Bijlage 1 - Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen blok B.pdf
Tekst van het document
Nota beantwoording Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning
Pagina 1 van 29
16-3-2026
Inhoudsopgave Aanleiding ...................................................................................... 3
3.3
Inwoner 1 (betreft een gezamenlijke zienswijze van 2 inwoners) 19
Leeswijzer ...................................................................................... 4
3.4
Inwoner 2 ............................................................................... 24
Samenvatting en beantwoording ..................................................... 5 3.1
Waterschap Rivierenland............................................................ 5
3.2 Hekkelman advocaten/notarissen namens ALDI VASTGOED B.V. en ALDI CULEMBORG B.V. ...................................................................... 8
Pagina 2 van 29
Ambtshalve wijzigingen ................................................................. 27 Conclusie ...................................................................................... 29
Aanleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft in het kader van de coördinatieprocedure volgens afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht de ontwerpwijziging van het omgevingsplan (TAM‑omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht) en de ontwerp‑omgevingsvergunning voor een woningbouwplan aan het Burgemeester Winklerplein te Sliedrecht van 19 december 2025 tot en met 30 januari 2026 ter inzage gelegd. Binnen deze termijn zijn vier zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn ontvankelijk.
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 3 van 29
Leeswijzer In deze nota van beantwoording zijn de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 3 samengevat en van een inhoudelijke reactie voorzien. Daarbij is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van het voorgenomen besluit en, zo ja, op welk onderdeel. In verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de persoonsgegevens van natuurlijke personen die een zienswijze hebben ingediend geanonimiseerd en vervangen door een uniek nummer. Dit nummer wordt aan de indieners verstrekt bij de vastgestelde nota. Met dit nummer kunnen zij in deze nota de beantwoording op hun zienswijze terugvinden. Naast aanpassingen als gevolg van de zienswijzen willen we zelf ook enkele wijzigingen doorvoeren om het plan te verbeteren. Deze zijn weergegeven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt een algemene conclusie getrokken.
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 4 van 29
Samenvatting en beantwoording Hieronder hebben wij de binnengekomen reacties per indiener – in samengevatte vorm en cursief weergegeven – opgenomen. Na ieder punt geven wij onze inhoudelijke reactie daarop..
3.1 a.
b.
Waterschap Rivierenland Zienswijzen
Beantwoording
Conclusie
Voor de watercompensatieopgave is nog geen concrete invulling opgenomen. Binnen het plangebied is geen ruimte gereserveerd en de bestaande voorwaardelijke verplichting wordt als onvoldoende beschouwd. Verzocht wordt om als voorwaardelijke verplichting in het omgevingsplan op te nemen dat eerst een watervergunning voor de compenserende maatregelen moet zijn verleend.
Het klopt dat in de ontwerpfase nog geen concrete invulling van de watercompensatieopgave is opgenomen. Dit is ook niet vereist, omdat de uitwerking en toetsing daarvan plaatsvindt bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Daarom is in de omgevingsplanwijziging een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Wij kunnen instemmen met het door het waterschap voorgestelde alternatief, waarbij wordt geborgd dat de omgevingsvergunning voor bouwen pas kan worden verleend nadat de benodigde watervergunning is verleend. Op dat moment is ook duidelijk hoe de watercompensatieopgave wordt ingevuld. Dit maakt tevens dat de wijziging van het omgevingsplan kan worden vastgesteld, maar nog niet wordt bekendgemaakt. De bekendmaking vindt pas plaats (vanwege de coördinatieregeling) op het moment dat ook de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit kan worden verleend en dus de watercompensatie is uitgewerkt en goed gekeurd door het waterschap.
Aanpassing voorwaardelijke verplichting (artikel 4.5.3) naar:
Niet is aangetoond dat hemelwater op eigen terrein kan worden verwerkt zonder wateroverlast te veroorzaken of afwenteling op de omgeving.
Het klopt dat in het ontwerp van de omgevingsplanwijziging nog niet volledig is aangetoond hoe het hemelwater op eigen terrein wordt verwerkt zonder wateroverlast of afwenteling op de omgeving. Hoewel het wenselijk zou zijn geweest om deze technische uitwerking al in de planfase beschikbaar te
Geen aanpassing
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 5 van 29
Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in dit artikel wordt uitsluitend verleend indien en voor zover: a. voor de benodigde compenserende maatregelen ten behoeve van de toename van het verhard oppervlak een watervergunning van het bevoegd gezag (Waterschap Rivierenland) is verleend; b. de compenserende maatregelen overeenkomstig deze watervergunning worden gerealiseerd en in stand worden gehouden, voordat de bouwwerkzaamheden worden voltooid.
hebben, was deze op dat moment nog niet gereed. Door het vervallen van het instrument TAM-omgevingsplan was er bovendien geen ruimte om de ter inzage legging van het ontwerpbesluit uit te stellen. De beoordeling van de hemelwateropgave is daarom doorgeschoven naar het moment voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Voor vergunningverlening moet de initiatiefnemer aantonen dat het hemelwater op doelmatige wijze wordt vastgehouden of verwerkt zonder wateroverlast of afwenteling op de omgeving. Dit betreft zowel de berging op het eigen terrein als de afvoer van het deel dat eventueel niet op het eigen terrein kan worden verwerkt. Voor beide onderdelen moet hydrologisch worden onderbouwd dat het gemeentelijk hemelwaterstelsel en het ontvangende watersysteem de extra belasting kunnen verwerken, met name bij piekbuien. Daarnaast moet de initiatiefnemer voldoen aan de compensatieopgave uit de waterschapsverordening voor de toename van verhard oppervlak, waarbij voldoende waterberging moet worden gerealiseerd op basis van de geldende regenduurlijnen: neerslag over 24 uur. Voor de benodigde maatregelen is daarnaast een watervergunning vereist.
Met de aangepaste voorwaardelijke verplichting (zie beantwoording onder a) – die bepaalt dat de omgevingsvergunning bouwen pas kan worden verleend nadat de watervergunning is verleend – is geborgd dat een hydrologisch verantwoorde oplossing wordt uitgewerkt voordat beide besluiten kunnen worden bekendgemaakt. De zienswijze geeft daarom geen aanleiding tot verdere aanpassing van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan, anders dan onder beantwoording a. al is beschreven. c.
In bijlage 11 bij de toelichting is het het plangebied kleiner is weergegeven dan de perceelsoppervlakken volgens het kadaster zijn. Ook zijn eerdere berekeningen (ihkv het gevoerde vooroverleg) gebaseerd op andere
Deze constatering is terecht. Door een verschrijving zijn onjuiste gegevens in bijlage 11 terechtgekomen. Voor de beoordeling van de waterbalans is het van belang dat wordt uitgegaan van de juiste en actuele perceels- en
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 6 van 29
Bijlage 11 van de toelichting wordt aangepast door de juiste gegevens over de perceelsoppervlakte en de hoeveelheid verharding op te nemen.
oppervlakten. Verzocht wordt om correcte oppervlakten te hanteren voor de waterbalans.
plangebiedoppervlakten. Bijlage 11 wordt daarom gecorrigeerd en voorzien van de juiste gegevens. Deze omissie heeft verder geen inhoudelijke of juridische gevolgen, omdat de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit niet wordt verleend voordat de watervergunning voor de watercompensatie is afgegeven.
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 7 van 29
3.2 a.
Hekkelman advocaten/notarissen namens ALDI VASTGOED B.V. en ALDI CULEMBORG B.V. Zienswijzen
Beantwoording
Conclusie
De ontwikkeling van Blok B maakt onderdeel uit van een bredere herontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein, waaronder ook ALDI’s eigen ontwikkeling (Blok C). ALDI stelt dat de ruimtelijke effecten van deze samenhangende projecten integraal hadden moeten worden beoordeeld.
De ontwikkeling van Blok B maakt onderdeel uit van een bredere herontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein.
Geen aanpassing
De gemeentelijke visie voor het plein, zoals weergegeven in bijlage 14 van de toelichting, bevat stedenbouwkundige randvoorwaarden op hoofdlijnen voor het gehele gebied, waaronder zowel Blok B als de locatie van ALDI (Blok C). Deze visie heeft het karakter van een ruimtelijk kader en bevat geen rechtstreeks juridisch bindende programmatische verplichtingen. Hoewel beide locaties binnen hetzelfde plangebied liggen, is geen sprake van één ondeelbaar of onlosmakelijk samenhangend project in planologische zin. Blok B en Blok C betreffen afzonderlijke percelen, kennen een eigen programma, worden door verschillende initiatiefnemers ontwikkeld en zijn zelfstandig uitvoerbaar. De realisatie van Blok B is niet afhankelijk van de gelijktijdige ontwikkeling van Blok C en omgekeerd evenmin. Van een zodanige functionele of technische samenhang dat slechts sprake zou zijn van één project, is dan ook geen sprake. Dat beide ontwikkelingen passen binnen één stedenbouwkundige visie maakt niet dat zij juridisch als één project moeten worden beschouwd. Het is vaste praktijk dat binnen een gebiedsvisie meerdere deelprojecten afzonderlijk planologisch worden uitgewerkt, mits ieder project op zichzelf ruimtelijk aanvaardbaar is.
Voor zover wordt gewezen op een integrale beoordeling van cumulatieve effecten, geldt dat in de m.e.r.-beoordeling is bezien of andere voldoende concrete ontwikkelingen in de omgeving bij de beoordeling moesten worden betrokken. De
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 8 van 29
plannen voor Blok C bevinden zich thans nog niet in een concreet uitgewerkt stadium waarin omvang, programma en milieugevolgen voldoende bepaalbaar zijn om deze als zelfstandig project in deze procedure te betrekken. Dat neemt niet weg dat de gemeente de bredere herontwikkeling van het plein, inclusief Blok C in samenhang met een ontwikkeling aan de Rijnstraat, planologisch wil faciliteren. Zodra voor Blok C een concreet plan wordt ingediend, zal dat plan zelfstandig worden beoordeeld, waarbij ook de samenhang met reeds gerealiseerde of vergunde ontwikkelingen, waaronder Blok B, wordt betrokken. De ontwikkeling van Blok B past binnen de vastgestelde stedenbouwkundige randvoorwaarden en is zelfstandig ruimtelijk aanvaardbaar. b.
In de toelichting van het ontwerpplan is uitsluitend Blok B betrokken. Hierdoor zijn volgens de zienswijze belangrijke gezamenlijke effecten, zoals parkeerdruk en behoefte aan dagelijkse detailhandel, niet in samenhang beoordeeld. Dit zou de ontwikkeling van Blok C kunnen belemmeren.
In de toelichting bij de wijziging van het omgevingsplan is de beoordeling primair gericht op Blok B, omdat dit de concrete ontwikkeling is waarvoor het plan wordt vastgesteld. Dat neemt niet weg dat Blok B onderdeel uitmaakt van een bredere herontwikkelingsvisie voor het Burgemeester Winklerplein, zoals weergegeven in het stedenbouwkundig kader (bijlage 14). Deze visie vormt het ruimtelijke kader op hoofdlijnen waarbinnen meerdere deelontwikkelingen, waaronder Blok C, kunnen worden gerealiseerd. Een integrale beoordeling van gezamenlijke effecten is aan de orde voor zover andere ontwikkelingen ten tijde van de besluitvorming voldoende concreet en bepaalbaar zijn om hun ruimtelijke effecten objectief in kaart te kunnen brengen. Daarbij is bepalend of omvang, programma en realisatie voldoende vaststaan om een inhoudelijke beoordeling mogelijk te maken. Voor Blok C geldt dat deze ontwikkeling op het moment van vaststelling van het omgevingsplan nog niet zodanig planologisch is uitgewerkt dat de effecten op de fysieke leefomgeving daarvan concreet en toetsbaar konden worden betrokken bij de onderhavige procedure. Voor zover
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 9 van 29
Geen aanpassing
zich in de aanloop naar de besluitvorming ontwikkelingen hebben voorgedaan, geldt dat slechts die informatie is betrokken die voldoende concreet en verifieerbaar was om de effecten op de fysieke leefomgeving te kunnen bepalen. Om die reden is de toelichting gericht op de zelfstandige aanvaardbaarheid van Blok B. Ten aanzien van de parkeerdruk geldt dat voor Blok B een zelfstandige parkeerbalans is opgesteld conform het gemeentelijke parkeerbeleid. Uit de parkeerdrukmeting blijkt dat in de omgeving structureel restcapaciteit aanwezig is en dat geen sprake is van een reeds overbelaste parkeersituatie. De parkeerbehoefte die Blok B in de openbare ruimte genereert leidt daarom niet tot een onevenredige aanslag op de beschikbare capaciteit. Daarmee ontstaat geen situatie waarin toekomstige ontwikkelingen feitelijk onmogelijk worden gemaakt. Voor een toekomstige ontwikkeling van Blok C zal de parkeerbehoefte afzonderlijk moeten worden onderbouwd en getoetst aan het geldende parkeerbeleid en de feitelijke parkeersituatie. Daarbij zal ook de samenhang met reeds gerealiseerde ontwikkelingen, waaronder Blok B, worden betrokken. Dat is het gebruikelijke toetsingsmoment voor een integrale afweging. Ten aanzien van de dagelijkse detailhandel geldt dat het programma voor Blok B is beperkt tot maximaal 585 m² aan commerciële functies.
Deze omvang past binnen de ruimtelijke en functionele structuur van het Burgemeester Winklerplein en leidt niet tot een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau of een onevenwichtige detailhandelsstructuur. De ontwikkeling neemt daarmee geen zodanige programmatische ruimte in dat toekomstige initiatieven, zoals verplaatsing van de Aldi, op voorhand worden uitgesloten. Gelet op het voorgaande is geen sprake van een situatie waarin belangrijke gezamenlijke effecten buiten beschouwing Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 10 van 29
zijn gelaten of waarin de ontwikkeling van Blok B de toekomstige planvorming voor Blok C belemmert. Blok B is zelfstandig passend binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en past binnen de bredere gebiedsvisie voor het plein. c.
Aangevoerd wordt dat de parkeerbehoefte van Blok B deels wordt afgewenteld op het openbaar gebied, waardoor onvoldoende restcapaciteit kan overblijven voor Blok C. Ook zou de ontwikkeling van Blok B een groot deel van de toekomstige uitbreidingsruimte voor dagelijkse detailhandel innemen.
Voor Blok B is een zelfstandige parkeerbalans opgesteld conform het gemeentelijke parkeerbeleid. Hieruit volgt dat het plan grotendeels in de eigen parkeerbehoefte voorziet, waarbij uitsluitend de bezoekers van de woningen en de commerciële functies gebruik maken van de openbare ruimte. Uit de uitgevoerde parkeerdrukmeting blijkt dat in de directe omgeving structureel voldoende restcapaciteit aanwezig is om deze aanvullende parkeerbehoefte op te vangen, zonder dat sprake is van een onaanvaardbare parkeerdruk. Daarmee is de parkeeroplossing voor Blok B passend binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De beoordeling van het voorliggende plan vindt plaats op basis van de zelfstandige ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan. Dat laat onverlet dat de gemeente de bredere herontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein, waaronder Blok C, eveneens planologisch wil faciliteren. Bij de beoordeling van Blok B is bezien of deze ontwikkeling zodanige gevolgen heeft voor de parkeerdruk in het gebied dat daarmee toekomstige ontwikkelingen feitelijk onmogelijk zouden worden gemaakt. Uit de parkeerbalans en de uitgevoerde parkeerdrukmeting volgt dat in de directe omgeving voldoende restcapaciteit aanwezig is om de parkeerbehoefte die Blok B in de openbare ruimte genereert op te vangen, zonder dat sprake is van een structureel overbelaste situatie.
Voor Blok C geldt dat deze ontwikkeling thans nog niet concreet planologisch is uitgewerkt. De uiteindelijke invulling, omvang en parkeeroplossing van dat deelgebied zullen bij de verdere planvorming nader worden bepaald en afzonderlijk
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 11 van 29
Geen aanpassing
worden getoetst aan het parkeerbeleid en de feitelijke parkeersituatie. Gelet op de beschikbare restcapaciteit en de spreiding van parkeerplaatsen binnen het gebied is geen sprake van een situatie waarin Blok B vooruitloopt op of onevenredig beslag legt op parkeerruimte die noodzakelijk is voor een toekomstige ontwikkeling. De ontwikkeling van Blok B staat daarmee de beoogde verdere herontwikkeling van het plein niet op voorhand in de weg. Ten aanzien van de dagelijkse detailhandel geldt dat het programma voor Blok B beperkt is tot maximaal 585 m² aan commerciële functies. Deze omvang past binnen de ruimtelijke en functionele structuur van het Burgemeester Winklerplein en leidt niet tot een ontwrichting van de detailhandelsstructuur of tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. De ontwikkeling blijft bovendien binnen de bandbreedte die in eerdere planologische verkenningen voor deze locatie ruimtelijk aanvaardbaar werd geacht. Dat een toekomstige ontwikkeling van Blok C ook commerciële functies omvatten, betekent niet dat de thans voorziene ontwikkeling voor Blok B planologisch niet aanvaardbaar is. Iedere toekomstige uitbreiding zal zelfstandig moeten worden onderbouwd en getoetst aan het dan geldende beleid en de ruimtelijke situatie.
Gelet op de beperkte omvang van het programma voor Blok B en de beschikbare parkeercapaciteit in de omgeving bestaat geen grond voor het oordeel dat dit plan toekomstige ontwikkelingen ruimtelijk of programmatisch onmogelijk maakt. d.
Gesteld wordt dat de m.e.r.-beoordeling onzorgvuldig is, omdat cumulatie met andere projecten ten onrechte buiten beschouwing is gelaten.
Dit oordeel delen wij niet. In de aanmeldnotitie en in het m.e.r.-beoordelingsbesluit is beoordeeld of sprake kan zijn van cumulatie met andere bestaande of voldoende concreet voorziene projecten in de omgeving. Daarbij is op basis van
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 12 van 29
Aan de aanmelding notitie (bijlage 5 toelichting) onder het kopje cumulatie het volgende toevoegen:
vaste jurisprudentie beoordeeld welke ontwikkelingen bestaand, vergund of voldoende concreet en toetsbaar zijn om in de cumulatietoets te moeten worden betrokken. Uit deze beoordeling volgt dat daarvan geen sprake is. Hoewel binnen de bredere gebiedsontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein ook andere deelgebieden, zoals Blok C, in beeld zijn, geldt dat hiervoor geen concreet uitgewerkt en toetsrijp plan beschikbaar is. Er is geen aanvraag ingediend, geen ontwerpplan ter inzage gelegd en het programma, de omvang en de milieugevolgen zijn niet objectief bepaalbaar. De ontwikkeling bevindt zich daarmee niet in een stadium waarin zij in redelijkheid bij de cumulatie kan of moet worden betrokken. Alleen projecten die ten tijde van de besluitvorming voldoende concreet zijn, dienen in de beoordeling te worden meegenomen. De andere onderdelen van het stedenbouwkundig kader zijn daarvoor op dit moment te globaal. Een eventuele aanvraag die op een later moment wordt ingediend, ook indien dit kort voor de besluitvorming gebeurt, is niet automatisch een ‘voldoende concreet en toetsbaar’ project. Een initiatief is pas toetsrijp wanneer het bevoegd gezag de aangeleverde milieugegevens inhoudelijk heeft beoordeeld en de milieugevolgen objectief vaststelbaar zijn.
Een late aanvraag voor een ander initiatief wordt daarom, indien nodig, in de procedure van dat initiatief zelf beoordeeld en leidt niet tot aanpassing of herziening van de m.e.r.-beoordeling voor Blok B. Om dit beoordelingskader expliciet te maken, wordt de aanmeldnotitie op het punt van cumulatie aangevuld. In deze aanvulling wordt vastgelegd dat het bevoegd gezag bij de m.e.r.-beoordeling uitsluitend ontwikkelingen betrekt die op het moment van besluitvorming voldoende concreet en toetsbaar zijn, en dat late of nog niet inhoudelijk beoordeelde aanvragen niet als zodanig worden aangemerkt. Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 13 van 29
Het bevoegd gezag beoordeelt cumulatie op basis van de feiten die op het moment van het nemen van het m.e.r.-beoordelingsbesluit voldoende concreet en toetsbaar zijn. Alleen projecten die bestaand, vergund of voldoende concreet uitgewerkt zijn om hun milieugevolgen objectief vast te stellen, worden op grond van vaste jurisprudentie in de cumulatietoets betrokken. Dit betekent dat alleen ontwikkelingen waarvan programma, omvang en milieugevolgen betrouwbaar en verifieerbaar zijn, worden meegenomen in de beoordeling. Binnen en in de directe omgeving van het Burgemeester Winklerplein is naast Blok B geen enkele andere ontwikkeling aanwezig die aan deze criteria voldoet. Er zijn geen vergunde projecten met relevante milieueffecten, geen ontwerpplannen die ter inzage zijn gelegd en geen initiatieven waarvoor door het bevoegd gezag een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen, waaronder Blok C of andere verkenningen in het gebied, bevinden zich in een stadium waarin geen sprake is van objectief bepaalbare milieugevolgen. Voor deze initiatieven zijn geen aanvragen inhoudelijk beoordeeld, geen ontwerpbesluiten beschikbaar en ontbreken voldoende
De m.e.r.-beoordeling richt zich derhalve terecht op het voorliggende plan voor Blok B. De aanmeldnotitie laat zien dat de effecten van Blok B op aspecten zoals verkeer, parkeren, luchtkwaliteit, geluid, flora en fauna en bodem niet leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen, ook niet in combinatie met andere bestaande of voldoende concrete ontwikkelingen. Dat de ontwikkeling onder de relevante drempelwaarden blijft, vormt daarbij niet het enige criterium, maar is in samenhang met aard, omvang en locatie van het project betrokken bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Een milieueffectrapport is daarom niet vereist. e.
Daarnaast wordt aangevoerd dat de onderbouwing van het ontwerpplan voor Blok B zelf gebreken bevat. Onderzoeken zouden zijn gebaseerd op uitgangspunten die niet overeenkomen met de maximale planologische mogelijkheden, onder meer bij de verkeersgeneratie. Ook zouden eerdere planologische mogelijkheden ten onrechte zijn meegerekend (vermindering verkeersgeneratie van de gesloopte woningen), terwijl het gebruik al langer dan vijf jaar is gestaakt. Volgens de zienswijze zijn hierdoor meerdere onderzoeken die aan het ontwerpplan ten grondslag liggen en waarbij van deze verkeersgeneratiecijfers gebruik is gemaakt daardoor gebrekkig.
De stelling dat de onderbouwing van het ontwerpplan voor Blok B gebreken bevat, delen wij niet. Uitgangspunt bij het wijzigen van het omgevingsplan is dat de daaraan ten grondslag gelegde onderzoeken dienen aan te sluiten bij de planologische mogelijkheden die het plan biedt. De onderzoeken die aan het ontwerpplan ten grondslag liggen, zijn opgesteld op basis van het in de toelichting beschreven concrete programma van 55 woningen en een begrensde commerciële plint. Dit programma vormt het beoogde ontwikkelkader van het plan en is als zodanig als uitgangspunt voor de onderzoeken gehanteerd. Bij de vaststelling van het omgevingsplan wordt dit woningprogramma expliciet in de planregels geborgd, zodat de maximale planologische mogelijkheden volledig overeenkomen met de uitgangspunten die aan de onderzoeken ten grondslag liggen. Daarmee is verzekerd dat de planologische ruimte niet ruimer is dan waarvan in de verkeers-, parkeer- en milieuonderzoeken is uitgegaan. Voor parkeren geldt dat het gemeentelijke parkeerbeleid bepaalt dat functies waarvan het feitelijke gebruik langer dan vijf jaar geleden is beëindigd, niet mogen worden betrokken bij de berekening van de parkeerbehoefte. De voormalige
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 14 van 29
uitgewerkte gegevens over programma, omvang en milieueffecten. Dergelijke globale of onzekere plannen worden niet als voldoende concreet beschouwd om in een cumulatietoets te betrekken.
•
Na artikel 4.2 lid d, wordt een nieuw lid e toegevoegd met de volgende inhoud:
ten hoogste 33 woningen een bruto vloeroppervlakte groter dan 100 m² mogen hebben •
Het bestaande artikellid 4.2 onder e wordt verletterd tot 4.2 onder f
functies op deze locatie — te weten 22 sociale huurwoningen en een apotheek — zijn langer dan vijf jaar geleden feitelijk beëindigd. Daarom is deze oude parkeerbehoefte terecht niet meegenomen en is uitsluitend uitgegaan van de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkeling. Dit betreft een beleidsmatige keuze binnen het gemeentelijke parkeerbeleid. Voor verkeersgeneratie hebben geldt een ander toetsingskader. Bij de beoordeling van verkeerskundige effecten wordt in beginsel aangesloten bij de planologisch toegestane situatie die zonder planwijziging kan worden gerealiseerd (de referentiesituatie), ongeacht of die situatie feitelijk tijdelijk niet in gebruik is. De woonbestemming is op deze locatie planologisch toegestaan. Van een juridischplanologische beëindiging van de eerdere functies is geen sprake; de bestemming is niet vervallen en het toegestane gebruik is niet planologisch uitgesloten. Dat het feitelijke gebruik circa zes jaar geleden is gestaakt, betekent daarom in juridische zin niet dat deze planologische mogelijkheden als duurzaam beëindigd moeten worden beschouwd.
Nu de voormalige functies planologisch nog steeds zijn toegestaan en de daarbij behorende verkeersgeneratie objectief bepaalbaar is aan de hand van algemeen aanvaarde CROW-kengetallen, is het betrekken van deze verkeersgeneratie bij de referentiesituatie ruimtelijk aanvaardbaar en in overeenstemming met de gebruikelijke methodiek in de verkeerskundige praktijk en jurisprudentie. Daarmee is geen sprake van het hanteren van een onjuiste uitgangssituatie. In de verkeerskundige beoordeling is voor de nieuwe ontwikkeling gerekend met het in de toelichting beschreven woningprogramma, waaronder een verdeling naar bruto vloeroppervlakte. Dit is relevant omdat de CROW-kengetallen voor verkeersgeneratie afhankelijk zijn van woningtype en grootte. Naar aanleiding van de zienswijze van ALDI zal dit Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 15 van 29
woningprogramma bij de vaststelling van het omgevingsplan expliciet in de planregels worden geborgd. Hierdoor wordt uitgesloten dat binnen de bouwmassa een afwijkend woningtype of een groter aandeel verkeersintensievere woningen kan worden gerealiseerd dan waarvan in de onderzoeken is uitgegaan. Voor zover het ontwerpplan op onderdelen nog geen expliciete differentiatie naar woninggrootte in de regels bevatte, wordt deze bij vaststelling alsnog vastgelegd, zodat iedere mogelijke verschil tussen onderzoeksuitgangspunten en planologische mogelijkheden wordt weggenomen. Daarmee wordt vastgelegd dat het plan uitsluitend die woningtypologie mogelijk maakt waarmee in de verkeers-, parkeer- en milieuonderzoeken is gerekend. De maximale planologische mogelijkheden en de gehanteerde onderzoekuitgangspunten vallen daarmee volledig samen. De overige onderzoeken die gebruikmaken van deze verkeersgeneratiecijfers — waaronder de onderzoeken naar luchtkwaliteit en geluid — sluiten hiermee eveneens volledig aan op hetgeen het omgevingsplan na vaststelling mogelijk maakt. Nu de verkeerskundige uitgangspunten juridischplanologisch zijn geborgd en de referentiesituatie correct is bepaald, bestaat geen grond voor het oordeel dat deze onderzoeken onvolledig of gebrekkig zijn.
De zienswijze geeft daarom geen aanleiding het ontwerpplan op dit punt aan te passen, anders dan de hierboven genoemde verduidelijkende borging in de planregels. f.
Vanwege de hiervoor genoemde argumenten voldoet het ontwerpplan niet aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daardoor kan het plan volgens indiener niet worden vastgesteld en kan ook de ontwerpomgevingsvergunning niet definitief worden verleend.
De stelling dat de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan niet voldoet aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, wordt niet gedeeld. Het plan is gebaseerd op de stedenbouwkundige kaders voor het Burgemeester Winklerplein en is inhoudelijk getoetst op de relevante milieu‑ en omgevingsaspecten. Uit deze onderzoeken blijkt dat geen sprake is van onevenredige
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 16 van 29
Geen aanpassing
nadelige effecten. De beoogde functie en maatvoering van Blok B zijn daarom ruimtelijk aanvaardbaar en passen binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. g.
Zelfs als het ontwerpplan zou worden vastgesteld, kan de omgevingsvergunning volgens indiener niet worden verleend, omdat niet wordt voldaan aan de parkeernorm uit artikel 9.3.1 van het ontwerpplan.
De stelling dat de omgevingsvergunning niet kan worden verleend omdat niet wordt voldaan aan artikel 9.3.1 van het ontwerpplan, wordt niet gedeeld. Artikel 9.3.1 bepaalt dat een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit alleen kan worden verleend indien in voldoende mate in parkeerbehoefte wordt voorzien, waarbij de Nota Parkeernormen Sliedrecht 2025 het toetsingskader vormt. De planregel schrijft niet voor dat alle parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd; uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een ontwikkeling op een aanvaardbare wijze wordt opgelost, waarbij zowel eigen terrein als openbare ruimte in de beoordeling kunnen worden betrokken.
Geen aanpassing
Voor Blok B is een parkeerbalans opgesteld die is getoetst aan de Nota Parkeernormen 2025. Daaruit blijkt dat het plan grotendeels voorziet in parkeren op eigen terrein en dat het resterende deel van de parkeerbehoefte binnen de beschikbare capaciteit in de openbare ruimte kan worden opgevangen. Dit is bevestigd in de uitgevoerde parkeerdrukmeting. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernorm zoals bedoeld in artikel 9.3.1. Omdat de activiteit voldoen aan de geldende parkeereisen, vormt dit artikel geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. De zienswijze geeft daarom geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan of de ontwerpomgevingsvergunning. h.
Verzocht wordt om eerst een integrale beoordeling van de ruimtelijke effecten van de gehele herontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein uit te voeren voordat het ontwerpplan wordt vastgesteld of de omgevingsvergunning wordt verleend.
Het verzoek om eerst een integrale beoordeling van de gehele herontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein uit te voeren voordat het ontwerpplan wordt vastgesteld of een omgevingsvergunning wordt verleend, wordt niet gevolgd. De bredere herontwikkeling van het plein is op dit moment slechts op hoofdlijnen uitgewerkt. Voor Blok B ligt
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 17 van 29
Geen aanpassing
een volledig planologisch uitgewerkt initiatief voor, terwijl andere onderdelen, zoals Blok C, nog niet zodanig concreet en toetsrijp zijn dat een objectieve beoordeling van de ruimtelijke effecten in deze procedure mogelijk is. Een integrale beoordeling van gezamenlijke effecten is alleen aan de orde voor zover andere ontwikkelingen ten tijde van de besluitvorming voldoende concreet zijn. Voor Blok B is een volledige onderbouwing opgesteld waarin alle relevante milieu‑ en omgevingsaspecten zelfstandig zijn beoordeeld. Uit deze onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling van Blok B op zichzelf ruimtelijk aanvaardbaar is en past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontwikkeling van Blok B belemmert daarmee niet de toekomstige beoordeling of realisatie van andere ontwikkelingen binnen het gebied. Zodra voor andere onderdelen, zoals Blok C, een concreet plan wordt ingediend, zullen deze plannen zelfstandig worden beoordeeld, waarbij ook de samenhang met reeds vergunde en/of gerealiseerde ontwikkelingen – waaronder Blok B – wordt meegenomen. Dit is het gebruikelijke moment voor een integrale toets van de ruimtelijke effecten. Op voorhand zien wij geen onoverkomelijke belemmeringen die een herontwikkeling van Blok C, in samenhang met een ontwikkeling aan de Rijnstraat, in de weg staan.
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 18 van 29
3.3
Inwoner 1 (betreft een gezamenlijke zienswijze van 2 inwoners) Zienswijzen
Beantwoording
Conclusie
a.
Opgemerkt wordt dat indieners zich niet gehoord voelen en vinden dat ze onvoldoende over het plan zijn geïnformeerd.
Het is jammer om te horen dat indieners zich niet gehoord voelen en het idee hebben dat zij onvoldoende over het plan zijn geïnformeerd. Wij begrijpen dat dit voor omwonenden onzekerheid kan oproepen en dat dit als belastend kan worden ervaren. Het plan kent een langere voorgeschiedenis en is al enkele jaren in beeld; de vergunningverlening is recent in een stroomversnelling gekomen. Om omwonenden te informeren is door de initiatiefnemer een informatieavond georganiseerd. Daarnaast waren in de kennisgeving over de procedure de contactmogelijkheden van de gemeente duidelijk vermeld, zodat belanghebbenden vragen konden stellen of nadere toelichting konden krijgen. Naar aanleiding van de zienswijze is bovendien een ambtelijk gesprek met indieners gevoerd, waarin de plannen zijn toegelicht en vragen zijn beantwoord.
Geen aanpassing
b.
Het aantal woningen en de hoogte van de geplande bebouwing worden als te groot ervaren; er wordt de voorkeur gegeven aan lagere bouw.
Wij begrijpen deze zorg en dat het ingrijpend kan zijn wanneer in de nabijheid van de eigen woning een ontwikkeling plaatsvindt met een hoogteaccent. Wij realiseren ons dat veranderingen in de directe leefomgeving impact hebben op het gevoel van vertrouwdheid en ruimte. Tegelijkertijd geldt dat de gemeenteraad eerder beleidskaders heeft vastgesteld waarin voor deze locatie expliciet ruimte is geboden voor een hogere bouwmassa en een hoogteaccent. Het huidige plan past binnen deze door de raad vastgestelde kaders (zie bijlage 14 toelichting).
Geen aanpassing
Daarnaast is er in Sliedrecht, net als de rest van Nederland, een duidelijke behoefte aan extra woningen. Bij de planvorming is een brede belangenafweging gemaakt, waarbij zowel de woningbouwopgave als de belangen van omwonenden zijn betrokken. Vanuit die afweging is gekozen
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 19 van 29
voor het huidige programma en bouwhoogte. De zienswijze geeft daarom geen aanleiding om het ontwerp aan te passen. c.
Zij verwachten dat de parkeersituatie voor de bestaande flats verslechtert en dat de parkeerdruk toeneemt.
Wij begrijpen de zorg dat de parkeersituatie voor de bestaande flats mogelijk verandert. Het is niet uit te sluiten dat op bepaalde piekmomenten een hogere parkeerdruk wordt ervaren en dat omwonenden soms iets verder moeten lopen dan zij nu gewend zijn. Wij realiseren ons dat dit in de praktijk als minder prettig kan worden ervaren.
Geen aanpassing
Tegelijkertijd blijkt uit de uitgevoerde parkeerdrukmeting dat in de directe omgeving structureel voldoende restcapaciteit aanwezig is. Binnen ons gemeentelijk parkeerbeleid geldt dat deze restcapaciteit toereikend is om de aanvullende parkeerbehoefte van het plan op te vangen, zonder dat sprake is van een onaanvaardbare parkeerdruk. Voor de nieuwe bewoners wordt volledig op eigen terrein in de parkeerbehoefte voorzien. Alleen voor bezoekers en de commerciële functies wordt – conform de gemeentelijke parkeernormennota – deels gebruikgemaakt van de openbare ruimte. Dit is in de parkeerbalans inzichtelijk gemaakt en passend bevonden binnen de geldende beleidskaders. Gelet op de beschikbare restcapaciteit en de spreiding van parkeerplaatsen in het gebied is geen sprake van een situatie waarin Blok B onevenredig beslag legt op parkeerruimte die noodzakelijk is voor andere (toekomstige) ontwikkelingen. De nieuwe parkeersituatie blijft binnen aanvaardbare grenzen en vormt daarom geen aanleiding om het plan aan te passen. d.
Verwacht wordt dat de nieuwe bebouwing leidt tot verlies van zonlicht, lagere binnentemperaturen en hogere stookkosten.
Voor de ontwikkeling is een bezonningsstudie uitgevoerd (bijlage 2 toelichting). Uit deze studie blijkt dat voor enkele omliggende percelen de bezonningssituatie in bepaalde perioden van het jaar zal verslechteren ten opzichte van de huidige situatie. Wij begrijpen dat een verandering in zonlicht een zorgpunt kan zijn, omdat dit een effect heeft op het
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 20 van 29
Geen aanpassing
dagelijks woongenot. De verslechtering blijft echter binnen aanvaardbare en gebruikelijke grenzen voor een stedelijke omgeving en wordt niet als onevenredig beoordeeld. Bij de beoordeling is gekeken naar de aard en duur van de schaduwvorming en de ligging van de betreffende woningen. De effecten beschouwen wij als aanvaardbaar en passend binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wat betreft de genoemde zorgen over lagere binnentemperaturen en hogere stookkosten geldt dat dergelijke effecten samenhangen met bezonning, maar uit de uitgevoerde bezonningsstudie blijken geen aanwijzingen voor een onevenredige impact op het woon‑ en leefklimaat. De bezonningsstudie laat geen schaduwwerking zien die zodanig is dat sprake zou zijn van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat of een onaanvaardbare invloed op de energieprestatie van de bestaande woningen. De zienswijze geeft daarom geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp. e.
Ook wordt aangegeven dat de opbrengst van zonnepanelen naar verwachting afneemt door schaduwwerking.
De zorg van indiener dat de opbrengst van zonnepanelen door extra schaduwwerking zou afnemen, is begrijpelijk. In de uitgevoerde bezonningsstudie is de schaduwwerking van het plan in kaart gebracht. Uit deze studie blijkt dat voor enkele percelen sprake is van een beperkte vermindering van de bezonning, maar dat deze vermindering zich slechts gedurende een beperkt deel van de dag en in specifieke perioden van het jaar voordoet. De studie laat verder zien dat de toename van schaduw binnen aanvaardbare grenzen blijft voor een stedelijke omgeving en dat geen sprake is van een zodanige mate van vermindering van zoninstraling dat dit leidt tot een onevenredige beperking van de werking van bestaande zonnepanelen. Een zekere mate van schaduwwerking door nieuwe bebouwing is in een compacte stedelijke context helaas niet volledig te voorkomen, maar wordt vanuit
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 21 van 29
Geen aanpassing
ruimtelijk‑planologisch perspectief wel als aanvaardbaar beschouwd. Gelet op de beperkte omvang en duur van de schaduweffecten en het feit dat de bezonningsstudie geen aanwijzingen geeft voor een onaanvaardbare verslechtering van het woon- en leefklimaat, bestaat er geen aanleiding om het ontwerpomgevingsplan aan te passen. f.
Daarnaast worden zorgen geuit over inkijk en verlies van privacy.
In de planopzet is rekening gehouden met gebruikelijke stedenbouwkundige verhoudingen voor een stedelijke omgeving, waaronder de onderlinge afstanden tussen bebouwing, de oriëntatie van gevels en ramen, en de verwachte zichtlijnen.
Geen aanpassing
Hoewel niet kan worden uitgesloten dat enige mate van nieuwe zichtrelaties ontstaat, past dit binnen wat in een stedelijke omgeving als aanvaardbaar wordt beschouwd. Er is geen sprake van een onevenredige aantasting van de privacy van omwonenden. g.
Het gebruik van een houtkachel kan volgens de indieners tot klachten van nieuwe bewoners leiden.
Het gebruik van een houtkachel valt binnen de reguliere woonfunctie en is toegestaan zolang dit voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. De omgevingsplanwijziging brengt hierin geen verandering en beperkt het bestaande gebruik niet.
Geen aanpassing
Mocht in de praktijk sprake zijn van hinder, dan bestaan hiervoor de gebruikelijke toezicht- en klachtprocedures, maar dit staat los van het plan en vormt geen belemmering voor het normale gebruik van de bestaande woning. De nieuwe ontwikkeling leidt daarom niet tot een onaanvaardbare beperking van het huidige gebruik van de houtkachel. h.
Tot slot wordt verzocht om schadeloosstelling indien de ontwikkeling toch doorgang vindt.
Een verzoek om schadevergoeding maakt geen onderdeel uit van de besluitvorming over de omgevingsplanwijziging of de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Wanneer sprake is van onevenredige schade als gevolg van een rechtmatig besluit, kunnen belanghebbenden op grond van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 22 van 29
Geen aanpassing
van de Omgevingswet een verzoek om nadeelcompensatie indienen. Dit is een afzonderlijke procedure, waarbij wordt beoordeeld of de gestelde schade uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico en iemand in vergelijking tot anderen onevenredig treft. Wij kunnen ons voorstellen dat deze procedure complex kan zijn. Indien indiener behoefte heeft aan een toelichting op de manier waarop een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend of hoe dit in zijn werk gaat, zijn wij uiteraard bereid dit in een gesprek nader toe te lichten. Voor deze mogelijke schade heeft de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het (privaatrechtelijk) verhaal van eventuele nadeelcompensatie, op basis van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Daarmee is geborgd dat eventuele vergoedingen kunnen worden doorgelegd aan de initiatiefnemer en is de economische uitvoerbaarheid van het project voor de gemeente voldoende zeker.
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 23 van 29
3.4 a.
Inwoner 2 Zienswijzen
Beantwoording
Conclusie
Indiener maakt zich zorgen over de gevolgen van het plan mbt parkeerdruk en veiligheid. In het specifiek de verwachte verkeersdrukte en het gebruik van een deel van de openbare ruimte voor het opvangen van de parkeerdruk van het plan.
Wij begrijpen de zorgen van indiener over een mogelijke toename van parkeerdruk en verkeersbewegingen in de omgeving. Zeker op piekmomenten kan het drukker aanvoelen dan men nu gewend is. Wij realiseren ons dat dit in de praktijk als minder prettig kan worden ervaren.
Geen aanpassing
Uit de uitgevoerde parkeerdrukmeting blijkt echter dat in de directe omgeving structureel voldoende restcapaciteit aanwezig is. Binnen het gemeentelijk parkeerbeleid geldt dat deze restcapaciteit toereikend is om de aanvullende parkeerbehoefte van het plan op te vangen, zonder dat sprake is van een onaanvaardbare parkeerdruk. De Nota Parkeernormen Sliedrecht 2025 biedt namelijk beleidsruimte om een deel van de parkeerbehoefte in de openbare ruimte op te vangen wanneer, dit op het eigen terrein niet mogelijk is en daar binnen acceptabele loopafstand voldoende capaciteit beschikbaar is. Van deze mogelijkheid is hier gebruikgemaakt. Voor de bewoners van het nieuwe plan wordt volledig op eigen terrein in de parkeerbehoefte voorzien. De resterende vraag voor bezoekers en commerciële functies kan binnen de beschikbare restcapaciteit in de omgeving worden opgevangen, ook op het maatgevende moment. Daarnaast blijkt uit verkeerskundig onderzoek dat de toename aan verkeersbewegingen binnen de bestaande infrastructuur zonder knelpunten kan worden verwerkt. De verkeersveiligheid komt daarmee niet in het geding. Gelet op het bovenstaande past de gekozen parkeer- en verkeersoplossing binnen de kaders van het gemeentelijke beleid en binnen een evenwichtige toedeling van functies aan
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 24 van 29
locaties. De zienswijze geeft daarom geen aanleiding om de ontwerp wijziging van het omgevingsplan aan te passen.
De ontwikkeling leidt volgens de indiener tot een aanzienlijke toename van verkeersbewegingen in een gebied dat nu al druk en kwetsbaar is (markt, winkels, fietsers/voetgangers). Dit zou leiden tot extra overlast en onveilige situaties.
Uit het verkeerskundig onderzoek blijkt dat de berekende toename van het extra aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal binnen de capaciteit van de bestaande infrastructuur kan worden verwerkt.
c.
De indiener stelt dat geen onafhankelijk onderzoek is uitgevoerd naar de werkelijke parkeer- en verkeersimpact. Zonder dit onderzoek is volgens hem niet vast te stellen of sprake is van een aanvaardbare ruimtelijke situatie.
De stelling dat geen onafhankelijk onderzoek is uitgevoerd, wordt niet gedeeld. Voor dit plan zijn een parkeerbalans en verkeerskundige onderbouwing opgesteld door onafhankelijke en deskundige bureaus (BRO en Spark), waarbij gebruik is gemaakt van actuele CROW‑kencijfers en lokale beleidskaders. Deze onderzoeken zijn door ons als bevoegd gezag beoordeeld en gecontroleerd, passen binnen de Nota Parkeernormen Sliedrecht 2025, en worden als juist en compleet aangemerkt. De in de onderzoeken neergelegde conclusies onderschrijven wij en maken wij tot de onze. Daarmee is de parkeer- en verkeersimpact objectief onderbouwd en kan worden vastgesteld dat sprake is van een aanvaardbare ruimtelijke situatie in de zin van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Geen aanpassing
d.
Mogelijke oplossingen zoals extra openbare parkeerplaatsen, een parkeerdek of een ondergrondse parkeergarage zijn volgens de indiener niet aantoonbaar onderzocht, terwijl deze de knelpunten zouden kunnen verminderen.
De door indiener genoemde alternatieven (extra openbare parkeerplaatsen, parkeerdek, ondergrondse parkeergarage) maken geen onderdeel uit van het plan waarop nu wordt besloten. Wij begrijpen dat omwonenden graag zien dat mogelijke oplossingen breed worden verkend, zeker wanneer zij zich zorgen maken over parkeerdruk. Wij beoordelen het ingediende initiatief binnen de door de raad vastgestelde
Geen aanpassing
b.
Geen aanpassing
De ontwikkeling veroorzaakt weliswaar een toename van verkeer, maar deze blijft binnen de draagkracht van het lokale verkeersnetwerk, leidt niet tot overschrijding van normen en resulteert niet in een onaanvaardbare verslechtering van de verkeersveiligheid voor voetgangers, fietsers of bezoekers van het winkelgebied. De toename van het aantal verkeersbewegingen is passend binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 25 van 29
stedenbouwkundige kaders voor het Burgemeester Winklerplein. Ten aanzien van een ondergrondse parkeergarage merken wij op dat dergelijke ingrepen in het algemeen hydrologische aandachtspunten kunnen kennen (zoals beïnvloeding van grondwaterstromen en eventueel aanvullende waterhuishoudkundige maatregelen). Voor deze locatie is daar geen afzonderlijk onderzoek naar uitgevoerd binnen dit plan, zodat hierover thans geen conclusies worden getrokken. Eventuele optimalisaties in de openbare ruimte nemen we mee in het gemeentelijke traject voor de herinrichting van het Burgemeester Winklerplein en omgeving, waarbij het parkeren integraal wordt betrokken. Cruciaal is dat de parkeerbehoefte van dit plan overeenkomstig de Nota Parkeernormen Sliedrecht 2025 kan worden opgelost. Daarmee is op zichzelf gezien geen sprake van een parkeerknelpunt dat het onderzoeken of afdwingen van grootschalige alternatieven noodzakelijk maakt. e.
De verwachte toename van parkeer- en verkeersdruk leidt volgens de indiener tot overlast en een verslechtering van de leefbaarheid voor bewoners en ondernemers in de directe omgeving.
De vrees van indiener dat de toename van parkeer- en verkeersdruk tot onevenredige overlast en een verslechtering van de leefbaarheid zal leiden, blijkt niet uit de verrichte onderzoeken. Uit de parkeerbalans volgt dat de resterende parkeerbehoefte binnen de beschikbare restcapaciteit van de openbare ruimte kan worden opgevangen. Het verkeerskundig onderzoek laat zien dat de extra verkeersbewegingen binnen de capaciteit van de lokale infrastructuur kunnen worden verwerkt, zonder dat knelpunten of onveilige situaties worden verwacht. Daarmee is geen sprake van een onaanvaardbare belasting van de omgeving of aantasting van de leefbaarheid. De ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 26 van 29
Geen aanpassing
Ambtshalve wijzigingen Naast de ingediende zienswijzen zijn er onderdelen van het voorgenomen besluit tot wijziging van het omgevingsplan die wij, los van de zienswijzen, zelf aanpassen om het plan te verbeteren. Dit zijn ambtshalve wijzigingen. Hieronder staat per onderdeel aangegeven wat wordt aangepast, wat de aanpassing inhoudt en wat de motivering daarvoor is.
a.
b.
Te wijzigen/aanvullen
Te wijzigen in/tekst aanvullen met
Motivering
Aan artikel 9 van de regels wordt een nieuw artikel 9.4 toegevoegd met de titel Hemelwaterverwerking
9.4 Hemelwaterverwerking
Deze bepaling maakt de gemeentelijke beleidsuitgangspunten (volgens de trits: vasthouden, bergen, afvoeren) op het gebied van hemelwater juridisch bindend en voorkomt dat de gemeentelijke zorgplicht wordt belast met hemelwater dat redelijkerwijs op eigen terrein kan worden verwerkt.
Aan artikel 10 van de regels wordt een nieuwe artikel 10.2 toegevoegd met de titel Hemelwater en terreinwerkzaamheden.
Artikel 10.2 Hemelwater en terreinwerkzaamheden
a. Hemelwater dat op het perceel valt, wordt op het perceel verwerkt, met een minimale bergingscapaciteit van 30 mm; b. Afvoer naar de openbare ruimte is uitsluitend toegestaan indien verwerking op eigen terrein redelijkerwijs niet mogelijk is; c. De in lid b bedoelde onmogelijkheid tot verwerking op eigen terrein wordt aangetoond met een berekening en een deugdelijke technische onderbouwing; en d. Terreinriolering wordt gedimensioneerd op minimaal bui 09 (29,4 mm/uur) en functioneren zodanig dat bij bui 10 (35,7 mm/uur) geen wateroverlast en schade optreedt. a. Het is verboden het perceel zodanig in te richten of te wijzigen dat hemelwater wordt afgewenteld op lagergelegen erven of de openbare ruimte; b. Het is verboden werkzaamheden uit te voeren die de verwerking van hemelwater op eigen terrein beperken of onmogelijk maken; c. Het is verboden de afwatering van het perceel te wijzigen op een wijze die leidt tot wateroverlast op het perceel zelf of op aangrenzende percelen; en
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 27 van 29
Niet‑bouwactiviteiten kunnen eveneens leiden tot wateroverlast of afwenteling. Deze bepaling borgt dat terreinwerkzaamheden voldoen aan dezelfde hemelwaternormen als bouwactiviteiten.
d. Het is verboden hemelwater aan te sluiten op drukriolering. c.
In hoofdstuk 3.4.5 van de toelichting wordt op het einde een passage toegevoegd met het kopje Vertaling naar regels, over de vertaling van beleid naar bindende regels.
Vertaling naar regels
d.
In hoofdstuk 4.4 van de toelichting wordt na de zin "Om de wijken weerbaarder te maken tegen veranderende omstandigheden in het klimaat, zoals hevige regenbuien, zijn maatregelen nodig in de bebouwing en buitenruimte." een passage toegevoegd over de zorgplicht voor hemelwater.
De gemeente heeft op grond van artikel 2.16 van de Omgevingswet een zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar uitsluitend wanneer een perceeleigenaar dit redelijkerwijs niet zelf op het eigen perceel kan verwerken. Om die reden zijn in de planregels bepalingen opgenomen die borgen dat hemelwater primair op eigen terrein wordt verwerkt.
De toelichting verduidelijkt dat de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater alleen geldt wanneer een perceeleigenaar het water redelijkerwijs niet zelf kan verwerken. Dit onderbouwt waarom het plan regels bevat die verwerking op eigen terrein verplicht stellen.
e.
In hoofdstuk 4.4 van de toelichting wordt in de paragraaf over waterhuishoudkundige maatregelen een tekst toegevoegd na de zin "Er zal voorzien worden in voldoende waterberging. Daarnaast wordt de energie van het gebouw duurzaam opgewekt."
Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat hemelwatervoorzieningen minimaal worden gedimensioneerd op bui 09 (29,4 mm/uur) en dat bij bui 10 (35,7 mm/uur) geen wateroverlast mag optreden. Dit sluit aan bij het convenant Klimaatadaptief Bouwen van de provincie Zuid-Holland, waarbij de gemeente in het Water- en Rioleringsprogramma Sliedrecht heeft vastgelegd dat dit als richtlijn geldt voor nieuwe ontwikkelingen.
De toelichting motiveert dat het opnemen van dimensioneringseisen noodzakelijk is om wateroverlast te voorkomen en aan te sluiten bij de gemeentelijke uitgangspunten voor klimaatadaptief bouwen.
f.
In hoofdstuk 4.4 van de toelichting wordt direct na de nieuw toegevoegde passage over de dimensioneringseisen (zoals genoemd onder ambtshalve wijziging e.) een passage toegevoegd over het voorkomen van afwenteling van hemelwater op lagergelegen erven of de openbare ruimte.
Om te voorkomen dat wateroverlast wordt afgewenteld op lagergelegen erven of de openbare ruimte, is in de planregels vastgelegd dat het perceel zodanig moet worden ingericht dat geen toename van overlast optreedt.
De toelichting verduidelijkt dat het voorkomen van afwenteling van hemelwater op lagergelegen erven of de openbare ruimte noodzakelijk is om overlast en schade te voorkomen.
De uitgangspunten uit het Water‑ en Rioleringsprogramma 2024–2028 zijn beleidsmatig richtinggevend, maar binden uitsluitend de gemeente. Omdat deze uitgangspunten ook voor initiatiefnemers moeten gelden, zijn de relevante eisen vertaald in juridisch bindende planregels.
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 28 van 29
De toelichting maakt duidelijk dat het Water‑ en Rioleringsprogramma een beleidsdocument is die alleen de gemeente bindt. Daarom is een toelichting opgenomen waarom deze beleidsuitgangspunten zijn vertaald naar juridisch bindende planregels.
Conclusie De ingediende zienswijzen leiden tot een aanpassing van de toelichting, bijlage bij de toelichting en de regels van de wijziging van het omgevingsplan Sliedrecht.
Nota beantwoording zienswijzen TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht en omgevingsvergunning Pagina 29 van 29