Bijlage 1 - Zienswijzennota en ambtelijke wijzigingen - Geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Figuur 9 Voorstel Sliedrechts Buiten B.V.
Beantwoording 'overige zone – verkeer'
3. Zie beantwoording onder 1. Daar op aanvullend; de gebiedsaanduiding 'overige zone-verkeer' heeft dezelfde mogelijkheden als de algemene bestemming 'Verkeer' die in Sliedrecht wordt gehanteerd. Daarnaast is in artikel 13.1.3 van onderhavig bestemmingsplan ook de binnenplanse mogelijkheid geboden om de aanduiding qua situering en vormgeving te kunnen wijzigen. Hierdoor heeft de bestemmingslegging al flexibiliteit. Opgemerkt moet worden dat project Sliedrecht-Noord in zijn eigen ontsluiting moet voorzien middels een wegennet met voldoende capaciteit. Padelbanen
25
4. Reclamant geeft aan dat zij in verschillende gesprekken met de gemeente het gehad hebben over geluidhinder die bewoners in de buurt van padelbanen kunnen gaan ervaren. Reclamant geeft aan dat deze hindercontouren kunnen oplopen van 160 tot 210 meter tot woningbouw. In het voorliggende bestemmingsplan worden de padelbanen al zoveel mogelijk in de zuidwest hoek gepositioneerd. Volgens reclamant is echter het effect op de voorgenomen woningbouwontwikkeling nog steeds aanzienlijk groot. Reclamant geeft aan de padelbanen niet wenselijk te vinden i.v.m. Sliedrecht-Noord echter hebben zij ook begrip dat dit essentieel is voor het voortbestaan van de tennisvereniging. Concreet vraagt reclamant om: a. Maak inzichtelijk met een geluidsonderzoek met welke maatregelen voorkomen kan worden dat er onnodig overlast ontstaat op Sliedrecht-Noord. Zodat ook de haalbaarheid van deze ontwikkeling niet in het gedrang komt. b. Wij verzoeken u om te kijken naar de positionering van de bebouwing zodat dit een afschermende werking heeft richting het woongebied. c. Het mogelijk maken van geluidsmaatregelen in het bestemmingsplan, zo dicht mogelijk bij de bron. Zoals bijvoorbeeld geluidsschermen. Beantwoording 'Padelbanen'
4. a. In een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling mogelijk is binnen de huidige daadwerkelijke situatie en de juridische-planologische situatie. Het project Sliedrecht-Noord wordt in een separaat juridisch-planologisch traject vastgelegd op dit moment, kan dit in onderhavig bestemmingsplan nog niet getoetst worden. Om die reden wordt in het kader van deze bestemmingsplanprocedure geen geluidsonderzoek uitgevoerd naar de toekomstige ontwikkeling van Sliedrecht-Noord. Om geen mogelijke belemmeringen voor de toekomst te creëren is in onderhavig bestemmingsplan alleen heel zuidelijk in het plangebied van Sliedrecht Buiten een mogelijkheid opgenomen om padelbanen (activiteit met naar verwachting het meeste geluid) te realiseren. b. Op basis van de regels toebehorend aan onderhavig bestemmingsplan kan de bebouwing overal binnen het bouwvlak nog worden gepositioneerd. Het aandachtspunt wordt meegenomen in de nadere uitwerking. c. In het onderhavige bestemmingsplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling mogelijk is binnen de huidige daadwerkelijke situatie en de juridische-planologische situatie. Het project Sliedrecht-Noord wordt in een separaat juridisch-planologisch traject vastgelegd, op dit moment kan dit in onderhavig bestemmingsplan nog niet getoetst worden.
Om die reden wordt in het kader van deze bestemmingsplanprocedure geen geluidsonderzoek uitgevoerd naar de toekomstige ontwikkeling van Sliedrecht-Noord. Geluidsmaatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk omdat er alleen op ruime afstand van het sport- en recreatiecomplex Sliedrecht Buiten geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen. Conclusie De zienswijze is deels gegrond verklaard. Naar aanleiding van de zienwijze zijn de volgende wijziging doorgevoerd in de verbeelding: Verbeelding •
Op basis van het door reclamant aangehaalde punt om de hindercontouren, waar het kan, in te perken is de bestemmingslegging voor Sliedrecht Buiten aangepast. Aan de noordzijde hebben de gronden de bestemming 'Water – water en groen' gekregen met de gebiedsaanduiding 'overige zone – verkeer' . Aan de noordwestzijde is de bestemming Water – Water en Groen verder doorgetrokken. Aan de oostzijde is de bestemmingslegging gelijk gebleven.
26
27
10.
Blokland Bouwpartners
Samenvatting De zienswijze van reclamant is nagenoeg gelijk aan de zienswijze van reclamant 9. Om die reden wordt voor de samenvatting en beantwoording voor al deze punten verwezen naar zienswijze 8. Behalve het onderstaande punt dat afwijkt en specifiek door reclamant is ingediend. Water – Water en groen 1. Het kadastrale perceel L746 wordt met onderhavig bestemmingsplan bestemd als “Water – Water en groen”. Reclamant stelt dat zij van plan zijn dit perceel in samenwerking met de gemeente te ontwikkelen naar een woongebied. Om die reden verzoekt reclamant om een gedeelte, zie onderstaand figuur, van de bestemming ‘Water – Water en groen’’ te verwijderen om belemmeringen voor de ontwikkeling van de woonwijk Sliedrecht-Noord te voorkomen.
Figuur 10 Voorstel Blokland Bouwpartners
Beantwoording 'Water – Water en groen'
1. Het door reclamant aangehaalde kadastrale perceel L746 is onderdeel van het plangebied Sliedrecht Buiten omdat het perceel voorziet in de benodigde watercompensatie om Sliedrecht Buiten mogelijk te maken. Hierover zijn reeds onderlinge afspraken gemaakt met de grondeigenaar. Conclusie De zienswijze is deels gegrond verklaard. Naar aanleiding van de zienwijze zijn de volgende wijziging doorgevoerd in het bestemmingsplan: De zienswijze van reclamant is nagenoeg gelijk aan de zienswijze van reclamant 9. Om die reden wordt voor de conclusie doorverwezen naar de conclusie van zienswijze 9. Het specifiek aangehaalde punt in deze zienswijze is ongegrond verklaard en leidt niet tot wijzigingen.
28
11.
Fietsersbond Sliedrecht
Samenvatting In algemene zin stelt reclamant dat zij het plan als een mogelijkheid zien om de leefbaarheid en bereikbaarheid van Sliedrecht te vergroten. Waarbij zij graag een aantal punten aandragen waarvan reclamant hoopt dat deze nog kunnen worden meegenomen Verplaatsingsnoodzaak 1. Reclamant benadrukt dat de veiligste, duurzaamste verplaatsing plaatsvindt wanneer de noodzaak tot verplaatsen minimaal is. Ze stellen dat in ruimtelijke plannen geanticipeerd moet worden door verschillende functies (wonen-werken-recreëren) in elkaars nabijheid te situeren, wat de verplaatsingsnoodzaak vermindert en de aantrekkelijkheid vergroot. Reclamant is van mening dat het geplande bedrijventerrein geen noemenswaardige verandering oplevert, maar wijst op de grotere afstand naar sportvoorzieningen. Juist deze voorzieningen wordt ook door veel kinderen gebruikt. De grotere afstand en toenemende drukte maakt het voor hen lastiger zelfstandig naar hun sportclub te fietsen of lopen. Beantwoording ‘Verplaatsingsnoodzaak’
1. De grotere afstand naar het sport- en recreatiecomplex is een realiteit maar zorgt er wel voor dat een sport- en recreatiecomplex voor de toekomst gerealiseerd kan worden. Over de volledige lengte van de rijweg van het plangebied Sliedrecht Buiten wordt daarnaast voorzien in een vrij liggend voetpad waar men kan lopen zonder te zijn aangewezen op de parkeerweg. Specifiek op de (fiets)ontsluiting wordt ook ingegaan in de beantwoording van zienswijze 4 onder punt 10 t/m 14. Versterking positie fietser: 2. Reclamant benadrukt de drukte op de A15 en dat de verbreding van door het Rijk een kritisch gegeven is vanwege ook extra te verwachten verkeer voor de toekomstige bedrijven. Ze benadrukken dat lokale bedrijven uitnodigen en investeren in werkgelegenheid kan bijdragen aan het verminderen van de verplaatsingsnoodzaak op korte afstand. Investeren in bedrijven die lokale werkgelegenheid creëren zal daarnaast een positieve bijdrage kunnen leveren aan de verkeersintensiteit. Beantwoording 'Versterking positie fietser'
2. De vestiging van lokale bedrijven op Stationspark III wordt aangemoedigd door de gemeente Sliedrecht. Dit in combinatie met de goede fietsbereikbaarheid draagt eraan bij dat vermijdbare autoritten kunnen worden vervangen door fietsritten. Functiemenging als verkeersremmer: 3. Reclamant citeert het volgende uit het bestemmingsplan: ‘Op Stationspark II staat bedrijvigheid
centraal. Op Stationspark III wordt ruimte gezien voor een hoge mate van functiemenging met bijvoorbeeld maatschappelijke functies, bedrijvigheid, wonen en/of horeca. De ruimtelijke (verblijfs)kwaliteit heeft in dit gebied hoge prioriteit’. Reclamant merkt op dat de voorgestelde ontwikkeling van Stationspark III bedrijvigheid centraal stelt, maar dat de functiemenging ontbreekt, wat als een gemiste kans wordt beschouwd. Ze krijgen hier graag een verklaring voor. Beantwoording 'Functiemenging als verkeersremmer'
3. Per abuis stond onjuiste tekst in paragraaf 4.5.1 van de toelichting van het bestemmingsplan t.a.v. functiemenging. Deze tekst die betrekking heeft op het toestaan van functiemenging op Stationspark III wordt verwijderd. Functiemenging op het bedrijventerrein is namelijk niet mogelijk door het beleid van de provincie dat gevoerd wordt op een bedrijventerrein met
29
hogere milieucategorieën. Deze bedrijventerreinen verdragen zich in het algemeen niet met functiemenging, zeker niet met gevoelige functies zoals wonen. Functiemenging wordt om die reden dan ook niet wenselijk geacht zeker niet omdat uit de laddertoets blijkt dat de behoefte groot is aan deze hogere milieucategorieën. Ook sluit functiemenging niet aan op de bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland-Zuid om de bestaande gebieden met hoge hindercontouren of gebieden die als zodanig zijn geoormerkt vooral te behouden. De provincie ziet hier actief op toe. Nationaal plan omgevingsvisie: 4. Het Nationaal Plan voor de Omgevingsvisie wordt aangehaald met onder meer de passage: ‘dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: •
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
•
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
•
Afwentelen wordt voorkomen’. Reclamant stelt dat het plan niet voldoet aan het eerste en tweede aandachtspunt. Reclamant is van mening dat door het verwijderen van bestaande bomen en ophoging met zand de gehele locatie ontdaan wordt van alle bestaande elementen. In de ogen van reclamant een totale kaalslag. Reclamant ziet nergens iets terug dat het bestaande wordt (her)gebruikt waardoor ruim honderd kansrijke bomen het loodje leggen.
Beantwoording 'Nationaal plan voor de Omgevingsvisie'
4. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk en de rijksoverheid zet er op in dat de gemeentelijke omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Dit is ook het geval in onze gemeentelijke omgevingsvisie. Ook is in de omgevingsvisie al rekening gehouden met de ontwikkeling van Sliedrecht Buiten en Stationspark III. Specifiek voor dit traject hebben we onderzocht welke mogelijkheden er bestaan om de bomen die er nu te staan te behouden, zie ook bijlage 10 Bomeneffectenanalyse. Daarnaast is gekeken hoe we de landschappelijke inrichting zo goed mogelijk kunnen aan laten sluiten op de kenmerken en identiteit van het gebied dit is onderbouwd in bijlage 1 Landschappelijk Inpassingsplan. Hier wordt toegelicht op welke manier Sliedrecht Buiten en Stationspark III als nieuwe voorzieningen in het huidige landschap worden geplaatst. Samenhang: 5. Reclamant betoogt dat het plan niet aantoont hoe elders in het dorp een verbeterslag kan worden gemaakt door bedrijvigheid te verplaatsen. Ze benadrukken dat het verplaatsen van bedrijvigheid naar de nieuwe locatie gunstig kan zijn voor woningbouw elders, in lijn met het Nationaal Plan voor de Omgevingsvisie. Beantwoording 'Samenhang' 5. In de Bedrijventerreinenvisie Zuid-Holland Zuid is aangegeven dat op kansrijke locaties die niet
of suboptimaal gebruikt worden en op voldoende afstand van woonwijken gelegen zijn, de kans bestaat om ruimte vrij te spelen voor bedrijven met een hogere milieucategorie (vanaf categorie 4.1). Ook in onze eigen Economische visie 2021-2040 is bepaald dat we vitale werklocaties willen creëren door slim ruimtegebruik. Werklocaties in Sliedrecht worden gekenmerkt door een toekomstbestendige inrichting. De kwaliteit van de ruimtelijke inrichten beïnvloedt op positieve wijze de aantrekkelijk van vestiging in Sliedrecht. De schaarse ruimte
30
voor bedrijvigheid, in het bijzonder watergebonden bedrijvigheid en bedrijvigheid in hoge milieucategorieën, wordt optimaal benut. We doen dit door oeverlocaties primair te laten benutten door watergebonden bedrijvigheid en terreinen voor hoge milieucategorieën door bedrijven die daadwerkelijk een hoge milieucontour nodig hebben. Met Stationspark III wordt in de behoefte aan bedrijvigheid voorzien, zie bijlage 3 laddertoets. Fietsenstallingen: 5. Reclamant maakt zich zorgen over de onduidelijkheid rond hoe de stallingsbehoefte wordt meegenomen in eventuele vergunningverlening. Beantwoording 'Fietsenstallingen'
5. Dit is geen onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Maar bij de uitwerking van de plannen zal de stallingsruimte voor (brom)fietsen minimaal voldoen aan de fietsparkeernormen zoals CROW die geeft. Zodat vermijdbare autoritten worden vervangen door fietsritten. Goede toegankelijke en in capaciteit toereikende mogelijkheden voor het stallen van de (brom)fiets zijn daarvoor een belangrijke voorwaarde. De (individuele) plannen voor de verschillende functies binnen Sliedrecht-Buiten dienen daaraan te voldoen. Verkeersveiligheid 6. Reclamant benadrukt dat parkeerruimte expliciet moet worden gereserveerd voor laden en lossen om dubbel parkeren te voorkomen. Beantwoording 'Verkeersveiligheid'
6. Voor Stationspark III zal een parkeerverbodszone gelden en dient het parkeren op eigen terrein te worden geaccommodeerd. Van dubbel parkeren kan derhalve geen sprake zijn. Terwijl het eventueel laden en lossen op de rijbaan niet onmogelijk is, maar veelal ook op eigen terrein zal plaatsvinden. In die gevallen waar toch op de rijbaan wordt geladen en gelost, blijft er met een rijbaanbreedte van 7 meter voldoen verkeersruimte over om veilig te kunnen passeren. Het aanwijzen van een aantal laad-/losplaatsen op de openbare weg werkt in de praktijk niet, omdat de verlader altijd kiest voor een plaats om stil te gaan staan zo dicht mogelijk op de plaats van bestemming. A15: 7. Reclamant wijst op het capaciteitsvraagstuk van de A15 en benadrukt dat elke investering in het verminderen van autoverplaatsingen bijdraagt aan mogelijke filereductie, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Beantwoording 'A15'
7. De vestiging van lokale bedrijven op Stationspark III wordt aangemoedigd door de gemeente Sliedrecht. Dit in combinatie met de goede fietsbereikbaarheid draagt eraan bij dat vermijdbare autoritten kunnen worden vervangen door fietsritten. Fiets- en wandelroutes: 8. Reclamant stelt voor dat de route tussen sportpark en dorp 200 meter korter kan zijn voor voetgangers en fietsers, met specifieke aanwijzingen voor de aanpassing. Zie het volgende figuur:
31
Beantwoording 'Fiets- en wandelroutes' 8. De aangegeven fietsroute door reclamant is in eerder stadium wel overwogen echter vanwege
het hoogteverschil, fietsveiligheid en de extra financiële kosten wordt vooralsnog hier alleen een halfverhard wandelpad beoogd. Het aandachtspunt wordt meegenomen in de volgende fase van de nadere uitwerking, mocht het inzicht hierover wijzigen is dit altijd nog inpasbaar binnen het onderhavige bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze is deels gegrond verklaard. Naar aanleiding van de zienwijze zijn de volgende wijziging doorgevoerd in het bestemmingsplan. Toelichting: -
Paragraaf 4.5.1 van de toelichting wordt de onjuiste tekst verwijderd t.a.v. functiemenging. Deze tekst die betrekking heeft op het toestaan van functiemenging op Stationspark III wordt verwijderd.
32
Ambtshalve wijzigingen Toelichting In de toelichting zijn de volgende ambtshalve wijzigingen doorgevoerd: • •
•
In paragraaf 5.12 is de samenvatting van het lichthinderonderzoek opgenomen. In paragraaf 5.4.2.1 is het volgende uitgangspunt toegevoegd over de ledigingscapaciteit van de waterbergende voorziening in Sliedrecht Buiten; deze wordt gebaseerd op een ledigingsduur van 48-96 uur. Dit om de mogelijk volgende bui ook te kunnen bergen in deze voorziening. In paragraaf 5.4.2.1 is nog specifieker verwezen naar het document “Samen door één buis” van het Waterschap Rivierenland. Waarbij specifiek is opgenomen dat rekening wordt gehouden met het afwegingskader omgang afstromend hemelwater.
Regels In de regels is de volgende ambtshalve wijziging doorgevoerd: •
De bestemming 'Water- Water en Groen' is aangepast zodat duidelijker gespecificeerd is wat onder paden valt:
Van Artikel 7 Water – Water en Groen (…) 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water - Water en Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. wateraanvoer, waterafvoer en waterberging; c. groenvoorzieningen; d. paden; e. speelvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; met daarbij behorende voorzieningen als oevers, waterhuishoudkundige kunstwerken, bruggen, duikers en andere waterstaatswerken.
Naar Artikel 7 Water – Water en Groen (…) 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water - Water en Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. wateraanvoer, waterafvoer en waterberging; c. groenvoorzieningen; d. voet- en fietspaden; e. speelvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; met daarbij behorende voorzieningen als oevers, waterhuishoudkundige kunstwerken, bruggen, duikers en andere waterstaatswerken.
Bijlagen bij de toelichting In de bijlage is de volgende ambtshalve wijziging doorgevoerd: •
Het lichthinderonderzoek was nog niet uitgevoerd ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan, dit is toegevoegd als bijlage 23.
33