241001~1.PDF
Tekst van het document
MEMO Voor
:
Gemeenteraad, Fractie PvdA, t.a.v. de heer Van der Plas
Van
:
Wethouder Spek
Datum
:
1 oktober 2024
Betreft
:
Technische vragen voorbereidingskrediet Noord-Zuidverbinding
Op vrijdag 27 september stelde u ons een aantal technische vragen. In dit document treft u onze beantwoording aan. Vraag 1 In de CIB van 23 juli sprak het college alleen over vertraging van het flora- en faunaonderzoek, het milieukundig onderzoek en het geotechnisch onderzoek. De kosten van deze onderzoeken werden geschat op € 160.000, welk bedrag uit “reeds toegekende middelen” kon worden bekostigd. Uitstel van deze onderzoeken zou leiden tot een jaar vertraging van het project, waardoor de toegekende rijkssubsidie van 21 miljoen mogelijk in gevaar komt. Vragen:
a. In het voorliggende raadsvoorstel wordt een voorbereidingskrediet van 2,2 miljoen gevraagd “om risico’s te beperken en belangrijke mijlpalen te halen”. Welke risico’s en mijlpalen zijn er nog meer, behalve dat de rijkssubsidie moet worden terugbetaald als er niet tijdig een schop in de grond gaat? Antwoord De vervallen van de rijkssubsidie is momenteel het grootste risico voor de businesscase van het project. De andere belangrijke risico’s, zoals de stikstofbelasting van het project, worden concreet wanneer de uitkomst van de onderzoeken bekend is.
b. Zijn er ten aanzien van het flora- en faunaonderzoek, het milieukundig onderzoek en het geotechnisch onderzoek financiële verplichtingen aangegaan waarvoor geen door de gemeenteraad geformaliseerde dekking aanwezig is? Antwoord Zoals beschreven in de CIB hebben we om vertraging te voorkomen enkele onderzoeken uitgezet. De verwachting was dat we voor deze onderzoeken ongeveer €160.000,- aan verplichtingen moeten aangaan(CIB 23 juli). We zitten momenteel ruim onder deze schatting. Vraag 2. Op pagina 6 van het raadsvoorstel staat onder het kopje Financiën:
“De subsidie maakt het financieel mogelijk om dit plan te realiseren en voorstellen versneld voor te leggen aan de gemeenteraad. Dit komt doordat de financiële risico’s voor de gemeente met het ontvangen van de subsidie aannemelijk lager liggen en daardoor beheersbaar zijn”. Vraag:
Het is ons niet duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. In onze beleving blijft het grootste risico dat de rijkssubsidie op enig moment moet worden terugbetaald, om welke reden dan ook. Kan het college bovenstaand citaat nader duiden en ons uitleggen waarom de financiële risico’s “aannemelijk lager liggen en daardoor beheersbaar" zouden zijn?
Antwoord Voor de realisatie van de verbinding is een sluitende businesscase nodig. De subsidie betekent een gigantische versnelling in het proces om te komen tot een sluitende businesscase. Zonder deze subsidie had de gemeente eigen middelen moeten inzetten om tot een sluitende businesscase te komen. De rijksubsidie is in relatie tot andere mogelijke bijdragen aan de businesscase een zekere inkomst (de subsidie wordt bijvoorbeeld bevoorschot, het Rijk kan niet failliet gaan, etc.). Dit is waar het citaat op doelt. Natuurlijk kent ook de subsidie voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe is er daarom voor gekozen om het voorbereidingskrediet van 2,2 miljoen wel te reserveren in de Koers 2030. Vraag 3.
In april vroeg het college een voorbereidingskrediet van 3,8 miljoen Euro, in het nu voorliggende raadsvoorstel is dit 2,2 miljoen. Vraag:
Kan het college door middel van een eenvoudige rekenoefening aangeven hoe deze bedragen zich tot elkaar verhouden? Antwoord Op basis van huidige ramingen kost het 3,8 miljoen om het complete ontwerpproces tot aan uitvoering te doorlopen. Conform de voorwaarden van de subsidie dient in 2027 met de bouw gestart te worden. Het college wil er alles aan doen wat nodig is om aan deze voorwaarde te voldoen. Om de noodzakelijke procedures tijdig te kunnen starten moet er in 2025 een voorlopig ontwerp (VO) zijn opgesteld. Het opstellen van dit VO is geraamd op 2,2 miljoen. De fase daarna, om te komen de een uitvoeringsontwerp, kost naar verwachting 1.6 miljoen. Vraag 4. Op pagina 7 van het raadsvoorstel staat in de eerste alinea dat, indien in 2025 wordt besloten af te zien van de bouw van de Noord-Zuidverbinding, naar verwachting 0,3 miljoen van het ontstane verlies van 2,2 miljoen kan worden afgedekt door bijdragen van derden en 1,4 miljoen vanuit de rijkssubsidie. Vraag:
Betekent dit dat, indien de Noord-Zuidverbinding niet wordt gerealiseerd, niet het gehele subsidiebedrag van 21 miljoen hoeft te worden terugbetaald? Graag een nadere toelichting hierop. Antwoord De subsidie heeft tot doel om de Noord-Zuidverbinding te realiseren. De beschikking stelt duidelijk dat het bedrag teruggevoerd kán worden indien er niet aan de voorwaarde is voldaan. Het college gaat zich maximaal inzetten om aan deze voorwaarde te voldoen. Als onverhoopt de realisatie van de Noord-Zuidverbinding toch niet plaats vindt dan zal de gemeente in gesprek moeten gaan met de rijksoverheid. Op dat moment zal blijken of de rijksoverheid inderdaad het hele bedrag besluit terug te vorderen. Vanwege deze mogelijkheid is er vanuit het voorzichtigheidsprincipe ervoor gekozen om het voorbereidingskrediet van 2,2 miljoen wel te reserveren in de Koers 2030. Los van bovenbeschreven antwoord hebben we in de door uw geciteerde alinea een aantal schrijffouten ontdekt. De in het raadsvoorstel omschreven zin betreft: “……kan er naar verwachting naar verwachting € 0,3 afgedekt wordt door derden en € 1,4 miljoen vanuit de rijkssubsidie”. Deze zin wordt gewijzigd in:
“…..kan er naar verwachting € 0,3 afgedekt worden door derden en € 1,9 miljoen vanuit de rijkssubsidie”. De wijziging in het bedrag was al reeds opgenomen in de financiële onderbouwing.
Deze tekstuele aanpassing wordt doorgevoerd in een nieuwe versie van het raadsvoorstel.