260619_Art. 38 (mondelinge) VR_Lobbezoo_CDA_Eerdere sluiting Baanhoekbrug.pdf
Tekst van het document
Mondelinge vragen (Art. 38 RvO) Van Partij Datum Onderwerp Vergadering
: S.K. (Stefan) Lobbezoo : CDA Sliedrecht : 19 juni 2026 : Eerdere sluiting Baanhoekbrug : 23 juni 2026
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeenteraad Sliedrecht, Inleiding Vanaf 6 juli 2026 wordt het fietspad van de Baanhoekbrug afgesloten voor fietsers en voetgangers. Rijkswaterstaat geeft aan dat deze afsluiting noodzakelijk is om het fietspad in te richten als route voor nood- en hulpdiensten tijdens de renovatie van de Papendrechtsebrug. Tegelijkertijd wordt als alternatief voor fietsers en voetgangers verwezen naar een pontverbinding tussen Sliedrecht en Dordrecht. Uit de communicatie van Rijkswaterstaat blijkt echter dat deze pontverbinding pas vanaf de afsluiting van de Papendrechtsebrug op 17 juli beschikbaar komt. Hierdoor ontstaat een periode van bijna twee weken waarin de bestaande verbinding via de Baanhoekbrug niet beschikbaar is, terwijl het aangekondigde alternatief nog niet operationeel is. Opvallend daarbij is dat deze periode vrijwel volledig samenvalt met de laatste schoolweken vóór de zomervakantie. De zomervakantie voor regio Midden start immers pas op 18 juli 2026. Juist in deze periode zijn scholieren, studenten, werknemers en andere dagelijkse reizigers nog afhankelijk van een goede verbinding tussen Sliedrecht, Papendrecht en Dordrecht. Dit roept vragen op over de gemaakte planning, de afstemming tussen de verschillende maatregelen en de belangenafweging die hierbij heeft plaatsgevonden. Vragen 1.
Is het college bekend met het feit dat het fietspad van de Baanhoekbrug vanaf 6 juli wordt afgesloten, terwijl de aangekondigde pontverbinding pas vanaf 17 juli beschikbaar komt? 2. Was het college betrokken bij de afstemming van deze planning en heeft het college ingestemd met deze keuze? 3. Kan het college toelichten waarom ervoor is gekozen de bestaande verbinding al elf dagen eerder af te sluiten dan het moment waarop het vervangende vervoer beschikbaar komt? 4. Was het college zich ervan bewust dat deze periode vrijwel volledig samenvalt met de laatste schoolweken vóór de zomervakantie in regio Midden? 5. Heeft het college bij Rijkswaterstaat aangedrongen op een eerdere inzet van de pontverbinding of een latere afsluiting van de Baanhoekbrug, zodat beide momenten beter op elkaar zouden aansluiten? 6. Welke gevolgen verwacht het college voor scholieren, studenten, werknemers en andere dagelijkse gebruikers gedurende de periode van 6 tot en met 17 juli? 7. Zijn alternatieve maatregelen onderzocht om de bereikbaarheid in deze periode te waarborgen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? 8. Welke mogelijkheden ziet het college nog om de bereikbaarheid voor inwoners in deze periode alsnog te verbeteren? 9.
Deelt het college de opvatting dat inwoners mogen verwachten dat een alternatief beschikbaar is op het moment dat een bestaande verbinding wordt afgesloten? En zo ja, hoe beoordeelt het college dan de keuze om de Baanhoekbrug al op 6 juli af te sluiten, terwijl het vervangende vervoer pas op 17 juli beschikbaar komt?
-2-
Artikel 38: Mondelinge vragen 1.
2.
3.
4.
5.
6. 7. 8.
Elk lid kan tijdens de oordeelsvormende of besluitvormende vergadering mondeling vragen stellen aan het college over het door (een lid van) het college gevoerde bestuur met betrekking tot een actueel onderwerp. Voor wat betreft de besluitvormende vergadering komt dit recht uitsluitend toe aan een raadslid. Het lid dat mondelinge vragen wil stellen meldt dit onder opgave van het onderwerp en de vragen schriftelijk via de griffier bij de voorzitter aan uiterlijk op de dag van de vergadering vóór 12.00 uur. De voorzitter van de desbetreffende vergadering kan een ingediende mondelinge vraag weigeren aan de orde te stellen als hij het onderwerp en/of de vragen niet voldoende nauwkeurig omschreven acht, in het onderwerp naar zijn inzicht actualiteit ontbreekt of als het onderwerp in de vergadering op diezelfde dag aan de orde komt. De voorzitter verstrekt de ingediende mondelinge vragen op de dag van de vergadering vóór 15.00 uur aan de leden en het college. De naam van de indiener, het onderwerp en de vragen worden in de openbare digitale agenda vermeld. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het agendapunt 'Mondelinge vragen' aan de orde worden gesteld waarbij het tijdstip van aanmelding in principe doorslaggevend is. Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord geven om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het agendapunt 'Mondelinge vragen' kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Artikel 38a: Antwoordgarantie
Indien aan de burgemeester of aan het college vragen worden gesteld op grond van artikel 38 en die vragen tenminste 24 uur voorafgaande aan het stellen van de vragen bij de voorzitter zijn gemeld, geldt een antwoordgarantie, zodat de vragen in de betreffende vergadering of bijeenkomst worden beantwoord.