CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Reacties reclamanten.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 27 juni 2023, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 12: FYS - Huisvestingsverordening gemeente Sliedrecht 20232.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werkgroep contingentafspraken Art. 2.1.2 Toevoeging extra uitzonderingscategorie E.

Art. 2.1.11 Verwijderen 1c Benoemen op welk terrein PUV zich kan laten adviseren bij DG&J vergelijkbaar met omschrijving wanneer er sprake is van een fysieke beperking. Art. 2.1.2 Aanpassing duur maatschappelijk binding van aanvragen in het kader van voorrang verlaten ( opvang) instelling van 3 naar 2 jaar.

Tablis Wonen Natuurlijk is het mooi wanneer de gemeenten eensluidende tekst hebben. De laatste wijzigingen zijn marginaal en geven geen reden om inhoudelijk te reageren. Woonkracht 10 Artikel 2.1.8, lid 1.a De concepten van Dordrecht en Papendrecht vragen nog wel om een tekstuele aanpassing, omdat daar in artikel 2.1.8, lid 1.a staat dat men voor een mantelzorgindicatie in aanmerking komt wanneer iemand in Zwijndrecht mantelzorg verleent of ontvangt, in plaats van in de betreffende eigen gemeente. Artikel 2.1.12 Overigens is in het concept van Dordrecht aangegeven dat er nog wijzigingen komen op het toegestuurde concept; hier kunnen we nu niet op reageren. In artikel 2.1.12 staat dat voorrang herstructurering mogelijk is als het opgenomen is in de prestatieafspraken voor een bepaald jaar. We wijzen er op dat de prestatieafspraken niet altijd de plek zijn waarin afspraken over herstructurering terecht komen. Dit kan ook in bestuurlijke overleggen en/of samenwerkingsovereenkomsten. Opkoopbescherming In de verordeningen waar een artikel over opkoopbescherming is opgenomen, wordt

Het uitgangspunt voor de nieuwe huisvestingsverordening 2023 (vwb de regionale voorrangsregeling) is het doorvoeren van beleidsarme wijzigingen. Dit voorstel nemen we derhalve (nu) niet over. Zie reactie hierboven.

Dit tekstvoorstel sluit niet aan bij het uitgangspunt van het doorvoeren van beleidsarme wijzigingen in de regionale voorrangsregeling. Bovendien is deze bindingseis begin 2022 juist opgehoogd naar 3 jaar omdat er grote schaarste is aan woningen. De voorrangsregeling blijft immers niet beperkt tot personen die met voorrang de instellingen verlaten. Geen inhoudelijke reactie noodzakelijk.

Deze tekstuele aanpassingen zijn verwerkt in de definitieve concept verordeningen.

De prestatieafspraken is wat ons betreft het raamwerk waarbinnen dit soort zaken wordt afgesproken. Dit betekent dat er geen aanpassing in tekst noodzakelijk is.

Geen aanpassing nodig. We sluiten aan bij NHGgrens.

gesproken over “beschermde woonruimte”. In de begrippenlijst staat dat dit om goedkope of middeldure woonruimte gaat. In het artikel over opkoopbescherming wordt verwezen naar de NHG-grens, er ontbreekt echter een definitie van goedkoop en middelduur. Artikel 2.1.6 en artikel 2.1.16 De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft als enige een toelichting per artikel toegevoegd. Dit komt de leesbaarheid en begrijpelijkheid ten goede, daarom geven wij de andere gemeenten in overweging om dit ook te doen. In de betreffende tekst schept de toelichting bij artikel 2.1.6 (“Voor aanvraag van de voorrangsregeling in de Drechtsteden betreft dit Woonkeus.”) overigens verwarring. Daarnaast staat in dezelfde toelichting bij artikel 2.1.16 dat een huishouden van 5 personen of meer aanspraak kan maken in de voorrang voor een eengezinswoning. De vraag is of dit altijd zo wordt toegepast, dan zou het een regel moeten zijn. Wanneer dit alleen bij uitzondering wordt gedaan, dan zou het niet als voorbeeld genoemd moeten worden. Adviesraad WMO & Jeugd Algemene bepalingen / artikel 1.1 Begripsbepalingen Wat ons betreft gaat het om de vraag ‘waar kan deze persoon het beste herstellen’? Niet drie jaar onafgebroken in een regio wonen, maar waar heeft deze persoon een netwerk? Waar kan deze persoon zich binnen de Drechtsteden het beste ontplooien tot een volwaardig zelfstandig persoon.

Is dat in ‘onze’ gemeente, dan is er sprake van maatschappelijke binding. Zelfstandige woonruimte Als inwoners boven de 27 jaar alle moeite doen om ‘ergens’ zo zelfstandig mogelijk te wonen, bijvoorbeeld door op kamers te gaan wonen, kunnen zij, wat ons betreft, hier niet op worden afgerekend. Wij vinden dat door deze ‘zwartwit’ benadering van zelfstandig wonen geen recht gedaan wordt aan de zelfredzaamheid van inwoners. We vinden het verder van belang dat er, naast zelfstandige woonruimtes, ook meer onzelfstandige woonplekken zoals studio’s komen om zo meer tegemoet te komen aan de woningnood. Artikel 2.1.2 Toegang tot de voorrangsregeling We vragen ons af of als het Safehouse code rood hanteert de hele casus, met alle

Gezien het proces en de beleidsarme wijzigingen die nu worden voorgesteld is het niet noodzakelijk om een toelichting toe te voegen.

Gezien de huidige schaarste op de woningmarkt ontkomen we er niet aan om hier regels aan te stellen en de schaarse woningruimte (met voorrang) te verdelen onder de reeds ingezetenen van de Drechtsteden.

Twee reacties: 1. Wij verwijzen naar de reactie hierboven op de input vanuit de werkgroep contingentregeling; 2. De huisvestingsverordening betreft verdeling/samenstelling van de woonruimte en gaat niet over het woningbouwprogramma.

De voorrangsregeling is niet bedoeld voor casuïstieke oplossingen. Geen aanpassing in de tekst noodzakelijk.

• •

persoonlijke gegevens, heroverwogen moet worden. We dringen eropaan dat iedereen die een woonplek krijgt via voorrang of contigentafspraken een zogenaamd huurcontract met voorwaarden (verplichte begeleiding als voorwaarde voor een huurcontract) krijgt. Hiermee kan toekomstig leed, overlast, grote schulden en/of dakloosheid worden voorkomen. De kosten gaan voor de baten uit. Mutaties en onvermijdelijke leegstand veroorzaken onrust en het is een slecht gebruik van onze woningvoorraad. Kan in de verordening het beroep op de voorrangsregeling als voorwaarde worden opgenomen dat iemand bijvoorbeeld minimaal twee jaar een huurcontract onder voorwaarden krijgt? Artikel 2.1.8 Voorrangsgronden Hier wordt, bij punt a, Zwijndrecht genoemd. We gaan ervanuit dat Dordrecht bedoeld wordt. Artikel 3.1 Verhuurvergunning opkoopbescherming, aanwijzing beschermde woonruimte, hier wordt ook Zwijndrecht genoemd bij 2a. Inwonersadviesraad Zwijndrecht Lid I Als een aanvrager niet voldoet aan de leden a t/m h van artikel 2.1.1. van de huisvestingsverordening van de gemeente Zwijndrecht, kan in voorkomende gevallen daarvan worden afgeweken door de inzet van de hardheidsclausule. De hardheidsclausule maakt onderdeel uit van de huisvestingsverordening van de gemeente Zwijndrecht. Ik voeg deze m.n. toe, zodat voor een aanvrager duidelijk is dat deze mogelijkheid nog bestaat bij een afwijzing.

Dit om te voorkomen dat mensen toch niet de volledige informatie ontvangen, als zij contact hebben met een ambtenaar. Volgens mij moet je naar deze doelgroep heel duidelijk zijn, om een hoop gedoe te voorkomen. PUV Artikel 1.1 Verwijderen definitie "Huisvestingsprofiel", art. 1.1 onder k; Aanhouden begripsbepaling "Woonprofiel" in art. 1.1. onder gg;

Dit betreft casuïstiek c.q. uitvoering en behoeft geen aanpassing in de huisvestingsverordening.

De tekst is op dit punt aangepast.

De tekst is op dit punt aangepast.

Een extra verwijzing naar de hardheidsclausule is niet nodig. De hardheidsclausule is een laatste redmiddel om maatwerk te verlenen als de verordening daarin niet voorziet.

In afstemming met de ambtelijke werkgroep is gekozen voor de term 'huisvestingsprofiel'. Dit is in het voorstel nu consistent gebruikt.

•

•

•

•

•

In art. 2.1.16 onder c: "huisvestingsprofiel" veranderen in "woonprofiel". Artikel 2.1.5 Begrip "inwoning" wijzigen in "inwonende". Toelichting: aansluiting bij terminologie in art. 2.1.5 onder g: "de aanvrager is inwonend". NB. Iemand die inwonend is beschikt niet over zelfstandige woonruimte; betreft dus reeds een weigering o.g.v. art. 2.1.5 onder a. definitie "inwonende": "de bewoner van een deel van een woonruimte, die door een ander huishouden – tevens eigenaar/hoofdhuurder – als hoofdbewoner in gebruik is." Artikel 1.1.1 Toevoegen in het begin: "zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1 eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: hulp ten behoeve van …etc….." Toelichting: grondslag is WMO 2015. Artikel 1.1 Wijziging art. 1.1 onder w: "PUV (Platform Uitvoering Voorrangsregeling): overlegorgaan voor toedeling van voorrangskandidaten aan woningcorporaties." Toelichting: Het PUV gaat over de toedeling van voorrangskandidaten (nadat voorrang is toegekend) en niet over de inhoudelijke beoordeling van de voorrangsaanvragen. De gemandateerde ambtenaren gaan over de beoordeling van de voorrangsaanvragen en de GGD en WMO kunnen in dit kader om advies worden gevraagd. Feitelijk zijn het de corporaties en het college die belang hebben bij overleg over een goede, zorgvuldige en evenredige toedeling van voorrangskandidaten.

Met de invoering van het digitale voorrangssysteem VRS bestaat de mogelijkheid voor de corporaties om de toedeling te digitaliseren via de module wachtlijsten. Deze module is reeds gepresenteerd aan de medewerkers van de corporaties, leden van het PUV, en is positief ontvangen. Volgens de huidige werkwijze adviseren de corporaties wel over de inhoudelijke beoordeling/afweging m.b.t. alle voorrangsaanvragen in het tweewekelijkse PUV-overleg, waarbij de GGD en Wmo (alleen voor aanvragen o.g.v. medische of mantelzorgindicatie) ook aansluiten. De werkwijze kan veranderen, vergelijkbaar als bij de statushouders, waarbij er regionaal overleg

De juridische toetsing geeft geen aanleiding om het begrip "inwoning" te wijzigen in "inwonende".

Voor de definitie is aansluiting gezocht bij de Wmo 2015. Verder zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd bij voorrangsgrond mantelzorg.

Begripsbepaling is aangepast conform reactie. Over de invoering van het digitale VRS-systeem moet nader worden gesproken.

• •

•

•

plaatsvindt over de toedeling aan de corporaties op basis van gezinssamenstelling en eventuele bijzonderheden m.b.t. de voorrangskandidaten. Aan de GGD en Wmo kan via VRS om advies worden gevraagd in het kader van de inhoudelijk beoordeling van de voorrangsaanvragen. Een nader overleg is hiervoor niet nodig. De onderzoeksvraag aan de GGD dient in het onderzoeksrapport duidelijk en volledig beantwoord te worden. De Wmo kan informatie/advies geven aan de hand van dossieronderzoek. Artikel 2.1 Artikel 2.1.1 lid 3: Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in lid 1 mandateren. Artikel 2.1.18 lid 5: : Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in de leden 1,2 en 4 mandateren. Toelichting: Ten eerste is nergens in de verordening bepaald wie de voorzitter is van het PUV (dat is in de praktijk de door het college hiertoe gemandateerde ambtenaar). Ten tweede is de (beoordeling/afweging i.v.m.) toekenning/afwijzing van voorrangsverklaringen een bevoegdheid van alle hiertoe gemandateerde ambtenaren. NB. Is het nodig om dit specifiek in de verordening op te nemen, aangezien collegebesluiten in mandaat worden genomen o.g.v.

Mandaatsbesluit? Artikel 2.13 Lid 1: Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij het college, via het door het college beschikbaar gestelde digitale voorrangssysteem; Lid 2: De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is verplicht het door het college beschikbaar gestelde digitale aanvraagformulier volledig en naar waarheid in te vullen en alle gevraagde bewijsstukken te overleggen. Lid 2 van art. 2.1.7, 2.1.8 en 2.1.9 en lid 4 van art. 2.1.11 verwijderen, anders aanpassen: "Een aanvraag om voorrang bij woningtoewijzing van (…) kan voor gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV." Toelichting: Als de PUV over toedeling van voorrangskandidaten aan woningcorporaties gaat, dan is het niet logisch om het PUV om advies te vragen bij de inhoudelijke beoordeling van voorrangsaanvragen.

De huisvestingsverordening is begin 2022 herzien. De nieuwe huisvestingsverordening 2023 heeft als doel beleidsarme wijzigingen door te voeren, in ieder geval voor wat betreft de regionaal gedeelde voorrangsregeling. Voor zover relevant zijn de minimale tekstuele wijzigingen doorgevoerd.

Wijzigingen zijn niet overgenomen omdat er nog een gesprek moet plaatsvinden over invoering van het digitale systeem.

Wijzigingen zijn overgenomen.

• o

o

o o

NB. Volgens de huidige werkwijze adviseert het PUV (lees de corporaties), naast advisering door GGD en Wmo, wel over de inhoudelijke beoordeling/afweging m.b.t. alle voorrangsaanvragen in het tweewekelijkse PUV-overleg. Lid 3 van de individuele voorrangsgronden als volgt wijzigen/verwijderen: Art. 2.1.7 lid 3 (medisch): "Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een medisch adviesbureau". Toelichting: GGD voert geen medische onderzoeken uit en geeft geen medische adviezen. Art. 2.1.8 lid 3 (mantelzorg): "Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een medisch adviesbureau of door de DG&J." Art. 2.1.9 lid 3 (sociaal): "Het college kan zich laten adviseren door de DG&J." Art. 2.1.11 lid 5 (verlaten instelling) verwijderen. "Het college kan zich laten adviseren door de DG&J." Toelichting: niet de GGD, maar de instelling die de aanvraag doet, dient te (kunnen) beoordelen of cliënt in staat is om – al dan niet met begeleiding - zelfstandig te kunnen wonen en woonvaardigheden heeft (op alle leefgebieden, zie hiervoor ook het aanvraagformulier Route Thuis in de Wijk). Toelichting: de structuur van de Verordening geeft aan dat het college zich kan laten adviseren (en niet het PUV).

ASVZ ASVZ verzoekt om in de eigen gemeentelijke huisvestingsverordening te gaan opnemen dat de medewerkers werkzaam in de (gehandicapten)zorg extra voorrang gaan verkrijgen bij de uitgifte van verhuur- en koopwoningen en deze groep aan te merken als vitaal/cruciaal.

Om aan dit verzoek tegemoet te komen moet een systeem van huisvestingsvergunningen worden ingevoerd. Dit tekstvoorstel sluit daarom niet aan bij het uitgangspunt van het doorvoeren van beleidsarme wijzigingen in de regionale voorrangsregeling. Voor zover relevant zijn de minimale tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Het verzoek wordt meegenomen in de beleidsrijke wijziging van de huisvestingsverordening die naar verwachting begin 2024 plaatsvindt. Daarin zullen ook de belangen worden meegenomen van andere woningzoekenden. Vooralsnog betreft het alleen sociale huurwoningen. Voor zover relevant zijn nu alleen de minimale tekstuele wijzigingen doorgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/527/documents/6996