CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Uitwerkingsovereenkomst samenwerking op het gebied van Ruimtelijke Economie.pdf

Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 8 oktober 2024, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 10: BES - Begroting Smart Delta Drechtsteden 20251.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitwerkingsovereenkomst samenwerking op het gebied van Ruimtelijke Economie

De ondergetekenden: - gemeente Alblasserdam, te dezen ingevolge het bepaalde in artikel 171, lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.G.A. Paans, burgemeester; - gemeente Hardinxveld-Giessendam, te dezen ingevolge het bepaalde in artikel 171, lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer D.A. Heijkoop, burgemeester; - gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, te dezen ingevolge het bepaalde in artikel 171, lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J. Heijkoop, burgemeester; - gemeente Papendrecht, te dezen ingevolge het bepaalde in artikel 171, lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer A.J. Moerkerke, burgemeester; - gemeente Sliedrecht, te dezen ingevolge het bepaalde in artikel 171, lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer A.P.J. van Hemmen, burgemeester; - gemeente Zwijndrecht, te dezen ingevolge het bepaalde in artikel 171, lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer W.H.J.M. van der Loo, burgemeester, hierna gezamenlijk te noemen "Gemeenten", en gemeente Dordrecht, te dezen ingevolge het bepaalde in artikel 171, lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer A.W.

Kolff, burgemeester, hierna te noemen "Centrumgemeente"; Gemeenten en Centrumgemeente gezamenlijk te noemen "Partijen"; overwegende dat Partijen binnen het verband van deze Regeling en ieder voor zich als onderdeel van de Drechtstedengemeenten hebben besloten samen te werken op het gebied van Ruimtelijke Economie; Partijen samen deelnemen in de gemeenschappelijke regeling 'Regeling onderlinge samenwerking Drechtstedengemeenten' (hierna: de Regeling); Gemeenten een nader in deze overeenkomst te omschrijven samenwerking die valt onder de Regeling, met de Centrumgemeente wensen aan te gaan; deze dienst wordt uitgewerkt in deze Uitwerkingsovereenkomst, conform artikel 3, lid 5 van de Regeling; komen het volgende overeen:

Artikel 1 Doel van de overeenkomst 1. Deze overeenkomst heeft tot doel het vastleggen van de afspraken tussen Partijen over de samenwerking op het gebied van de Ruimtelijke Economie. 2. Deze overeenkomst is een Uitwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, vijfde lid van de Regeling. Artikel 2 Looptijd van de overeenkomst Deze overeenkomst treedt in werking op de datum waarop Partijen de overeenkomst hebben ondertekend en geldt voor onbepaalde tijd. Artikel 3 Gemeenschappelijk belang 1. Partijen delen als gemeenschappelijk belang het realiseren van een aantrekkelijk woon- en werkgebied in de Drechtstedenregio. Daartoe is voor de periode 2018–2030 de Groeiagenda 2030 vastgesteld. 2. Partijen wijzen in het kader van de uitvoering van deze overeenkomst de gemeente Dordrecht aan als Centrumgemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Versie def.

Artikel 4 Rol Centrumgemeente 1. Partijen zijn er gezamenlijk voor verantwoordelijk dat een strategische visie op metaniveau op ruimtelijk economisch gebied tot stand komt. De Groeiagenda 2030 is de strategische visie voor de periode 2018-2030. 2. De Centrumgemeente coördineert het proces om te komen tot een door alle raden geaccordeerde en de Drechtraad vastgestelde strategische visie als bedoeld in het eerste lid. 3. De Centrumgemeente coördineert het opstellen van een jaarlijks Uitvoeringsprogramma van de strategische visie als bedoeld in het eerste lid. 4. De Centrumgemeente faciliteert het vaststellen van het uitvoeringsprogramma als bedoeld in het derde lid door alle gemeenteraden. 5. De Centrumgemeente is verantwoordelijk voor het bijeenbrengen van menskracht, geld en overige middelen voor de realisatie van het Uitvoeringsprogramma als bedoeld in het derde lid. 6. De Gemeenten verplichten zich vanuit het gemeenschappelijk belang naar rato van het inwoneraantal, gemeten op 1 januari van het jaar t-1, bij te dragen aan het beschikbaar stellen van menskracht, geld en overige middelen. 7. Voor de uitvoering van de in deze overeenkomst bedoelde taken zorgt de Centrumgemeente binnen haar organisatie voor een organisatieonderdeel dat is belast met de uitvoering van de op basis van deze overeenkomst afgesproken taken. Artikel 5 Begroting 1.

Ter vaststelling van de door de Partijen te leveren bijdrage als bedoeld in artikel 4, stelt de Centrumgemeente elk jaar een Uitvoeringsprogramma inclusief een ontwerp begroting en ontwerp meerjarenbegroting op, voor de periode t tot en met t+3. 2. In de begroting zijn alle thema's uit de strategische metavisie en de kosten die bij de Centrumgemeente optreden als gevolg van het uitvoeren van de activiteiten ten aanzien van de ruimtelijke economie opgenomen. 3. De Begroting wordt jaarlijks geïndexeerd met percentages zoals deze in Kadernota van de Centrumgemeente worden vastgesteld. 4. Op basis van de begroting wordt de bijdrage per Partij voor het jaar t vastgesteld. Artikel 6 Procedure voor het vaststellen van de begroting 1. De Centrumgemeente zendt het Uitvoeringsprogramma inclusief een ontwerp begroting en ontwerp meerjarenbegroting, na goedkeuring in de bestuurlijke werkgroepen, voor het volgende kalenderjaar uiterlijk op 1 augustus van elk kalenderjaar ter vaststelling aan de Partijen. 2. De Partijen verplichten zich het Uitvoeringsprogramma inclusief de ontwerp begroting zo spoedig mogelijk maar uiterlijk 1 oktober van elk jaar of de eerst mogelijke vergadering na die datum ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraden. 3.

Wanneer er op totaalniveau van het Uitvoeringsprogramma en het bij het uitvoeren van de activiteiten financiële afwijkingen optreden die groter zijn dan 10% in jaarschijf t ten opzichte van jaarschijf t+1 uit de begroting van het jaar voorafgaand, dan wordt een vooraankondiging hiervan uiterlijk 15 april gedaan bij de Partijen. Artikel 7 De Verantwoording 1. De Centrumgemeente stelt gedurende het jaar van uitvoering één tussentijdse rapportage op, waarin wordt ingegaan op de inhoudelijke en financiële stand van zaken van alle thema's uit de strategische metavisie en de kosten die bij de Centrumgemeente optreden als gevolg van het uitvoeren van de activiteiten ten aanzien van de ruimtelijke economie, die ter beschikking wordt gesteld aan de Partijen. 2. De bestuurlijke trekkers zijn zelf verantwoordelijk voor het melden van substantiële afwijkingen in de uitvoering, aan de Partijen. 3. De Centrumgemeente stelt over de in het voorgaande kalenderjaar behaalde resultaten en bestede middelen een verantwoording op, waarin wordt ingegaan op alle thema's uit de strategische metavisie en de kosten die bij de Centrumgemeente optreden als gevolg van het uitvoeren van de activiteiten ten aanzien van de ruimtelijke economie. De verantwoording wordt elk jaar uiterlijk op 1 april, na vaststelling in de bestuurlijke werkgroepen, aangeboden aan de Partijen. 4.

Bij een positief rekeningresultaat wordt het aandeel van de Gemeenten gereserveerd bij de Centrumgemeente op een rekening-courant rekening (overlopende passiva). 5. Het saldo op de rekening courant is minimaal 0.

Versie def.

6.

7.

Negatieve rekeningresultaten worden ten laste gebracht van deze rekening-courant rekening, voorzover het saldo dit toelaat. Een eventueel resterend negatief saldo komt naar rato ten laste van de Gemeenten. Voorstellen over de besteding/teruggave van positieve bedragen worden gedaan door de bestuurlijke werkgroepen.

Artikel 8 Overleggen 1. Voor elk thema uit de strategische metavisie wordt een bestuurlijke werkgroep ingesteld, bestaande uit de portefeuillehouders van elke Gemeente. 2. Het beleggen van het trekkerschap per thema is nadrukkelijk een keuze voor de bestuurlijke werkgroep zelf. 3. De Centrumgemeente wordt door trekkers op thema's bij de voor de regio van belang zijnde overleggen op bestuurlijk niveau uitgenodigd om de regio mee te vertegenwoordigen en te positioneren. Artikel 9 Monitoring 1. De Centrumgemeente coördineert de monitoring van de samenwerkingsresultaten en de realisatie van het uitvoeringsprogramma. 2. Voor de monitoring wordt een monitoringsoverleg ingesteld. Het monitoringsoverleg heeft geen enkele beleidsformulerende bevoegdheid. Het blijft de verantwoordelijkheid van iedere portefeuillehouder zelf om verantwoording af te leggen aan de eigen gemeenteraad. 3. De doelstelling van de monitoring is enkel het periodiek bundelen van feitelijke informatie over voortgang en realisatie en waar nodig deze informatie van een duiding voorzien (bijv. een afwijking van planning + mogelijke consequenties). 4. Het overleg wordt gevoerd door de trekkers van de thema's: wonen, bereikbaarheid, werken en energie. Er kunnen bij toevoeging van thema's ook meer trekkers aan toegevoegd worden. 5. De burgemeester van de Centrumgemeente is voorzitter van het monitoringsoverleg. 6.

Ondersteuning wordt geleverd door de gemeentesecretaris van de Centrumgemeente. 7. Het monitoringsoverleg komt tenminste 2 keer per jaar bijeen. Het overleg gaat over: a. de voortgang per thema/project; b. de onderlinge samenhang in voortgang: hoe ontwikkelt de gehele agenda zich? c. eventuele knelpunten in het samenbrengen van menskracht/geld/overige middelen. 8. Het monitoringsoverleg informeert halfjaarlijks in de vorm van een monitoringsmemo de zeven colleges van burgemeester en wethouders. 9. Het monitoringsoverleg is aan niemand verantwoording verschuldigd en heeft ook geen eigenstandige verantwoordelijkheid, anders dan het bieden van inzicht in de vorderingen van de samenwerking ten aanzien van de thema's in de strategische metavisie. Het monitoringsoverleg doet dus niets af aan de reguliere verantwoordingslijnen: a. Trekkers zijn alleen verantwoording verschuldigd aan hun bestuurlijke werkgroep. b. Iedere individuele portefeuillehouder legt verantwoording af aan zijn/haar college van Burgemeester en Wethouders voor het behalen van de eigen en de collectieve doelstellingen zoals geformuleerd in de strategische visie als bedoeld in artikel 4, lid 1. c. De gemeenteraden sturen en controleren via de gangbare lokale processen het eigen college van Burgemeester en Wethouders en de individuele leden daarvan. 10.

Het monitoringsmemo wordt ook halfjaarlijks door de burgemeester van Dordrecht in zijn rol als voorzitter van het Monitoringsoverleg ter kennisname aan de leden van het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad verstrekt. Daartoe wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de reguliere P&C-cyclus. Artikel 10 Verplichtingen Gemeenten 1. De Gemeenten en de Centrumgemeente zelf verplichten zich de op basis van de begroting voor het komende kalenderjaar vastgestelde financiële bijdrage voor 31 december van elk jaar op een daartoe door de Centrumgemeente aan te wijzen Rekening Courant over te maken. De Centrumgemeente kan ervoor kiezen om de voor het komende kalenderjaar vastgestelde financiële bijdrage in 2 termijnen per kalenderjaar op te halen. 2. Daarnaast verplichten de Gemeenten en de Centrumgemeente zich de begrote menskracht en overige middelen tijdig en onvoorwaardelijk (aan de Centrumgemeente) voor de realisatie van de in het kader van deze overeenkomst vastgestelde projecten beschikbaar te stellen.

Versie def.

3.

Het beschikbaar stellen van de in het vorige lid bedoelde menskracht vindt plaats op de door de Centrumgemeente aangegeven wijze, mits betrokkenen daarmee instemmen. Indien een medewerker niet instemt met de wijze waarop hij bij de uitvoering van de Groeiagenda wordt betrokken, stelt de Gemeente een andere geschikte medewerker beschikbaar.

Artikel 11 Uittreding Indien een Gemeente niet langer wenst deel te nemen aan deze vorm van samenwerking c.q. deze overeenkomst wil opzeggen, geldt het gestelde in artikel 14 van de Regeling Artikel 12 Geschillen Geschillen tussen partijen die voortvloeien uit deze overeenkomst worden door partijen opgelost conform het gestelde in artikel 17 van de Regeling onderlinge samenwerking Drechtstedengemeenten. Artikel 13 Citeertitel Deze overeenkomst kan worden aangehaald als "Overeenkomst samenwerking op het gebied van Ruimtelijke Economie".

Aldus ondertekend in tweevoud, Dordrecht,

Alblasserdam,

op ……………………..….………… 2020

op …………………………………….. 2020

A.W. Kolff

J.G.A. Paans

Hardinxveld-Giessendam,

Hendrik-Ido-Ambacht,

op …………………………………. 2020

op ……………………………………... 2020

D.A. Heijkoop

J. Heijkoop

Papendrecht,

Sliedrecht,

op ……………………………….… 2020

op …………………………………….. 2020

A.J. Moerkerke

A.P.J. van Hemmen

Zwijndrecht, op ……………………………....… 2020

W.H.J.M. van der Loo

Versie def.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/791/documents/10297