230509_ANTW_TECH.VR_Verweij_SGP-ChristenUnie_Integraal Veiligheidsplan.pdf
Tekst van het document
MEMO Voor
:
Gemeenteraad, Fractie SGP-ChristenUnie, t.a.v. de heer Verweij
Van
:
Burgemeester J.M. de Vries
Datum
:
09-05-2023
Betreft
:
Beantwoording technische vragen IVP 2023-2026
Inleiding SGP/CU (dhr. J.P. Verweij) Vorige week stelde ik al de vraag naar het veiligheidsbelevingsonderzoek van 2022, wat ontbrak bij de stukken en online niet te vinden was. Ik heb bij het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 verder nog de volgende technische vragen; o
Vraag 1 In het IVP staat: "De politie geeft aan dat de fysieke inrichting van de wegen eerst op orde moten zijn, voor er structurele handhaving kan plaatsvinden". (schrijffout hoort in het citaat) Hoe moeten we dit nu zien? Moeten we in Sliedrecht wachten op handhaving tot de beoogde verkeerssituaties zijn aangepast? En welke zijn dit dan? Over hoeveel jaar kunnen we dan handhaving verwachten?
Antwoord
Het monitoren en handhaven van de verkeersveiligheid is een doorlopend proces, dat niet gekoppeld is aan termijnen. Er vindt reeds handhaving plaats. De roep om meer handhaving wordt gehoord. Waar mogelijk en wenselijk wordt de inrichting van de openbare weg aangepast zodat handhaving kan plaatsvinden. De mate van handhaving is niet enkel afhankelijk van de fysieke inrichting van de weg; ook de beschikbare politiecapaciteit voor verkeershandhaving is een belangrijke factor. Zoals ook in het IVP staat vermeld, onderzoeken we de mogelijkheden om meer wegen conform de voorschriften in te richten en zo meer 30- en 50-km/h zones (en handhaving daarbinnen) mogelijk te maken. o
Vraag 2 In het IVP staat: "de gemeente Sliedrecht nauw samenwerkt met diverse ketenpartners om de aanpak woonoverlast verder vorm te geven. Dit heeft onder andere geresulteerd in een structureel woonoverlast overleg". Ik ben wel benieuwd hoe dit overleg daarboven, gaat leiden tot een gesprek in de samenleving. Zou het college kunnen toelichten waar dit nu concreet toe leidt? Is er een lid van een sociaal wijkteam wat aanspreekpunt is voor bewoners van een flat? Heeft Tablis een beschikbare medewerker hiervoor? Heeft SLIM-wonen een vrijwilliger per wijk of flat hiervoor beschikbaar?
Antwoord
Er is sprake van een opschalingsstructuur met daarbinnen verschillende niveaus. Meldingen van woonoverlast komen binnen bij partijen als Tablis (via bijvoorbeeld huismeesters en wooncoaches), de politie (via directe meldingen of via de wijkagent) of via het Bonkelaarhuis. Zij zijn in contact met de direct betrokkenen en andere inwoners en proberen samen met betrokkenen tot een oplossing te komen. Hierbij kan ook gebruik gemaakt worden van initiatieven als buurtbemiddeling. Pas als dit niet tot het gewenste resultaat leidt, wordt een casus ingebracht in het regieoverleg woonoverlast. Hierbij zijn Tablis (in het geval het een huurwoning betreft), politie, Bonkelaarhuis en gemeente vaste tafeldeelnemers. Daarnaast wordt samengewerkt met andere partijen die bij de casus betrokken zijn.
Het regieoverleg woonoverlast is onderdeel van de uitvoering van de Wet Aanpak Woonoverlast. In dit regieoverleg wordt procesregie gevoerd door de gemeente op de integrale samenwerking, waarbij ook toegewerkt kan worden naar het inzetten van een bestuurlijke maatregel zoals een gedragsaanwijzing. o
Vraag 3 Elders in het IVP gaat het over "mensen met onbegrepen gedrag", daar wordt gezegd: "er zijn korte lijnen om met alle betrokken partijen snel te kunnen schakelen en samen te werken om overlast tegen te gaan. Hierbij kunnen ketenpartners elkaar versterken. Deze nauwe samenwerking is een schoolvoorbeeld van het feit dat veiligheidsvraagstukken niet worden opgelost door het schrijven van een plan, maar juist door intensieve en duurzame samenwerking." Einde citaat. Kennelijk kan veel geleerd worden van deze casus. Daarom ook hier de vraag: hoe werkt dit concreet? Hebben Yulius en ASVZ een gezamenlijk loket waar situaties gemeld kunnen worden? En hoe snel is dan de opvolging?
Antwoord
Er is geen sprake van één specifieke casus. De aanwezigheid van twee grote zorginstellingen maakt dat doorlopende intensieve en duurzame samenwerking en bijbehorende samenwerkingsafspraken noodzakelijk zijn. Het gaat hierbij om situaties die kunnen leiden tot aantasting van de openbare orde en veiligheid; zowel binnen de gemeente Sliedrecht als gemeente-overschrijdend. In deze situaties is het van belang dat partijen snel op de hoogte worden gebracht, doorlopend worden geïnformeerd en dat afzonderlijke interventies op elkaar worden afgestemd. Hiervoor zijn er directe contactpersonen die in een vroeg stadium contact hebben met elkaar (dus niet pas wanneer er al sprake is van escalatie). o
Vraag 4
Vraag 4.1 Aangezien situaties van woonoverlast en situaties met mensen met onbegrepen gedrag natuurlijk gewoon door elkaar lopen: hoe loopt de afstemming tussen enerzijds Yulius en ASVZ en anderzijds Tablis en Slim om snel te kunnen schakelen om probleemsituaties op te lossen samen met de bewoners? Antwoord
Afhankelijk van de casus en de direct betrokkenen, kunnen Yulius en ASVZ betrokken worden bij de integrale aanpak woonoverlast. De beantwoording van de vraag over de inrichting van het overige contact tussen Tablis en Yulius/ASVZ is aan Tablis zelf, niet aan het college. Vraag 4.2 Overigens lopen de meldingen over mensen met onbegrepen gedrag nog steeds snel op. Op welke data is de uitspraak gebaseerd dat dit een teken is dat de aanpak zo'n voorbeeld van goed samenwerken is? Antwoord
Hoewel in 2022 het aantal overlastmeldingen over mensen met onbegrepen gedrag in Sliedrecht is toegenomen met 5% t.o.v. 2021, is dit aantal niet hoger dan het aantal in 2020. Uit de cijfers blijkt dan ook niet dat er sprake is van een "snelle" toename van het aantal meldingen. Desalniettemin moet er wel aandacht zijn voor deze meldingen, de uitwerking op de samenleving en de gezamenlijke opgave voor de gemeente Sliedrecht en haar ketenpartners. De impact van samenwerking vertaalt zich in veerkrachtig en effectief kunnen optreden wanneer er sprake is van een veiligheidsrisico. Zoals hierboven beschreven, wordt er vroegtijdig samengewerkt om de kans op escalatie (en daarmee onveiligheid) te verminderen. Deze proactieve, preventieve en preparatieve inzet is vaak niet meetbaar in data maar daardoor niet minder waardevol; het voorkomt in veel gevallen escalatie.
o
Vraag 5 In het IVP wordt het AZC benoemd maar niet uitgewerkt. Dit plan heeft een looptijd van 3 jaar en binnen die drie jaar zou er een AZC kunnen starten. Inmiddels is er een opvang voor vluchtelingen uit Oekraïne en een crisisopvang om Ter Apel te ontlasten. Je zou dus denken dat de paragraaf over dit thema al huidige ervaringen en aanpak zou kunnen bevatten. Mijn vraag aan het college is waarom deze paragraaf verder niet is uitgewerkt? Wellicht zijn de veiligheidsissues zo minimaal dat het geen aandacht heeft gevraagd, maar dan zou toch het succesverhaal benoemd kunnen worden met de elementen die goed werken? En ook nog de vraag over het proces als er een AZC komt: kunnen we dan een aanpassing op het IVP verwachten, of komt hier een apart document voor?
Antwoord
Middels het IVP stelt de gemeenteraad de kaders vast voor de komende 4 jaar. De uitvoering binnen de gestelde kaders is een collegeverantwoordelijkheid en wordt derhalve niet nader uitgewerkt in het IVP. De portefeuillehouder heeft tijdens de oordeelsvormende- en besluitvormende raadsvergadering over het AZC d.d. 7 maart jl. aangegeven dat hij ruim voor een eventuele vestiging van een ACZ in Sliedrecht de gemeenteraad zal informeren over de wijze waarop de sociale- en fysieke veiligheid voor zowel de bewoners van het AZC als de overige inwoners van Sliedrecht wordt geborgd. o
Vraag 6 In het IVP staat onder drugs- en alcohol: dat "er de komende jaren ook aandacht zal worden besteed aan de rol van ouders en zal gezocht worden naar (nieuwe) manieren om ouders meer te betrekken bij de aanpak van veiligheidsvraagstukken rondom jeugd." In de alinea's over jeugd staat hier verder weinig tot niets meer over. Daarom de vraag aan het collega hoe dit in de praktijk wordt opgepakt.
Antwoord
Een praktijkvoorbeeld hiervan is de preventieve aanpak drugs. Het jongerenwerk van SOJS ontwikkelt momenteel samen met Youz verslavingszorg een preventieve aanpak. Eén van de onderdelen hiervan is een voorlichtingscampagne waarbij ook ouders en scholen worden betrokken. o
Vraag 7 In het IVP staat: "Naast de focus op de overlast gevende jeugd zelf, vinden we het van groot belang om ook in gesprek te gaan met de inwoners die de overlast ervaren, zodat ook zij onderdeel kunnen worden van de oplossing." Hierbij de vraag aan het college hoe dit in de praktijk loopt.
Antwoord
Dit kan op diverse manieren plaatsvinden. Inwoners die melden via Fixi komen via deze weg in direct contact met onze handhavers. Maar ook onze wijkagenten kunnen hier een belangrijke rol bij spelen. Een praktijkvoorbeeld van deze aanpak, is de interventies die zijn gepleegd rondom de jeugdoverlast in de natuurspeeltuin. Naast inzet op de jeugdgroep en toeleiding naar o.a. het jongerenwerk, is door de betrokken ketenpartners ook gesproken met de omwonenden die de overlast ervoeren. De invulling van een dergelijke aanpak in de toekomst is contextafhankelijk en daarmee maatwerk. o
Vraag 8 In het IVP staat "Er is een toename zichtbaar in het aantal gevallen van drugs- en drankoverlast". Is bekend waar deze meldingen/incidenten meer en minder voorkomen in Sliedrecht? Daarop aansluitend: is er locatie specifiek beleid?
Antwoord
Deze locaties komen naar voren uit meldingen, o.a. bij de gemeente via Fixi en bij de politie in overlastmeldingen. Indien nodig wordt specifiek beleid toegepast. Een voorbeeld hiervan zijn de geactualiseerde APV-uitvoeringsbesluiten.
o
Vraag 9
Vraag 9.1 In het IVP staat: "De gemeente Sliedrecht volgt deze ontwikkelingen op de voet en neemt deze mee in haar handelingsperspectief rondom desinformatie. Hierbij zullen ook de mogelijkheden voor meer proactief handelen worden verkend." Wat betekent dit concreet? Welke vormen van proactief handelen worden verkend en welke worden ingezet? Antwoord
Het thema desinformatie valt onder het kernthema sociale stabiliteit. Wanneer desinformatie leidt tot maatschappelijke onrust, heeft dit een negatieve invloed op de sociale stabiliteit. De (proactieve) inzet waarnaar verwezen wordt in het IVP richt zich dan ook voornamelijk op het wegnemen of reduceren van de kans dat desinformatie zal leiden tot maatschappelijke onrust. Waar mogelijk zal ook het publiceren van desinformatie worden tegengegaan. Echter, in de huidige tijd met sociale media waarin iedereen zowel zender als ontvanger kan zijn, is het heel lastig om het plaatsen van desinformatie bij de bron tegen te gaan. Iedere situatie van desinformatie is uniek en vraagt daarbij om maatwerk. Er moet na het constateren van een desinformatief bericht een afweging gemaakt worden of de gemeente Sliedrecht hierop reageert of niet, nog voor er sprake is van maatschappelijke onrust. Reageren op desinformatie is vaak het ontkrachten of tegenspreken van het bericht. Daarbij is het van belang om in te schatten of dit proactief handelen het gewenste effect heeft of juist een contraproductief effect heeft. Ook de maatschappelijke impact van een bericht is een belangrijke factor. Naast lokaal beleid wordt er uiteraard ook gebruik gemaakt van de handreikingen van de rijksoverheid, die voortdurend worden geactualiseerd.
Vraag 9.2 Op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat we als gemeente over gaan van “praten over” naar “praten met”? Antwoord
"Praten met" is een koers die al langer wordt gevolgd door de Gemeente Sliedrecht. Zowel tijdens de coronapandemie als tijdens de stikstofprotesten heb ik als portefeuillehouder gesprekken gevoerd met inwoners die vragen, zorgen en/of bedenkingen hadden bij het gevoerde beleid. De komende beleidsperiode zal deze koers worden voortgezet.