CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota Reserves en Voorzieningen.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 27 juni 2023, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 14: BES - Nota reserves en voorzieningen5.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Reserves en Voorzieningen Gemeente Sliedrecht

Inhoudsopgave

1. Inleiding ............................................................................................................................................ 3 2. Vorming van reserves en voorzieningen ...................................................................................... 4 2.1 Verschillen reserves en voorzieningen.................................................................................... 4 2.2 Reserves ..................................................................................................................................... 5 2.2.1 Functies van reserves ........................................................................................................ 5 2.2.2 Bijzonderheden reserve ..................................................................................................... 5 2.3 Voorzieningen ............................................................................................................................ 6 2.3.1 Soorten voorzieningen....................................................................................................... 6 2.3.2 Functies voorzieningen ...................................................................................................... 7 2.3.3 Bijzonderheden voorzieningen .........................................................................................

7 2.4 Rentebeleid reserves en voorzieningen .................................................................................. 7 3. Kaders beleid en beheer van reserves.......................................................................................... 9 3.1 Instellen van een reserve ......................................................................................................... 9 3.2 Wijzigen doel of bestemming ................................................................................................ 10 3.3 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves .................................................................... 10 Bijlage 1. reserves gemeente Sliedrecht ......................................................................................... 11 Bijlage 2. voorzieningen gemeente Sliedrecht ............................................................................... 19

2

1. Inleiding De nota Reserves en Voorzieningen komt voort uit de Gemeentewet artikel 212. Dit artikel schrijft voor dat de raad een verordening vaststelt met daarin de uitgangspunten voor het financiële beleid voor de gemeente. In deze nota zijn de regels met betrekking tot de reserves en voorzieningen opgenomen. De algemene regels zijn opgenomen in de Financiële verordening van de gemeente Sliedrecht. Opbouw van de nota Deze nota schetst in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 de regelgeving en het wettelijke kader rondom de reserves en voorzieningen. In bijlagen 1 en 2 zijn het doel en de actualisaties met betrekking tot reserves en voorzieningen vastgelegd.

3

2. Vorming van reserves en voorzieningen Belangrijke leidraad voor de beleidskaders bij reserves die we in deze nota uitwerken, is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In tegenstelling tot reserves, laat de wet niet toe dat gemeenten eigen beleid ontwikkelen met betrekking tot voorzieningen anders dan de wettelijke bepalingen. Het wettelijk kader voor reserves en voorzieningen wordt gevormd door artikel 212 van de Gemeentewet, artikel 42 tot en met 45, 54 en 55 van het BBV en de Financiële verordening van de gemeente Sliedrecht. Het doel van deze nota is niet om wet- en regelgeving als zodanig te herhalen, maar een nadere uitwerking en toepassing te geven van de verslaggevingsregels uit hogere wet- en regelgeving waar sprake is van een keuzemogelijkheid en verder waar dat wenselijk en mogelijk is. Onderstaand worden de definities, functies en soorten reserves en voorzieningen nader toegelicht. In deze toelichting is ook aandacht voor de verschillen tussen reserves en voorzieningen, alsmede enkele hierbij behorende bijzonderheden.

2.1 Verschillen reserves en voorzieningen Middelen in een reserve blijven deel uitmaken van het eigen vermogen van de gemeente. Er zijn geen wettelijke restricties voor de raad om reserves in te stellen, op te heffen of de bestemming ervan te wijzigen. In voorkomende gevallen moeten de gevolgen voor de begroting van dergelijke besluiten inzichtelijk gemaakt worden. Het is tegelijk ook het voorrecht van de raad. Dat wil zeggen dat er altijd een raadsbesluit nodig is met betrekking tot reserves. De regelgeving met betrekking tot reserves in het BBV is hoofdzakelijk beperkt tot definities en de wijze van rapporteren in begroting en jaarrekening. Voorzieningen daarentegen zijn met meer wettelijke bepalingen en restricties omgeven. Een voorziening vormen is alleen toegestaan voor specifieke zekere uitgaven in de toekomst die onvermijdelijk zijn. Voorzieningen hebben een verplicht karakter: de gemeente kan niet meer vrij over de middelen beschikken. Daarom worden voorzieningen tot het vreemd vermogen gerekend. Minstens eenmaal per jaar moet getoetst worden of de omvang van een voorziening feitelijk overeenkomt met de verplichte uitgaven. Dit gebeurt in de regel bij de vaststelling van de jaarrekening. Hierna worden de kenmerkende verschillen tussen reserves en voorzieningen samenvattend weergegeven.

Reserve Eigen vermogen Toegestaan via raadsbesluit Vrije bestemming: raad bepaalt de bestemming en eventuele wijziging van bestemming.

Voorziening Vreemd vermogen Niet mogelijk Alleen voor betreffend doel

Opbouw (dotatie)

Storting vindt plaats middels een raadsbesluit of de vastgestelde begroting.

Storting in een voorziening wordt gelijk gesteld met een exploitatielast (uitgave). Geen apart besluit nodig.

Onttrekking (aanwending)

Onttrekking vindt plaats middels een raadsbesluit of de vastgestelde begroting. Onttrekken mag tot maximaal het begrote bedrag.

Onttrekken gaat rechtstreeks ten laste van de voorziening (balansmutatie) als de uitgave voldoet aan het specifieke doel waarvoor de voorziening is ingesteld.

Wie is verantwoordelijk voor instellen/ opheffen van

Raad

College van B&W

Besteding/ uitgaven

Via de exploitatie

Rechtstreeks uit de voorziening

Verantwoordelijk voor de aanwending

Raad

College van B&W

Onderdeel van Wijziging bestemming Aanwending vrij

4

2.2 Reserves Definitie reserves

Een reserve is een uitgestelde begrotingspost. Een deel van de beschikbare begrotingsruimte wordt nu niet gebruikt, maar apart gezet om te dienen als financiële dekking voor toekomstige lasten. Zodoende wordt voorkomen dat huidig beleid bij voorbaat een beslag legt op de toekomst. Reserves zijn daarmee vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Artikel 43 lid 1 van het BBV onderscheidt de reserves naar (a) de algemene reserve(s) en (b) bestemmingsreserve(s). Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.

Eigen vermogen

Conform artikel 42 van het BBV bestaat het eigen vermogen uit de reserves (algemene reserve en bestemmingsreserves) en het gerealiseerde resultaat. Het gerealiseerde resultaat is in feite het saldo van baten en lasten in enig jaar, inclusief toevoegingen en onttrekkingen aan reserves op grond van eerdere besluitvorming. Het gerealiseerde resultaat is een rekeningsaldo, waaraan nog geen bestemming is gegeven. Bestemming van het resultaat gebeurt aan de hand van een raadsvoorstel, dat bij de jaarrekening wordt voorgelegd. Toevoeging van het rekeningsaldo aan de algemene reserve is hierbij de bestendige lijn. De feitelijke bestemming van het gerealiseerde resultaat vindt daarmee pas plaats nadat de raad heeft besloten over een voorstel tot de bestemming ervan. Op de balans wordt het gerealiseerde resultaat overigens ook tot uitdrukking gebracht als het gerealiseerde resultaat.

2.2.1 Functies van reserves Reserves kunnen verschillende functies binnen de gemeentelijke financiële huishouding vervullen. De functie is bepalend voor de besteding en de voeding van de reserve. Binnen de gemeente Sliedrecht onderscheiden we de volgende drie functies van reserves: 1. Bufferfunctie

Alleen algemene reserves hebben een bufferfunctie. De bufferfunctie is noodzakelijk om ongewenste en onvoorziene toekomstige tegenvallers op te kunnen vangen. Deze reserves zijn aanwendbaar bij tegenvallers. De hoogte van deze reserves wordt bepaald aan de hand van een prognose van de benodigde weerstandcapaciteit. Bij het bepalen van de omvang van de algemene reserve(s) wordt ervan uitgegaan dat de kans dat alle risico’s tegelijkertijd optreden, gering is. 2. Bestedingsfunctie

Reserves die in het leven zijn geroepen om te worden ingezet voor een bepaald doel, hebben een bestedingsfunctie. De aanwending hiervan heeft in principe een incidenteel karakter. Het merendeel van de reserves heeft dit motief. Bij bestemmingsreserves is sprake van een toekomstige aanwending waarbij op het moment van vorming van deze reserve nog geen (wettelijke of feitelijke) verplichting jegens derden bestaat. Het bestedingsdoel ligt in principe vast, waarbij sprake kan zijn van eenmalige doelen.

3. Egalisatiefunctie

Reserves kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Extreme pieken en dalen in de exploitatiebegroting kunnen zo worden vermeden. Ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht, kunnen met een egalisatiereserve worden opgevangen. Er is ook sprake van een egalisatiefunctie als structureel gelden aan reserves worden onttrokken als dekking van de afschrijvingslasten van investeringen.

2.2.2 Bijzonderheden reserve Structureel en reëel begrotingsevenwicht en afschrijving ten laste van reserve Een belangrijk criterium voor de meerjarenbegroting, dat ook door de toezichthouder wordt gehanteerd, is structureel en reëel evenwicht. Ook bij het gebruik van reserves speelt dit criterium een rol. De begroting moet structureel in evenwicht zijn zonder bijdragen van reserves. Met andere woorden: structurele lasten moeten met structurele baten opgevangen kunnen worden. Wanneer

5

hiervan in het eerste begrotingsjaar geen sprake is, wordt bekeken in hoeverre het structurele evenwicht in de meerjarenramingen reëel is. Te allen tijde volgt hieruit, dat reserves alleen kunnen worden ingezet voor de dekking van incidentele lasten. Een afwijking hierop is de reserve kapitaallasten die wordt ingezet voor de dekking van afschrijvingslasten. Door de spreiding van de aanwending over een langere periode is sprake van structurele lasten. Om dit in goede banen te leiden is voor de dekking van afschrijvingslasten deze specifieke bestemmingsreserve gevormd. De omvang hiervan is gekoppeld aan de te dekken afschrijvingslasten en voeding vindt ineens plaats bij de start van de afschrijvingen.

2.3 Voorzieningen Definitie

Een voorziening is een apart gezet bedrag voor voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan het tijdstip van optreden en/of de omvang per balansdatum niet exact bekend zijn. De uitgave zal in de toekomst plaatsvinden, maar hangt dus wel samen met de periode voorafgaande aan de balansdatum. In tegenstelling tot reserves is de vorming, voeding en aanwending van voorzieningen dus niet vrij. Tegenover voorzieningen staan namelijk verplichtingen. Het is ook daarom dat het BBV specifiek aangeeft in welke gevallen een voorziening moet worden gevormd. Voor een voorziening gelden de volgende vier kenmerken: • Een voorziening behoort tot het vreemd vermogen; • Een voorziening wordt gevormd ten behoeve van een verplichte uitgave (of risico). Een verplichte uitgave kan ook een verlies zijn; • De omvang van een voorziening is gelijk aan de omvang van de (geschatte) verplichting (of het risico); • Niet in te schatten risico's worden opgenomen in het risicoprofiel behorende bij de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Vanwege het verplichtende karakter van de uitgaven is het college zonder meer bevoegd uitgaven ten laste van de voorziening te doen, binnen de gestelde kaders. Voor het vormen van een onderhoudsvoorziening is echter een raadsbesluit nodig. De omvang van voorzieningen dient dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen.

Over- en onderdekking zijn in principe niet toegestaan, maar vaak is sprake van een schatting.

2.3.1 Soorten voorzieningen De gemeente onderscheid de volgende soorten voorzieningen:

1. Onderhoudsvoorziening

Voor voorzieningen, die zijn ingesteld om zekere kosten te dekken die gemaakt moeten worden op een actief in stand te houden, dienen meerjaren(onderhoud)beheersplannen beschikbaar te zijn. Het groot onderhoud en de vervanging kunnen worden gedekt uit de voorziening.

2. Verliesvoorzieningen Naast een voorziening voor concrete verplichting of het voorkomen van schommelingen kan ook sprake zijn van een verliesvoorziening. In feite gaat het hier om risico’s waarvan vast is komen te staan dat ze feitelijk niet meer afwendbaar zijn. In dat geval maken ze geen onderdeel meer uit van het risicoprofiel (en weerstandscapaciteit) maar dient er binnen de totale vermogenspositie een deel te worden afgezonderd om dit risico te kunnen afdekken. Verliesvoorzieningen voor de grondexploitaties worden op de activazijde van de balans opgenomen (als aftrekpost op de boekwaarde van de grondexploitatie). Indien deze onder ''0'' komt, vindt verschuiving naar de passivazijde plaats. Verliesvoorzieningen worden gewaardeerd op eindwaarde.

3. Specifiek te besteden middelen van derden

In deze categorie vinden we de voorzieningen die worden gevormd met middelen die van derden (niet zijnde overheid) worden verkregen en waaraan een specifieke besteding is gekoppeld.

6

4. Voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven Hieronder vallen de voorzieningen die gevormd worden uit de opbrengsten van heffingen zoals bijvoorbeeld rioolrechten.

2.3.2 Functies voorzieningen Er worden op basis van het BBV twee hoofdfuncties onderscheiden van voorzieningen.

1. Egalisatiefunctie

Voorzieningen kunnen in het leven geroepen worden om tarieven van wettelijk gesloten producten over de jaren heen te egaliseren. Een deel van de opbrengsten dient dan ter dekking van lasten in andere jaren.

2. Bestedingsfunctie

Voorzieningen worden gevormd of zijn gevormd ten behoeve van de inzet voor zekere lasten waarvan omvang en/of tijdstip nog onbekend zijn.

2.3.3 Bijzonderheden voorzieningen Algemeen

Voor de gevolgen van toekomstige gebeurtenissen, die niet in causale relatie staan tot het bedrijfsgebeuren in de periode voorafgaande aan de balansdatum, kunnen geen voorzieningen worden gevormd. Daarnaast vallen schulden en transitoria (overlopende posten, zoals vooruitontvangen baten, nog te betalen sociale premies, nog te betalen salarissen, etc.) niet onder het begrip voorzieningen, omdat daarbij geen onzekerheid bestaat over de omvang en het tijdstip van opeisbaar worden van de schuld respectievelijk last.

Voorzieningen als correctie op activa (niet zuivere voorzieningen)

Bovengenoemde voorzieningen die aan de passivazijde van de balans staan en behoren tot het vreemd vermogen moeten we niet verwarren met voorzieningen zoals de voorziening dubieuze debiteuren of verliesvoorzieningen voor grondexploitaties. Dit zijn namelijk geen voorzieningen zoals bedoeld in art. 44 van het BBV. Dergelijke voorzieningen zijn waardecorrecties op activaposten. Met andere woorden: een voorziening dubieuze debiteuren kennen we wel, maar wordt in de rekening niet onder de balanspost voorzieningen opgenomen. De voorziening wordt namelijk in mindering gebracht op het totale debiteurensaldo. Hetzelfde geldt voor verliesvoorzieningen bij grondexploitaties. Deze verliesvoorzieningen betreffen waardecorrecties op grondexploitaties, respectievelijk debiteuren. Feitelijk wordt de verliesvoorziening in mindering gebracht op de boekwaarde die uiteindelijk in de reserve Grondbedrijf tot uiting komt. Indien het verwachte verlies groter is dan de boekwaarde van de grondexploitatie, dan dient deze wel aan de passivazijde tot uiting te worden gebracht (negatieve activa zijn niet toegestaan).

Risico’s waarvan de omvang niet redelijkerwijs is in te schatten Zoals bij de definitie is aangegeven, moet er een voorziening worden gevormd voor op balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. De mogelijkheid kan zich voordoen dat er ook risico’s bestaan, waarvan geen redelijke inschatting gemaakt kan worden van het bedrag van de schade of verlies dat hiermee gemoeid kan zijn. In de voorziening wordt het bedrag dat redelijkerwijs te verwachten is opgenomen. Het is natuurlijk denkbaar dat dit bedrag hoger of lager kan uitvallen. Denk bijvoorbeeld aan ondernemersrisico’s, grondexploitaties en open-einde regelingen. Hiervoor kunnen dan geen voorzieningen worden gevormd. In deze gevallen schrijft het BBV voor dat dit soort risico’s moeten worden opgenomen in de paragraaf over het weerstandsvermogen van de gemeente.

Vorming ten laste van betreffende product Voorzieningen worden gevormd ten laste van het betreffende product in de exploitatiebegroting. Vorming van voorzieningen telt dan ook mee in het resultaat voor bestemming (in tegenstelling tot reserves). De aanwendingen komen rechtstreeks ten laste van de voorziening.

2.4 Rentebeleid reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen maken onderdeel uit van het vermogen van de gemeente. Reserves behoren tot het eigen vermogen, voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen vanwege de

7

verplichting die erop rust. De aanwezigheid van reserves en voorzieningen beperkt de mate waarin er een beroep op de kapitaalmarkt gedaan hoeft te worden voor het aantrekken van liquide middelen en beperkt daarmee de rentekosten in de begroting. Overeenkomstig de aanbeveling van de Commissie BBV berekent de gemeente vanaf 2017 geen rente meer over het eigen vermogen en de voorzieningen (geen bespaarde rente meer).

8

3. Kaders beleid en beheer van reserves In dit hoofdstuk formuleren wij beleids- en beheersmatige aspecten die betrekking hebben op reserves. Het gaat hierbij feitelijk om logische toetsingscriteria, op basis waarvan de vermogenshuishouding met betrekking tot reserves wordt ingericht. We gaan hierbij uit van de volgende principes: • •

•

Het instellen en gebruik van reserves moet transparant zijn: aan het instellen van reserves, maar ook aan toevoegingen en onttrekkingen moeten raadsbesluiten ten grondslag liggen. Het gebruik van reserves moet doelmatig zijn: er moeten inhoudelijke argumenten ten grondslag liggen aan de vorming en de hoogte van reserveringen. Het doel van een reserve moet derhalve ook duidelijk zijn. Het inzetten van vermogen dient zo integraal mogelijk afgewogen te worden: de gemeentelijke middelen zijn immers niet onbegrensd en zijn schaars. Hieronder werken wij nader uit, wat deze principes betekenen voor de kaders in relatie die wij intern hanteren

3.1 Instellen van een reserve Redenen op grond waarvan een reserve ingesteld kan worden: 1. Concrete door de raad vast te stellen (incidentele) doelen. Hierbij dient gemotiveerd te worden, waarom het vormen van een reserve noodzakelijk is voor het bereiken van het doel. Indien realisatie binnen de gestelde termijn uit blijft, dan vindt opnieuw afweging door de raad plaats. Deze nieuwe afweging kan betekenen dat de reserve wordt gehandhaafd voor het doel waarvoor deze is gevormd of dat de reserve wordt opgeheven (en de gereserveerde middelen vrijvallen naar de algemene reserve of de reserve Koers 2030) 2. De egalisatie van ongewenste schommelingen in gemeentelijke tarieven die naar derden toe of intern worden gehanteerd, indien de besteding niet dusdanig gebonden is dat de middelen moeten worden teruggegeven als ze niet zijn besteed aan het doel waarvoor ze zijn geheven.

Budgetrecht van de raad Om het budgetrecht van de raad op het terrein van de reserves tot zijn recht te laten komen moet voor het instellen van reserves een raadsbesluit worden genomen. In principe vindt het instellen van reserves plaats bij begroting en kadernota. Na het raadsbesluit, wordt de reserve in de administratie ingevoerd en conform besluit gevoed en aangewend.

Instellingscriteria Door een reserve in te stellen wordt het mogelijk om met beschikbare middelen van nu een bepaald doel in de toekomst te realiseren, zonder toekomstige begrotingsruimte daarvoor te gebruiken. Maar het betekent ook: hoe meer er vanuit de reserves wordt gedekt, hoe meer druk later op de begrotingsruimte als activiteiten door moeten gaan of vervanging van investeringen gewenst is. Daarom is het advies terughoudend te zijn met het instellen van reserves. Het voorstel tot instelling van een reserve moet daarom ten minste de volgende basisinformatie bevatten (=instellingscriteria): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Benaming van de in te stellen reserve; Soort reserve (algemeen, bestemming); Functie reserve (buffer, egalisatie, of besteding) Beleidsdoel (inclusief doelstelling) waarvoor de reserve wordt gevormd; Maximale hoogte van de reserve; Storting en onttrekking op basis van begrotingsbasis of realisatiebasis; Bij bestemmingsreserves: waar mogelijk en zinvol een eerste bestedingsplan of een uitgewerkt bestedingsplan vanaf het moment dat er stortingen en onttrekkingen begroot worden bij de instelling van de reserve; 8. Instellingsjaar en het jaar van opheffing (waar relevant).

9

3.2 Wijzigen doel of bestemming De raad kan te allen tijde het doel of de bestemming wijzigen. Voor een dergelijke wijziging is altijd een raadsbesluit nodig.

3.3 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Voor het budgetrecht van de raad is het belangrijk dat vorming van en toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zo veel als mogelijk al bij de begroting worden bepaald. Deze voorgenomen en daadwerkelijke mutaties worden daarom apart zichtbaar gemaakt in de begroting (ter accordering door de raad) en in de jaarrekening (ter verantwoording aan de raad).

Onttrekking op basis begrote uitgaven De basisregel in het BBV is dat een begrote onttrekking ten gunste van de exploitatie ook daadwerkelijk voor hetzelfde bedrag wordt uitgevoerd. Indien vervolgens de werkelijke uitgaven die hiertegenover staan lager of hoger uitvallen komt dit verschil tot uitdrukking in het rekeningresultaat. De raad kan vervolgens via resultaatbestemming besluiten (een deel van) de middelen opnieuw toe te voegen aan de betreffende (bestemmings)reserve en zo middelen beschikbaar houden voor uitvoering in het jaar erop. Er wordt nooit meer onttrokken dan begroot. Bij egalisatiereserves wordt altijd toegevoegd en onttrokken op basis van realisatie (werkelijke bedragen).

Onttrekking op basis werkelijke uitgaven Bij uitzondering is het ook mogelijk om te onttrekken op basis van werkelijke uitgaven zo voorkomen we dat er in de jaarstukken een omvangrijk financieel resultaat moet worden verklaard met een grote lijst resultaatbestemmingen. Hiervoor geldt wel, onttrekking van werkelijke uitgaven tot het maximale gevoteerde bedrag vanuit de raad. Per reserve wordt vooraf vastgelegd of we onttrekken op basis van de begrote of werkelijke uitgaven.

10

Bijlage 1. reserves gemeente Sliedrecht Naam Soort

Algemene reserve Algemeen

Functie

Buffer

Doel

Deze reserve dient als buffer ter afdekking van risico's en om incidentele tegenvallers op te vangen.

Maximale hoogte

Bij de algemene reserve is er geen sprake van een maximale hoogte. Het surplus bovenop op de benodigde weerstandsratio van 1,0 is beschikbaar ter vrije besteding. Bij de algemene reserve is er sprake van een ondergrens. Deze ondergrens is een afgeleide van de weerstandsvermogen. Het totale weerstandsvermogen is namelijk niet per direct inzetbaar (denk aan de stille reserves). De formule voor deze ondergrens is als volgt: (0,75 * benodigde weerstandscapaciteit) minus het budget voor onvoorzien. In de P&C documenten wordt de ondergrens in de paragraaf Weerstandsvermogen weergegeven.

Storting/ onttrekking

De voeding vindt met name plaats door voordelige rekeningresultaten (via resultaatbestemming). Eventuele onttrekkingen zijn het gevolg van negatieve rekeningresultaten, danwel specifieke inzet van het surplus.

Begroting/ realisatiebasis

Begrotingsbasis voor onttrekkingen en het resultaat bestemming logischerwijs op realisatiebasis. N.v.t.

Bestedingsplan, indien bekend Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing

Betreft een altijd bestaande reserve.

11

Naam Soort

Reserve Koers 2030 Bestemmingsreserve

Functie Doel

Besteding De middelen worden ingezet zodat doelen uit de Koers 2030 gerealiseerd kunnen worden. Inzet vindt plaats voor specifiek goedgekeurde projecten, danwel programma's.

Maximale hoogte

Reserves met een bestedingsfunctie hebben geen maximale hoogte. De voeding van de reserve (storting) vindt plaats conform begroting. Vrij ruimte in de algemene reserve wordt in principe toegevoegd aan de reserve Koers 2030, zodat er meer financiële armslag ontstaat om de Koers 2030 te realiseren. Inzet van de middelen vindt plaats op realisatiebasis.

Wijze van storting en onttrekking

Waar mogelijk functioneert de reserve ook als fonds. Dit door verwachte resultaten van projecten toe te voegen, danwel te onttrekken. Tevens is inzet voor co-financiering mogelijk, waardoor externe middelen kunnen worden aangetrokken.

Begroting/ realisatiebasis

Voor de raad houden we inzichtelijk waar de middelen in deze reserve uit afkomstig en voor bedoeld zijn. Storten – Begrotingsbasis (voor zover geen projectresultaten, die worden op realisatiebasis gestort) Onttrekken – Realisatiebasis

Bestedingsplan, indien bekend

Bij de instelling van de reserve Koers 2030 zijn de volgende projecten benoemd waarvoor de middelen worden ingezet: • • • •

De reserve wordt ingezet voor Sliedrecht Buiten (in totaal € 10.056.000); Personele kosten programma Ruimtelijke Vernieuwing (€ 800.000). Raadhuis / gemeentekantoor (€ 4.000.000); De verwachte opbrengst van Stationspark III wordt weer toegevoegd aan de reserve (€ 8.800.000). Nadere besluiten over verdere inzet zullen in de toekomt genomen gaan worden.

In deze nota worden ook de eerder gereserveerde middelen voor de aanpak van het Burgemeester Winklerplein (€ 2.247.000) aan de reserve toegevoegd. Dit heeft verder geen invloed op de gewenste besteding van deze middelen, die blijft gelijk. Nadere besluitvorming over deze projecten (voor de middelen daadwerkelijk kunnen worden ingezet) is nog nodig. Formeel is er dan ook nog geen definitief besluit genomen over aanwending van deze middelen voor deze doelen. Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing

De reserve is ingesteld in 2022 en het gebruik is gekoppeld aan de looptijd van de Koers 2030.

12

Naam Soort

Afstoten niet-kern portefeuille vastgoed Bestemmingsreserve

Functie Doel

Egalisatie Het afstoten van de niet-kern portefeuille vastgoed is een meerjarig traject. Een traject waarin opbrengsten en kosten lastig zijn te plannen en onverwachte ontwikkelingen leiden tot versnelling, danwel vertraging. De reserve is bedoeld om het afstoten van de niet-kernportefeuille te kunnen uitvoeren, zonder dat dit bij elk P&C product leidt tot (technische) begrotingsmutaties en vertraging in processen vanwege een ontbrekend mandaat voor het college.

Maximale hoogte

Niet bepaald, maar niet hoger dan de te verwachten kosten van het afstoten.

Wijze van storting en onttrekking

Verwachte opbrengsten en kosten worden (ook als ze niet begroot zijn) gestort en onttrokken aan de reserve. In de P&C producten (verantwoording) worden de kosten en opbrengsten per pand inzichtelijk gemaakt. Er is hiermee sprake van een zogenaamde systeemafspraak tussen raad en college. Toevoegingen en onttrekkingen zijn rechtmatig (ook als ze niet zijn begroot), mits ze op pandniveau in de verantwoording (jaarrekening) zijn toegelicht.

Begroting/ realisatiebasis

Realisatiebasis

Bestedingsplan, indien bekend

De niet-kernportefeuille bestond op het moment van vaststelling van het Vastgoedbeleid uit 29 panden (zie bijlage). Er is in de begroting geen budget opgenomen voor kosten die gepaard gaan met het afstoten van panden. Ook wordt er geen rekening gehouden met eventuele opbrengsten. Bij de vorming wordt de netto opbrengst van de verkoop (begin 2023) van Februariplantsoen 3, € 270.000 gestort in de reserve. Daarnaast is er nu € 35.000 nodig in relatie tot voorbereiding overdracht, danwel verkoop van de woonwagenlocaties.

Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing

2023, tot het moment dat er geen panden meer in de niet-kern portefeuille zitten.

13

Naam Soort Functie Doel

Maximale hoogte Wijze van storting en onttrekking

Begroting/ realisatiebasis

Reserve afschrijvingslasten investeringen economisch nut Bestemmingsreserve Egalisatie Deze reserve dient ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten van geactiveerde investeringen die op grond van het besluit begroting en verantwoording (BBV) aangemerkt worden als investeringen met een economisch nut. De hoogte van de reserve is maximaal de boekwaarde van de investeringen. Het totale bedrag van de desbetreffende investering met economisch nut wordt toegevoegd aan de reserve. De reserve valt gefaseerd vrij ten gunste van de exploitatie overeenkomstig de looptijd (afschrijvingstermijn) van de daaraan gekoppelde investeringen. Realisatiebasis

Bestedingsplan, indien bekend

Eventuele aanwending van de reserve, anders dan voor de onderliggende doelstelling, zal budgettaire problemen met zich meebrengen in verband met het wegvallen van dekkingsmiddelen.

Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing

Einde looptijd investeringen.

14

Naam Soort

Reserve afschrijvingslasten maatschappelijk nut Bestemmingsreserve

Functie Doel

Egalisatie Deze reserve dient ter dekking van de kapitaallasten van (in het verleden) geactiveerde investeringen. Het betreft hier alleen investeringen die op grond van het besluit begroting en verantwoording (BBV) aangemerkt worden als investeringen met een maatschappelijk nut, voornamelijk aanleg/reconstructies van wegen en investeringen in openbare verlichting. De hoogte van de reserve is maximaal de boekwaarde van de investeringen. De besteding (onttrekking) van de reserve loopt parallel met de afschrijvingstermijnen van de onderliggende activa. De reserve valt gefaseerd vrij ten gunste van de exploitatie overeenkomstig de looptijd van de daaraan gekoppelde investeringen.

Maximale hoogte Wijze van storting en onttrekking

Begroting/ realisatiebasis

Realisatiebasis

Bestedingsplan, indien bekend

Eventuele aanwending van de reserve, anders dan voor de onderliggende doelstelling, zal budgettaire problemen met zich meebrengen in verband met het wegvallen van dekkingsmiddelen.

Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing

Einde looptijd investeringen.

15

Naam Soort

Reserve vervanging materieel Bestemmingsreserve

Functie Doel

Egalisatie Deze reserve is bestemd voor de dekking van vervangingsinvesteringen van het gemeentelijke wagenpark en machines voor het onderhoud en beheer van de openbare ruimte.

Maximale hoogte

De hoogte van de reserve is maximaal de boekwaarde van de investeringen. De voeding van de reserve vindt plaats door een jaarlijkse storting vanuit de exploitatie die is gebaseerd op een integraal vervangingsplan. Het doel van deze reserve is een solide tarievenbeleid voor de afvalstoffenheffing/reinigingsrechten (stabiel tarief) doordat de structurele storting onderdeel uitmaakt van de tarieven en de (fluctuerende) kapitaallasten van de vervangingsinvesteringen worden geëgaliseerd. De vervangingsinvesteringen worden overgeboekt naar de reserve kapitaallasten investeringen met een economisch nut. Vanuit deze reserve vindt vervolgens parallel met de afschrijvingstermijn de jaarlijkse vrijval ten gunste van de exploitatie plaats.

Wijze van storting en onttrekking

Begroting/ realisatiebasis Bestedingsplan, indien bekend

Realisatiebasis Volgens planning vindt vervanging plaats van bedrijfswagens en machines ten behoeve van het onderhoud van de openbare ruimte.

Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing

Einde looptijd investeringen.

16

Naam Soort

Reserve vervanging containers Bestemmingsreserve

Functie Doel

Egalisatie Deze reserve is bestemd voor de dekking van vervangingsinvesteringen van huisvuil-, papier- en bedrijfsvuilcontainers alsmede investeringen in ondergrondse afvalinzameling. De hoogte van de reserve is maximaal de boekwaarde van de investeringen. De voeding van de reserve vindt plaats door een jaarlijkse storting vanuit de exploitatie die is gebaseerd op een integraal vervangingsplan. De werking van deze reserve is gelijk aan de werking van de reserve vervanging materieel.

Maximale hoogte Wijze van storting en onttrekking

Begroting/ realisatiebasis

Realisatiebasis

Bestedingsplan, indien bekend

Volgens planning vindt vervanging plaats van diverse containers voor inzameling van huisvuil, papier en bedrijfsvuil alsmede ondergrondse afvalcontainers. N.v.t.

Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing

17

Naam

Reserve herplantfonds

Soort Functie Doel

Bestemmingsreserve Besteding Deze reserve is ingesteld voor het bekostigen van de herplant van bomen.

Maximale hoogte

Reserves met een bestedingsfunctie hebben geen maximale hoogte. De reserve wordt gevuld met gelden afkomstig van mensen die een kapvergunning hebben gekregen, zonder dat een fysieke herplantplicht is opgelegd. De reserve is derhalve bedoeld om de ontvangen bijdragen te gebruiken voor de uitgaven van het herplanten van bomen zoals bedoeld in het vastgestelde groenbeleidsplan 2021-2025. Realisatiebasis Besteding vindt plaats in overleg met omwonenden en/of de Stichting "Sliedrecht Groen".

Wijze van storting en onttrekking

Begroting/ realisatiebasis Bestedingsplan, indien bekend Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing

N.v.t.

18

Bijlage 2. voorzieningen gemeente Sliedrecht Voorziening spaarverlof ambtenaren De voorziening is gevormd ter dekking van kosten van vervanging bij opname van spaarverlof door medewerkers. Voorziening wachtgeld personeel De voorziening is bedoeld om WW-verplichtingen van (voormalige) personeelsleden met een boven formatieve status te bekostigen. Voorziening pensioen voormalige wethouders De voorziening is gevormd voor het opbouwen van vermogen om de pensioenverplichtingen van (oud) wethouders die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt te bekostigen. De stand van de voorziening wordt gebaseerd op basis van actuele actuariële berekeningen. Voorziening liquidatie Logopedische Kring (LDKS) De gemeente Sliedrecht verzorgt als centrumgemeente de afwikkeling van de liquidatie van de voormalige Logopedische Dienst Kring Sliedrecht (LDKS). De baten en lasten hiervan zijn opgenomen in de exploitatie. De voorziening is gevormd voor de mogelijke risico's die samenhangen met de liquidatie die doorloopt tot en met 2026. Voorziening buitengewoon onderhoud gebouwen De voorziening heeft de functie om schommelingen in het jaarlijks groot onderhoud van diverse gemeentelijke gebouwen en objecten op te vangen. De voorziening is gerelateerd aan het vigerende onderhoudsplan, op dit moment vastgestelde onderhoudsplan vastgoed 2021-2024.

Voorziening onderhoud haven De voorziening heeft de functie om schommelingen in het groot onderhoud van de Sliedrechtse haven op te vangen. De voorziening is gerelateerd aan het vigerende onderhoudsplan, op dit moment het vastgestelde onderhoudsplan binnenhaven 2022-2026. Voorziening onderhoud wegen De voorziening dient als egalisatie van het jaarlijks groot onderhoud van de wegen alsmede voor het nog niet uitgevoerd straatwerk uit programma's van voorgaande jaren. De voorziening is gerelateerd aan het vigerende onderhoudsplan, op dit moment het vastgestelde onderhoudsplan wegen 20212025. Voorziening onderhoud ponton waterbus De voorziening heeft de functie om schommelingen in het groot onderhoud van de waterbushalte (aanlegsteiger) op te vangen. Voorziening onderhoud bruggen De voorziening heeft de functie om schommelingen in het groot onderhoud van het bruggenareaal op te vangen. De voorziening is gerelateerd aan het vigerende onderhoudsplan, op dit moment het vastgestelde onderhoudsplan bruggen 2022-2026. Voorziening riolering De voorziening is gerelateerd aan het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023 en is bedoeld om te sparen voor toekomstige vervangingsinvesteringen, met als doel een gelijkmatige tariefopbouw. De voeding van de voorziening vindt plaats door een jaarlijkse storting (zgn.

spaarbedrag) welke is vastgesteld in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Dit spaarbedrag maakt onderdeel uit van het tarief van de rioolheffing.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/527/documents/6895