Bijlage 2_Kaders Sliedrecht voor transitie GR Sociaal 20210316 concept.pdf
Tekst van het document
Kaders gemeente Sliedrecht voor de transitie naar een GR Sociaal Drechtsteden. 20 april 2021 Dit document bevat de richtinggevende kaders van de gemeente Sliedrecht met betrekking tot de voorgenomen transitie naar een GR Sociaal Drechtsteden. Deze kaders zijn bedoeld als richtinggevende input voor het verdere traject om invulling te geven aan de nieuwe GR tekst. Maar het biedt ook duidelijkheid over welke condities Sliedrecht hanteert om straks tot een positief besluit te kunnen komen. De kaders zijn gebaseerd op onze lokale ambities (zoals verwoord in de Kadernota 2021 en de sociale visie), het vastgestelde principe-besluit inclusief motie (d.d. 10-2-2021) en de Hoofdlijnennotitie. De kaders zijn: A. Wij onderschrijven de Hoofdlijnennotitie GR Sociaal Drechtsteden. Ondanks dat nog niet alle bouwstenen (volledig) zijn uitgewerkt kunnen wij ons vinden in de voorgestelde richting en biedt het voldoende houvast om naar een nieuwe GR tekst toe te werken. Wij kunnen ons daarbij concreet vinden in: De genoemde randvoorwaarden met betrekking tot flexibiliteit/maatwerk, 'couleur locale', lokale sturing en een betere positie van de portefeuillehouders sociaal. Het voorstel hoe de diverse taakvelden en daarbij horende collegebevoegdheden bij de GR Sociaal worden neergelegd. Dat beleid in co-creatie tussen de GR Sociaal en de gemeenten tot stand komt. B.
Uitgangspunt is en blijft dat alle Drechtstedengemeenten gezamenlijk de transitie naar een nieuwe samenwerkingsvorm doorlopen. Hierbij geldt voor ons het adagium 'zorgvuldigheid boven snelheid'. Wij streven ernaar de startdatum van 1 januari 2022 te behalen. Hierbij committeren wij ons aan de intentie, de kwaliteit van de inhoud mag niet lijden onder een (te) star tijdpad. C. In de nieuwe GR tekst worden richtinggevende kaders afgesproken over hoe invulling gegeven kan worden aan maatwerk. Belangrijke elementen daarin zijn: Maatwerk dient geborgd te worden in het proces van beleidsvorming. Er dient tijdig inzichtelijk gemaakt te worden waar de ruimte voor maatwerk ligt en wat de keuzemogelijkheden zijn. Meerkosten zijn voor de gebruiker, maar minderkosten ook. Maatwerk mag geen onevenredig nadeel opleveren voor andere gemeenten en/of de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van het beleid. Maatwerk kan niet exclusief zijn voor één of enkele gemeenten. Maatwerk kent verschillende varianten (conform Hoofdlijnennotitie). D. In de nieuwe GR tekst worden richtinggevende kaders afgesproken over hoe invulling gegeven wordt aan beleidsvorming in co-creatie. Belangrijk daarin is de borging van de rol van de lokale raden bij de tot stand koming van beleid.
Daarbij is differentiatie en flexibiliteit wenselijk om tot werkbare processen te komen, maar moeten er ook duidelijke en eenduidige richtlijnen zijn. Een adviserende rol voor een raadscommissie is daarvoor een optie. E. Indien per 1-1-2022 de kaderstellende en verordenende bevoegdheden in het sociaal domein bij de lokale raden liggen dienen de huidige beleidskaders formeel door de raden bekrachtigd te zijn binnen het huidige financieel kader. In de hoofdlijnennotitie wordt hiervoor een gezamenlijke planning en proces aangekondigd. Het belang hiervan onderstrepen wij. Wij verzoeken dan ook hier tijdig mee aan de slag te gaan en de lokale raden hierbij aan de voorkant te betrekken. Aanvullend verwachten wij dat in dit plan ook de mogelijkheden voor lokaal maatwerk aan de orde komen. Hoe gaan we hier op de korte termijn mee om richting 1-1-2022? Maar ook een perspectief hoe dit eruit ziet voor de beleidsprocessen in 2022 en verder.
1
F. De financiële situatie is na de transitie budgetneutraal ten opzichte van de situatie voor de transitie. Daarbij dient ook sprake te zijn van een evenredige verdeling van de kosten en risico's tussen de deelnemende gemeenten en van de rechten en plichten die hier tegenover staan. G. Het uitgangspunt is en blijft dat in de stemverhouding in het AB geen overheersing kan zijn door de stedelijke of de poldergemeenten. Wat ons betreft heeft de minimale invulling van het AB de voorkeur. Dit betekent één afgevaardigde per college. In de GR tekst verwachten wij duidelijkheid over de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het DB en AB. H. Wij hechten aan betrokkenheid van alle eigenaren in dit transitieproces. Vanuit een volwaardige positie en met helderheid over ieders taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Dit geldt zowel politiek, bestuurlijk als ambtelijk.
2