CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Restauratierapport d.d. 29-11-2022 Polderman 541.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 31 oktober 2023, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 12: FYS – Herinrichting Raadhuis9.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RESTAURATIEPLAN Raadhuis van Sliedrecht 29 november 2022

Colofon Restauratieplan: Object: Adres: Monumentstatus: Kadastraal: Opdrachtgever: Naam: Contactpersoon: Adres: Telefoon: E-mail: Adviseur: Naam: Contactpersoon: Adres:

Raadhuis Doctor Langeveldplein 30 Rijksmonument, nr. 516037 Sliedrecht; sectie H, kadastraal nummer 8828 BOEi Dhr. F. Dudok van Heel Postbus 2641 3800 GD Amersfoort 033-7600660 f.dudokvanheel@boei.nl

Telefoon: E-mail:

Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies Dhr. R. Polderman Eendrachtsweg 67 3012 LG Rotterdam 010-4363250 rutger@bureaupolderman.nl

Status: Datum:

Definitief 29 november 2022

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

2

Inleiding Het uit 1921-1923 daterende raadhuis van Sliedrecht is beschermd als rijksmonument. In opdracht van de gemeente Sliedrecht stelt BOEi een plan op voor de verduurzaming en restauratie van het raadhuis, met als doel het gebouw aan te passen aan de hedendaagse gebruikseisen en - wensen. BOEi heeft ten behoeve van het bouwtechnisch herstel van het raadhuis aan Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies opdracht gegeven een restauratieplan op te stellen. Onderhavige rapportage geeft de resultaten van de bouwtechnische inspectie en het plan voor het bouwtechnisch herstel weer. De rapportage bevat daartoe de volgende onderdelen: -

Overzicht van de bestaande situatie …………………………………………………………………………….. 4 Beschrijving van de geconstateerde bouwtechnische gebreken ………………………………………. 16 Beschrijving van de te nemen maatregelen …………………………………………………………………… 31 Bijlagen: 1. Opnametekeningen

De rapportage beperkt zich tot de thans zichtbare en toegankelijke bouwdelen. De installaties maken geen deel uit van deze rapportage. Rotterdam, 29 november 2022

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

3

Beschrijving van de bestaande situatie Voor een uitgebreid overzicht van de ontstaansgeschiedenis en de huidige toestand van het gebouw wordt verwezen naar het bouwhistorisch onderzoek van Bureau Polderman d.d. 24 augustus 2022. Deze omschrijving is hier grotendeels aan ontleend. Achtergrond Het raadhuis van Sliedrecht aan het Doctor Langeveldplein werd gebouwd in 1921-1923 als vervanging van uit 1853 daterende oude raadhuisje aan de Kerkbuurt. Voor het ontwerp werd een prijsvraag uitgeschreven, waarop 84 inzendingen werden ontvangen. Het winnende ontwerp was van de jonge, kort daarvoor afgestudeerde architecten Gijsbert Friedhoff en Jan Hendrik Plantenga. Het betrof een in academisch traditionalistische trant vormgegeven gebouw met een U-vormige plattegrond en twee bouwlagen, een kelder en een grote zolder.

De noordoostgevel, kort na de oplevering in 1923. (collectie Het Nieuwe Instituut)

Bij de verdere uitwerking van het ontwerp werden enige wijzigingen aangebracht; zo werd de raadzaal vergroot en werd de kelder teruggebracht tot de zuidoostelijke vleugel, waar een stookruimte en diverse opslagruimten werden ondergebracht. De hoofdentree bevond zich centraal op de begane grond en kwam uit in een hal, die met een natuurstenen vloer, een lambrisering van geglazuurde stenen, glas-in-lood en een cassetteplafond werd verfraaid. In de hal werd een trap gepositioneerd, die naar de eerste verdieping leidde. De hal werd geflankeerd door een wachtkamer, een rijwielberging, een toiletgroep en een bodekamer. De plattegrond werd verder ontsloten door twee gangen. Aan de oostzijde van de centrale hal was een grote zaal, die als trouwzaal of stemlokaal gebruikt kon worden. Achter de trouwzaal was er een secundair trappenhuis gepositioneerd. Verder waren er een kamer voor de burgemeester en diverse ruimtes voor de secretarie aanwezig. Aan de westzijde van de centrale hal waren de kantoren van de belastingontvanger en de arbeidsbemiddelaar, waarvan de ingang in een loggia werd gesitueerd. De westelijke zijvleugel was op het niveau van de begane grond geheel in gebruik als politiebureau, dat eveneens via de loggia werd ontsloten.

De eerste verdieping had een vergelijkbare hoofdopzet als de begane grond en bevatte aan de oostzijde van de centrale hal een raadzaal met publiekstribune, enkele kantoren en een dienstwoning voor de bode en zijn gezin. De raadzaal werd gedecoreerd met een lambrisering en deuren van zwart gebeitst eikenhout, voorzien van houtsnijwerk. De westzijde van de plattegrond bevatte kantoren voor onder andere de commissie en het kadaster. De zolder was grotendeels als opslagruimte in gebruik en het zuidoostelijke deel vormde een deel van de dienstwoning. De aanbesteding vond plaats in juni 1921; de opening op 29 maart 1923.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

4

Links: de zuidwestgevel rond het midden van de jaren ’20. (collectie Regionaal Archief Dordrecht) Rechts: de raadzaal, gezien richting de publiekstribune. (collectie Het Nieuwe Instituut)

Het gebouw is meermaals gewijzigd. De vroegste verbouwing betrof de inrichting van de trouwzaal in 1930, waarvoor tijdens de bouw blijkbaar geen financiële middelen meer waren. De ruimte werd daarbij naar ontwerp van Friedhoff van een parketvloer en een lambrisering voorzien. Ook werden in diezelfde periode de houtgranieten vloertegels in de gangen vervangen door rubberen tegels omdat deze niet voldeden. In 1948 werd het 25-jarig bestaan van het raadhuis gevierd met een bijeenkomst en de schenking van een aantal kunstwerken. De trouwzaal werd daarbij voorzien van drie glas-in-loodramen, waarvoor ook de raamkozijnen werden gewijzigd. Het bordes bij de entree werd verfraaid met twee smeedijzeren lantaarns naar ontwerp van Gijsbert Friedhoff. In de jaren ’60 was het raadhuis opnieuw te klein geworden. Een plan om achter het bestaande raadhuis een kantoortoren te bouwen vond geen doorgang, waarna besloten werd het politiebureau te verhuizen en het gebouw gefaseerd her in te richten. In 1966 werd de eerste fase uitgevoerd, waarin de westelijke helft van de begane grond werd verbouwd. De cellen en de andere ruimten die tot het politiebureau behoorden werden verwijderd en in de vrijgekomen vleugel werden vertrekken voor de centrale boekhouding ingericht. Daartoe werden nieuwe gevelopeningen gemaakt.

De loggia had na het verdwijnen van het politiebureau geen functie meer en werd in een tweede verbouwingsfase bij het gebouw gevoegd. De openingen werden op historiserende wijze met ramen ingevuld en de ruimte werd een kantoor. In 1969 werd de derde fase uitgevoerd, waarin de oostelijke helft van de begane grond opnieuw ingericht werd. De burgemeesterskamer werd daarbij een kantoor voor interne zaken en de secretarie (inmiddels interne zaken) werd anders ingedeeld. De eerste verdieping werd -op de dienstwoning en de raadzaal na- vrijwel geheel opnieuw ingedeeld, waarbij er ook een nieuwe burgemeesterskamer werd gemaakt. Rond deze tijd werd ook de toren opengemaakt en voorzien van een carillon. In 1974 volgde er nog een verbouwing. Inmiddels was de dienstwoning leeggekomen en werd de ruimte gebruikt voor het huisvesten van de afdeling juridische- en kabinetzaken en de gemeentelijke ontwikkeling. Bij de verbouwing werd de oostelijke gang op de eerste verdieping doorgetrokken tot in de voormalige dienstwoning om dit gedeelte beter te kunnen ontsluiten. De zolder van de voormalige dienstwoning werd vrijwel geheel opnieuw ingedeeld om er vergaderzalen in te kunnen richten. Tijdens een verbouwing in 1985 werd getracht het gebouw beter toegankelijk te maken voor mindervaliden.

Daartoe werd het trapbordes vergroot en voorzien van een plateaulift, werd de kluis op de begane grond verbouwd tot mindervalidentoilet en kwam er een lift in het gebouw. Ook werden er verspreid door het gebouw enkele wijzigingen uitgevoerd, waaronder het geschikt maken van de kapruimten van de lage bouwvolumes voor gebruik. Uiterlijk in deze verbouwing werden de rubberen tegels in de gangen vervangen door de huidige natuurstenen vloeren.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

5

In 2004 werd er aan de overzijde van de Jachthaven een nieuw gemeentekantoor geopend, dat veel van de functies van het oude raadhuis overnam. In de huidige situatie is de westelijke vleugel in gebruik als radiostudio, die in de voormalige loggia een eigen ingang heeft gekregen. Daar is ook een historiserende trap geplaatst, die de zolder van dat bouwvolume ontsluit. Verder zijn de trouwzaal en de raadzaal nog in gebruik en zijn in de voormalige kantoren fractiekamers ingericht. In de zuidwestelijke hoek van de eerste verdieping zijn een aantal ruimten samengevoegd tot een sociëteitszaal. De toegankelijkheid van het gebouw werd verbeterd door de aanleg van een hellingbaan. Beschrijving bestaande situatie Het voormalige raadhuis van Sliedrecht is gelegen aan de zuidwestzijde van het Doctor Langeveldplein. Het gebouw heeft een U-vormige plattegrond, die gevormd wordt door een evenwijdig aan de straat gesitueerde hoofdvleugel en twee haaks daarop georiënteerde zijvleugels. Deze omvatten een voorplein voor de entree naar het gebouw. Er zijn twee bouwlagen onder een zolder. Drie in elkaar grijpende schilddaken vormen de daken van de hoofdbouwdelen. De oostelijke zijvleugel is onderkelderd.

Noordoostgevel.

Entree.

Exterieur De gevels zijn opgetrokken in metselwerk van in staand verband gemetselde geelbruine stenen en worden beëindigd onder een groot overstek met een bakgoot. De hemelwaterafvoeren zijn in zink uitgevoerd. De plint wordt gevormd door een buiten de gevellijn tredend vlak, waarin alternerend stroken geelbruine en terugliggende geteerde stenen zijn toegepast. De plint wordt onder een uitkragende rollaag beëindigd. De gevelopeningen op het niveau van de begane grond zijn doorgaans uitgevoerd met flankerende stroken ietwat risalerend metselwerk en worden onder een rondboogvormige rollaag beëindigd. Op de verdieping zijn de gevelopeningen rechthoekig, voorzien van een gemetselde lekdorpel en een rollaag en geflankeerd door alternerend uitkragende stenen. De noordoostgevel van de hoofdvleugel bestaat uit een entreepartij met daarboven een gemetselde erker, die aan beide zijden wordt geflankeerd door drie vensterassen. De entree wordt gevormd door een gevelopening met een rondboogvormige beëindiging, ingevuld met een deurkozijn en een dubbele deur van gelakt hout. De lancetvormige ramen in de deuren zijn voorzien van een rijk gedecoreerd smeedijzeren deurrooster. Aan weerszijden loopt de plint uit in een gemetseld basement, waarop twee uit smeedijzer en koper samengestelde lantaarns staan. Voor de entree liggen een hardstenen trapbordes en een aansluitende hellingbaan.

In het metselwerk rechts van de entree is een gedenksteen aangebracht. In het grote vlak van de erker is

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

6

een grenen raamkozijn met twee achtruits stolpramen aanwezig. In de twee zijvlakken zijn twee grenen raamkozijnen met vierruits draairamen opgenomen. De gevelopeningen in de flankerende vensterassen zijn op de begane grond ingevuld met een grenen raamkozijn, voorzien van een zesruits onderraam en een vijfruits bovenraam. Een aantal bovenramen is als valraam uitgevoerd. Op de verdieping zijn steeds achtruits stolpramen aanwezig. De noordoostgevels en de op het voorplein georiënteerde gevels van de zijvleugels tellen één vensteras. De gevelopeningen op de begane grond beschikken over een grenen raamkozijn met een twaalfruits stolpraam en een negenruits vast bovenraam. De raamkozijnen op de verdieping hebben een twaalfruits stolpraam en twee vierruits bovenramen. Aan de op het voorplein georiënteerde gevels grenzen eenlaagse uitbouwen met een zolder onder twee hellende dakvlakken. De gevels ervan tellen drie gevelopeningen; één in de kopgevel en twee in de zijgevel. In de oostelijke uitbouw zijn alle gevelopeningen ingevuld met grenen raamkozijnen met drie vaste ramen en een draairaam. In de westelijke uitbouw is de kopgevel voorzien van een deurkozijn met een deur en een bovenlicht. Op de hoeken van de uitbouwen is een smeedijzeren lantaarn aangebracht.

Noordwestgevel.

De noordwestgevel bestaat uit een smal risalerend en een breder terugliggend gevelvlak. In het terugliggende vlak zijn drie vensterassen aanwezig. De gevelopeningen op de begane grond beschikken over een grenen raamkozijn met een twaalfruits stolpraam en een negenruits vast bovenraam. De raamkozijnen op de verdieping hebben een twaalfruits stolpraam en twee vierruits bovenramen. Het smalle gevelvlak telt eveneens drie vensterassen, waarbij de middelste van eenzelfde gevelinvulling is voorzien als die in het bredere gevelvlak. De buitenste twee vensterassen beschikken op het niveau van de begane grond over grenen raamkozijn met een zesruits draairaam en op de verdieping over een grenen raamkozijn met een zesruits draaiend onderraam en een vast bovenraam.

Zuidwestgevel.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

7

De zuidwestgevel heeft links vijf vensterassen, waarbij de gevelopeningen op de begane grond over een grenen raamkozijn met een twaalfruits stolpraam en een negenruits vast bovenraam beschikken en op de verdieping over een twaalfruits stolpraam en twee vierruits bovenramen. In de zesde vensteras is er op beide bouwlagen een grenen raamkozijn met een zesruits draairaam en vierruits vast bovenraam aanwezig. In het gevelvlak van het trappenhuis zijn er op de begane grond drie raamkozijnen met vierruits valramen in de gevel opgenomen; op de verdieping drie hoge grenen raamkozijnen met glas-in-lood. Deze raamkozijnen zijn voorzien van voorzetramen. Rechts daarvan springt er een rechthoekig volume uit de gevel, dat de positie van de trouwzaal en de raadzaal markeert. In de linker zijgevel van dit volume is er een grenen deurkozijn met een granieten onderdorpel en neuten en een grenen paneeldeur aanwezig. De deur geeft uit op een hellingbaan met een gemetselde wand. Het gevelvlak aan de straat beschikt over twee hoekrisalieten en wordt recht onder een eenvoudige daklijst beëindigd. De hoekrisalieten beschikken op beide bouwlagen over een grenen raamkozijn met een draairaam.

Het terugliggende gevelvlak in het midden heeft op het niveau van de begane grond drie met glas-in-lood gevulde grenen raamkozijnen en op de eerste verdieping drie grenen raamkozijnen met twee draaiende zesruits onderramen en vaste bovenramen. In de rechter zijgevel is eveneens een deurkozijn met deur aanwezig. Deze geeft uit op een bordes, waarvan het peilverschil met het maaiveld met basalten treden wordt overbrugd. Het gevelvlak tussen het naar buiten springende volume en de rechter beëindiging van de gevel is op het niveau van de begane grond links ingevuld met eenzelfde deurkozijn met deur. Daarnaast is een raamkozijn met een vierruits valraam in de gevel opgenomen. Op de begane grond is er verder nog een grenen raamkozijn met een twaalfruits stolpraam en een negenruits vast bovenraam aanwezig. Op de verdieping is links een hoog grenen raamkozijn met een vierruits valraam en een achtruits vast raam gesitueerd. Daarboven nog een klein grenen raamkozijn met een tweeruits valraam. Rechts een deurkozijn met een dubbele deur en twee vaste bovenramen alsmede een betonnen balkon met een stalen balustrade.

Zuidoostgevel.

De zuidoostgevel kent een vergelijkbare hoofdopzet als de noordwestgevel. Het smalle gevelvlak beschikt op de begane grond over een grenen raamkozijn met een twaalfruits stolpraam en een negenruits vast bovenraam en op de verdieping over een twaalfruits stolpraam en twee vierruits bovenramen. In het smalle gevelstrookje op de overgang tussen de twee gevelvlakken is op de begane grond een grenen raamkozijn met een drieruits valraampje aanwezig. De indeling van het brede gevelvlak is gelijk aan die van de noordwestgevel, met uitzondering dat er op de verdieping links nog een klein grenen raamkozijn met een tweeruits valraampje aanwezig is. Ook zijn er kelderniveau drie koekoeken in de gevel opgenomen, die voorzien zijn van een grenen raamkozijn met een vierruits stolpraam.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

8

Toren.

Carillon.

Schoorsteen.

De hoofddakvlakken zijn gedekt met oranjerode Verbeterde Holle Pannen. De dakkapellen hebben een grenen constructie en beschikken over een grenen raamkozijn met een twaalfruits stolpraam. De dakvlakjes van de dakkapellen zijn voorzien van oranjerode leipannen. Centraal op het dak bevindt zich een toren met een grenen constructie, waarvan de verticale vlakken bekleed zijn met oranjerode leipannen. Het noordoostelijke en het zuidwestelijke vlak zijn voorzien van een wijzerplaat met uurwerk. De vlakken worden beëindigd onder een grenen, met zink afgedekte balustrade. Daar is de toren open en biedt deze plaats aan een carillon. De toren eindigt onder een met oranjerode Verbeterde Holle Pannen gedekt tentdak, dat op geprofileerde grenen kolommen rust. Op het zuidoostelijke dakvlak van de oostelijke vleugel staat een gemetselde schoorsteen. In de dakvlakken van de lage bouwdelen zijn dakramen opgenomen. Voor het gebouw ligt een lage, gemetselde tuinmuur. Interieur Volgens de stichtingstekeningen heeft het pand een betonnen fundering op staal, rustend op de zandplaten langs de noordelijke oever van de Beneden Merwede. De kelderbak is eveneens in gewapend beton uitgevoerd.

De draagconstructie wordt verder gevormd door de gemetselde gevels en binnenwanden en vloeren die hoofdzakelijk in de gangen in gewapend beton zijn uitgevoerd en bij de meeste vertrekken als een grenen balklaag met vloerdelen is opgebouwd.

Gang en stookruimte in de kelder.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

9

De kelder is toegankelijk via het trappenhuis achter de trouwzaal. De grenen trap komt uit in een tweedelige gang, die een aantal opslagruimten, een archiefruimte en een stookruimte ontsluit. De archiefruimte is voorzien van een betonvloer; de andere ruimten van oranjerode plavuizen op gewapend beton. De entree tot het pand wordt gevormd door een centraal gesitueerde hal op de begane grond. Deze bestaat uit een hal met een naar de verdieping leidende trap, waarachter een toiletgroep is ondergebracht. De centrale hal heeft een vloer, die is samengesteld uit in patroon gelegde tegels van verschillende grootte. Het merendeel van de tegels is in verschillende kleuren Muschelkalk vervaardigd, maar ook Comblanchien en rood marmer (vermoedelijk Rosso di Verona en Waals marmer) komen voor. De wanden hebben een lambrisering van geglazuurde stenen in verschillende kleuren. In de onderzijde van de bovenliggende betonvloer is een gestileerd cassetteplafond opgenomen. De constructie van de trap is uitgevoerd in beton; de treden en de afdekking van de borstweringen in gepolijst Muschelkalk. De borstweringen en stootborden zijn van geglazuurde stenen voorzien. De hal wordt geflankeerd door aan de noordoostgevel grenzende gangen. Tussen de hal en de gangen zijn getoogde deurkozijnen op neuten van Muschelkalk aanwezig, ingevuld met ruiten en een deur.

Op de andere plaatsen op de begane grond zijn doorgaans getoogde deurkozijnen op granieten neuten en met een dito dorpel en een paneeldeur toegepast. De gangen zijn voorzien van een moderne natuurstenen tegelvloer, een lambrisering van geglazuurde stenen en een in de betonvloer opgenomen cassetteplafond.

Centrale hal.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

10

Oostelijke en westelijke gang op de begane grond.

Ten oosten van de centrale hal is de trouwzaal gesitueerd. De zaal is voorzien van een parketvloer en in de betonvloer opgenomen gestileerde plafondvelden. Daarachter is een trappenhuis met een trap naar de verdieping aanwezig, waaronder de keldertrap is gesitueerd. Het trappenhuis is voorzien van een lambrisering van geglazuurde stenen. Aan de oostzijde van de plattegrond zijn verder een aantal fractiekamers gesitueerd. Aan de westzijde van de centrale hal zijn drie kantoorruimten en een serverruimte aanwezig. In een van de kantoorruimten is een vaste kast gesitueerd. De westelijke gang eindigt bij een lift. In de westelijke vleugel is een studioruimte met enkele ondersteunende ruimtes aanwezig alsmede een moderne trap naar de zolder van het westelijke lage bouwdeel.

Trouwzaal.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

11

Fractiekamers in de oostelijke helft van de begane grond.

Kantoor- en studioruimten in de westelijke helft van de begane grond.

De trap in de centrale hal komt uit op een overloop, waarvan de afwerkingen gelijk zijn aan die van de hal op begane grondniveau. Net als op de begane grond wordt de centrale hal geflankeerd door gangen, die op dezelfde wijze zijn afgewerkt als op de begane grond. De puien tussen de overloop en de gangen zijn als die op de begane grond uitgevoerd, met uitzondering van het feit dat deze rechthoekig worden beëindigd. Ten oosten van de centrale hal is de raadzaal gehuisvest, die van een eikenhouten lambrisering met een juten bespanning, eiken deur met houtsnijwerk, een publiekstribune met een smeedijzeren balustrade en een betonnen cassetteplafond is voorzien. In de oostelijke helft van de plattegrond zijn er verder nog een aantal fractiekamers aanwezig. Een trap leidt naar de oostelijke hoek van de zolder. Ten westen van de centrale hal is er een sociëteitszaal ingericht met moderne afwerkingen. In de westelijke zijvleugel zijn twee fractiekamers aanwezig. In het oostelijke deel van de zolder zijn twee fractiekamers en een overloop aanwezig, die toegankelijk zijn via het trappenhuis achter de trouwzaal en de raadzaal, alsmede een tweede, vanaf de eerste verdieping komende trap. Het overige deel van de zolder is in gebruik als opslagruimte. In het midden is er een zolderruimte met een naar de toren leidende trap.

Deze ruimte wordt geflankeerd door twee grote zolderruimtes, waarin een technische ruimte en een kleine opslagruimte zijn aangebracht. Boven de westelijke vleugel is ook een zolderruimte aanwezig. De kapconstructie is uitgevoerd in grenen. De hoofdconstructie wordt gevormd door een reeks spanten, die bestaan uit twee spantbenen met kreupele stijlen, een samengestelde hanenbalk en een makelaar. De spanten dragen de gordingen, waarop het grenen dakbeschot ligt.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

12

Centrale hal op niveau van de eerste verdieping.

Westelijke gang op de eerste verdieping.

Raadzaal.

Fractiekamers in de oostelijke helft van de eerste verdieping.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

13

Sociëteitszaal op de eerste verdieping.

Fractiekamer op de zolder.

Oostelijke grote zolderruimte.

Trap naar de toren.

Westelijke grote zolderruimte.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

Zolderruimte boven de westvleugel.

14

Plan herbestemming In het plan voor de nieuwe bestemming voor het gebouw zijn een aantal ingrepen voorzien in het bestaande gebouw, die hier even vermeld moeten worden omdat ze (kunnen) raken aan herstelwerkzaamheden. Naast diverse kleinere aanpassingen zijn de grootste ingrepen de volgende: 1) De westelijke vleugel op de begane grond krijgt wellicht een functie als horeca. Daarvoor worden de bestaande binnenwanden tussen de afzonderlijke kamers doorgebroken. Ook wordt er in de westelijke kopgevel van de hoofdvleugel een deuropening gemaakt van één van de hier aanwezige ramen. Buiten wordt een terras ingericht. 2) De raadszaal wordt vergroot door de wand tussen de zaal en de gang gedeeltelijk te verwijderen; de gangzone wordt zo onderdeel van de zaal.

1

2

Daarnaast is er de ambitie het gebouw te verduurzamen. Voor een overzicht van de daartoe te nemen bouwkundige ingrepen wordt verwezen naar het door ons bureau opgestelde Adviesrapport Verduurzaming d.d. 25 oktober 2022.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

15

Beschrijving van de bouwtechnische gebreken Het raadhuis is in oktober 2022 geïnspecteerd. Voor een exacte aanduiding van de locatie van de geconstateerde gebreken van het exterieur wordt verwezen naar de als bijlage bij deze rapportage behorende opnametekeningen, volgens de tekeningenlijst in bijlage 1. Het functioneren van de in en aan het gebouw aanwezige installaties valt buiten de reikwijdte van deze rapportage.

Daken De dakpannen en leipannen zijn over het algemeen in goede staat, maar de mortel onder de nok- en kepervorsten is overal vrij sterk verweerd en bemost; de mortel is plaatselijk los en vertoont openingen. Er zijn enkele vorsten gescheurd.

De pannen liggen niet overal even netjes langs de kilgoten; de bekleding van de kilgoten vertoont sporen van oudere reparaties en aanpassingen en lijkt niet overal even goed waterdicht. Het beschot, tengels en panlatten zijn op diverse plaatsen langs de kilgoten zichtbaar; hier kan lekkage ontstaan.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

16

Bij één van de dakkapellen op het noordelijke dakvlak zijn er enkele leipannen mechanisch beschadigd.

Bij diverse dakkapellen valt op dat er levensduur-verlengende herstellingen hebben plaatsgevonden aan de kilgoten, door deze te beplakken met EPDM; vermoedelijk komen hieraan gebreken voor door veroudering van het materiaal.

De nok- en kepervorsten van de dakkapellen zijn voor een aanzienlijk deel los; de mortel is verweerd. Bij een dakkapel op het zuidelijke dakvlak is de sluitkepervorst weggevallen.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

17

De raamdorpels van de dakkapellen zijn met een extra lat opgedikt, maar de naad kiert en kan aanleiding geven tot het ontstaan van houtrot. De loodaansluitingen zijn soms wat rommelig. De stopverf van de dakkapellen op het zuidelijke dakvlak is slecht. De scharnieren zijn gecorrodeerd. De kozijnen / hoekstijlen zijn plaatselijk aangetast, o.a. bij kapellen op het zuidelijke en westelijke dak.

De meest oostelijke kapel op het zuidelijke dakvlak is sterk aangetast door houtrot. Bij diverse andere ramen is er sprake van lichte aantasting, vermoedelijk ook als gevolg van het feit dat het binnenschilderwerk zeer schraal is, waardoor condens op het enkele glas ongehinderd in het hout kan trekken.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

18

In de toren is de aansluiting tussen de zinkbekleding van de balustraden en de opgaande kolommen onder het dak open, waardoor regenwater onder het zink kan binnendringen. Het is niet ondenkbaar dat het hout hier is aangetast. Het zinkwerk is iets gecorrodeerd en met name de soldeernaden worden wat dun.

Het schilderwerk van de toren is zeer schraal; daardoor zijn er plaatselijk delen licht aangetast door houtrot en zijn er verweringsscheuren ontstaan.

De steunen voor de vlaggenmast van de toren zijn sterk gecorrodeerd.

Het frame van het luik in de toren is sterk gecorrodeerd.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

19

Het zink van de verholen goten rond de toren is gecorrodeerd.

De bitumineuze dakbedekking van het risalerende bouwdeel is naar verwachting verouderd; de kit van de knelprofielen rondom is verdroogd en er is kans op lichte lekkage. De voegen tussen de dakrandelementen zijn afgeplakt met strookjes bitumen, die door UV verouderd zijn. De dakpannen boven het platte dak liggen te laag en rusten aan de onderzijde op het bitumen.

De mastgoten rondom het pand zijn voor het grootste deel nog in goede staat, maar in de westelijke lage aanbouw zijn meerdere soldeernaden gescheurd.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

20

De aansluiting tussen het pannendak en de goten van de dwarskappen is wat rommelig uitgevoerd en is kwetsbaar voor opwaaien en beschadigen.

Gevels Het gevelmetselwerk vertoont op enkele plaatsen lichte zettingsscheuren: boven de centrale vensters in de beide noordelijke kopgevels en boven / onder diverse vensters in de zuidgevel. Zie voor een exacte aanduiding de opnametekeningen.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

21

In de oostelijke gevel van de uitbouw met de raadszaal bevindt zich een verticale scheur.

In de rollaag van de uitbouw t.b.v. de raadszaal in de zuidgevel bevindt zich een verticale scheur.

In de zuidgevel is er op de hoek met de westgevel sprake van uitgesleten voegwerk

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

22

Langs de oostelijke dienstentree in de uitbouw tegen de zuidgevel is er enig uitgesleten voegwerk.

In het tuinmuurtje voor de westelijke dienstentree in de uitbouw tegen de zuidgevel bevindt zich een scheur en zijn diverse stenen beschadigd.

De loodbekleding op de plintlijst en op de raamdorpel bevat in de zuidgevel en in de westgevel enkele scheuren als gevolg van het kruipen van het lood door thermische spanning, in combinatie met het verdrogen van het lood door veroudering.

Het kitwerk tussen de loodslabben op de raamdorpels op de 1e verdieping en het opgaande metselwerk in de dagkanten van de vensters is verdroogd en los.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

23

Rondom het gebouw bevinden zich in het plint gietijzeren ventilatieroosters die over het algemeen zeer sterk gecorrodeerd zijn. Plaatselijk zijn rond de roosters stenen beschadigd.

In de zuidgevel zijn de dorpels van veel kozijnen en ramen in meer of mindere mate aangetast door houtrot. Bij eerdere herstellingen zijn veel schades dichtgeplamuurd, waardoor de schade nu niet overal meteen zichtbaar is, maar bij het uitvoeren van het schilderwerk zal dit alsnog aan het licht komen.

In de raadszaal zijn alle ramen aangetast en beschadigd door houtrot en corrosie van de stalen hoekijzers

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

24

De kelderkozijnen in de oostgevel zijn aangetast door zwam

De stopverf van de beglazing is ter plaatse van de zuidgevel sterk verdroogd en is bij veel ruiten los of weggevallen; bij de overige gevels is er sprake van enige scheurvorming in de stopverf.

In de uitbouw van de raadszaal zijn op de westelijke hoek diverse sterk corroderende bevestigingsmiddelen opgenomen. Er is ingeboet met een eg harde en afwijkende voeg.

In de zuidgevel is de loodstrook op de plint/raamdorpel ter plaatse van de hellingbaan naar de westelijke entree korter; hier bevond zich ooit iets tegen de gevel waartoe het lood anders is uitgevoerd.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

25

In de zuidgevel is hoog in de gevel een ventilatieroostertje met een plaatje zink afgedekt; vermoedelijk was het rooster kapot.

De kozijndorpel en -stijl van de deur naar het balkon op de zuidgevel zijn licht ingerot.

In de westgevel zijn in het plint enkele stenen beschadigd door het corroderen van de oude bevestiging van de hemelwaterafvoer. Ook elders in de gevels komen restanten van oude bevestigingen voor die tot dergelijke schade zullen kunnen leiden.

Het voegwerk van de balustrade langs de hellingbaan t.p.v. de noordgevel is plaatselijk iets uitgesleten.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

26

De zonweringen zijn grotendeels niet meer functioneel. Het doek is verweerd.

De gietijzeren ondereinden van twee hemelwaterafvoeren op de zuidgevel dateren nog uit de bouwtijd en zijn sterk gecorrodeerd.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

27

Interieur Op diverse plaatsen bevinden zich boven de binnendeuren lichte zettingsscheuren in het stucwerk van de wanden en plafonds.

In het trappenhuis bevinden zich enkele scheuren in het stuc van de wanden.

Achter de panelen van de lambrisering in de raadszaal bevindt zich een betimmering van asbestverdachte beplating. Nader onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat de beplating inderdaad asbesthoudend is.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

28

In de raadszaal bevindt zich onder het tapijt nog een historisch parket.

Plaatselijk bladdert schilderwerk op wanden en plafonds op plaatsen waar lekkage geweest is; hier ter plaatse van de publiekstribune van de raadszaal.

Het houtwerk van kozijnen en binnendeuren vertoont plaatselijk gebruiksschade.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

29

Het tegelwerk onder de ramen in de trouwzaal is deels gescheurd en los; het lijkt erop dat er zich achter de tegels bijv. een corroderende verankering bevindt.

De toog in de trouwzaal en de gevel van het achterliggende portaal zijn gescheurd. Hoewel er geen sprake is van funderingsproblemen lijkt er hier toch sprake van een licht verschil in zetting van de fundering van het hoofdgebouw en die van de uitbouw, die minder zwaar belast wordt.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

30

Te nemen maatregelen Onderhoud / restauratie In algemene zin is bij de inspectie geconstateerd dat het gebouw in een redelijke tot goede staat van onderhoud verkeert. Verspreid zijn er wel her en der kleinere gebreken, die soms best wat ingrijpender herstel vergen, maar waarvan het herstel te kwalificeren is als regulier onderhoud, conform de definitie die de Erfgoedwet c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed daarvoor hanteert. Dergelijk onderhoud is in beginsel vergunningsvrij. De volgende werkzaamheden zijn ingrepen die onder deze noemer vallen en die zeker zullen moeten worden verricht om ervoor te zorgen dat het gebouw ook in de toekomst zijn (nieuwe) functie kan vervullen: - Herstel van kleinere houtrotaantasting. - Ontroesten / conserveren van de vlaggenmaststeun en het frame van het dakluik. - Uitvoeren van onderhoudsschilderwerk. - Herstellen van stopverfzomen. - Vervangen van de kitnaden tussen de dakrandafdekkers op de uitbouw tegen de zuidgevel rond het platte dak. - Vervangen van de kitnaden tussen de loodafdekking op de onderdorpels t.p.v. de verdieping en het opgaande muurwerk van de dagkanten van de vensters. - Repareren van het gescheurde lood op de plint, alsmede vervangen van enkele meters van deze loodbekleding t.p.v. de zuidgevel, waar de omgezette rand ontbreekt. - Afnemen en opnieuw in mortel leggen van de hoek- en kepervorsten.

- Nazien en herstellen van de pannendaken. - Herstel van scheurvorming in de gevels d.m.v. inboeten / uittanden. - Herstel van uitgesleten voegwerk. - Verwijderen van roestend ijzerwerk uit de gevels en aanhelen stenen / voegen. - Herstellen van de zinken goten en hemelwaterafvoeren. - Vervangen van de zonweringen conform bestaand; bij wijziging is dit wel vergunningplichtig. - Herstellen van (scheuren in het) stucwerk in het interieur. - Nalopen en herstellen / gangbaar maken van alle hang- en sluitwerk, alsmede uitvoeren van kleine reparaties aan kozijnen, ramen en deuren. - Uitvoeren onderhoudsschilderwerken interieur. Waar onderdelen ingrijpender worden hersteld of zelfs geheel worden vervangen, en waar onderdelen worden gewijzigd, is dat volgens de Erfgoedwet wél vergunningplichtig. In dit geval moet worden geconcludeerd dat dit geldt voor: - Vervangen van het bitumen op het platte dak door EPDM met isolatie, aanpassing van de pannen boven dit dak. - Vervangen van de kilgoten van de daken en dakkapellen. - Aanbrengen van loodstrookjes boven de zinkbekleding op de stijlen van de toren. - Aanbrengen van loodbekledingen op de kruising van de daken van de dwarsbeuken met de goot van het hoofddak. - Alle overige ingrepen met als doel verduurzaming van de schil, zoals aanbrengen van achterzetramen, voorzetwanden en plaatsen van isolatieglas.

- Vervangen van de sterk aangetaste ramen in de raadszaal en diverse dakkapellen. - Vervangen van de raamkozijnen en ramen in de kelder in de oostgevel. - Vervangen van de ventilatieroosters. - Verwijderen van de asbesthoudende beplating achter de panelen van de lambrisering in de raadszaal. - Vrijhakken, ontroesten / conserveren, inpakken en aanmetselen van de gecorrodeerde ankers van de ramen in de trouwzaal.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

31

Voor deze werkzaamheden zal een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Deze notitie beoogt een toelichting te geven op de aanpak van alle bouwkundig herstel in algemene zin, en dient voor wat betreft de vergunningsplichtige onderdelen ook als toelichting bij de vergunningaanvraag. Aanpak van de werkzaamheden In algemene zin geldt dat alle werkzaamheden, of ze nu vergunningvrij onderhoud betreffen of vergunningsplichtig zijn, moeten worden uitgevoerd conform de relevante beoordelings- en uitvoeringsrichtlijnen voor de restauratie van monumenten, zoals die door de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg zijn opgesteld. Deze zijn opgesteld voor allerlei soorten werkzaamheden, maar in algemene zin gelden bij deze richtlijnen de volgende uitgangspunten: - Beperk de omvang van de ingreep, ‘zo veel als noodzakelijk is en zo weinig als mogelijk is’. - Voer de ingreep degelijk uit, om (opnieuw) ingrijpen zo veel mogelijk te voorkomen of zo lang mogelijk uit te stellen. - De ingreep moet passend (compatibel) zijn binnen de gegeven situatie (invloed op fysische processen mag niet tot schade leiden, reparaties moeten zwakker zijn dan het origineel). - Vervang bij voorkeur met hetzelfde materiaal (of materiaal met dezelfde eigenschappen) en/of dezelfde techniek.

Belangrijke kernbegrippen daarbij zijn de volgende: - Compatibiliteit: Een ingreep of behandeling mag geen schade (in technische of esthetische zin) toebrengen aan het aanwezige historische materiaal. De ingreep zelf dient binnen die randvoorwaarden zo duurzaam mogelijk te zijn. - Herbehandelbaarheid: Een ingreep of behandeling moet herhaalbaar zijn na degradatie van de ingreep tot een onacceptabel niveau. - Reversibiliteit: Een ingreep moet volledig omkeerbaar zijn of omkeerbaar zijn zonder schade. Of het gaat bij de ingreep om een herkenbare toevoeging, die dankzij de herkenbaarheid weer ongedaan kan worden gemaakt. Als uitgangspunt geldt dat met alle waardevolle onderdelen van een monument zorgvuldig omgegaan wordt. Zorgvuldigheid betekent in dit geval, dat voor deze elementen een afweging wordt gemaakt op basis van de zogeheten “restauratieladder”. Hierin wordt de voorkeursvolgorde voor ingrepen aan een cultuurhistorisch waardevol object vastgelegd in onderstaande hiërarchie van restauratiecategorieën, waarbij de regel boven uit oogpunt van onderhoud en restaureren steeds de voorkeur heeft boven de ondergenoemde regel. Welke restauratiecategorie van toepassing is, hangt af van de fysieke samenhang en de cultuurhistorische waardenstelling van het betreffende bouwdeel. Conserveren / onderhoud Repareren Vernieuwen

Kopiëren Imiteren Verbeteren

In deze hiërarchie gaan conserveren, onderhoud en repareren voor vernieuwen. Het materiaal is immers de fysieke drager van de historische waarde. Als conserveren of onderhoud onvoldoende is, gaat men over tot repareren.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

32

Indien onderdelen niet meer gerepareerd kunnen worden gaat men over tot vernieuwen. Dit betekent dat alleen vernieuwing alleen plaatsvindt: - bij bedreiging van het voortbestaan (het verval – van het kunstwerk of deel daarvan – kan niet gestopt worden); - bij technisch falen van een constructie, materiaal of afwerking. Bij vernieuwen bestaan drie opties: kopiëren, imiteren en verbeteren. Als traditionele technische middelen niet toereikend blijken om een monument te restaureren (kopiëren), dan is het aanvaardbaar om een beroep te doen op bewezen moderne conserverings- en constructiemethoden (imiteren). Het verbeteren van (onderdelen van) het kunstwerk is alleen van toepassing indien een gebruikersdoel hierom vraagt. Concrete vertaling naar restauratieplan In het navolgende zal allereerst in grote lijnen worden geschetst welke maatregelen noodzakelijk zijn. Daarna wordt per soort materiaal of onderdeel opgegeven welke eisen er aan het herstel worden gesteld, hoe het herstel moet worden aangepakt en welke herstelwerkzaamheden er worden geadviseerd. Hierbij wordt de volgorde en codering van de z.g. Stabu-bestekssystematiek gevolgd.

Aanpak in brede zin

De bedekking van het hellende dak wordt geheel nagezien en hersteld. De kilgoten en verholen goten van de dakkapellen en het hoofddak worden vervangen. De nok- en hoekkepervorsten worden afgenomen en opnieuw in vezelversterkte dakdekkersmortel gelegd. De aansluiting tussen de hoekkeper van de zijbeukjes van de dwarsgebouwen en de goot van het hoofddak wordt geheel vervangen in lood. Boven het platte dak wordt één rij pannen verwijderd om meer afstand te creeren tussen de pannen en de bedekking van het platte dak. Dit dak wordt voorzien van nieuwe EPDM op een isolatielaag en voorzien van een grinddekking. De goten rondom het hoofddak worden geheel nagelopen en scheuren worden gerepareerd. Er worden enkele rekstukken aangebracht. De houtrot in de kozijnen van de dakkapellen wordt gerepareerd. De ramen in de oostelijke dakkapel in het zuidelijke dakvlak en in de dakkapellen op het oostelijke dakvlak worden geheel vervangen, met handhaving van de kozijnen, waarbij in de ramen dunbladig isolatieglas wordt geplaatst (zie ook het DuMo-advies). Bij de toren wordt alle houtrot gerepareerd. Boven de zinkbekleding op de stijlen wordt een loodstrook aangebracht waardoor er geen lekkage meer zal kunnen ontstaan als de kit her loskrimpt, zoals in de huidig situatie. De vlaggenmaststeun en het frame van het luik worden in het werk ontroest en geconserveerd.

Alle houtwerk wordt geheel geschilderd, op basis van een kleurstelling die wordt bepaald door de architecten aan de hand van kleurhistorisch onderzoek. Alle scheuren in de gevels worden uitgetand, d.w.z. dat kapotte stenen worden ingeboet en dat de scheur ter plaatse van voegen diep wordt uitgehakt en opnieuw afgevoegd. Losse delen metselwerk worden eveneens ingeboet. Uitgesleten voegwerk wordt uitgehakt en opnieuw platvol gevoegd. Roestende oude pennen e.d. worden uitgeboord, waarna de gaten in de voegen of stenen worden afgevoegd resp. worden aangeheeld met steenreparatiemortel. De afdekking op de kelderkoekoek wordt weer rechtgelegd en erboven wordt een strook muurlood aangebracht. Het lood op de raamdorpels op de 1e verdieping wordt opnieuw afgekit op de dagkanten van de vensters met een bezande kit. De scheuren in de loodafdekking op het plint worden gerepareerd door hierin een nieuw stukje lood te solderen. De te korte loodstrook op de zuidgevel wordt vervangen. De sterk gecorrodeerde ventilatieroosters worden vervangen door nieuwe roosters en worden afgeschilderd. De houtrotaantasting in de kozijnen van ramen en deuren wordt hersteld: kleine reparatie met behulp van Repair Care en grotere reparaties met behulp van nieuwe stukken oregon pine, met behulp van Repair Care aangelast aan het oude hout. Waar nodig worden dorpels van ramen geheel

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

33

vervangen. De door zwam aangetaste kozijnen en ramen van de keldervensters worden geheel vervangen. Het omliggende muurwerk wordt zwamdodend behandeld. De ramen in de vensters ter plaatse van de raadszaal worden vervangen en voorzien van dun, gelaagd meerbladig isolatieglas (monumentenglas). Bij de overige ramen worden de stopverfzomen nagelopen en hersteld. Ter plaatse van de glas-in-loodramen in het trappenhuis en de trouwzaal worden de bestaande voorzetramen vervangen. Alle zonweringen worden geheel vervangen conform bestaand. Tot slot worden alle houten en ijzeren geveldelen geheel geschilderd. In het interieur vallen de werkzaamheden eigenlijk samen met de aanpassingen in het kader van het nieuwe gebruik. Daarvoor wordt het interieur geheel geschilderd, waarbij meteen de kleine herstellingen aan het stucwerk en de kozijnen en binnendeuren worden meegenomen. Alle hangen sluitwerk van de binnendeuren wordt vervangen, maar scharnieren blijven behouden. De gangbaarheid wordt nagelopen en waar nodig hersteld. De parketvloer van de raadszaal wordt weer in het zicht gebracht en wordt schoongemaakt, gerepareerd en opnieuw gelakt. De asbesthoudende beplating in de lambrisering wordt door een gecertificeerd bedrijf verwijderd.

In de trouwzaal wordt het losse tegelwerk op de wanden onder de ramen verwijderd en worden de gecorrodeerde ankers vrijgemaakt, ontroest, geconserveerd en ingepakt alvorens ze weer aan te metselen en de tegels terug te plaatsen.

Specifiek te nemen maatregelen

In het navolgende worden de bij de uitvoering van de werkzaamheden relevante richtlijnen, de te leveren kwaliteit en de concrete maatregelen per onderdeel opgesomd.

22. Metsel- en voegwerk

Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijnen 4003 en 4006 van de Stichting ERM. Ter plaatse van scheuren in de gevels moeten de beschadigde stenen worden ingeboet en moeten de scheuren in de voegen worden uitgetand. Uittanden houdt in dat de scheur ter plaatse van voegwerk diep (minimaal 5 cm) uitgehaald en opnieuw afgevoerd wordt. Eventueel kan er gebruik gemaakt worden van rvs voegwapening om gescheurde delen muurwerk weer aan elkaar te verbinden als dat niet door middel van inboetwerk te realiseren is, maar bij grotere muurdikten heeft dit net het beoogde effect en kan dit zelfs averechts werken. Wapening mag daarom alleen worden toegepast in overleg met de directie, alsmede met een advies van een constructeur en de fabrikant / leverancier. Gescheurde en beschadigde stenen moeten worden ingeboet. Daarbij geldt dat er gebruik moet worden gemaakt van nieuwe stenen die qua formaat, kleur en structuur identiek zijn aan de oude baksteen. Nieuwe stenen moeten worden gemetseld in een z.g. mortel op basis van hydraulische kalk NHL 5. Kleine beschadigingen aan bakstenen, zoals boorgaatjes van de te verwijderen kabels en uitgeboorde pennen en dergelijke moeten worden hersteld door de gaatjes te vullen met een goed op kleur gebrachte en in structuur afgewerkte baksteenreparatiemortel, bijv. van Parex Lenko.

Het vervangen van voegwerk mag alleen gebeuren door het oude werk uit te hakken, pneumatisch of met de hand, of met een steenzaag te zagen; de methode te bepalen naar gelang welke het minste gevolgschade aan de stenen geeft. Bij zeer hard voegwerk of de noodzaak om de voeg te verdiepen tot in de legmortel om voldoende diepte te creëren, is het toegestaan de voeg met uiterste zorgvuldigheid met in het hart éénmaal in te zagen. Het voegwerk moet voldoende diep (min. 2x de voegbreedte) en tandig verwijderd worden en alle vervuiling moet worden verwijderd alvorens opnieuw te voegen. Het nieuwe voegwerk moet worden uitgevoerd in een z.g. mortel op basis van hydraulische kalk NHL 5, bijv. van fabr. Keim of Khalix. Het nieuwe voegwerk moet platvol en iets terugliggend worden aangebracht, maar moet zorgvuldig worden toegesneden naar eventuele beschadigingen aan de steen, zodat de steen blijft spreken en de voegen in het metselwerk niet de overhand krijgen. De voeger dient nadrukkelijke aandacht te schenken aan de nabehandeling van het nieuwe voegwerk om kwaliteitsverlies door verbranden van de mortel te

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

34

voorkomen. De kleur en structuur van het nieuwe voegwerk moeten geheel overeenkomen met het omliggende werk. De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: - Uittanden van de scheuren in de gevels. - Vrijhakken en opnieuw aanmetselen + voegen van de ventilatieroosters. - Inboeten van de losse stenen in de rollaag van de uitbouw tegen de zuidgevel. - Vervangen van het uitgesleten voegwerk in de gevels. - Verwijderen van de oude roestende pennen en repareren van de gaten met voegmortel of steenreparatiemortel, al naar gelang de locatie. - Afvoegen van het muurlood boven de afdekking op de kelderkoekoek. - Vrijhakken en opnieuw aanmetselen van de ankers onder de ramen in de trouwzaal. - Inboeten van de kapotte stenen in de scheur in de binnenmuur en de binnenzijde van de buitengevel ter plaatse van de trouwzaal. - Zwamdodend behandelen van het muurwerk rond de kelderkozijnen door een hierin gespecialiseerd bedrijf. - Uittanden van de scheur in de muur t.p.v. de zuidgevel en inboeten van beschadigde steen in deze muur. - Vervangen van uitgesleten voegwerk in het liggende vlak van de wand langs de hellingbaan t.p.v. de noordgevel. - Voorzichtig reinigen van algen en mos van de gevels ter plaatse van lekkages e.d. door middel van afspoelen onder lage druk met lauwwarm water.

24. Ruwbouwtimmerwerk

Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform Uitvoeringsrichtlijn 3001 van de Stichting ERM. Alle aanschervingen van hout in buitentoepassing moeten worden uitgevoerd in oregon pine, kwaliteit Clear & Better, met een afwaterende las. Kleine herstellingen (<15 cm3) en de houtverbindingen van de aanschervingen moeten worden uitgevoerd met Repair Care, door een daarin aantoonbaar opgeleide timmerman. De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: - Uitvoeren van kleine herstellingen aan de dakbeschot, de tengels en de panlatten – waar nodig. - Repareren van de houtrotaantastingen in de stijlen en balustrade van de toren.

25. Staalconstructies

Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijn URL 4012 Historisch metaal (ferro) van Stichting ERM. In metselwerk opgenomen ijzeren en stalen ankers en liggers die niet te demonteren zijn, moeten in het werk worden ontroest tot schoonheidsgraad SA 1 en gerepareerd waar nodig. Daarna moet het ijzerwerk worden geconserveerd met menie of Rustoleum. Te demonteren elementen moeten worden losgenomen en moeten worden ontroest en geconserveerd door deze te stralen tot schoonheidsgraad SA2,5 en te schoperen. De opnieuw in het muurwerk op te nemen delen moeten rondom geheel lucht- en waterdicht worden ingepakt in vetband, bijv. Densoband, alvorens het metselwerk rondom weer aan te helen door middel van inboeten. Ventilatieroosters moeten worden vervangen door nieuwe, gelijkvormige gietijzeren roosters, fabr. Smederij Beentjes. De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: - Ontroesten en conserveren van de ankers onder de ramen in de trouwzaal. - Ontroesten en conserveren van het dakluik in de toren. - Vervangen van de gietijzeren ventilatieroosters in de gevel.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

35

30. Kozijnen, ramen en deuren Alle werkzaamheden m.b.t. de herstelling van houten kozijnen, ramen en deuren moeten worden uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijn historisch timmerwerk (URL 4001) van Stichting ERM. Alle aanschervingen van kozijnen en ramen moeten worden uitgevoerd in oregon pine, kwaliteit Clear & Better, met een afwaterende las. Kleine herstellingen en de houtverbindingen van de aanschervingen moeten worden uitgevoerd met Repair Care, door een daarin aantoonbaar getrainde timmerman. De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: - Aanhelen van de door houtrot aangetaste kozijnen en ramen, volgens aanduiding op tekening. - Vervangen van de door zwam aangetaste kozijnen en ramen in de kelderkoekoeks in de oostgevel. - Aanscherven van de door zwam aangetaste dorpel en stijl van de meest oostelijke dakkapel op het zuidelijke dakvlak. - Vervangen van de ramen in de meest oostelijke dakkapel op het zuidelijke dakvlak en de dakkapellen op het oostelijke dakvlak. - Vervangen van de ramen in de raadszaal. - Nalopen en herstellen van de gangbaarheid van alle ramen en deuren binnen en buiten. - Ontroesten en conserveren van de gecorrodeerde scharnieren van ramen. - Vervangen van de klinken en deurstellen van alle binnendeuren.

33. Dakbedekkingen Alle werkzaamheden m.b.t. de herstelling van pannen dakbedekkingen moeten worden uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijn Historisch pannendak URL 4014 alsmede de Uitvoeringsrichtlijn URL 4011 Metalen dakbedekkingen en goten van Stichting ERM, NEN-EN 12588, het Informatieblad bouwlood van Stichting Bouwlood en de voorschriften van Nedzink. Muurlood moet worden uitgevoerd in lood NHL 25 in meterstukken, tenminste 25 mm diep in de voeg bevestigd met behulp van RVS Borra-klemmen, h.o.h. gemiddeld 35 cm. Noklood en overige loodbekldingen uitvoeren in lood NHL 30, met houten kloppers voorzichtig aangeklopt op het omliggende werk. Alle loodwerken moeten direct na applicatie met een patineerolie worden behandeld. Nok- en kepervorsten moeten worden gelegd in een vezelversterkte dakdekkkersmortel, fabr. Tubag of gelijkwaardig. Kapotte vorsten en pannen moeten worden vervangen door nieuwe, welke qua vorm, formaat, kleur en structuur gelijk zijn aan de oude. De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: - Nalopen en herstellen van de dakbedekkingen van de hellende daken. - Afnemen en terugbrengen van pannen ten behoeve van het vervangen van de kilgoten en verholen goten. - Nalopen en herstellen van de dakbedekkingen in leipannen van de dakkapellen. - Afnemen en opnieuw in mortel leggen + afvoegen van de hoek- en nokkepervorsten.

- Aanbrengen van muurlood boven de afdekking op de kelderkoekoek. - Aanbrengen van lood NHL 30 boven de hoekkepervorsten van de aanbouwen tegen de dwarsbeuken, in aansluiting op de goot van het hoofddak. - Aanbrengen van nieuwe stukken lood NHL 35 ter plaatse van de scheuren en de ontbrekende delen in de zuidgevel als afdekking op de plintlijst. - Aanbrengen van strookjes muurlood in de stijlen van de toren, boven de zinkbekleding. - Vervangen van de bitumen op het platte dak door een lichtgrijze EPDM op isolatie. Boven dit dak verwijderen van één strook pannen; EPDM opplakken tegen het dakbeschot. Onder de pannen een vogelvriendelijke vogelschroot opnemen.

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

36

34 Glas De werkzaamheden aan glas-in-lood moeten worden uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijn URL 4002 Glaspanelen in lood van Stichting ERM. Overige enkelbladige en meerbladige beglazing uitvoeren conform het Basis Verf- en Glasbestek 2006, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Gouda onder nummer 40409386 datum 24 mei 2006. Stopverfzomen van bestaande enkele beglazing herstellen door losse delen te verwijderen en aan te helen met lijnoliestopverf, fabr. Allbäck. De glassponning vooraf afwerken met schellak en aanbrengen met behulp van een stopmes. Goed in de sponning vastzittende, maar door droogtescheuren beschadigde stopverf herstellen door deze te overschilderen met een stopverfpapje van lijnoliestopverf met een paar druppels terpentijn. Nieuwe enkelbladige beglazing en alle meerbladige beglazing plaatsen met behulp van stopverfvervangende kit, fabr. Renoseal. De kit strak bemest uitvoeren en minimaal anderhalf maal aflakken. Meerbladig glas uitvoeren met helder Monumentenglas, fabr. Stolker Monuglas Classic of gelijkwaardig. Dikte ca. 16 mm, vulling Krypton. De afstandhouder in het glaspakket dient in zwart uitgevoerd te zijn. De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: - Plaatsen van nieuw isolatieglas in de vernieuwde ramen van de dakkapellen. - Plaatsen van nieuw gelaagd isolatieglas in de nieuwe ramen van de raadszaal.

- Plaatsen van nieuw enkel glas in de nieuwe ramen in de kelderkoekoeks. - Plaatsen van nieuwe meerbladige voorzetramen als vervanging voor de bestaande voorzetramen voor de glas-in-loodramen van het trappenhuis en de trouwzaal. - Nalopen en herstellen van de stopverfzomen van alle te behouden ramen.

35. Natuursteen en kunststeen Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijn steenhouwwerk (URL 4007) van Stichting ERM. Voor voegwerk van natuursteen is tevens van toepassing Uitvoeringsrichtlijn historisch voegwerk (URL 4006) van Stichting ERM. Reparaties van natuurstenen delen, kleiner dan 15 cm3, moeten uitgevoerd worden met natuursteenreparatiemortel, bijv. fabr. Parex Lanko. Kleur en textuur dienen aangepast te worden op die van het omliggende materiaal. Reparatie van natuurstenen delen, groter dan 15 cm3, moeten uitgevoerd worden door het instukken van identieke stukken steen. Gescheurde delen natuursteen dienen te worden gelijmd met behulp van een polyurethaanlijm en bij grotere schades d.m.v. ingelijmde rvs doken of draadeinden M10. De breuknaad dient te worden gevuld met steenreparatiemortel, waarvan de kleur en structuur zijn afgestemd op het omliggende materiaal. Tijdelijk gedemonteerde natuursteen dient bij opslag altijd voldoende te worden onderstopt met een beschermend materiaal om breuk te voorkomen. Natuursteenonderdelen verankeren aan het metselwerk en stellen met toepassing van r.v.s. 316 en kunststoflijm. Voor het voegwerk gelden alle voorwaarden zoals vermeld in par. 22. Het voegwerk moet platvol, iets terugliggend worden uitgevoerd. De reparaties moeten gepatineerd worden om het gevelbeeld te “ontstoren”.

Alle werkzaamheden moeten uitgevoerd worden door een met natuursteenreparatie ervaren restaurateur en er moeten van alle reparaties proefstukken worden opgesteld die door de bouwdirectie moeten worden goedgekeurd alvorens de werkzaamheden daadwerkelijk in uitvoering te nemen. De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: - Losnemen en opnieuw leggen van de afdekplaat op de kelderkoekoek t.p.v. de oostgevel.

36. Voegvullingen

Voegvulling ter plaatse van de aansluiting van loodwerken en baksteen wanden uitvoeren met MS polymeerkit, fabrikaat SABA Dinxperlo BV, type: Construseal Plus. Kleur: afgestemd op het

541 / Bureau Polderman – cultuurhistorie | restauratie | architectuur

37

omringende voegwerk, met nabezanding. Uitvoering volgens proefstuk ter goedkeuring directie. Toebehoren: SABA primer, type volgens opgave fabrikant/leverancier. Uit te voeren werkzaamheden: - Afkitten van de naden tussen de afdekkers op de uitbouw tegen de zuidgevel. - Afkitten van de naden tussen het lood op de dorpels ter plaatse van de ramen op de 1e verdieping, in aansluiting op de dagkanten.

40. Stukadoorwerk

Loszittend stucwerk moet rondom in rechte vlakken worden ingezaagd, waarna de ingesloten vlakken moeten worden weggehakt tot de vaste ondergrond. Scheuren moeten worden ingezaagd. Aansluitend moet het stucwerk worden aangeheeld in een bij het omliggende stucwerk passende mortel; het betreft een kalkgebonden mortel zonder cementtoevoeging, fabr. Khalix of gelijkwaardig. Alle losgeraakte verflagen moeten worden afgestoken; scherpe naden als gevolg van verwijderde verflagen moeten vloeiend worden bijgewerkt. Waar veel profiel verloren gaat als gevolg van dikke verflagen heeft het sowieso de voorkeur om de verflagen voorzichtig te verwijderen. Aansluitend kunnen de plafonds opnieuw worden afgewerkt met een minerale verf. De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd: - Herstellen van de scheuren in de gestukadoorde binnenwanden. - Repareren van het loszittende en gescheurde stucwerk op de toog in de trouwzaal.

41 Tegelwerk

Herstel moet plaatsvinden door het tegelwerk uit te nemen en opnieuw te bevestigen. Daartoe moet het tegelwerk per tegel worden genummerd en voorzichtig worden uitgenomen, zodanig dat omliggende te handhaven onderdelen niet worden beschadigd. Afwerkingen, lijmlagen, mortelresten en dergelijke van her te gebruiken tegelwerk moeten worden verwijderd. De tegels moeten aansluitend opnieuw worden bevestigd in een dun aangemaakte bastaardmortel. Ter plaatse van naden tussen tegels moet het voegwerk opnieuw worden ingewassen met voegmortel, die nauwkeurig moet worden aangepast op de kleur van het omliggende werk. De uit te voeren werkzaamheden zijn: - Het losnemen, opnieuw aanbrengen en afvoegen van het wandtegelwerk onder de ramen in de trouwzaal, voor zover nodig t.b.v. het ontroesten en conserveren van de ankers.

46. Schilderwerk

Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijn historisch schilderwerk (URL4009) van Stichting ERM. Alle te schilderen onderdelen moeten zorgvuldig worden schoongemaakt, ontvet en worden nagelopen op hechting van de onderliggende verflagen. Ondeugdelijke lagen moeten worden afgeschrapt of geföhnd; afbranden is niet toegestaan. Alvorens te schilderen moet een uitgebreide prikinspectie worden uitgevoerd om ondeugdelijke lagen, oude reparaties en gebreken in de ondergrond op te sporen. Op deze plaatsen moet het staalwerk geheel worden kaalgemaakt. Schilderwerk op steenachtige ondergrond uitvoeren in een dampopen minerale verf, fabr. Keim of gelijkwaardig. De uit te voeren werkzaamheden zijn: - Schilderen van alle kozijnen, ramen en deuren binnen en buiten. - Schilderen van de gootoverstekken. - Schilderen van de stijlen, betimmeringen, balustrade en het plafond van de toren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/609/documents/7540