Bijlage 1 - Integraal Huisvestingsplan.pdf
Tekst van het document
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN EMMA ONDERWIJS COLLEGE Rapportage Onderwijsvisie en Onderwijsconcept, mei 2017 GEMEENTE SLIEDRECHT januari 2019
INHOUD 1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding Situatieschets Doel Werkwijze en uitgangspunten
2.
Verantwoordelijkheidsverdeling
3. 3.1 3.2 3.3
Context Onderwijshuisvesting gemeente Sliedrecht Leerlingenontwikkeling Knelpunten
4.
Inhoudelijke ambities
5. 5.1
Totaaloverzicht IHP Huisvestingsagenda
6.
Financiering
Bijlagen 1. Stoplichtmodel 2. Overzicht scholen (infographics)
2
1. INLEIDING
In 2013 is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld waarmee de gemeente Sliedrecht vorm geeft aan haar wettelijke zorgplicht onderwijshuisvesting. Het IHP bevatte een aantal scenario’s voor de optimalisering van de onderwijshuisvesting in de gemeente. Hierin zijn door de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk keuzes gemaakt. Er is op dit moment echter opnieuw behoefte aan een geactualiseerd IHP voor een optimale, toekomstbestendige voorzieningenstructuur. Dit dient een passend en funderend totaalaanbod voor kinderen van 0 - 18 jaar te bieden, dus van kinderopvang tot en met het voortgezet onderwijs. De demografische ontwikkelingen geven ook een veranderend beeld ten opzichte van een aantal jaren geleden. Dit is ook van invloed op de toekomstige ruimtebehoefte. Naast de onderwijspartners wil de gemeente ook de kinderopvang (inclusief peuteropvang) en de voorzieningen voor bewegingsonderwijs meenemen in de planvorming. De gemeente wil met inachtneming van de diverse maatschappelijke en onderwijskundige ontwikkelingen komen tot een nieuw IHP.
Een belangrijke doelstelling in de actualisering van het IHP is dat de gemeente streeft naar een actueler en beter inzicht in de (toekomstige) behoeften en mogelijkheden op het gebied van de onderwijshuisvesting in
relatie tot andere beleidsterreinen en vastgoed. Dit moet ook leiden tot een betere beheersbaarheid van de investeringen op onderwijshuisvesting. Daarnaast is het ook van belang inzicht te hebben in de kwaliteit en onderhoudsstaat van de verschillende voorzieningen. Dit kan door middel van de MJOP’s en functionele schouwen. De uitkomsten hiervan zijn van invloed op de op te stellen scenario’s en de raming van eventuele toekomstige investeringen.
Voor de totstandkoming van dit IHP is gebruik gemaakt van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. Er is hierbij gebruik gemaakt van:
Leerlingenprognoses 2018-2038 (teldatum 1 oktober 2018);
De verordening huisvesting onderwijsvoorzieningen gemeente Sliedrecht 2015 daar waar het gaat om de normatieve vaststelling van de ruimtebehoefte van de scholen;
De onderwijs- en educatievisie van de gemeente Sliedrecht 2012-2020; 3
De duurzaamheidsagenda 2018-2022;
Bedragen voor nieuwbouw op basis van recente bouwprijzen zoals opgenomen in het Bouwkostenkompas.nl (hier zijn actuele kengetallen in beeld gebracht van diverse voorzieningen).
Daarnaast is er informatie opgehaald via een digitale vragenlijst gericht aan bestuurders en directeuren rondom beleidsmatige thema’s en huisvestingsthema’s. Ook zijn de verschillende scholen bezocht om een functioneel beeld te verkrijgen (functionele geschiktheid) en hebben er een tweetal bijeenkomsten plaats gevonden met o.a. het onderwijsveld en de gemeente waarbij de gezamenlijke visie op opvang, onderwijs en overige aanvullende functies en de hiervoor benodigde huisvesting en de gezamenlijke ambitie ten aanzien van de kwaliteit van de gebouwen is vastgelegd. Op basis van deze kwalitatieve en kwantitatieve gegevens en de ambities van de gemeente, het onderwijsveld en maatschappelijke partners is het IHP opgesteld voor de toekomstige onderwijshuisvesting in Sliedrecht. Dit is tot stand gekomen in overleg met de gemeente, het onderwijs en de kinderopvang.
4
2. VERANTWOORDELIJKHEIDSVERDELING Samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen is noodzakelijk om te komen tot een toekomstbestendige voorzieningenstructuur. Sommige verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden zijn wettelijk vastgelegd, andere worden in dit IHP gezamenlijk vormgegeven. Een optimale spreiding en gebruik van onderwijsvoorzieningen binnen de gemeente vraagt om een nauwe samenwerking tussen schoolbesturen en gemeenten. In de huidige verantwoordelijkheidsverdeling is de gemeente verantwoordelijk voor voorzieningen (vervangende) nieuwbouw, uitbreidingen, herstel en eerste inrichting én voor de voorzieningen bewegingsonderwijs voor buitenonderhoud, aanpassingen van gymnastieklokalen en klokuren. Schoolbesturen zijn sinds 1-1-2015 verantwoordelijk voor het volledige onderhoud (binnenkant en buitenkant), de instandhouding van het gebouw (‘goed rentmeesterschap’) en de vervanging van de eerste inrichting. Gemeente en schoolbesturen hebben een gedeelde verantwoordelijkheid als het gaat om de kwaliteit van de schoolgebouwen. Vanuit deze gedeelde verantwoordelijkheid is het in Sliedrecht de ambitie om gezamenlijk tot een toekomstbestendige voorzieningenstructuur te komen, waarin bij een keuze voor renovatie of (vervangende) nieuwbouw ook uitgegaan wordt van cofinanciering door de schoolbesturen.
Cofinanciering In principe kent het PO een investeringsverbod; schoolbesturen mogen de lumpsummiddelen van het Rijk slechts aanwenden voor die zaken waarvoor de middelen zijn bedoeld (o.a. artikel 148, WPO). Echter, cofi-
nanciering is mogelijk voor investeringen in huisvesting die bovenop een bepaald basisniveau komen, die binnen afzienbare termijn door het schoolbestuur worden terugverdiend én die passen binnen de vermogenspositie van het schoolbestuur. De wet- en regelgeving verhindert nu nog de mogelijkheden om gezamenlijk, met de inzet van ieders financiële mogelijkheden, eerder te komen tot de keuze voor vervangende nieuwbouw. Opgespaarde middelen mogen niet in vervangende nieuwbouw worden geïnvesteerd, terwijl overduidelijk kan zijn dat een schoolbestuur zowel inhoudelijke als ook financiële voordelen heeft indien eerder gekozen wordt voor vervangende nieuwbouw. In een voorstel van de PO-raad, de VO-raad en de VNG
wordt dan ook voorgesteld het investeringsverbod op te heffen. Tot het zover is, dienen schoolbesturen en gemeenten en eventuele partners (zoals de kinderopvang) hier gezamenlijk afspraken over te maken, hetgeen veelal per project plaatsvindt.
5
3. CONTEXT De gemeente Sliedrecht beschikt over een onderwijsportefeuille die in het algemeen ‘up-to-date’ is op een aantal knelpunten na. In dit hoofdstuk wordt hier een nadere toelichting op gegeven en worden de leerlingenprognoses en de ervaren knelpunten beschreven.
De gemeente Sliedrecht is, samen met de schoolbesturen, verantwoordelijk voor de huisvesting van circa 2.850 leerlingen. In totaal is sprake van 11 scholen (7 basisscholen, 2 VO-scholen en 2 scholen voor (V)SO), die gehuisvest zijn op 10 locaties. Er zijn 5 bevoegde gezagsorganen.
BO VO + PRO SO & VSO Totaal
Scholen
Locaties
Besturen
7 2 2 11
10
5
Voor een tweetal scholen is de huisvesting doorgedecentraliseerd; zij zijn autonoom in hun huisvestingsbeleid en –beslissingen. Deze scholen zij niet meegenomen in de bovenstaande tabel en worden niet meegenomen in de planvorming, met uitzondering van de planvorming rondom (bewustwording van) duurzaamheid.
Het betreft de scholen van de Stichting Speciaal Onderwijs op Reformatorische grondslag: SBO De Akker en SO De Rank. Het bestuur van het Griendencollege gaat op zeer korte termijn fuseren met SPON en is onder dat bestuur meegenomen in de analyses.
Door de veranderende bevolkingssamenstelling en de woningbouwontwikkeling neemt het aantal school-
gaande kinderen in de gemeente Sliedrecht de komende jaren licht toe. In de zijbalk zijn in drie verschillende grafieken deze prognoses per onderwijssoort (PO, VO en PRO/SBO/(V)SO) weergegeven.
6
De schoolgebouwen in Sliedrecht zijn in het algemeen in een kwalitatief goede technische staat. Er is de afgelopen jaren ook flink geïnvesteerd in onderwijshuisvesting: nieuwbouw Baanhoek-West en Deltalaan, nieuw– en verbouw Griendencollege en VSO Bleyburgh en verbouw Oranje –Nassauschool en verbouw en uitbreiding van de Johannes Calvijnschool. De scholen zijn over het algemeen tevreden met de huisvesting, maar er worden wel enkele knelpunten ervaren, die vanuit de gezamenlijk ambities van de gemeente en schoolbesturen aangepakt kunnen worden. Voor het bewegingsonderwijs gelden er geen bijzonderheden i.c. knelpunten. Hieronder wordt ingegaan op enkele knelpunten. 1. Gedateerde huisvesting Circa 40 % van de schoolgebouwen is 40 jaar of ouder en één schoolgebouw nadert de 40 jaar. Het grootste deel van deze schoolgebouwen is gerenoveerd en in goede staat. Waar dat niet is gebeurd, ervaart men functioneel en technisch gedateerde schoolgebouwen. 2. Ruimtebehoefte/leegstand Voor een aantal scholen is sprake van een ruimtebehoefte dan wel is sprake van (te grote) leegstand.
OBS De Wilgen heeft een capaciteitsoverschot van ruim 700 m2. Een groot deel van deze ruimte wordt wel onderwijskundig ingezet. Dit heeft een nadelig effect op de exploitatie van de school.
OBS Roald Dahl heeft een capaciteitstekort, waardoor er behoefte is aan een extra groepsruimte. CBS Anne de Vries (locatie Deltalaan) zit in hetzelfde gebouw en heeft een capaciteitsoverschot, waardoor OBS Roald Dahl gebruik kan maken van de ruimte van CBS Anne de Vries.
CBS Anne de Vries locatie Menuet (onder één dak gehuisvest met SO Bleyburg), heeft een groeiend capaciteitstekort. In het ruimtelijk-functioneel programma van eisen is destijds opgenomen dat er uitbreiding van twee groepsruimtes mogelijk moet zijn, waarvoor een aanvraag is ingediend.
CBS Oranje-Nassau wil zich ontwikkelen tot een IKC. Deze ontwikkeling wordt ruimtelijk beperkt vanwege het ontbreken van een groepsruimte voor het aanbieden van kinderopvang. De buitenruimte van de Oranje-Nassau is beperkt doordat de school ingeklemd ligt in een woonwijk en er een uitbreiding heeft plaatsgevonden waardoor de buitenruimte is verminderd. Dit knelpunt is echter niet oplos-
baar op de huidige locatie.
OBS Henri Dunant wil zich ook ontwikkelen tot een IKC, maar heeft ook te weinig capaciteit. De locatie Henri Dunant wordt belemmerd door de aanwezigheid van een groepsruimte van geringe omvang (zogenaamde 3/4-lokaal). Ook de buitenruimte van de Henri Dunant is beperkt doordat de school ingeklemd tussen een woonwijk en winkelstraat. Dit knelpunt is echter niet oplosbaar op de huidige locatie. 7
CBS Prins Willem Alexander locatie Waalslaan heeft een capaciteitstekort. Daarvoor is in oktober 2018 een noodvoorziening geplaatst. Gezien de leerlingenontwikkeling loopt dit capaciteitstekort de komende jaren op.
Het Griendencollege heeft een capaciteitsoverschot, maar ervaart geen problemen in de exploitatie. De overige scholen maken incidenteel gebruik van ruimtes binnen het Griendencollege.
3. Kwaliteit onderwijshuisvesting
Het gebouw van De Wilgen is functioneel en technisch zeer gedateerd. In afwachting van planvorming heeft het schoolbestuur ervoor gekozen om alleen het noodzakelijke onderhoud uit te laten voeren, het groot onderhoud is uitgesteld.
De directie van De Sprong geeft aan dat de technische staat van het gebouw gedateerd is. De daarmee hoog oplopende onderhoudskosten zorgen ervoor dat de exploitatielasten sterk toenemen.
In de bijlage zijn ‘infographics’ weergegeven om op die manier een beeld van iedere school te schetsen. Een deel van de informatie van de infographic (in elk geval het ‘stoplicht’) is door de scholen dan wel schoolbesturen zelf aangeleverd. De beoordeling van de bouwkundige staat, staat van onderhoud, functionaliteit, flexibiliteit, veiligheid etc. betreft derhalve de beleving van de school i.c. het schoolbestuur zelf.
8
4. INHOUDELIJKE AMBITIES De gemeente Sliedrecht beoogt met het opstellen van het IHP ook inhoudelijke ambities op het gebied van onderwijs en ontwikkeling te behalen. Er is een aantal ontwikkelingen dat van invloed is op onderwijs en huisvesting. Voorbeelden zijn de ontwikkeling van integrale kindcentra, passend onderwijs, toenemende kwaliteitseisen, duurzaamheid. Het is van belang dat de verschillende betrokkenen, o.a. gemeente, onderwijs, opvang, samenwerkingsverband, en onderwijs- dan wel kindgerelateerde functies samen optrekken om afspraken over de inhoudelijke ambities vast te stellen. Hieronder volgt een aantal uitgangspunten, gegroepeerd per thema, die de bouwstenen kunnen vormen voor de in de toekomst gezamenlijk op te stellen onderwijsvisie. IKC-ontwikkeling Zowel de gemeente als de schoolbesturen hechten zeer veel waarde aan een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 12 jaar. Een mogelijkheid om hierin tegemoet te komen, zowel beleidsmatig als op het gebied van huisvesting, is het creëren van Integrale Kindcentra (IKC’s). Bijkomende voordelen zijn de mogelijkheden voor het delen van kennis en expertise, het kunnen bieden van een naschools aanbod (dagarrangementen) en het delen van ruimten. Hierin zijn tal van varianten denkbaar. Een aantal uitgangspunten voor een IKC in de gemeente Sliedrecht is hieronder beschreven:
Een IKC heeft één aansturing (kan wel een managementteam zijn vanuit meerdere organisaties);
Een IKC heeft één pedagogisch visie/plan;
De pedagogisch medewerkers en onderwijsmedewerkers functioneren materieel gezien als één team (ook al is formeel sprake van meerdere organisaties);
Binnen een IKC wordt integrale zorg geleverd door het ondersteuningsteam, waarin naast de intern begeleiders van de school onder andere schoolmaatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg en het jeugdteam participeren;
Er vindt uitwisseling van kennis en expertise plaats tussen onderwijs en opvang;
Een IKC biedt een doorlopende leerlijn aan leerlingen van 0-12.
Betrokkenen willen een stap verder zetten in de integraliteit van de voorziening, waarbij ook de onder-
staande principes toegepast kunnen worden:
Een IKC heeft een aanbod voor sport, muziek en cultuur;
Een IKC heeft aangepaste openingstijden, bijvoorbeeld van 7.00-19.00 uur;
Een IKC biedt alle voorzieningen op 1 locatie;
Een IKC is ook een wijkvoorziening.Daarnaast geldt er ook een aantal randvoorwaarden om tot een IKC te komen, zoals: 9
Passende huisvesting;
Voldoende aanbod van kinderen voor de opvang.
School als wijkvoorziening De wenselijkheid en haalbaarheid van een school als wijkvoorziening is sterk afhankelijk van de wijk waarin de school gesitueerd is, de kansen, knelpunten en behoeften binnen een wijk, de overige maatschappelijke voorzieningen in een wijk en de mogelijkheden van een onderwijsvoorziening. Dat betekent dat er per wijk, of eventueel per voorziening specifieke planvorming uitgewerkt moet worden. Dit is een belangrijk speerpunt van het college van B&W. In het uitvoeringsprogramma van het college van B&W is de ambitie opgenomen de schoolgebouwen en speelplaatsen beter te benutten buiten schooltijden. Belangrijk hierin is dat afspraken worden gemaakt tussen de schoolbesturen en betrokken organisaties over de verantwoordelijkheidsverdeling. De belangrijkste uitgangspunten hierin zijn dat een school als wijkvoorziening:
Ruimte biedt voor welzijn, sport, cultuur en gezondheid (bijvoorbeeld door de combinatiefunctionaris);
Het centrale punt in de wijk is om samen te komen met buurtgenoten;
Helder communiceert over de mogelijkheden voor de wijk binnen de school;
Kennis binnen de school haalt en als kennisnetwerk fungeert;
Ruimte mag verhuren voor wijkactiviteiten;
Te ‘compartimenteren’ is i.c. ruimten heeft die afzonderlijk af te sluiten zijn, zodat deze buiten onderwijstijden gebruikt kan worden zonder hoge exploitatiekosten.
Passend Onderwijs
De kinderen en jongeren in Sliedrecht worden optimaal ondersteund en het streven is zoveel mogelijk van hen onderwijs te bieden in de nabijheid van hun woonomgeving. Dit gebeurt in samenwerking met de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs Drechtsteden en Samenwerkingsverband VO Noordelijke Drechtsteden. Om hierin nog een verbeteringsslag te maken zijn de volgende uitgangspunten van belang:
Streven naar complementaire ondersteuningsplannen van de scholen, waardoor kennis en expertise gedeeld kan worden;
Meer aandacht, ruimte, middelen voor Voor– en Vroegschoolse Educatie;
Passende ruimtes realiseren binnen de scholen voor specifieke doelgroepen dan wel leerlingbegeleiding (prikkelarm, meer diversiteit etc.);
Kinderen uit Sliedrecht worden opgevangen in de eigen omgeving, tenzij dit ten koste gaat van de onderwijskwaliteit dan wel leidt tot versnippering; de scholen delen de verantwoordelijkheid voor alle Sliedrechtse kinderen/jongeren;
10
Gezamenlijke ontwikkeling en uitwisseling van kennis en expertise vindt plaats tussen de verschillende opvang- onderwijs- en zorgvoorzieningen.
Voorkomen van segregatie Om segregatie te voorkomen is het van belang er verbinding wordt gezocht met andere beleidsterreinen zoals ‘wonen’ en ‘sociaal domein’, om te komen tot een integrale aanpak. Vanuit onderwijs is er wel een aantal ambities geformuleerd:
De vrijheid van schoolkeuze is en blijft een belangrijk uitgangspunt voor ouders en leerlingen in Sliedrecht;
De schoolpopulatie weerspiegelt zoveel mogelijk de samenstelling van de Sliedrechtse samenleving dan wel de wijk waar Iedere school gesitueerd is;
Er zijn scholen die een bijdrage willen leveren aan de samenleving en hiermee een stap zetten richting het voorkomen van segregatie (zoals volwasseneneducatie).
Positie voortgezet onderwijs Er vindt in Sliedrecht zowel inhoudelijk als organisatorisch samenwerking tussen de verschillende onderwijssoorten plaats. Het primair onderwijs ziet kansen in een intensivering van de samenwerking, om meer gebruik te maken van elkaars kennis en faciliteiten, anders dan projectmatig. Het voorgezet onderwijs (Griendencollege) wil juist de samenwerking met het MBO versterken, om zo leerlingen een gerichter aanbod te kunnen geven en klaar te maken voor de volgende stap in hun ontwikkeling. In het huidige programma ligt ook een koppeling met het bedrijfsleven, ook dat zou versterkt kunnen worden. De schoolbesturen primair onderwijs geven aan interesse te hebben voor het fenomeen ‘tiener-college’, dat binnen de besturen
verder wordt onderzocht. Onderwijsprofilering De schoolbesturen zijn tevreden met het huidige aanbod en zijn van mening dat een wijziging hierin een eigen keuze van de desbetreffende schoolbesturen moet blijven. Er vindt wel een verschuiving plaats in het onderwijs van docentgestuurd naar leerlinggestuurd en van meer gezamenlijke onderwijsprocessen naar processen gericht op het individuele kind. In de toekomst zouden scholen profilering meer in kunnen zetten
om zich bijvoorbeeld te onderscheiden of als middel ter voorkoming van segregatie.
11
Huur– en medegebruik
Duurzaamheid:
De verordening blijft het uitgangspunt, waarbij er aanvullend beleid kan worden geformuleerd over de
Budget reserveren
‘buitengebruikstelling’ van onderwijsruimte, dan wel een afspraak gemaakt kan worden over het vorderen
Investeren in dat wat terug te ver-
van ruimte. Dit moet per situatie verder uitgewerkt worden, aan de hand van de onderstaande principes:
dienen is binnen een ‘redelijke
termijn’
Het uitgangspunt voor ‘buitengebruikstelling’ van onderwijsruimte is 90 m 2 BVO; 2
Daar waar IKC-ontwikkeling aan de orde is, wordt 90 m BVO meegenomen in de planvorming
pen, isolatie
(consequentie kan zijn dat er bij groei dan voor onderwijs gebruik moet worden gemaakt van aanvul
Led, zonnepanelen, warmtepom-
lende ruimtes);
Rekening houden met ligging
Ruimte die buiten gebruik voor onderwijs wordt gesteld, wordt ingezet voor kind-gerelateerde func-
Vergroening schoolpleinen
ties;
School in eigen wijk zorgt voor
2
minder verkeer
In situaties van nieuwbouw en renovatie wordt 90 m BVO meegenomen in de planvorming (bij de nieuwe brede scholen is dit al het geval).
der van medegebruik en verhuur de schoolgebouwen en buitenruimten ook beter te benutten buiten de
Niet in nabijheid van snelweg bouwen (fijnstof)
Naast deze beleidslijn van buitengebruikstelling is er een beleidsmatige gemeentelijke ambitie om in het ka
Luchtfilters in het gebouw
schooltijden. Leegstand Ook voor dit thema geldt dat de verordening gehanteerd blijft, waarbij de betrokkenen het onderstaande principe willen benadrukken:
Inwoning bij leegstand door andere scholen is onwenselijk, mits hier afspraken aan ten grondslag liggen (bijvoorbeeld in geval van een brede school).
Duurzaamheid Voor de gemeente Sliedrecht is duurzaamheid een belangrijk thema. Het is van belang dat de scholen/ gebouwen aansluiten bij de duurzaamheidsagenda van de gemeente. Dit komt tot uiting in het gemeentelijk vastgoed. Zo streeft de gemeente naar zonnepanelen op alle daken en het terugdringen van warmteverlies door een verduurzaming van de gebouwen (i.e. goede isolatie). Bij nieuwbouw dient het ontwerp te resulteren in een energie-neutraal gebouw. In 2019 - 2020 wordt gestart met een warmtenet in Sliedrecht. Waar mogelijk worden ook schoolgebouwen hierop aangesloten. Ook zijn er onder begeleiding van het Groene
Scholen Collectief (GSC) maatregelen genomen voor energiebesparing. De gemeente wil gezamenlijk met de scholen de kinderen ‘duurzaam opvoeden’. Enkele ideeën hiervoor zijn:
Het aanstellen van een aanjager/kwartiermaker met als opdracht ‘versterken bewustwording van duurzaamheid bij kinderen en jongeren’;
12
Afvalscheiding of zelf ‘afvalvrije scholen;
Kwaliteit Beleving:
Displays plaatsen in scholen om besparing in beeld te brengen;
Leerlingen eigenaar/medeverantwoordelijk maken voor duurzaamheid.
extern, passend in de wijken, aansluitend bij visie
In de zijbalk staat een aantal technische aspecten benoemd. Deze zijn volgens de projectgroep van belang m.b.t. de onderwijshuisvesting in Sliedrecht.
Uitstraling en karakter: modern, in- en
Entree(s) en ontvangst: openheid en welkom gevoel, up-to-date, sfeer
Kwaliteit onderwijshuisvesting
Zichtlijnen en uitzicht : openheid in het
Op het gebied van de kwaliteit van onderwijshuisvesting zijn er vier verschillende thema’s aan de orde ge-
gebouw, (geen geïsoleerde ruimte>> ruim-
weest: proces, beleving, gebruik en techniek (de onderdelen van het kwaliteitskader onderwijshuisvesting
te ervaren, esthetisch)
van de PO-raad, VO-raad en VNG). Met de werkgroep is al kort nagedacht over wat het meest essentieel is voor de gemeente Sliedrecht en vervolgens is er in het kwaliteitskader een voorstel gedaan over wat echt
Kwaliteit Gebruik
van belang is voor het PO en VO in het geval van renovatie. De onderdelen in het thema proces zijn allemaal
ven. Daaruit blijkt dat het voor de scholen vooral van belang is om open en transparant, gericht op de maat-
Verkeersveiligheid: essentieel voor de veiligheid van kinderen
schappij, gehuisvest te zijn, dat er aandacht is voor veiligheid en dat het frisse, goed onderhouden gebouwen zijn.
Ligging en bereikbaarheid: essentieel voor de veiligheid van kinderen
van belang. Voor de overige thema’s is er een top 3 tot 5 gemaakt, deze is in de zijbalk hiernaast weergege-
Multifunctionaliteit: gebouwen die flexibel en toekomstgericht inzetbaar zijn.
Kwaliteit Techniek
Temperatuur - winter en zomer
Groenkwaliteit
Flexibiliteit
Onderhoud en afwerking (dan is schoonmaak ook gemakkelijker)
13
5. TOTAALOVERZICHT IHP
NB:
SBO De Akker en SO de Rank zijn niet meegenomen in de leerlingenprognose In de grafiek ‘Ruimtebehoefte versus capaciteit’ is alleen het PO opgenomen
Korte termijn: Vernieuwing De Wilgen en PWA locatie Valkweg Op basis van de schouw van het gebouw van De Wilgen en de geconstateerde huidige technische en functionele tekortkomingen, wordt geadviseerd om te komen tot vervangende nieuwbouw van basisschool De Wilgen. In de planvorming wordt tevens geadviseerd om ook de vernieuwing/uitbreiding van de Prins Willem Alexanderschool (PWA) locatie Valkweg mee te nemen. De dislocatie PWA locatie Valkweg is gelegen naast De Wilgen. Hoewel de locatie PWA Valkweg goed wordt onderhouden, is hier ook sprake van een technisch en functioneel gedateerd gebouw. Functioneel voldoet het gebouw niet meer en de exploitatielasten zijn ook erg hoog. Er is sprake van een geringe boekwaarde hetgeen derhalve geen blokkade hoeft te zijn voor herontwikkeling. Vanuit de directies van beide scholen is er draagvlak om gezamenlijk een nieuwe voorziening voor De Wilgen en de PWA Valkweg te realiseren. In deze conceptontwikkeling is het ook van belang het capaciteitstekort van de PWA locatie Waalslaan te betrekken. Als de besluitvormig is afgerond wordt voorgesteld om bovenstaande verder te onderzoeken, om te beginnen met een locatiestudie. Tegelijkertijd kan er een traject ingezet worden voor de voorbereiding van het opstellen van een samenwerkings– en huisvestingsconcept (programma van eisen).
Korte termijn: uitbreiding Baanhoek-West Gezien de leerlingenontwikkeling is het wenselijk dat er op korte termijn twee groepsruimtes extra worden gerealiseerd voor CBS Anne de Vries (locatie Menuet). In het ontwerp van dit nieuwe gebouw is hier al rekening mee gehouden. (Middel-)Lange termijn: buitengebruikstelling onderwijsruimte Naast de oplossing van een aantal in hoofdstuk 3.3 genoemde knelpunten, waaronder de huisvesting van de Henri Dunant (3/4 lokaal) en de Oranje-Nassau (ruimtetekort om ook een voorziening voor 0 - 12 te realiseren met kinderopvang) vraagt het vraagstuk van de buitengebruikstelling van onderwijsruimte de nodige aandacht op de (middel-)lange termijn. In de verordening van de gemeente Sliedrecht is opgenomen dat basisscholen in aanmerking komen voor het in mindering brengen van 90 m 2 op de beschikbare onderwijscapaci-
teit ten behoeve van het huisvesten van kinderopvang (behalve bij de twee huidige brede scholen waar dit reeds is gerealiseerd). In de praktijk blijkt dat wanneer deze regel wordt toegepast - een scenario inclusief het verminderen van de capaciteit met 90 m2 - er relatief snel een capaciteitsprobleem ontstaat op scholen. Er wordt dan een (groeps-)ruimte voor het onderwijs vrijgespeeld ten faveure van de kinderopvang. Het effect van dit beleidsvoornemen is in beeld gebracht (zie bijlage stoplichtmodel). Om capaciteitsknelpunten in de scholen op korte termijn te voorkomen, wordt voorgesteld deze buitengebruikstelling alleen toe te 15
passen wanneer dit normatief mogelijk is. Er is een aantal scholen dat hier op de middellange termijn voor in
aanmerking komt: de Oranje-Nassau en de Henri Dunant hebben op basis van de prognose rond 2020 - 2022 de capaciteit voor het verminderen van de capaciteit met 90 m2. De Wilgen heeft nu een forse overcapaciteit, maar komt wellicht in aanmerking voor vernieuwing, waardoor dit ook niet aan de orde zal zijn (in de nieuwbouw wordt de ruimte voor kinderopvang dan meegenomen). Voor de beide locaties van de PWA geldt dat ze juist een capaciteitstekort hebben, zeker wanneer er 90 m 2 van de huidige capaciteit af wordt gehaald. Hieruit blijkt dat het buitengebruik stellen van onderwijsruimte maatwerk vraagt. Geadviseerd wordt de buitengebruikstelling mee te nemen in situaties van renovatie dan wel vervangende nieuwbouw. Lange termijn: planvorming vernieuwing De Sprong De directie van De Sprong heeft aangegeven dat de exploitatielasten voor de school een knelpunt zijn. Functioneel voldoet het gebouw wel aan de verwachtingen. Op korte termijn is er echter nog te weinig aanleiding vanuit de betrokken scholen om nu reeds over te gaan tot vernieuwing van De Sprong.
16
6. FINANCIERING Het realiseren van de in het vorige hoofdstuk voorgestelde vernieuwing van De Wilgen en PWA Valkweg en de benoemde uitbreidingen en aanpassingen vragen de nodige investeringen die invloed zullen hebben op de uitgaven voor onderwijshuisvesting binnen de gemeente. De huidige kapitaallasten voor het primair en voortgezet onderwijs in de gemeente Sliedrecht zijn circa € 770.000 (2017). In deze kapitaallasten is nog geen rekening gehouden met de aanvullende kosten voor het bewegingsonderwijs, eventuele (tijdelijke) huurlasten, de kosten voor verzekeringen en belastingen die voor rekening van de gemeente zijn en de jaarlijkse uitkering aan de Stichting Speciaal Onderwijs op Reformatorische Grondslag t.b.v. de huisvesting van SBO De Akker en SO De Rank als gevolg van de doordecentralisatie (de middelen die de gemeente ontvangt worden op basis van leerlingenaantallen uitgekeerd worden aan het betreffende schoolbestuur). In die zin zullen de werkelijke kosten voor de onderwijshuisvesting hoger zijn dan de hierboven genoemde bedragen. De genoemde kapitaallasten zijn ter dekking van de lopende financieringen van de onderwijshuisvesting. Anno 2017 bedraagt de totale boekwaarde (restantschuld) voor de onderwijshuisvesting circa € 15 miljoen.
Deze nemen door de jaarlijkse aflossing bij ongewijzigd beleid vanzelfsprekend af de komende jaren waardoor er wederom ruimte ontstaat voor nieuwe investeringen. Door vernieuwing van De Wilgen en de PWA Valkweg zullen de boekwaarden en kapitaallasten echter weer iets toenemen. Wat betreft de inkomsten voor de onderwijshuisvesting is sprake van een indicatieve uitkering uit het Gemeentefonds voor de gemeente Sliedrecht van circa € 1,9 miljoen. Dit bedrag kan onderverdeeld worden in een deel gebaseerd op het aantal leerlingen primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs.
De uitkering uit het Gemeentefonds wordt jaarlijks geïndexeerd, hetgeen kan leiden tot een hogere uitkering. De middelen onderwijshuisvesting uit het Gemeentefonds zijn niet geoormerkt, ze maken onderdeel uit van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. Binnen de huidige gemeentelijke begrotings- en besluitvormingscyclus van de gemeente is ook geen sprake van oormerking van deze middelen, zodat als het ware er sprake is van een gesloten financiële huishouding waarbinnen de huisvesting gerealiseerd moet en in dit geval kan worden (en waarbij de jaarlijkse vrijval van kapitaallasten de investeringsruimte bepaalt). De besluitvorming over onderwijshuisvesting vindt plaats in het kader van het gemeentebreed meerjaren investe-
ringsbeleid. De schoolbesturen kunnen geen rechten ontlenen aan deze indicatieve bedragen in de uitkering uit het Gemeentefonds. Wel kan voorzichtig geconcludeerd worden dat de huidige uitgaven voor de onderwijshuisvesting minder zijn dan de indicatieve inkomsten uit het Gemeentefonds. In die zin lijken investeringen in de onderwijshuisvesting niet onrealistisch. Dit betekent dan wel dat deze investeringsruimte gevonden dient te worden in de begroting van de gemeente Sliedrecht.
17
COLOFON Onderwerp Integraal Huisvestingsplan Opdrachtgever Gemeente Sliedrecht
Projectteam Olivier Gerritsma Krijno van Vugt Marjolein Wiegman Datum Januari 2019 Ons kenmerk P026-SLD-IHP
18
BIJLAGEN 1.
Stoplichtmodel
2.
Overzicht scholen (infographics)
19
CBS Prins Willem Alexander, loc. Waalslaan CBS Prins Willem Alexander, loc. Valkweg CGS Johannes Calvijn CBS Anne de Vries, loc. Deltalaan CBS Anne de Vries, loc. Menuet CBS Oranje-Nassau OBS De Wilgen OBS Roald Dahl OBS Henri Dunant
LEGENDA Leerlingenprognoses 200 199 170
Vanaf 200 leerlingen Tussen de 199 en 171 leerlingen Onder de 171 leerlingen
Voldoende capaciteit 56 55 -1
Vanaf 56 m² BVO Tussen de 0 en 55 m² BVO Onder de 0 m² BVO
295 226 549 213 106 261 177 197 253
316 227 559 221 191 254 181 222 216
329 247 578 234 209 247 195 239 211
-55 49 170 314 157 58 733 54 -139
-135 34 119 273 -271 93 713 -72 48
-201 -66 24 208 -361 129 642 -157 73
Leeftijd 29 30 40 Boekwaarde 499 501
Minder dan 30 jaar Tussen de 30 en 40 jaar Boven de 40 jaar
Minder dan 500 euro boekwaarde per m²/BVO Meer dan 500 euro boekwaarde per m²/BVO
53 48 44 4 2 88 48 4 26
BOEKWAARDE m²/BVO
LEEFTIJD in 2032
LEEFTIJD in 2022
LEEFTIJD in 2018
VOLD CAP. IN 2032
VOLD CAP. IN 2022
VOLD CAP. IN 2018
AANTAL LLN IN 2032
AANTAL LLN IN 2022
STOPLICHTMODEL SLIEDRECHT
AANTAL LLN IN 2018
BIJLAGE 1: STOPLICHTMODEL
57 52 48 8 6 92 52 8 30
67 62 58 18 16 102 62 18 40
922 96 550 1780 4825 836 128 1421 761
CBS Prins Willem Alexander, loc. Waalslaan CBS Prins Willem Alexander, loc. Valkweg CGS Johannes Calvijn CBS Anne de Vries, loc. Deltalaan CBS Anne de Vries, loc. Menuet CBS Oranje-Nassau OBS De Wilgen OBS Roald Dahl OBS Henri Dunant
LEGENDA Leerlingenprognoses 200 199 170
Vanaf 200 leerlingen Tussen de 199 en 171 leerlingen Onder de 171 leerlingen
Voldoende capaciteit 56 55 -1
Vanaf 56 m² BVO Tussen de 0 en 55 m² BVO Onder de 0 m² BVO
295 226 549 213 106 261 177 197 253
316 227 559 221 191 254 181 222 216
329 247 578 234 209 247 195 239 211
-145 -41 80 314 157 -32 643 54 -139
VOLD CAP. IN 2032
VOLD CAP. IN 2022
VOLD CAP. IN 2018
AANTAL LLN IN 2032
AANTAL LLN IN 2022
AANTAL LLN IN 2018
STOPLICHTMODEL SLIEDRECHT - 90 m2
-225 -56 29 273 -271 3 623 -72 48
-291 -156 -66 208 -361 39 552 -157 73
BIJLAGE 2: INFOGRAPHICS Op deze en volgende pagina’s is per school een ‘infographic’ weergegeven om op die manier een beeld van iedere school te schetsen. Een deel van de informatie (in elk geval het ‘stoplicht’) is door de scholen dan wel schoolbesturen zelf aangeleverd. De beoordeling van de bouwkundige staat, staat van onderhoud, functionaliteit, flexibiliteit, veiligheid etc. betreft derhalve de beleving van de school i.c. het schoolbestuur zelf. Voor het VSO en SO Bleyburgh is geen infographic gemaakt, omdat er geen informatie is aangeleverd en deze schoolgebouwen ook geen prioriteit hebben. Ook van De Akker en De Rank is geen infographic beschikbaar, omdat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun onderwijshuisvesting (de verantwoordelijkheid voor de huisvesting is in het verleden doorgedecentraliseerd). In een enkel geval is de informatie niet geheel compleet.