Bijlage 2 - regels vast te stellen wijziging omgevingsplan.pdf
Tekst van het document
Regels
TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende bepalingen Toepassingsbereik Begrippen Meet en rekenbepalingen
4 4 5 8
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5
Activiteiten Gemengd - 1 Verkeer
9 9 12
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Bouwactiviteit - algemeen Gebruiksactiviteit - algemeen
13 13 14 15 16 18
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
19 19 20
2
Inhoudsopgave (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Regels Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van het appartementencomplex Windroos blok B, Sliedrecht en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Sliedrecht. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Sliedrecht. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.
Regels (ontwerp)
3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende bepalingen
Toepassingsbereik
Omgevingsplan gemeente Sliedrecht
Dit plan wijzigt het omgevingsplan gemeente Sliedrecht in die zin dat na hoofdstuk 22 [een hoofdstuk 22a] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als afdelingen van [hoofdstuk 22a] van het omgevingsplan gemeente Sliedrecht. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22a.] gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22a.] gelezen worden. 1.2
Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4. 1.3
Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan. 1.4
Verwijzing naar verbeelding
De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0610.TAMopBWpleingebB-1001 zoals vastgelegd op 'Regels op de kaart' https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/.
4
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Artikel 2
Begrippen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22a van dit omgevingsplan, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken met onderstaande aanvullende begrippen. 2.1
Plan
Het TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht Hoofdstuk 22a met identificatienummer NL.IMRO.0610.TAMopBWpleingebB-1001 van de gemeente Sliedrecht. 2.2
TAM-omgevingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.3
Omgevingsplan gemeente Sliedrecht
Het omgevingsplan van de gemeente Sliedrecht. 2.4
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.5
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 2.6
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, uitgeoefend door de hoofdbewoner, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publiekstrekkend zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 2.7
Bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2.8
Bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. 2.9
Bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 2.10
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.11
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
Regels (ontwerp)
5
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
2.12
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.13
Bouwperceelsgrens
Een grens van een bouwperceel. 2.14
Bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 2.15
Bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.16
Dagelijkse detailhandel
Detailhandel voor voedings- en genotmiddelen (vgm) en artikelen op het gebied van persoonlijke verzorging, zoals aanbod in vgm-speciaalzaken, drogisterij- en parfumeriezaken. 2.17
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 2.18
Dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen. Seksinrichtingen worden hiertoe niet gerekend. 2.19
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 2.20
Hoofdgebouw
Een gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is; 2.21
Horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden: 1. hotel: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken daaraan ondergeschikt is; 2. restaurant: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken daaraan ondergeschikt is; 3. dagzaak: een horecabedrijf, dat voor wat betreft openingstijden vergelijkbaar is met detailhandelsbedrijven, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiehuis, koffieshop en ijssalon; 4. cafetaria: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kleine eetwaren, niet zijnde maaltijden; 5. cafés, bars, avond- en nachtgelegenheid: een horecabedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of het gelegenheid bieden voor dansen.
6
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
2.22
Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, voor zover de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt en voor zover deze activiteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. 2.23
Maatschappelijke voorziening
voorziening op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening, of een daarmee vergelijkbare voorziening. 2.24
Nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen, warmtenetten en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval. 2.25
Overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.26
Overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 2.27
Peil
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen of waarvan de hoofdtoegang minder dan 1 m van de weg ligt: de hoogte van de bovenkant van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; c. indien wordt gebouwd in of aan een dijk, waterkering of in gebieden waar het peil op een perceel een verhang kent van meer dan 1 meter: 1. indien de hoofdtoegang en/of de langste gevel van het hoofdgebouw aan de weg grenst: de hoogte van bovenkant van die weg, waarbij dit peil zich uitstrekt tot een zone van ten hoogste 3 meter achter de achtergevelbouwgrens van een op bedoeld perceel aangegeven bouwvlak, mits het een aanbouw aan het hoofdgebouw betreft; 2. indien de hoofdtoegang en/of de langste gevel van het hoofdgebouw niet aan de weg grenst: het peil wordt bepaald door de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein. 3. voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; d. Een en ander voor zover in deze regels niet anders is bepaald. 2.28
Seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een mate alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht waaronder in elk geval worden verstaan een parenclub en een prostitutiebedrijf. 2.29
Waterhuishoudkundige voorzieningen
Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 2.30
Wonen/woondoeleinden
Het huisvesten van één huishouden in een woning, woonhuis of wooneenheid. 2.31
Woning/wooneenheid/woonhuis
Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Regels (ontwerp)
7
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Artikel 3
Meet en rekenbepalingen
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 3.1
bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.2
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.3
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.4
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.5
afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse perceelgrens). 3.6
breedte, lengte, diepte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse zijgevelvlakken en/of het de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 3.7
bruto vloeroppervlakte
wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten worden opgeteld. 3.8
bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 3.9
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.10
ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van bouwgrenzen, mits de overschrijding van deze bouwgrenzen niet meer bedraagt dan 1 meter. Onder ondergeschikte bouwonderdelen worden in ieder geval verstaan: plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken. Indien in artikel 4 en 9 van dit omgevingsplan voor specifieke situaties of functies afwijkende marges of aanvullende voorwaarden zijn opgenomen, prevaleren die bepalingen boven het in dit artikel gestelde.
8
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1
Activiteiten
Gemengd - 1
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0610.TAMopBWpleingebB-1001zijn aangewezen voor het gebruiksdoel Gemengd - 1. 4.2
Functieomschrijving
Op een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Gemengd - 1 zijn de volgende functies toegestaan: a. dagelijkse detailhandel op de begane grond, met uitzondering van een supermarkt; b. dienstverlening op de begane grond; c. horeca van categorie 2 t/m 4 op de begane grond; met dien verstande dat 1. de gezamenlijke omvang van de onder a t/m c genoemde functies niet meer mag bedragen dan 585 m2 bvo. 2. de niet woon-functies uitsluitend zijn toegestaan als ze behoren tot categorie A van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten – functiemenging, zoals opgenomen in Bijlage 1 Lijst van Bedrijfsactiviteiten functiemenging. d. wonen tot een maximum van 55 woningen op de verdiepingen; op de begane grond is alleen wonen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - wonen op begane grond toegestaan'; e. ten hoogste 33 woningen mogen een bruto vloeroppervlakte groter dan 100 m2 hebben; f. bij de functie behorende ontsluitingen en voorzieningen zoals verhardingen, tuinen, erven, speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 4.3
Gebruiksactiviteit
4.3.1
Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de 4.2 in genoemde functies van de gronden. 4.4
Bouwactiviteit
4.4.1
Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 4.2; b. toegestaan zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van funderingen en technische voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de constructie van het hoofdgebouw. Het realiseren van kelderruimten, souterrains, ondergrondse parkeervoorzieningen of andere ondergrondse verblijfsruimten is niet toegestaan. 4.4.2
Beoordelingsregels
a
Gebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. het bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte
Regels (ontwerp)
9
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht (m)' is aangegeven. b
Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 25 m² bedragen; c. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 3,50 meter bedragen. c
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van masten en palen mag niet meer dan 10 meter bedragen; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen ter plaatse van de aanduiding 'tuin' mag niet meer bedragen dan 2 meter; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen op een dakterras mag niet meer bedragen dan 2 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter. 4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Aan huis verbonden beroep / kleinschalige bedrijfsmatige activiteit
Ter plaatse van de in 4.2 bedoelde locatie is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij niet meer dan 30% van de woning voor dit doel mag worden aangewend, tot een maximum van 40 m2. 4.5.2
Hogere grenswaarde
a. In afwijking van de standaardwaarden zijn de aangegeven hogere waarden toegestaan zoals opgenomen in de tabel onder lid b. In deze tabel zijn de woningen benoemd waarvoor de waarde geldt en zijn de waarneempunten en de bijbehorende toegestane waarden voor die woningen weergegeven. De locaties van de waarneempunten zijn grafisch weergegeven op de kaart in Bijlage 2 bij deze regeling. b. Tabel als bedoeld in lid a. Waarneempunt
Hoogte (m)
Geluid van rijksweg (dB)
4
12
51
12
21
51
12
24
51
13
15
51
13
18
51
4.5.3
Voorwaardelijke verplichting waterberging
Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in dit artikel wordt uitsluitend verleend indien en voor zover: a. voor de benodigde compenserende maatregelen ten behoeve van de toename van het verhard oppervlak een watervergunning van het bevoegd gezag (Waterschap Rivierenland) is verleend; b. de compenserende maatregelen overeenkomstig deze watervergunning worden gerealiseerd en in stand worden gehouden, voordat de bouwwerkzaamheden worden voltooid. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1
Andere functies toegestaan
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 sub a en b en dienstverlening, kleinschalige bedrijfsactiviteiten en maatschappelijke activiteiten toestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
10
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht a. b. c. d.
er wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking; er wordt voldaan aan het parkeerbeleid zoals opgenomen in 9.3; er voldoende distributie plologische ruimte is voor de activiteit; de milieueffecten vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar zijn.
Regels (ontwerp)
11
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Artikel 5 5.1
Verkeer
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer zijn aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer. 5.2
Functieomschrijving
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer heeft de volgende functies: a. b. c. d. e. f. g.
wegen; voet- en fietspaden; parkeren; verblijfs-en speelgebied; nutsvoorzieningen; groen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.3
Gebruiksactiviteit
5.3.1
Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de 5.2 in genoemde functies van de gronden. 5.4
Bouwactiviteit
5.4.1
Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in artikel 5.2. 5.4.2
Beoordelingsregels
a
Gebouwen
Binnen een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer zijn alleen gebouwen toegestaan voor nutsvoorzieningen en fietsparkeervoorzieningen. Hiervoor gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 25 m2 bedragen; b. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 3,50 meter bedragen. b
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt, dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 meter.
12
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Toepassingsbereik
De regels in dit hoofdstuk gelden in aanvulling op en indien dit nader is bepaald in afwijking van de regels in Hoofdstuk 2.
Regels (ontwerp)
13
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Artikel 7
Aanvraagvereisten
1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: a. het bepaalde in artikel 22.284 van dit omgevingsplan van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden in dit plan; en b. het bepaalde in 22.286 van dit omgevingsplan van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een gebruiksactiviteit of een bouwactiviteit in dit plan. 2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de aan de omgevingsvergunning verbonden beoordelingsregels; 3. Bij de beoordeling van omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken, zoals bedoeld in lid 1 en 2, wordt in aanvulling op de welstandsnota bij de welstandstoets gebruikgemaakt van de stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in Bijlage 3.
14
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels (ontwerp)
15
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Artikel 9 9.1
Bouwactiviteit - algemeen
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bepalingen worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, luifels, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt. 9.2
Ondergeschikte bouwdelen boven op gebouwen
De maximale toegestane bouwhoogte van gebouwen mag overschreden worden met ten hoogste 1,5 meter ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen, zoals ventilatiekanalen, condensors, liftschachten, gevel- en kroonlijsten en eventueel daarbij behorende hekwerken. 9.3
Parkeren
9.3.1
Beoordelingsregels parkeren op eigen terrein
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan wordt voor een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, alleen verleend, indien in voldoende mate ruimte wordt aangebracht ten behoeve van het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort. Bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning activiteit bouwen wordt aan de hand van de "Nota Parkeernormen Sliedrecht 2025" bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Indien deze beleidsregels worden gewijzigd, dient aan die beleidsregels te worden getoetst. 9.3.2
Laden en lossen
Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 9.3.3
Afwijken beoordelingsregel parkeren op eigen terrein
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan te verlenen in afwijking van 9.3.1 indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op een andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 9.3.4
Functiewijziging
De regels over parkeren, laden en lossen zoals opgenomen in de Nota parkeernormen Sliedrecht 2025 zijn bij functiewijzigingen onverkort van toepassing, ook ingeval hiervoor geen omgevingsvergunning nodig is. 9.4
Hemelwaterverwerking
1. Hemelwater dat op het perceel valt, wordt op het perceel verwerkt, met een minimale bergingscapaciteit van 30 mm; 2. Afvoer naar de openbare ruimte is uitsluitend toegestaan indien verwerking op eigen terrein redelijkerwijs niet mogelijk is; 3. De in lid b bedoelde onmogelijkheid tot verwerking op eigen terrein wordt aangetoond met een berekening en een deugdelijke technische onderbouwing; en 4. Terreinriolering wordt gedimensioneerd op minimaal bui 09 (29,4 mm/uur) en functioneren zodanig dat bij bui 10 (35,7 mm/uur) geen wateroverlast en schade optreedt. 16
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Regels (ontwerp)
17
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Artikel 10 10.1
Gebruiksactiviteit - algemeen
Verboden gebruiksactiviteiten
a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten. b. Onder strijdig gebruik als bedoeld onder a wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie. 10.2
Hemelwater en terreinwerkzaamheden
1. Het is verboden het perceel zodanig in te richten of te wijzigen dat hemelwater wordt afgewenteld op lagergelegen erven of de openbare ruimte; 2. Het is verboden werkzaamheden uit te voeren die de verwerking van hemelwater op eigen terrein beperken of onmogelijk maken; 3. Het is verboden de afwatering van het perceel te wijzigen op een wijze die leidt tot wateroverlast op het perceel zelf of op aangrenzende percelen; en 4. Het is verboden hemelwater aan te sluiten op drukriolering.
18
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels (ontwerp)
19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht, Hoofdstuk 22a".
20
Regels (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels
3
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
4
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
6
Bijlage 3
Stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitsplan
230
2
Inhoudsopgave (ontwerp)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Bijlagen bij regels
Bijlagen bij regels (ontwerp)
3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten
4
Bijlagen bij regels (ontwerp)
OMSCHRIJVING CATEGORIE
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
- DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN (detailhandel) A Detailhandel voor zover n.e.g.
A
52 52
47 47
5222, 5223 5224 5231, 5232 5249 527
4722, 4723 4724 4773, 4774 4778 952
55 553 5551
55 561 5629
-
63 633
52 791
-
65, 66, 67 65, 66, 67
64, 65, 66 64, 65, 66
- FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN (kantoor) A Banken, verzekeringsbedrijven
B
70 70
41, 68 41, 68
- VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED (dienstverlening) A Verhuur van en handel in onroerend goed
A
72 72
62 62
- COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE (dienstverlening) A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
A
74
63, 69t/m71, 73, 74, 77, 78, 80t/m82
-
74 7484.4
63, 69t/m71, 73, 74, 77, 78, 80t/m82 82992
A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
A
93 9301.3 9301.3 9302 9303
96 96013 96013 9602 9603
- OVERIGE DIENSTVERLENING (dienstverlening) A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: uitvaartcentra
B A A A
9305
9609
B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
A
Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel Apotheken en drogisterijen Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
A A A A A
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING (horeca) Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eiegen ijsbereiding, viskramen e.d. Kantines
A A
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER (dienstverlening) Reisorganisaties
A
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING (kantoor en dienstverlening) A
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
6
Bijlagen bij regels (ontwerp)
BO TAM-omgevingsplan Burg. Winklerplein te Sliedrecht Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rapportnummer: Rm190131acA0
Rm190131acA0.jufo_02
2
Opdrachtgever:
Movares Den Bosch Willemsplein 2
5211 AK DEN BOSCH
Tel.: 073 2089155
Adviseur:
K+ Adviesgroep Havenweg 139
6122 EN BUCHTEN
Tel: 0475-470470 E-mail: info@k-plus.nl Opgesteld door:
mw. J.M.Y. Fouarge BSc
Handtekening:
Collegiale toets: Handtekening:
Datum
:
31-10-2025
Referentie
:
Rm190131acA0.jufo_02
dhr. ing. D.C.A. van Haperen
Rm190131acA0.jufo_02
3
INHOUD 1
Inleiding
4
2 2.1 2.2 2.2.1 2.3
Uitgangspunten Ruimtelijke gegevens Verkeersgegevens Wegverkeerslawaai Toegepaste rekenmethode
5 5 5 5 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Normstelling Besluit kwaliteit leefomgeving Algemeen Geluidaandachtsgebied Nieuwe situaties Type gevel Maximaal toelaatbare geluidbelasting Niet-geluidgevoelige gevel Afwijkende eisen plaatselijk Omgevingsplan Besluit bouwwerken leefomgeving
8 8 8 8 8 9 10 11 12
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2
Berekeningsresultaten Wegverkeerslawaai Gemeentewegen Rijksweg Gecumuleerde geluidbelasting en gezamenlijk geluid
13 13 13 13 14
5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.4
Evaluatie Rekenresultaten en Conclusie Algemeen Besluit kwaliteit leefomgeving Gemeentewegen Rijksweg Gecumuleerd geluid Gezamenlijk geluid en Besluit bouwwerken leefomgeving Invulling geluidbeleid gemeente Sliedrecht
17 17 17 17 17 18 19 20
Bijlagen: Bijlage I
Figuren akoestisch rekenmodel
Bijlage IIa
Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelastingen
Bijlage IIb
Weergave resultaten gezamenlijk geluid
Bijlage III
Verstrekte verkeersgegevens
Rm190131acA0.jufo_02
1
4
INLEIDING In opdracht van BRO 's-Hertogenbosch is, in het kader van de realisatie van nieuwbouw appartementen aan het Burgemeester Winklerplein te Sliedrecht, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen voor gebouw Blok B vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In Figuur 1.1 is de locatie globaal omcirkeld, in Bijlage I is de situatie opgenomen.
Figuur 1.1: Situatie (bron: Google Maps) Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de A15, Rembrandtlaan, Thorbeckelaan, Anthonie van Leeuwenhoekstraat, Simon Stevinstraat, Burg. Winklerplein, Jacob Catsstraat, Christiaan Huygensstraat, Professor Lorentzlaan, Nicolaas Beetsstraat en de Savorin Lohmanlaan. De berekeningen zijn gebaseerd op: - Omgevingswet; - Besluit kwaliteit leefomgeving; - Omgevingsregeling; - Meet- en rekenmethode geluid.
Rm190131acA0.jufo_02
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Ruimtelijke gegevens
5
Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever verstrekte situatietekening, kaartmateriaal van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) en Google Streetview. In Bijlage I zijn de gehanteerde situatietekening en grafische weergaven van het akoestisch rekenmodel opgenomen. Met betrekking tot de bodemabsorptie is in het voorliggende onderzoek standaard uitgegaan van een harde bodem (bodemfactor 0) en zijn de akoestisch relevante bodemgebieden aan het model toegevoegd. Op de autosnelweg A15 ligt een significant absorberend wegdek, voor het bodemgebied ter plaatse is uitgegaan van een half hard/zacht bodemgebied (bodemfactor 0,5). 2.2
Verkeersgegevens
2.2.1
Wegverkeerslawaai De verkeersgegevens voor de A15 zijn afkomstig van het CVGG, Centrale Voorziening Geluidgegevens, van het RIVM. De gegevens zijn binnengehaald op 11 juli 2025 en hebben betrekking op 8 juli 2025. Het betreft de gegevens voor de etmaalintensiteiten en de wegdekverhardingen. Onder de Omgevingswet dient de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) van het RIVM te worden geraadpleegd voor de benodigde verkeersgegevens. Momenteel zijn nog geen verkeersgegevens van de relevante gemeentewegen opgenomen in het CVGG. Zodoende zijn deze gegevens opgevraagd bij de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De gegevens zijn afkomstig uit de Regionale VerkeersMilieuKaart Drechtsteden Alblasserwaard, versie 2.0. De telgegevens zijn voor peiljaar 2036 en aangeleverd in direct in WinHavik in te laden shape-bestanden. In dit shape-bestand is voor de voertuigintensiteit van wegen met twee richting verkeer beide rijrichtingen apart aangegeven. In Tabel 2.1 zijn deze rijrichtingen bij elkaar opgeteld. Voor nadere informatie inzake de positionering van rijlijnen wordt verwezen naar Bijlage I. De intensiteiten van de Anthonie van Leeuwenhoekstraat, Simon Stevinstraat, Burg. Winklerplein, Jacob Catsstraat, Christiaan Huygensstraat, Professor Lorentzlaan, Nicolaas Beetsstraat zijn minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal.
Conform Artikel 5.78 van het Bkl heeft het berekenen van de optredende geluidbelasting ten gevolge van gemeentewegen enkel betrekking op wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Daarom zijn deze wegen niet van akoestisch belang en verder niet beschouwd in dit onderzoek.
Rm190131acA0.jufo_02
6
In Tabel 2.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2036 Straat Rembrandtlaan -1 Rembrandtlaan -2 Rembrandtlaan -3 Thorbeckelaan -1 Thorbeckelaan -2 Thorbeckelaan -3 Thorbeckelaan -4 Thorbeckelaan -5 Savornin Lohmanlaan
EtmaalPeriode intensiteit verdeling D 6,86% 8.467 A 3,40% N 0,51% D 6,86% 7.273 A 3,40% N 0,51% D 6,92% 7.590 A 3,43% N 0,40% D 6,86% 8.161 A 3,41% N 0,51% D 6,86% 7.999 A 3,41% N 0,51% D 6,86% 8.262 A 3,41% N 0,51% D 6,68% 8.605 A 3,40% N 0,51% D 6,86% 10.081 A 3,40% N 0,51% D 6,92% 2.422 A 3,43% N 0,40%
Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 96,91% 2,26% 0,82% 98,35% 1,23% 0,42% 96,86% 2,48% 0,66% 97,53% 1,81% 0,66% 98,68% 0,98% 0,33% 97,48% 1,99% 0,53% 97,57% 1,79% 0,64% 98,51% 1,14% 0,35% 97,80% 1,98% 0,22% 96,71% 3,01% 0,28% 97,78% 2,08% 0,14% 96,26% 3,51% 0,22% 96,68% 3,04% 0,28% 97,75% 2,10% 0,14% 96,23% 3,55% 0,23% 96,71% 2,99% 0,30% 97,78% 2,06% 0,15% 96,27% 3,48% 0,24% 96,67% 3,02% 0,31% 97,78% 2,06% 0,16% 96,24% 3,51% 0,25% 97,22% 2,40% 0,38% 98,46% 1,35% 0,19% 97,04% 2,65% 0,30% 97,68% 2,19% 0,13% 98,53% 1,40% 0,07% 97,54% 2,42% 0,04%
Snelheid km/uur
Wegdek
50
01
50
01
30
01
30
80
50
01
50
01
50
01
50
01
30
13
Hierbij is: Periode:
gemiddeld uuraandeel betreffende periode in procenten van de etmaalintensiteit.
Qlv:
gemiddeld uuraandeel lichte motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten.
Qmv:
gemiddeld uuraandeel middelzware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten.
Qzv:
gemiddeld uuraandeel zware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten.
Snelheid: ter plaatse toegestane maximum snelheid. Wegdek: Type 01: Referentiewegdek Type 13: Keperverband elementenverharding
Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in Bijlage II opgenomen rekenbladen. De verkeersgegevens zijn opgenomen in Bijlage III.
Rm190131acA0.jufo_02 2.3
7
Toegepaste rekenmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode”, zoals beschreven in de “Meet- en rekenmethode geluid” van Bijlage IVe van de Omgevingsregeling. Bij de modellering van het akoestisch rekenmodel is gebruik gemaakt van het pakket WinHavik, ontwikkeld door dirActivity.
Rm190131acA0.jufo_02
8
3
NORMSTELLING BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING
3.1
Algemeen Conform de Omgevingsregeling dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg in nieuwe situaties de geluidbelasting in Lden in dB te worden bepaald. Dit is een gemiddeld geluidniveau over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt bepaald met de volgende formule:
𝐿𝑑𝑒𝑛 = 10 log 3.2
𝐿𝑑𝑎𝑦 𝐿𝑒𝑣𝑒𝑛𝑖𝑛𝑔+5 𝐿𝑛𝑖𝑔ℎ𝑡+10 12 ⋅ 10 10 + 4 ⋅ 10 + 8 ⋅ 10 10 10 24
Geluidaandachtsgebied Volgens artikel 3.5 van de Omgevingsregeling wordt een geluidaandachtsgebied bepaald aan de hand van Bijlage IVc (rekenmethode geluidaandachtsgebied). Binnen het aandachtsgebied worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten het aandachtsgebied worden geen eisen gesteld. Indien het geluidaandachtsgebied van gemeentewegen nog niet is vastgesteld, wordt dit bepaald aan de hand van artikel 17.5 van de Omgevingsregeling. De breedte van het te hanteren geluidaandachtsgebied is afhankelijk van het aantal rijstroken en de geldende maximumsnelheid van de desbetreffende weg. De te hanteren breedtes zijn opgenomen in Tabel 3.1. Tabel 3.1: Breedte geluidaandachtsgebied aan weerszijde van de weg (in meters) Maximum snelheid
Aantal rijstroken
≤ 30 km/h
1 of 2 rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken
> 30 km/h
3.3
Breedte geluidaandachtsgebieden (art. 17.5 Omgevingsregeling) 100 200 350
Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidgevoelig object en/of een (spoor)weg door vaststelling of herziening van een omgevingsplan wordt voorzien, is er sprake van 'nieuwe situaties'.
3.4
Type gevel Een gevel van een gebouw is het vlak van het gebouw waar de buitenlucht ophoudt. Voor een nog te bouwen woning is het de plek waar een gevel mag komen. Een geluidgevoelig gebouw heeft in beginsel een geluidgevoelige gevel. Vanwege de aanvaardbaarheid van geluid kan het bevoegd gezag in het omgevingsplan de gevel van een geluidgevoelig gebouw een andere kwalificatie geven. Namelijk:
Rm190131acA0.jufo_02 •
•
•
3.5
9
Geluidluwe gevel: Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. In een geluidluwe gevel kunnen ramen en deuren worden geopend zonder dat daarbij veel geluid in de woning binnendringt. Doorgaans wordt uitgegaan van geluidluwe gevel indien de geluidbelasting lager is dan de standaardwaarde, tenzij dit anders aangegeven wordt door de gemeente. Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen: Een gevel met bouwkundige maatregelen om de geluidbelasting op het te openen deel te verlagen, voor een verdere uitwerking zie paragraaf 3.6. Niet-geluidgevoelige gevel: Een niet-geluidgevoelige gevel is een gevel die na een belangenafweging in het omgevingsplan de aanduiding ‘niet-geluidgevoelig’ krijgt.
Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in nieuwe situaties zijn in artikel 5.78t t/m 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving vermeld. De standaardwaarden en grenswaarden zijn in navolgende Tabel 3.2 per geluidbronsoort weergegeven. Tabel 3.2: Overzicht standaardwaarde en grenswaarde Bkl nieuwe situaties Geluidbronsoort Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen
Standaardwaarde
Grenswaarde
50 dB Lden
60 dB Lden
53 dB Lden
70 dB Lden
55 dB Lden
65 dB Lden
50 dB Lden 40 dB Lnight
55 dB Lden 45 dB Lnight
In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat de standaardwaarde niet mag worden overschreden. Indien de standaardwaarde wel maar de grenswaarde niet wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden bij Algemene Maatregel van Bestuur ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Bij het overschrijden van de standaardwaarde dient het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel te worden betrokken. Tevens dient de gecumuleerde geluidbelasting op het geluidgevoelig gebouw te worden beoordeeld. Daarnaast dient het gezamenlijk geluid te worden bepaald en in het omgevingsplan te worden vastgelegd. Het gezamenlijk geluid betreft het geluid van de verschillende relevante bronnen opgeteld, zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Voor de gecumuleerde geluidbelasting dient wel rekening te worden gehouden met de hinderlijkheid van de verschillende soorten bronnen.
Rm190131acA0.jufo_02
10
Wanneer de grenswaarde uit artikel 5.78u Bkl, wordt overschreden, is realisatie van nieuwbouw alleen mogelijk door het toepassen van een of meer niet-geluidgevoelige gevels of door middel van het treffen van bouwkundige voorzieningen waarmee ervoor wordt gezorgd dat de optredende gevelbelasting op het te openen deel aan de grenswaarde voldoet. Een nietgeluidgevoelige gevel betreft een gevel zonder te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie voor zover hierachter direct een verblijfsruimte is gelegen. Bouwkundige maatregelen kunnen in en/of aan de uitwendige scheidingsconstructie worden getroffen. Als de grenswaarde wordt overschreden wordt in het belang van het beschermen van de gezondheid een geluidluwe gevel betrokken. Een geluidluwe gevel wordt in het Bkl als volgt gedefinieerd: een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Geluidbeperkende maatregelen komen enkel in aanmerking als deze financieel doelmatig zijn en er geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard tegen bestaan. 3.6
Niet-geluidgevoelige gevel Indien de grenswaarde wordt overschreden kan enkel een geluidgevoelig gebouw worden gerealiseerd indien, conform artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bouwkundige maatregelen worden getroffen. De uitwendige scheidingsconstructie van de gevel(s) waar de grenswaarde wordt overschreden dient te worden uitgevoerd als een niet-geluidgevoelige gevel. De betreffende gevel mag geen te openen delen bevatten anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang. Alternatief hiervoor is het reduceren van de optredende gevelbelasting op de te openen delen die direct grenzen aan een verblijfsgebied tot de grenswaarde of lager. Indien een van voornoemde bouwkundige maatregelen wordt toegepast dient in het omgevingsplan te worden opgenomen dat de betreffende gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. Het toepassen voor voornoemde bouwkundige maatregelen bij een overschrijding van de grenswaarde is enkel toegestaan indien er geen doelmatige geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarde te voldoen en de overschrijding van de grenswaarde zoveel mogelijk wordt beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen. Geluidbeperkende maatregelen worden enkel in aanmerking genomen als deze financieel doelmatig zijn en er geen overwegende bezwaren tegen bestaan.
Rm190131acA0.jufo_02 3.7
11
Afwijkende eisen plaatselijk Omgevingsplan De gemeente Sliedrecht beschikt over een eigen geluidbeleid, te weten “Beleid hogere grenswaarde Wet geluidhinder” d.d. 12 februari 2010. Omdat dit beleid dateert uit 2010, ten tijde van de Wet geluidhinder, is er sprake van een afwijking in terminologie ten opzichte van de huidige wetgeving. Het geluidbeleid stelt eisen bij het verlenen van een hogere waarde. Het beleid stelt onder andere dat bij het verlenen van een hogere waarde gekeken dient te worden naar maatregelen om aan de voorkeursgrenswaarde te kunnen voldoen. Indien de maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard kan een hogere waarde worden verleend. Gekeken dient te worden naar maatregelen aan de bron, in het overdrachtsgebied of bij de ontvanger. De optredende geluidbelasting wordt binnen het gemeentelijke geluidbeleid ingedeeld in de volgende klassen: - Onrustig: beperkte overschrijding voorkeursgrenswaarde (<5 dB door wegverkeerslawaai, <3 dB voor spoorweglawaai , <2 dB(A) door industrielawaai) - Zeer onrustig: gemiddelde overschrijding voorkeursgrenswaarde, maar er ontstaan geen nieuwe saneringssituaties - Lawaaiig: grote overschrijding voorkeursgrenswaarde, de geluidbelasting overstijgt de drempelwaarde voor saneringssituaties
Bij grootschalige ontwikkelingen (meer dan 25 woningen) dient gekeken te worden naar bronen/of overdrachtsmaatregelen. Als blijkt dat geluid reducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of de uitvoering ervan stuit op ernstige bezwaren dan kunnen hogere waarden worden vastgesteld met aanvullende eisen om een aanvaardbaar akoestisch klimaat te kunnen waarborgen.
Rm190131acA0.jufo_02
12
De gemeente stelt voor een aanvaardbaar akoestisch klimaat de volgende eisen: - Geluidluwe zijde per woning per bron bekeken, - Geluidluwe buitenruimte per woning, - Woningindeling en gebruik van de woningen, - Cumulatie bij berekening geluidluwe zijde, - Afschermende werking. Het beleid stelt dus dat iedere woning dient te beschikken over een geluidluwe gevel. Een geluidluwe gevel is een gevel waar de optredende belasting aan 48 dB voldoet (voorkeursgrenswaarde), inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. Een geluidluwe zijde kan ook bestaan uit een bouwkundige maatregel zoals een loggia. Daarnaast dient iedere woning een geluidluwe buitenruimte te hebben. In beginsel ligt deze ruimte niet aan de hoogst belaste zijde. Indien deze wel aan de hoogst belaste zijde ligt mag de maximale optredende waarde hier niet meer dan 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde liggen. Indien geen geluidluwe buitenruimte mogelijk is, kunnen serres of afsluitbare balkons (loggia’s) worden toegepast. Voor de indeling ligt ten minste een slaapkamer niet aan de hoogst belaste zijde. Conform het geluidbeleid is een gevel geluidluw wanneer wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Onder de nieuwe Omgevingswet wordt geen voorkeursgrenswaarde meer gehanteerd, in de plaats hiervan is de standaardwaarde opgenomen.
In dit rapport is ervan uitgegaan dat er sprake is van een geluidluwe gevel indien aan de standaardwaarde wordt voldaan. 3.8
Besluit bouwwerken leefomgeving In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn voor nieuwbouwsituaties in paragraaf 4.3.1 voorschriften opgenomen voor bescherming tegen geluid van buiten. Als bij industrie-, weg- en spoorweglawaai de betreffende standaardwaarde wordt overschreden kunnen gemeenten een plaatselijk hogere geluidbelasting toestaan die in het omgevingsplan zal worden opgenomen. In dergelijke situaties mag alleen worden gebouwd wanneer de karakteristieke geluidwering van de verblijfsgebieden van het betreffende gebouw gelijk of hoger te zijn dan het verschil tussen het gezamenlijk geluid en 33 dB met een minimum van 20 dB, conform artikel 4.102 en 4.103.
Rm190131acA0.jufo_02
4
13
BEREKENINGSRESULTATEN Uitgaande van voornoemde uitgangspunten zijn de te verwachten toekomstige optredende gevelbelastingen bepaald. Als waarneemhoogte is uitgegaan van twee derde van de verdiepingshoogte. De ligging van de waarneempunten is opgenomen in de in Bijlage I opgenomen figuren. Navolgend is per bron het waarneempunt, de waarneemhoogte, de berekende waarde, de standaardwaarde en de grenswaarde aangegeven. De bijbehorende rekenbladen zijn opgenomen in Bijlage II. De geluidbelastingen zijn tegen een gekleurde achtergrond weergegeven. De betekenis hiervan is als volgt: Groen:
de standaardwaarde wordt niet overschreden, in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden geen restricties opgelegd.
Geel:
de standaardwaarde wordt overschreden, de grenswaarde wordt niet overschreden. Op basis van de optredende geluidbelastingen dient het bevoegd gezag een afweging te maken om het geluid boven de standaardwaarde toe te staan en vast te leggen in het Omgevingsplan.
Oranje: de grenswaarde wordt overschreden. Woningbouw is enkel toegestaan als ter plaatse van de overschrijding een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen wordt gerealiseerd, in geval zich daarachter een verblijfsruimte bevindt. 4.1
Wegverkeerslawaai
4.1.1
Gemeentewegen Tabel 4.1: Berekeningsresultaten gemeentewegen (in dB) Waarneempunt Alle
4.1.2
Waarneemhoogte Alle
Berekende waarde
Bestemming
Standaardwaarde
Grenswaarde
wonen
53
70
Bestemming
Standaardwaarde
Grenswaarde
wonen wonen wonen wonen wonen wonen
50 50 50 50 50 50
60 60 60 60 60 60
≤46
Rijksweg Tabel 4.2: Berekeningsresultaten rijksweg (in dB) Waar- Waarneemneempunt hoogte 1 t/m 3 alle 4 2,0 4 6,0 4 9,0 4 12,0 5 t/m 11 alle
Berekende waarde
≤48 48 49 50 51 ≤49
Rm190131acA0.jufo_02
14
Vervolg Tabel 4.2: Berekeningsresultaten rijksweg (in dB)
4.2
Waarneempunt
Waarneemhoogte
Berekende waarde
Bestemming
Standaardwaarde
Grenswaarde
12 12 13 13
21,0 24,0 15,0 18,0
51 51 51 51
wonen wonen wonen wonen
50 50 50 50
60 60 60 60
Gecumuleerde geluidbelasting en gezamenlijk geluid Bij een overschrijding van de standaardwaarde dient de gecumuleerde geluidbelasting op het geluidgevoelig gebouw te worden beoordeeld. De gecumuleerde geluidbelastingen zijn berekend conform de rekenregels van artikel 3.25 van de Omgevingsregeling. Het gezamenlijk geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten energetisch opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de gevelgeluidwering voor situaties waar sprake is van een hogere geluidbelasting dan de standaardwaarde. De vereiste karakteristieke geluidwering is gelijk aan het verschil tussen het gezamenlijk geluid en 33 dB. De gecumuleerde geluidbelasting, het gezamenlijk geluid en de vereiste geluidwering zijn opgenomen in Tabel 4.3. Tabel 4.3: Gecumuleerde geluidbelasting, gezamenlijk geluid en vereiste karakteristieke geluidwering (in dB) Berekende waarde WaarWaarneemhoogte neem(m) Gemeentewegen Rijksweg punt 1 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 3 3 3
2 6 9 12 15 18 2 6 9 12 15 18 2 6 9
35 35 37 40 41 42 35 36 38 41 42 43 36 36 38
45 46 46 47 47 47 45 46 46 47 47 48 45 45 45
Gecumuleerde geluidbelasting en Gezamenlijk geluid
Vereiste geluidwering
45 46 47 48 48 48 45 46 47 48 48 49 46 46 46
20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20
Rm190131acA0.jufo_02
15
Vervolg Tabel 4.3: Gecumuleerde geluidbelasting, gezamenlijk geluid en vereiste karakteristieke geluidwering (in dB) Berekende waarde Waarneem- Waarneemhoogte punt (m) Gemeentewegen Rijksweg 3 4 4 4 4 5 5 5 6 6 6 6 6 7 7 7 7 7 8 8 8 8 8 8 8 9 9 9 9 9 9 9 10 10 10 10 10 10 10 11 11 11 11 11
12 2 6 9 12 6 9 12 6 9 12 15 18 6 9 12 15 18 6 9 12 15 18 21 24 6 9 12 15 18 21 24 6 9 12 15 18 21 24 6 9 12 15 18
41 35 38 41 43 42 43 44 41 42 44 44 45 40 41 42 42 43 43 44 44 45 45 46 46 41 42 43 43 43 43 43 36 37 39 38 38 40 41 36 39 41 42 42
46 48 49 50 51 47 47 48 46 47 48 48 48 47 48 49 48 48 47 48 48 49 49 49 49 36 36 35 30 18 11 4 38 38 38 32 20 9 3 46 46 47 47 47
Gecumuleerde geluidbelasting en Gezamenlijk geluid
Vereiste geluidwering
47 48 49 50 51 48 49 50 48 49 50 50 50 48 49 49 49 50 49 50 50 50 50 50 51 42 43 43 43 43 43 43 40 41 41 39 38 40 41 46 47 48 48 48
20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20
Rm190131acA0.jufo_02
16
Vervolg Tabel 4.3: Gecumuleerde geluidbelasting, gezamenlijk geluid en vereiste karakteristieke geluidwering (in dB) Berekende waarde Waarneem- Waarneemhoogte punt (m) Gemeentewegen Rijksweg 11 11 12 12 13 13
21 24 21 24 15 18
43 43 44 46 45 46
47 47 51 51 51 51
Gecumuleerde geluidbelasting en Gezamenlijk geluid
Vereiste geluidwering
48 49 52 52 52 52
20 20 20 20 20 20
Rm190131acA0.jufo_02
5
EVALUATIE REKENRESULTATEN EN CONCLUSIE
5.1
Algemeen
17
In opdracht van Movares Den Bosch is, in het kader van de realisatie van nieuwbouw appartementen aan het Burgemeester Winklerplein te Sliedrecht, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen voor gebouw Blok B vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de A15, Rembrandtlaan, Thorbeckelaan, Anthonie van Leeuwenhoekstraat, Simon Stevinstraat, Burg. Winklerplein, Jacob Catsstraat, Christiaan Huygensstraat, Professor Lorentzlaan, Nicolaas Beetsstraat en de Savorin Lohmanlaan. 5.2
Besluit kwaliteit leefomgeving
5.2.1
Gemeentewegen -
5.2.2
De geluidbelasting ten gevolge van de gemeentewegen is maximaal 46 dB waarmee deze aan de standaardwaarde voldoet. Het Besluit kwaliteit leefomgeving legt ten gevolge van deze wegen geen restricties op aan het plan.
Rijksweg -
De standaardwaarde wordt wel, maar de grenswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de rijksweg is maximaal 51 dB. De standaardwaarde wordt op verdieping 3 t/m 7 ter plaatse van de noordgevel overschreden.
-
De gemeente Sliedrecht dient aan de hand van voorliggend onderzoek een afweging te maken om het geluid boven de standaardwaarde toe te staan. In de voorliggende situatie kan als uitgangspunt worden aangedragen dat de appartementen een open plaats opvullen. De A15 is al voorzien van 1-laags ZOAB en een 6 meter hoog scherm. Het aanbrengen van een ander stiller wegdek of hoger scherm om de geluidbelasting ten gevolge van de rijksweg terug te dringen is niet financieel doelmatig en stuit tevens op overwegende bezwaren van uitvoerbare en verkeerskundige aard. Het verder naar achteren verplaatsen van de appartementen om de geluidbelasting verder te reduceren is niet doelmatig. Aangezien de appartementen zich al op ca. 500 meter afstand van de rijksweg bevinden, heeft het vergroten van deze afstand binnen het perceel geen significante invloed op de optredende geluidbelastingen. Het plaatsen van scherm is akoestisch niet verder onderzocht. Om de geluidbelasting op de gevel te verlagen is een geheel gesloten scherm benodigd. Een geheel gesloten scherm is in de praktijk niet uitvoerbaar gezien de bebouwing op de perceelsgrens geplaatst wordt. Er is hierdoor geen ruimte op het eigen perceel waarop een scherm geplaatst zou kunnen worden.
-
-
-
Rm190131acA0.jufo_02 5.2.3
18
Gecumuleerd geluid De maximale gecumuleerde geluidbelasting is 52 dB. Mede aan de hand van het gecumuleerde geluid kan het bevoegd gezag beoordelen of en in welke mate het verantwoord is de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten. Om een beoordeling van het gecumuleerd geluid te kunnen maken zou gebruik gemaakt kunnen worden van de beoordeling geluidkwaliteit gecumuleerd geluid. Binnen deze methode wordt de optredende geluidbelasting ingedeeld in verschillende classificaties. In Tabel 5.1 is de methode voor de beoordeling van de geluidkwaliteit van gecumuleerd geluid opgenomen. In Figuur 5.1 is per gevel aangegeven welke kwalificatie geldt. Tabel 5.1: Beoordeling geluidkwaliteit gecumuleerd geluid Kleurcodering Gecumuleerd geluid in Lcum Kwalificatie < 45 Zeer goed 46 - 50 Goed 51 - 55 Redelijk 56 - 60 Matig 61 - 65 Tamelijk slecht 66 - 70 Slecht > 71 Zeer slecht
Figuur 5.1: Beoordeling geluidkwaliteit gecumuleerd geluid
Rm190131acA0.jufo_02 5.3
19
Gezamenlijk geluid en Besluit bouwwerken leefomgeving Het gezamenlijk geluid is maximaal 52 dB. Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer de standaardwaarde wordt overschreden, moet voor de nieuwe appartementen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in artikel 4.103 van het Bbl. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil tussen het gezamenlijk geluid en 33 dB. In Tabel 4.3 is de benodigde karakteristieke geluidwering weergegeven. Bij het overschrijden van de standaardwaarde dient het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel te worden betrokken. Doorgaans wordt uitgegaan van geluidluwe gevel indien de geluidbelasting lager is dan de standaardwaarde, tenzij dit anders aangegeven wordt door de gemeente.
Rm190131acA0.jufo_02 5.4
20
Invulling geluidbeleid gemeente Sliedrecht Indien een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde wordt toegestaan, kan door de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaardes worden gesteld. In paragraaf 3.7 van deze rapportage is het geluidbeleid van de gemeente opgenomen. Het beleid uit 2010 stelt dat ieder appartement dient te beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. In beginsel ligt deze ruimte niet aan de hoogst belaste zijde. Indien deze wel aan de hoogst belaste zijde ligt mag de maximale optredende waarde hier niet meer dan 5 dB boven de standaardwaarde liggen. Voor de indeling ligt ten minste één slaapkamer niet aan de hoogst belaste zijde. Uit de rekenresultaten blijkt dat enkel ter plaatse van vier appartementen de standaardwaarde wordt overschreden. Betreft de appartementen op de 6e en 7e verdieping grenzend aan de noordgevel. Deze appartementen beschikken allen over geluidluwe gevels waaraan ten minste één slaapkamer grenst. De appartementen op de 6e verdieping beschikken over een terras aan de hoogst belaste zijde. De geluidbelasting is hier 1 dB hoger dan de standaardwaarde, waarmee voldaan wordt aan de voorwaarden van het geluidbeleid. De appartementen op de 7e verdieping beschikken over een geluidluwe buitenruimte.