Bijlage 2B Was-Wordt tabel Toelichting Verordening Werk en Inkomen Sliedrecht 2024.pdf
Tekst van het document
Was-Wordt tabel TOELICHTING Verordening Werk en Inkomen Sliedrecht Was
Wordt
Algemeen
Algemeen
Als gevolg van het 'Breed Offensief' is de gemeenteraad verplicht om regels op te nemen in deze verordening:
Als gevolg van het 'Breed Offensief' is de gemeenteraad verplicht om regels op te nemen in deze verordening:
• persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a en e, en 10, eerste lid, van de wet); • scholing of opleiding, als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van de wet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel b, van de wet); - de premie, als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel b, van de wet); • participatievoorziening beschut werk, als bedoeld in artikel 10b van de wet (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel e, en 10b, zevende lid, van de wet); • loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 10d, van de wet, voor zover het gaat om de vormgeving van het administratieve proces tot verstrekking hiervan (artikel 8a, tweede lid, onderdeel c, van de wet); • proefplaats (artikel 8a, tweede lid, onderdeel d, van de wet); • vervoersvoorziening, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de wet); • intermediaire activiteit, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, die noodzakelijk is in verband met een visuele of motorische handicap (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de wet); • meeneembare voorziening, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, voor de
inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en de bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de wet)
• persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a en e, en 10, eerste lid, van de wet); • scholing of opleiding, als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van de wet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel b, van de wet); - de premie, als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel b, van de wet); • participatievoorziening beschut werk, als bedoeld in artikel 10b van de wet (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel e, en 10b, zevende lid, van de wet); • loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 10d, van de wet, voor zover het gaat om de vormgeving van het administratieve proces tot verstrekking hiervan (artikel 8a, tweede lid, onderdeel c, van de wet); • proefplaats (artikel 8a, tweede lid, onderdeel d, van de wet); • vervoersvoorziening, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de wet); • intermediaire activiteit, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, die noodzakelijk is in verband met een visuele of motorische handicap (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de wet); • meeneembare voorziening, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, voor de
inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en de bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de wet); • regels rondom de arbeidsinschakeling, (artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, en de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet).
Was
Wordt
Artikel 4.1 Fraudepreventie
Artikel 4.1. Preventie van oneigenlijk gebruik
In essentie komt deze verordening wat betreft handhaving erop neer dat het college actief fraude oneigenlijk gebruik opspoort en voorkomt en dat bij geconstateerde fraude het college overgaat tot afstemming, terug- en invordering en indien mogelijk, aangifte bij het Openbaar Ministerie. Het college krijgt
In essentie komt deze verordening wat betreft handhaving erop neer dat het college actief oneigenlijk gebruik opspoort en voorkomt en dat bij de constatering dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de bijstandsuitkering het college overgaat tot afstemming, terug- en invordering en indien mogelijk, aangifte bij het Openbaar Ministerie. Het college krijgt
Aanpassingen naar aanleiding van wetswijziging "Breed Offensief"
Aanpassingen naar aanleiding van wetswijziging "Breed Offensief"
de bevoegdheid een en ander in beleidsregels nader uit te werken. […]
de bevoegdheid een en ander in beleidsregels nader uit te werken. […]
Was
Wordt
Artikel 4.3 Afhandeling geconstateerde fraude
Artikel 4.3 Afhandeling geconstateerd oneigenlijk gebruik
Dit artikel bepaalt dat, indien de afstemming niet kan plaatsvinden omdat de betrokkene geen uitkering ontvangt, het college kan overgaan tot terugvordering van het bedrag dat door het niet effectueren van de afstemming ten onrechte is uitgekeerd. Dit zal vanzelfsprekend niet mogelijk zijn als bijvoorbeeld de verzwegen inkomsten meer hebben bedragen dan de uitkeringsnorm.
Dit artikel bepaalt dat, indien de afstemming niet kan plaatsvinden omdat de betrokkene geen uitkering ontvangt, het college kan overgaan tot terugvordering van het bedrag dat door het niet effectueren van de afstemming ten onrechte is uitgekeerd. Dit zal vanzelfsprekend niet mogelijk zijn als bijvoorbeeld de verzwegen inkomsten meer hebben bedragen dan de uitkeringsnorm