CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

210616_ANTW_TECH. VR_De Munck_D66_Concepttekst GR Sociaal.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 29 juni 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 12: BES – Transitie GR Sociaal Drechtsteden1.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Voor

:

Gemeenteraad, fractie D66 t.a.v. de heer de Munck

Van

:

Wethouder Vat

Datum

:

16 juni 2021

Betreft

:

Technische vragen – concepttekst GR Sociaal

Beantwoording technische vragen inzake de concepttekst GR Sociaal.

Toelichting De concepttekst GR Sociaal roept een aantal vragen op. De pagina’s zijn helaas niet genummerd en sommige teksten hebben geen artikel- of hoofdstuk nummer.

1. 1e pagina tekst: Overwegende, 6e stip, (en eventueel bijbehorende taken). Wilt u uitleggen en voorbeelden geven van de eventueel bijbehorende taken? Antwoord: Eventueel bijbehorende taken kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het afhandelen van WOB verzoeken of het afhandelen van bezwaar en beroepszaken.

2. 2e pagina tekst: “Gemeenschappelijke Regeling Sociaal”, Overwegende, 1e streepje, "en aanverwante regelgeving". Wilt u uitleggen en voorbeelden geven van aanverwante regelgeving? Antwoord: Binnen het sociaal domein zijn meerdere wetten van kracht: de Participatiewet, de Wmo, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Jeugdwet. Deze laatste valt overigens niet onder de GR Sociaal. Aanverwante regelingen zijn bijvoorbeeld ministeriële regelingen die delen van een wet nader uitwerken. Voorbeelden zijn het besluit bijstandsverlening zelfstandigen of de regeling SUWI.

3. Samenstelling van het Algemeen Bestuur Artikel 6, 2. de colleges van de gemeenten uit hun midden aangewezen, waarbij elk college 1 lid aanwijst, met dien verstande dat het college van Dordrecht 2 leden aanwijst. Wilt u uitleggen wat de reden van 2 leden van Dordrecht is? Antwoord: Volgens de Wgr mogen de leden van het DB nooit een meerderheid van stemmen in het AB hebben. Er zijn diverse modellen uitgewerkt voor de stemverhoudingen in het AB (op grond van inwonersaantal en financiële inbreng), waarbij dit wel het geval is indien Dordrecht één DB lid afvaardigt. Gezien de inbreng van Dordrecht is het echter logisch dat zij een bestuurder in het DB heeft. Om te voorkomen dat bovenstaand probleem ontstaat, is daarom gekozen om het AB standaard uit te breiden naar twee leden voor Dordrecht (zij hebben dan ieder de helft van het aantal Dordtse stemmen), waarvan er maar één in het DB zitting kan nemen. Op die manier heeft het DB geen meerderheid in het AB. U vindt hierover meer uitleg in de begeleidende notitie, bladzijde 11 en verder.

-2-

4. Bevoegdheden van het Algemeen Bestuur van de GRS, Artikel 8, c. Het participeren in organisaties, allianties, regionale -, bovenregionale -, landelijke – en Europese netwerken. Wilt u uitleggen, voorbeelden geven en de noodzaak onderbouwen voor participatie in Europese netwerken? Antwoord: Deze bepaling geeft aan dat het bestuur van de GR Sociaal de ruimte heeft om het Drechtstedelijk belang in het sociaal domein te behartigen in netwerken die daartoe belangrijk en behulpzaam zijn. Deze bevoegdheid was al opgenomen in de tekst van de huidige GRD en was daarin vooral van belang voor het economische werkterrein. Ook om een beroep op Europese subsidies mogelijk te maken kan deze bevoegdheid van belang zijn. Dat de GR Sociaal veel in Europese netwerken zal opereren is minder waarschijnlijk maar ook weer niet uitgesloten. We willen voorkomen dat de mogelijkheid aan de voorkant wordt uitgesloten, vandaar dat de bevoegdheid in de tekst is opgenomen.

5. Bevoegdheden van het Algemeen Bestuur van de GRS, Artikel 8, g. Het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Een en ander voor zover de toepassing van deze bevoegdheden bijdraagt aan het behartigen van de belangen als genoemd in artikel 3, tweede lid en past binnen de aan het bestuur van de GRS gedelegeerde en gemandateerde taken als genoemd in artikel 5. Wilt u uitleggen en onderbouwen waarom de raden hier geen zeggenschap over hebben, mede in het licht gezien van de financiële consequenties voor de GRS en de begrotingen van de deelnemende gemeenten in het bijzonder? Antwoord: Het AB van een gemeenschappelijke regeling heeft deze bevoegdheid op grond van artikel 31a Wgr. In het tweede lid van artikel 31a staat het volgende: Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie te brengen.

De raden worden dus aan de voorkant betrokken bij een dergelijk besluit, dit volgt rechtstreeks uit de wet en is daarom niet extra in de tekst opgenomen.

6. Bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur, Artikel 13, 2, h. Het vertegenwoordigen van de regio Drechtsteden in overlegsituaties. Wilt u uitleggen en onderbouwen waarom het DB van de GRS de grotere scope van de regio Drechtsteden dient te vertegenwoordigen terwijl zij alleen over de GRS gaan? Antwoord: Het Dagelijks bestuur vertegenwoordigt enkel de Drechtsteden voor die taken die door de GR worden uitgevoerd. Het gaat hier bijvoorbeeld om overleg met de VNG en het Rijk waarbij gesproken wordt over beleidsmatige onderwerpen zoals de mogelijke afschaffing van het abonnementstarief in de Wmo of de kostendelersnorm bij de Participatiewet. Door als Drechtstedengemeenten gezamenlijk op te treden vanuit de GR Sociaal op de onderwerpen waarop wordt samengewerkt hebben we meer invloed dan wanneer gemeenten individueel aan tafel zitten.

7. Hoofdstuk 5: De voorzitter, Benoeming en positie, Artikel 15, 1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door het Algemeen Bestuur uit zijn midden en uit een van beide leden die door het college van Dordrecht zijn benoemd, aangewezen. Klopt onze interpretatie dat het volgens deze tekst mogelijk is dat zowel de vz als de plv vz leden van het Dordts college kunnen zijn?

-3-

Antwoord: Uw interpretatie klopt. In artikel 13, lid 9 van de wet staat dat de voorzitter van het openbaar lichaam door en uit het Algemeen bestuur wordt aangewezen, met inachtneming van het daaromtrent in de regeling bepaalde (in dit geval de GR tekst zoals deze nu voorligt). In artikel 14 Wgr staat dat het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, met inachtneming van het daaromtrent in de regeling bepaalde (in dit geval de GR tekst zoals deze nu voorligt). Gelet op de omvang en inbreng van Dordrecht is in artikel 15 opgenomen dat de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, door het AB uit zijn midden en uit een van beide leden die door het college van Dordrecht zijn benoemd, worden aangewezen. Bij afwezigheid van de voorzitter zal in die gevallen de plaatsvervangend voorzitter optreden. Zoals nu geformuleerd, is dit het andere lid uit Dordrecht.

8. De jaarrekening Artikel 29, in dit artikel is niet aangegeven wat er met het jaarresultaat gebeurd. Graag vernemen wij of het resultaat verrekend wordt met de deelnemende gemeenten zoals gebruikelijk? Zo niet waarom wordt er niets verrekend en wat gebeurd er met het resultaat? Antwoord: De verrekening is geregeld in artikel 31 van de concepttekst GR. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 27, vijfde lid betaalde voorschot en de werkelijk verschuldigde bedragen vindt plaats onmiddellijk na kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de jaarrekening.

9. Hoofdstuk 10: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing. Toetreding Artikel 33. 1. Ten behoeve van de uitvoering van specifiek opgedragen taken als bedoeld in artikel 5, kunnen ook andere dan de in de aanhef genoemde gemeenten alsmede andere publiekrechtelijke lichamen toetreden tot deze regeling. Het Dagelijks Bestuur zendt in dat geval een verzoek tot toetreding van een andere gemeente of publiekrechtelijk lichaam tot deze regeling aan de colleges van de deelnemende gemeenten. Wilt u voorbeelden geven van publiekrechtelijke lichamen in dit verband? Antwoord: Het zou hierbij kunnen gaan om een andere gemeente of zelfs om een andere gemeenschappelijke regeling.

10. Uittreding Artikel 34, in dit artikel worden geen zienswijzen van de resterende deelnemende gemeenten gevraagd. Wilt u uitleggen waarom raden hierover geen besluitvormende bevoegdheid hebben daar een uittreding financiële consequenties voor de deelnemende gemeenten heeft? Hoe denkt men dit risico voor de deelnemende gemeenten op te lossen? Antwoord: Artikel 1, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen regelen dat de colleges altijd toestemming van de raden nodig hebben om een collegeregeling te kunnen wijzigen. Aangezien uittredingen altijd leiden tot wijziging van de regeling worden de raden altijd bij een dergelijk besluit vooraf betrokken.

11. Wijziging Artikel 39, 1. Wijziging van de regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende eensluidende besluiten van de colleges van alle deelnemende gemeenten en dagelijks besturen van alle deelnemende publiekrechtelijke lichamen. Indien een of meerdere van de colleges van de deelnemende gemeenten of dagelijks besturen van de deelnemende publiekrechtelijke lichamen een of meer veranderingen aanbrengt in de in het wijzigingsbesluit geformuleerde wijzigingen, gelden uitsluitend de eensluidend vastgestelde

-4-

wijzigingen. In onze beleving zijn er geen publiekrechtelijke lichamen in de GR, wilt u voorbeelden geven van publiekrechtelijke lichamen in dit verband? Antwoord: Het klopt dat er op dit moment geen andere publiekrechtelijke lichamen deel gaan nemen aan deze GR dan gemeenten. De tekst is zodanig opgesteld, zodat als dit in de toekomst anders is, dit direct geborgd is. In de huidige praktijk nemen enkel colleges van de 7 Drechtstedengemeenten deel in deze GR per 1-1-2022.

12. Wijziging Artikel 39, 2. Zowel het Algemeen Bestuur, als de colleges van de deelnemers aan deze regeling kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. Onverminderd het gestelde in de eerste volzin worden in beginsel voorstellen tot wijziging van de regeling door het college van Burgemeester en Wethouders van Dordrecht aan de overige besturen voorgelegd, tenzij er in een specifiek geval een concrete aanleiding is om het voorstel door een ander bestuursorgaan aan de overige bestuursorganen te laten voorleggen. Wilt u uitleggen en onderbouwen waarom het Dordts college in deze co-creatieve omgeving in beginsel de voorstellen aan de overige besturen voorlegt? Over welke besturen heeft u het hier, colleges en raden of colleges of raden? Antwoord: Wijzigingsvoorstellen van de GR-tekst moeten altijd door een van de bestuursorganen aan de andere bestuursorganen (in dit geval de colleges) worden voorgelegd. In het verleden is besloten dat dit normaal gesproken door het college van Dordrecht gebeurt. Dat is ook in de huidige GR het geval. Gemeente Dordrecht is in deze, net als in de huidige situatie, aangemerkt als penvoerder om wijzigingsvoorstellen voor te bereiden en voor te leggen aan de andere colleges. Dat vindt plaats in onderlinge afstemming. Dat heeft uitsluitend een praktische reden. De voorstellen worden in Dordrecht tijdens het zomerreces ambtelijk opgesteld.

Aangezien er altijd tijdsdruk ligt op de agendering van de voorstellen (de voorstellen moeten begin september worden toegestuurd om per 1 januari daarop volgend in werking te kunnen treden) is toezending via het college van Dordrecht de kortste weg, waardoor er geen onnodige tijd verloren gaat. De lokale colleges zijn bevoegd tot het wijzigen van de GR tekst, maar alleen indien de lokale raden daar hun toestemming voor hebben gegeven op grond van artikel 1, 2e en 3e lid van de Wgr, met andere woorden we spreken hier over colleges en raden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/115/documents/1714