CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2. Alle verordeningen incl. wijz. in geel 2023 t.o.v. 2022.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 13 december 2022, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 20: BES - Belastingverordeningen 202326.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

€ 132,91 (130,72)

€ 132,91 (130,72)

Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief per fase: voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit

56

uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.16

Beoordeling bodemrapport

2.3.16.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

2.3.16.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport de door de gemeente verschuldigde advieskosten van de externe adviseur.

2.3.17 2.3.17.1

Advies

2.3.17.2

2.3.18 2.3.18.1

€ 387,52 (380,52)

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Verklaring van geen bedenkingen

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.18.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: 2.3.18.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.18.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.3.18.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Hoofdstuk 4 Vermindering 2.4.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg of beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg of de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3.

€ 295,06 (290,19)

57

2.4.2

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18. De vermindering bedraagt: 2.4.2.1 bij 5 tot 10 activiteiten: van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.2.2 bij 10 tot 15 activiteiten: van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.2.3 bij 15 of meer activiteiten: van de voor die activiteiten verschuldigde leges. Hoofdstuk 5 Teruggaaf 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

2.5.1.1

2.5.1.2

2.5.2

Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1.1 t/m 2.3.1.1.5 en 2.3.2, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 2 weken na het in behandeling nemen ervan van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; indien de aanvraag wordt ingetrokken na 2 weken na het in behandeling nemen ervan van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

75%

50%

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1.1 t/m 2.3.1.1.5 en 2.3.2, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1.1 t/m 2.3.1.1.5 en 2.3.2 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

50%

50%

58

2.5.3.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

2.5.4

Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 200,-- wordt niet teruggegeven.

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend.

59

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning 2.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is: Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten 2.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 132,91 (130,72)

€ 132,91 (130,72)

€ 5.080,69 (4.996,74) € 295,07 (290,20)

Hoofdstuk 9 Sloopmelding (vervallen) Hoofdstuk 10 Bouwvergunning eerste of tweede fase op grond van oude wetgeving (vervallen) Hoofdstuk 11 In deze titel niet benoemde beschikking 2.11 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 132,91 (130,72)

60

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca 3.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet 3.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening 3.1.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel van een vergunning op grond van artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening 3.1.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet 3.1.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet 3.1.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet 3.1.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in

artikel 35 van de Alcoholwet Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement, indien het betreft: 3.2.1.1 een filmvertoning, bazaar, fancy-fair en dergelijke gelegenheden niet op de openbare weg 3.2.1.2 een straat- of buurtfeest 3.2.1.3 3.2.1.4 3.2.2. 3.2.3

Een kleinschalig of middelgroot evenement met nagenoeg geen impact op de omgeving en zonder winstoogmerk een ander evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor reclametekens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing van het sluitingsuur voor cafés, restaurants, bars en dergelijke gelegenheden, bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening per ontheffing

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven 3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.3.1 Tot het verlenen van een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf

€ 471,52 (460,47) € 471,52 (460,47) € 112,29

€ 56,08 (54,76) € 112,29 (109,66) € 112,29 (109,66) € 56,08 (54,76)

€ 39,22 (38,31) € 39,22 (38,31) € 50,55 (49,36) € 224,57 (219,30) € 50,55 (49,36) € 56,08 (54,76)

€ 954,49 (932,12)

61

3.3.2

Voor de werkzaamheden verbonden aan de beoordeling van een keuringsrapport, behorende bij de aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, genoemd in 3.3.1, worden de leges verhoogd met

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014 3.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.4.1 tot het verlenen van een vergunning om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c van de Huisvestingswet 2014

€ 727,21 (710,17)

€ 285,14 (278,46)

Hoofdstuk 5 Brandbeveiligingsverordening (vervallen) Hoofdstuk 6 Marktstandplaatsen (vervallen) Hoofdstuk 7 Winkeltijdenwet 3.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.7.1 tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet 3.7.2

tot het wijzigen van een in onderdeel 1.15.1 bedoelde ontheffing

Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking

€ 39,22 (38,30) € 39,22 (38,30)

€ 39,22 (38,30)

Behorende bij raadsbesluit van 13 december 2022. De griffier, mr R.P.A. van Aalst

62

Versie geldig vanaf 1 januari 2023

Verordening marktgelden 2023 gemeente Sliedrecht

Verantwoordelijke afdeling

Beheer Openbare Ruimte De getoonde verordeningen zijn een weergave van de actuele situatie. Voor historische informatie hiervan kunt u contact opnemen met de Servicegemeente Drechtsteden, onderdeel Documentaire Informatievoorziening, e-mail: gemeente@sliedrecht.nl.

De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2022; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a. en b. van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2022

Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam "marktgelden" wordt een recht geheven voor het: 1. innemen van een standplaats voor het ten verkoop aanbieden of voorradig hebben van goederen op de daarvoor in het "Inrichtingsplan en nadere regels behorende bij de markt" aangewezen tijd en plaats; 2. gebruik maken van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten ten behoeve van reclame- en promotieactiviteiten, verder te noemen reclame-/promotiegeld. Artikel 2 Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 1 wordt geheven van degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats. Artikel 3 Maatstaf van heffing Het recht wordt geheven naar de oppervlakte van de in artikel 1 bedoelde standplaats plus een vast bedrag per markthandelaar voor reclame-/promotiegeld. Dit bedrag wordt verhoogd indien gebruik wordt gemaakt van de elektriciteitsvoorziening. Artikel 4 Belastingtarief 1. Het marktgeld bedraagt voor het innemen van een standplaats, ongeacht de wijze waarop, per m² ingenomen oppervlakte of gedeelte daarvan: a. per dag of gedeelte daarvan € 2,30 (2,25) b. per kalendermaand € 7,70 (7,50) c. per kalenderkwartaal € 18,30 (17,85) d. per kalenderjaar € 65,70 (64,15) 2. Bij gebruik van de gemeentelijke elektriciteitsvoorziening (direct of indirect) worden de onder 1. vermelde tarieven als volgt verhoogd:

63

a.

kleinverbruik (16 ampère) - per marktdag (alleen van toepassing zijnde op meelopers en standwerkers) € 3,95 (3,85) - per kalenderkwartaal € 46,50 (45,40) b. grootverbruik (krachtstroom) - per kalenderkwartaal € 119,70 (116,85) 3. Het onder lid 1., letter a. vermelde tarief wordt per markthandelaar met € 2,65 (2,60) per dag verhoogd wegens reclame-/promotiegeld. De onder lid 1., letters b, c. en d. vermelde tarieven worden per markthandelaar met € 11,15 (10,90) per maand verhoogd wegens reclame/promotiegeld. 4. De in dit artikel vermelde bedragen zijn exclusief BTW. Artikel 5 Wijze van heffing De marktgelden worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of ander schriftuur. Artikel 6 Tijdstip van betaling 1. De marktgelden moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving. 2. De marktgelden moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5 wordt toegezonden binnen 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

Artikel 7 Teruggaaf Indien de belastingplichtige het recht op zijn standplaats opzegt, of als gevolg van langdurige ziekte of ingeval van overlijden, geen gebruik meer kan maken van een standplaats, waarvoor de marktgelden voor ten minste een kalenderkwartaal-eenheid zijn betaald, vindt teruggaaf van de marktgelden plaats naar het aantal volle kalendermaanden, dat nog resteert in die eenheid. Deze teruggaaf wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Standplaatsvergunning 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een standplaatsvergunning inclusief plaatsen op de wachtlijst of het wijzigen van de vergunning €18,75 (18,30). 2. Het tarief bedraagt voor de handhaving van de inschrijving, per inschrijving per kalenderjaar €11,60 (11,30). Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening marktgelden 2022" zoals vastgesteld op 14 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4.

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening marktgelden 2023 gemeente Sliedrecht".

64

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Sliedrecht op 13 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

mr. R.P.A. van Aalst

mr. drs. J.M. de Vries

65

Versie geldig vanaf 1 januari 2023

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Winkelgebied Burgemeester Winklerplein van de gemeente Sliedrecht

Verantwoordelijke afdeling

Team Ruimtelijke Ontwikkeling & Economie De getoonde verordeningen zijn een weergave van de actuele situatie. Voor historische informatie hiervan kunt u contact opnemen met de Servicegemeente Dordrecht, onderdeel Documentaire Informatievoorziening, e-mail: gemeente@sliedrecht.nl.

De raad der gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2022; b e s l u i t.: gelet op artikel 227 van de Gemeentewet vast te stellen: De Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Winkelgebied Burgemeester Winklerplein van de gemeente Sliedrecht 2022 Artikel 1

Definities

Deze verordening verstaat onder: a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), zijnde een niet-woning; c. jaar: een kalenderjaar; d. openbare weg, zoals bedoeld in, hoofdstuk II van de Wegenwet; e. openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken van hetgeen wordt aangekondigd; Artikel 2

Belastbaar feit

Onder de naam "reclamebelasting" wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Artikel 3

Belastingplicht

1. De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak waarop en/of waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen. 2. Indien de onroerende zaak geen gebruiker kent en op of bij de onroerende zaak één of meer reclameobjecten worden aangetroffen, wordt de verschuldigde belasting geheven van de eigenaar van de onroerende zaak.

66

Artikel 4

Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. die korter aanwezig zijn dan 13 weken en binnen het belastingtijdvak niet worden vervangen, opgevolgd of gecontinueerd door andere openbare aankondigingen; b. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; c. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; d. die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; e. aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement; f. aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; g. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; h. bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; i.

aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw. Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak. 2. Het belastingbedrag bedraagt € 350,- per onroerende zaak.

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 7

Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8

Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

67

2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 20.000,— en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9

Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10

Inwerkingtreding 1. De Verordening Reclamebelasting Winkelgebied Burgemeester Winklerplein 2022 van 14 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in lid 4 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze regeling kan worden aangehaald als: “Verordening Reclamebelasting Winkelgebied Burgemeester Winklerplein 2023”. 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 4. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2023. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Sliedrecht op 13 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

68

Bijlage behorende bij de Verordening Reclamebelasting Winkelgebied Burgemeester Winklerplein 2023

69

Versie geldig vanaf 1 januari 2023

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Winkelgebied Kerkbuurt van de gemeente Sliedrecht

Verantwoordelijke afdeling

Team Ruimtelijke Ontwikkeling & Economie De getoonde verordeningen zijn een weergave van de actuele situatie. Voor historische informatie hiervan kunt u contact opnemen met de Servicegemeente Dordrecht, onderdeel Documentaire Informatievoorziening, e-mail: gemeente@sliedrecht.nl.

De raad der gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2022; b e s l u i t.: gelet op artikel 227 van de Gemeentewet vast te stellen: De Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor het Winkelgebied Kerkbuurt van de gemeente Sliedrecht 2022 Artikel 1

Definities

Deze verordening verstaat onder: a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), zijnde een niet-woning; c. jaar: een kalenderjaar; d. openbare weg, zoals bedoeld in, hoofdstuk II van de Wegenwet; e. openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken van hetgeen wordt aangekondigd; Artikel 2

Belastbaar feit

Onder de naam "reclamebelasting" wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Artikel 3

Belastingplicht

1. De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak waarop en/of waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen.

70

2. Indien de onroerende zaak geen gebruiker kent en op of bij de onroerende zaak één of meer reclameobjecten worden aangetroffen, wordt de verschuldigde belasting geheven van de eigenaar van de onroerende zaak. Artikel 4

Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. die korter aanwezig zijn dan 13 weken en binnen het belastingtijdvak niet worden vervangen, opgevolgd of gecontinueerd door andere openbare aankondigingen; b. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; c. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; d. die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; e. aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement; f. aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; g. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; h. bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; i.

aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw. Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak . 2. Het belastingbedrag bedraagt € 450,- per onroerende zaak.

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 7

Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8

Termijnen van betaling

71

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 20.000,— en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9

Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10

Inwerkingtreding

1. De Verordening Reclamebelasting Winkelgebied Kerkbuurt 2022 van 14 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in lid 4 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze regeling kan worden aangehaald als: “Verordening Reclamebelasting Winkelgebied Kerkbuurt 2023”. 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 4. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2023.

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Sliedrecht op 13 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

72

Bijlage behorende bij de Verordening Reclamebelasting Winkelgebied Kerkbuurt 2023

73

Versie geldig vanaf 1 januari 2023

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor de Woonboulevard Sliedrecht van de gemeente Sliedrecht

Verantwoordelijke afdeling

Team Ruimtelijke Ontwikkeling & Economie De getoonde verordeningen zijn een weergave van de actuele situatie. Voor historische informatie hiervan kunt u contact opnemen met de Servicegemeente Dordrecht, onderdeel Documentaire Informatievoorziening, e-mail: gemeente@sliedrecht.nl.

De raad der gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2022; b e s l u i t.: gelet op artikel 227 van de Gemeentewet vast te stellen: De Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor de Woonboulevard Sliedrecht van de gemeente Sliedrecht 2022 Artikel 1

Definities Deze verordening verstaat onder: a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), zijnde een niet-woning; c. jaar: een kalenderjaar; d. openbare weg, zoals bedoeld in, hoofdstuk II van de Wegenwet; e. openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken van hetgeen wordt aangekondigd. Artikel 2

Belastbaar feit

Onder de naam "reclamebelasting" wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Artikel 3

Belastingplicht

1. De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak: a. die in gebruik is als detailhandel en/of horeca,

74

b. niet zijnde een benzinestation of detailhandel gericht op autoverkoop of -reparatie, c. waarop en/of waarbij ten minste één reclameobject wordt aangetroffen. 2. Indien de onroerende zaak geen gebruiker kent en op of bij de onroerende zaak één of meer reclameobjecten worden aangetroffen, wordt de verschuldigde belasting geheven van de eigenaar van de onroerende zaak. Artikel 4

Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. die korter aanwezig zijn dan 13 weken en binnen het belastingtijdvak niet worden vervangen, opgevolgd of gecontinueerd door andere openbare aankondigingen; b. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; c. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; d. die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; e. aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement; f. aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; g. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; h. bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; i.

aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw. Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak op basis van de waarde zoals bepaald op grond van Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). 2. In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 3. Het belastingbedrag bedraagt bij een WOZ-waarde tot en met € 200.000 - € 1.000,-. 4. Het belastingbedrag bedraagt bij een WOZ-waarde van € 200.001 tot en met € 500.000 € 1.500,-. 5. Het belastingbedrag bedraagt bij een WOZ-waarde van € 500.001 tot en met € 1.500.000 € 2.000,-. 6. Het belastingbedrag bedraagt bij een WOZ-waarde van meer dan € 1.500.000 - € 3.000,-. 7. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar wordt verminderd, wordt de aanslag reclamebelasting ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. 8. Indien de onroerende zaak in de loop van het belastingjaar ontstaat bedraagt het belastingbedrag €1.000,-.

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.

75

2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 7

Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8

Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 100.000,— en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9

Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10

Inwerkingtreding

1. De Verordening Reclamebelasting Woonboulevard Sliedrecht 2022 van 14 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in lid 4 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening Reclamebelasting Woonboulevard Sliedrecht 2023”. 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 4. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2023.

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Sliedrecht op 13 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

76

Bijlage behorende bij de Verordening Reclamebelasting Woonboulevard Sliedrecht 2023

77

Versie geldig vanaf 1 januari 2023

Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Sliedrecht

Verantwoordelijke

Dienstverlening, team Financieel Advies en Beleid

afdeling De getoonde verordeningen zijn een weergave van de actuele situatie. Voor historische informatie hiervan kunt u contact opnemen met het Servicegemeente Dordrecht, onderdeel Documentaire Informatievoorziening, e-mail: gemeente@sliedrecht.nl.

De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders dd. 15 november 2022; gelet op artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden; besluit vast te stellen de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023. Artikel 1 Heffingen waarvoor kwijtschelding wordt verleend Kwijtschelding kan aangevraagd en verleend worden voor: 1. onroerende-zaakbelastingen; 2. afvalstoffenheffing; 3. rioolheffing; 4. hondenbelasting (alleen voor de eerste hond en tot maximaal de helft van het voor de eerste hond verschuldigde bedrag). Artikel 2 Uitgesloten van kwijtschelding Voor alle overige gemeentelijke heffingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 3 Kosten van bestaan 1. Bij de kwijtschelding wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100%. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd.

Artikel 4 Netto kosten kinderopvang Als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990worden mede in aanmerking genomen de in artikel 28, derde lid van genoemde regeling bedoelde netto kosten van kinderopvang. Artikel 5 Extra toegestane financiële middelen In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met: a. het maximumbedrag genoemd in artikel 4, onder a van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot, b. 75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en c. 90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.

78

Artikel 6 Kwijtschelding aan ondernemers Met inachtneming van het overigens in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2019 van 18 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van inwerkingtreding. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang met ingang van 1 januari 2023. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023”. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op 13 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

Mr. R.P.A. van Aalst

mr. drs. J.M. de Vries

79

De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2022; gelet op de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: VERORDENING TOT INTREKKING VAN DE PRECARIOBELASTING Artikel 1 De verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2022 vastgesteld op 13 december 2021 wordt ingetrokken. Artikel 2 De heffing en invordering van precariobelasting 2022 blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor de in artikel 3 lid 2 genoemde datum van beëindiging van de heffing hebben voorgedaan. Artikel 3 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. De datum van ingang is 1 januari 2023. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als "Intrekkingsverordening precariobelasting". Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op 13 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

mr. R.P.A. van Aalst

mr. drs. J.M. de Vries

80

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/414/documents/5590