210118_ANTW_TECH_VR_de Vries_CDA_lokaal uitvoeringsplan NWI.pdf
Tekst van het document
MEMO Voor
:
J. de Vries / CDA Sliedrecht
Van
:
P.Vat
Datum
:
18 januari 2021
Betreft
:
Technische vragen Lokaal Uitvoeringsplan NWI - CDA
Op vrijdag 15 januari heeft u technische vragen gesteld met betrekking tot het raadsvoorstel Lokaal Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering. Onderstaand treft u de door u gestelde vragen met de bijbehorende beantwoording aan. 1. Is de uitvoering van deze wet alleen van toepassing op alle inburgeringsplichtigen die na 1 januari 2022 door het AZC/COA aan Sliedrecht worden toegewezen of geldt deze toepassing ook voor alle andere statushouders die voor deze datum in Sliedrecht zijn komen wonen. Antwoord: De wet is alleen van toepassing op inburgeringsplichtigen die zich vestigen in Sliedrecht na 01-01-2022. 2. Indien de NWI niet van toepassing is op de inburgeringsplichtigen die zich voor 01-01-2022 in Sliedrecht zij komen wonen, kunnen zij zich geheel of gedeeltelijk gebruik maken van de toekomstige leerroute die door de Drechtsteden wordt opgezet met gekwalificeerde aanbieders? Antwoord: Nee, dat kan niet. De leerroutes zijn nieuwe diensten die via een Europese aanbesteding ingekocht worden. Zowel de procedure voor aanbesteding, ontwikkeling van de diensten door de aanbieder en de benodigde tijd voor implementatie maken dat een start voor 01-01-2022 niet mogelijk is. 3.Gezinsmigranten hebben een andere positie dan de asielstatushouders. Voor hen zijn in de leerroute bepaalde onderdelen niet opgenomen. Door de overheid is hiervoor geen budget vastgesteld.
Wordt voor deze groep nog een lokale leerroute vastgesteld en is hiervoor voldoende budget? Antwoord: De vraagstelling is onjuist. De regels en verplichtingen met betrekking tot gezinsmigranten zijn voor gemeenten inhoudelijk anders vanwege het verschil in de startpositie. Gezinsmigranten moeten inhoudelijk aan dezelfde verplichtingen voldoen als asielstatushouders. De inhoud van de te volgen leerroute is het zelfde. Het verschil in de startpositie maakt alleen dat de wetgever besloten heeft andere verplichtingen aan de begeleiding door gemeenten te stellen en dat gezinsmigranten zelf voor de kosten voor de te volgen leerroute moeten opdraaien. Ter verduidelijking onderstaande tekst afkomstig uit de memorie van toelichting;
Dit betreft onder andere personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming zijn, bijvoorbeeld omdat zij een Nederlandse echtgeno(o)t(e) of partner hebben. Ook geestelijk bedienaren en vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk humanitair verblijfsdoel, zoals bijvoorbeeld voortgezet verblijf nadat zij eerder een verblijfsvergunning voor een tijdelijk doel hadden, zijn inburgeringsplichtig. Deze groep inburgeringsplichtigen wordt aangeduid als: gezinsmigranten en overige migranten. ... De regering vindt het ook voor de gezinsmigranten en overige migranten van groot belang dat zij inburgeren. Maatschappelijk gezien is het immers wenselijk dat zij zo goed en snel mogelijk hun weg weten te vinden in Nederland en de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau beheersen. Zij voeden immers in Nederland hun kinderen op, bezoeken de dokter en willen zich wellicht onafhankelijk van hun partner oriënteren op een plek op de Nederlandse arbeidsmarkt. Tegelijkertijd is hun startpositie in Nederland wezenlijk anders dan die van asielstatushouders.
-2-
Gezinsmigranten hebben de weloverwogen keuze gemaakt om naar Nederland te verhuizen om zich te vestigen bij hun partner. Zij hebben zich, onder andere in het kader van het inburgeringsexamen in het kader van de Wet inburgering in het buitenland (Wib), voorbereid op hun komst en verplichtingen in Nederland. Daardoor hebben zij veelal al enige kennis van de Nederlandse taal (op niveau A1) als zij starten met hun inburgeringstraject in Nederland. Daarnaast beschikken ze over meer doenvermogen onder andere door het beschikbare netwerk en de partner die reeds geworteld is in de Nederlandse samenleving en die over een (voldoende hoog) inkomen beschikt. Om deze redenen wijkt het inburgeringstraject van gezinsmigranten en overige migranten op onderdelen af van dat van asielstatushouders. Ook gezinsmigranten en overige migranten worden geacht binnen de daarvoor geldende termijnen één van de drie leerroutes succesvol af te ronden. Omdat de regering eraan hecht dat ook zij zoveel mogelijk economisch zelfstandig kunnen zijn, zullen ook zij in beginsel verplicht aan de MAP moeten deelnemen. Vanwege het belang van het kennisnemen van de Nederlandse cultuur en normen en waarden blijft ook het PVT een verplicht onderdeel van hun inburgeringsplicht.
De regering vindt het verder belangrijk dat gezinsmigranten en overige migranten in het nieuwe inburgeringsstelsel (meer) steun en begeleiding kunnen krijgen dan nu het geval is. 4. Volgens de NWI zijn leerplichtigen jongeren tot 18 jaar niet inburgeringsplichtig daar zij gebruik maken van het reguliere onderwijs. Zijn er lokaal aanvullende mogelijkheden voor een inburgeringstraject voor jongeren die kort voor het bereiken van de 18 jarige leeftijd via AZC/COA of bij gezinshereniging naar Sliedrecht komen? Antwoord: Ja dat is mogelijk. Daarbij moet wel rekening gehouden worden dat een onderwijstraject binnen het regulier onderwijs intensiever is dan een inburgeringstraject voor volwassenen, jongeren vanwege onderwijsdeelname zich sneller en makkelijker aanpassen en integreren en deelname aan aanvullende trajecten vrijblijvend is. 5. In Sliedrecht begeleidt de organisatie Participe huidige statushouders, zoals ook aangegeven in de integratienota 2019-2022, maar in hoeverre zal Particioe ook deel uitmaken bij de uitvoering tot het voldoen aan inburgeringseisen volgens de NWI en het lokaal uitvoeringsplan NWI? Antwoord: Participe zal geen deel uitmaken van de lokale uitvoering van de nieuwe Wet inburgering.
De wijzigingen van het stelsel en de ontwikkeling van het Bonkelaarhuis maken dat er opnieuw gekeken is naar een optimale structuur voor kwalitatief hoogwaardige dienstverlening. In het Lokaal Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering is de volgende passage opgenomen;
Door het inburgeringsvraagstuk te benaderen vanuit het brede perspectief van het gehele sociaal domein zal het effect vergroot worden. In de lokale situatie is het daarvoor noodzakelijk om de regie op de uitvoering van de inburgering onder te brengen in het Bonkelaarhuis. Binnen het Bonkelaarhuis komen de verschillende disciplines binnen het lokale en regionale sociaal domein samen waardoor het inburgeringsvraagstuk integraal benadert kan worden. De brede hulpvraag van de inburgeringsplichtige wordt daarmee geïntegreerd in de lokale structuur van hulpverlening en ondersteuning. Hierdoor kan vroegtijdig passende ondersteuning worden ingezet om zo belemmeringen voor een succesvolle inburgering weg te nemen. Daarbij wordt zo het brede dienstverleningsaanbod van de sociaal maatschappelijke voorzieningen en structuren ingezet om de inburgeraar zo goed mogelijk te laten integreren in de Sliedrechtse samenleving. 6. De vrijblijvendheid tot inburgering wordt opgeheven en daardoor zal de begeleiding ook intensiever worden en ook meer worden gevraagd van inburgeringsplichtige . Hierbij zal ook zeker een beroep gedaan moeten worden op vrijwilligers. Uit het jaarverslag van 2019 van Participe blijkt dat een aantal vrijwilligers afhaken om verschillende redenen. Zijn er mogelijkheden de vrijwilligers voor hun intensieve bijstand een wettelijke vrijwilligersuurvergoeding te geven?
-3-
Antwoord: Een wettelijke vrijwilligersvergoeding bestaat niet. Er wordt al gewerkt met een vrijwilligersvergoeding. 7. Komen de gemaakte kosten voor juridische bijstand aan inburgeringsplichtigen die vallen onder de NWI ten laste van het Rijk . Gebleken is dat de juridische begeleiding zeer intensief en kostenverhogend is (zie daarvoor de opsomming op blz.7 Participe verslag 2019) ? Antwoord: Juridische begeleiding is onderdeel van het totale dienstverleningspakket voor maatschappelijke begeleiding. Voor maatschappelijke begeleiding ontvangen we een rijksvergoeding.