CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1.e. MEMO GR Sociaal - Jaarrekening 2023 - Voorjaarsbrief 2024 - Begroting 2025.pdf

Beeldvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 27 mei 2024, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 2a: Raadsvoorstel Zienswijzen Gemeenschappelijke Regelingen5.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Voor

:

J.C. Paas

Datum

:

23 mei 2024

Betreft

:

MEMO GR Sociaal - Jaarrekening 2023 - Voorjaarsbrief 2024 - Begroting 2025

Inleiding Op dinsdag 8 april 2024 heeft de GR Sociaal de jaarstukken 2023, voorjaarsbrief 2024 en de begroting 2025 aan gemeenten toegezonden voor zienswijzen. Bijgaande memo betreft een samenvatting van zowel de financiële als inhoudelijke ontwikkelingen op de aangeleverde P&C documenten. Opvallend daarbij is dat er een wijziging in de opbouw van de rapportage heeft plaatsgevonden ten opzichte van voorgaande jaren. Om deze reden kan vanuit de P&C documenten zoals gepresenteerd niet altijd de aansluiting met voorgaande jaren worden gemaakt. Om deze reden is voor alle documenten in deze memo een aansluiting gemaakt op taakveld om toch het vergelijk te kunnen maken. Verder ontbreekt het in de documenten aan gemeente specifieke cijfers, data en doelstellingen. Waar mogelijk zijn deze onttrokken uit andere bronnen en toegevoegd. In de documenten wordt ook verwezen naar de uitgangspuntennotitie 2025. Deze is niet als bijlage toegezonden. Dit betreft echter een openbaar document dat door het AB van de GR Sociaal is vastgesteld in haar vergadering van 25 januari 2024. Bijgaand de link naar de betreffende vergadering en de bijbehorende documenten: https://bestuur.grsociaal.nl/Vergaderingen/GRS-Algemeen-Bestuur-1/2024/25-januari/09:30.

1. Jaarrekening 2023

Het jaar 2023 was het eerste jaar waarin de GR Sociaal niet bezig was met de ontvlechting van de GR Drechtsteden of wijziging van de GR Sociaal vanwege de samenvoeging met de GR Drechtwerk. Daardoor was er meer ruimte en aandacht voor de inhoudelijke ontwikkeling. Gelijktijdig had ook de GR Sociaal te maken met de landelijke trends en ontwikkelingen zoals de krapte op de arbeidsmarkt, de verkiezingen en de gevolgen daarvan op de in gang gezette wetswijzigingen en andere beleidsmatige ontwikkelingen. De jaarrekening is net als de najaarsbrief opgesteld aan de hand van de door de GR Sociaal geformuleerde opgaven. Het gevolg is dat de opzet van de primaire begroting niet overeenkomt met de jaarrekening waardoor deze niet 1 op 1 is te vergelijken. Verder valt op dat de resultaten per gemeente slechts op onderdelen gepresenteerd worden en niet afgezet zijn tegen de eerder vastgestelde doelstellingen. Dit maakt dat niet helder is of de eerder vastgestelde doelstellingen behaald zijn en hoe deze zich verhouden tot de individuele Drechtstedengemeenten. De conceptjaarrekening van de GR Sociaal laat voor Sliedrecht op het totaal een positief resultaat zien van € 9.000 ten opzichte van de najaarsbrief 2023.

Hierin valt op dat de kosten voor de WSW en beschut werk € 163.000 hoger uitvallen, een voordeel gepresenteerd wordt op arbeidsparticipatie van € 61.000 en de kosten voor Wmo € 154.000 lager uitvallen.

-2-

Liquiditeit Oekraine Samenkracht en burgerparticipatie Inkomensregelingen WSW en beschut werk WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Maatwerkvoorzieningen (WMO) Hulp bij het huishouden (WMO) Begeleiding (WMO) Dagbesteding (WMO) Maatwerkdienstverlening 18+

Primitieve begroting 2023

Concept Voorjaarsbrie Najaarsbrief jaarrekening 2023 f 2023 2023

86 10.416 2.111

73 11.715 2.810

1.363 1.378 2.463 2.622 869

1.413 1.636 2.297 3.054 1.175

89 11.902 2.947 -110 1.366 1.770 2.393 2.890 1.278

21.308

24.173

24.525

20 122 11.892 3.000 1.305 1.698 2.294 3.025 1.163

24.519

Het meest opvallende is de stijging van de primaire begroting naar de voorjaarsbrief. Dit is grotendeels het resultaat van loon-prijsstijgingen als gevolg van de macro economische ontwikkeling aangejaagd door de geopolitieke bewegingen. Dit zien we terug in de stijging van de kosten op de inkomensvoorzieningen vanwege de verhoging van de uitkeringen met 10,2%, de integratie van de begroting Drechtwerk, het uitkeren van leefgeld aan de Oekraïense vluchtelingen, autonome groei op de Wmo maar ook de algemene effecten van de loon en prijsontwikkelingen op diensten. 1.1 Dienstverlening Ingezet is op het aangaan van lokale en regionale samenwerkingsverbanden. Regionaal heeft dit geleid tot samenwerkingen en aanwezigheid van dienstverleners als de belastingdienst, Dienst Toeslagen en het regionaal Bureau zelfstandigen. Inzet is om dit verder uit te breiden om zo invulling te geven aan het principe van "overheidsbrede" loketten. Op lokaal niveau heeft uitbreiding plaatsgevonden van de lokale aanwezigheid in de gemeenten. In Sliedrecht stond deze samenwerking al. Wel zijn eerste verkennende gesprekken gevoerd waarbij ze willen komen tot een standaardaanbod voor alle gemeenten met de inzet van integrale consulenten. Daarbij is het de vraag of en hoe deze tegemoetkomen in de lokale behoefte.

1.2 Bestaanszekerheid Onder de opgave bestaanszekerheid vallen de uitkeringen, de energietoeslag, leefgeldregeling Oekraïense oorlogsvluchtelingen en de minimavoorzieningen. Deze hangen in grote mate samen met de macro economische en geopolitieke ontwikkelingen en de effecten daarvan in de loonprijsontwikkelingen voor inwoners en zo ook de instroom van asielzoekers en Oekraïense oorlogsvluchtelingen. In 2023 zagen we dat het minimumloon per 1 januari 2023 is opgehoogd met 10,15% en per 1 juli met 3,13%. Dit had als direct gevolg dat de kosten voor de uitkeringen en de daaraan samenhangende minimavoorzieningen stegen. In 2023 zagen we voor Sliedrecht, op basis van de jaarrekening, een groei van het bijstandsbestand met 4,8%. Per 1 januari 2023 bedroeg het bijstandsbestand 459 huishoudens en 31 december 2023 481. Wanneer we de data uit het dashboard aanhouden dan zien we onderstaand beeld. Op basis hiervan zou de ontwikkeling van het bestand uitkomen op + 3%.

-3-

De groei van het bestand werd voornamelijk veroorzaak door de huisvesting van statushouders, verhuizingen binnen de Drechtsteden en einde werk/beëindiging WW uitkering. In de primaire begroting 2023 werd gerekend met een 0-lijn met daarbij de kanttekening dat er nog geen CPB raming beschikbaar was. De CPB raming 2023 ging uit van een daling met 2,6% 1. Daarmee wijkt de lijn van Sliedrecht aanzienlijk af. Dit ondanks aanvullende lokale inzet vanuit het Bonkelaarhuis en de pilot waarin inwoners worden toegeleid naar werken in de energietransitie. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de voornaamste instroom bestaat uit statushouders. Dit is een relatief kansrijke groep om gedurende het inburgeringstraject uit te stromen naar werk. Vanwege de loon-prijsontwikkelingen en het actief onder de aandacht brengen van de minimaregelingen zagen we in 2023 een stijging van het gebruik op het gebied van bewindvoering (2022: 191 – 2023: 214), bijzondere bijstand (2022: 110 – 2023: 131), Persoonlijk minimabudget (2022: 398 – 2023: 417). Daarbij speelt ook mee dat met de herijking van het minimabeleid is besloten dat bijzondere bijstand ook aangevraagd kan worden ter vergoeding van medische kosten. In de jaarrekening is opgenomen dat in 2023 in totaal 910 huishoudens een energietoeslag toegekend hebben gekregen.

De regeling liep door tot 1 april 2024, de energietoeslag moet uiterlijk voor 31 augustus 2024 uitgekeerd zijn. Aangegeven wordt dat de eindafrekening bij de jaarrekening 2024 plaats zal vinden. De verwachting is dat we over zullen houden op de Rijksbijdrage. 1.3 Ontwikkelen naar werk In 2023 is gefocust op het vormgeven van de samenwerking en integratie van Drechtwerk binnen de GR Sociaal en daarmee de samenwerking met de Sociale Dienst Drechtsteden. Aangegeven wordt dat een verzwaring van de problematiek wordt gezien binnen het bijstandsbestand. Een groot deel is niet direct ontwikkelbaar naar werk en vraagt om extra begeleiding en ontwikkeling. Een groot deel van de instroom bestaat uit statushouders. Deze beschikken gemiddeld gezien over meer potentieel maar hebben ook een inburgeringsverplichting waardoor zij niet altijd direct de (mentale) ruimte hebben om uit te stromen naar werk. Het perspectief is wel dat de uitstroom op deze doelgroep in verloop van tijd ho(o)g(er) zal zijn. Aangegeven wordt dat de verzwaring van de problematiek van het bestand maakt dat een verdere aanpassing van de dienstverlening (o.a. de methodieken en het huidige instrumentarium) op het vlak van ontwikkelen naar werk noodzakelijk is. Daarbij geven ze aan de overtuiging te hebben dat iedereen kan werken. Dit hoeft niet altijd te betekenen dat het gaat over een vorm van betaald werk.

1 https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Publicatie-Raming-van-het-bijstandsvolume-in-de-MEV2023.pdf

-4-

In bovenstaande tabel is de verdeling van het zittende Sliedrechtse bestand en de uitkeringsduur daarvan opgenomen. Deze tabel is afkomstig uit een eerste gemeentegerichte ambtelijke rapportage. 44% van de Sliedrechtse huishoudens in het bijstandsbestand is al meer dan 5 jaar afhankelijk van een uitkering (waarvan 23% 10 jaar of langer). Voor 68% van de inwoners in het Sliedrechtse bijstandsbestand geldt dat zij meer dan 2 jaar afhankelijk zijn van een uitkering. In de Drechtsteden is 49% meer dan 5 jaar en 71% meer dan 2 jaar afhankelijk van een uitkering. Aangegeven wordt dat binnen de opgave ontwikkelen naar werk regionaal € 1,5 miljoen is overgebleven op de participatiemiddelen, daarvan was € 800.000 al gemeld bij de najaarsbrief. Gezien de beschreven problematiek en samenstelling van het bestand is dit een bijzondere ontwikkeling. Verder wordt gemeld dat er sprake is van een afname van de omvang Wsw deelnemers. In onderstaande tabel de regionale totalen zoals opgenomen in de jaarrekening. Waarbij onder GR Drechtwerk nog inzichtelijk werd gemaakt wat het gemeentelijk aandeel is hebben we dit nu niet meer in beeld. Dit is ook niet opgenomen in het dashboard of de ambtelijke gemeente gerichte rapportage.

1.4 Zorgen voor ondersteuning Onder de opgave zorgen voor ondersteuning vallen de Wmo diensten. In 2023 is de verordening Maatschappelijke ondersteuning vastgesteld. Onderdeel van de herziene verordening is de beweging die gemaakt wordt van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen (Wmo naar de voorkant). Doel is het gebruik van algemene voorzieningen te stimuleren waardoor duurdere vormen van geïndiceerde zorg minder nodig zijn waardoor demping van de vraag en kostenontwikkeling plaatsvindt. De kosten vallen ten opzichte van de najaarsbrief € 154.000 lager uit dan begroot in de najaarsbrief. Binnen de Wmo hebben ze in 2023 sterk te maken gehad met een kostenontwikkeling die volgde uit de stijging van de Cao lonen. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het aantal voorzieningen ten opzichte van 2022 opgenomen. Opvallend is dat een verdere groei van voorzieningen is uitgebleven en de aantallen op sommige onderdelen zelfs zijn afgenomen. Uitzondering is de stijging van 13,3% op de aantallen dagbesteding. Dit kan deels verklaard worden door toetreding van een nieuwe onderaannemer in het Sociaal Domein. Hierdoor heeft er doorstroom plaatsgevonden vanuit het directe netwerk van de aanbieder (vrijwilligers en participatieplaatsen) richting dagbesteding.

-5-

Ontwikkelingen Wmo voorzieningen Sliedrecht Ondersteuningsvorm Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Dagbesteding Rolstoelen Scootmobielen Drechthopper Woonvoorzieningen

Realisatie 2022 788 247 113 240 262 1449 247

Realisatie 2023 787 244 128 243 256 1435 247

Groeipercentage 2023 -0,1% -1,2% +13,3% +1,3% -2,3% -1,0% ~

Om de Wmo op (middel)lange termijn uitvoerbaar en betaalbaar te houden, zal de groei en de gemiddelde kosten per dienst gedempt moeten worden. De verwachting is dat dit bereikt kan worden door de inzet van lokale algemene voorzieningen, waarbij preventie, positieve gezondheid en het -opnieuw- ontwikkelen van eigen kracht en regie centraal staan. 1.5 Bedrijfsvoering De ontwikkeling van het gemeentedashboard is stil komen te staan vanwege de beweging op "ICT beweegt". Hierdoor kunnen er in het dashboard geen nieuwe koppelingen worden gemaakt. Dit in combinatie met de nieuwe gemeentegerichte werkwijze maakt dat in 2023 is gestart met op ambtelijk niveau gemeentegericht te rapporteren. In de rapportages worden de ontwikkelingen per opgave in beeld gebracht en toegelicht. Voor Sliedrecht zijn ze daarmee gestart begin Q2 2024. Verder valt op dat vanwege de integratie van de GR Drechtwerk in de GR Sociaal niet langer specifiek wordt gerapporteerd op Drechtwerk. Daarmee hebben we niet langer scherp hoe de ontwikkeling van het Sliedrechtse Sw bestand er uitziet maar vindt er ook geen specifiek rapportage meer plaats op de ontwikkeling op de achtergestelde lening vanuit Drechtwerk aan Assembly partners. Uit de jaarstukken blijkt dat in 2023 wederom geen aflossing heeft plaatsgevonden.

Zowel in de voorjaarsbrief 2024 als in de begroting 2025 is in de risicoparagraaf een passage opgenomen waarin het risico op de lening als matig wordt ingeschat als gevolg van een afgegeven borgstelling.

-6-

2. Voorjaarsbrief 2024

De Voorjaarsbrief is financieel-technisch ingestoken en betreft een actualisatie van de begroting op basis van de resultaten 2023, de uitgangspuntennotitie 2025 en overige algemene trends en ontwikkelingen. Voor Sliedrecht leidt dit tot een netto verzwaring van de lasten met € 1.074.000. De stijging van de lasten is in grote mate toe te schrijven aan loon-prijsontwikkelingen en een groeiende vraag naar voorzieningen. In de begroting voor 2025 zijn ontwikkelingen opgenomen met als doel de kostengroei te dempen. Sommige van deze maatregelen zijn doorgevoerd in het begrotingsjaar 2024. Het gaat hierbij om het realiseren van een verhoogde uitstroom van bijstandsgerechtigden richting werk en het dempen van de zorgvraag door te verwijzen naar algemene voorzieningen en afschalen naar lichtere vormen van ondersteuning. Los van deze maatregelen loopt er een bestuurlijke opdracht "toekomstbestendig sociaal domein" waarin met elkaar wordt gekeken welke kansen, optimalisaties en keuzes er zijn voor het realiseren van ombuiging. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gevraagde bijdrage voor Sliedrecht opgenomen.

We zien hierin dat de netto kosten voor inkomensregelingen stijgen met € 310.000, de kosten voor de Wmo toenemen met € 318.000 maar ook de intensieve begeleiding van het bijstandsbestand en de doelgroep nieuw beschut leidt tot een verzwaring van de lasten op de onderdelen beschut werk en arbeidsparticipatie. Liquiditeit Overhead Treasury Samenkracht en burgerparticipatie Oekraine uitvoeringskosten Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Inkomensregelingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Maatwerkvoorzieningen (WMO) Hulp bij het huishouden (WMO) Begeleiding (WMO) Dagbesteding (WMO) Maatwerkdienstverlening 18+

BUIG inkomsten (incl WML correctie) Totaal verklaard Restant

Begroting 2024 Key

Begroting 2024 17

Verschil 39

22 150 55 884 107 112 65 157 -19 115 -

11.845 2.826 1.573 1.736 2.413 3.223 1.233

150 16 55 12.729 2.933 1.685 1.801 2.570 3.204 1.348

24.882

26.530

1.648

8.521

9.095

574

16

574 1.074

2.1 Bestaanszekerheid De stijging van de kosten binnen bestaanszekerheid worden voornamelijk veroorzaakt door de prijsontwikkeling van de uitkeringen en de ontwikkeling van het klantenbestand. Het volume van het klantenbestand is gebaseerd op het startcijfer 2024 + ontwikkeling uit de macro economische verkenning (-0,5%) – afname volume door in te zetten maatregelen. Voor Sliedrecht nemen de kosten toe met € 884.000 maar daar staat ook een verhoogde Rijksbijdrage met een groei van € 574.000 tegenover. Wat en hoe de ontwikkeling van het bijstandsbestand van/voor Sliedrecht en de Drechtstedengemeenten is ten opzichte van de begroting wordt niet duidelijk. In de risicoparagraaf is enkel een verwacht eindcijfer van 6.180 op Drechtstedenniveau ten opzichte van 6.400 op basis van de CPB ramingen opgenomen.

-7-

2.2 Ontwikkelen naar werk Binnen de opgave ontwikkelen naar werk zijn een aantal projecten opgenomen die moet leiden tot een verhoogde uitstroom uit het bijstandsbestand en activering van inwoners met een bijstandsuitkering. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen: -

Uitstroom beschut werk door middel van loonkostensubsidie; Werk-fit maken van inwoners die langer dan 2 jaar in de bijstand zitten; resultaat 40% werk, 30% participatieplaatsen en 30% arbeidsmatige dagbesteding; Inzetten op Parttime werk voor bijstandsgerechtigden; Activering van statushouders, in 2024 worden 260 inwoner geactiveerd waarvan 40% uitstroom naar werk.

De uitstroom naar participatieplaatsen vraagt lokaal om verruiming van de voorzieningen om dit mogelijk te maken. Dit is niet opgenomen binnen de begroting van de GR Sociaal. Aanvullend betekent uitstroom richting dagbesteding weer een verhoging van de kosten op de Wmo. Zowel uit de begroting als de uitgangspuntennotitie wordt niet duidelijk of hier mee is rekening gehouden binnen de kosten voor Wmo dagbesteding. 2.3 Zorgen voor ondersteuning Binnen de opgave zorgen voor ondersteuning wordt de groei van de kosten voornamelijk veroorzaakt door de indexering van de tarieven van Cao ontwikkelingen. Voor huishoudelijke ondersteuning zijn de kosten met +11% gestegen en individuele begeleiding met 6%. Een andere ontwikkeling die is verwerkt is de verwachte demping van de groei door invoering van projecten als powerfull ageing en het actief afschalen van zorgzwaarte naar lichtere vormen van begeleiding wanneer mogelijk.

-8-

3. Begroting 2025

De begroting van de GR Sociaal is inhoudelijk opgebouwd uit de opgaven Versterken bestaanszekerheid, Ontwikkelen naar Werk, Zorgen voor ondersteuning en Dienstverlening. De begroting gaat uit van het principe realistisch ramen en is gebaseerd op landelijke inzichten voortkomend uit onder andere de Macro Economische Verkenning van het CPB en op lokaalregionale historische trends en ontwikkelingen. Net als in voorgaande begrotingen is in de begroting 2025 voor de meerjarenraming een financiële bandbreedte gehanteerd. Deze loopt op van +2/-2% voor 2026 tot +6/-6% voor 2028. De 100%-lijn is in de kadernota verwerkt het risico dat hierdoor ontstaat is opgenomen in de risicoparagraaf. De begroting 2025 laat voor Sliedrecht een lastenverzwarend effect zien van + € 2.167.000. De stijging van de lasten is voor het grootste deel toe te schrijven aan de ontwikkeling op de inkomensregelingen + € 1.159.000 en de Wmo voorzieningen + € 539.000. Gelijktijdig zien we ook een ontwikkeling op de inkomstenkant. De prognose op de BUIG inkomsten (Rijksbijdrage voor de uitkeringen) stijgen met € 610.000 in 2025. -

-

Op alle onderdelen van de begroting geldt dat een deel van de lastenstijging zich laat verklaren door loon-prijsontwikkelingen en de autonome groei van de vraag naar ondersteuning. Dit zien we zowel in de kosten voor de uitkeringen terug, de kosten voor het minimabeleid en bijzondere bijstand maar ook de stijgende kostprijs per dienstverlening binnen de Wmo. De kosten voortvloeiend uit de dienstverleningsovereenkomsten (inburgering, leefgeld Oekraïners en ondersteuning gedupeerden toeslagenaffaire) zijn niet langer onderdeel van de begroting van de GR Sociaal. Deze kosten zullen elders in de lokale begroting opgevoerd moeten worden.

3.1 Dienstverlening De doorgaande optimalisering van de dienstverlening is gericht op het vergroten van de publieke waarde. De dienstverlening is gericht op drie centrale thema's die terugkomen in de doelstellingen op haar dienstverlening. Het gaat hierbij over het aansluiten op de inwoner door stress-sensitief te werken, de nabijheid van dienstverlening voor inwoners door lokale aanwezigheid in de gemeenten en tegelijkertijd handelen vanuit professionaliteit door het leveren van juiste informatie, aanvragen inhoudelijk juist te beoordelen en gepaste snelheid van handelen. Dit heeft zich vertaald in onderstaande doelstellingen. 1. Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega's bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zaken doen met de Sociale Dienst 2. Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening 3. Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.

"Dienstverlening dicht bij huis is een belangrijke wens van onze partners én inwoners, daar waar het, het beste past voor de inwoner. Hier ontwikkelen we op door, door de lokale aanwezigheid van onze dienstverlening in deelnemende gemeenten steeds verder te verbreden." P.13 Om aan te sluiten op de doelgroep en bij te dragen aan de brede hulpvraag worden integrale consulenten ingezet. Hiermee willen ze bijdragen aan oplossingen voor inwoners bekeken vanuit een breder perspectief dan enkel een specialisme. Waar nodig/gevraagd zullen ze ook regie voeren bij klanten met multiproblematiek. Zo geven ze aan tunnelvisie door specialisatie te willen voorkomen. Echter valt hierbij ook een kanttekening te plaatsen. Wanneer het multiproblematiek betreft zijn de onderwerpen waarvoor de Sociale Dienst Drechtsteden verantwoordelijk is slechts een onderdeel in het geheel. Sociaal maatschappelijke dienstverlening wordt op lokaal niveau georganiseerd en aangeboden. Hierbij moet het dus niet zijn dat door de Sociale Dienst een andere rol wordt aangenomen waardoor ze treden in de taken van het Bonkelaarhuis en zaken dubbel georganiseerd en gefinancierd worden. Dit vraagt om continue afstemming in de uitvoering.

-9-

3.2 Bestaanszekerheid versterken De opgave Bestaanszekerheid richt zich op het versterken van de financiële zelfredzaamheid van inwoners. Dit doet zij door uitvoering en invulling te geven aan inkomensondersteuning (uitkeringen), het minimabeleid en vroegsignalering en schuldhulpverlening. Momenteel zijn er ontwikkelingen gaande die van invloed kunnen gaan zijn voor 2025, deze zijn nog niet opgenomen in de begroting. Het gaat hierbij om de landelijke herziening van de Participatiewet, het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid ter versoepeling van het handhavingsbeleid en het wetsvoorstel Wet aanpak meervoudige problematiek. De laatste moet een wettelijk kader gaan bieden voor gemeenten om beter regie te kunnen voeren op meervoudige problematiek binnen het sociaal domein. Binnen de opgave hebben ze drie centrale doelstellingen geformuleerd. Deze zijn gericht op het bieden van preventie, een stabiele financiële basis en hulp en ondersteuning. Onderstaand de geformuleerde doelstellingen. 1. Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen. 2. Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken. 3. We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben. Hiervoor zet de Sociale Dienst in op een aantal zaken zoals het voorkomen van niet-gebruik van regelingen.

Het vergroten van haar zichtbaarheid en nabijheid om (meer) inwoners eerder te bereiken voor schuldhulpverlening. Hier speelt ook mee dat de wettelijke termijn voor schuldregelingen is gehalveerd van 36 maanden naar 18 maanden, hierdoor ontstaat er voor inwoners sneller een perspectief op een nieuwe situatie.

"Niet gebruik van regelingen kan de samenleving op korte termijn wellicht geld besparen, maar op langere termijn geld kosten, als het niet gebruik leidt tot bijvoorbeeld hogere ziektekosten, schuldenproblematiek en/of slechtere omstandigheden waarin kinderen opgroeien." Daarbij is er ook oog voor de achtergrond, de context en de complexiteit van problemen van inwoners. Ze bieden hulp en ondersteuning om het doenvermogen en de financiële zelfredzaamheid duurzaam te vergroten. Ook wordt aangegeven dat dit kan betekenen dat ze in sommige gevallen structurele ondersteuning bieden omdat de maatschappelijke kosten bij herhaaldelijke terugval hoger uitvallen. Daar waar nodig en gepast wordt ook de samenwerking met de lokale hulpverlening aangegaan om een positieve impact op de bestaanszekerheid van inwoners te realiseren. De totale kosten voor bestaanszekerheid nemen voor Sliedrecht in 2025 toe met 1.119.000 ten opzichte van 2024. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door; 1. Hogere kosten op de uitkeringen als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2023 (+3,75%) en de geprognosticeerde groei van het bijstandsvolume met 0,8% tov 2024. 2. Stijging van de kosten voor minimabeleid als gevolg van het voorkomen van niet-gebruik van voorzieningen en indexering van het minimumloon + € 111.000.

3.3 Ontwikkelen naar werk Binnen de opgave ontwikkelen naar werk staat de ontwikkeling en toeleiding van het bijstandsbestand richting een vorm van (betaald) werk centraal en de inzet en begeleiding op de wsw doelgroep en de inzet van Drechtwerk als leer-ontwikkelbedrijf en sociale werkvoorziening. Dit kan bijvoorbeeld zijn door deel te nemen aan een ontwikkeltraject, een opleiding, vrijwilligerswerk, participatieplaats of een betaalde baan. De prioriteiten en de activiteiten binnen de opgave worden daardoor grotendeels bepaald door de ontwikkeling en samenstelling van het bestand, de economische conjunctuur en de vraag van de arbeidsmarkt. Vanuit de opgave Ontwikkelen naar werk zijn onderstaande doelstellingen geformuleerd. 1. We helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen.

- 10 -

2. Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past. 3. Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk. Aangegeven wordt dat zowel de instroom als de uitstroom uit de bijstand historisch laag is. Daarbij geven ze aan dat met de aanpak van de afgelopen jaren de focus primair was gericht op toeleiding naar werk. Ontwikkeling stond daardoor minder centraal terwijl dit wel nodig is wanneer de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. In Sliedrecht ziet de uitkeringsduur van het zittende bijstandsbestand er als volgt uit;

* stand per 2 april 2024, totaal 488 huishoudens

44% van de huishoudens in het bijstandsbestand is al meer dan 5 jaar afhankelijk van een uitkering (waarvan 23% 10 jaar of langer). Voor 68% van de inwoners in het Sliedrechtse bijstandsbestand geldt dat zij meer dan 2 jaar afhankelijk zijn van een uitkering. In de Drechtsteden is 49% meer dan 5 jaar en 71% meer dan 2 jaar afhankelijk van een uitkering. Instroom wordt in 2024 voornamelijk veroorzaakt door de huisvesting van statushouders, einde tijdelijk werk en verhuizingen uit andere Drechtstedengemeenten. Uitstroom wordt gerealiseerd door werkaanvaarding en verhuizing naar andere Drechtstedengemeenten. Eindstand bijstandsuitkeringen 2023 bedroeg voor Sliedrecht 500 huishoudens. Op basis van de uitgangspuntennotitie zou het bestand eind 2024 oplopen tot 502 en eind 2025 506 huishoudens. Hierin wordt geen rekening gehouden met aanvullende lokale inzet.

"De opgave zet dan ook vol in op verandering. Verandering is nodig, want doen wij dat niet, dan blijven te veel mensen langs de kant staan en doen niet (meer) mee." -

-

-

In 2025 gaat de Sociale Dienst inzetten op de inrichting van het regionaal werkcentrum in samenwerking met partijen als het UWV. Zij hebben de wettelijk taak gekregen om samen te werken om 1 loket voor inwoners en bedrijven te vormen voor alle vraagstukken die raken aan het zoeken naar werk. Ingezet wordt op het bieden van een integraal ontwikkelpad aan inwoners waarbij alle schakels aan elkaar verbonden worden. Dit sluit aan op de gewenste beweging van 'Simpel Switchen' waarin niet de voorziening maar de ontwikkeling van de inwoner centraal wordt gesteld. Als derde wordt de sociale werkvoorziening verder geïntegreerd in de dienstverlening en daarvoor omgevormd van traditionele sociale werkvoorziening naar een leerontwikkelbedrijf voor onze inwoners. Hiervoor zullen ook meer en andere werkvormen aangeboden gaan worden om aan te sluiten op de ontwikkelbehoefte en potentie van de doelgroep.

Verder valt uit de samenvatting van de financiële resultaten nog een aantal zaken op te maken die aansluiten op de inzet voor 2025. Duidelijk wordt dat meer ingezet wordt op middelen als Loonkostensubsidie, deeltijdwerken te ondersteunen en het inzetten op het werk-fit maken van inwoners. Dit sluit aan op de behoefte die er is vanwege de afstand die voor veel inwoners is ontstaan vanwege onder andere de uitkeringsduur. Daarbij is de inzet dat op het totale uitkeringsbestand 400 inwoners begeleid en ontwikkeld worden en stellen ze als doel om 40% uit

- 11 -

te laten stromen richting regulier werk, 30% naar arbeidsmatige dagbesteding en 30% naar een participatieplek. Hierbij is het knelpunt dat gemeenten verantwoordelijk zijn gemaakt voor de participatieplaatsen, 30% uitstroom hier naartoe vraagt om een ophoging van het aantal plaatsen en dus lokaal te maken kosten à € 3.000 per plek. Uitstroom naar arbeidsmatige dagbesteding is eveneens een verzwaring van de lasten doordat deze landen binnen de WMO. Hiermee "kost" een inwoner zijn uitkering à € 15.000 + begeleidingsvergoeding dagbesteding à +/- € 15.000. Deze ontwikkeling leidt er toe dat op het gebied van dagbesteding de Wmo kosten zullen toenemen en een impliciete vraag aan gemeenten gesteld wordt om het aantal participatieplaatsen te verhogen waardoor de kosten stijgen. Binnen de opgave Ontwikkelen naar werk stijgen de lasten met € 60.000. Het volgende valt hierin op: • Opvallend is dat de kosten voor participatie dalen van € 651.000 in 2024 naar € 530.000 in 2025 terwijl sterk ingezet wordt op ontwikkeling van de doelgroep. • De mutatie van € 213.000 lagere lasten in verband met het uit de begroting halen van de Wet Inburgering is in het resultaat verwerkt. De werkelijke stijging van de kosten valt daarmee € 213.000 hoger uit. 3.4 Zorgen voor ondersteuning Binnen de opgave zorgen voor ondersteuning wordt invulling gegeven aan de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Hiervoor richten ze zich in taak en dienstverlening op het vergroten van de zelfredzaamheid en de participatie van inwoners. Hierbij hanteren ze het uitgangspunt "zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig" en gaan ze uit van het principe positieve gezondheid. Dit doen ze ook door te kijken naar de mogelijkheden van de inwoner zelf en het netwerk te kijken. Ook wordt de aansluiting gemaakt op voorliggende voorzieningen zoals lokale voorzieningen en zorgaanbieders. Het vooruitzicht is dat per 2026 een inkomensafhankelijk eigen bijdrage ingevoerd zal worden. Verder hebben de uitvoeringspartijen te maken met personele krapte. Het gevolg is dat er op onderdelen sprake is van wachtlijsten en daarmee uitgestelde zorg. Welk effect deze ontwikkelingen hebben op de demping van de vraag en kosten is onduidelijk en niet in deze begroting ingeprijsd. Onderstaand de doelstellingen zoals geformuleerd voor de opgave Zorgen voor ondersteuning. 1. Wij indiceren en voeren regie op de beoogde effecten van de ingezette maatwerkondersteuning. 2. Wij zorgen voor de ondersteuning die nodig is om mee te doen naar vermogen en richten ons op ontwikkeling waar mogelijk. 3. Wij zorgen voor ondersteuning voor klanten die nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen. Vanuit de Sociale Dienst wordt ingezet op het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners.

Dit doet zij vanuit de gedachte dat dit bijdraagt aan een grotere mate van gezondheid. Daarbij komt dat door inwoners te ondersteunen in hun ontwikkeling het hulp en ondersteuningsaanbod ook weer afgeschaald kan worden. Hiervoor zal ook extra ingezet worden op monitoring en sturing en het inzichtelijk maken van de effecten van de ingezette hulp en ondersteuningsvorm. Dit samen met het realiseren van uitstroom draagt bij aan het beheersen en dempen van de kostenontwikkeling op de Wmo voorzieningen. De kostenontwikkeling voor de opgave zorgen voor ondersteuning is gebaseerd op loonprijsontwikkelingen en de groei van het aantal maatwerkvoorzieningen. De groei van het aantal voorzieningen is gebaseerd op de historische trend. De vraag is in welke mate de historische trend als maatstaf kan worden genomen als voorspellende waarde. Een alternatief zou kunnen zijn om de kostenontwikkeling mede te baseren op bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen.

"Alvorens een beroep wordt gedaan op de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning wordt eerst onderzocht een programma gericht langer zelfstandig en zelfstandig actief deel te nemen aan de maatschappij. Daarnaast hebben we ook de verwachte

- 12 -

klantenaantallen naar beneden bijgesteld door de zogenaamde 'beweging Wmo naar de voorkant' waarbij lichtere vormen van begeleiding en dagbesteding lokaal worden opgepakt." P.10 Voor Sliedrecht zien we de kosten voor de Wmo stijgen met € 539.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de volgende effecten: - Autonome groei van het aantal indicaties huishoudelijke ondersteuning en stijging van de tarieven als gevolg van Cao ontwikkelingen (+11%) - Autonome groei individuele begeleiding en stijging van de tarieven als gevolg van Cao ontwikkelingen (+6%) - Invoering herstelgerichte ondersteuning (powerfull ageing) regionaal voordeel van € 760.000. - Beweging naar de voorkant, inzet van de algemene voorzieningen. Regionaal voordeel van 540.000. 3.5 Bedrijfsvoering De kosten voor bedrijfsvoering stijgen voor Sliedrecht met € 692.000. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een verschuiving van de apparaatslasten van de opgave ontwikkelen naar werk naar bedrijfsvoering en het opvoeren van de uitvoeringskosten van de DVO's. De overige kosten stijgende effecten zijn te verklaren door; 1. 2. 3. 4.

Nacalculatie Cao 2024 Nacalculatie CPI 2024 van 2,5% naar 3,3% Loonindex 2025 is gesteld op 5,4% Prijsindex is gesteld op 2,8%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/753/documents/9512