CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Rivierdijk 42 -plantoelichting bijl. 1 -quickscan flora en fauna.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 24 september 2024, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 13: FYS - Vaststelling Bestemmingsplan Hoogspanningsverbindingen Rivierdijk 422.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora & fauna Sliedrecht, Rivierdijk 42

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

23-12-2022 T.D. Breur, Msc Gemeente Sliedrecht QS22056v1 Breur, T.D. 2022. Quickscan flora & fauna. Sliedrecht, Rivierdijk 42. Rapportcode: QS22056v1. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

Breur Ecologie & Onderzoek Couperusstraat 27 3319RB Dordrecht

Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2022.

1

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader beschermde soorten.............................................................................................. 5

4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6

5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7

5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................8 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................8 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................8

6 Beschermde soorten............................................................................................................................. 9

6.1 Planten.........................................................................................................................................................................9 6.2 Vogels............................................................................................................................................................................9 6.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................11 6.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................11 6.5 Overige soorten......................................................................................................................................................12

7 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 13

7.1 Conclusies.................................................................................................................................................................13 7.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................13

Bronvermelding...................................................................................................................................... 14

2

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van Gemeente Sliedrecht een quickscan flora & fauna uitgevoerd aan de Rivierdijk 42 te Sliedrecht. De aanleiding voor dit onderzoek betreft de voorgenomen sloop of herbestemming van het woonhuis op deze locatie. Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld verkregen van het (potentiële) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in het plangebied. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •

Het plangebied biedt potentie voor aanwezigheid van verschillende beschermde soorten, aanvullend onderzoek is nodig naar: ◦

Huismus

◦

Gierzwaluw

◦

Vleermuizen

Indien deze soorten inderdaad in het plangebied aanwezig zijn dan dient men een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming. •

De potentie voor bovengenoemde soorten is slechts marginaal aanwezig ter plaatse van de overhangende dakpannen aan de kopse gevels. Aanbevolen wordt om gebouwinspectie uit te voeren waarbij de dakpannen worden gelicht aan bij deze kopse zijden. Op basis hiervan kan het mogelijk zijn om potentie voor soorten alsnog uit te sluiten.

•

Het plangebied is geschikt als nesthabitat voor algemene broedvogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van eventuele sloop- en kapwerkzaamheden wordt daarom aangeraden om rekening te houden met het broedseizoen: grofweg van half maart t/m half juli.

•

Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).

•

Voor alle soorten flora en fauna (beschermd en onbeschermd) geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.

3

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

1 Aanleiding Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van Gemeente Sliedrecht een quickscan flora & fauna uitgevoerd aan de Rivierdijk 42 te Sliedrecht. Op dit perceel is men voornemens om het bestaande woonhuis een andere bestemming te geven of te slopen. Een quickscan flora & fauna was noodzakelijk om te beoordelen of deze geplande ontwikkeling effect heeft op beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming.

2 Doel Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •

Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?

•

Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?

3 Werkwijze Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in en om het plangebied. •

Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij zijn onder andere verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd.

•

Oriënterend veldbezoek Een verkennend veldbezoek is uitgevoerd door T.D. Breur op 14-12-2022. Het gehele plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig geïnspecteerd met behulp van verrekijker, zaklamp, inspectiespiegel en endoscoop camera.

4

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

4 Wettelijk kader beschermde soorten 4.1 Beschermde soorten De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •

Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Nesten zijn te allen tijde beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt.

•

Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.

•

Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. De bescherming van deze soorten verschilt hierdoor tussen provincies.

Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Uitgangspunt voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.

5

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

4.2 Zorgplicht Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatieve effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.

6

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

5 Plangebied & ontwikkeling 5.1 Huidige situatie Het plangebied betreft een voormalig woonhuis (nu anti-kraak bewoond) aan de Rivierdijk 42 te Sliedrecht. De woning bevindt zich onder het kabeltracé van hoogspanningsmasten. De muren van de woning zijn voorzien van een pleisterlaag, er zijn geen open stootvoegen in het geveloppervlak van de woning. De woning heeft een schuin zadeldak met dakpannen welke aan de kopse gevels aansluiten op een houten dakrandconstructie. Ten westen van het woonhuis bevindt zich een aangebouwde garage met een plat dak. Aan de zuidzijde van de woning bevindt zich de tuin welke grenst aan de rivier de Beneden Merwede. Aan de straatzijde van de woning bevinden zich enkele leilinden en een taxushaag.

Afbeelding 1: Ligging van het onderzoeksgebied (rood omkaderd). De regionale ligging is aangegeven rechtsonder in de rode cirkel.

Afbeelding 2: Zicht op het plangebied vanaf de Rivierdijk.

7

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

5.2 Geplande ontwikkeling De exacte ontwikkeling is nog niet helder, mogelijk zal de woning een nieuwe bestemming krijgen (maar niet meer in de functie van woonhuis), een andere optie is sloop van de woning.

5.3 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is het plangebied herbestemd, er is geen woonfunctie meer.

5.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.

8

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

6 Beschermde soorten 6.1 Planten In het plangebied zijn (afgezien van tuinplanten) enkel algemene (ruigte)kruiden aangetroffen die duiden op voedselrijke omstandigheden, o.a.: brandnetel, akkerdistel en Canadese fijnstraal. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats (zoals de stroomdalgraslanden aan de overzijde van de Merwede in Natura 2000-gebied de Biesbosch). Dergelijk habitat is niet aanwezig in het plangebied. Tevens zijn de muren van de bebouwing (met pleisterlaag) ongeschikt voor beschermde muurflora, deze zijn dan ook niet aangetroffen. Beschermde planten worden hierom als afwezig beschouwd.

6.2 Vogels Het woonhuis is geschikt als nestplaats voor huismussen en gierzwaluwen. Ter plaatse van de dakrand bevinden er zich aan kopse zijden geschikte openingen waar deze vogels zouden kunnen broeden. Aan de straatzijde is vogelschroot aangebracht onder de dakpannen (deze zijde is met een ladder gecontroleerd), hoewel dit geen 100% garantie geeft maakt dit het dakvlak aan deze zijde wel een stuk minder geschikt voor huismussennesten. Ook ter plaatse van de dakkapel bestaan nisjes waar huismussen zouden kunnen broeden. Huismussen zijn met zekerheid aanwezig, ten tijde van het veldbezoek werden diverse huismussen waargenomen in de directe omgeving van het plangebied (aan de Rivierdijk 38). Ten aanzien van huismussen geldt tevens dat de taxushaag kan fungeren als functioneel leefgebied. Sporen van boombroedende roofvogels of uilen met jaarrond beschermde verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied (horsten, veren, braakballen, uitwerpselen). Aanwezigheid van deze soorten wordt hierom uitgesloten. Naast soorten met jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen bestaat er in het plangebied ook potentie voor algemene vogels waarvan de nestplaatsen niet jaarrond beschermd zijn. Hierbij valt te denken aan struik- of boombroeders in de tuinbeplanting. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn.

Bij het plannen van eventuele sloopen kapwerkzaamheden wordt hierom altijd aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen. Dit broedseizoen loopt grofweg van half maart t/m half juli. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.

Afbeelding 3: Hoewel het houten dakoverstek niet optimale grip geeft zijn nesten van huismussen en gierzwaluwen onder de dakpannen niet uitgesloten. De ruimtes onder de kantpannen zijn op diverse plekken groot genoeg voor deze soorten om in te vliegen

9

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

Afbeelding 4: In de hoek onder de dakrand van de dakkapel bestaat potentie voor nestplaatsen van de huismus.

Afbeelding 5: Ter plaatse van de dakgoot is vogelschroot aangebracht onder de dakpannen, aanwezigheid van huismussennesten zijn op deze locatie niet aannemelijk.

Afbeelding 6: Een huismus in de dakgoot van de Rivierdijk 38, in de nabijheid van het plangebied.

10

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

6.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten zoogdieren voor welke met name gebonden zijn aan waterrijke natuurlijke habitats (zoals de bever en noordse woelmuis). In het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor deze soorten (waterrijke gebieden met natuurlijke oeverzones en een lange natte gradiënt, wilgenbossen etc.). Aanwezigheid van de steenmarter kan worden uitgesloten, de bebouwing is ook van binnen geïnspecteerd en alle kelder- en zolderruimtes zijn betreden. Geen van deze ruimtes was van buiten toegankelijk, de kelders waren schoon en geordend en de zolders vormden onderdeel van de bovenwoonruimte met ramen. De steenmarter is hiernaast in deze regio – vooralsnog – een zeer zeldzame soort. Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de egel en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.

Afbeelding 7: De kelderruimtes zijn alleen vanuit de woonruimtes toegankelijk, deze waren schoon en in gebruik als opslag door de bewoners.

6.4 Vleermuizen In het geveloppervlak van het woonhuis bevinden zich vrijwel geen openingen waar vleermuizen gebruik van zouden kunnen maken. In de gestucte gevels bevinden zich geen open stootvoegen. In de aangebouwde garage bevinden zich wel open stootvoegen, maar deze zijn aan de binnenzijde voorzien van gaas, wat de toegang onmogelijk maakt. Donkere afgesloten zolderruimtes zijn niet aanwezig in de bebouwing. Potentie voor vleermuizen bestaat enkel aan de twee kopse zijden van het woonhuis waar er ruimtes zijn onder de overhangende dakpannen. De houten dakrandconstructie waarop deze dakpannen aansluiten biedt geen optimale houvast maar vleermuizen, maar toch blijkt in de praktijk dat dwergvleermuizen op dergelijke plekken in kunnen vliegen (persoonlijke waarneming T.D. Breur). Aanvullend vleermuisonderzoek is hierom noodzakelijk. In de woning bestaat potentie voor zomer-, paar-, en kraamverblijfplaatsen. Als massaoverwinteringsplaats is het gebouw ongeschikt, het gebouwvolume en isolerend vermogen is te klein voor een stabiel winterklimaat.

11

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

Afbeelding 8: De zolderruimtes zijn open, licht en in gebruik door de bewoners.

Afbeelding 9: De roostervormige stootvoegen van de kelder zijn aan de binnenzijde bekleed met fijnmazig gaas, hierdoor zijn inpandige (spouw) ruimten niet toegankelijk voor vleermuizen.

6.5 Overige soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor andere beschermde diersoorten (amfibieën, reptielen, libellen, weekdieren). Habitat voor deze soorten is afwezig (waterpartijen, natuurvriendelijke oevers, schrale graslanden) en/of het plangebied is gelegen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Wel bestaat er kans op aanwezigheid van algemene vrijgestelde amfibieën zoals de gewone pad. Ten aanzien van deze soorten geldt enkel de zorgplicht (zie Hfst. 8.2).

12

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

7 Conclusie & aanbevelingen 7.1 Conclusies De quickscan flora & fauna heeft tot de volgende conclusies geleid: •

Het plangebied biedt potentie voor aanwezigheid van verschillende beschermde soorten, aanvullend onderzoek is nodig naar: ◦

Huismus

◦

Gierzwaluw

◦

Vleermuizen

Indien uit het aanvullend onderzoek blijkt dat deze soorten inderdaad in het plangebied aanwezig zijn en negatief effect onvermijdelijk is, dan dient men een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming. •

Het plangebied is geschikt als nesthabitat voor algemene broedvogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de sloopen kapwerkzaamheden wordt daarom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen: grofweg van half maart t/m half juli.

•

Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).

7.2 Aanbevelingen •

Potentie voor bovengenoemde soorten (huismus, gierzwaluw en vleermuizen) is dermate marginaal aanwezig dat een volledig protocollair onderzoek (veel veldbezoeken en lange doorlooptijd) in dit geval als een overdaad wordt beschouwd. Potentie voor nest- of verblijfplaatsen is feitelijk enkel aanwezig aan de kopse zijden van het gebouw onder de kantpannen (en ten aanzien van de huismus in hoeken bij de dakkapel). Door het gladde oppervlak van het houten dakoverstek is het voor vogels en vleermuizen echter niet heel eenvoudig om in te vliegen onder de kantpannen. De kans dat deze soorten hier daadwerkelijk aanwezig zijn is daarom klein (er zijn betere alternatieven in de omgeving). Hierom wordt aanbevolen om een gebouwinspectie uit te voeren met behulp van een hoogwerker. Bij deze inspectie dienen de dakpannen aan de kopse zijden van de bebouwing te worden gelicht, zodoende worden eventueel aanwezige vleermuiskeutels of vogelnesten zichtbaar. Indien dergelijke sporen volledig afwezig zijn is verder onderzoek niet noodzakelijk. Worden er wel sporen aangetroffen? Dan is protocollair onderzoek nog steeds noodzakelijk om er achter te komen om hoeveel dieren en welke functies het gaat.

•

In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten.

•

Een herbestemming of herinrichting van het terrein biedt ook altijd kansen om de biodiversiteit te verbeteren. Breur Ecologie & Onderzoek ondersteunt u desgewenst graag bij het optimaal benutten van deze kansen.

13

Quickscan flora & fauna – Sliedrecht, Rivierdijk 42

Bronvermelding Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen.

Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl

Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ https://calculator.aerius.nl/calculator/#

Overig: https://bagviewer.kadaster.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/782/documents/10322