaar over zelfstandige woonruimte in de regio, en c. de aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt gedaan door het 'Platform nazorg ex-gedetineerden'. 4. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing in verband met het verlaten van een penitentiaire inrichting kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV. 5. Het college kan zich laten adviseren door de DG&J.
Artikel 2.1.12 Voorrangsgronden: herstructurering Degene die gedwongen is zijn woning voorgoed te verlaten in verband met een concreet herstructureringsplan of een plan om verstrekkende maatregelen te treffen dat is opgenomen in de prestatieafspraken voor een bepaald jaar, komt in aanmerking voor voorrang bij de toewijzing van een woning
Artikel 2.1.12 Voorrangsgrond: herstructurering Bewoners die gedwongen zijn hun huurwoning voorgoed te verlaten in verband met een concreet herstructureringsplan of een plan om verstrekkende maatregelen te treffen, dat is opgenomen in de prestatieafspraken voor een bepaald jaar, komen in aanmerking voor voorrang op basis van herstructurering bij de toewijzing van een woning
Pagina 9 van 12
Toelichting Het voorstel van Dordrecht is om lid 1c te laten vervallen met de volgende toelichting: 'Veel mensen die verblijven in instellingen of gebruik maken van de maatschappelijke opvang hebben voorafgaand aan deze opname in een langdurige periode van onzekerheid verkeerd. Veelal hebben zij al langere tijd op verschillende plekken gelogeerd of op een kamer gehuurd. Voordat mensen een beroep doen op opvang zoekt men altijd naar allerlei (tijdelijke) oplossingen binnen het eigen netwerk. Wanneer men een beroep doet op de maatschappelijk opvang wordt dit ook verwacht en gestimuleerd. De eis dat men voorafgaand aan opname of verblijf in de opvang over zelfstandige woonruimte moet hebben beschikt sluit daarmee in het geheel niet aan bij de werkelijke situatie en is niet reëel.'
Consistent gebruik ‘woningzoekende’.
Consequent gebruik ‘bewoner’
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
Toelichting
Artikel 2.1.13 Voorrangsgronden: sloop De bewoner van een woning die gesloopt wordt komt in aanmerking voor voorrang bij de toewijzing van een woning die in het bezit is van de woningcorporatie van wie hij de te slopen woning huurt op moment dat een vergunning verstrekt is voor de sloop.
Artikel 2.1.13 Voorrangsgrond: sloop De bewoner van een huurwoning die gesloopt wordt komt in aanmerking voor voorrang bij de toewijzing van een huurwoning die in het bezit is van de woningcorporatie van wie hij de te slopen woning huurt op het moment dat een vergunning voor sloop is verstrekt.
Het gaat hier altijd om huurwoningen van een corporatie.
Artikel 2.1.14 Voorrangsgronden: verblijfsgerechtigden Een aanvrager komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring indien de aanvraag voortvloeit uit de taakstelling die de gemeente is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet.
Artikel 2.1.14 Voorrangsgrond: vergunninghouders Een vergunninghouder komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring indien de aanvraag voortvloeit uit de taakstelling die de gemeente is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet 2014.
Tekstueel: gelijke terminologie als in de Huisvestingswet 2014, zie ook definitie vergunninghouder’
Artikel 2.1.15 Voorrangsgronden: beschikbaar krijgen zeer schaarse woningen Een bewoner die bij verhuizing een sociale huurwoning achterlaat, die vanwege de omvang en/of uitrusting zeer schaars is en tegelijk gewenst is voor de huisvesting van urgent woningzoekenden, kan voorrang worden toegekend om de betreffende woningen voor verhuur beschikbaar te krijgen.
Artikel 2.1.15 Voorrangsgrond: beschikbaar krijgen zeer schaarse woningen Een woningzoekende die bij verhuizing een sociale huurwoning achterlaat, die vanwege de omvang en/of uitrusting zeer schaars is en tegelijk gewenst is voor de huisvesting van urgent woningzoekenden, kan voorrang worden toegekend om de betreffende woningen voor verhuur beschikbaar te krijgen.
Consistent gebruik ‘woningzoekende’
Artikel 2.1.16 Inhoud van de voorrangsverklaring Het college vermeldt in een voorrangsverklaring de volgende zaken:
Artikel 2.1.16 Inhoud van de voorrangsverklaring Het college vermeldt in een voorrangsverklaring de volgende zaken:
Consistent gebruik ‘woningzoekende’ Grammaticale aanpassing.
a. de naam en de contactgegevens van de aanvrager; b. de datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.1.3; c. het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel; d. de termijn waarbinnen van de voorrangsverklaring gebruik kan worden gemaakt; e. voor welke gemeenten de voorrangsverklaring geldt;
a. de naam en de contactgegevens van de woningzoekende; b. de datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.1.3; c. het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel; d. de termijn waarbinnen gebruik kan worden gemaakt van de voorrangsverklaring; e. voor welke gemeenten de voorrangsverklaring geldt;
Pagina 10 van 12
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
Toelichting
Artikel 2.1.18 Wijziging, intrekking, vervallen voorrangsverklaring
Artikel 2.1.18 Wijziging, intrekking, verlenging, vervallen voorrangsverklaring 1. Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder intrekking van de eerder afgegeven verklaring. 2. Het college kan een voorrangsverklaring intrekken, indien: a. aan de vereisten voor het verkrijgen van een voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan; b. de voorrangsverklaring is afgegeven op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. de woningzoekende niet in staat blijkt om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. d. een hem aangeboden woning die past binnen het in artikel 2.1.16, onder c genoemde huisvestingsprofiel heeft geweigerd; 3. De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege indien de woningzoekende, indien hij zelf mag reageren op de aangeboden woningvoorraad, niet binnen een termijn van 3 maanden heeft gereageerd op een woning die past binnen het huisvestingsprofiel dat aan zijn voorrangsverklaring is gekoppeld. 4. Het college kan besluiten tot verlenging van de in artikel 2.1.16, onder d genoemde termijn, indien daar naar zijn oordeel gegronde redenen voor zijn. 5.
Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 mandateren aan de voorzitter van het PUV.
Term woonprofiel is vervangen door huisvestingsprofiel, waarmee de tekst consistent is gemaakt.
Artikel 2.1.19 lid 1 Het college maakt jaarlijks contingentafspraken, met onder andere de woningcorporaties, over de hoeveelheid van de voor verhuur vrijkomende woonruimte, die in het kader van de uitstroom uit instellingen voor maatschappelijke opvang, residentiële instellingen voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, Jeugdzorg (met verblijf) en de huisvesting van ex-gedetineerden en van zorg-doelgroepen die geen aanspraak kunnen maken op de voorrangsregeling, gericht wordt toegewezen.
Artikel 2.1.19 lid 1 Het college maakt periodiek contingentafspraken, met onder andere de woningcorporaties, over de hoeveelheid van de voor verhuur vrijkomende woonruimte, die in het kader van de uitstroom uit instellingen voor maatschappelijke opvang, residentiële instellingen voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, Jeugdzorg (met verblijf) en de huisvesting van exgedetineerden en van zorg-doelgroepen die geen aanspraak kunnen maken op de voorrangsregeling, gericht wordt toegewezen.
Niet alle gemeenten maken jaarlijks prestatieafspraken; vandaar het woord periodiek.
Artikel 2.1.20 lid 2
Artikel 2.1.20 lid 2
Andere formulering ter verduidelijking
1.
2.
3.
4.
5.
Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder intrekking van de eerder afgegeven verklaring. Het college kan een voorrangsverklaring intrekken, indien: a. aan de vereisten voor het verkrijgen van een voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan; b. de voorrangsverklaring is afgegeven op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. de aanvrager niet in staat blijkt om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege indien de woningzoekende: a. een hem aangeboden woning die past binnen het in artikel 2.1.16, onder c genoemde huisvestingsprofiel heeft geweigerd; b. of indien de woningzoekende, indien hij zelf mag reageren op de aangeboden woningvoorraad, niet binnen een termijn van 3 maanden heeft gereageerd op een woning die past binnen het woningprofiel dat aan zijn voorrangsverklaring is gekoppeld. Het college kan besluiten tot verlenging van de in artikel 2.1.16, onder d genoemde termijn, indien daar naar zijn oordeel gegronde redenen voor zijn.
Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 mandateren aan de voorzitter van het PUV.
Pagina 11 van 12
Huisvestingsverordening 2019
Huisvestingsverordening 2023 voorstel
Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, behoudt de jongere diens inschrijfduur en vervalt de inschrijving om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
Artikel 2.1.20 lid 3
Artikel 2.1.20 lid 3
Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, behoudt de huurder zijn inschrijfduur om in aanmerking te komen voor een woonruimte.
Artikel 3.1.5, lid 8
Artikel 3.1.5, lid 8
De omzetting van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte mag niet strijdig zijn met het bestemmingsplan. Bij strijdigheid met het bestemmingsplan kan alleen een omzettingsvergunning worden verleend, indien deze strijdigheid kan worden weggenomen middels een omgevingsvergunning of herziening van het bestemmingsplan.
De omzetting van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte mag niet strijdig zijn met het bestemmingsplan. Bij strijdigheid met het bestemmingsplan kan alleen een vergunning worden verleend, indien deze strijdigheid kan worden weggenomen middels een omgevingsvergunning of herziening van het bestemmingsplan.
Met deze wijziging wordt voorkomen dat de men formeel twee vergunningen moet aanvragen voor een omzetting naar onzelfstandige woonruimte.
Hoofdstuk 5. Opkoopbescherming
Hoofdstuk 3A opkoopbescherming
De tekst uit het oude hoofdstuk 5 is integraal overgebracht naar een nieuwe hoofdstuk 3A. Hiermee is de opzet van de verordening in lijn gebracht met de overige regiogemeenten, die opkoopbescherming hebben ingevoerd. De definities uit het oude artikel 5.1 zijn overgebracht naar artikel 1 van de nieuwe verordening.
Hoofdstuk 6. Verdere bepalingen
Hoofdstuk 5 Verdere bepalingen
Vernummering vanwege het wegvallen van hoofdstuk 5. Opkoopbescherming.
Hoofdstuk 7. Overgangs-en slotbepalingen
Hoofdstuk 6. Overgangs-en slotbepalingen
Vernummering vanwege het wegvallen van hoofdstuk 5. Opkoopbescherming.
Pagina 12 van 12
Toelichting
Andere formulering ter verduidelijking.