CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

260129 Rekenkamerbrief inburgering Sliedrecht.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 2 juni 2026, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 9: BES – Rekenkamerbrief ‘Inburgering’ van de Rekenkamer Sliedrecht7.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekenkamer Sliedrecht

Rekenkamerbrief inburgering Aan:

Gemeenteraad Sliedrecht

Van:

Heleen van Rijnbach en Robert Klaassen | Rekenkamer Sliedrecht

Datum:

29 januari 2026

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 25 november 2024 heeft de rekenkamer tijdens een consultatieworkshop met de raadsleden besproken naar welke onderwerpen de rekenkamer in 2025 onderzoek zou kunnen doen. Het onderwerp inburgering had de nadrukkelijke voorkeur van een meerderheid van de aanwezige raadsleden. De rekenkamer heeft na afstemming met de klankbordgroep besloten geen ‘regulier’ onderzoek, maar een rekenkamerbrief over inburgering te willen uitbrengen, vanwege mogelijke overlap tussen een regulier onderzoek en de jaarlijkse evaluatie door de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD).

In deze brief In deze rekenkamerbrief brengt de rekenkamer een verdieping aan op de evaluatie van de SDD op elementen die voor de raad relevant zijn. De rekenkamerbrief heeft als doel om de raad verdiepend inzicht te geven in de inzet van de gemeente voor inburgering, de samenwerking met betrokken stakeholders en organisaties en de rol van de raad hierbij. Daarbij zal de rekenkamer een vergelijking maken met landelijke data over inburgering. De rekenkamerbrief is met nadruk niet gericht op de opvang en huisvesting van statushouders en asielzoekers in Sliedrecht. De rekenkamer stelt de volgende vraag centraal in het onderzoek: Wat is de rol en inzet van de gemeente Sliedrecht bij inburgering van nieuwkomers en welke sturingsmogelijkheden heeft de gemeenteraad hierbij? In de bijlage van de brief vindt u een samenvatting van het wettelijk kader, evenals de volledige onderzoeksbevindingen. Hieronder geeft de rekenkamer een samenvatting van deze bevindingen en geeft de rekenkamer een aantal aandachtspunten mee aan de raad om de informatiepositie en rolneming ten aanzien van dit onderwerp te versterken.

Samenvatting onderzoeksbevindingen De gemeente Sliedrecht heeft de wettelijke taken voor inburgering uitgewerkt in een lokaal uitvoeringsplan. In het uitvoeringsplan staan de Sliedrechtse speerpunten voor inburgering, licht de gemeente toe op welk niveau de wettelijke taken worden opgepakt (lokaal of regionaal) en gaat de gemeente in op de taakverdeling tussen de gemeente, de SDD en het Bonkelaarhuis. De inburgering van nieuwkomers in Sliedrecht is tot nu toe beperkt geëvalueerd. Een in 2023 uitgevoerde evaluatie door de SDD geeft overkoepelend inzicht in de voortgang en adresseert kansen voor doorontwikkeling, maar bevat beperkte inzichten over de lokale situatie in Sliedrecht. Doordat er hierna niet opnieuw een evaluatie heeft plaatsgevonden ontbreekt het aan een actueel inzicht in de voortgang. Inmiddels is opdracht gegeven voor een nieuwe evaluatie, waarvan de resultaten in 2026 worden verwacht.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 1

Rekenkamer Sliedrecht Uit de recentste landelijke kwalitatieve en kwantitatieve data komt een aantal aandachtspunten naar voren met betrekking tot de uitvoering van de wet inburgering. Aandachtspunten zijn onder meer kinderopvangmogelijkheden, voldoende werkplekken een beschikbare middelen en menskracht. In Sliedrecht spelen deze aandachtspunten ook in meer of mindere mate. Een belangrijk aandachtspunt is dat er beperkt cijfermatig inzicht is in de doelgroep. Om die reden heeft de gemeente opdracht gegeven om een dashboard te ontwikkelen in SDD-verband, zodat er meer inzicht komt in de lokale situatie en de situaties in gemeenten in de Drechtsteden ook vergeleken kunnen worden. De gemeenteraad van Sliedrecht heeft beperkt inzicht in de lokale uitvoering van de Wet Inburgering. Het college heeft de raad in de afgelopen bestuursperiode beperkt geïnformeerd over de voortgang. De raad heeft zelf ook beperkt gebruik gemaakt van het instrumentarium om meer inzicht te krijgen of bij te sturen. Wel heeft de raad in 2025 in een zienswijze op de financiële stukken aandachtspunten meegegeven aan de GR Sociaal. Rekenkameronderzoek in andere gemeenten laten zien dat deze situatie voor meer gemeenten geldt.

Hieruit identificeert de rekenkamer diverse lessen voor Sliedrecht ten aanzien van de kaderstelling door en informatiepositie van de gemeenteraad, inzicht in de voortgang op basis van monitoring en samenwerking met maatschappelijke partners: 1. Een beleidskader met concrete doelstellingen (zowel inhoudelijk/kwalitatief als kwantitatief) stelt gemeenten in staat om de gepleegde inzet gericht te monitoren en te evalueren. Bovendien geeft dit de gemeenteraad de middelen in handen om waar nodig (bij) te sturen op prioriteiten en doelstellingen. 2. Door met een dashboard te werken kunnen gemeenten tussentijds bepalen of er voldoende voortgang is op vastgestelde prioriteiten en doelstellingen. 3. De raad heeft baat bij informatievoorziening die verder gaat dan cijfers. Informatiebijeenkomsten of inloopavonden bij samenwerkingspartners kunnen voor raadsleden van meerwaarde zijn. 4. Gemeenten blijven bij inburgering van statushouders afhankelijk van maatschappelijke partners (zowel professionele organisaties als vrijwilligersinitiatieven). Dat betekent dat de directe sturingsmogelijkheden beperkt zijn. Voor de volledige bevindingen en best practices verwijst de rekenkamer naar de bijlage.

Aandachtspunten De rekenkamer heeft een brede analyse uitgevoerd naar evaluaties van de uitvoering van de Wet inburgering (zowel in de Drechtsteden als landelijk), de positionering van de Sliedrechtse raad op dit onderwerp en bevindingen uit eerder rekenkameronderzoek. Op basis van deze analyse zet de rekenkamer drie aandachtspunten uiteen waardoor de raad meer grip krijgt op het vraagstuk. Bij elk aandachtspunt geeft de rekenkamer een aantal concrete aanbevelingen die de raad kan aanwenden om haar positie op dit thema te versterken.

Aandachtspunt 1 – Verstevigen kaderstelling en informatiepositie gemeenteraad Er zijn kansen om de kaderstelling door en informatiepositie van de gemeenteraad op het gebied van inburgering te versterken. De raad heeft in het verleden de Integratienota (2019) vastgesteld en kennisgenomen van het lokaal uitvoeringsplan dat het college in 2021 heeft vastgesteld en momenteel de basis vormt voor inburgering in Sliedrecht. De raad heeft hierna geen nadere prioriteiten of kaders vastgesteld over hoe de raad inburgering in Sliedrecht voor zich ziet. De informatiepositie van de raad op het gebied van inburgering is relatief beperkt: de raad krijgt

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 2

Rekenkamer Sliedrecht jaarlijks inzicht via de jaarrapportage van de GR Sociaal en het college heeft de raad een enkele keer geïnformeerd wanneer daar aanleiding voor was. Deze aandachtspunten bij de positie van de raad zijn niet uniek voor Sliedrecht. Toch vindt de rekenkamer het van belang om de raad mee te geven in gesprek te gaan met het college over de betrokkenheid van de raad bij dit onderwerp. De start van de nieuwe raadsperiode in 2026 kan hiervoor een mooie aanleiding zijn. De rekenkamer doet de volgende aanbevelingen aan de raad: •

•

•

Vraag het college om de uitkomsten van de momenteel lopende evaluatie bij de SDD met de raad te delen zodra deze bekend zijn. Beleg daarna een bijeenkomst met het college om de voortgang van het lokaal uitvoeringsplan inburgering te bespreken en geef indien gewenst als raad kaders mee voor eventuele herijking of actualisatie van het uitvoeringsplan. Bespreek als raad onderling in hoeverre er behoefte is aan aanvullende informatievoorziening over inburgering in de P&C-cyclus. Overweeg bijvoorbeeld in de P&C-stukken een (sub)paragraaf inburgering op te nemen, waarin het college de raad informeert over aandachtspunten die voor de raad van belang zijn. Vraag het college om de mogelijkheden te verkennen een jaarlijkse informatiebijeenkomst te organiseren over inburgering, waarbij ook samenwerkingspartners van de gemeente aansluiten. Met zo’n bijeenkomst kan de raad meer inzicht krijgen in de uitvoeringspraktijk. Zo’n bijeenkomst kan eventueel ook regionaal georganiseerd worden of op locatie bij een samenwerkingspartner van de gemeente.

Aandachtspunt 2 – Inzicht in voortgang op basis van monitoring De raad van Sliedrecht heeft beperkt inzicht in de voortgang van de inburgering. Dit is in andere gemeenten vaak niet anders en komt mede doordat dit jaar pas de eerste inburgeraars het volledige traject hebben doorlopen. Uit landelijke inzichten komen aandachtspunten naar voren met betrekking tot kinderopvang, werkplekken en beschikbare middelen en capaciteit. Lokale (cijfermatige) data kan meer inzicht geven in welke aandachtspunten lokaal spelen. In onder andere Vlaardingen, Maassluis en Schiedam wordt gebruik gemaakt van lokale dashboards of monitors waarin op basis van een aantal vaste indicatoren inzicht wordt gegeven in lokale cijfers. Er is inmiddels opdracht gegeven om ook voor de Drechtsteden zo’n dashboard in te richten. Wanneer dit dashboard inzicht geeft in de aandachtspunten die voor de raad van Sliedrecht belangrijk zijn, zal dit naar het oordeel van de rekenkamer grotendeels in de informatiebehoefte van de raad voorzien. De rekenkamer doet de volgende aanbevelingen aan de raad: • •

Vraag het college om de raad op de hoogte te houden over de ontwikkeling van het SDDdashboard voor inburgering. Bespreek met het college over welke indicatoren de raad graag informatie zou willen. Het moet dan volgens de rekenkamer wel gaan om informatie op basis waarvan de gemeente en SDD ook kunnen sturen of strategie op kunnen bepalen (bijvoorbeeld: het aantal geslaagde taalcursussen, het aantal uitstromers, het aantal mensen dat aan het werk komt of vrijwilligerswerk doet). De raad zou deze aandachtspunten ook later in 2026 mee kunnen geven in een zienswijze op de jaarstukken van de GR Sociaal.

Aandachtspunt 3 – Samenwerking met maatschappelijke partners De gemeente is bij de uitvoering van de wet inburgering sterk afhankelijk van maatschappelijke partners: denk aan de SDD, het Bonkelaarhuis en maatschappelijke partners, maar ook organisaties

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 3

Rekenkamer Sliedrecht als vluchtelingenwerk en COA die op andere plekken in de inburgeringsketen een rol hebben. Dit samenwerkingsveld is bepalend voor de uitvoeringspraktijk. Het is belangrijk dat de raad oog houdt voor deze situatie en het feit dat de gemeente Sliedrecht vooral kaders meegeeft voor de wijze waarop inburgering in de gemeente (en breder in de regio) is ingericht. Ook wil de rekenkamer de raad meegeven dat de gemeente verantwoordelijk is om landelijke wet- en regelgeving uit te voeren en ook afhankelijk is van landelijke ontwikkelingen op dit gebied. De rekenkamer doet de volgende aanbeveling aan de raad: • Geef als raad de ruimte aan het college en samenwerkingspartners om invulling te geven aan hun rol. Vul de kaderstellende en controlerende rol van de raad met name in als het gaat om de doelstellingen en prioriteiten van de gemeente voor inburgering. Bezie deze aanbeveling ook in samenhang met de aanbevelingen bij aandachtspunt 1.

Tot slot De rekenkamer hoopt met deze brief een waardevolle bijdrage te leveren aan de ontwikkelingen omtrent dit vraagstuk en in het bijzonder aan de positie van de raad. De rekenkamer is graag bereid om uw raad een nadere toelichting te geven op deze brief. Met vriendelijke groet, Heleen van Rijnbach, directeur Rekenkamer Sliedrecht Robert Klaassen, plv. directeur en coördinator Rekenkamer Sliedrecht

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 4

Rekenkamer Sliedrecht

Bijlage 1 – Wettelijke taken Onder de Wet inburgering 2021 hebben gemeenten de uitvoeringsregie op dit beleidsdomein. De regierol bestaat onder andere uit het aanbieden van maatschappelijke begeleiding, een inburgeringstraject met een brede intake en een plan inburgering en participatie. Dit zijn nieuwe taken voor de gemeente en daarmee is het een nieuwe decentralisatie in het sociaal domein, na de decentralisaties van 2015 op de domeinen jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en arbeidsparticipatie. Onder de Wet inburgering 2013 was het nog zo dat inburgeraars zelf hun inburgering moesten regelen en betalen. Met de invoering van deze wet heeft de wetgever beoogd inburgeringsplichtigen optimaal in staat te stellen zo snel mogelijk de Nederlandse taal te leren en daardoor zo snel mogelijk betaald werk te kunnen gaan doen. Daarbij heeft de wetgever beoogd de rijksoverheid én gemeenten in staat te stellen inburgeraars die doelen te laten behalen. De wet schrijft voor welke taken daarom bij de gemeente zijn komen liggen.1 Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen migranten: statushouders en gezinsmigranten. Een statushouder is inburgeringsplichtig als hij: • • • •

Afkomstig is van buiten de EU, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of Zwitserland Zich duurzaam in Nederland wenst te vestigen; Ouder is dan 16 jaar en jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd (67 jaar in 2020); Een tijdelijke verblijfsvergunning heeft.

Gezinsmigranten zijn zogeheten na-reizigers waarbij een lid van het gezin al een verblijfsvergunning heeft. De meeste gezinsmigranten van boven de 18 jaar oud moeten, voordat zij een verblijfsvergunning kunnen aanvragen, eerst slagen voor het Basisexamen inburgering in het buitenland.2 Gezinsmigranten betalen hun inburgering zelf.3 Een inburgeringstraject bestaat uit drie onderdelen: Een leerroute (inclusief module Kennis van de Nederlandse Maatschappij)

Er zijn drie leerroutes om 1 in te burgeren: •

De B1 route; een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal 3 jaar de Nederlandse taal op niveau B1. Tegelijk kunnen zij meedoen door (vrijwilligers)werk.

•

De onderwijsroute; een route vooral voor jongeren. Zij leren de Nederlandse taal op niveau B1 of hoger. Ook worden zij dan voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding.

•

De zelfredzaamheidsroute; een route voor inburgeringsplichtigen waarvoor route 1 en 2 te moeilijk is. Zij leren de Nederlandse taal op een lager niveau (A1-niveau). Deze mensen worden voorbereid (op een eenvoudige manier) om

1

Wet Inburgering 2021 (1 januari 2023): Link. Divosa (15 juni 2022). Handreiking inburgeringsplichtige gezinsmigranten: Link. 3 Divosa (18 september 2024). Regie op inburgering van gezinsmigranten: Link. 2

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 5

Rekenkamer Sliedrecht mee te doen in de Nederlandse samenleving. Het participatieverklaringstraject (PvT)

In het participatieverklarings-traject wordt van de inburgeraar verwacht dat hij workshops volgt over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving (vrijheid, gelijkheid, solidariteit en participatie) en aansluitend een paticipatieverklaring ondertekend. Met de Met de ondertekening verklaart de inburgeraar dat hij of zij kennis heeft genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving, dat hij of zij deze respecteert en dat hij of zij actief een bijdrage wil leveren aan de samenleving.

De module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP)

In de module Arbeidsmarkt en participatie wordt de inburgeraar voorbereid op de Nederlandse arbeidsmarkt en hoe hij de vaardigheden kan inzetten om hierbinnen optimaal te participeren.

Nieuwkomers moeten binnen 3 jaar de activiteiten succesvol afronden. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) stelt vast wanneer de inburgeringstermijn start en behandelt aanvragen voor verlenging van de inburgeringstermijn. Wettelijke taken voor de gemeente Gemeenten zijn sinds 2021 primair verantwoordelijk voor het inburgeringsaanbod en begeleiding van de nieuwkomer. In de wet zijn hiervoor verschillende vereisten opgenomen: 1. Brede intake. Tijdens de intake brengt de gemeente de persoonlijke situatie en het lerend vermogen van de nieuwkomer in beeld die de basis moet zijn van een maatwerktraject. 2. Het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP). In het PIP ligt vastgelegd welke leerroute de nieuwkomer volgt om de Nederlandse taal te leren en welke afspraken er zijn gemaakt over de invulling van andere onderdelen van het inburgeringstraject, zoals het Participatieverklaringstraject. 3. De aanbodplicht van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor een inburgeringsaanbod voor statushouders tegen een reële prijs. Gezinsmigranten en overige migranten krijgen geen aanbod van de gemeente, omdat zij geacht worden hun inburgering zelf te kunnen regelen vanuit hun sociale netwerk. 4. Monitoring van de voortgang van inburgeraars. Er wordt van gemeenten verwacht dat zij nieuwkomers periodiek uitnodigen voor een voortgangsgesprek.

Er geldt een minimum van 2 gesprekken in de eerste 12 maanden na aanvang van de inburgeringstermijn. 5. Maatschappelijke begeleiding. Deze begeleiding is gericht op het regelen van praktische zaken en het vergroten van de kennis van de Nederlandse samenleving met als doel de zelfredzaamheid van de inburgeraar te vergroten. Gezinsmigranten en overige migranten hoeven geen maatschappelijke begeleiding aangeboden te worden door de gemeente. 6. Financieel ontzorgen. De gemeente moet tevens zorgen voor het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde statushouders in de eerste zes maanden van hun verblijf in de gemeente.4 7. Kwaliteit waarborgen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod voor statushouders. Er wordt van gemeenten verwacht dat zij handelen bij signalen van misstanden.

4

Wet inburgering 2021 | Stimulansz

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 6

Rekenkamer Sliedrecht Verdeling van de uitvoering van wettelijke taken tussen gemeente, SDD en anderen In de Drechtsteden hebben gemeenten en samenwerkingspartners samen afspraken gemaakt over hoe de wettelijke taken uitgevoerd worden. Samengevat zijn dit de volgende afspraken:5 •

•

•

Op lokaal niveau geven gemeenten invulling aan de huisvesting van nieuwkomers, maatschappelijke begeleiding en de participatieverklaring. In Sliedrecht worden deze taken uitgevoerd door en vanuit het Bonkelaarhuis (waaronder ook het Sociaal Team Sliedrecht en Stichting Welzijnswerk Sliedrecht vallen).6 De Sociale Dienst Drechtsteden voert de specifieke en specialistische taken voor inburgering voor de Drechtstedengemeenten uit. De Drechtstedengemeenten hebben hiervoor een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de SDD afgesloten.7 De taken liggen in het verlengde van de uitvoering van de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) die eveneens bij de SDD is belegd. Het aanbod voor de leerroutes is in regionale samenwerking aanbesteed en gegund aan onderwijsinstellingen en taalaanbieders. In Sliedrecht zelf is geen taalschool aanwezig, maar is er wel een Taalpunt in de bibliotheek beschikbaar.8

5

Sociale Dienst Drechtsteden (2022) Inburgeren in de Drechtsteden 2022 – Evaluatie Wet Inburgering 2021 – jaar 1, p. 2. 6 Bonkelaarhuis (Geen datering). Statushouders en vluchtelingen: Link; Stichting Welzijnswerk Sliedrecht (2024). Jaarverslag 2024, p. 9: Link. 7 De DVO loopt tot en met 31 december 2025, zie: Gemeente Sliedrecht (4 juli 2023). Inburgeren in de Drechtsteden 2022: Link. 8 Bonkelaarhuis (Geen datering). Statushouders en vluchtelingen: Link.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 7

Rekenkamer Sliedrecht

Bijlage 2 – Onderzoeksbevindingen 1. Introductie Per 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering 2021 in werking getreden.9 Deze wet heeft als doel om nieuwkomers zo snel en volwaardig mogelijk te laten participeren in de Nederlandse samenleving. De wet markeert een fundamentele hervorming van het inburgeringsstelsel, waarbij gemeenten een sleutelrol vervullen. Gemeenten dienen statushouders zo snel mogelijk in staat te stellen om mee te kunnen doen en hebben hierbij dan ook de taak om statushouders te huisvesten en een plaats te bieden in het arbeidsproces. Een breed scala aan maatschappelijke organisaties draagt hieraan bij. De uitvoering van een groot aantal taken van de Wet Inburgering 2021 heeft de gemeente Sliedrecht belegd bij de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD).10 De wettelijke inburgeringsroutes zijn ondergebracht bij taalaanbieders. Zowel de dienstverleningsovereenkomst met de SDD als de inkoop van leerroutes is gezamenlijk ingekocht door de gemeenten in de Drechtsteden. De maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject hebben gemeenten lokaal vormgegeven. In Sliedrecht worden deze taken uitgevoerd door en vanuit het Bonkelaarhuis.11 Hieronder volgen de onderzoeksbevindingen van de rekenkamer over inburgering in Sliedrecht. De onderzoeksbevindingen zijn gerangschikt in drie onderdelen: 1.

Inzicht in de implementatie van de Wet Inburgering in Sliedrecht, evenals eerdere onderzoeksresultaten over inburgering in Sliedrecht – de resultaten van de evaluaties door de Sociale Dienst Drechtsteden worden hierin meegenomen; 2. Vergelijking van de situatie in Sliedrecht met landelijke data op basis van openbare bronnenonderzoek; 3. Verdieping op de bestuurlijke sturing op het onderwerp inburgering, specifiek de rol van de raad. Hierbij kijkt de rekenkamer zowel naar informatievoorziening als de eigen mogelijkheden van de raad om meer grip te krijgen op dit onderwerp.

Eerdere onderzoeksresultaten over inburgering in Sliedrecht Kernbevinding: de gemeente Sliedrecht heeft de wettelijke taken voor inburgering uitgewerkt in een lokaal uitvoeringsplan. In het uitvoeringsplan staan de Sliedrechtse speerpunten voor inburgering, licht de gemeente toe op welk niveau de wettelijke taken worden opgepakt (lokaal of regionaal) en gaat de gemeente in op de taakverdeling tussen de gemeente, de SDD en het Bonkelaarhuis. De inburgering van nieuwkomers in Sliedrecht is tot nu toe beperkt geëvalueerd. Een in 2023 uitgevoerde evaluatie door de SDD geeft overkoepelend inzicht in de voortgang en adresseert kansen voor doorontwikkeling, maar bevat beperkte inzichten over de lokale situatie in Sliedrecht. Doordat er hierna niet opnieuw een evaluatie heeft plaatsgevonden ontbreekt het aan een actueel inzicht in de voortgang. Inmiddels is opdracht gegeven voor een nieuwe evaluatie, waarvan de resultaten in 2026 worden verwacht.

9

Rijksoverheid (Geen datering). Wet Inburgering 2021: Link. Sociale Dienst Drechtsteden (Geen datering). Inburgeren in de Drechtsteden: Link. 11 Bonkelaarhuis (Geen datering). Statushouders en vluchtelingen: Link. 10

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 8

Rekenkamer Sliedrecht Uitwerking van de Wet Inburgering 2021 in Sliedrecht In het Hoofdlijnenakkoord tussen SGP-ChristenUnie, CDA en VVD zijn geen afspraken gemaakt over inburgering in Sliedrecht.12 In het collegewerkprogramma, waarin het Hoofdlijnenakkoord nader is uitgewerkt, benoemt het college wel het belang van participatie van migranten en vluchtelingen op de arbeidsmarkt en in de Sliedrechtse samenleving. Het college wil daarom ‘’naar creatieve manieren zoeken om naast huisvesting ook gelijk naar kansen te kijken om statushouders richting werk te begeleiden […] [in] samenwerking met lokale ondernemers.’’ Het college acht dit belang groot, aangezien het aantal statushouders in Nederland toeneemt en daarmee ook de huisvestingstaakstelling voor Sliedrecht.13 Tot de inwerkingtreding van de Wet Inburgering 2021 werkte de gemeente Sliedrecht met een Integratienota met doelstellingen en speerpunten voor inburgering. De gemeenteraad stelde deze nota op 8 oktober 2019 vast.14 Ter voorbereiding op de nieuwe wet stelde het college aan de raad voor om een lokaal uitvoeringsplan voor de nieuwe Wet Inburgering uit te werken. De raad stemde op 9 maart 2021 in met het uitgangspunt om de nieuwe wet ‘’vorm te geven binnen de bestaande middelen voor inburgering en de aanvullende rijksbijdrage.’’15 De raad heeft het lokaal uitvoeringsplan niet vastgesteld, maar hier wel kennis van genomen.

Het Lokaal Uitvoeringsplan neemt de centrale doelstellingen van de eerdere Integratienota 20192022 integraal over en vertaalt dit naar een aantal kernpunten. Goede beheersing van de Nederlandse taal en het respect voor de Nederlandse normen en waarden zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden voor de gemeente. De gemeente wil dat migranten een bijdrage leveren aan de maatschappij, het liefst door betaald werk. Lokale hulp en ondersteuning aan migranten wil de gemeente zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk organiseren. Tegelijkertijd doet de gemeente ook een beroep op de zelfredzaamheid en het eigen netwerk van migranten.16 In het uitvoeringsplan staat een uitgewerkte planning voor de diverse processtappen om de Wet inburgering te implementeren, zoals het aanbesteden van de inburgeringsroutes, het opstellen van samenwerkingsafspraken met de SDD en het Bonkelaarhuis en het opzetten van de handhavingsen bezwaarprocedures. Het college geeft daarbij aan dat de ‘’verdere uitvoering’’ van de wettelijke gemeentelijke verantwoordelijkheden een collegeverantwoordelijkheid is. Het college zal de raad volgens het plan ‘’op verschillende momenten’’ informeren over de voortgang en de stand van zaken.17

Evaluatie van inburgering door de SDD Een groot deel van de gemeentelijke taken op het gebied van inburgering is belegd bij de Sociale Dienst Drechtsteden via een dienstverleningsovereenkomst (DVO). De DVO heeft een looptijd van vier jaar. In de DVO is opgenomen om jaarlijks een evaluatie uit te voeren. Naar aanleiding hiervan heeft de SDD in 2023 een eerste evaluatie naar de uitvoering van de Wet inburgering 2021 in de Drechtsteden uitgevoerd. Doel van deze evaluatie was om knel-en verbeterpunten naar voren te brengen, eerste cijfers te analyseren in relatie tot de doelstellingen uit de gemeentelijke

12

Gemeente Sliedrecht (2022). Hoofdlijnenakkoord 2022-2026. Gemeente Sliedrecht (Oktober 2022). Werken aan een sterke en veerkrachtige samenleving – Collegewerkprogramma 2022-2026. 14 Gemeente Sliedrecht (8 oktober 2019). Raadsbesluit Integratienota 2019-2021. 15 Gemeente Sliedrecht (9 maart 2021). Raadsbesluit Lokaal Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering: Link. 16 Gemeente Sliedrecht (Geen datering). Lokaal uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering: Link. 17 Gemeente Sliedrecht (Geen datering). Lokaal uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering, p. 22: Link. 13

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 9

Rekenkamer Sliedrecht beleidskaders en de uitvoeringspraktijk te verbeteren. Het college heeft de raad op 7 juli 2023 geïnformeerd over de uitkomsten van deze evaluatie in een collegebrief.18 De resultaten van de evaluatie geven inzicht in de cijfers over de huisvesting van statushouders, de inburgeringstrajecten en de realisatie van leerroutes. De ervaringen van de direct betrokken uitvoeringsorganisaties op de leerroutes, de maatschappelijke begeleiding van statushouders en taalaanbieders zijn daar ook in meegenomen. Samengevat constateert de evaluatie een aantal succespunten, een aantal knelpunten en diverse ontwikkelkansen:19 • Succespunten: de inburgeringsconsulenten van de SDD voeren regie op de inburgeringstrajecten en de uitvoering sluit aan op de lokale situaties. De brede intake, het welkomstprogramma en de leerbaarheidstoets zijn op orde. Ook vindt er inmiddels structureel overleg plaats tussen de beleidsadviseurs van de Drechtstedengemeenten en betrokken uitvoeringsorganisaties, gecoördineerd door de SDD. • Knelpunten: nog niet alle taken zijn in uitvoering of worden behaald conform afspraken in de DVO en/of de wettelijke kaders. Consulenten inburgering worden overvraagd doordat zij alle taken en acties uit de Wet inburgering en de Participatiewet uitvoeren.

Verder ziet de SDD dat gemeenten beperkt beleidskaders meegeven aan de SDD – beleidsontwikkeling zit ook niet in het takenpakket van de SDD – terwijl de SDD wel de wens heeft uitgesproken regionale beleidsregels en handhavingsbeleid te ontwikkelen. Een relevant knelpunt voor de raad is dat de voortgangsrapportage over inburgering door de SDD nog in ontwikkeling is, waardoor gemeenten slechts beperkte informatie ontvangen over de uitvoering. Tot slot biedt de DVO geen inzicht in onderliggende financieringsafspraken doordat per gemeente vaste bedragen zijn opgenomen. • Ontwikkelkansen: de SDD ziet kansen om structuren en middelen uit de Participatiewet en de Wmo ook in te zetten in relatie tot inburgering. Statushouders maken daarnaast een aanzienlijk deel uit van het bijstandsbestand: in Sliedrecht waren per 7 april 2023 573 inwoners bijstandsgerechtigd, waarvan 110 statushouders (19,2 procent). Het gebruik maken van voorzieningen en instrumenten uit de genoemde wetten kan volgens de SDD helpen om de arbeidsparticipatie van statushouders te vergroten. Verder ziet de SDD mogelijkheden om met gemeenten nadere afspraken te maken om de financieringsafspraken transparanter te maken.

Ook ziet de SDD het als ‘’waardevol’’ om na te denken over een datarapportage die op gemeenteniveau en op Drechtstedenniveau inzicht geeft in de samenstelling, voortgang en participatiegraad van inburgeringsplichtigen en statushouders. Meer inzicht in de data kan volgens de SDD medebepalend zijn voor hoe de uitvoering van de Wet inburgering zich verder kan ontwikkelen. In de collegebrief gaf het college aan dat er in de eerste helft van 2024 opnieuw een evaluatie zou plaatsvinden over 2023, conform de vereiste in de DVO. Blijkens navraag bij de SDD heeft deze evaluatie in 2024 niet plaatsgevonden, maar hebben de Drechtstedengemeenten wel opdracht gegeven om in 2026 opnieuw een evaluatie te laten uitvoeren.

Vergelijking situatie in Sliedrecht met landelijke data Kernbevinding: uit de recentste landelijke kwalitatieve en kwantitatieve data komt een aantal aandachtspunten naar voren met betrekking tot de uitvoering van de wet inburgering. Aandachtspunten zijn onder meer kinderopvangmogelijkheden, voldoende werkplekken een beschikbare middelen en menskracht. In Sliedrecht spelen deze aandachtspunten in meer of 18 19

Gemeente Sliedrecht (4 juli 2023). Inburgeren in de Drechtsteden 2022: Link. Gemeente Sliedrecht (4 juli 2023). Inburgeren in de Drechtsteden 2022, pp. 8-10: Link.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 10

Rekenkamer Sliedrecht mindere mate. Een belangrijk aandachtspunt is dat er beperkt cijfermatig inzicht is in de doelgroep. Om die reden heeft de gemeente opdracht gegeven om een dashboard te ontwikkelen in SDD-verband, zodat er meer inzicht komt in de lokale situatie en de situaties in gemeenten in de Drechtsteden ook vergeleken kunnen worden. Landelijke inzichten over inburgering statushouders en gezinsmigranten Bevindingen Kennisplatform Inclusief Samenleven en Divosa (2024) Met de monitor ‘Gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten’ brengt KIS in samenwerking met Divosa elk jaar de ontwikkelingen in het gemeentelijk beleid op het gebied van arbeidstoeleiding, inburgering en participatie van inburgeringsplichtigen in kaart. In de monitor over 2024 komt als belangrijkste thema naar voren: de puzzel die gemeente moeten leggen om naast het leren van de taal ook het participeren door werk te organiseren.2021 KIS en Divosa trekken samengevat de volgende conclusies:22 1. Gemeenten krijgen via de brede intake zicht op de (arbeids-)participatiemogelijkheden en wensen van inburgeraars, maar zien ruimte voor verbetering, specifiek in informatiedeling met het COA en het feit dat inburgeraars beperkt zicht hebben op de NLse arbeidsmarkt en onderwijsmogelijkheden 2.

Het organiseren van de participatiecomponent in de Z-route en de B1-route is voor gemeenten een ‘puzzel’ In de praktijk blijkt het afstemmen van de lestijden van de inburgering op de voorwaarden die de participatieplaats stelt lastig. Ook het gebrek aan kinderopvangmogelijkheden wordt door bijna alle gemeenten als groot knelpunt gezien. Desgevraagd vertellen gemeenten dat dit ertoe leidt dat statushouders nog niet kunnen starten met de inburgering of deelname aan participatieactiviteiten. 3. Gemeenten zijn voor het realiseren van een inburgeringsaanbod waarin in samenhang wordt gewerkt aan taal én participatie sterk afhankelijk van werkgevers en maatschappelijke organisaties, die nog onvoldoende plekken aanbieden. Werkgevers stellen eisen aan het taalniveau van statushouders waar statushouder niet aan kan voldoen. Werkgevers zijn ook niet altijd bereid om parttime contracten aan te bieden of zien aannemen statushouder als een bedrijfsrisico. Bovendien kost het gemeenten veel tijd en inspanning om geschikte en bereidwillige werkgevers te vinden en om werkgevers te begeleiden bij het werkgeverschap richting statushouders. 4. De ondersteuning van werkende statushouders en gezinsmigranten brengt voor de gemeente specifieke uitdagingen met zich mee. De ondersteuning van werkende statushouders wordt volgens gemeenten vooral gehinderd door gebrek aan kinderopvangmogelijkheden.

De ondersteuning van werkende gezinsmigranten bij de inburgering wordt volgens gemeenten vooral gehinderd door een gebrek aan motivatie. 5. Gemeenten worden minder optimistisch over hun mogelijkheden om statushouders die onder de Wi2013 vallen te begeleiden naar werk. Een gebrek aan menskracht en middelen 20

Kennisplatform Inclusief Samenleven en Divosa (September 2024). KIS-Monitor 2024: gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten: Link. 21 Kennisplatform Inclusief Samenleven en Divosa (September 2024). KIS-Monitor 2024: gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten, p. 49: Link. 22 Kennisplatform Inclusief Samenleven en Divosa (September 2024). KIS-Monitor 2024: gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten, pp. 4-14: Link.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 11

Rekenkamer Sliedrecht zijn hier volgens gemeenten de onderliggende oorzaak van. Ook benoemen zij dat – net als voor inburgeraars onder de Wi2021 het lastig en tijdrovend is om werkgevers te vinden die bereid zijn om inburgeraars in dienst te nemen. Bijstandsgerechtigde statushouders onder de Wi2013, die hun inburgering nog niet hebben afgerond, beheersen het Nederlands niet (goed) en hebben al lang niet (meer) gewerkt. Naarmate zij langer in de uitkering blijven, wordt de kans op uitstroom naar werk steeds lager. Bevindingen CBS (2025) Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft op 8 juli 2025 de Statistiek Wet Inburgering (SWI) 2024 gepubliceerd. In deze jaarlijkse rapportage, opgesteld in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, geeft het CBS inzicht in voorlopige cijfers over de kenmerken van inburgeringsplichtige personen in Nederland, zoals onder andere huisvesting, regionale spreiding, inburgering in gemeenten en de arbeidsparticipatie vanaf de start van de inburgeringsplicht tot eind 2024.23 Samengevat geeft het CBS de volgende inzichten: •

•

•

Start begeleiding inburgeraars: Vanaf het moment dat inburgeringsplichtige asielmigranten door COA aan een gemeente gekoppeld zijn, ontstaat voor de gemeente de mogelijkheid om te starten met begeleiding van de inburgeraar. Voor asielmigranten uit cohort 2022 geldt dat eind 2024 voor 95 procent een PIP is opgesteld. In de gevallen dat er eind 2024 een PIP was opgesteld voor asielmigranten, gebeurde dit bij cohort 2022 in vier op de tien gevallen in de periode tot 10 weken na vestiging in de gemeente. Bij 97 procent van de gezins- en overige migranten uit cohort 2022 is eind 2024 een PIP opgesteld. In 21 procent van de gevallen gebeurde dit binnen 10 weken na vestiging in de gemeente. Arbeidsparticipatie: Na vestiging in de gemeente neemt het aandeel asielmigranten dat een baan heeft toe. Van cohorten 2022 en 2023 heeft meer dan een kwart van de mannelijke asielmigranten in het 1e jaar na vestiging betaald werk gehad (6,8 duizend), tegenover één op de tien vrouwelijke asielmigranten (1,6 duizend). Het betreft veelal deeltijdbanen, in ruim een derde van de gevallen werken zij drie maanden na vestiging in de gemeente in de horeca. Het aandeel werkenden is het hoogst onder asielmigranten die volledig zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht: 90 procent heeft in 2024 op enig moment werk gehad (220 personen).

Daarna volgt de groep die tijdelijk is vrijgesteld (80 procent, 1,8 duizend personen). Voldaan aan inburgeringsplicht: Eind 2024 is de meerderheid van de inburgeringsplichtige migranten nog bezig met het inburgeringstraject. De wettelijke termijn om te voldoen aan de inburgeringsplicht is dan ook nog niet verstreken. Van de in totaal 25,9 duizend inburgeringsplichtigen uit cohort 2022 heeft 1,1 duizend (4 procent) voldaan aan de inburgeringsplicht. Daarnaast hebben 1,2 duizend personen (5 procent) een ontheffing, vrijstelling of is hun inburgeringsplicht komen te vervallen. De meeste personen die hebben voldaan aan de inburgeringsplicht hebben de B1-route gevolgd. Het gaat hierbij om 495 asielmigranten en 545 gezins- en overige migranten.

Voor nader inzicht in de bevindingen, evenals de cijfermatige onderbouwing, verwijst de rekenkamer naar het CBS-rapport. Tussenevaluatie Wet Inburgering 2025

23

CBS (8 juli 2025). Statistiek Wet Inburgering 2024: Link.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 12

Rekenkamer Sliedrecht Het Ministerie van SZW heeft opdracht gegeven aan Cebeon, Radar Advies en Regioplan om in 2025 een tussenevaluatie van de Wet Inburgering uit te voeren. In de evaluatie kijken deze bureaus naar de ontwikkeling en werking van gemeentelijk beleid voor inburgering sinds de inwerkingtreding van de Wet Inburgering 2021, evenals het doelbereik, tussentijdse resultaten en gemaakte kosten. Het onderzoek loopt tot en met november 2025.24 De resultaten van het onderzoek worden eind 2026 verwacht.25

Ontwikkelingen in Sliedrecht Voor deze rekenkamerbrief heeft de rekenkamer de bovenstaande inzichten getoetst bij de gemeente, met de vraag in hoeverre deze aandachtspunten voor Sliedrecht gelden en welke andere relevante ontwikkelingen in de gemeente spelen. Hieruit komt samengevat het volgende beeld naar voren: •

•

•

Het proces van inburgering is in Sliedrecht conform de wettelijke kaders ingericht. Inburgering in Sliedrecht en de andere Drechtstedengemeenten voldoet aan de kaders van de Wet inburgering 2021. Zoals eerder vermeld zijn de brede intake, het welkomstprogramma en de leerbaarheidstoets op orde. Tegelijkertijd zijn er wel aandachtspunten die ook in de evaluatie door de SDD uit 2024 naar voren kwamen, die benoemt de rekenkamer hieronder. De samenwerking tussen de gemeente Sliedrecht, het sociaal team, de SDD, het COA en andere maatschappelijke partners verloopt goed: er zijn korte lijnen tussen de gemeente en samenwerkingspartners. Dit bevordert de samenwerking en maakt het mogelijk om snel te kunnen schakelen bij signalen en/of knelpunten. De beleidsadviseur die verantwoordelijk is voor inburgering en de consulenten inburgering overleggen periodiek in een zogeheten cirkeloverleg in het Bonkelaarhuis. De consulenten hebben veel persoonlijke aandacht voor de situatie van de inburgeraar en vanuit het COA vindt ook steeds een warme overdracht plaats. Landelijke knelpunten op het gebied van kinderopvang, werkplekken en taalniveau spelen in meer of mindere mate ook in Sliedrecht. Statushouders worden in Sliedrecht gelijk ingeschreven voor kinderopvang, maar er is bij bepaalde doelgroepen vanwege hun culturele achtergrond terughoudendheid om kinderen naar de kinderopvang te brengen.

De gemeente ziet dat er zowel in Sliedrecht zelf (Klavertje Vier, Heldin, Sociale Moestuin) als regionaal (via het SDD en het regionaal werkcentrum) diverse plekken zijn voor inburgeringsplichtigen en statushouders om werkervaring op te doen. De terughoudendheid van werkgevers om statushouders een werkplek aan te bieden speelt in bepaalde gevallen ook in Sliedrecht, vaak omdat de statushouder niet de juiste scholing heeft of nog geen hoog taalniveau heeft, wat in sectoren als de bouw bijvoorbeeld echt een vereiste is met het oog op bijvoorbeeld technische of veiligheidsaspecten. De bereidheid onder statushouders om de taal te leren is over het algemeen goed. Wel is het zo dat factoren als leeftijd, geen of een beperkt netwerk en het vermogen om een nieuwe taal te leren voor sommige statushouders een extra belemmering kunnen geven. Ook hier wijkt de Sliedrechtse situatie niet af van het landelijke beeld. Inburgeraars kunnen in Dordrecht taalonderwijs volgen, maar internationale klassen raken snel vol, waardoor mensen moeten uitwijken naar Gorinchem. De gemeente Sliedrecht biedt statushouders die naar de ISK in

24

Regioplan (3 maart 2025). Start onderzoek Tussenevaluatie Wet Inburgering 2021: Link. Eerste Kamer der Staten-Generaal (19 februari 2025). Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2021). Brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid: Link. 25

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 13

Rekenkamer Sliedrecht

•

Dordrecht of Gorinchem moeten reizen de mogelijkheid om de reiskosten gedurende de eerste drie maanden te vergoeden. De gemeente onderzoekt of fietslessen ingezet kunnen worden om deze statushouders te faciliteren om na deze drie maanden met de fiets naar de ISK te gaan, in verband met de reiskosten voor het OV. Er is behoefte aan meer (cijfermatig) inzicht in de samenstelling, voortgang en participatiegraad van inburgeringsplichtigen en statushouders. De SDD beschikt momenteel niet over een dashboard dat de SDD en ook deelnemende gemeenten in staat stelt om de doelgroep beter te monitoren. Inmiddels is er opdracht gegeven om dit dashboard te realiseren. Naar verwachting zal het dashboard in de eerste helft van 2026 zijn ingericht en werkzaam zijn.

Tot slot is relevant om te benoemen dat het voornemen is om in 2027 een asielzoekerscentrum in Sliedrecht te openen. De gemeente bereidt zich momenteel op die ontwikkeling voor en werkt samen met SDD en het COA om de toekomstige opening in goede banen te leiden.

Verdieping op bestuurlijke sturing Kernbevinding: de gemeenteraad van Sliedrecht heeft beperkt inzicht in de lokale uitvoering van de Wet Inburgering. Het college heeft de raad in de afgelopen bestuursperiode beperkt geïnformeerd over de voortgang. De raad heeft zelf ook beperkt gebruik gemaakt van het instrumentarium om meer inzicht te krijgen of bij te sturen. Wel heeft de raad in 2025 in een zienswijze op de financiële stukken aandachtspunten meegegeven aan de GR Sociaal. Rekenkameronderzoek in andere gemeenten laten zien dat deze situatie voor meer gemeenten geldt. Hieruit identificeert de rekenkamer diverse lessen voor Sliedrecht ten aanzien van de kaderstelling door en informatiepositie van de gemeenteraad, inzicht in de voortgang op basis van monitoring en samenwerking met maatschappelijke partners. Informatievoorziening aan en sturing door de raad Zoals eerder benoemd heeft het college de raad in 2021 uitgebreid geïnformeerd over het lokaal uitvoeringsplan voor inburgering.

Bij de raadsbehandeling van dit plan heeft de raad diverse technische vragen gesteld, onder andere over de beschikbare ambtelijke formatie, de aanbesteding voor de leerroutes en de (financiële) risico’s die gepaard gingen met het uitvoeringsplan.26 Tijdens de behandeling in de oordeelsvormende vergadering zegde de portefeuillehouder toe om een jaar later een rondetafelgesprek te organiseren over de uitvoering van het plan, gepaard met een evaluatie.27 Bij de behandeling van dit plan in de besluitvormende vergadering heeft de raad eveneens een motie ingediend waarbij het college werd verzocht geen verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden voor een financiële bonus voor inburgeringsplichtigen.28 Na de raadsbehandeling over het lokaal uitvoeringsplan heeft het college de raad voornamelijk door middel van de P&C-cyclus (de jaarlijks voorjaarsnota/kadernota, programmabegroting, winternota en jaarstukken) geïnformeerd over de voortgang. Het college informeerde de raad daarbij op hoofdlijnen, meestal in een korte paragraaf of in enkele zinnen.29 Zo informeerde het college de raad onder andere in de jaarstukken over 2023, in de voorjaarsnota 2025 en in de 26

Gemeente Sliedrecht (18 januari 2021). Beantwoording technische vragen Lokaal Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering: link; Gemeente Sliedrecht (26 februari 2021). Beantwoording technische vragen Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering: link. 27 Gemeente Sliedrecht (16 februari 2021). Toezegging Lokaal uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering: link. 28 Gemeente Sliedrecht (9 maart 2021). Motie VVD en Slydregt.nu over Lokaal Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering: link. 29 Zo blijkt uit het begrotingsportaal van de gemeente Sliedrecht, zie: link.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 14

Rekenkamer Sliedrecht programmabegroting 2025 over de inspanningen van de gemeente om statushouders te begeleiden naar werk of een andere manier van participatie aan de samenleving. De P&C-stukken geven echter geen (expliciet) inzicht in de mate waarin de gemeente Sliedrecht de doelstellingen van het lokaal uitvoeringsplan behaalt. De jaarstukken van de GR Sociaal geven de raad meer inzicht: hierin rapporteert de GR jaarlijks over de resultaten, zowel kwalitatief als kwantitatief. Inburgering is hierin wel één van de vele onderwerpen waar de GR verantwoordelijk voor is. Bovendien gaan de jaarstukken niet in op de specifieke situatie van inburgering in Sliedrecht.30 De raad heeft in de afgelopen bestuursperiode (2022-heden) geen gebruik gemaakt van het raadsinstrumentarium om meer inzicht te krijgen in de voortgang van inburgering in Sliedrecht, hoewel de raad de huisvesting van statushouders en asielzoekers wel op diverse momenten heeft aangekaart.31 Een uitzondering hierop vormt de behandeling van een inspraakreactie van een inwoner tijdens de oordeelsvormende vergadering van de raad op 22 oktober 2024.32 Samengevat gaf deze inwoner aan dat tijdens een inburgeringscursus op het Bonkelaarhuis gekleurde uitspraken werden gedaan over een politieke partij en dat de cursus begon in het Arabisch, terwijl een aantal deelnemers die taal niet sprak.33 Naar aanleiding van deze

inspraakreactie stelden diverse fracties vragen aan het college. Het college gaf in reactie op die vragen onder meer aan het onacceptabel te vinden dat er tijdens een inburgeringstraject ‘’een oordeel wordt gegeven over politieke partijen,’’ dat er contact is geweest met het Bonkelaarhuis en dat er maatregelen zijn genomen om een dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen.34 De raad heeft in 2025 daarnaast een zienswijze uitgebracht over de conceptjaarrekening 2024, voorjaarsnota 2025 en begroting 2026 van de GR Sociaal. In de zienswijze gaat de raad kort in op het onderwerp inburgering, waarbij de raad de GR verzoekt om voor statushouders in en verbonden aan Sliedrecht in te zetten op ‘vroege start’, waarbij inburgering al aanvangt tijdens verblijf in het AZC.35 In reactie op deze zienswijze heeft de GR aangegeven dit te betrekken bij een pilot voor 20 tot 30 statushouders en ook bij een mogelijke realisatie van een AZC in Sliedrecht bereid te zijn eveneens inzet te plegen.36

Bevindingen uit rekenkameronderzoek van elders Diverse rekenkamers hebben in de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar inburgering van nieuwkomers. In de onderzoeksverantwoording heeft de rekenkamer een volledige lijst met links naar de rekenkamerrapporten opgenomen. Hoewel deze rekenkameronderzoeken gericht waren op andere gemeenten, komen uit deze onderzoeken bevindingen en lessen naar voren waar ook Sliedrecht voordeel uit kan halen. De voor Sliedrecht relevantste bevindingen geeft de rekenkamer hieronder weer.

30

GR Sociaal (2025). Jaarstukken 2024 GR Sociaal: link. Zo blijkt uit het raadsinformatiesysteem van de gemeente Sliedrecht, zie: link. 32 Gemeente Sliedrecht (22 oktober 2024). Oordeelsvormende vergadering gemeenteraad Sliedrecht, agendapunt 2.1 inspreker over inburgeringscursus: link. 33 Gemeente Sliedrecht (22 oktober 2024). Spreektekst oordeelsvormende vergadering op dinsdag 22 oktober 2024: link. 34 Gemeente Sliedrecht (23 oktober 2024). Beantwoording artikel 39-vragen SGP-ChristenUnie m.b.t. inspreker over inburgeringscursus: link; Gemeente Sliedrecht (7 november 2024). Beantwoording artikel 39-vragen Slydregt.NU m.b.t. inspreker over inburgeringscursus: link; Gemeente Sliedrecht (26 november 2024). Beantwoording artikel 39-vragen Slydregt.NU m.b.t. inburgeringscursus door Bonkelaarhuis: link. 35 Gemeenteraad Sliedrecht (2025). Zienswijze GR Sociaal: link. 36 GR Sociaal (2025). Reactie op zienswijze jaarstukken 2024: link. 31

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 15

Rekenkamer Sliedrecht Overkoepelende bevindingen: 1. Gemeenten zijn na invoering van de nieuwe wet inburgering redelijk op stoom met de uitvoering. Uit eerder rekenkameronderzoek komt naar voren dat diverse gemeenten na problemen op landelijk niveau met de invoering over het algemeen voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor inburgering. Gemeenten hebben een grote afhankelijkheid van maatschappelijke partners doordat veel taken (soms in regionaal verband) extern belegd zijn. De directe sturingsmogelijkheden op de uitvoeringspraktijk en de resultaten zijn daardoor beperkt. Doordat inburgeringstrajecten drie jaar kunnen duren, is er sinds de inwerkingtreding van de nieuwe wet nog geen volledig inzicht in de resultaten onder de nieuwe wet. 2. Gemeenten geven verschillend vorm aan het lokaal beleidskader voor inburgering. Sommige gemeenten kiezen voor een beleidskader met doelstellingen of ambities (veelal als onderdeel van een breder beleidskader voor het sociaal domein). Andere gemeenten kozen ervoor geen apart beleidskader op te stellen, maar een lokaal uitvoeringsplan met te ondernemen maatregelen en uitvoeringsacties. De doelstellingen en ambities zijn vaak in beperkte mate geconcretiseerd en vaak niet voorzien van indicatoren. Daardoor is monitoring van de resultaten beperkt mogelijk. 3.

De samenwerking met maatschappelijke partners verloopt over het algemeen goed, maar inburgeringstrajecten gaan gepaard met knelpunten. Gemeenten hebben veelal in DVO’s of binnen regionale samenwerkingsverbanden afspraken gemaakt over de onderlinge taakverdeling. Er zijn ook knelpunten: statushouders leunen vaak sterk op maatschappelijke begeleiding, die door vrijwillige extra inzet vaak intensiever is dan afgesproken (bijvoorbeeld bij begeleiding bij doktersbezoeken). Hun taalvaardigheid gaat vaak beperkt vooruit, waardoor zij vaak beperkt kans maken op een werkplek. Bovendien wordt inburgering van statushouders met gezinnen beperkt door tekorten aan kinderopvang en huisartsen. 4. De monitoring en evaluatie van inburgering is tot nu toe beperkt vormgegeven. Gemeenten hebben slechts beperkt inzicht in de resultaten van inburgering. Kwantitatieve informatie over het aantal inburgeraars is beschikbaar, maar over de voortgang van trajecten en met name arbeidsparticipatie is beperkt tot geen gemeente-specifieke kwantitatieve informatie beschikbaar. Relatief grotere gemeenten als Vlaardingen en Doetinchem maken wel gebruik van dashboards en (regionale) monitors die enig inzicht geven. 5. Gemeenteraden sturen beperkt op het inburgeringsbeleid en hebben ook geen goed zicht op de gemeentelijke taken.

Voor veel raadsleden is niet goed duidelijk welke taken de gemeente precies heeft op het gebied van inburgering en welke beleidsvrijheid gemeenten hebben binnen de wettelijke kaders. De uitvoering van het inburgeringsbeleid door maatschappelijke partners staat voor raadsleden op afstand. Raadsleden sturen (mede daardoor) ook zelf amper op het inburgeringsbeleid: raden stellen geen of beperkt prioriteiten en doelstellingen en maken beperkt gebruik van het raadsinstrumentarium betreffende dit onderwerp. Best practices uit andere gemeenten Op basis van de bevindingen uit eerder rekenkameronderzoek in andere gemeenten identificeert de rekenkamer Sliedrecht de volgende best practices voor de gemeenteraad: 5. Een beleidskader met concrete doelstellingen (zowel inhoudelijk/kwalitatief als kwantitatief) stelt gemeenten in staat om de gepleegde inzet gericht te monitoren en te evalueren. Bovendien geeft dit de gemeenteraad de middelen in handen om waar nodig (bij) te sturen op prioriteiten en doelstellingen.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 16

Rekenkamer Sliedrecht 6. Door met een dashboard te werken kunnen gemeenten tussentijds bepalen of er voldoende voortgang is op vastgestelde prioriteiten en doelstellingen. De gemeente Vlaardingen heeft bijvoorbeeld samen met buurgemeenten Maassluis en Schiedam en gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts afgesproken om vaste indicatoren bij te houden in de jaarlijkse Monitor Inburgering. Voorbeelden van indicatoren zijn het percentage statushouders dat drie jaar na de start van de uitkering een opleiding volgt of werk heeft en het taalniveau bij het einde van de inburgeringsplicht.37 7. De raad heeft baat bij informatievoorziening die verder gaat dan cijfers. Jaarrapportages van gemeenschappelijke regelingen of maatschappelijke partners zijn vaak niet voorzien van praktijkvoorbeelden die helpen om ‘kleur’ te geven aan de resultaten. Informatiebijeenkomsten of inloopavonden bij samenwerkingspartners kunnen voor raadsleden van meerwaarde zijn. 8. Gemeenten blijven bij inburgering van statushouders afhankelijk van maatschappelijke partners (zowel professionele organisaties als vrijwilligersinitiatieven). Dat betekent dat de directe sturingsmogelijkheden beperkt zijn. Sturing is vooral effectief aan de voorkant (wanneer gemeenten en partners formele afspraken maken over de uitvoering) en bij de jaarlijkse verantwoording (in de vorm van bijvoorbeeld zienswijzen).

37

Rekenkamer Vlaardingen (9 oktober 2024). ‘’It takes a village…’’ – Maatschappelijk netwerk inburgering, p. 20: link.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 17

Rekenkamer Sliedrecht

Bijlage 3 – onderzoeksverantwoording De onderzoeksopzet is op 18 februari 2025 met de klankbordgroep besproken en geaccordeerd. Het onderzoek startte in juli 2025 met een analyse van beschikbare (onderzoeks-)data over inburgering in Sliedrecht. De rekenkamer vroeg hiervoor beschikbare data op bij de gemeente, het Bonkelaarhuis en de SDD. Vervolgens vergeleek de rekenkamer de situatie in Sliedrecht met die van andere gemeenten. Daarvoor deed de rekenkamer een beroep op openbare bronnen. In diverse gemeenten is er recentelijk rekenkameronderzoek uitgevoerd naar inburgering, onder andere in Doetinchem, Baarn, Bronckhorst, Hulst, Terneuzen en Zeist. De uitkomsten uit deze onderzoeken die van meerwaarde zijn voor Sliedrecht zijn door de rekenkamer verzameld en voorzien van een nadere duiding. Het gaat om de volgende rekenkameronderzoeken: • • • • • •

Rekenkamercommissie Baarn (2022). Rekenkameronderzoek inburgering & integratie. Rekenkamer Hulst & Terneuzen (2022). Quickscan inburgering Hulst en Terneuzen. Rekenkamer Bronckhorst (2024). Rekenkamerrapport Inburgering statushouders. Rekenkamer Zeist (2024). Onderzoek naar integratie en arbeidsparticipatie van nieuwkomers in de gemeente Zeist. Rekenkamer Doetinchem (2024). Inburgering in Doetinchem. Rekenkamer Vlaardingen (2024). ‘’It takes a village…’’ – Maatschappelijk netwerk inburgering.

Deze informatie is vervolgens aangevuld met beschikbare kennis en informatie die verzameld is in benchmarks zoals die van Divosa en het CBS, evaluaties in opdracht van het ministerie van SZW en kennis die beschikbaar is bij belangenverenigingen zoals de VNG. De resultaten van de analyse en vergelijking zijn door de rekenkamer gebundeld in een conceptrekenkamerbrief. Als laatste stap in het onderzoek voerde de rekenkamer een gesprek met een verantwoordelijk ambtenaar op het gebied van inburgering. Dit gesprek was bedoeld ter verificatie en ter nadere duiding. De rekenkamerbrief is vervolgens met de raad gedeeld.

Rekenkamer Sliedrecht – rekenkamerbrief inburgering | 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/1129/documents/14446