Bijlage 1. Aanvraagformulier vangnetuitkering Participatiewet 2022.pdf
Tekst van het document
Vangnetuitkering 2022 gemeente Sliedrecht Samenvatting van de verklaring Onderdeel A. Samenvatting analyse van de oorzaken van het tekort 1. Meerjarig hogere instroom statushouders en bijstandsgerechtigden vanuit andere gemeenten vanwege relatief grotere beschikbaarheid sociale huurwoningen .In 2022 is sprake geweest van een lichte daling van het bijstandsbestand, maar dat de voorliggende jaren nog een negatief effect hebben op het budget. 2. Groot aandeel uitkeringsgerechtigden met grote afstand tot de arbeidsmarkt. De diverse crises en omstandigheden sinds de coronacrisis hebben ervoor gezorgd dat deze afstand nauwelijks is ingelopen (langdurige bijstand, toenemende complexiteit in de maatschappij, slechtere concurrentiepositie op de arbeidsmarkt voor langdurig bijstandsgerechtigden). 3. Toename kosten loonkostensubsidie en uitkeringen Bbz (door aanpassing wetgeving en mede corona-gerelateerd). Onderdeel B. Samenvatting getroffen maatregelen om het tekort te reduceren 1. Inzet van het regulier pallet maatregelen gericht op beperken instroom, bevorderen, doorstroom en uitstroom, handhaving op rechtmatigheid en gerichte inzet op statushouders; 2. Verdiepende analyse van het zittend bestand (met grote afstand tot de arbeidsmarkt) om kansen en ontwikkelperspectieven in beeld te brengen; 3.
Herijking en aanpassing methodieken en instrumentarium op de (toenemende) zwaarte van het uitkeringsbestand zoals de inzet van het arbeidsonderzoekscentrum; 4. Verbetering en aanpassing van het ontwikkelprogramma voor uitkeringsgerechtigden; 5. Proactief benaderen van kwetsbare jongeren. Hiermee wordt beoogd jongeren een zo groot mogelijke kans te geven op een zo zelfstandig mogelijk bestaan en zo in- en uitstroom uit de bijstand te bevorderen; 6. Bevorderen maatschappelijke participatie en parttime werk; 7. Meer focus op versterken bestaanszekerheid om de perspectieven te vergroten; 8. Onderzoek mogelijkheden samenwerking Drechtwerk voor groep met grote afstand tot de arbeidsmarkt.; 9. Versterken verbinding SDD en Bonkelaarhuis; 10. Deelname in landelijke netwerken en leergroepen. Onderdeel C. Samenvatting beoogd effect van de genoemde maatregelen Met het treffen van de maatregelen wordt beoogd dat het uitkeringsbestand Sliedrecht afneemt met tenminste 1,4% per 31/12/2023 en maximaal 477 bijstandsuitkeringen omvat. Deze daling is gebaseerd op de CPB norm die voortkomt rapportage CEP). Deze norm is vastgesteld in maart 2023 en wordt mogelijk bijgesteld in september 2023. Deze norm moet gezien worden als landelijke norm voor de gemiddelde daling van het bijstandsbestand.
Beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college Moment in het proces X Kadernota / begroting X Voorjaars-najaarsbericht en jaarrekening X Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties Informatie over bestandsontwikkelingen of de voortgang van maatregelen Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties
1. Verklaring College
1
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Gemeenten met minder inwoners dan 40.000 inwoners (zoals Sliedrecht) krijgen deels een budget op basis van historische gegevens (gerealiseerde uitgaven BUIG van twee jaar eerder) en deels op basis van eerder genoemde, jaarlijks bijgestelde objectieve criteria. Sinds 2022 worden de uitgaven ten bate van loonkostensubsidies historisch verdeeld in plaats van objectief. Oorzaken voor eventuele tekorten op de BUIG kunnen – in theorie – zowel worden gevonden in (de componenten van) de verdeelsleutel, als in de ontwikkeling van het bestand aan bijstandsgerechtigden, de gemiddelde kosten voor een uitkering en het aantal inwoners dat loonkostensubsidie ontvangt ten opzichte van de landelijke trend in het betreffende jaar. Kleine gemeenten zijn in de praktijk gevoeliger dan grote voor deze landelijke ontwikkelingen, aangezien kleine aantallen bij hen relatief grotere impact hebben. In de praktijk zal het vaak een combinatie van beide factoren (verdeelmodel en bestandsontwikkeling) betreffen, waarbij de in het verdeelmodel gelegen factoren zo goed als niet te kwantificeren zijn. Wel opvallend is in dit kader, dat het binnen de Drechtsteden juist de kleinere gemeentes zijn, die in 2022 tegen relatief hoge budgetoverschrijdingen aanlopen. Omvang van het tekort Voor de gemeente Sliedrecht bedraagt het tekort (d.w.z.
het verschil tussen inkomsten en uitgaven) voor het jaar 2022 op de BUIG € 735.225. Het tekort betreft 10% van het ontvangen Rijksbudget. Voor de historische ontwikkeling van het tekort wordt verwezen naar onderstaande tabel.
Sliedrecht 2020 Lasten 7.335.045 Baten 7.091.859 Tekort voor VU -243.186
2021 7.664.061 7.265.412 -398.649
2022 8.054.316 7.319.091 -735.225
Rol en informatiepositie college De collegebevoegdheden in het kader van de Participatiewet (en de eerder genoemde aanpalende wetten) zijn gedelegeerd aan de GR Sociaal / Sociale Dienst Drechtsteden (SDD). Formele informatieverstrekking over de voortgang van de uitvoering geschiedt via de reguliere begrotings- en viermaandelijkse verantwoordingscyclus, maar ook via ambtelijke afstemming. Het feitelijke tekort op de BUIG voor 2022 is bepaald bij het opmaken van de jaarrekening 2022 door de GR Sociaal (januari 2023). Ambtelijk zijn de Drechtstedengemeenten als geheel (via het regionaal controllersoverleg) in november 2022 op de hoogte gesteld dat een aantal van hen mogelijk zou voldoen aan de criteria voor het aanvragen een vangnetuitkering. Op basis van de resultaten over de eerste 8 maanden (2 e voortgangsrapportage) was dit nog niet voorzien, aangezien ook in Sliedrecht de Drechtsteden breed geconstateerde bestandsdaling die in de tweede helft van 2022 was ingezet. Informatie over de bestandsontwikkeling in de Drechtsteden en de eigen gemeente is in de periode 2020-2022 maandelijks met het college per mail gedeeld. Medio 2022 is dit veranderd met de openstelling van het gemeentedashboard, waarmee de informatiepositie van het college verder is versterkt en de betreffende gegevens ambtelijk en bestuurlijk kunnen worden geraadpleegd.
Voor Sliedrecht geldt dat de SDD al langere tijd nauw contact heeft over de bestandsontwikkeling in die gemeente. Al langere tijd valt op dat de bestandsontwikkeling in die gemeente Sliedrecht negatief afwijkt van het landelijk gemiddelde, maar ook van het Drechtstedelijke gemiddelde. De gemeente en SDD trekken samen op om knelpunten op te lossen die leiden tot het vergroten van doorstroom en uitstroom. De diverse maatregelen vindt u terug in de tekst. De maatregelen hebben in 2022 al geleid tot een betere balans in in- en uitstroom in de gemeente Sliedrecht, maar dit heeft helaas (nog) niet geleid tot het gewenste financieel effect waardoor deze aanvraag noodzakelijk is.
2
Rol en informatiepositie Dagelijks Bestuur GR Sociaal Zoals eerder gesteld zijn de collegebevoegdheden gedelegeerd aan de GR Sociaal en belegd bij het Dagelijks Bestuur van de SDD. Dit betreft ook het beleid en de sturing op de resultaten. Het beleid op het gebied van de Participatiewet is geharmoniseerd en daarmee voor alle gemeenten gelijk. In incidentele gevallen (bijvoorbeeld ten aanzien van pilots) wordt gemeentespecifiek beleid gevoerd. Voor de gemeente Sliedrecht was dat in de voorgaande jaren inderdaad het geval, zoal de samenwerking in het Bonkelaarhuis en de lokale aanwezigheid van bijstandsconsulenten en de toekomstige samenwerking met de sociale werkvoorziening. Binnen de SDD is de afgelopen jaren de informatiepositie versterkt, met de ontwikkeling van een online dashboard dat realtime de bestandsontwikkeling weergeeft. Hierdoor kan goed worden gemonitord hoe het uitkeringsbestand zich qua aantallen en opbouw ontwikkelt en welke factoren daarbij een rol spelen. Dit geldt zowel voor de instroom als de uitstroom. Tot op heden is dit echter nog niet gekoppeld aan realtime financiële monitoring. Financiële monitoring vindt periodiek plaats in de viermaandelijkse rapportagecyclus.
Sturing op de in de begroting vastgestelde doelen en de geconstateerde voortgang vond in 2022 en de voorgaande jaren – mede gezien het geharmoniseerde beleid en de onderliggende financiële afspraken – primair plaats op Drechtstedenniveau. De ontwikkeling van het bijstandsbestand Sliedrecht (exclusief Ioaw/Ioaz)
Bijstandsbestand in relatie tot inwonersaantal Op 31 december 2021 waren er 484 inwoners1 met een bijstandsuitkering (incl. IOAW: 18 inwoners; en IOAZ: 1 inwoner). Het aantal IOAW en IOAZ uitkeringen is in de afgelopen jaren nagenoeg constant gebleven. Het uitkeringsbestand betreft 1,9% van de totale bevolking. Op 31 december 2021 waren er 484 bijstandsgerechtigden in Sliedrecht. De verhouding van het aantal bijstandsgerechtigden ten opzichte van het totale inwonersaantal is in de jaren vanaf 2020 nagenoeg gelijk gebleven: in 2019 en 2020 betrof dit 1,8% en in 2021 1,9%. In de periode van 2016 tot 2019 is het inwonersaantal van gemeente Sliedrecht nagenoeg hetzelfde gebleven, maar in de periode van 2019 tot 2023 is er een opvallende stijging van 25.026 inwoners naar 26.211 inwoners; dat is een stijging van 4,7%. De voornaamste verklaring van deze groei is te vinden in het beschikbare woningaanbod tezamen met de krapte op de woningmarkt. Dit geldt ook voor bijstandsgerechtigden, die door een relatief groot aantal sociale huurwoningen in Sliedrecht wat eenvoudiger dan elders hun heil kunnen vinden. In 2022 vlakten de verhuizingen naar Sliedrecht af. Dat hangt waarschijnlijk samen met de energietransitie van huurwoningen die in 2022 is gestart in Sliedrecht en het effect daarvan op de beschikbaarheid van huurwoningen.
Belangrijkste kenmerken van het bijstandsbestand In het onderstaande overzicht zijn de belangrijkste kenmerken van het bijstandsbestand van de gemeente Sliedrecht weergegeven. Op basis van eigen data is een verdiepende analyse gemaakt van het bijstandsbestand en kan een viertal verklaringen voor de bestandsontwikkeling en daarmee het geconstateerde tekort op de Buig worden geboden. 1
Lichte afwijking in cijfers ten opzichte van de grafiek is mogelijk, doordat de cijfers op verschillende momenten uit het systeem gehaald zijn en aanvragen/beëindigingen met terugwerkende kracht geregistreerd kunnen worden.
3
Figuur Jaarkaart Divosa benchmark 2022 voor de gemeente Sliedrecht
1e verklaring tekort BUIG: hoge instroom statushouders en externe bijstandsgerechtigden in voorgaande jaren. De instroom van statushouders betreft een aanzienlijk deel van het totaal. Kenmerkend voor deze doelgroep is dat de instroom van statushouders een langdurig effect heeft. Statushouders vallen naast de Participatiewet in dit geval, onder de Wet inburgering. Het uitvoering geven aan deze Wet vraagt de nodige aandacht van statushouders, waardoor de focus ligt op het inburgeringstraject en daarmee op duurzame uitstroom van elk individu. Toch is het opvallend dat in 2022 juist een hogere uitstroom was dan instroom. We hebben dan ook te maken met effecten uit 2020 en 2021.
4
In 2020 was er een piek in het aantal instromers. Van de 128 instromers bevonden zich 21 inwoners (16,5%) door hoge instroom door einde (tijdelijk) werk en looptijd Ziektewet en 21 inwoners (16,5%) door einde looptijd werkloosheidwet. Naar verwachting is dit te verklaren door de corona pandemie die zich in dit tijdsperk plaatsvond. Ook instroom statushouders en uit andere gemeenten was hoog in 2020:16 statushouders en 26 instromers uit andere gemeenten. In 2020 stroomden 118 inwoners uit de bijstand. In 2021 waren het verkrijgen van een verblijfsvergunning en de instroom uit andere gemeenten veruit de meest voorkomende instroomreden. Onder de 105 instromers bevonden zich 15 statushouders en 26 instromers uit andere gemeenten. In 2021 stroomden er 86 inwoners uit de bijstand. In 2022 valt op dat de voornaamste instroomreden einde (tijdelijk) werk of einde looptijd Ziektewet was (18 inwoners ). Er zijn naar verhouding minder uitkeringsgerechtigde statushouders ingestroomd (9 inwoners) (er zijn wel meer inburgeraars ingestroomd, maar die hebben individueel geen recht op een uitkering – bijvoorbeeld bij gezinshereniging) Ook zien we dat einde (tijdelijk) werk of Ziektewet voortkomt uit druk in voorgaande jaren die in die gemeente is ontstaan om meer inwoners uit te laten stromen naar werk. Dit is het onbedoelde effect van crisismaatregelen in de voorgaande jaren.
Inwoners die van langdurige bijstand direct aan het werk gingen bleken dit werk moeilijk vast te kunnen houden. Dit bevestigt het belang van goede begeleiding en programma’s voor ontwikkelen naar werk programma voor meer inwoners waardoor deze inwoners een duurzame positie op de arbeidsmarkt kunnen vergaren.
Het aandeel statushouders binnen het bijstandsbestand van Sliedrecht is daarmee de afgelopen jaren substantieel toegenomen. Aangezien het bij Sliedrecht gaat om een gemeente met een gering bijstandsvolume, heeft een relatief groot aandeel statushouders direct impact op het bijstandsbestand en de kosten die hiermee gemoeid gaan. Dit effect geldt zeker ook voor de langere termijn, omdat een deel van deze doelgroep niet snel uitstroomt en minder kansen heeft om mee te doen aan de maatschappij. Naast de Participatiewet vallen statushouders namelijk onder de Wet inburgering. Het uitvoering geven aan deze wet vraagt met name in het begin van het traject de prioriteit, waardoor de focus nog niet op het realiseren van uitstroom ligt. Een extra complicerende factor voor deze doelgroep in de afgelopen 1,5 jaar is het tekort aan kinderopvang waardoor inburgeringstrajecten niet zo snel verlopen als gewenst. Bovendien vraagt de Wet Inburgering 2021 een inburgeringstraject waarbij de focus ligt op de kwaliteit van het inburgeringstraject en niet op zo snel mogelijk (vaak kortdurend) betaald werk vinden. Dit heeft geen gunstig effect op de uitstroom op de langere termijn.
De vereiste langdurigheid van de trajecten geldt in iets mindere mate voor de hoge instroom van bijstandsgerechtigden uit andere gemeenten, hoewel ook bij deze groep valt te constateren dat gemiddeld gezien afstand tot de arbeidsmarkt toeneemt en meer vraagt om een gespecialiseerde (en tijdrovende) aanpak. Ten dele is dit een effect van het rijksbeleid (wetswijzigingen Wwb, Wsw en Wajong in relatie tot de Participatiewet), ten dele een specifiek kenmerk van de opbouw van het uitkeringsbestand in Sliedrecht in combinatie met actuele crises zoals in de tweede verklaring is beschreven.
2e verklaring tekort BUIG: de afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelgroep neemt toe
5
Figuur Ontwikkeling bijstand, Wsw en Wajong Nederland Bovenstaande grafiek geeft weer dat de doelgroep van de bijstand sinds 2015 verandert. De doelgroepen die in het verleden terecht konden binnen de Wajong en WSW zijn nu afhankelijk van bijstand als zij niet zelfstandig een baan kunnen vinden. Bij de invoering van de Participatiewet was dan al duidelijk dat een geleidelijke stijging van het gebruik van de Participatiewet onafwendbaar was In combinatie met de toenemende complexiteit in de maatschappij en een grotere groep nieuwkomers, is, wordt de stijging bevestigd. De afstand tot werk neemt toe als zij langdurig afhankelijk worden. Om inwoners in de bijstand richting werk te bewegen vraagt dit intensieve dienstverlening. De Coronaperiode en de overige stressverhogende ontwikkelingen zoals de koopkrachtdaling en energiecrisis hebben ervoor gezorgd dat de perspectieven naar betaald werk voor inwoners verder afnemen.
Daarbovenop geldt dat het bestand van Sliedrecht een groot aandeel uitkeringsgerechtigden kent met een lang uitkeringsverleden (72% van de bijstandsgerechtigden in Sliedrecht is meer dan 2 jaar afhankelijk van een uitkering) en een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waarvoor uitstroom naar betaalde of gesubsidieerde arbeid op afzienbare termijn niet aan de orde is. Deze doelgroep is door de coronajaren driedubbel op afstand gezet: door de reductie van uitstroommogelijkheden tijdens de lockdowns, de eveneens daardoor veroorzaakte stagnatie van (lopende) ontwikkeltrajecten en de concurrentie met beter gekwalificeerde werkzoekenden (en tot het moment dat de economie weer van het slot ging. Daarnaast is de participatie onder kwetsbare inwoners, waaronder deze groep, heel hard teruggelopen. Uit de monitor Sociaal Drechtsteden Sliedrecht (gepubliceerd in juli 2022) blijkt dat onder andere de eenzaamheid met 39% is toegenomen tijdens de coronaperiode. Met name bij kwetsbaren in de samenleving (waaronder inwoners met een langdurige uitkering) hebben extra veel moeite om meedoen te hervatten. 3e verklaring tekort BUIG: toename kosten loonkostensubsidie en Bbz. Buiten de ontwikkelingen in de bijstandspopulatie is in 2022 een toename geweest in de kosten voor loonkostensubsidie bij een nagenoeg gelijkblijvend bestand subsidieontvangers.
De oorzaak van deze uitgaven heeft grotendeels te maken met een wetswijziging rondom de vereenvoudiging van loonkostensubsidie per 1 januari 2022. Met deze wetswijziging blijft de gemeente de loonkostensubsidie doorbetalen aan de werkgever bij ziekte, waardoor de kosten hoger uitvallen dan de jaren daarvoor. In het verleden betaalden gemeenten niet door bij ziekte en moesten de kosten voor doorbetaling van het salaris door de werkgever gedeclareerd worden bij UWV. Daarnaast wordt de loonkostensubsidie sinds 1 januari 2022 automatisch betaald in plaats van via declaratie. Ook dit zorgt voor hogere uitgaven (maar wel minder bureaucratie). Gezien het feit dat in de Drechtsteden (waaronder in Sliedrecht) al langere tijd ruim bijdragen aan de banenafspraak en dus ruimer dan andere gemeenten inzetten op loonkostensubsidie is het effect van deze wetwijziging relatief groter in de Drechtsteden. Zeker in kleinere gemeenten levert dit een groter effect op.
6
Er is sprake geweest van een forse toename in kosten voor het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De kosten zijn van € 7.262 in 2021 gestegen naar € 71.334 in 2022. De verklaring van deze toename in kosten is toe te schrijven aan de Bbz-transitie uitkering; een versoepelde Bbz regeling vanuit het Rijk die via de BUIG bekostigd werd. De verwachting is dat dit een tijdelijke toename in kosten betrof, aangezien de aanvragen vanaf 1 april 2022 in Sliedrecht tot nu toe vergelijkbaar zijn met het aantal aanvragen van voor de steunmaatregelen vanuit het Rijk.
7
B. MAATREGELEN OM TEKORT TE REDUCEREN Beheersmaatregelen 2020-2022 Drechtstedenbreed Zoals eerder aangegeven zijn de collegebevoegdheden gedelegeerd aan de GR Sociaal en voert het Dagelijks Bestuur van de SDD een geharmoniseerd beleid. De belangrijkste prioriteit van dat beleid lag in de jaren 2020-2022 bij de participatiedoelstelling binnen de Participatiewet. Bij de ontwikkeling van de brede visie sociaal domein is erkend dat de focus binnen de Drechtsteden moet worden verlegd van directe plaatsing van bijstandsklanten op de arbeidsmarkt naar het ontwikkelen van arbeidsmarktwaarde. De eerste activiteiten om te ontwikkelen naar werk starten tijdens de Coronaperiode, waardoor de ontwikkeling vertraging opliep. Na deze periode bleek dat de ontwikkeling naar werk voor bijstandsklanten intensiever is en langer duurt dan voor de Coronaperiode werd verwacht. Ook is uit inventariserend onderzoek gebleken dat het grootste deel van de doelgroep laag op de participatieladder staat en dat met name lichamelijke en mentale beperkingen perspectief van inwoners beperkt. Dit levert een constante zoektocht op van de SDD, gemeenten en partners naar het beperken van de instroom en het bevorderen van doorstroom en uitstroom. Onderstaand ziet u een overzicht van alle maatregelen die zijn gemaakt om de bestandsontwikkeling te beïnvloeden. We gaan in op: 1. Het beperken van de instroom 2.
Het bevorderen van de uitstroom naar werk 3. Het bevorderen van doorstroom 4. Handhaving op rechtmatigheid 5. Gerichte inzet op statushouders 6. Beheersmaatregelen gemeentespecifiek Ad1. Het beperken van de instroom Bij de aanvang van de coronacrisis in 2020 heeft de SDD ingezet op het voorkomen van instroom in de bijstand. Door deze maatregelen en de Tozo-, NOW- en WW-regelingen is de instroom in de bijstand beperkt gebleven. De overige regionale maatregelen voor instroombeperking, die in de jaren 2020 tot met 2022 zijn genomen, behelzen onder andere: • Binnen het leerontwikkelbedrijf Perspct is een Werkfit-aanpak ontwikkeld die werkfitte inwoners direct vanaf de poort ondersteunt bij het behouden en verder ontwikkelen van arbeidsmarktwaarde. • Met sociale partners in de arbeidsmarktregio is het mobiliteitsplatform Kickstart opgericht. • Werkgevers die kandidaten uit de doelgroep loonkostensubsidie aan het werk hebben, zijn direct bij aanvang van de crisis actief benaderd. Zo kon worden voorkomen dat de kwetsbare doelgroep werkenden te maken zou krijgen met ontslag en indien nodig kon worden herplaatst. Voor deze doelgroep heeft het werkgeversservicepunt Baanbrekend een doorplaatsingsunit ingericht. • De Drechtsteden hebben als een van de eerste regio's ingezet op de doelgroep zelfstandigen.
De rol van het Ondernemersloket was gericht op het benaderen van zelfstandigen die door de crisis wellicht hulp nodig hadden. • We boden en bieden nazorg bij klanten die via Perspct en Baanbrekend uitstromen naar werk. Dit leidde in de afgelopen jaren tot een flinke beperking van de herinstroom. • Daarnaast werkt de SDD verder aan reguliere taken zoals project MAX WW, doorbetalen van lonen via Baanbrekend detacheren, samenwerken in jongerennetwerken, multidisciplinair samenwerken voor dak en thuislozen en maatschappelijke zorg, een poortproces gericht op het ontwikkelen naar werk, goede voorlichting, toetsing en directe hulp waar nodig alsmede een specifieke jongerenaanpak. Ook deze taken zorgden ervoor dat de instroom in de bijstand beperkt is gebleven. Het gecombineerde effect van de coronacrisis enerzijds, en de instroombeperkende maatregelen anderzijds, was dat – Drechtstedenbreed – de instroom gedurende de coronajaren ondanks een wat grillig verloop een lichte daling vertoonde. Vanaf augustus 2022 is er sprake van een verdere doorzetting van deze daling, die zich tot het einde van 2022 heeft verscherpt. De nieuwe instromers in de coronaperiode hadden vaak een groter uitstroompotentieel dan inwoners die langer in het bestand verbleven.
Met de verdere daling van de instroom valt echter op, dat de instroom die zich in de loop van 2022 heeft gemeld bij de SDD juist kampt met een relatief grotere problematiek. Dit nog los van
8
de statushouders die vanwege de opwaarts bijgestelde taakstellingen als gevolg van de asielcrisis instromen. Ad2. Het bevorderen van uitstroom naar werk Gedurende de jaren 2020 en 2021 is de uitstroom, ondanks de coronaperiode, gestaag opgelopen. In deze periode is de uitstroom vooral bevorderd door: • De arbeidstoeleiding van inwoners te richten op kansrijke sectoren en maatschappelijk verantwoorde ondernemingen. Op basis van uitgebreide arbeidsmarktanalyses zijn verschillende kansrijke beroepen onderscheiden binnen de sectoren Zorg, Logistiek, Retail, Vervoer, Bouw, Afvalverwerkende Industrie en het Groen. Aanvankelijk nam het aantal vacatures af, maar na het beëindigen van de lockdowns steeg de vraag naar werknemers aanzienlijk. • In te zetten op de arbeidsmarktwaardeontwikkeling van inwoners en te investeren in intensieve begeleiding na bemiddeling. Binnen het leerontwikkelbedrijf Perspct worden in verschillende leerlijnen inwoners ontwikkeld en begeleid naar betaald werk, middels een integraal en methodisch dienstverleningsconcept gericht op de mogelijkheden van de inwoner en relatie tot de beschikbare kansen op de arbeidsmarkt. De capaciteit is dankzij de programma's Perspectief op Werk en de Regiodeal vergroot.
Deze programma’s hadden wel te lijden onder de coronacrisis, omdat, zeker voor het gedeelte "ontwikkelen van werknemersvaardigheden", fysieke aanwezigheid van belang was. Als de uitstroom van Perspct stagneert, dan stagneert de instroom bij Baanbrekend en als de instroom stagneert bij Baanbrekend stagneert de uitstroom naar de arbeidsmarkt. Inmiddels is het programma weer volledig op gang en wordt het aanbod aanhoudend aangepast op de mogelijkheden van de arbeidsmarkt en de kansen van de kandidaten. Denk hierbij ook aan de toenemende problematiek en kwetsbaarheid. Voldoende aandacht per klant is hierbij een vereiste. • De Drechtstedelijke inzet op de loonkostensubsidie maakt dat de Drechtsteden landelijk koploper waren en dat dit voor de komende jaren een financieel voordeel zal opleveren daar de financieringsgrondslag met ingang van 2022 ten gunste de Drechtsteden is veranderd (op basis van realisatie in plaats van objectief); (bron: dashboard banenafspraak UWV). Tot afgelopen jaar zorgde inzet van loonkostensubsidie voor een daling van het aantal inwoners in de bijstand (met name in 2018 en 2019 heeft dit tot een daling van het Drechtstedelijk bestand geleid), maar door de kosten van loonkostensubsidie blijven na uitstroom uit de bijstand wel doorlopen.
Al zijn die kosten natuurlijk wel lager dan uitkeringslasten (met daarbovenop de maatschappelijke winst) • Daarnaast is ingezet op ontwikkelbedrijven als Opnieuw & Co en Stroomlijn. Perspct is daarbij de methodiek die binnen de ontwikkelbedrijven centraal staat. Uit de ervaringen moet blijken of we deze aanpak naar andere ondernemingen doorzetten. • Voor parttime uitgestroomde bijstandsgerechtigden is een project ingezet met als doel deze inwoners fulltime te laten uitstromen. • Om de kansen voor alleenstaande ouders te vergroten is vanuit het programma ontwikkelen naar werk een groepsgerichte aanpak voor alleenstaande ouders opgericht. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt en de inspanningen uitstroom naar betaalde arbeid te bevorderen, valt op dat gedurende 2022 de uitstroom een daling vertoont, die vanaf augustus doorzet en naar het einde van het jaar toe verder verscherpt. Als wordt gekeken naar de doelgroep die uitgestroomd is in 2022 valt op dat betrokkenen allemaal relatief lang een uitkering ontvingen, namelijk gemiddeld 27 maanden. Dit zegt iets over de intensievere dienstverlening die – met het zwaarder worden van het bestand – nodig is om inwoners te activeren en te ontwikkelen naar werk. Daarbij valt ook op dat de toegenomen onrust rond de energie- en koopkrachtontwikkelingen leidt tot meer instabiliteit en stress bij de klanten.
Deze verzwaring van de problematiek heeft zowel gevolgen voor de inwoners, als de inzet vanuit de dienstverlening. Werkgevers in de Drechtsteden worden zich steeds meer bewust van de sociale impact die zij kunnen hebben door bijvoorbeeld inwoners met een bijstandsuitkering een kans te bieden in hun bedrijf. Dit was al zichtbaar doordat in deze regio zoveel inwoners met loonkostensubsidie bij regulier werkgevers aan de slag zijn, maar dit besef verspreidt zich inmiddels verder. Werkgeversservicepunt Baanbrekend Drechtsteden organiseert dan ook niet voor niets de Social Impact Award. Ad3. Bevorderen van doorstroom De grote uitdaging van de afgelopen coronajaren bleek niet gelegen in de beperkte kansen op de arbeidsmarkt, maar in het stabiliseren, activeren en participeren van het zittende bestand. De
9
maatschappelijke participatie is door corona fors afgenomen (Bron: OCD onderzoek Wmo). Dit openbaarde zich vooral bij de kwetsbare doelgroepen. Ook had dit een zeer negatief effect op bijvoorbeeld inburgeringstrajecten. De uitstroomkansen voor deze doelgroepen zijn daardoor, ook voor de langere termijn, afgenomen. Om deze reden wordt het instrumentarium aangepast aan de doelgroep. Om goed inzicht te krijgen in het bijstandsbestand zijn in 2021 en 2022 alle inwoners met een bijstandsuitkering gesproken. Hierbij is informatie vergaard over de positie op de participatieladder en de beperkingen die inwoners ervaren om te ontwikkelen, vervolgd door een verdiepende analyse van meer specifieke groepen in het bestand (inwoners met beperkingen, jongeren en statushouders). De uitkomsten van deze onderzoeken worden in 2023 verwacht.
Figuur: Inwoners met een bijstandsuitkering Sliedrecht ingedeeld op de participatieladder (getal ligt hoger dan bestandscijfer doordat hier het aantal personen, dus inclusief partners wordt meegeteld).
10
Ook de dienstverlening is aangepast om een beter effect te kunnen bereiken. Alle onze medewerkers van de SDD zijn getraind in motiverende gespreksvoering en stress-sensitieve dienstverlening. Voor inwoners die zich ontwikkelen naar werk wordt sinds 2020 gewerkt aan diagnostiek in het arbeidsonderzoekscentrum. Deze methodiek levert de inwoner veel inzicht over zichzelf op waarna gewerkt kan worden aan een passend plan van aanpak met een realistisch en duurzaam arbeidsmarktperspectief. Inmiddels wordt zowel de aandacht voor stress-sensitieve dienstverlening als de ontwikkelaanpak van de SDD als landelijk voorbeeld beschouwd. Onder de doelgroep is in 2022 ook een onderzoek gestart naar mogelijke onderbenutting van voorliggende voorzieningen. Hiermee kunnen uitkeringslasten mogelijk ook worden beperkt. Ad4. Handhaving op rechtmatigheid In de periode 2020 en 2021 is het aantal inwoners dat specifiek uitstroomde als gevolg van handhaving opgelopen. Vanwege de contactbeperkende maatregelen konden in 2020 minder handhavingsprojecten worden uitgevoerd. In 2021 konden weer meer projecten worden uitgevoerd vanwege het – gedeeltelijk en tijdelijk – vervallen van deze maatregelen. In deze periode is een extra project uitgevoerd gericht op opsporing van bijstandsfraude in het buitenland.
Ook is gewerkt aan innovatie zoals afgestemde handhaving door middel van LSI (Landelijke stuurgroep interventieteams waarbij partners gezamenlijk misstanden in afstemming aanpakken) In 2022 is dit aantal weer wat afgenomen. Dit als gevolg van een wijziging in het karakter van de aanpak, waarbij handhaving in de afgelopen jaren geleidelijk is veranderd van streng naar meer zorgzaam en gericht op het realiseren van publieke waarde. Ook de integrale handhaving helpt om onderliggende problematiek eerder te onderkennen en aan te pakken. De handhaving heeft hiermee een meer preventief gericht karakter gekregen. Mede door deze omslag is de uitstroom door handhaving dan ook lager dan in voorgaande perioden. Ad5. Gerichte inzet op statushouders Vóór 2021 was de prognose dat met de inzet van Impuls Statushouders 170 statushouders (Drechtstedenbreed) onafhankelijk van een uitkering zouden worden en een plek op de arbeidsmarkt krijgen. Ondanks de crisis is dit gelukt. Als gevolg van de coronamaatregelen zijn in 2020 de groepsactiviteiten opgeschort en is omgeschakeld naar individuele begeleiding van statushouders of, indien mogelijk, naar digitale groepsbijeenkomsten. Gevolg hiervan is dat ook in 2021 een minder groot beroep gedaan is op de inzet van fysieke groepsactiviteiten zoals de VCA-opleiding, heftruckcertificaten of taalwerk-stages.
Door de focus te verschuiven naar individuele begeleiding zijn de nadelige gevolgen voor de statushouders zoveel mogelijk beperkt. Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 met ingang van 1 januari 2022 is de prioriteit bij de aanpak van de doelgroep statushouders vooral gericht op het vinden van aansluiting op het reguliere (beroeps)onderwijs. Op basis van de leerbaarheid en het competentieniveau staan ons daarvoor verschillende inburgeringstrajecten ter beschikking. De inzet van werk dient daarbij zoveel mogelijk ondersteunend te zijn aan de inburgeringstrajecten. De keuze voor het best passende inburgeringstraject wordt vastgesteld op basis van voor dit doel ontwikkelde testen. Binnen de Drechtsteden zijn de individuele gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van statushouders. De GR Sociaal voert namens de gemeenten de regie over het inburgeringsproces. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren, werken gemeenten en de GR Sociaal nauw samen. Zo zijn samenwerkingsafspraken gemaakt over de maatschappelijke begeleiding (in opdracht van gemeenten), samenwerking met sociale teams en regievoering op de inburgering (GR Sociaal), zijn inkoopafspraken gemaakt met onderwijsinstellingen, is een welkomstprogramma ontwikkeld dat past bij de opdracht en is een klantreis vormgegeven.
Ondanks de invoering van de Wet inburgering 2021 per 1 januari 2022 blijkt dat statushouders onder het regime van de nieuwe wet feitelijk pas vanaf de zomer 2022 zijn ingestroomd. De bijbehorende inburgeringstrajecten zijn daarbij pas vanaf september van start gegaan. De instroom gedurende het jaar 2022 bestaat hierdoor nog voor een deel uit statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013 en daarmee qua uitvoering onder Impuls statushouders. Dit heeft de uitvoering gecompliceerd. Door gericht in te zetten op de doelgroep statushouders beogen we dat een grotere deel van deze doelgroep kan uitstromen naar werk.
Ad 6. Beheersmaatregelen 2020-2022 gemeente specifiek
11
Specifiek voor Sliedrecht geldt dat de gemeente, SDD en Bonkelaarhuis al langere tijd nauw overleg voeren over de bestandsontwikkeling in deze gemeente. Ook sinds de invoering van de Wet Inburgering in Sliedrecht is er nauw overleg op zowel uitvoerend, tactisch als beleidsniveau om de uitvoering zo soepel mogelijk te laten verlopen.
Omdat bestandsontwikkeling van Sliedrecht al meerdere jaren negatief afwijkt van het landelijke en regiogemiddelde zijn inmiddels al meerdere maatregelen getroffen om de bestandontwikkeling positief te beïnvloeden. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat aantal participatieplekken te laag ligt voor de vraag die in die gemeente bestaat naar participatieplekken (of andere vormen van begeleid meedoen aan de samenleving. In de toekomst is aanpassing van participatiemogelijkheden aan de behoefte van het bestand zeker van belang. Het gaat hier om inwoners zonder of met een beperkt eigen netwerk die niet in staat zijn zelfstandig vrijwilligerswerk uit te voeren. Meedoen levert vaak een toenemend perspectief op waardoor ook vervolgstappen op de participatieladder mogelijk zijn. -
-
-
-
-
De gemeenteraad van Sliedrecht heeft vanuit de Enecomiddelen geld beschikbaar gesteld voor een activeringsmedewerker in het Bonkelaarhuis. Deze medewerker heeft tot doel om kwetsbare inwoners perspectief te bieden door mee te doen aan de samenleving. Dit kan zijn bij de bestaande participatieplekken, (vrijwilligers)werk, welzijnsactiviteiten, bij werkgevers, maar ook bij andere plekken in de gemeente. Vanuit de Eneco middelen is ook budget vrijgekomen voor het organiseren van extra participatieplaatsen gericht op ontwikkeling en middelen voor participatie voor inwoners met een ontwikkelvraagstuk/afstand tot de arbeidsmarkt. Samenwerking met de professionals van het Bonkelaarhuis voor volwassenondersteuning om barrières en belemmeringen weg te nemen om tot ontwikkeling te kunnen komen. Inzet op vroegsignalering door de gemeente. Het gebruik van de bibliotheek als informatiepunt voor inwoners die moeite hebben met taal of andere basisvaardigheden. Ook is in de gemeente extra aandacht besteed aan inwoners van Turks en Syrische komaf die door de aardbeving naasten verloren waren. Dit heeft voor een deel van deze doelgroep geleid tot deelname aan de samenleving. In Sliedrecht worden in het kader van de energietransitie veel huurwoningen aangepast. Aan dit project een jobcoach toegevoegd die inwoners probeert te koppelen aan werk in deze sector.
Ook de Beroepentuin en de Sociale Moestuin zijn bij dit iniatief betrokken. SDD heeft in het kader van de ontwikkelingen in Sliedrecht een manager gekoppeld aan de gemeente Sliedrecht met als doel het 'benutten van de kansen van Sliedrecht'. De gemeente en Drechtwerk zijn overeengekomen dat er een locatie van Drechtwerk behouden blijft in die gemeente. Dit levert extra kansen op voor de doelgroep in de bijstand. Momenteel is die weg alleen nog maar geopend voor inwoners met een beschut werk advies.
Beheersmaatregelen 2023 en verder Drechtstedenbreed Het is een blijvende zoektocht om de opwaartse doorstroom op de participatieladder en uitstroom van het bijstandsbestand te vergroten. Ook het voorkomen van instroom blijft aandacht hebben. In voorgaande tekst zijn een aantal maatregelen gestart waarvan het effect zich in 2023 moet voordoen. Buiten deze maatregelen, gaat het in 2023 om de volgende aanvullende acties: • Het aantal vroegtijdig schoolverlaters neemt toe. Om instroom te voorkomen gaat de SDD, samen met de Dienst Gezondheid en Jeugd (DGJ), verder met de doorontwikkeling van het proactief benaderen van kwetsbare jongeren. Dit zijn jongeren die niet bekend zijn bij een werkgever, geen inschrijving hebben op school en nog niet bekend is bij een uitkeringsinstantie. Ook het benaderen van jongeren op praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs zorgt er voor dat jongeren niet vroegtijdig afhankelijk worden van een uitkering. De wetgeving gaat veranderen waardoor ook jongeren op het MBO in minder kansrijke sectoren benaderd kunnen worden. Bovendien komt in alle arbeidsmarktregio's een regionaal werkcentrum waar iedereen die een werkvraag heeft geholpen kan worden. Ook dit moet er voor zorgen dat er minder ingestroomd wordt in de bijstand.
12
•
•
•
•
•
13
Tijdens de coronaperiode is ten behoeve van toekomstige uitstroombevordering primair ingezet op het in verbinding blijven met klanten en zijn, waar mogelijk, ontwikkeltrajecten geboden. De dienstverlening (o.a. trainingen en taallessen) heeft daarbij aanvankelijk een digitale invulling gekregen. In 2022 is ingezet op de verbetering van de kwaliteit van het trainingsprogramma, het verbeteren van methodieken en het ontwikkelen van een digitaal leerplatform, waarmee voor uiteenlopende doelgroepen met de leermethode een passend en compleet ontwikkelprogramma wordt aangeboden. Deze methodiek wordt breder uitgerold in 2023. Omdat de groep die een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt binnen de bijstandspopulatie een steeds groter aandeel inneemt en de vraagstukken waarmee men te maken krijgt steeds complexer worden, is het van belang om de huidige methodieken en het huidige instrumentarium meer en meer op deze doelgroep aan te passen. Het gaat, buiten de groeiende groep statushouders die in het kader van de Wet inburgering 2021 langdurige trajecten doorlopen, Drechtstedenbreed om een grote groep van ca. 5.000 klanten met lichamelijke en/of psychische klachten.
De doorstroom willen we vergroten door: o het eerste jaar van de uitvoering van de wet inburgering te evalueren en daarvan te leren en de dienstverlening samen met de gemeenten te verbeteren; o de mogelijkheden van de groep met lichamelijke en/of psychische klachten nader in kaart te brengen is in 2022 gestart met het uitvoeren van verdiepende analyses van het zittende bestand. Deze analyses richten zich onder meer op een aantal specifieke doelgroepen: ▪ Een analyse van de doelgroep met lichamelijke klachten door een extern bureau; ▪ Een scan naar het gebruik van voorliggende voorzieningen; ▪ Een uitgebreide nadere analyse van de doelgroep van het jongerenteam; ▪ Een gefaseerde analyse van de doelgroep statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013. Het aantal parttimers (inwoners die deels afhankelijk zijn van een uitkering en deels werken) op Drechtstedenniveau blijft achter. Hier ligt een belangrijk ontwikkelpunt voor de komende jaren. Parttime werk biedt uitkeringsgerechtigden de mogelijkheid werkervaring op te doen, een netwerk op te bouwen, zichzelf te ontwikkelen en (idealiter) hun financiële positie te verbeteren. Bovendien is bewezen dat parttime werk voor een deel van de doelgroep een "stepping stone" vormt voor duurzame uitstroom op termijn.
Financieel gezien betekent parttime werk voor gemeenten een voordeel, omdat bijstandsgerechtigden een deel van hun uitkering 'terugverdienen'. En op een later moment mogelijk volledig uitstromen. Echter, de stap naar parttime werk is voor uitkeringsgerechtigden niet eenvoudig te maken. Financieel gezien heeft dit zowel te maken met de verrekensystematiek (van werkinkomen en uitkering), als het recht op toeslagen en daarmee mogelijke negatieve gevolgen bij de belastingaangifte in het volgende jaar. In tegenstelling tot wat eigenlijk zou moeten, gaat parttime werken daardoor gepaard aan toenemende inkomensonzekerheid. Zowel op korte als op lange termijn. Om dit te voorkomen wordt in 2023 gestart met een pilot om deze vorm van werken aantrekkelijker te maken. De opzet van deze pilot is gericht op inkomensvrijlating (van een deel van de inkomsten) en toepassing van een bufferbudget in het kader van de aanstaande wetswijziging van de Participatiewet (Participatiewet in Balans), waarmee negatieve fluctuaties in het maandelijkse totaalinkomen worden voorkomen. Buiten parttime werk, zal meer focus worden gelegd op maatschappelijke participatie.
Daarmee wordt niet alleen vooruitgelopen op de aanstaande wijziging van de Participatiewet (in het wetsvoorstel is momenteel nog een participatieplicht opgenomen), maar vooral omdat participatie voor deze doelgroep cruciaal wordt geacht als een eerste stap richting herstel van perspectief en zelfvertrouwen en het opbouwen van een (nieuw) netwerk. Daarnaast zal, conform de Visie sociaal domein Drechtsteden, de komende jaren het versterken van bestaanszekerheid (in de brede zin) een meer prominente plaats krijgen in de dienstverlening van de SDD, door passende financiële voorlichting, het optimaal benutten van financiële voorzieningen en aandacht voor issues op het gebied van veiligheid, gezondheid en wonen. Dit mede in de verwachting dat stabiliteit op deze terreinen (op termijn) meer ruimte maakt voor perspectief en ontwikkeling. 2023 is in dit opzicht een transitiejaar, ook wat betreft
•
•
•
de inrichting van de organisatie, en inregelen zal de nodige tijd vergen, waardoor positieve effecten vooral pas in latere jaren te verwachten zijn. Sinds 1 januari 2023 valt ook de Drechtwerk onder de GR Sociaal. De komende tijd wordt de samenwerking verder versterkt en onderzocht welke kansen kunnen worden gevonden voor (de doorontwikkeling van) de doelgroep Participatiewet. De locatie van Drechtwerk in Sliedrecht is hierbij een mooie kans. Afspraken zijn gemaakt om de locatie van Drechtwerk te positioneren als leer- werk- en ontwikkelbedrijf voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er wordt toegewerkt naar een omslag binnen de GR Sociaal waarbij de regionale inzet meer verbonden wordt met het lokale niveau. Bijstandsconsulenten zijn hiervoor in Sliedrecht lokaal aanwezig om zo de verbinding met de inwoners en het lokale netwerk te verstevigen. Onder de oude governance was dat minder aan de orde. Onderdeel hiervan is de omslag naar meer gemeente-specifieke sturing op de ontwikkeling van het bijstandsbestand. Gezien het feit dat over het jaar 2022 in totaal drie gemeenten in de Drechtsteden in aanmerking komen voor een aanvraag voor de vangnetuitkering, wordt in 2023 de monitoring en resultaatsturing op gemeenteniveau versterkt.
Aanvullend zijn wij actief in landelijke netwerken en leergroepen zoals VNG, Cedris, Divosa en andere gelegenheidscoalities om van elkaar te leren. Daarnaast hebben we nauwer contact met andere gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die gedeelde uitdagingen hebben (de afgelopen periode onder andere met WeenerXL, Orionis, Stroomopwaarts, Fermwerk en Werxaam).
C. Beoogd effect van de onder B genoemde maatregelen op de tekortreductie Zoals in het voorgaande is aangegeven, is het een blijvende zoektocht om de opwaartse doorstroom op de participatieladder en de uitstroom van het uitkeringsbestand te vergroten. Dit tegen de achtergrond van een toenemende verzwaring van het uitkeringsbestand. Het realiseren van doorstroom en uitstroom wordt voor de resterende doelgroepen een kwestie van lange adem. De in de vorige paragraaf geschetste maatregelen zijn nog in ontwikkeling en het effect kan – noch individueel, noch gezamenlijk - niet worden gekwantificeerd. Onder de oude governance (GR Drechtsteden) werd ten aanzien van de bijstandsontwikkeling primair gestuurd op budgetbeheersing voor de zeven gemeenten gezamenlijk. Dit had niet alleen met de verantwoordingssystematiek richting de Drechtraad te maken, maar ook met de onderliggende financiële afspraken binnen de GR (solidariteit). Deze lijn is in het overgangsjaar 2022 onder de nieuwe governance (GR Sociaal) voortgezet. De doelstelling op het bijstandsbestand wordt in de jaarlijkse Begroting, om ten aanzien van de landelijke trend financieel in de pas te blijven, bepaald op basis van de meest recente Macro Economische Verkenning (MEV, verschijnt jaarlijks in september) van het Centraal Planbureau (CPB).
Bijsturing vindt gedurende het jaar tijdens de eerste bestuursrapportage plaats op basis van het meest recente Centraal Economisch Plan (CEP, verschijnt per kwartaal) en bij de tweede bestuursrapportage op basis van de nieuwe MEV. Het beoogd effect is om alle gemeenten in de Drechtsteden te laten presteren op de CPB norm. De CPB norm is op dit moment een bestandsdaling van 1,4 %. Deze norm kan gedurende het jaar nog worden aangepast op basis van de landelijke trends en ontwikkelingen. Voor de gemeente Sliedrecht betekent dit een concreet beoogd effect dat het bestand op 31 december 2023 is gedaald tot 477 (ten opzichte van 484 nu). Zoals hierboven omschreven moet wel worden gesteld dat ondanks het treffen van maatregelen het behalen van de doelstelling uitdagend wordt. Bijvoorbeeld de instroom van statushouders heeft in kleinere gemeenten een groot effect. Gezien de taakstelling huisvesting statushouders houden wij er rekening mee dat ook 2023 geen meevallend jaar wordt. Wel wordt ten aanzien van de BUIG een tekortreductie verwacht, aangezien de bestandsgroei uit voorgaande jaren in de deels historische verdeling van de BUIG een positief effect zou moeten hebben zolang landelijk in de past wordt gelopen met de werkelijke ontwikkelingen in de bijstandsbestand.
14
D. Ondertekening Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht verklaart dat het voor 15 augustus 2023 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum ….
De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ………………………………………………………….
De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ………………………………………………………….
Instemming gemeenteraad Aanvullingen gemeenteraad bij de beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college
NVT of aanvullingen invoegen
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend waardering over analyse en maatregelen uitgesproken X Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen Verzoek om het tempo van de invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen X Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
15
Ondertekening De gemeenteraad van de gemeente Sliedrecht stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.
De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ………………………………………………………….
De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ………………………………………………………….
16