211126_ANTW_TECH.VR_Prins_CDA_Circulariteit in het OER.pdf
Tekst van het document
MEMO Voor
:
Gemeenteraad, t.a.v. Fractie CDA, de heer Prins
Van
:
Wethouder Spek
Datum
:
26 november 2021
Betreft
:
beantwoording technische vragen inzake Omgevingsvisie
1. Voert de gemeente Sliedrecht reeds de activiteiten uit die in de Duurzaamheidsagenda
staan opgenomen over “cradle to cradle”? Zo nee, waarom niet?
Op basis van het bouwbesluit worden vergunningen verleend ten aanzien van bouwontwikkelingen. Dat is het wettelijk kader. Binnen het bouwbesluit is sprake van een bepalingsmethode milieuprestatie gebouwen. Hierin wordt de materiaal gebonden milieuprestatie van gebouwen gedurende de gehele levenscyclus berekend. Hierin leggen we nog geen cradle-to-cradle uitgangspunten vast, maar kennen we wel waarde toe aan duurzaam materiaalgebruik. Daarnaast heeft de gemeente sinds 2011 een convenant kwaliteit Nieuwbouw Drechtsteden waarin we het GPR systeem hanteren om bouwplannen te beoordelen. In 2018 heeft hier een evaluatie op plaatsgevonden waarbij met name duurzaamheid is aangescherpt. Ontwikkelaars in de Drechtsteden dienen minimaal te voldoen aan GPR 4.2 op de projecten die zij ontwikkelen. Onderdeel van GPR 4.2 is het in bijgaande afbeelding opgenomen proces.
Duurzaamheid wordt onderverdeeld in People, Planet, Profit. Binnen Planet ligt er voor de ontwikkelaar een 'opdracht' om invulling te geven aan circulair materiaalgebruik. Circulair materiaalgebruik is in essentie materiaal dat kan worden hergebruikt, gerepareerd of gerecycled. Daarmee wordt voldaan aan het belangrijkste principe dat de heer Prins in zijn motie over duurzaam bouwen van 10 november 2015 benoemde, nl. nu al nadenken hoe je met de gebruikte materialen omgaat na het einde van de levensduur van het gebouw.
-2-
Het convenant Kwaliteit Nieuwbouw Drechtsteden kan integraal onderdeel worden van afspraken die we met ontwikkelaars maken binnen het programma ruimtelijke vernieuwing. Op deze manier worden de gemaakte afspraken uit het convenant gehonoreerd bij de vernieuwing en uitbreiding van het woonaanbod van de komende jaren. Op deze manier stellen we extra voorwaarden, zoals gesteld in het convenant en het cradle-to-cradle principe, bij de grondverkoop. Ook verkennen we of het mogelijk is om het cradle-to-cradle principe plaats te geven in het nog op te stellen Omgevingsplan. 2. Klopt het dat de tekst “geen beleid” in subparagraaf 6.1.3 van het OER onjuist is? Zo
nee, waarom niet? Dit klopt.