210302_TECH_VR_Pauw_PRO Sliedrecht_Voorbereidingskrediet bestuursopdracht bestuurlijke en ambtelijke huisvesting.pdf
Tekst van het document
MEMO Voor
:
Gemeenteraad, Fractie PRO Sliedrecht
Van
:
Wethouder Goverde
Datum
:
2 maart 2021
Betreft
:
Beantwoording technische vragen van de heer T. Pauw (PRO Sliedrecht), d.d. 18 februari 2021 inzake het Voorbereidingskrediet bestuursopdracht bestuurlijke en ambtelijke huisvesting.
Hierbij ontvangt u de beantwoording van de technische vragen d.d. 18 februari 2021 inzake het Voorbereidingskrediet bestuursopdracht bestuurlijke en ambtelijke huisvesting.
Naar aanleiding van ons debat van woensdag 17 februari 2021 aangaande het Voorbereidingskrediet bestuursopdracht bestuurlijke en ambtelijke huisvesting hebben wij de volgende (technische) vragen. 1. Graag ontvangen wij een overzicht waarin het verschil van tussen het ingehuurde en eigen personeel, die worden betaald uit dit krediet, duidelijk wordt omschreven; Antwoord vraag 1 : T.a.v. eigen personeel: Er wordt geen eigen personeel betaald uit dit voorbereidingskrediet. T.a.v. inhuur: Op pagina 4/5 van de bestuursopdracht staat welke kosten ten laste van het voorbereidingskrediet worden gebracht. Het gaat om externe inhuur voor de voorbereiding van projecten en om onderzoekskosten. 2. In vervolg hierop ontvangen wij graag het % ingehuurd personeel voor de gehele organisatie
waarin een overzicht wordt gemaakt per 1-1-2019, 1-1-2020 en 1-1-2021; Antwoord vraag 2 : Vanuit de context van het onderwerp 'bestuursopdracht ambtelijk en bestuurlijke huisvesting' is de inhuur beperkt tot een projectleider en een projectcoördinator voor de periode 2021. Wat betreft de bredere vraag over percentages inhuur voor de gehele organisatie komen wij bij u terug op een later moment via de Turap.
3. U stelde dat in de Kadernota 2021 (visie 2030) dit besluit al is aangekondigd. Nu het krediet al op 1-10-2020 is geactiveerd graag ontvangen wij de reden waarom u de aanvraag niet heeft verwerkt in het besluit van de Kadernota. (Indien deze vraag als politiek wordt aangeduid deze graag conform artikel 39 RvO behandelen); Antwoord vraag 3 : De notitie Materiele Vast Activa van de Commissie BBV geeft aan dat kosten van onderzoek en ontwikkeling (voorbereidingskosten) voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd onder de Immateriële Vaste Activa (IVA), mits aan de voorwaarden wordt voldaan zoals gesteld in het BBV. Aldus wordt in de jaarstukken 2020 een bedrag van € 18.531 verantwoord onder de IVA. Dit zijn de werkelijke kosten in 2020 van 1) de ingehuurde projectcoördinator bestuursopdracht en 2) de projectleider raadhuis, beiden voor de periode van 1/10/20 tot en met 31/12/20. Dat blijkt achteraf iets minder dan de som van de bedragen € 10.000 en € 11.520, die worden genoemd in de bestuursopdracht.
4. Is het college op de hoogte dat er anno 2021 nog steeds een door de raad vastgesteld format is voor de Startnotitie ?
1
-2-
Zo ja waarom is dit format dan hier vervangen door een Bestuursopdracht?
Antwoord vraag 4 : Het is bekend dat er een format startnotitie is. Het is de bedoeling om op een veel strakkere wijze te gaan werken met de formats in de Grote Projecten. In dit geval is de bestuursopdracht-format gebruikt als zijnde een startnotitie.
5. Graag ontvangen wij een overzicht van dat deel van het krediet dat al is (wordt) uitgegeven tot 9 maart 2021; Antwoord vraag 5 : Zie beantwoording onder 3 voor de kosten van de projectleider en projectcoördinator in 2020. Beide ingehuurde krachten hebben in 2021 – zolang de besluitvorming is – nauwelijks uren gedeclareerd. Het traject ligt nu stil en wordt pas na goedkeuring weer opgestart. De opdracht aan BOEi betreft een bedrag van € 3.708. Deze is als last verwerkt in de exploitatie van 2020.
6. Op basis van welk krediet gaat het college deze kosten boeken indien er geen akkoord komt op dit krediet? Antwoord vraag 6 : Zie beantwoording vraag 3. Indien geen goedkeuring wordt verleend, zullen de kosten ten laste worden gebracht van het resultaat 2020.
7. In de vorige beantwoording als mede in het debat is ons niet duidelijk geworden wat er nu “concreet” niet goed is aan de uitgewerkte plannen van Lakerveld in januari 2020. Welke concrete afwijkingen van het PvE raadzaal heeft u gevonden in deze plannen? Antwoord vraag 7 : Het plan Lakerveld wijkt met betrekking tot het PvE voor de huisvesting van de raad niet af. Er zitten twee aspecten in het plan van Lakerveld, waardoor het niet verder is uitgewerkt. Het eerste is dat het plan alleen voorziet in de huisvesting van de gemeenteraad. Hierdoor zou het gebouw nog steeds een overgroot deel van de tijd onbenut blijven. De ambitie van het college is om het raadhuis een huis van Sliedrecht te laten zijn en daardoor wordt gezocht naar een bredere invulling dan hoofdzakelijk de huisvesting van de raad. Het tweede aspect zijn de destijds geraamde kosten tussen de 5,5 en 6,5 miljoen euro, die tot nadere bezinning heeft geleid.
8. Zijn de plannen van Lakerveld al voorzien van een advies van de rijksmonumentencommissie? Zo ja, dan ontvangen wij graag dit advies. Antwoord vraag 8 : Het plan van Lakerveld is niet getoetst bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Wel is het plan Lakerveld besproken met BOEi. Deze organisatie heeft veel ervaring met restauratie en herbestemmen van cultureel erfgoed (rijksmonumenten). BOEi heeft aangegeven dat de voorgestelde verplaatsing van een van de buitengevels in het plan Lakerveld, een ingreep is, die het (rijksmonumentale) karakter van het gebouw aantast. Daarvan wordt verwacht dat de RCE daarmee niet akkoord gaat.
2