Bijlage 2 - Statutenwijziging Stichting Sociaal.pdf
Tekst van het document
069111AB
Heden *** is voor mij, mr. Nicolas Philip Papaïoannou, notaris te Sliedrecht, verschenen: mevrouw ASTRID BESTENBREUR, geboren te Dordrecht op zeventien juli negentienhonderdtachtig, te dezer zake woonplaats kiezende Molendijk 67, 3361 EL Sliedrecht, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: de stichting STICHTING SOCIAAL TEAM SLIEDRECHT, statutair gevestigd te gemeente Sliedrecht, feitelijk gevestigd Admiraalsplein 173, 3317 BD Dordrecht, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 67516505; hierna genoemd: de Stichting. STATUTENWIJZIGING. De comparante, handelend als gemeld, verklaarde ter uitvoering van het besluit genomen in de op zesentwintig augustus tweeduizend vijfentwintig te Dordrecht gehouden vergadering van de Raad van Toezicht van de Stichting, de statuten van de Stichting zodanig te wijzigen dat zij in hun geheel komen te luiden als volgt: Statuten. Artikel 1. Naam, zetel en organen 1. De naam van de Stichting is: Stichting Het Bonkelaarhuis 2. De Stichting is gevestigd in de gemeente Sliedrecht. 3. De Stichting heeft de volgende organen: het bestuur; de Raad van Toezicht. Artikel 2. Doel. 1. De Stichting is een maatschappelijke organisatie die diensten verleend in de breedte van het sociaal domein van preventie tot hulpverlening binnen de geldende wettelijke -en beleidskaders.
De Stichting handelt in het belang van de inwoners van de gemeente Sliedrecht. 2. Bij de dienstverlening worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Zorg voor jezelf en voor elkaar; b. Een sterke sociale samenleving; c. Vroegsignalering en tijdige, kortdurende ondersteuning en/of hulp; d. Een passend vangnet. 3. De Stichting werkt effectief samen met alle andere relevante maatschappelijke partners. 4. De Stichting heeft geen winstoogmerk. 5. De Stichting beoogt een algemeen nut beogende instelling als bedoeld in artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen, of een daartoe in de plaats getreden bepaling, te zijn en als zodanig aangemerkt te zijn door de Nederlandse 1
belastingdienst. 6. De Stichting volgt de Governancecode Sociaal Werk. Artikel 3. Geldmiddelen 1. Het vermogen van de Stichting zal worden gevormd door: a. subsidies b. bijdragen, schenkingen en donaties; c. verkrijgingen krachtens erfstellingen, schenkingen en legaten; d. verkregen vermogen ten gevolge van juridische fusies van de Stichting dan wel door overnames door de Stichting; en al hetgeen verder op wettige wijze wordt verkregen. 2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving. 3. Besteding van financiële middelen vindt uitsluitend plaats binnen de maatschappelijke doelstelling en verantwoordelijkheid van de Stichting. 4. De Stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de Stichting. 5. Geen natuurlijk persoon of rechtspersoon (anders dan de Stichting zelf) kan over het vermogen van de Stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Artikel 4. Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, schorsing, ontslag. 1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit ten minste één natuurlijke persoon. 2. De eerste bestuurder na wijziging van de statuten wordt per één januari tweeduizend zesentwintig benoemd door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht.
De daarop volgende bestuurders worden benoemd door de Raad van Toezicht. 3. De Raad van Toezicht kan een functieomschrijving van de bestuurder vaststellen. 4. De bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten: a. de bestuurder is een natuurlijk persoon; b. de bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. de bestuurder is geen lid van enig ander orgaan van de stichting en hij is gedurende een periode van drie jaar voorafgaand aan zijn benoeming tot bestuurder geen lid geweest van de Raad van Toezicht; d. de bestuurder is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting. e. De bestuurder mag geen familieband hebben met een lid van de Raad van Toezicht. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel. 5. De bestuurder wordt benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. De bestuurder kan worden herbenoemd voor een periode van maximaal vier jaar. 2
6.
7.
8.
9.
De vaststelling van de bezoldiging en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van de Raad van Bestuur geschieden door de Raad van Toezicht van met inachtneming van het hieromtrent bepaalde in de van tijd tot tijd geldende wet- en regelgeving. De Raad van Toezicht wijst een of meer personen aan, die het bestuur tijdelijk waarnemen bij belet of ontstentenis van de bestuurder. De persoon (personen) die het bestuur tijdelijk waarneemt (waarnemen) bij belet of ontstentenis van de bestuurder, wordt (worden) aangewezen voor een periode van maximaal twaalf (12) weken en is (zijn) niet herbenoembaar. Personen die het bestuur tijdelijk waarnemen moeten ook voldoen aan de eisen die lid 4 stelt aan een bestuurder. In afwijking hiervan mag de persoon (personen) die het bestuur tijdelijk waarneemt (waarnemen) bij belet of beloning van de bestuurder, een lid van de raad van toezicht zijn. Het betreffende lid van de raad van toezicht treedt terug als lid van de Raad van Toezicht voor de periode dat hij of zij tijdelijk bestuurder is. De bestuurder kan door de Raad van Toezicht worden geschorst. Na een schorsing wordt binnen vier weken een nieuwe vergadering van de Raad van Toezicht gehouden. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de bestuurder wordt ontslagen.
Een schorsing kan in totaal nooit langer dan zes maanden duren, tenzij terzake een rechtsgeding aanhangig is, in welk geval de schorsing voortduurt tot aan de rechterlijke beslissing. De schorsing vervalt als geen besluit tot verlenging wordt genomen binnen de hiervoor vermelde termijn van vier weken of als na verloop van zes maanden geen besluit tot ontslag van de bestuurder is genomen, tenzij terzake een rechtsgeding aanhangig is. De bestuurder verliest zijn functie: a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling verkrijgt; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de Raad van Toezicht; f. door zijn ontslag door de rechtbank; g. door een besluit van de Raad van Toezicht, waarmee wordt geconstateerd dat de bestuurder niet (meer) voldoet aan de eisen als vermeld in lid 4 of de profielschets op basis waarvan hij is benoemd, als de functie van de betreffende bestuurder niet eindigt op grond van enige hiervoor vermelde grond. In dat geval eindigt de functie met ingang van de datum vermeld in het besluit van de raad van toezicht. 3
h. door het aflopen van de termijn waarvoor de bestuurder is benoemd. Artikel 5. Bestuur: taken en bevoegdheden. 1. Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting onder toezicht van de Raad van Toezicht. De bestuurder is tegenover de Stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. De bestuurder vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de Stichting. Hij is integer en stelt zich toetsbaar op ten aanzien van zijn eigen functioneren. Hij verschaft de Raad van Toezicht op eerste verzoek inzicht in de door hem uitgeoefende betaalde en onbetaalde nevenfuncties. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de Stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend. Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers volgens de wettelijke termijnen te bewaren. Het bestuur is voor zijn functioneren verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht en verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van zijn taak benodigde gegevens.
Het bestuur is verder verplicht de Raad van Toezicht alle gewenste inlichtingen te verschaffen en (een gedeelte van) de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij te wonen als de Raad van Toezicht dit verlangt. 2. Het bestuur is wel bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, maar niet tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting voor een schuld van een derde zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zekerheid stelt. De beperking van de bevoegdheid van het bestuur tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt, kan aan derden worden tegengeworpen. Als het bestuur voor de besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen niet de goedkeuring van de Raad van Toezicht heeft als bedoeld in artikel 5 lid 4 kan deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur aan derden worden tegengeworpen. 3. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard. 4
4.
Het bestuur heeft de goedkeuring nodig van de Raad van Toezicht voor een besluit tot: a. de vaststelling en wijziging van beleidsplannen voor enig jaar of reeks van jaren; b. de vaststelling en wijziging van de begroting(en); c. de vaststelling van de jaarrekening en de winstbestemming van de Stichting, alsmede het bestuursverslag; d. de vaststelling van het beleid voor de dialoog met belanghebbenden, waaronder in voorkomende gevallen de cliëntenraad en de ondernemingsraad, alsmede de vaststelling van de randvoorwaarden en waarborgen voor een adequate invloed van belanghebbenden; e. het aantrekken en uitzetten van financiële middelen in de vorm van kredieten al dan niet in rekening-courant, van andere geldleningen en van effecten waaronder uitdrukkelijk doch niet uitsluitend begrepen obligaties, opties, warrants en dergelijke dan wel in welke andere vorm ook; f. het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, alsmede het sluiten van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt; g. de aangifte van faillissement en de aanvraag van surseance van betaling van de Stichting; h.
de gelijktijdige beëindiging of beëindiging binnen een kort tijdsbestek van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers, of van het verbreken van een overeenkomst met een aanmerkelijk aantal personen dat als zelfstandigen of als samenwerkingsverband werkzaam is bij de Stichting; i. het voeren van rechtsgedingen, niet zijnde incassoprocedures of kort gedingen; j. het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking van de Stichting met andere rechtspersonen of vennootschappen indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting; k. het aangaan van geldleningen boven een door de Raad van Toezicht vast te stellen en schriftelijk aan het bestuur op te geven bedrag. l. statutenwijziging als bedoeld in artikel 12; m. fusie, splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek of omzetting van de Stichting in een andere rechtsvorm als bedoeld in artikel 13; n. ontbinding van de stichting als bedoeld in artikel 14. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten moeten duidelijk worden omschreven en schriftelijk aan het bestuur worden medegedeeld. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen en door derden geen beroep worden gedaan. In afwijking 5
daarvan kan tegen derden wel een beroep worden gedaan op het ontbreken van de goedkeuring voor een rechtshandeling als bedoeld in artikel 5 lid 2. 5. Het bestuur stelt een jaarplan vast en actualiseert dit jaarplan periodiek. Het jaarplan geeft inzicht in de door de Stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de Stichting en de besteding daarvan. Artikel 6. Bestuur: vertegenwoordiging 1. Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting. De Stichting kan niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd bij handelingen die in strijd met het bepaalde in artikel 5 lid 2 worden verricht. 2. De in lid 1 van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het bestuur tot vertegenwoordiging van de Stichting bestaat ook als tussen de Stichting en de bestuurder een tegenstrijdig belang bestaat. 3. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht aan anderen, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 7. Raad van Toezicht: samenstelling, benoeming, beloning, schorsing, ontslag 1. De Stichting heeft een Raad van Toezicht. Het aantal leden van de Raad van Toezicht bedraagt een aantal van ten minste drie natuurlijke personen. De Raad van Toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een secretaris aan. 2.
De profielschets voor de leden van de Raad van Toezicht wordt vastgesteld met instemming van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht. 3. De eerste leden van de Raad van Toezicht na wijziging van de statuten worden per één januari tweeduizend zesentwintig benoemd door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht. De daarop volgende leden van de Raad van Toezicht worden, op voordracht van de Raad van Toezicht, benoemd door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht. 4. Een lid van de Raad van Toezicht moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een lid van de Raad van Toezicht is een natuurlijk persoon; b. een lid van de Raad van Toezicht heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. een lid van de Raad van Toezicht is geen bestuurder van de Stichting, tenzij het lid de bestuurder tijdelijk waarneemt overeenkomstig artikel 4 lid 7 van deze statuten, en ook geen lid van enig ander orgaan van de Stichting; d. een lid van de Raad van Toezicht is in de afgelopen drie jaar geen werknemer van de Stichting geweest; e. een lid van de Raad van Toezicht is in de afgelopen drie jaar geen lid van de gemeenteraad, het college van Burgemeester en Wethouders van de 6
gemeente Sliedrecht of medewerker van de gemeente Sliedrecht geweest; een lid van de Raad van Toezicht is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting. Een lid van de Raad van Toezicht mag geen familieband hebben met de bestuurder of met een ander lid van de Raad van Toezicht. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Een lid van de Raad van Toezicht kan, op voordracht van de Raad van Toezicht, door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht eenmalig worden herbenoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Hij kan in totaal echter niet langer dan acht jaar zitting hebben in de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht kan een rooster van aftreden maken. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een honorarium voor hun werkzaamheden, overeenkomstig de wet- en regelgeving en gehoord hebbende het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht. De leden van de Raad van Toezicht kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. Een lid van de Raad van Toezicht kan worden geschorst door de Raad van Toezicht.
Na een schorsing van een lid van de Raad van Toezicht roept de voorzitter van de Raad van Toezicht een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of het betreffende lid van de Raad van Toezicht wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren. Voor een besluit tot schorsing of verlenging van de schorsing gelden extra vereisten, die zijn opgenomen in artikel 8 lid 3. Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier weken, als de schorsing niet wordt verlengd in die vergadering of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing. Een lid van de Raad van Toezicht verliest zijn functie: a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat aan hem surseance van betaling wordt verleend; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de Raad van Toezicht met inachtneming van de f.
5.
6.
7.
8.
7
vereisten als opgenomen in artikel 8 lid 3; door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd; indien sprake is van (vermeende) belangenverstrengeling die het onafhankelijke functioneren aantast of de integriteit van de Raad van Toezicht in gevaar brengt; h. door een besluit van de Raad van Toezicht, waarmee wordt geconstateerd dat een lid van de Raad van Toezicht niet (meer) voldoet aan de eisen als vermeld in lid 4 of de profielschets op basis waarvan hij is benoemd, als de functie van het betreffende lid van de Raad van Toezicht niet eindigt op grond van enige hiervoor vermelde grond. In dat geval eindigt de functie met ingang van de datum vermeld in het besluit van de Raad van Toezicht. 9. a. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht verzoekt het bestuur binnen twee weken aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht tot aanwijzing van een beletfunctionaris. De aangewezen beletfunctionaris vervult alle taken van de Raad van Toezicht. b. Ingeval van ontstentenis van alle leden van de Raad van toezicht heeft de beletfunctionaris voorts tot taak een Raad van Toezicht te benoemen, met inachtneming van alle bepalingen ter zake uit deze statuten. Artikel 8 Raad van Toezicht: vergaderingen en besluitvorming 1.
De Raad van Toezicht komt bijeen zodra uitvoering van aan de Raad van Toezicht opgedragen taken dat nodig maakt. De Raad van Toezicht komt minimaal éénmaal per kwartaal bijeen en verder zo vaak als ten minste een van zijn leden dat wenst. De Raad van Toezicht bespreekt minimaal éénmaal per jaar: het beleid en de voornaamste risico's verbonden aan de Stichting en zijn activiteiten; de uitkomsten van de beoordeling door het bestuur van de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen en eventuele significante wijzigingen daarin; zijn eigen functioneren, het functioneren van het bestuur en de relatie tussen de Raad van Toezicht en het bestuur. 2. Een besluit van de Raad van Toezicht: tot schorsing of verlenging van schorsing van een bestuurder of van een lid van de Raad van Toezicht; tot ontslag van de bestuurder of van een lid van de Raad van Toezicht; inhoudende constatering dat de bestuurder niet meer voldoet aan de eisen vermeld in artikel 4 lid 4; constatering dat een lid van de Raad van Toezicht niet meer voldoet aan de eisen of de profielschets vermeld in artikel 7 lid 4; wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de f. g.
8
uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. De betreffende persoon wordt steeds in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden in een vergadering waarin deze besluiten over hem besproken worden en hij kan zich daarin door een raadsman doen bijstaan. Bij een besluit over een lid van de Raad van Toezicht wordt het betreffende lid van de Raad van Toezicht niet meegeteld wat betreft het aantal leden dat aanwezig moet zijn en het aantal leden dat benodigd is om het besluit te nemen. Een dergelijk besluit kan echter nooit genomen worden door een enkel lid van de Raad van Toezicht. 3. Een besluit van de Raad van Toezicht tot: het verlenen van goedkeuring voor statutenwijziging, fusie, splitsing, omzetting of ontbinding als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 15; het verlenen van goedkeuring aan het bestuur voor het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 5 lid 4; het opstellen of wijzigen van de profielschets als bedoeld in artikel 7 lid 3; wordt genomen met een meerderheid van ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn en na instemming van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht. Artikel 9. Raad van Toezicht: taken en bevoegdheden 1.
De Raad van Toezicht houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de Stichting. De Raad van Toezicht houdt toezicht op ten minste: de realisatie van de statutaire doelstellingen van de Stichting; het beleid en de risico's verbonden aan de activiteiten van de Stichting; de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen; de financiële verslaglegging; de naleving van wet- en regelgeving. 2. De Raad van Toezicht staat het bestuur met advies terzijde. De Raad van Toezicht oefent verder die taken en bevoegdheden uit die hem in deze statuten zijn opgedragen en toegekend. 3. Bij de uitoefening van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de Stichting. De leden van de Raad van Toezicht oefenen hun functie onafhankelijk uit, zonder last of ruggespraak en zonder een deelbelang te laten prevaleren. Een lid van de Raad van Toezicht is integer en vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de Stichting. Hij verschaft de Raad van Toezicht op eerste verzoek inzicht in de door hem uitgeoefende nevenfuncties. 4. De Raad van Toezicht heeft recht op alle voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens. 9
De Raad van Toezicht heeft recht op inzage van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de Stichting. De Raad van Toezicht kan zich op kosten Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen. 5. De Raad van Toezicht doet verslag van zijn werkzaamheden en het uitgeoefende toezicht. Dit verslag wordt aan de verslaggevingsstukken toegevoegd, als bedoeld in artikel 10. Artikel 10. Boekjaar; verslaggeving 1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de Stichting op te maken en op papier te stellen. Het bestuur zendt deze stukken en een nadere toelichting daarop voor het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht. Het bestuur maakt een jaarrekening en een jaarverslag op als bedoeld in artikel 2:300 Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval legt het bestuur een exemplaar daarvan voor de Raad van Toezicht ter inzage op het kantoor van de Stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens. 3. De Raad van Toezicht laat de stukken onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek.
Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan de Raad van Toezicht en het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de stukken. Als de wet dat toestaat kan de Raad van Toezicht besluiten dit onderzoek achterwege te laten, of dit onderzoek te laten verrichten door een andere deskundige. 4. De balans en de staat van baten en lasten van de Stichting of de jaarrekening wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht binnen een maand na het opmaken van de stukken als bedoeld in lid 2. De vastgestelde stukken worden ondertekend door de bestuurder en alle leden van de Raad van Toezicht. Als een handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken vermeld. 5. De in lid 2 vermelde termijn kan door de Raad van Toezicht worden verlengd met ten hoogste vijf maanden op grond van bijzondere omstandigheden. Artikel 11 . Reglementen 1. Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die het bestuur nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten, de wet of een reglement van de Raad van Toezicht. Het bestuur kan elk door hem gemaakt 10
reglement wijzigen en ook intrekken. De Raad van Toezicht kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die de Raad van Toezicht nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten en/of de wet. De Raad van Toezicht kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. 3. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen voor de datum waarop het besluit werd genomen. Artikel 12. Statutenwijziging 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen na instemming van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht. 2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 lid 4, alsmede artikel 8 lid 3. 3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat vooraf, bij de oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te laten verlijden.
Artikel 13. Fusie; splitsing; omzetting Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet. Artikel 14. Ontbinding 1. Het bestuur is met instemming van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht bevoegd de Stichting te ontbinden, nadat de Raad van Toezicht in de gelegenheid is gesteld hierover advies uit te brengen. Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 12 leden 2 en 3 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Het bestuur stelt bij het besluit tot ontbinding met instemming van college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht de bestemming vast van een eventueel batig saldo. Een eventueel batig liquiditeitsaldo van de ontbonden Stichting wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling of van een buitenlandse 2.
11
instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling als de doelstelling van de Stichting heeft. 3. Als de Stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister. 4. De boeken en stukken van de ontbonden Stichting blijven gedurende zeven jaren nadat de Stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring bij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sliedrecht. Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan het handelsregister. 5. De Stichting wordt bovendien ontbonden door: insolventie nadat de Stichting in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel; een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen. Artikel 15. Vereffening 1. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de Stichting, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen. 2. Na het besluit tot ontbinding bevindt de Stichting zich in liquidatie. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is.
Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht. In stukken en aankondigingen die van de Stichting uitgaan, moet 'in liquidatie' aan de naam van de Stichting worden toegevoegd. 3. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming zoals vastgesteld bij het ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s) met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 2 De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De Stichting houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister. Artikel 16. Slotverklaringen. 1. Van voormelde volmacht blijkt uit een onderhandse akte van volmacht, die aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage). 2. Ten slotte verklaarde de comparante, handelend als gemeld, dat van het verhandelde in gemelde vergadering van de Raad van Toezicht blijkt uit de notulen, waarvan een exemplaar aan deze akte wordt gehecht (Bijlage). 12
Bekendheid comparante De comparante is mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparante is door mij, notaris, aan de hand van het daartoe bestemde document vastgesteld. Voorlezing, ondertekening Deze akte is verleden te Sliedrecht op de datum in het hoofd dezer akte gemeld. De inhoud van de akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. Zij heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna eerst door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris, ondertekend.
13