210113_ANTW_TECH_VR_Paas_SGP-ChristenUnie_n.a.v. besluitvorming 9 april 2019 GRD.pdf
Tekst van het document
MEMO Voor
:
SGP/CU t.a.v. de heer Paas
Van
:
College van B&W
Datum
:
13 januari 2021
Betreft
:
Technische vragen – N.a.v. besluitvorming 9 april 2019 GRD
De fractie van de SGP/CU heeft vragen gesteld m.b.t. de besluitvorming van 9 april 2019 over de toekomstige samenwerking Drechtsteden. Hieronder treft u de beantwoording daarvan. Daarbij alvast de volgende opmerking. Tijdens de beeldvormende vergadering over dit onderwerp op 14 december 2020 is toegezegd dat wij nog schriftelijk terugkomen op een aantal vragen die toen zijn gesteld. U ontvangt tegelijkertijd met deze beantwoording een aanvullende oplegnotitie bij het raadsvoorstel met daarin extra informatie. Dit overlapt deels de voorliggende technische vragen. Uiteraard beantwoorden wij die hier, maar voor zover van toepassing verwijzen wij voor extra toelichting naar de oplegnotitie. Toelichting en vragen fractie SGP/CU
In het RV wordt verwezen naar de eerdere besluitvorming op 9 april 2019. In het bijbehorende amendement is onder punt 3.9 besloten dat een voorstel uitgewerkt zou worden voor een beknopte herzien GR-D tekst die de uitwerking van de afspraken moet regelen. In het voorliggende RV van 17 november 2020 wordt een nieuwe GR-tekst voorgesteld, die uitsluitend betrekking heeft op het sociaal domein, de bedrijfsvoering en de externe betrekkingen. Dat betekent dat er geen regeling is/wordt vastgesteld m.b.t. de meervoudige lokale samenwerking op ruimtelijk economisch vlak: 1. Graag ontvangen we een overzicht van alle beslispunten van de besluitvorming op 9 april
2019 met per beslispunt toelichting welk vervolg daar aan gegeven is?
Antwoord: Hieronder hebben wij de beslispunten van 9 april 2019 weergegeven. Per punt is in het rood onze toelichting eronder gezet. 1. De uitvoering van de breed gedragen en vrijwel unaniem vastgestelde Groeiagenda 2030 voortvarend in gang te zetten en a. (meervoudig) lokaal te beleggen bij de colleges van B&W en de gemeenteraden van de zeven deelnemende gemeenten b. en door het Drechtstedenbestuur te laten coördineren, aansporen en trekken. De uitvoering van de Groeiagenda is meervoudig lokaal belegd bij de colleges en gemeenteraden via een zogenaamde uitwerkingsovereenkomst (ook wel SOK genoemd). Hierin zijn de samenwerkingsafspraken vastgelegd. De taken in het ruimtelijk-economisch domein zijn echter nog niet uit de GR tekst verwijderd. Hierdoor is het formeel gezien nog dubbel geregeld. T.a.v. punt b. Het DSB is verantwoordelijk voor externe betrekkingen. Daarnaast staat de uitvoering van de Groeiagenda (voortgang, etc.) maandelijks op de agenda van het DSB waarin ook de bestuurlijke trekkers zitting hebben. Meer informatie over de overeenkomst treft u in de hiervoor genoemde oplegnotitie. 2. Kennis te nemen van het rapport “Voorbereidingscommissie toekomst regionale samenwerking Drechtstedengemeenten” Hier is kennis van genomen.
-2-
3. Als uitgangspunt voor de uitvoeringswijze van de Groeiagenda te besluiten tot: a. Toekomstige regiobrede en themaoverstijgende visievorming leidt via lokale besluitvorming tot regionale vaststelling in de Drechtraad; Er is sinds april 2019 geen sprake geweest van regiobrede en themaoverstijgende visievorming. b. De uitvoering wordt per thema (meervoudig) lokaal opgepakt en afgestemd in een bestuurlijke werkgroep (lijkend op een portefeuillehoudersoverleg), waarbij iedere bestuurlijke werkgroep één of twee trekkers voordraagt; Iedere maand vindt tijdens de Drechtstedendinsdag een bestuurlijke werkgroep plaats op de thema's uit de Groeiagenda (Energie, Bouwen en Wonen, Economie en Werken en Mobiliteit). Iedere werkgroep heeft minimaal één bestuurlijke trekker. c.
Het Drechtstedenbestuur (DSB) • bestaat uit tenminste één vertegenwoordiger per gemeente; • inhoudelijk aanspreekbaar is op de regionale visies, de verbinding daartussen, de voortgang daarop en legt daarover verantwoording af aan de Drechtraad • voorziet erin dat de Drechtraad met de trekkers van de thema’s (wonen, werken en mobiliteit) in gesprek kan komen over de voortgang en de verhouding tot de verschillende visies • bestuurt het sociaal domein, de bedrijfsvoering en de externe betrekkingen en legt hierover verantwoording af aan de Drechtraad • Het Drechtstedenbestuur wordt bijgewoond door de trekkers en stemmen daar af over hun thema’s. Het Drechtstedenbestuur werkt conform bovenstaande. De maandelijkse DSB vergaderingen en Drechtstedendinsdagen staan hier centraal in. d. Middelen en menskracht voor de uitvoering van de thema’s worden op voorstel van de gemeentesecretarissen aan de colleges van B&W en na bestuurlijke besluitvorming bijeengebracht en ter beschikking gesteld aan de betreffende bestuurlijke werkgroepen / trekkers. De optelsom van de huidige toegekende budgetten blijft meerjarig beschikbaar voor de uitvoering tenminste tot en met 2022; Afspraken over middelen en menskracht zijn gemaakt via de Opgavebladen en de uitwerkingsovereenkomst.
Aan ieder thema is een gemeentesecretaris gekoppeld en zijn er Opgavemanagers aangesteld die de bestuurlijke werkgroepen organiseren en de uitvoering van de Opgavebladen ter hand nemen. Ook zijn er diverse ambtelijke werkgroepen opgezet met inbreng vanuit alle gemeenten. e. De trekkers stellen samen met de voorzitter van de regio tweemaal per jaar een feitelijke voortgangsrapportage op die de 7 gemeenteraden en de Drechtraad inzicht biedt in de voortgang; In 2020 is het proces van monitoring opgezet. U heeft op 18 september 2020 de 1e voortgangsmonitor van de Groeiagenda ontvangen. Vanaf 2021 is het de bedoeling dat u naast deze jaarlijkse effectmonitor ook ieder jaar een voortgangsrapportage zult ontvangen. Zie de oplegnotitie voor meer informatie (p. 3). f. We werken vooral in vertrouwen samen en niet op basis van uitputtende regels, we praten met elkaar in plaats van over elkaar en we richten onze energie vooral op de maatschappelijke vraagstukken in plaats van op beleidsvorming en onderlinge vergaderdruk. De vergaderschema’s van de relevante gremia worden hierop aangepast. Regelmatig worden er themabijeenkomsten georganiseerd waaraan ook andere raadsleden dan Drechtraadsleden kunnen deelnemen;
-3-
Het avondprogramma van de Drechtstedendinsdagen is reeds aangepast en in frequentie afgenomen. Tijdens deze avonden worden nog steeds themabijeenkomsten (carrousels) georganiseerd. g. Vóór 1 november 2019 wordt vanuit Dordrecht als ‘penvoerder’ een voorstel gedaan voor een beknopte, herziene GR-D tekst die aansluit bij de nieuwe werkwijze, vast te stellen door de relevante bestuursorganen van de 7 gemeenten. Dordrecht is hier na april 2019 mee gestart. Het bleek echter lastig om de diverse amendementen te verenigen. Ook de raadsconsultatie van Burgemeester Paans heeft niet tot een oplossing geleid. Hierdoor is dit traject vertraagd en is gewacht op de uitkomsten over de gesprekken over de samenwerking in het sociaal domein en bedrijfsvoering om hier verder mee te gaan. Zie ook de oplegnotitie (p. 1 en 2). 4. Het college van B&W opdracht te geven a. in samenspraak met de overige B&W’s, uiterlijk in april trekkers aan te wijzen op de vier onderscheiden thema’s wonen, werken, mobiliteit en spoorzone (alleen voor Dordrecht en Zwijndrecht) b.
De voorzitter van de regio te verzoeken om • zo spoedig mogelijk het proces tot aanwijzing van de trekkers te laten starten en in onderlinge afstemming te laten plaatsvinden en deze als ware het opdrachtportefeuillehouders onder het DSB te laten benoemen door de Drechtraad; • Het DSB te verzoeken in afstemming met de betreffende maatschappelijke partners, de preciezere implementatie van de triplehelix-samenwerking vorm te geven. c. binnen de huidige GR-D samenwerking een portefeuillehouder Coördinatie Externe Betrekkingen te realiseren conform de eindnotitie van de Voorbereidingscommissie. De bestuurlijke trekkers zijn direct na de besluitvorming benoemd. Dit geldt ook voor de externe betrekkingen. Ook is werk gemaakt van de triple-helix samenwerking. Deze komt onder meer concreet tot uiting in de Regiodeal die is binnengehaald. 2. Bgm Paans heeft een notie geschreven na de besluitvorming in de verschillende
gemeenteraden? Kunt u aangeven wat er gedaan is met de adviezen en suggesties die daar in zijn verwerkt?
Antwoord: Samengevat stelt Burgmeester Paans in zijn notitie (d.d. 26 september 2020) vast dat er een brede basis voor samenwerking is waarbij het ruimtelijk-economisch domein lokaal verankerd is. Hij stelt echter ook vast dat er 'nog geen overbrugging is tussen de aangenomen amendementen'. Hoewel dit niet concreet benoemd wordt lijkt de discussie te zitten op de verhouding/rolverdeling tussen lokaal en GRD en over de precieze verantwoordingslijnen. Aan het slot van de notitie adviseert Burgmeester Paans het volgende: "Ga aan de slag op de
ingeslagen weg. Leg niet te snel alles in 'beton' en regels vast. Doe ervaring op, bespreek de voortgang op inhoud en de wijze waarop de samenwerking vorm krijgt. Leer en verbeter en leg daarna de succesvolle werkwijzen vast en pas aan wat nodig is. Daarbij kan het een functie hebben als een ontwerp voor de nieuwe GRD nu snel wordt opgesteld en gedeeld".
Dit advies is ter hand genomen en in de Drechtsteden zijn we aan de slag gegaan. Er zijn bestuurlijke (en ambtelijke) werkgroepen geformeerd. De uitvoeringsprogramma's (Opgavebladen 2021) zijn door de raden vastgesteld, er is een monitor opgesteld en een SOK vastgesteld. Dit zijn bovendien processen die nog steeds doorontwikkeld worden. In 2021 wordt dit weer verder doorgevoerd. Zie ook de oplegnotitie (p.3). Wat nog ontbreekt is aanpassing van de GR tekst. De overbrugging van de amendementen is nog niet gelukt. Daarnaast wilde men wachten op de discussie over het sociaal domein en bedrijfsvoering om dat tegelijkertijd mee te nemen in een nieuwe GR tekst.
-4-
3. Op welke manier wordt de regionale beleid/visievorming in het ruimtelijk economisch
domein geformaliseerd, besluit van april 2019 heeft de uitvoering belegd in meervoudige lokale samenwerking?
Antwoord: Deze uitvoering is formeel vastgelegd in de hiervoor genoemde Uitvoeringsovereenkomst. Op grond van het besluit van april 2019 dienen de taken in het ruimtelijk economisch domein verwijderd te worden uit de GR tekst. Wel dient in de GR tekst nog de rol van DSB en Drechtraad benoemd te worden t.a.v. externe betrekkingen, monitoring en vaststellen overkoepelende visies. Echter, indien besloten wordt tot transformatie van de GRD tot een GR sociaal zonder DSB en Drechtraad dan dienen deze taken ook lokaal belegd te worden via de uitvoeringsovereenkomst. Zie ook de oplegnotitie voor meer informatie. 4. Er is zoals is meegedeeld in een CIB een uitwerkingsovereenkomst gesloten. De basis van
deze uitwerkingsovereenkomst is artikel 3 van de GRD. Hoe verhoudt zich artikel 3 tot de eerdere besluitvorming van de deelnemende raden om de uitvoering NIET meer via de GRD, maar via de meervoudig lokale samenwerking te organiseren?
Antwoord: Het artikel 3, waar u hierboven naar verwijst, komt uit de 'Regeling onderlinge samenwerking Drechtsteden-gemeenten' (OSD). Dit is iets anders dan de GR Drechtsteden. Dit zijn dus twee verschillende regelingen. De regeling OSD is een zogeheten 'Regeling zonder Meer' (een collegeregeling uit de Wgr). Die is bedoeld om inhoudelijke samenwerkingsafspraken tussen colleges van B&W van de Drechtsteden te borgen. Het maakt het mogelijk om snel en simpel bindende afspraken te maken over menskracht/geld/overige middelen en over taken en bevoegdheden die je meervoudig lokaal belegd. Deze regeling kent o.a. bestuurlijke overleggen en uitvoeringsovereenkomsten. Deze uitvoeringsovereenkomsten zijn privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de deelnemende gemeenten aan die overeenkomst en daarmee afdwingbaar. De uitvoeringsovereenkomst t.b.v. de Groeiagenda is hier een concreet voorbeeld van.
-5-
5. In de uitwerkingsovereenkomst wordt gesproken over een rol voor de Drechtraad. Uit het
principebesluit en de bijgevoegde stukken blijkt dat in de nieuw op te stellen tekst de Drechtraad niet meer bestaat. Graag een beschouwing op de voorgestelde situatie om een overeenkomst te baseren op een tekst en een situatie die met een volgend voorstel geschrapt lijkt te worden.
Antwoord: Op het moment van opstellen en vaststellen van de uitvoeringsovereenkomst was er nog geen sprake van dat de Drechtraad (mogelijk) verdwijnt. Indien dat in de toekomst inderdaad wel het geval is, zal de uitvoeringsovereenkomst hierop aangepast moeten worden. Het betreft dan vooral de rol van de Drechtraad rond monitoring en de strategische visies op metaniveau. Die zal dan volledig bij de lokale raden komen te liggen. 6. Op basis van welke besluit/regeling/verordening heeft het college de
uitwerkingsovereenkomst getekend? Het gaat niet om een verwijzing naar regeling artikel 3 lid 5, maar naar de lokale verankering van dat besluit.
Antwoord: Dit heeft het college gedaan op grond van het besluit van 9 april 2019 waarin door de raad is besloten de uitvoering van de Groeiagenda meervoudig lokaal te beleggen. Meervoudig lokale samenwerking vindt plaats op grond van uitvoeringsovereenkomsten. Daarin leg je formeel de samenwerkingsafspraken vast. De hiervoor genoemde collegeregeling biedt daarvoor de basis. Deze collegeregeling is ook concreet benoemd door de voorbereidingscommissie toekomstige samenwerking Drechtsteden als juridisch vehikel om de meervoudig lokale samenwerking mee te organiseren. 7. Is het technisch gezien niet vreemd dat bovenstaande vragen en antwoorden geen
integraal onderdeel uitmaken van het principevoorstel, over het sociaal domein en bedrijfsvoering, wat nu bij de raad ligt?
Antwoord: Wij zijn het met u eens dat het principe-besluit (mogelijk) gevolgen heeft voor het ruimtelijkeconomisch domein. Immers, als de Drechtraad inderdaad in de toekomst verdwijnt vervallen haar taken. Die komen dan volledig bij de lokale raden te liggen. Hierover had een toelichting opgenomen kunnen worden in het raadsvoorstel. Dit is in alle voortvarendheid direct na de conferentie van 27 oktober 2020 niet gebeurd. In de extra oplegnotitie gaan wij daarom ook nader op dit onderwerp in (p. 11). 8. Hoe kunnen we er voor zorgen dat hier wel een concreet voorstel op volgt? Antwoord: Indien alle raden conform besluiten t.a.v. het principe-besluit wordt in 2021 toegewerkt naar een voorstel voor een 'Klassieke GR sociaal' en een 'service-construct' voor de bedrijfsvoering. Hierover moeten de raden vervolgens een definitief besluit nemen. Gevolg hiervan is dat een GR sociaal ontstaat zonder DSB/Drechtraad. Hun taken t.a.v. het ruimtelijk-economisch domein komen dan te vervallen en vallen terug naar de lokale colleges/raden. Het is mogelijk om hier bij de verdere besluitvorming een concreet voorstel voor op te nemen inclusief hoe dit dan verder geregeld wordt in de uitwerkingsovereenkomst. Uiteraard is in de GR sociaal dan ook geen sprake
-6-
meer van een takenpakket op het ruimtelijk economisch domein. Dit laatste is inmiddels belegd via de uitwerkingsovereenkomst. 9. Welke risico’s ziet het college voor deze komende periode dat er wel in de uitvoering
meervoudig lokaal wordt samengewerkt, zonder basis in een oude of nieuwe GR tekst?
Antwoord: Wij zien hierin geen risico. De kern van meervoudig lokaal samenwerken is dat dit niet vastgelegd wordt in een GR tekst, maar dat afspraken worden gemaakt via een bindende uitvoeringsovereenkomst. Zie ook het antwoord op vraag 4.