Bijlage 2a TOELICHTING BP Fietspad Craijensteijn, Sliedrecht.pdf
Tekst van het document
Daarnaast heeft ook afstemming plaatsgevonden met omwonenden. Op 20 januari 2019 en 24 april 2019 zijn inloopavonden georganiseerd.
Adromi B.V.
R201936
Pagina 30 van 32
Bestemmingsplan Fietspad Craijensteijn
Er is verder een klankbordgroep geformeerd welke meermalen bijeen is gekomen (15 januari 2019, 13 februari 2019, 4 maart 2019, 11 juni 2019, 4 december 2019). In de klankbordgroep en op de inloopavond zijn verscheidende uitvoeringsvarianten van het nieuwe fietspad en de weg besproken. Mede naar aanleiding van de uitkomst van dit overleg is gekozen voor de huidige uitvoeringsvariant. Het college heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Craijensteijn, Sliedrecht’ op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening vrijgegeven. Met ingang van vrijdag 16 oktober tot en met donderdag 26 november 2020 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. De ter inzage legging is bekend gemaakt in het Kompas, Gemeenteblad en Staatscourant van 15 oktober 2020. Gedurende een periode van zes weken kon door een ieder een zienswijze worden ingediend. Er zijn gedurende deze termijn twee zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een gemeentelijke beantwoording in een aparte nota van beantwoording, die als bijlage 7 bij deze Toelichting is opgenomen.
Adromi B.V.
R201936
Pagina 31 van 32
Bestemmingsplan Fietspad Craijensteijn
Bijlagen Bijlage 1 – Stikstofonderzoek Bijlage 2 – Ecologische quick-scan Bijlage 3 – Bodem- en waterbodemonderzoek Bijlage 4 – Geluidonderzoek Bijlage 5 – Quickscan watercompensatie Craijensteijn Bijlage 6 – Notitie nader duiden Quickscan watercompensatie Craijensteijn Bijlage 7 – Nota beantwoording van zienswijzen <PM>
Adromi B.V.
R201936
Pagina 32 van 32
Notitie
Voor: Van: Bedrijf:
W.L. Allen J.H. van Grootheest Iv-Infra b.v.
Datum: Referentie: Onderwerp:
15 mei 2020 INFR200250 Stikstofdepositie Reconstructie Craijensteijn, gemeente Sliedrecht
1. Inleiding In opdracht van de gemeente Sliedrecht heeft Iv-Infra stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd voor het project Wegreconstructie Craijensteijn te Sliedrecht. Conform het huidige toetsingskader voor stikstofdepositie in het kader van de Wet natuurbescherming geldt voor projecten met een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/j geen vergunningplicht. Voor projecten met een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/j kan het stappenplan “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten” worden gevolgd. Deze is opgenomen in bijlage A.
2. Uitgangspunten Voor het uitvoeren van de stikstofdepositieberekeningen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • De stikstofdepositieberekeningen zijn gedaan met de Aerius Calculator web-tool, www.calculator.aerius.nl. • De berekening van de stikstofdepositie betreft de aanlegfase van de wegreconstructie Craijensteijn. Daarbij beschouwen wij de reconstructie, met als uitgangspunt de gegevens vanuit het Concept VO van 30 december 2019 en de kostenraming van 9 januari 2020 • Voor de verkeersaantrekkende werking van bouwverkeer geldt dat het bouwverkeer moet worden meegenomen totdat het in het heersend verkeersbeeld is opgenomen. De Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid hanteert hiervoor als stelregel dat het bouwverkeer onderdeel is van het heersend verkeer op het moment dat het minder dan 20% van de verkeersstroom uitmaakt. In onderstaande tabel is de verkeersintensiteit op het meest oostelijke en meest westelijke wegsegment van Craijensteijn opgenomen (bron: nsl-monitoring.nl). Vanwege de relatief hoge verkeersintensiteiten op Craijensteijn is de verwachting dat de verkeeraantrekkende werking niet leidt tot een toename van verkeer op deze en aanliggende wegen met meer dan 20%. Type verkeer
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer Bus
Verkeersintensiteit Craijensteijn westelijk segment (2018) 9829 43 16 176
Verkeersintensiteit Craijensteijn oostelijk segment (2018) 9332 220 83 176 1/7
3. Berekeningen stikstofdepositie Werkwijze De mate van stikstofdepositie (uitstoot NOx in mol/ha/j) is bepaald door het uitvoeren van de volgende werkzaamheden: 1
Bepalen emissiebronnen. Voor werkzaamheden is per activiteit het type emissiebron c.q. zijn de type emissiebronnen bepaald. Met andere woorden, welk materieel moet worden ingezet om de omschreven activiteit in het werk uit te voeren. Voor een aantal activiteiten is uitgegaan van meerdere soorten materieel per activiteit. Een voorbeeld hiervan is het opbreken van kantopsluiting, waarbij steeds is uitgegaan van een laadschop voor het ontgraven en een kiepbak voor het afvoeren/verplaatsen van de kantopsluiting. Dit is uitgewerkt in een Excel rekenblad (Bijlage B), waarin te zien is welke activiteiten er zijn en welke emissiebronnen hierbij horen.
2
Bepalen inzet emissiebronnen. Op basis van de vastgestelde emissiebronnen zijn de productie en de inzet (uren) bepaald. Deze uren zijn vertaald naar de totale inzet per emissiebron per werkgebied. Dit is uitgewerkt in het Excel rekenblad (Bijlage B).
3
Invoer Aerius. Voor het ingeven van de emissiegegevens is in Aerius Calculator een vlakbron aangemaakt. Een vlakbron vertegenwoordigt het werkgebied en haar grenzen en is opgebouwd uit de emissiebronnen verantwoordelijk voor de uitstoot voor een bepaalde periode. In Aerius Calculator worden de emissies binnen de vlakbron verder gespecificeerd door de eigenschappen (bouwjaar, type brandstof, belasting) van de emissiebron te specificeren. Deze eigenschappen hebben (grote) invloed op de emissiefactor van de emissiebron en daarmee de uitkomst van de stikstofdepositie berekening. Voor het bouwjaar van het bouwmaterieel is uitgegaan van inzet van bouwmaterieel met bouwjaar vanaf 2015, het nieuwste materieel conform Aerius. Bij inzet van ouder bouwmaterieel nemen de emissiefactoren (en daarmee de stikstofdepositie) aanzienlijk toe. Het Aeriusbestand zijn opgenomen in bijlage D.
INFR200250
2/7
Uitkomst en conclusie In onderstaande tabel is een samenvatting gegeven van de rekenresultaten van Aerius Calculator. Craijensteijn NOx emissie (kg/j) Hoogste bijdrage depositie (mol/ha/j)
49,86 0,00
Maximale NOx-emissie voor 0,00 mol/ha/j 85,7 0,00
De reconstructie van Craijenstein leidt tot een maximale stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j. Dit betekent dat op basis van de ingevoerde gegevens voor de reconstructie van Craijensteijn geen vergunningplicht geldt conform het huidige toetsingskader voor stikstofdepositie in het kader van de Wet natuurbescherming. De maximale NOx-emissie om nog te blijven op een depositie van 0,00 mol/ha/j is 85,7 kg/j (zie bijlage C), ten opzichte van een berekende NOx-emissie van 49,86 kg/j. Hieruit blijkt dat er nog enige ruimte is voor NOx-emissie. Bij de uitvoering kan daarom deels gebruik worden gemaakt van materieel met een hogere emissiefactor oftewel ouder materieel, zonder dat dit leidt tot een vergunningplicht.
INFR200250
3/7
A.
Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten
INFR200250
4/7
Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten Aan de hand van onderstaand stappenplan kunt u vaststellen of u vergunningplichtig bent onder de Wet natuurbescherming en welke instrumenten u kunt inzetten om voor een natuurvergunning in aanmerking te komen.
Stap 1.
AERIUS-berekening stikstofdepositie op Natura 2000 als gevolg van project
≤ 0,00 mol/ha/jr
Geen vergunningplicht
≥ 0,00 mol/ha/jr
Stap 2.
Intern salderen
≤ 0,00 mol/ha/jr
Vergunning verleenbaar
≥ 0,00 mol/ha/jr
Stap 3.
Ecologische voortoets
Significante effecten uitgesloten
Significante effecten niet uitgesloten
Stap 4.
Passende beoordeling in het licht van instandhoudings doelstellingen van Natura 2000-gebieden (evt. extern salderen)
Zonder intern salderen: geen vergunningplicht Met intern salderen: vergunning verleenbaar
Geen risico op aantasting natuurlijke kenmerken Vergunning verleenbaar
Natuurlijke kenmerken mogelijk aangetast
Stap 5.
ADC toets - Geen Alternatieven - Dwingende reden van groot openbaar belang - Compensatie van Natura 2000
Positieve uitkomst ADC-toets
Vergunning verleenbaar
Toelichting Stap 1 - AERIUS-berekening stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van een project
Verzamel informatie over de stikstofemissies per bron, bijvoorbeeld werkverkeer of mobiele werktuigen. Omdat de aanleg/bouw- en gebruiksfase beide deel uitmaken van een project, moet er voor beide fases worden bepaald hoeveel stikstofemissies hierbij vrijkomen en dienen er twee aparte AERIUS-berekeningen te worden gemaakt. Om de kans op een toename van stikstofdepositie zo klein mogelijk te maken, is het nodig om na te denken over (technische) mogelijkheden om de emissies zo laag mogelijk te houden. Denk hierbij aan het gebruiken van mobiele werktuigen met een zuinigere stage klasse1. Bereken vervolgens met behulp van de AERIUS Calculator of de emissies resulteren in stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden. Als de uitkomst is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar, dan is er geen natuurvergunning nodig. Is er wel sprake van stikstofdepositie door de nieuwe activiteit maar kunt u intern salderen, ga dan naar stap 2. Ook kunt u voor sommige gevallen middels een voortoets uitsluiten dat een toename van depositie tot significant negatieve effecten leidt, zie hiervoor stap 3. Als u na stap 1 al zeker weet dat significant negatieve effecten niet bij voorbaat kunnen worden uitgesloten, en u kunt ook niet intern salderen, dan kunt u de voortoets overslaan en gelijk beginnen met stap 4.
wordt rekening gehouden met de staat van instandhouding van de betrokken habitattype. Als er sprake is van stikstofdepositie op reeds overbelaste natuur zal een voortoets in de meeste gevallen niet voldoende zijn omdat effecten niet bij voorbaat kunnen worden uitgesloten. Het advies is om hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag. Voor nieuwe projecten waarvoor via een voortoets significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten is geen natuurvergunning nodig, tenzij u in de voortoets rekening houdt met intern salderen. Dan is wel een natuurvergunning vereist. Is het niet mogelijk om via de voortoets negatieve effecten bij voorbaat uit te sluiten, ga dan naar stap 4 Stap 4 - Passende beoordeling in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden (evt. rekening houdend met extern salderen)
Als significant negatieve effecten door stikstofdepositie niet kunnen worden uitgesloten, moet er getoetst worden of de kans bestaat op aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden. Hierbij moet beoordeeld worden of de stikstofdeposities een risico vormen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen zoals deze voor elk Natura 2000-gebied zijn bepaald. Hiervoor wordt een ecologische ‘passende beoordeling’ opgesteld. Als de conclusie van de passende beoordeling is dat er geen risico bestaat op aantasting van natuurwaarden, kan de natuurvergunning door het bevoegd gezag (vaak de provincie) worden verleend.
Stap 2 – intern salderen
Bij ‘intern salderen’ leidt de nieuwe situatie niet tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. Bij woningbouw kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de bouw van een woonwijk op industriële of agrarische grond. Om te bepalen of de nieuwe situatie tot een toename van stikstofdepositie leidt, wordt een verschilberekening gemaakt tussen de huidige feitelijke stikstofdepositie (in zoverre deze vergund is) in de bestaande situatie en de stikstofdepositie in de nieuwe situatie. Bij het bepalen van de feitelijke depositie mag rekening worden gehouden met fluctuaties in uw bedrijfsvoering en aantoonbaar voorgenomen investeringen. Daarnaast zijn er bepaalde type projecten, en plannen ten behoeve van dergelijke projecten, waarvoor de vergunde depositieruimte geldt als uitgangspunt voor intern salderen, namelijk: wegen, vaarwegen, spoorwegen en luchtvaart, woningbouw, duurzame energieopwekking en energieprojecten van nationaal belang, projecten noodzakelijk in het kader van de nationale veiligheid en militaire activiteiten. Intern salderen mag worden meegewogen in de voortoets fase die is beschreven onder stap 3. De conclusie kan dan zijn dat door intern salderen er geen toename is van stikstofdepositie binnen het project of de locatie waardoor significante effecten bij voorbaat kunnen worden uitgesloten.
U moet dan echter wel een natuurvergunning aanvragen bij het bevoegd gezag (vaak de provincie).2 Stap 3 – Ecologische voortoets
Als de AERIUS-berekening aantoont dat uw project leidt tot tijdelijke en/of zeer geringe stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebied, kan het toch zo zijn dat significante negatieve effecten via een ecologische voortoets kunnen worden uitgesloten. Hierbij
Extern salderen meewegen in de passende beoordeling
Het is ook mogelijk om de negatieve effecten van een project te salderen met de positieve effecten van het (gedeeltelijk) intrekken van de vergunning van een ander project. Omdat hier de vergunning voor een activiteit buiten het project bij de passende beoordeling wordt betrokken, heet dit ‘extern salderen’. Hier zijn wel strenge voorwaarden aan verbonden en hiervoor moet getoetst worden aan de beleidsregels van het bevoegd gezag zoals deze gelden voor extern salderen. Luidt de conclusie van de passende beoordeling dat er toch nog risico bestaat op schade aan Natura 2000-gebieden, dan is er voor sommige projecten nog de mogelijkheid van het succesvol doorlopen van de ADC-toets onder stap 5. Stap 5 – ADC-toets
Als schade aan kwetsbare Natura 2000-gebieden en habitattype niet kan worden voorkomen, is er voor sommige projecten de mogelijkheid van het succesvol doorlopen van de ADC-toets. De drempel ligt hiervoor echter hoog. Er moet namelijk sprake zijn van: -- Het ontbreken van Alternatieven; -- Het bestaan van een Dwingende reden van groot openbaar belang om het project doorgang te verlenen (werkgelegenheid, volkshuisvesting, volksgezondheid, nationale economische belangen, verkeersveiligheid, duurzaamheid); -- De schade aan kwetsbare habitattype moet geCompenseerd worden door de aanleg van nieuwe natuur binnen of buiten de huidige Natura 2000 gebieden. Bij het succesvol doorlopen van de ADC-toets kan de natuurvergunning worden verleend.
1 https://www.aerius.nl/nl/handleiding/sectoren/1-stage-klasse.
Disclaimer: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is niet
2 Kijk op de website van BIJ12 en/of uw provincie voor de beleidsregels zoals deze gelden voor intern salderen.
aansprakelijk voor verschrijvingen of fouten in de beslisboom en/of toelichting.
B.
Excel rekenblad
INFR200250
5/7
REKENBLAD STIKSTOFDEPOSITIE CRAIJENSTEIJN Activiteiten Tijdelijke voorzieningen Aanbrengen, instandhouden en verwijderen verkeersmaatregelen Inrichten, instandhouden en verwijderen tijdelijk depot Voorbelasting Aanbrengen tijdelijke afzettingen t.b.v. voorbelasting Plaasten zakbaken Aanbrengen zettingscompensatie hoog Aanbrengen voorbelasting hoog Afvoeren zand Verwijderen zakbaken Monitoren zakbaken Opruimingswerk Funderingen Ontgraven fundering van menggranulaat, rijbaan en fietspaden Vervoeren fundering van menggranulaat Stortkosten fundering van menggranulaat Kantopsluiting Opbreken en afvoeren trottoirband
Geen materieel van toepassing hoeveelheid
[x]
1
EUR
1 40 500 3300 3300 40 1
EUR st m3 m3 m3 st EUR
1440 1440 1440
ton ton ton
Graafmachine 200
200
50
ton/uur
28,8
d = 250 mm transportafstand max 5 km, excl. Stortkosten aanname schoon puin
2250
m1
100
m1
Opbreken en afvoeren RWS band,
675
m1
Opbreken en afvoeren opsluitband
1410
m1
Opbreken en afvoeren opsluitband
860
m1
Opbreken en afvoeren gazonband
960
m1
Opbreken en afvoeren bushalteband
30
m1
Opbreken inritbanden
152
m1
200 200 200 200 200 200 200 200 200 200 200 200 200 200 200 200
100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100
m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur
22,5 22,5 1,0 1,0 6,8 6,8 14,1 14,1 8,6 8,6 9,6 9,6 0,3 0,3 1,5 1,5
180/200, transportafstand max. 5 km
Opbreken en afvoeren trottoirband
Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak
Verhardingen Zagen asfaltverharding rijbaan Trapfrezen tussenlaag t.b.v. verlegging rijbaan Frezen en afvoeren deklaag rijbaan en fietspad
1150 350 6650
m1 m2 m2
2350
m2
200 150 150 200 150 200
150 40 300 300 300 300
m1/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur
7,7 8,8 22,2 22,2 7,8 7,8
d = 140 mm breedte 0,50 m d = 35 mm
Opbreken en afvoeren asfaltverharding, rijbaan en fietspad
Graafmachine 200 Freesmachine Freesmachine Kiepbak Freesmachine Kiepbak
Stortkosten asfalt Opbreken en afvoeren tegelverharding, fietspad
1692 2355
ton m2
Opbreken en afvoeren tegelverharding, trottoir
2740
m2
Verwijderen en afvoeren betonstraatstenen, meddengeleiders
555
m2
Verwijderen en afvoeren betonstraatstenen, rijbaan en parkeren
150
m2
Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak Laadschop Kiepbak
200 200 200 200 200 200 200 200
100 100 100 100 100 100 100 100
m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur
23,6 23,6 27,4 27,4 5,6 5,6 1,5 1,5
1600 96 5 2,5
m2 m2 m2 m2
Kiepbak Kiepbak Kiepbak Kiepbak
200 200 200 200
150 150 150 150
m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur
10,7 0,6 0,0 0,0
d.m.v. waterstralen, incl. stortkosten d.m.v. waterstralen, incl. stortkosten d.m.v. waterstralen, incl. stortkosten d.m.v. waterstralen, incl. stortkosten
104
st
46
st
100 200 100 200
10 10 10 10
st/uur st/uur st/uur st/uur
10,4 10,4 4,6 4,6
incl. grondwerk en 2,0 m uitlegger
Opbreken en afvoeren straatkolken
Graafmachine 100 Kiepbak Graafmachine 100 Kiepbak
Constructies Verwijderen en afvoeren houten beschoeiing
380
Verwijderen en afvoeren houten damwand
20
Graafmachine 100 Kiepbak Graafmachine 100 Kiepbak
100 200 100 200
80 80 30 30
m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur
4,8 4,8 0,7 0,7
Verwijderen deel van gemetselde muur huidige hoofdingang ASVZ Verwijderen duiker t.p.v. nieuwe uitrit ASVZ Groen Maaien en frezen bermen Rooien en afvoeren bomen
1 12
m m3/uur m m3 EUR m
Graafmachine 100
100
12
m1/uur
1
Rooien en afvoeren bomen
28
Rooien en afvoeren bomen
27
Rooien en afvoeren bomen
1
Opnemen bomen kleine diameter
5
are st st st st st st st st st st
Grader Hijskraan 100 Kiepbak Hijskraan 100 Kiepbak Hijskraan 100 Kiepbak Hijskraan 100 Kiepbak Hijskraan 100 Kiepbak
100 100 200 100 200 100 200 100 200 100 200
2 3 3 5 5 10 10 15 15 15 15
are/uur st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur
15 2,7 3 5,6 6 2,7 2,7 0,1 0,1 0,3 0,3
Wegmeubilair Opnemen afvalbak Opnemen lichtmasten
6 22
st st
Hijskraan 100
100
5
st/uur
4,4
Markeringen Verwijderen themorplastische markeringen lijnen Verwijderen themorplastische markeringen zebrapaden Verwijderen themorplastische markeringen blokmarkering Verwijderen thermoplastische markering driehoeksmarkering Riolering Opbreken en afvoeren trottoirkolken
30 8
Materieel
kW
Productie
[x]
uren
Opmerking alle benodigde verkeersmaatregelen en bebording, gedurende de werkzaamheden, met materiaal van aannemer
Graaf-Laadcombi Graaf-Laadcombi
80 80
100 100
m3/uur m3/uur
5 33
incl. verlengen; aanname elke 20 m t.p.v. nieuw fietspad 200 mm; incl. leverantie 750 mm; incl. leverantie incl. restwaarde Inzet
130/150, transportafstand max. 5 km transportafstand max. 5 km 60x200 mm, transportafstand max. 5 km
Graaf-Laadcombi Graafmachine Kiepbak Laadschop Freesmachine Hijskraan Wals Compactor Asfalt afwerkinst. Asfalt afwerkinst. Trilplaat/Stamper Graafmachine Compacttrekker Hijskraan
kW
Bouwjaar
Emissiefactor
Totaal uren
Brandstof
Belasting [%]
80 200 200 200 150 100 90 200 100 60 10 60 40 200
2015 2015 2015 2015 2015 2015 2015 2015 2015 2015 2008 2015 2015 2015
0,4 0,3 0,3 0,4 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 3,4 0,3 0,4 0,4
38 441 313 207 39 23 25 6 50 5 74 380 30 92
Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Benzine Diesel Diesel Diesel
40 60 60 60 60 50 40 50 55 55 40 60 50 50 Totaal
100x200 mm, transportafstand max. 5 km 100x200 mm, transportafstand max. 5 km transportafstand max. 5 km
d = 140 mm
incl. grondwerk en 2,0 m uitlegger
diameter onbekend, incl. grondwerk
diameter 0,50 - 1,00 m diameter 0,30 - 0,50 m diameter 0,20 - 0,30 m diameter < 0,20 m diameter < 0,20 m
Vervoeren naar depot
Emissie Nox [kg/j] uit Aerius 0,49 15,88 11,27 9,94 1,05 0,46 0,36 0,24 1,10 0,07 0,99 4,1 0,24 3,68 49,87
37 65 1 8 1
st st m st st st
Kiepbak Hijskraan 100 Hijskraan 100 Hijskraan 100 Hijskraan 100 Hijskraan 100
200 100 100 100 100 100
22 10 40 1 10 15
st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur
1 3,7 1,6 1 0,8 0,1
850 1000 2830 1600 265 300 1000
m3 m3 m3 m3 m3 m3 m3
Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200
200 200 200 200 200 200 200
80 80 80 80 80 100 80
m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur
10,6 12,5 35,4 20 3,3 3,0 12,5
d = 110 mm (t.p.v. toekomstig groen) d = 1000 mm d = 700 mm (t.p.v. huidig voetpad en berm) d = 400 mm (t.p.v. huidig groen) T.b.v. aan te brengen teelaarde tussen RWS banden
6845
m3
Kiepbak
200
250
m3/uur
27,4
Klasse industrie, transportafstand max 5 km, excl. Stortkosten
600 1600 1200 460 1440 2010 70 2185 264
m3 m3 m3 m3 m3 m3 m3 m3 m3
Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200
200 200 200 200 200 200 200 200 200
40 40 40 40 40 40 40 40 40
m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur m3/uur
15 40 30 11,5 36 50,3 1,8 54,6 6,6
d = 600 mm, excl. Leverantie d = 400 mm, excl. Leverantie d = 300 mm, excl. Leverantie T.p.v. Sporthal de Basis, hoogte gem. 1,80 m, incl. leverantie Tegenover kuising Ambachtsweer, hoogte gem. 1,80 m, incl. leverantie Rondom terrein ASVZ Merwebolder, hoogte gem. 1,80 m, incl. leverantie Tegenover kruising Koningsweer, hoogte gemiddeld 1,80 m, incl. leverantie d = 500 mm; gerekend met 1,5 m3/m1 voor de bermen d = 0,30 m, incl. leverantie
50 9829 3000
m1 m3 m3
Graafmachine 200 Wals Graafmachine 200
200 90 200
50 400 350
m3/uur m3/uur m3/uur
1 24,6 8,6
3400 2449
m3 m3
Kiepbak Kiepbak
200 200
250 250
m3/uur m3/uur
13,6 9,8
6845
m3
Laadschop
200
500
m3/uur
13,7
Klasse industrie
450 2430 3600 5170
ton ton m2 m2
Laadschop Laadschop Laadschop Compactor
200 200 200 200
200 200 200 800
ton/uur ton/uur m2/uur m2/uur
2,25 12,15 18,0 6,5
Verlegging rijbaan; d = 300 mm Fietspad; d = 300 mm
2385 3200 1080 2780
m1 m1 m1 m1
Kiepbak Kiepbak Kiepbak
200 200 200
600 600 600
m1/uur m1/uur m1/uur
4 5,3 1,8
100x200 mm, grijs, incl. bochtstukken 110/220x250 mm, grijs, incl. bochtstukken 40/120x250 mm, grijs, incl. bochtstukken 0,025 m3/m1
487,5
Lev. + aanbr.betontegels, trottoir
3170
m2
Lev. + aanbr.betontegels, trottoir t.p.v. inritten
430
m2
Lev. + aanbr. betonstraatstenen, rijbaan en parkeren
115
m2
Lev. + aanbr. crete beton middengeleiders, kleur geel Lev + aanbr. inritblokken, grijs
320 150
m2 m1
Lev. + aanbr. crete beton verbreding rijbaan nieuwe uitrit ASVZ Lev. + aanbr. crete beton tussen RWS banden Markeringen Aanbrengen dubbele asmarkering ononderbroken Aanbrengen markering ononderbroken busbaan Aanbrengen langsmarkering onderbroken Aanbrengen asmarkering fietspad Aanbrengen driehoeksmarkering Aanbrengen driehoeksmarkering Aanbrengen blokmarkering Aanbrengen belijning middengeleider Aanbrengen belijning voetgangsoversteek Leidingwerk Leveren en aanbrengen kolkaansluitingen
21 15
m2 m2
Asfalt afwerkinst. 100 Kiepbak Asfalt afwerkinst. 100 Kiepbak Asfalt afwerkinst. 100 Kiepbak Asfalt afwerkinst. 100 Kiepbak Asfalt afwerkinst. 100 Kiepbak Graafmachine 60 Laadschop Trilplaat/stamper Graafmachine 60 Laadschop Trilplaat/stamper Graafmachine 60 Laadschop Trilplaat/stamper Kiepbak Laadschop Graafmachine 60 Kiepbak Kiepbak
100 200 100 200 100 200 100 200 100 200 60 200 10 60 200 10 60 200 10 200 200 60 200 200
40 40 40 40 3500 3500 40 40 40 40 15 100 50 15 100 50 15 100 50 80 100 100 80 80
ton/uur ton/uur ton/uur ton/uur m2/uur m2/uur ton/uur ton/uur ton/uur ton/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m2/uur m1/uur m1/uur m2/uur m2/uur
12,2 12,2 14,1 14,1 3,6 3,6 12,5 12,5 7,5 7,5 211,3 31,7 63,4 28,7 4,3 8,6 7,7 1,2 2,3 4 1,5 1,5 0,3 0,2
d =30 mm (DGD)
300
ton ton ton ton m2 m2 ton ton ton
600 40 405 1080 31 20 94 103 55
m1 m1 m1 m1 st st st m2 st
Asfalt afwerkinst. 60 Asfalt afwerkinst. 60 Asfalt afwerkinst. 60 Asfalt afwerkinst. 60 Asfalt afwerkinst. 60 Asfalt afwerkinst. 60 Asfalt afwerkinst. 60 Asfalt afwerkinst. 60 Asfalt afwerkinst. 60
60 60 60 60 60 60 60 60 60
1000 800 1000 1000 100 100 100 100 100
m1/uur m1/uur m1/uur m1/uur st/uur st/uur st/uur m2/uur st/uur
0,6 0,1 0,4 1,1 0,3 0,2 0,9 1,0 0,6
thermoplastisch thermoplastisch 1,00 - 1,00 m; dik 0,10 m 0,30 - 2,70 m; thermoplastisch 0,50 m x 0,50 m; thermoplastisch 0,30 m x 0,30 m; thermoplastisch 0,50 m x 0,50 m; thermoplastisch thermoplastisch lang 4,00 m, themoplastisch
116
st
Graafmachine 60
60
8
st/uur
14,5
3,0m/kolk, incl. grondwerk
Opnemen verkeersborden Opnemen hekwerk Opnemen abri incl. betonplaat Opnemen fietsklemmen Opnemen bushalte bord Grondwerk Grond ontgraven Grond ontgraven uit cunet bestaande rijbaan en fietspad Grond ontgraven t.b.v. nieuwe rijbaan Grond ontgraven t.b.v. nieuwe fietspad Grond ontgraven uit cunet voetpad Grond ontgraven uit cunet Grond ontgraven t.b.v. te graven watergangen Baggeren waterbodem, incl. afvoeren transport max 5 km Grond vervoeren Vervoeren vrijkomende grond Grond verwerken Verwerken zand in cunet rijbaan Verwerken zand in cunet fietspad Verwerken zand in cunet voetpad Bims verwerken in te dempen watergangen Grond verwerken in te dempen watergang ASVZ Bims verwerken in te dempen watergang Bims verwerken in te dempen watergang Grond verwerken t.p.v. toekomstig groen en bermen Verwerken teelaarde t.b.v. groen tussen RWS banden Grond berwerken Inkassen bestaande taluds t.b.v. bims Verdichten zand c.q. niet samenhangede grond Profileren bermen Grond leveren Leveren zand in zandbed Leveren teelaarde voor groen en bermen Grond storten Storten grond Verhardingen Funderingen Lev. + aanbr. Fundering van hydraulisch menggranulaat Lev. + aanbr. Fundering van hydraulisch menggranulaat Lev. + aanbr. Straatlaag voetpad, d = 50 mm, incl. leverantie Egaliseren fundering van hydraulisch menggranulaat Kantopsluiting Lev. + aanbr. Opsluitband Lev. + aanbr. RWS band Lev. + aanbr.
Rijwielpadband Aanbrengen steunrug van stampbeton Verhardingen Lev. + aanbr. geluidreducerende deklaag rijbaan Lev. + aanbr. asfaltverharding onderlaag en tussenlaag rijbaan
562,5
Lev. + aanbr. kleeflaag tussen asfalt rijbaan en fietspad
12600
Lev. + aanbr. asfaltverharding, fietspad onderlaag
500
Lev. + aanbr. deklaag van asfalt kleur rood, fietspad
Aanname niet verontreinigd
d = 90 mm, incl. uitvullagen
d= 50mm d = 30 mm 300x300x60 mm
300x300x80
KF
750x500x180 mm t.b.v. brandweer, huidige uitrit ASVZ
Leveren en aanbrengen kolk Leveren en aanbrengen kolk Leveren en aanbrengen straatkolk Aanbrengen put in duiker Aanbrengen put in duiker Aanbrengen duiker spirosol
53 53 10 1 1 36
Graafmachine 60 Graafmachine 60 Graafmachine 60 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200 Hijskraan 200 Graafmachine 200 Hijskraan 200 Graafmachine 200
60 60 60 200 200 200 200 200 200 200
1 1 1 2 2 5 1 7 1 1
st/uur st/uur st/uur st/uur st/uur uur st/uur uur st/uur uur
53,0 53,0 10,0 0,5 0,5 5 1 7,0 1 1
type 450x450 mm, in rijwielpadband 4/12 type 450x450 mm, in RWS band t.p.v. voetpad langs Parallelweg nabij Sporthal de Basis tegenover kruising Baaneweer Ø800 mm, nabij Sporthal de Basis, incl grondwerk
4
st st st st st m m m m m
Aanbrengen duiker spirosol
50
Aanbrengen duiker spirosol Constructies Aanbrengen stalen buispaal Aanbrengen omega scherm lang Aanbrengen dekplanken Aanbrengen houten beschoeiing Groen Inzaaien bermen Aanbrengen beplanting en hagen Aanbrengen boom Aanbrengen boom Toepassen grondverbetering bomen Aanbrengen boompalen incl. banden Verplanten bestaande bomen Terreininrichting Leveren en aanbrengen bebording Verplaatsen bestaande lichtmasten Leveren en aanbregen lichtamst Werk van algemene aard Communicatie en coördinatie Revisiegegevens inrichting Faseringskosten
245 490 490 110
st m m m
Hijskraan 200 Hijskraan 200 Hijskraan 200 Graafmachine 200
200 200 200 200
4 30 40 25
st/uur m/uur m/uur m/uur
61,3 16,3 12,3 4,4
Ø139,7 x 8,9 mm; lang 8000 mm; h.o.h. 0,50 m, staalkwaliteit S235 1,00 m
300 1 10 51 549 122 8
are EUR st st m3 st st
Compacttrekker
40
10
are/uur
30
Graafmachine 200 Graafmachine 200 Graafmachine 200
200 200 200
5 5 50
st/uur st/uur m3/uur
2 10,2 11,0
Graafmachine 200
200
2
st/uur
4,0
1 22 22
EUR st st
Graafmachine 200
200
3
st/uur
7,3
1 1 1
EUR EUR EUR
Ø800 mm, bij nieuwe uitrit ASVZ, incl grondwerk Ø800 mm, tegenover kruising Baaneweer, incl grondwerk
terrein ASVZ terrein gemeente gerekend met 9 m3 per boom
9m standaard, inclusief armatuur en aansluiting
C.
Iteraties maximale stikstofemissie
INFR200250
6/7
Reconstructie Craijensteijn Invoer NOx emissie [kg/j] 50 80 150 110 100 90 85 87 86 85,5 85,7 85,8
Grenswaarde tot voldoen:
Max uitvoer depositie [mol/ha/j]
Streefwaarde depositie [mol/ha/j] 0 0 0,01 0,01 0,01 0,01 0 0,01 0,01 0 0 0,01
85,7 kg/j
Toetsing 0 Voldoet 0 Voldoet 0 Voldoet niet 0 Voldoet niet 0 Voldoet niet 0 Voldoet niet 0 Voldoet 0 Voldoet niet 0 Voldoet niet 0 Voldoet 0 Voldoet 0 Voldoet niet
D.
Uitvoer Aerius Calculator
INFR200250
7/7
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RNfCWFjQtzzY (15 mei 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Iv-Infra
Craijensteijn, 3363 Sliedrecht
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Stikstof vraagstuk Craijensteijn
RNfCWFjQtzzY
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
15 mei 2020, 10:48
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
49,86 kg/j
NH3
-
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Stikstof vraagstuk Craijensteijn
Situatie 1
RNfCWFjQtzzY (15 mei 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Craijensteijn Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
49,86 kg/j
RNfCWFjQtzzY (15 mei 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Resultaten
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Graaf-laadcombi 80 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Graafmachine 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
15,88 kg/j
AFW
Kiepbak 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
11,27 kg/j
AFW
Laadschop 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
9,94 kg/j
AFW
Freesmachine 150 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
1,05 kg/j
AFW
Hijskraan 100 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Wals 90 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Compactor 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Asfalt afwerkinstallatie 100 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
1,10 kg/j
AFW
Asfalt afwerkinstallatie 60 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Trilplaat/stamper 10 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Graafmachine 60 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
4,10 kg/j
AFW
Compacttrekker 40 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Hijskraan 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
3,68 kg/j
Situatie 1
Brandstof verbruik (l/j)
Craijensteijn 111049, 426716 49,86 kg/j
RNfCWFjQtzzY (15 mei 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RNfCWFjQtzzY (15 mei 2020) pagina 5/5
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
Postbus 75, 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800
Craijensteijn
Ref.: 1905136A02-R19-1065 22 november 2019
Gemeente Sliedrecht
RPS advies- en ingenieursbureau bv
Contactpersoon
De heer W. Allen
Auteur
Dhr. J. Willemsen
Adres
Postbus 16
Projectleider
Mw. L. Meeuwissen
3360 AA SLIEDRECHT
Gecontroleerd door
Mw. S. Tummers
Projectreferentie Versie
1905136A02-R19-1065 Concept
Handtekening
Handtekening
Akkoord Lotte Meeuwissen Projectleider
Akkoord Sanne Tummers Adviseur Ecologie
Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 2 van 24
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING ................................................................................................................................... 5 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 Doel van het onderzoek ............................................................................................................... 5 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................... 6 Leeswijzer .................................................................................................................................... 6
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2
PROJECTOMSCHRIJVING ........................................................................................................ 7 Projectgebied ............................................................................................................................... 7 Werkzaamheden en planning ...................................................................................................... 9 Werkzaamheden .......................................................................................................................... 9 Planning ....................................................................................................................................... 9
3 3.1 3.2 3.3 3.4
WERKWIJZE QUICKSCAN ...................................................................................................... 10 Bureaustudie .............................................................................................................................. 10 Veldbezoek ................................................................................................................................. 10 Effectanalyse voorgenomen ingreep.......................................................................................... 11 Maatregelen ............................................................................................................................... 11
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2 4.6 4.7 4.8 4.9
AANWEZIGE EN TE VERWACHTEN SOORTEN .................................................................... 12 Vaatplanten ................................................................................................................................ 12 Mossen en korstmossen ............................................................................................................ 12 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................... 12 Vleermuizen ............................................................................................................................... 13 Vogels ........................................................................................................................................ 14 Vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats .................................. 14 Broedvogels ............................................................................................................................... 15 Reptielen .................................................................................................................................... 16 Amfibieën ...................................................................................................................................
16 Vissen ......................................................................................................................................... 16 Ongewervelde diersoorten ......................................................................................................... 17
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
EFFECTANALYSE .................................................................................................................... 18 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................... 18 Vleermuizen ............................................................................................................................... 18 Vogels ........................................................................................................................................ 19 Amfibieën ................................................................................................................................... 19 Conclusie effectanalyse ............................................................................................................. 20
6 6.1 6.2 6.3
VOORZORGSMAATREGELEN ................................................................................................ 21 Zorgplicht .................................................................................................................................... 21 Broedvogels ............................................................................................................................... 21 Rugstreeppad ............................................................................................................................. 22
7 7.1
CONCLUSIE .............................................................................................................................. 23 Conclusies .................................................................................................................................. 23
8
BRONNEN ................................................................................................................................. 24
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 3 van 24
BIJLAGEN 1. 2.
Natuurwetgeving Foto’s projectgebied
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 4 van 24
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De OmniformGroup is in samenwerking met de gemeente Sliedrecht voornemens om de weg de Craijensteijn (zie figuur 1.1) in Sliedrecht te reconstrueren en aan te passen. Deze werkzaamheden hebben betrekking op het herinrichten van de weg de Craijensteijn, gedeeltes van watergangen dempen, aanleg van wadi’s en groenstroken.
figuur 1.1: projectgebied (rode lijnen). Bron: Bing Maps.
RPS is gevraagd een quickscan uit te voeren om te onderzoeken welke beschermde flora en fauna voorkomen binnen het projectgebied. Bij alle ruimtelijke ingrepen moet worden getoetst of er sprake is van strijdigheid met de Wet natuurbescherming (bijlage 1). Voor het onderhavige project is daarom een quickscan uitgevoerd. De quickscan is gericht op het onderdeel ‘Soortenbescherming’.
1.2
Doel van het onderzoek
Het doel van de quickscan is inzicht te krijgen in de beschermde planten- en diersoorten die voorkomen of kunnen voorkomen binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden en wat de effecten zijn van de ingreep op deze soorten. De gegevens voortvloeiend uit de quickscan geven duidelijkheid of een aanvullend onderzoek en een daaruit volgende toetsing aan de Wet natuurbescherming (natuurtoets) noodzakelijk is.
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 5 van 24
1.3
Onderzoeksvragen
Het verleggen van straten, gedeeltes van watergangen dempen en het aanleggen van wadi’s en groenstroken kunnen gevolgen hebben voor de ter plaatse voorkomende beschermde flora en fauna. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. De onderzoeksvragen zijn als volgt: • Welke beschermde soorten zijn binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig of op basis van de aanwezige biotopen niet uit te sluiten? • Is aanvullend soortgericht onderzoek noodzakelijk om te kunnen vaststellen of beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig zijn? Zo ja, voor welke soorten? • Welke effecten ondervinden de aanwezige en te verwachten beschermde soorten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep, betreft het hier negatieve effecten die leiden tot overtreding van verbodsbepalingen? • Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te voorkomen en daarmee overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen? • Welke maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te mitigeren of te compenseren? • Is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 zijn de ligging van het projectgebied beschreven en de werkzaamheden die uitgevoerd worden. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de soortenanalyse beschreven van de soorten die verwacht worden en welke soorten er gevonden zijn tijdens de quickscan. In hoofdstuk 5 wordt de effectanalyse besproken, in hoofdstuk 6 worden voorzorgsmaatregelen beschreven die noodzakelijk zijn om de werkzaamheden goed te laten verlopen en tot slot hoofdstuk 7 waar de conclusies beschreven zijn en worden de mogelijke vervolgonderzoeken beschreven die uitgevoerd dienen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming.
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 6 van 24
2
PROJECTOMSCHRIJVING
2.1
Projectgebied
Het projectgebied is gelegen in de gemeente Sliedrecht in de provincie Zuid-Holland. De stadskern van Sliedrecht ligt ten oosten van het projectgebied. Dordrecht ligt ten westen van het projectgebied en steden als Rotterdam (noord) en Gorinchem (oost) liggen in de buurt van het projectgebied. Het projectgebied heeft een lengte van ongeveer 1,3 kilometer en de mogelijke alternatieve extra zijarm heeft een lengte van ongeveer 1,5 kilometer. Het projectgebied heeft de volgende Amersfoort-coördinaten: 110-426 en 111-426. In figuur 2.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven in de topografische kaart en figuur 2.2 toont de luchtfoto van het gebied.
figuur 2.1: overzicht (topografische kaart) van het projectgebied (rode lijn) Bron: CC-BY Kadaster.
Ten noorden van het projectgebied ligt de Rijksweg A15 Rotterdam – Nijmegen. In en rond het projectgebied staan verschillende huizen en andere gebouwen zoals flats. Verder zijn verschillende watergangen met uiteenlopende afmetingen aanwezig en groen in de vorm van bomen, grasvelden, tuinen en groenperken in en rond het projectgebied. Ten zuiden van het projectgebied ligt de Beneden Merwede.
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 7 van 24
figuur 2.2: overzicht van het projectgebied (rode lijn). Bron: Bing Maps figuur 2.2: toont een impressie van het projectgebied. De andere overzichtsfoto’s zijn bijgevoegd in bijlage 2.
figuur 2.3: impressie van het projectgebied Craijensteijn. 1) noordelijk gedeelte projectgebied 2) groen langs de weg 3) weg de Craijensteijn
Figuur 2.4: impressie van het projectgebied Craijensteijn. 1) watergang langs de Craijensteijn 2) bomen langs de weg 3) treurwilg in groenstrook langs Craijensteijn
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 8 van 24
2.2
Werkzaamheden en planning
2.2.1
Werkzaamheden
Een gedetailleerd ontwerp is nog niet bekend voor dit project. Globaal gaan de volgende werkzaamheden plaatsvinden: • Af- en aanvoer van verschillende materialen. • Gedeeltes van watergangen dempen. • Verschillende graafwerkzaamheden in het projectgebied. • Af- en aanvoer van grond. • Mogelijk afdammen gedeeltes van de watergang. • Mogelijk baggeren van de watergang. • Verleggen van de weg, fietspad en voetpaden. • Graven van de wadi’s. • Aanleg van verschillende groenstroken. Aanwezige bomen worden zo veel mogelijk gespaard, waar de weg verlegd wordt dienen de boom/bomen weg gehaald te worden.
2.2.2
Planning
Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd, is ten tijde van het schrijven van dit rapport nog niet bekend.
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 9 van 24
3
WERKWIJZE QUICKSCAN
Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, wordt een bureaustudie uitgevoerd naar bestaande, beschikbare verspreidingsgegevens. Daarnaast vindt een veldbezoek plaats. In dit hoofdstuk is de werkwijze van de quickscan beschreven.
3.1
Bureaustudie
Grote delen van Nederland zijn in de afgelopen jaren reeds onderzocht op aanwezige beschermde soorten. De gegevens afkomstig van deze onderzoeken worden grotendeels gepubliceerd in boeken (soortverspreidingsatlassen), rapportages of zijn op internet (o.a. Verspreidingsatlas NDFF) te raadplegen. Beschikbare gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geraadpleegd. Door deze bestaande verspreidingsgegevens te raadplegen, wordt inzicht verkregen in de aanwezige beschermde soorten in of in de directe omgeving van het projectgebied. De beschikbare gegevens zijn beoordeeld op de bruikbaarheid. Verspreidingsgegevens van vissen, amfibieën, reptielen, zoogdieren, vogels, insecten en weekdieren mogen maximaal 5 jaar oud zijn, planten maximaal 10 jaar. Hierbij gelden echter enkele uitzonderingen waardoor verspreidingsgegevens van sommige soorten niet ouder dan 1 of 3 jaar mogen zijn. De bestaande gegevens worden veelal op uurhok- (5*5 km) of kilometerhokniveau (1*1 km) weergegeven. Een nadeel hiervan is dat dan nog niet met zekerheid bekend is of de betreffende planten- of diersoort ook daadwerkelijk in het projectgebied voorkomt en wat de functie van het gebied is voor deze soort. Daarnaast kan het voorkomen dat gebieden niet onderzocht zijn (of slechts op enkele soortgroepen), of dat de verspreidingsgegevens niet beschikbaar zijn gesteld.
3.2
Veldbezoek
Inzicht in het voorkomen van beschermde soorten wordt verkregen door het uitvoeren van een oriënterend veldbezoek. Het veldwerk is door een ecoloog van RPS uitgevoerd. In het onderstaande overzicht is weergegeven door welke ecoloog en op welke datum het veldbezoek heeft plaatsgevonden. Daarbij zijn voor de volledigheid ook de weersomstandigheden vermeld (bron: www.knmi.nl). tabel 3.1: uitgevoerd veldonderzoek met weersomstandigheden.
Weersomstandigheden Datum 29 oktober 2019
Temp. 12°C
Windkracht 2-3 Bft
Bewolking Onbewolkt
Onderzoeker
Onderzoeken
Ter zake kundige
Doel onderzoeken
Dhr. J. (Jasper) Willemsen
Quickscan
Het veldonderzoek is op basis van zicht- en geluidswaarnemingen uitgevoerd, vanaf het maaiveld. Waar dit mogelijk was, is een inspectiecamera gebruikt en is een Ravon schepnet gehanteerd op kansrijke locaties zoals in de watergangen. Daarnaast is met het veldbezoek een beeld verkregen van de aanwezige biotopen en het landgebruik van het gebied. Met deze informatie wordt beoordeeld of de planten- en diersoorten die in de bestaande verspreidingsgegevens (zoals de NDFF) zijn genoemd, ook in het projectgebied kunnen voorkomen of verwacht kunnen worden. Daardoor is het mogelijk de quickscan in een periode van het jaar uit te voeren waarin niet alle soortgroepen aanwezig of actief zijn.
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 10 van 24
3.3
Effectanalyse voorgenomen ingreep
Met de verzamelde gegevens uit de bureaustudie en het veldbezoek is beoordeeld of de voorgenomen ingreep (voor zover bekend voor een deelgebied) leidt tot negatieve effecten op de aanwezige en/of te verwachten beschermde soorten en hun leefgebied. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. In deze analyse zijn de effecten zowel op de korte termijn (ten tijde van de werkzaamheden) als op de lange termijn (na afloop van de ingreep) meegenomen. Vervolgens is beoordeeld of overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming aan de orde is.
3.4
Maatregelen
Negatieve effecten op beschermde planten en dieren dienen zo veel mogelijk te worden voorkomen. Indien negatieve effecten door de voorgenomen effecten aan de orde zijn, worden in eerste instantie voorzorgsmaatregelen opgenomen om de negatieve effecten alsnog te voorkomen. Wanneer voorzorgsmaatregelen niet afdoende zijn om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen, dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen in een aparte natuurtoetsrapportage opgenomen te worden.
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 11 van 24
4
AANWEZIGE EN TE VERWACHTEN SOORTEN
Hieronder is beschreven welke beschermde of bedreigde soorten in het gebied voorkomen of verwacht kunnen worden. Onderstaand is het resultaat van de bureaustudie en het veldonderzoek. Afhankelijk van in welke periode van het jaar het veldonderzoek heeft plaatsgevonden, is het mogelijk om per soort aan te geven wat de functie van het projectgebied is voor de soort (bijvoorbeeld leef-, voortplantings- en/of foerageergebied). In hoofdstuk 2 en bijlage 2 zijn enkele foto’s weergegeven van het projectgebied. Voor het projectgebied is per soortgroep eerst vermeld welke waarnemingen van soorten vermeld zijn vanuit de NDFF en de verspreidingsgegevens. Vervolgens is vermeld welke soorten (en/of sporen en geluiden) tijdens het veldbezoek zijn waargenomen. Op basis van de aanwezige biotopen wordt tot slot aangegeven voor welke soorten het projectgebied een functie heeft, bijvoorbeeld als voortplantingsbiotoop, winterbiotoop of onderdeel van een groter foerageergebied.
4.1
Vaatplanten
Waarnemingen NDFF: geen beschermde vaatplanten gemeld. Verspreidingsgegevens: geen beschermde vaatplanten gemeld. Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde soorten waargenomen. Soorten die zijn waargenomen zijn straatgras, gewoon varkensgras, glanshaver, engels raaigras en verschillende gecultiveerde soorten zoals mansbloed, potentilla’s en sierkersen. In de groenstroken zijn merendeel gecultiveerde soorten aanwezig en in het grasveld komt alleen een monotoon cultuur van engels raaigras met straatgras voor. Langs de watergangen staan op verschillende plekken bomen zoals els en es en op enkele plekken staat riet met egelskop. In de watergangen zijn geen waterplanten waargenomen door het troebele water en een dikke sliblaag op de bodem. Beschermde soorten worden niet verwacht op basis van afwezigheid van geschikt biotoop en het intensieve maaibeheer van grasvelden en groenstroken. Daarnaast zijn de watergangen troebel, stilstaand en ligt er veel zwerfvuil in. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten in het projectgebied wordt uitgesloten, door afwezigheid van geschikte biotopen.
4.2
Mossen en korstmossen
Waarnemingen NDFF: geen beschermde mossen en korstmossen gemeld. Verspreidingsgegevens: geen beschermde mossen en korstmossen gemeld. Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde mossen en korstmossen waargenomen. Soorten zoals gewoon purperschaaltje, fijn laddermos, gewone haarmuts, groot dooiermos, gewoon schildmos en muurschotelkorst zijn waargenomen. Dit zijn algemeen in Nederland voorkomende soorten. Door de afwezigheid van geschikt biotoop voor beschermde mossen en korstmossen is het voorkomen van beschermde mossen en korstmossen ook uitgesloten.
4.3
Grondgebonden zoogdieren
Waarnemingen NDFF: geen beschermde grondgebonden zoogdieren gemeld.
rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 12 van 24
Verspreidingsgegevens: egel, konijn, haas, ree, vos, veldmuis, rosse woelmuis, bosmuis en gewone bosspitsmuis Tijdens het veldonderzoek zijn geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Ook zijn geen sporen waargenomen van de grondgebonden zoogdieren. Geschikt biotoop voor verschillende muizensoorten is aanwezig. Soorten zoals bosmuis, veldmuis, rosse woelmuis en gewone bosspitsmuis kunnen voorkomen in en rond het projectgebied door de aanwezigheid van grasvelden, groenstroken, ruigtes, houtstapels, tuinen en bebouwing. In de tuinen, perken en groenstroken ligt strooisel en zijn ruigtes aanwezig waar muizen in kunnen foerageren en verblijven. Hierdoor is het niet uitgesloten dat verschillende algemene muizensoorten binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden voorkomen. Voor egels is in en rond het projectgebied geschikt biotoop aanwezig. In de verschillende tuinen zijn houtstapels, strooisel en ruigtes aanwezig waar egels kunnen verblijven en foerageren. Langs de wegen is geschikt biotoop aanwezig voor egels om te foerageren zoals groenstroken, grasvelden en ruigtes en is op meerdere plekken een strooisellaag aanwezig waaronder egels kunnen verblijven. Door de aanwezigheid van geschikt leefgebied kan niet uitgesloten worden dat egels kunnen voorkomen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Tijdens het veldonderzoek zijn geen egels waargenomen.
Voor kleine marterachtigen zoals wezel en hermelijn is binnen het projectgebied geen geschikt leefgebied aanwezig. Deze soorten komen voor in open landschappen waar graslanden, ruigtes en houtstapels aanwezig zijn. In het projectgebied is bebouwing aanwezig. Kleine materachtige komen amper tot niet voor in bebouwde gebieden. Het is daardoor uitgesloten dat kleine materachtigen kunnen voorkomen in het projectgebied. Vossen komen voor in diverse biotopen. Geschikt leefgebied voor deze soort is aanwezig in en rond het projectgebied. Er zijn geen exemplaren waargenomen, evenals sporen en holen van deze soort. Het is echter niet uitgesloten dat deze soort incidenteel voorkomt in het projectgebied om te foerageren. Ten aanzien van zwaar beschermde en kritische grondgebonden zoogdieren is geen geschikt biotoop binnen of in de directe omgeving van het projectgebied aanwezig. Soorten als waterspitsmuis en Noordse woelmuis worden dan ook niet verwacht.
4.4
Vleermuizen
Waarnemingen NDFF: geen vleermuizen gemeld. Verspreidingsgegevens: gewone dwergvleermuis, meervleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Verblijfplaatsen Tijdens het veldonderzoek zijn meerdere geschikte locaties gevonden waar vleermuizen in kunnen verblijven. De verschillende woningen en gebouwen in en rond het projectgebied hebben spleten, gaten, kieren en losliggende dakpannen waar vleermuizen in en onder kunnen verblijven. Aan deze gebouwen worden geen werkzaamheden uitgevoerd. De verschillende bomen hebben geen geschikte locaties voor verblijvende vleermuizen, omdat deze bomen geen spleten, scheuren en gaten bevatten. Op en langs het projectgebied zijn geen geschikte locaties aanwezig waar vleermuizen in kunnen verblijven. rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 13 van 24
Foerageergebied en vaste vliegroutes De watergangen, weg en verschillende solitaire bomen kunnen door vleermuizen gebruikt worden om te foerageren en dienen als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Daarnaast zijn groenstroken met bomen en struiken aanwezig waarlangs vleermuizen kunnen foerageren en langsvliegen. In hoeverre het projectgebied een functie heeft als (essentieel) foerageergebied of (essentiële) vliegroute en welke vliegroutes precies worden gebruikt, is op basis van de quickscan niet te beoordelen.
4.5
Vogels
4.5.1
Vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats
Waarnemingen NDFF: geen meldingen van vogels met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats. Verspreidingsgegevens: buizerd, sperwer, slechtvalk, ransuil, roek, kerkuil, huismus, gierzwaluw, steenuil en ooievaar. Tijdens het veldonderzoek zijn geschikte leefgebieden voor verschillende vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats waargenomen, soorten zoals buizerd, sperwer, slechtvalk, ransuil, roek, kerkuil, huismus, gierzwaluw, steenuil en ooievaar. Nesten van vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats zijn niet aangetroffen in het projectgebied. Buizerd Tijdens het veldonderzoek zijn geen nesten van deze soort waargenomen en ook zijn geen vliegende exemplaren waargenomen. Deze soort broedt hoog in bomen waar ze individuele nesten maken in de toppen van een boom. De bomen langs de weg en de watergangen zijn hoog, maar niet hoog genoeg voor de buizerd om nesten in te bouwen. Ook zijn de kronen van meerdere bomen niet geschikt om nesten in te maken. Mogelijk maakt buizerd wel gebruik van het projectgebied om te foerageren. Sperwer Sperwers broeden in bosrijk gebied met hoge bomen waaronder struiken aanwezig zijn. De soort maakt zowel nesten hoog in een boom als soms in aanwezige (dichte) struiken. In het projectgebied zijn geen geschikte nestlocaties voor sperwers waargenomen.
Ook zijn in de omgeving van het projectgebied geen geschikte locaties waargenomen waar sperwers kunnen broeden. De sperwer kan wel gebruik maken van het projectgebied om te foerageren. Slechtvalk Slechtvalken broeden in hoge gebouwen zoals kerktoren, elektriciteitsmasten en watertorens. Geen van deze geschikte nestlocaties zijn aanwezig in en rond het projectgebied en slechtvalken zijn niet waargenomen tijdens het veldonderzoek. De slechtvalk maakt mogelijk gebruik van het projectgebied om te foerageren. Roek Roeken broeden in kolonies in toppen van bomen. De soort gebruikt vaak laanbomen, solitaire bomen, bomenrijen en bossen om hun nesten in te maken. Deze nesten worden meerdere jaren gebruikt als broedlocatie. In de bomen in het projectgebied zijn geen nesten van roeken waargenomen. Roeken kunnen gebruik maken van het projectgebied als onderdeel van hun leefgebied.
Ransuil rps.nl Ref.: 1905136A02-R19-1065 | 22 november 2019 Pagina 14 van 24
Ransuil broedt in bosrijk gebied met hoge bomen en maakt gebruik van oude ekster- en zwarte kraainesten om in te broeden. Tijdens het veldonderzoek zijn geen nesten van ekster en/of zwarte kraai waargenomen, waardoor het uitgesloten is dat ransuil in en rond het projectgebied broedt. Ransuilen kunnen gebruik maken van het projectgebied om te foerageren. Kerkuil Kerkuilen broeden in nestkasten, door de mens geplaatst in de buurt van boerderijen en in schuren. In het projectgebied zelf zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig en de eerste geschikte nestlocaties voor kerkuil ligt meer dan 5 kilometer van het projectgebied in Polder Sliedrecht. De soort maakt mogelijk gebruik van het projectgebied om te foerageren. Huismus Huismussen broeden in de buurt van mensen, veelal onder dakpannen. Rondom het projectgebied zijn meerdere geschikte broedlocaties aanwezig voor huismussen. Alle huizen, nabij het projectgebied, hebben dakpannen en holtes waar huismussen onder kunnen broeden. Tijdens het veldonderzoek zijn geen huismussen waargenomen. Delen van het projectgebied kunnen functioneren als onderdeel van het foerageergebied van huismus. Gierzwaluw Gierzwaluwen broeden net als huismussen in stedelijk gebied. Onder dakpannen worden de nesten gemaakt, evenals onder de nok van woningen. Rondom het projectgebied zijn geschikte nestlocaties aanwezig bij de verschillende woningen.
Ten tijde van het veldbezoek is de gierzwaluw weggetrokken voor overwintering in Afrika, waardoor geen exemplaren zijn waargenomen. Het projectgebied kan onderdeel uitmaken van een foerageer- en migratiegebied. Steenuil Steenuilen broeden zowel in nestkasten, opgehangen in schuren en bij boerderijen, als in oude knotwilgen met geschikte holtes. In het projectgebied zijn geen geschikte nestplaatsen waargenomen. De soort kan van het projectgebied gebruik maken om te foerageren. Ooievaar Ooievaars broeden op kunstmatige nesten, in hoogspanningsmasten, hoge bomen en op schoorstenen van huizen. In het projectgebied zijn geen nesten van ooievaars waargenomen in de bomen en zijn geen kunstmatige nesten waargenomen in en rond het projectgebied. Tijdens het veldonderzoek zijn geen ooievaars waargenomen. Door afwezigheid van geschikt biotoop, wordt niet verwacht dat de ooievaar gebruik maakt van het projectgebied om te foerageren.