210226_ANTW_TECH_VR_de Mul-Donker_SGP-ChristenUnie_Nieuwe Wet Inburgering.pdf
Tekst van het document
MEMO Voor
:
Gemeenteraad t.a.v. R. de Mul – SGP / Christen Unie Sliedrecht
Van
:
P. Vat
Datum
:
26 februari 2021
Betreft
:
Technische vragen Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering
Op dinsdag 23 februari heeft u technische vragen gesteld met betrekking tot het raadsvoorstel Lokaal Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering. Onderstaand treft u de door u gestelde vragen met de bijbehorende beantwoording aan.
In het raadsvoorstel staat dat er sprake is van mogelijke financiële risico's. Deze zullen worden verwerkt in het risicoprofiel van de gemeente. 1. Graag een concrete benoeming van de risico's, zodat ze duidelijk opgenomen kunnen worden in het risicoprofiel. De risico's bestaan uit; 1. Het aandeel inburgeringsplichtigen van de totale huisvestingstaakstelling. Gerekend wordt met de aanname dat 70% van de huisvestingstaakstelling volwassen en daarmee inburgeringsplichtig is. Wanneer het aandeel hoger dan 70% is valt dit nadelig uit. Uit de praktijk is gebleken dat het aandeel voor Sliedrecht in de afgelopen jaren onder de 70% lag mede vanwege de gezinsherenigingen en de huisvesting van gezinnen. 2. Het aantal gezinsmigranten. Gezinsmigranten vallen buiten de huisvestingstaakstelling en zijn een niet te beïnvloeden factor. De Rijksbijdrage hiervoor is gebaseerd op het procentuele aandeel inwoners met een niet westerse achtergrond. Uit de beschikbare informatie kan niet opgemaakt worden wat de hoogte van deze bijdrage specifiek voor Sliedrecht is. In de begroting van de lokale kosten zijn we uitgegaan van het aantal gevestigde gezinsmigranten 2019. 3. De individuele complexiteit van de te vestigen statushouder. De individuele complexiteit van casussen bepalen de daadwerkelijke benodigde inzet.
In de berekeningen van het AEF is uitgegaan van landelijke gemiddelden en minimale uitvoeringskosten. Bij een relatief kleine taakstelling zoals die van Sliedrecht kan een complexe casus doordrukken in de benodigde tijdsinspanning van de professionals. 4. De Rijksbijdrage voor de bekostiging van de leerroutes en de module MAP. De bijdrage voor de leerroutes en het MAP verloopt via een specifieke uitkering. Deze bijdrage is nog niet definitief door het Rijk vastgesteld. De algemene landelijke aanname is dat het om een bedrag van € 10.000 per route zal gaan. Dit staat gelijk aan de maximale DUO lening in het huidige stelsel voor het volgen van een inburgeringscursus.
-2-
Verder wordt uitgegaan van geprognotiseerde kosten. Deze zijn gebaseerd op prognoses uit het zogenoemde AEF-rapport. 2. Graag een concrete begroting van de benodigde mensen en middelen. We hebben de vertaling van het AEF rapport voor u opgenomen. Op basis van een gelijkblijvende taakstelling aan 2020 komen we tot onderstaand kosten overzicht. Prognose jaarlijkse kosten NWI versus meerjarenraming 2022 Aantal 13
2023 Aantal 13
lokaal regionaal
Kosten € 5.980,38 € 363,30
lokaal regionaal
€ 2.808,20 € 0,00
6
6
lokaal regionaal
€ 28.955,77 € 10.989,08
1
1
Meerjarenraming Kosten prognose AEF
€ 137.107 € 155.261
€ 145.210 € 155.261
Geprognosticeerd Effect AEF
- € 18.154
- € 10.051
Kosten per asielstatushouder (variabel) Kosten per gezinsen overige migranten (variabel) Kosten ambtelijke organisatie (vast)
Uitgangspunt is om de nieuwe taken binnen de verhoogde rijksbijdrage en de begrote middelen voor de maatschappelijke begeleiding vorm te geven. We verwachten dit te kunnen realiseren door de volgende positieve financiële effecten ten opzicht van de prognose;
Lagere regionale kosten door de gezamenlijke Drechtstedelijke inspanning voor het opstellen van kwaliteitscriteria, inkoop en toezicht. Lagere trajectkosten voor de inburgeringsroutes dan de landelijke aanname door de regionale aanbesteding en het volumevoordeel. Lagere inzet maatschappelijke begeleiding en coördinatie op het PIP door gecombineerde inzet. Lagere intensiteit trajecten gezinsmigranten.
Een ander effect dat niet direct zichtbaar zal zijn in de kosten voor inburgering is het verwachte positief effect van de kwaliteit van inburgering. Dit effect zal zich onder andere af laten tekenen in de duur van uitkeringssituaties en de mate van begeleiding en ondersteuning vanuit het reguliere hulp en ondersteuningsaanbod van het totale sociaal domein.