Bijlage 2 - Haalbaarheidsonderzoek Valkweg.pdf
Tekst van het document
HAALBAARHEIDSONDERZOEK IKC VALKWEG Huisvesting OBS De Wilgen en Prins Willem-Alexander Valkweg, juli 2020
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1.1
Situatieschets
1.2
Werkwijze
Klik op de titel!
2. Het IKC Valkweg 2.1
IKC Visie
2.2
Onderwijs-/opvangconcept
2.3
Organisatie IKC
3. Huisvesting IKC 3.1
Huisvestingsvisie onderwijs
3.2
Huisvestingsconcept IKC
3.3
Uitgangspunten huisvesting
3.4
Stichtingskostenbudget
Overleg leden projectgroep
4. Locaties 4.1
Locatie de ijsbaan
4.2
Locatie de Valkweg
4.3
Kosten tijdelijke huisvesting
5. Conclusies & vervolgstappen
Feestelijke aftrap met het team en gemeente
2
1. INLEIDING
Aanleiding In Sliedrecht is in het IHP de realisering van een nieuwe gecombineerde voorziening opgenomen voor de basisscholen Prins Willem Alexander (PWA) locatie Valkweg en De Wilgen inclusief de voorzieningen voor de kinderopvang, respectievelijk Eigenwijs (PWA) en Wasko (De Wilgen). De huisvesting van OBS De Wilgen is technisch en functioneel verouderd. In de planvorming is ervoor ge-
obs De Wilgen
kozen om ook de PWA locatie Valkweg erbij te betrekken. Het gebouw van de school is ook gedateerd en kent in combinatie met de locatie Waalslaan van de PWA een leerlingengroei. De gemeente en de schoolbesturen hebben de ambitie om hier een nieuw IKC te realiseren. Er is draagvlak om gezamenlijk een nieuwe voorziening voor De Wilgen en PWA Valkweg te realiseren. Daarnaast is sporthal De Valk, gelegen tegenover de PWA Valkweg, technisch verouderd en aan vernieuwing toe. Het is de ambitie om de vernieuwing van deze sporthal ook mee te nemen in de planvorming. Opgave Om te komen tot een toekomstgerichte huisvesting willen de scholen en de kinderopvang los van bestaande kaders nadenken de samenwerking en hun visie op opvang en onderwijs om vervolgens
Prins Willem Alexander Valkweg
van daaruit een doorvertaling te maken naar een passende huisvesting. De toekomstige huisvesting moet ruimte bieden aan eigentijdse kinderopvang en onderwijs in een eigentijdse omgeving waarin alle voordelen van het gezamenlijk huisvesten van verschillende organisaties in 1 gebouw optimaal benut worden. In deze rapportage is op basis hiervan een doorkijk gemaakt naar de meest ideale huisvesting. Het document weerspiegelt de ambities die beide scholen hebben; ambities op het vlak van samenwerking en op gebied van onderwijs en opvang. Deze rapportage dient tevens als input voor het op te stellen stichtingskostenbudget.
Luchtfoto PWA Valkweg en obs De Wilgen
3
Huidige situatie Openbare basisschool De Wilgen Het schoolgebouw van De Wilgen dateert uit 1970 en is functioneel en technisch gedateerd. Tevens heeft de school te maken met leegstand, er is sprake van een capaciteitsoverschot van 700 m2, die wel gebruikt wordt. De leegstand heeft wel een nadelig effect op de exploitatie van de school. Het schoolbestuur heeft ervoor gekozen in afwachting van planvorming om alleen noodzakelijk onderhoud uit te voeren. De verwachting is dat in de toekomst het leerlingenaantal licht zal groeien. Christelijke basisschool Prins Willem-Alexander (PWA), locatie Valkweg De dislocatie van de PWA is direct gelegen naast De Wilgen en dateert ook uit 1970. Hoewel het schoolgebouw van de PWA normaal is onderhouden, is het ook functioneel en technisch gedateerd. De exploitatielasten zijn erg hoog en het gebouw voldoet niet aan huidige duurzaamheidseisen. Ook hier zal het leerlingenaantal licht groeien. Sporthal De Valk De sporthal De Valk, gelegen tegenover de scholen, is ook technisch verouderd en aan vervanging toe. De sporthal is ingedeeld in twee zalen, waarvan een zaal over een tribune beschikt. Daarnaast heeft de sporthal een kantine. De vernieuwing hiervan is onderdeel van de IKC-vorming van beide basisscholen en de kinderopvang.
De basisscholen De Wilgen, PWA (beide locaties) en het Grienden College voor VO maken gebruik van de sporthal voor het bewegingsonderwijs. In de avond en het weekend wordt sporthal De Valk verhuurd aan verschillende sportverenigingen. De sporthal voldoet qua capaciteit op dit moment aan de vraag naar bewegingsonderwijs en binnensport. Het is van belang te bezien in hoeverre de huidige capaciteit ook in de toekomst voldoet mede in relatie met de andere sportzalen in gemeente Sliedrecht. Vooralsnog wordt in de planvorming uitgegaan van vervangende nieuwbouw van een sporthal met twee zaaldelen.
4
In een aantal werkbijeenkomsten is er met een projectgroep, bestaande uit een vertegenwoordi-
1
Onderwijsvisie
ging van de betrokken instellingen, stapsgewijs gewerkt aan de toekomstige samenwerking tussen basisonderwijs en kinderopvang en de gezamenlijke huisvesting hiervoor. Tevens is nagedacht
Waarom?
over de betekenis van de voorziening voor de wijk en welke aanvullende (maatschappelijke) functies hiervoor nodig zijn. De resultaten zijn door M3V vertaald in een toekomstig huisvestingsvisie en huisvestingsconcept. Hiernaast zijn de stappen weergegeven die in de werkbijeenkomsten zijn gevolgd; vanuit een visie op onderwijs en opvang is uiteindelijk een vertaling gemaakt naar de huis-
2
Onderwijsconcept
vesting.
Hoe en Wat? + organisatorische zaken
3
huisvestingsvisie Overall beeld van de huisvesting
4
huisvestingsconcept Gedetailleerd beeld van de huisvesting
Ambitiedocument Huisvesting Werkbijeenkomst projectgroep
Schets huisvestingsvisie
5
Ontwikkelingen van invloed
2. HET IKC VALKWEG
op ons onderwijs & opvang - Tekort personeel
In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen de visie op het IKC beschreven zoals de betrokken instellingen
- Financiering
dit zien. ‘Wat wil je zijn/bereiken’ voor en met kinderen, ouders, medewerkers, omgeving etc. is een
- Achtergrond van leerlingen-buurt
belangrijke vraagstelling geweest. Op basis van o.a. ontwikkelingen in de maatschappij is een verta-
- Talige omgeving
ling gemaakt naar de meerwaarde van het IKC Valkweg, de mate van samenwerking en dergelijke.
- Populatie; multiculturele samenleving - VV-leerlingen - 21st century skills - Schooltijden: opvang, 40 weken school
OBS De Wilgen en PWA met hun eigen kinderopvang zijn beide unieke scholen, die ieder vanuit een
- Nieuwe zaken die naar onderwijs ge-
eigen visie onderwijs bieden aan de kinderen in Sliedrecht. Beide scholen willen hun leerlingen op
schoven worden
cognitief en sociaal emotioneel vlak goed en gedegen voorbereiden op de toekomst. De Wilgen
- Wet-regelgeving: AVG
profileert zich als sportieve en actieve school. PWA hecht waarde aan hoge opbrengsten. Beide
- Passend onderwijs
scholen zien meerwaarde van het huisvesten in één pand op één locatie. Deze meerwaarde is voor-
- Gepersonaliseerd leren
al ruimtelijk, maar kan op onderdelen ook betrekking hebben op programmatische en organisatori-
- Opbrengstgericht leren
sche zaken. De betrokken instellingen zien de samenwerking als een organisch proces waarbij wer-
- Kind aantallen-instroom
kenderwijs de kansen en mogelijkheden van samenwerking en synergie worden verkend. Belang-
- Digitalisering
rijk is dat er ook sprake blijft van keuze voor de ouders en leerlingen tussen verschillende onder-
- Normen &waarden
wijsconcepten. Dit betekent dat de ruimten voor het primaire proces - voor het geven van onder-
- Subsidie gemeente
wijs - autonome ruimten zijn voor enerzijds PWA Valkweg met de kinderopvang en anderzijds De
- Opleidingseisen
Wilgen met de kinderopvang. Daarnaast is sprake van een aantal gemeenschappelijke ruimten. De
- Plek met veel voorzieningen gedurende
gezamenlijk visie is als volgt geformuleerd:
de hele dag - Maatschappelijke functie versterken
Het IKC Valkweg biedt zowel openbaar als protestants-christelijk onderwijs in één gebouw gecombineerd met kinderopvang. Het is een plek in de wijk voor het ontwikkelen en leren voor alle bewoners
-
van de wijk (met als zwaartepunt vanzelfsprekend de kinderen van 0 - 12 jaar). De visie is terug te vinden in de bijlage.
6
IKC-ontwikkeling De gemeente ondersteunt deze ambitie i.c. invulling van een IKC, die vergelijkbaar is met een andere gerealiseerde voorziening in Sliedrecht waarin 2 scholen & kinderdagopvang zijn gehuisvest. De samenwerking vindt voornamelijk ruimtelijk en gedeeltelijk inhoudelijk en organisatorisch plaats tussen het onderwijs en de eigen kinderopvangpartner. School als wijkvoorziening Er dienen aanvullende voorzieningen gerealiseerd te worden voor de maatschappelijke functies c.q. partners. In het kader van medegebruik kan er buiten onderwijstijden eventueel gebruik worden gemaakt van onderwijsruimten (niet de ruimten voor het primaire proces zoals de groepsruimten). Overdag kunnen de onderwijsinstellingen en de kinderopvang tegen een kostendekkende vergoeding gebruik maken van deze aanvullende voorzieningen. Passend onderwijs Gezien de onderwijsbehoeften en het aantal onderwijszorgarrangementen op beide scholen is het van belang dat er voldoende ruimten zijn om met kleine groepjes kinderen te kunnen werken. Het IKC moet ruimte bieden voor alle kinderen uit de wijk; zoveel mogelijk kinderen moeten binnen de mogelijkheden van de scholen hun onderwijs op het IKC kunnen volgen. Voorkomen van segregatie Beide scholen zijn qua populatie een afspiegeling van de wijk. Er is geen sprake van een vorm van segregatie op de basisscholen. Dit dient behouden te blijven.
Betrokkenen willen voorkomen dat er een scheiding in doelgroepen gaat ontstaan. Ter voorkoming van segregatie is het vroegtijdig vergroten van ouderbetrokkenheid een belangrijk speerpunt voor het IKC. Dit heeft een preventieve werking op eventuele (latere) leer – en ontwikkelingsproblematiek van leerlingen.
7
Onderwijsprofilering De PWA heeft 2 locaties in Sliedrecht. De onderwijsvisie en het onderwijsconcept zijn voor beide locaties gelijk. Het is de ambitie dit ook te handhaven bij de realisering van het IKC. De bestaande samenwerking met de kinderdagopvang Eigenwijs is onderdeel van de profilering van de PWA. De huidige huisvesting van Eigenwijs is echter problematisch. OBS De Wilgen zal zich binnen het IKC profileren samen met de kinderopvang van Wasko, waarmee al een langjarige samenwerking is opgebouwd. Qua organisatie maar ook qua aanbod zal hier meer uitvoering aan worden gegeven in het IKC.
8
Beide basisscholen en kinderopvangorganisaties zullen vanuit hun eigen visie de gezamenlijke opvang en het onderwijs invullen. In die zin is sprake van twee pedagogische en onderwijskundige stromen binnen het IKC die onderscheidend zijn, maar elkaar ook zullen versterken. Het gebouw moet passen bij de wijze waarop opvang en onderwijs wordt gegeven. De basis voor de beide scholen inclusief kinderopvang is dat er voor elke groep een eigen basisinstructieruimte is. De ruimte tussen de verschillende basisgroepen wordt gebruikt als leerplein, waar de leerlingen op dit leerplein zelfstandig of in groepjes kunnen werken. Dit heeft als voordeel dat er gedifferentieerd kan worden naar het niveau van de leerlingen. Leerlingen die behoefte hebben aan verdieping van de
Keuze in samenwerken
lesstof kunnen zelfstandig werken, de leerlingen die wat extra ondersteuning nodig hebben kunnen samenwerken. De mate van de grootte van het leerplein en de instructieruimte, kan per school verschillend zijn, dit zal in de opstelling van het huisvestingsconcept (ruimtestaat, relatieschema, vlekkenplan) verder uitgewerkt moeten worden. De kinderopvang wordt gekenmerkt door spelend en ontdekkend leren met elke kinderopvangorganisatie eigen accenten en kenmerkende samenwerking met hun scholen. In de toekomst zal het onderwijs– en opvangconcept verder uitgewerkt moeten worden ten behoeve van de opstelling van het huisvestingsconcept (programma van eisen, ruimtestaat e.d.), dat nodig is voor de ontwerp– en realisatiefase.
Keuze in ruimten
Spelend en ontdekkend leren in kinderopvang
9
De manier waarop en de mate waarin verschillende gebruikers gaan samenwerken in een IKC is maatgevend voor het succes van het IKC. In de projectgroep zijn verschillende organisatiemodellen besproken. De beide basisscholen functioneren binnen het gebouw in de basis los van elkaar. Alleen daar waar gezamenlijke meerwaarde wordt gezien in het delen van voorzieningen, zullen voorzieningen worden gedeeld. De eventuele (toekomstige) samenwerking op programmaonderdelen en/of organisatie moet door het gebouw echter op natuurlijke wijze gefaciliteerd kunnen worden; het gebouw moet geen blokkade zijn voor eventuele versterking van de samenwerking. Dit zien betrokkenen echter als een groeiproces waarvan de uitkomsten nu nog niet vastgelegd kunnen worden. Het uitgangspunt is dat de huidige samenwerking tussen de scholen en ‘hun’ kinderopvangpartner geïntensiveerd wordt. Vanuit die versterking van twee ‘verticale kolommen’ van opvang en onderwijs zal ook de samenwerking in de toekomst tussen beide ‘kolommen’ verkend kunnen worden. Opvang & onderwijspartners Op dit moment heeft elke school zijn eigen kinderopvangpartner. Bij het vormen van een IKC is het realiseren van een doorlopende leerlijn van 0 tot 12 jaar een belangrijk uitgangspunt. Een IKC betekent dat er tot op visieniveau samengewerkt wordt tussen de opvangorganisatie en de school of scholen.
Gezien de huidige positieve en functionele samenwerking tussen De Wilgen en kinderopvang Wasko, en PWA Valkweg en Eigenwijs, zullen deze twee kinderopvangorganisaties ook participeren in het IKC Valkweg. Organiseren op gebruiker (organisatie) of op doelgroep (leeftijd) Veel IKC’s zijn georganiseerd op gebruiker i.c. de betreffende organisatie met veelal centraal gedeelde ruimten; iedere organisatie heeft een eigen plek in het gebouw. Vaak is er echter verschil in omvang van de gebruikers; een grotere en een kleinere school en kinderopvangorganisaties met
Uitwerking organisatiemodel IKC Valkweg
een verschillend aanbod en omvang.
10
Om flexibiliteit in het gebouw te realiseren en groei of krimp van een van de gebruikers goed op te kunnen vangen, is het soms wenselijk een IKC op leeftijd te organiseren. Hierbij zijn bijvoorbeeld alle jonge kinderen van de kinderopvang en de onderbouwen van de scholen bij elkaar gehuisvest en zo ook de leerlingen van de midden– en bovenbouw van de scholen. Dit heeft als voordeel dat leeftijdgebonden functies of materialen eenvoudig gedeeld kunnen worden. Ook kan een omgeving worden gerealiseerd die passend is voor de doelgroep, voor de jonge kinderen een speel–, ontdek– en leeromgeving en de oudere kinderen wellicht een meer studielandschapachtige omgeving. Ook in dit model van een organisatie en huisvesting die gebaseerd is op doelgroepen i.c. leeftijden is het van belang dat de scholen hun eigen identiteit kunnen behouden, maar het is ook van belang dat een zo toekomstgericht mogelijk gebouw ontstaat waarin groei of krimp van een van de scholen op een natuurlijke manier opgevangen kan worden. In het huisvestingsconcept wordt hier verder op ingegaan.
11
3. HUISVESTING IKC
Punten uit de visie
De onderwijsvisie en de organisatie zijn in dit hoofdstuk door vertaald naar de huisvesting. Aan de
Ruimte voor groepsoverstijgend werken
hand van een relatieschema met sfeerbeelden wordt de huisvestingsvisie toegelicht. Vervolgens
voor zowel leerlingen als voor medewer-
wordt elk deelgebied omschreven.
kers.
Met eigen groep de dag starten en afsluiten → Groepsruimten.
De huisvesting dient het primaire proces van beide onderwijs-/opvangpartners te allen tijde te ondersteunen. Onderwijs en opvang staan centraal, de huisvesting maakt dit mogelijk, faciliteert en
Eigenaarschap en veel afwisseling in acti-
stimuleert dit. De hoofdlijnen van de huisvestingsvisie en het huisvestingsconcept zijn hieronder
viteiten → Voldoende ruimte voor ver-
weergegeven.
schillende activiteiten en ruimten passend bij de verschillende activiteiten.
Ruimte voor groepsoverstijgend werken voor zowel leerlingen als voor medewerkers In de nieuwe huisvesting worden ruimten voor samenwerking gerealiseerd. Het IKC wordt niet op-
Veel aandacht en gezien worden →
gebouwd uit gangen met lokalen, maar bestaat uit leerpleinen met daaraan gelegen groepsruim-
Voldoende transparantie en goede zicht-
ten. Op de pleinen/leerwerkruimten is ruimte voor groepsoverstijgend werken en ontmoeting. Het
lijnen
moet mogelijk zijn de leerpleinen als één geheel met de groepsruimten te laten functioneren, bijvoorbeeld door toepassing van glazen schuifdeuren. In de groepsruimten is plaats om met de ei-
Veel ervaren en voelen → Diversiteit aan
gen groep de dag starten en afsluiten.
ruimte voor verschillende activiteiten of mogelijkheid om een ruimte snel aan
Eigenaarschap en afwisseling in activiteiten // Voldoende ruimte voor verschillende activiteiten
te passen, voldoende bergruimte
en ruimten passend bij de verschillende activiteiten. Er dient in de huisvesting ruimte te zijn voor individueel werken, werken in kleine groepen, werken
Elkaar ontmoeten → Ruimte voor infor-
in grotere groepen, rustig werken en actief werken. Al deze verschillende werkvormen vinden niet
mele ontmoeting, delen van ruimten,
volgtijdelijk plaats en mogen dus onderling niet tot overlast leiden. Afhankelijk van de werkvormen
kruising van routes, transparantie (elkaar
kan het leerplein of de groepsruimte ingezet worden als ‘drukke’ ruimte. Er moet voor gewaakt
zien)
worden dat er over de leerpleinen veel verkeersroutes lopen.
12
Veel aandacht en gezien worden // Voldoende transparantie en goede zichtlijnen Dit uitgangspunt is van groot belang, bijvoorbeeld door het toepassen van voldoende glas en het goed positioneren van de ruimten onderling. Om plekken met verschillende kwaliteit te maken dient er variatie in zichtlijnen te zijn; bijvoorbeeld door zichtlijnen op stahoogte en niet op zithoogte of andersom. Veel ervaren en voelen // Diversiteit aan ruimte voor verschillende activiteiten of mogelijkheid om een ruimte snel aan te passen, voldoende bergruimte en elkaar ontmoeten // Ruimte voor informele ontmoeting.
Rustig werken in de groep en op het leerplein
In de huisvesting wordt een diversiteit aan ruimten gerealiseerd; groepsruimten, leerpleinen, leerwerkruimten, stille werkruimte, centrale ruimten. De centrale ruimte is een gedeelde ruimte voor alle gebruikers die op verschillende manieren ingezet kan worden. De wens is om in de centrale ruimte vieringen te houden en te werken aan school-overstijgende thema’s. Op basis van de onderwijsorganisatie en de huisvestingsvisie zijn verschillende deelgebieden gedefinieerd. In het relatieschema op de volgende pagina wordt een visuele weergave van deze deelgebieden gegeven. Let op, dit relatieschema is geen plattegrond maar een conceptueel beeld waarin de onderlinge relaties van de verschillende ruimten te zien zijn. Rust op het leerplein, instructie in de groep
Groepswerk op het leerplein
13
14
Vanuit de huisvestingsvisie en het relatieschema is een eerste huisvestingsconcept uitgewerkt. Het IKC Valkweg wordt daarbij verdeeld in een aantal deelgebieden: 1.
Leergebied PWA (met kinderopvangorganisatie Eigenwijs)
2.
Leergebied De Wilgen (met kinderopvangorganisatie Wasko)
3.
De gedeelde onderwijshuisvesting (gezamenlijke gemeenschapsruimte, podium en speellokaal)
4.
Maatschappelijke ruimten
5.
Sporthal De Valk
6.
Buitenruimte
1. Leergebied PWA (met kinderopvangorganisatie Eigenwijs) De leerlingen komen binnen bij de eigen schoolentree en lopen door naar het eigen leerplein. De kinderopvang heeft, (enigszins) gescheiden van het onderwijs (mede vanwege wet– en regelgeving kinderopvang), eigen opvangruimten welke via de entree van de school te bereiken zijn vanaf de begane grond. De leergebieden van de PWA worden gekenmerkt door groepsruimten (waarbij er vastgehouden wordt aan het jaarklassensysteem), waarbij er door het leerplein wel meer ruimte is om te differentiëren in werkvormen. Dit kan per leeftijdscategorie ook nog iets verschillen; het oudere kind heeft een iets groter leerplein dan het jongere kind. 2. Leergebied De Wilgen (met kinderopvangorganisatie Wasko) De leerlingen komen ook hier binnen via de eigen schoolentree. Wasko heeft eigen kinderopvangruimten, maar deze bevinden zich in de nabijheid van de kleuters van De Wilgen. Hierdoor ontstaat er een leer– en opvanggebied voor het jonge kind. De leergebieden van De Wilgen worden gekenmerkt door groepsruimten, waarbij op de verbrede gangen kleine instructieplekjes beschikbaar zijn voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Differentiatie vindt voornamelijk plaats binnen de groepsruimte.
15
3. Gedeelde onderwijshuisvesting Vanuit het eigen leergebied is er een ontsluiting naar de gedeelde gemeenschapsruimte annex aula. Deze is multifunctioneel inzetbaar voor het onderwijs ten behoeve van themabijeenkomsten, vieringen e.d. Vanuit deze ruimte is er zicht op het podium, dat ook te bereiken is via het speellokaal. De scholen hebben beiden een eigen speellokaal, die echter middel van een flexibele wand te combineren is tot een groter speellokaal dan wel multifunctionele ruimte: voor bijvoorbeeld trainingen Rots en Water. Vanuit hier is er ook een ontsluiting naar het podium. Het podium kan vanaf beide kanten gebruikt worden. 4. Maatschappelijk centrum De basisscholen en de kinderopvangorganisaties hechten belang aan het kunnen doorverwijzen van ouders naar andere maatschappelijke voorzieningen wanneer dit wenselijk of noodzakelijk is. Voor de maatschappelijke voorzieningen is er een aparte ingang. Vanuit deze entree is er toegang tot de sport (sporthal), maatschappelijk werk en de bibliotheekvoorziening. ‘Ontmoeting’ staat centraal in deze voorzieningen; de ruimte moet uitnodigen tot ontmoeten. Voor het IKC Valkweg worden er een gespreksruimte voor maatschappelijke organisaties, een buurthuiskamer voor welzijnswerk (in combinatie met kantine van de sporthal), een bibliotheek/studeerruimte en een keuken toegevoegd.
De keuken kan ingezet worden voor het onderwijs, maar ook voor maatschappelijke activiteiten die binnen de wijk plaatsvinden alsmede voor de kantine van de sporthal. 5. Sporthal De Valk Sporthal De Valk is technisch verouderd en aan vernieuwing toe. De vernieuwing hiervan is onderdeel van de planvorming. Het gaat hierbij om vervanging van de huidige capaciteit te weten een sporthal met twee zaaldelen. Naast de scholen van het IKC Valkweg, maken er nog twee andere scholen en diverse verenigingen gebruik van sporthal De Valk. In de ontsluiting met de maatschappelijke voorzieningen wordt een kantine gerealiseerd, die ook inzetbaar is als buurthuiskamer. In de verdere planontwikkeling - ontwerpfase - vraagt de positionering van de sporthal nader onderzoek. Er dient sprake te zijn van een dusdanige positionering zodat de scholen er overdag gemakkelijk gebruik van kunnen maken (route binnendoor), maar waarbij de voorziening ook gemakkelijk ingezet kan worden in de avonduren en het weekend zonder dat gebruik hoeft te worden gemaakt van ruimten van de scholen. 16
6. Buitenruimte De buitenruimte bestaat uit speelpleinen voor enerzijds het cluster PWA/Eigenwijs en anderzijds De Wilgen/Wasko. Deze zijn voor de veiligheid van de kinderen af te sluiten van de straat. Eigenwijs heeft als onderdeel van de buitenruimte van de PWA een eigen speelplein, Wasko heeft een meer geïntegreerde buitenruimte in combinatie met De Wilgen. Voor de kinderopvang geldt dat sprake moet zijn van een afsluitbaar speelplein. De speelpleinen kenmerken zich door groen, natuurlijke materialen en bijvoorbeeld een moestuin. Deze kan door de buurt onderhouden worden maar ook voor de school gebruikt voor onderwijsdoeleinden. Op de volgende bladzijde is het huisvestingsconcept schematisch weergegeven. Uitgangspunt voor de realisering van de voorziening is dat sprake is van een gelaagde bouw (tweelaags), waarbij de jonge kinderen op de begane grond zullen worden gehuisvest en de oudere kinderen op de 1ste etage.
17
18
Bruto Vloeroppervlak (BVO) Het aantal m² BVO is de totale oppervlak-
Hieronder zijn de uitgangspunten voor het te realiseren IKC benoemd. Er zal als vervolg op deze
te van alle bouwlagen van een gebouw
haalbaarheidsstudie een verdere uitwerking door middel van een programma van eisen met ruim-
inclusief constructie, trapgaten, installa-
testaat gemaakt moeten worden voor het verdere ontwikkelingsproces. Voor nu geeft het een eer-
tieruimten en buitenmuren.
ste indicatie van de ruimten en de kosten. Functioneel Netto Vloeroppervlak (FNO)
Onderwijs
Het aantal m² FNO is de daadwerkelijk
Het IKC biedt ruimte aan circa 445 leerlingen basisonderwijs. Het totaal aantal vierkante meters
beschikbare ruimte voor de primaire pro-
onderwijs is gebaseerd op de verordening onderwijshuisvesting waarbij elke school een vaste voet
cessen na aftrek van de ruimte die nodig
2
2
van 200 m bruto vloeroppervlakte (BVO) en 5,03 m BVO per leerling krijgt. De totale ruimtebe2
hoefte voor het onderwijs bedraagt circa 2.640 m BVO.
is voor de constructie, installaties, verkeersruimte, e.d.
Kinderopvangorganisaties
Bruto/Netto verhouding 2
De gemeente investeert per kinderopvangorganisatie 90 m BVO; de initiële investeringskosten 2
In de ruimtestaat is rekening gehouden
voor dit aantal m BVO worden bekostigd door de gemeente. De overige aanvullende ruimtebe-
met een bruto-netto verhouding van 1,45
hoefte financiert ook de gemeente, maar de kosten hiervan worden verrekend in de huurvergoe-
voor onderwijs en opvang. Het is wense-
ding van de kinderopvangorganisaties aan de gemeente. Naast de huurvergoeding voor de aanvul-
lijk dat de architect streeft naar een lage-
2
lende m BVO voor de kinderopvangorganisaties, zijn de kinderopvangorganisaties verantwoorde-
re bruto-netto verhouding, bijvoorbeeld
lijk voor de exploitatie van alle gerealiseerde ruimte voor de kinderopvang. Voor de ruimtebehoef-
1,3. Extra vierkante meters functioneel
te van de kinderopvangorganisaties is uitgegaan van een ruimtebehoefte van twee groepsruimten.
vloeroppervlak die hiermee vrij komen
Voor de BSO worden geen aparte ruimten gerealiseerd. Voor de BSO zal gebruik worden gemaakt
dienen toegewezen te worden aan de
van de ruimten voor de kinderdagopvang en de onderwijsruimten (medegebruik). Voor de kinder-
centrale hal.
2
2
opvang wordt uitgegaan van circa 460 m BVO (2 x 230 m BVO per cluster). Sporthal De Valk Het is het voornemen Sporthal De Valk te vervangen met als uitgangspunt de huidige capaciteit wederom te realiseren, namelijk twee zaaldelen met een beweegbare scheidingswand waardoor de capaciteit van de sporthal beter benut kan worden. Op dit moment bestaat De Valk uit twee 19
aparte zaaldelen waardoor er niet één grote zaal kan worden gerealiseerd. Voor de nieuwbouw wordt uitgegaan van de KVLO-normen, hetgeen betekent dat een zaaldeel de minimale afmeting heeft van 14 x 22 x 7 meter. Daarnaast zullen er vier kleedruimtes met douche– en toiletvoorziening, een toestellenberging en een scheidsrechters/EHBO-ruimte worden gerealiseerd. Omdat de huidige sporthal een kantine heeft waar de sportverenigingen gebruik van maken, zal er een kantinefunctie toegevoegd worden, die overdag (en ook ‘s avonds en in de weekenden) ingezet kan worden als buurthuiskamer. Het totale BVO wordt vooralsnog geraamd op 1.060 m2 BVO. Maatschappelijke voorzieningen Omdat het IKC ook een functie en betekenis heeft voor de directe omgeving wordt er een aantal maatschappelijke voorzieningen toegevoegd aan het IKC. Een van de voorzieningen is een buurthuiskamer voor ontmoeting en participatie. Hier kan vrije inloop plaatsvinden alsmede georganiseerde activiteiten. Deze functie wordt gecombineerd met de kantinefunctie van de sporthal. Daarnaast zal er een bibliotheekruimte worden gerealiseerd met een (af te sluiten) studiegedeelte en een computerruimte. De buurthuiskamer en de bibliotheek kunnen gezamenlijk gebruik maken van deze ruimten.
Daarnaast komt er een spreekkamer voor maatschappelijke organisaties en een keuken die multifunctioneel gebruikt kan worden door de sportkantine/buurthuiskamer en het onderwijs. Op de volgende pagina is de ruimtebehoefte weergegeven. Te zien is dat de ruimtebehoefte voor de twee scholen 2.638 m2 BVO is. Inclusief de kinderopvang is de ruimtebehoefte 3.098 m2 BVO. Met het toevoegen van een sporthal en maatschappelijke voorzieningen komt de ruimtebehoefte uit op iets meer dan 4.000 m2 BVO (4.158 m2 BVO inclusief sporthal en 4.368 m2 BVO inclusief maatschappelijke functies). Vanwege de gelaagde bouw wordt er vanuit gegaan dat circa 2/3 deel op de begane grond wordt gerealiseerd en 1/3-deel op de 1ste etage.
20
21
Op basis van de ruimtebehoefte is een eerste indicatie opgesteld van de stichtingskosten voor het IKC. Hierbij is uitgegaan van de stichtingskostennormering van de VNG prijspeil 2020. De kolom VNG-norm gaat uit van een startbedrag van € 1.093.866,09 voor de eerste 350 m2 BVO en € 1.871,92 per vierkante meter voor de daarop volgende m2 BVO. Dit is een normatieve berekening.
Het is de vraag of de normatieve berekening van de VNG voldoende toereikend is. Om deze reden is er een aanvullende marge genomen van een huidig kengetal van € 2.500 per m2 BVO. Te zien is dat sprake is van een stichtingskostenbudget (bouwkosten, bijkomende kosten en btw) van circa € 9,6 miljoen (op basis van de VNG-normering) à € 11 miljoen (kengetal € 2.500 per m2 BVO) wanneer het totale ruimtelijke programma wordt gerealiseerd. Wanneer deze stichtingskosten worden omgezet in kapitaallasten, dan is sprake van een jaarlijkse last van circa € 325.000 (bij een investering van € 9,7 miljoen, VNG-normering) à € 370.000 (bij een investering van circa € 11 miljoen, kengetal € 2.500 per m2 BVO). Deze kapitaallast is gebaseerd op een 40-jarige annuïtaire financiering en een rekenrente van 1,5 %. 22
4. LOCATIES
Vanuit de projectgroep en schoolbesturen is de voorkeur uitgesproken om de locatie de ijsbaan (oranje vlak in figuur hiernaast) als ontwikkellocatie voor het IKC Valkweg te gebruiken. Deze locatie bevindt zich niet in de directe nabijheid van de flats aan de Valkweg en het uitvaartcentrum. Hoewel de overwegingen begrijpelijk zijn, acht de gemeente het niet realistisch hier de nieuwe voorziening te realiseren. De redenen hiervoor zijn: •
Het doorkruist een belangrijke groene ader, die deel uitmaakt van de omgevingsvisie voor Sliedrecht;
•
De ijsbaan zou verplaatst moeten worden naar de locaties van de scholen op de Valkweg hetgeen ruimtelijk echter niet past;
•
Dit vraagt wijziging van het bestemmingsplan waarbij vanwege de nabijheid van verkeerswegen en de hieruit voortkomende richtlijnen en milieueisen het niet haalbaar zal zijn hier de school te realiseren. Dit is niet aan de orde als er op de bestaande locatie van de scholen aan de Valkweg gebouwd wordt.
Mede op basis van een grove locatieanalyse is de huidige locatie van de twee basisscholen (gele vlakken in figuur hiernaast) het uitgangspunt voor de nieuwe huisvesting van het IKC. Belangrijk is dat in de verdere planontwikkeling in overleg met de betrokken schoolbesturen/scholen en kinderopvangorganisaties bezien wordt hoe de nieuwe voorziening het beste gepositioneerd kan worden rekening houdend met de bezwaren van de schoolbesturen, de bereikbaarheid en veiligheid, de verkeersafwikkeling en logistiek, de behoefte aan buitenruimte e.d. De locatie is in elk geval groot genoeg om het huisvestingsprogramma op die locatie te realiseren. 23
Wanneer de huidige locatie gebruikt wordt als nieuwe locatie voor het IKC zal er zeer waarschijnlijk tijdelijke huisvesting gerealiseerd moeten worden voor één of twee scholen (afhankelijk van de gekozen positionering van de nieuw te bouwen huisvesting). De kosten van tijdelijke huisvesting zijn hoog. Wanneer er volledige tijdige huisvesting voor beide scholen nodig is, worden de kosten geschat op circa € 1 miljoen. Wanneer de tijdelijke huisvesting langer nodig is, leidt dit tot aanvullende kosten van circa € 40.000 per maand. Hieronder is een indicatieve berekening weergegeven van de tijdelijke huisvestingskosten. In de verdere planontwikkeling is het dus van belang te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is zo weinig mogelijk gebruik te maken van tijdelijke huisvesting, maar dat de bestaande huisvesting zoveel mogelijk kan worden gebruikt tijdens de nieuwbouw.
24
5. CONCLUSIES & VERVOLGSTAPPEN De betrokken partijen - scholen en kinderopvang - zijn positief over de ontwikkeling van een gezamenlijke voorziening. Deze voorziening moet enerzijds recht doen aan de identiteit en positionering van beide ‘onderwijs-opvangclusters’ in de nieuwbouw. Daarnaast willen de betrokken instellingen ook betekenisvol zijn voor de buurt. Het toevoegen van een aantal maatschappelijke functies zien zij als meerwaarde voor de verdere ontwikkeling van de wijk. Daarbij ligt de aandacht primair bij de kinderen van 0 - 12 jaar, maar willen ze ook betekenisvol zijn voor de overige bewoners van de wijk. Er is derhalve veel draagvlak voor de ontwikkeling van een IKC met een bredere maatschappelijke functie. In de ontwikkeling van het IKC zal sprake zijn van ruimtelijke samenwerking i.c. het delen van ruimten. De inhoudelijke en organisatorische samenwerking zien betrokkenen als een organisch proces waarbij partijen over zullen gaan tot samenwerking wanneer dit meerwaarde heeft voor een ieder. Vooralsnog zal sprake zijn van twee “opvang-onderwijsstromen” in het IKC. Betrokkenen vinden het belangrijk dat ouders ook keuzemogelijkheden houden tussen verschillende identiteiten. De realisering van het huisvestingsprogramma van circa 4.000 m2 BVO is haalbaar op de huidige locatie.
De locatie biedt voldoende ruimte om hier een vervangende tweelaagse voorziening te realiseren voor de basisscholen, de kinderopvang, de sporthal en de maatschappelijke functies. Er blijft voldoende ruimte voor het buitenspelen, het parkeren en het veilig organiseren van het brengen en halen van de kinderen. De realisering van een nieuwe voorziening voor de twee basisscholen en aanvullende functies, die voldoet aan de hedendaagse technische en functionele eisen, gepaard gaat met hoge investeringskosten van circa € 9,6 à € 11 miljoen. In de financiële analyse zijn de stichtingskosten van de diverse onderdelen in beeld gebracht. Er heeft geen nadere analyse plaatsgevonden van de dekkingsmogelijkheden. Een deel van de investeringskosten zal bekostigd worden vanuit de huurinkomsten
25
vanuit de kinderopvang. In de volgende fase - de definitiefase - dient dit verder uitgewerkt te worden. Tevens zijn er wellicht mogelijkheden om dekking te realiseren vanuit af te stoten locatie (bijvoorbeeld locatie sporthal). Als onderdeel van de definitiefase dient dit ook verder uitgewerkt te worden. Vervolgstappen en aanbevelingen Om te komen tot vervangende nieuwbouw voor het IKC dienen de volgende stappen te worden gezet dan wel de volgende zaken verder uitgewerkt te worden. Daarbij gaat het niet alleen om de ambitie een sterk en toekomstgericht IKC te realiseren, maar om naast de opvang-/ onderwijsfuncties van De Wilgen/Wasko en PWA/Eigenwijs ook de wijkfunctie inhoud en vorm te geven. De volgende activiteiten dienen plaats te vinden. 1.
Vaststelling haalbaarheidsonderzoek schoolbesturen/kinderopvang De haalbaarheidsstudie dient door de betrokken schoolbesturen en kinderopvangorganisaties te worden vastgesteld als basis voor de volgende fase. Belangrijke uitgangspunten betreffen het samenwerkings– en organisatieconcept, de ruimtebehoefte, het huisvestingsconcept, de locatiekeuze.
2.
Besluitvorming gemeente Sliedrecht Na vaststelling door de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties dient de haalbaarheidsstudie door de gemeente Sliedrecht te worden vastgesteld. Besluitvorming is gewenst waarbij de voorliggende studie als uitgangspunt wordt vastgesteld voor de volgende fase zijnde de definitiefase.
3.
Definitiefase Op basis van de haalbaarheidsstudie en de besluitvorming hierover dient het functioneel en ruimtelijk Programma van eisen voor de nieuwbouw opgesteld te worden. Het IKC dient een concreter gezicht te krijgen. De soorten ruimten en omvang van de ruimten dienen nader beschreven te worden, alsmede de onderlinge relaties (relatieschema/vlekkenplan). Tevens dienen de technische specificatie (technisch PvE) nader beschreven te worden. Onderdeel van de definitiefase is het opstellen van de ontwikkelings– en aanbestedingsstra26
tegie (traditionele aanbesteding of een aanbesteding op basis van een geïntegreerd contract). Op basis van het functioneel, ruimtelijk en technisch PvE dient ook een stichtingskostenbudget te worden opgesteld (en eventueel een dekkingsplan). 4.
Locatiestudie en bestemmingsplanwijziging Ook dienen op basis van het huisvestingsconcept de uitgangspunten en randvoorwaarden geformuleerd worden met betrekking tot de locatie; vaststellen stedenbouwkundige kaders en planologische c.q. stedenbouwkundige analyse en verkenning. Hiermee vindt vervolgens een locatiestudie plaats; op welke plek kan de nieuwe voorziening het beste worden gerealiseerd rekening houdend met o.a. onderwijskundige, ruimtelijke, stedenbouwkundige, financiële, verkeerskundige aspecten. Indien aan de orde dient er sprake te zijn van bestemmingsplanwijziging van de locatie om de voorziening te realisering. De locatie heeft al de bestemming maatschappelijk, maar vanwege een wellicht andere positionering en hoogte zullen er wellicht wijzigingen moeten plaatsvinden in het bestemmingsplan.
5.
Samenwerkingsovereenkomst Nadat het project is gedefinieerd i.c. een concreter gezicht heeft gekregen, wordt veelal een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de hoofdgebruikers en de gemeente voor de ontwerp- en realisatiefase. Onderdelen hiervan zijn afspraken over de ontwikkelings– en aanbestedingsstrategie, het toekomstige eigendom-, beheer- en exploitatiemodel, cofinanciering door partners en dergelijke.
27
COLOFON Onderwerp Haalbaarheidsonderzoek IKC de Wilgen & PWA samen met kinderopvang Wasko & Eigenwijs
Opdrachtgever Gemeente Sliedrecht
Projectteam Krijno van Vugt Marrit Zoet
Datum Juli 2020
Ons kenmerk Q040-SLD-WPW
28
29
30
31
32
33