Verkennend asbest bodemonderzoek plangebied De Lexhy
Tekst van het document
Verkennend asbest-, bodem- en halfverhardingsonderzoek Plangebied De Lexhy te Sittard-Geleen, deelgebied A: DSM NL Services BV (2500566KB-03, versie 0, 02-06-2025)
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Verkennend asbest-, bodem- en halfverhardingsonderzoek
in opdracht van DSM Nederland B.V. namens DSM NL Services B.V. Director Soil & Spatial Planning Urmonderbaan 22 6167 RD Geleen betreffende locatie Plangebied de Lexhy te Sittard-Geleen, deelgebied A: DSM NL Services BV documentkenmerk 2500566KB-03 versie 0 vestiging Nuenen datum 2 juni 2025
opgesteld door:
gecontroleerd door:
Projectleider bodem
Operationeel Directeur
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/bodem-disclaimer/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
I.
www.tritium.nl
KvK-nr.
17108024
Tritium Advies is gevestigd in:
Breda >> Nuenen >> Rijkevoort
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Samenvatting In opdracht van DSM Nederland B.V namens DSM NL Services B.V. heeft Tritium Advies een verkennend asbest-, bodem- en halfverhardingsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied De Lexhy te Sittard-Geleen. Plangebied De Lexhy bestaat uit twee deelgebieden (A & B). Dit rapport heeft enkel betrekking op deelgebied A: DSM NL Services BV. Deelgebied B is gerapporteerd met kenmerk 2500566KB-04. Aanleiding voor het onderzoek is de wens om meer informatie te verkrijgen over de bodemkwaliteit van het plangebied. Doel voor het onderzoek is het bepalen van de kwaliteit van de bodem en halfverhardingen op de onderzoekslocatie, en bepalen of er sanerende maatregelen of vervolgstappen nodig zijn aan de hand van de onderzoeksresultaten. Bodem (standaard/ algemene stoffen) •
Uit de analyseresultaten voor bodem blijkt dat in het algemeen sprake is van maximaal lichte verontreinigingen. Hierbij worden de huidig geldende normen niet overschreden, en zijn er dus geen aanvullende maatregelen of onderzoeken nodig.
•
Uitzondering hierop is de aangetoonde sterke verontreiniging met lood (en de matige verontreiniging met zink) bij boring A01-84. Deze komen waarschijnlijk van het puin dat hier in de grond aanwezig is (tussen 30 en 50 centimeter diep). Verwacht wordt dat deze verontreiniging niet over een groot gebied voorkomt, en niet aan het oppervlak ligt.
•
De gehalte PFAS voldoen aan de regels voor landbouw- en natuurgebied.
•
De gehalte PFAS overschrijden geen normen voor gezondheidsrisico’s.
Asbest •
Van de onderzochte grondlagen met puinbijmengingen zijn er 4 locaties waar de interventiewaarde voor asbest (100 mg/kg droge stof) wordt overschreden.
•
Overige onderzochte grondlagen met puinbijmengingen bevatte minder dan de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg droge stof) aan asbest. Hierdoor wordt aanvullend/ nader onderzoek, of aanvullende maatregelen op deze locaties niet noodzakelijk geacht.
Halfverharding •
De onderzochte halfverharding (A09) blijkt geen asbest te bevatten.
•
De halfverharding mag als bouwstof hergebruikt worden (N-bouwstof).
Resumé De onderzoeksresultaten (afgezien van de verhoogde asbestanalyses en de sterke verontreiniging met lood) vormen naar mening van Tritium Advies geen reden tot aanvullend onderzoek en/of saneringsmaatregelen. Twee aandachtspunten zijn: 1. De aangetroffen lood (en zink) verontreiniging ter plaatse van boring A01-84. Geadviseerd wordt om nader onderzoek hier uit te voeren om te bepalen of er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. 2. Aangetoonde asbestgehaltes boven de interventiewaarde in de grond. Het huidig gebruik van deze locaties zijn grasland en bos. Gelet op het huidig gebruik is een actueel humaan risico niet aan de orde waardoor ook geen aanvullend onderzoek of maatregelen noodzakelijk zijn, zolang de bodem ter plaatse niet geroerd wordt en de vegetatie gehandhaafd blijft. (Het betreft geen bodemgevoelige locatie als bedoeld in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)).
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Inhoudsopgave pagina 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Locatiegegevens Eerder uitgevoerd onderzoek Terreinverkenning Bodemopbouw Conclusies vooronderzoek
2 4 4 5 5
3.
Verkennend bodemonderzoek
7
3.1 Onderzoeksstrategie 3.2 Uitvoering 3.2.1 Kwalibo 3.2.2 Boringen 3.2.3 Analyses 3.3 Analyseresultaten 3.3.1 Toetsingskader(s) 3.3.2 Belangrijkste resultaten 3.3.3 PFAS in grond 3.3.4 Conclusies resultaten – bodem
7 8 8 9 9 10 10 11 11 12
4.
Verkennend asbestonderzoek
13
4.1 Onderzoeksstrategie 4.2 Uitvoering 4.2.1 Kwalibo 4.2.2 Maaiveldinspectie 4.2.3 Inspectiegaten en boorwerk 4.2.4 Analyses 4.3 Analyseresultaten 4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Analyseresultaten 4.3.3 Conclusies resultaten – asbest in grond
13 14 14 14 14 15 15 15 15 16
5.
18
Onderzoek halfverharding
5.1 Onderzoeksstrategie 5.2 Uitvoering 5.2.1 Maaiveldinspectie 5.2.2 Inspectiegaten en boorwerk 5.2.3 Analyses 5.3 Analyseresultaten 5.3.1 Toetsingskader 5.3.2 Resultaten – asbest 5.3.3 Resultaten – indicatief uitloogonderzoek 5.3.4 Conclusies resultaten – halfverharding
18 18 18 19 19 19 19 20 20 20
6.
21
Conclusie en aanbevelingen
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Bijlagen
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
1. Inleiding In opdracht van DSM Nederland B.V namens DSM NL Services B.V. heeft Tritium Advies een verkennend asbest-, bodem- en halfverhardingsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied De Lexhy te Sittard-Geleen. Plangebied De Lexhy bestaat uit twee deelgebieden (A & B). Onderhavig rapport heeft enkel betrekking op deelgebied A: DSM NL Services BV. Deelgebied B is gerapporteerd met kenmerk 2500566KB-04. Aanleiding voor het onderzoek is de wens om meer informatie te verkrijgen over de bodemkwaliteit van het plangebied. De doelstelling voor het onderhavige onderzoek is als volgt: •
halfverharding
:
•
bodem
:
indicatief bepalen van de kwaliteit (asbestgehalte) en de hergebruiksmogelijkheden van de halfverharding; •
vaststellen van de kwaliteit van de bodem (grond) om te bepalen
•
een uitspraak doen over het indicatieve asbestgehalte in de
of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging; bodem (indien van toepassing); •
vaststellen of in de bodem PFAS aanwezig is o.a. ter bepaling van
•
indicatief bepalen van de milieuhygiënische
de hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende grond; hergebruiksmogelijkheden mocht dit in de toekomst aan de orde zijn. •
saneringsverplichting
:
•
een indicatie geven van de mogelijke saneringsverplichtingen op de onderzoekslocatie op basis van de in het onderzoek beschikbare gegevens;
•
indien saneringsnoodzaak kan worden vastgesteld in onderhavig onderzoek zal ook een indicatie worden gegeven van de mogelijke vervolgstappen.
Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk advies- en onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
2. Vooronderzoek Voorliggend onderzoek is gebaseerd op het in de volgende tabel weergegeven vooronderzoek. Voor het gehele vooronderzoek wordt verwezen naar de desbetreffende rapportage. In de volgende paragrafen is een samenvatting van de relevante gegevens uit dit vooronderzoek weergegeven. Tabel 2.1: eerder uitgevoerd onderzoek nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
Plangebied de Lexhy te Sittard-
Tritium Advies
2500566KB-01
21-05-2025
onderzoekslocatie 1.
vooronderzoek
Geleen, deelgebied A: DSM NL Services BV
2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat
Urmonderbaan, Oude Postbaan, Bergerweg
plaats
Geleen
kadastraal (voor meer details, zie vooronderzoek 2500566KB-01, bijlage 5) gemeente
Sittard-Geleen
sectie
H
nummers
256, 259, 260, 263, 266, 270, 350, 894, 1053, 1404, 1407, 1410, 1412, 1453
locatie oppervlak
totaal 186.341 m2 (gebaseerd op situatietekening, bijlage 2)
huidig gebruik
akkers, bos, toegangspaden, elektriciteitsmasten, trafostation
voormalig gebruik (zie ook
Van oudsher kent het plangebied een agrarisch gebruik. Op de onderzoekslocatie zijn
bijlage 4 van het vooronderzoek
verschillende openbare wegen aanwezig geweest van omstreeks 1900 tot 1998. Plaatselijk
[1])
zijn nog restanten van deze wegen aanwezig. Op de onderzoekslocatie is in het verleden bebouwing aanwezig geweest in de periode van 1870 tot plaatselijk 2004. Momenteel is er geen bebouwing meer aanwezig. Wel is een trafostation aanwezig in het midden van het terrein.
toekomstig gebruik
Voortzetten van huidig gebruik en diverse ontwikkelingen.
dempingen, ophogingen,
Bekend is dat er binnen het plangebied meerdere voormalige wegdelen aanwezig zijn.
bijmengingen met puin bodembedreigende activiteiten
Zie paragraaf 2.2 en 2.3 van het vooronderzoek [1] voor een volledig overzicht van de
en calamiteiten
aangetroffen bodembedreigende activiteiten/ calamiteiten.
PFAS
In december 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems in algemene zin verdacht op PFAS. Opgemerkt wordt dat er bekend is dat op en nabij de onderzoekslocatie geen bronlocatie voor PFAS aanwezig is.
pagina 2 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 2.3 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens locatie niet gesprongen explosieven
Het plangebied ligt in onverdacht gebied voor de aanwezigheid van NGE’s/ CE’s op basis
(NGE)/ conventionele
van een door de opdrachtgever aangeleverd rapport van de gemeente Sittard-Geleen.
explosieven (CE)
Derhalve kan ervan uit worden gegaan dat geen aanvullende maatregelen voor de
bodemkwaliteitskaart
•
bron: bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart gemeente Sittard-Geleen
•
ontgravingskaart boven- en ondergrond: ‘landbouw/natuur’
•
toepassingskaart boven- en ondergrond: ‘landbouw/natuur’
•
bodemfunctiekaart: ‘landbouw/natuur’
boorwerkzaamheden noodzakelijk zijn.
asbestaspecten toepassingen
Bekend is dat er op de locatie meerdere agrarische erven en bebouwing aanwezig zijn geweest in het verleden. Mogelijk waren hierin asbesthoudende materialen verwerkt (zie tekening in bijlage 2 voor de ligging van deze locaties).
terreinsituatie bebouwing
geen
maaiveld
braak, plaatselijk halfverharding
verhardingen
Plaatselijk is een halfverharding aanwezig.
installaties
trafostation
omgeving gebruik belendende percelen
Ten zuiden van de onderhavige onderzoekslocatie is het DSM terrein gelegen (Chemelot). Ten westen van de onderzoekslocatie is de A2 gelegen. Ten noorden en ten oosten zijn agrarische percelen gelegen.
De kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de uitvoering van het veldwerk zijn toegevoegd in bijlage 12. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur.
pagina 3 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie
2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn in het verleden een groot aantal bodemonderzoeken uitgevoerd en verschillende documenten en rapporten opgesteld. Al deze onderzoeken, documenten en rapporten worden toegelicht in het in de volgende tabel weergegeven vooronderzoek. Voor meer informatie wordt verwezen naar het betreffende onderzoek. Tabel 2.4: eerder uitgevoerd onderzoek nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
Plangebied de Lexhy te Sittard-
Tritium Advies
2500566KB-01
21-05-2025
onderzoekslocatie 1.
vooronderzoek
Geleen, deelgebied A: DSM NL Services BV
2.3 Terreinverkenning Op 7 april 2025 is door de heer J. van Diessen van Tritium Advies een terreinverkenning uitgevoerd alvorens de veldwerkzaamheden. Hierbij zijn geen bijzonderheden geconstateerd anders dan reeds vastgesteld tijdens de terreinverkenning van het vooronderzoek [1]. De resultaten van de terreinverkenning hebben dan ook geen aanleiding gegeven om de onderzoeksstrategie aan te passen.
pagina 4 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
2.4 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie. Tabel 2.5: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte
50 - 60 m+NAP
deklaag
dikte
2,5 m
samenstelling
löss
doorlatendheid
goed
dikte
16,5 m
samenstelling
zeer fijn, sterk siltig zand met plaatselijk klei en/of leem
doorlatendheid
goed
stijghoogte
ca. 35 - 40 m+NAP (diepte ca. 10 – 15 m-mv)
stromingsrichting
noordwestelijk
stijghoogte
onbekend
stromingsrichting
noordwestelijk
e
1 watervoerende pakket
geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket
waterhuishouding oppervlaktewater
De Maas is gelegen op een kilometer ten westen van de onderhavige onderzoekslocatie.
grondwaterbeschermingsbied/
De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.
boringsvrije zone grondwateronttrekking
Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. In de nabije omgeving vindt voor zover bekend ook geen grondwateronttrekking plaats.
2.5 Conclusies vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek [1] kunnen de in de volgende tabel weergegeven deellocaties worden onderscheiden. Tabel 2.6: deellocaties/ hypothese deel-
omschrijving
afmeting
hypothese
motivatie
verdachte stoffen 1)
locatie deelgebied A: DSM NL Services BV A1
akkers, braakliggende
163.520 m2
onverdacht
delen en bos (gehele
geen aanleiding voor verwachting
-
bodemverontreiniging
gebied) A2
voormalige bebouwing zuid
3.400 m2
verdacht
gesloopte bebouwing op locatie
NEN-parameters,
2.900 m2
verdacht
gesloopte bebouwing op locatie
NEN-parameters,
2.300 m2
verdacht
gesloopte bebouwing op locatie
NEN-parameters,
3.500 m2
verdacht
gesloopte bebouwing op locatie
NEN-parameters,
1 A3
voormalige bebouwing zuid
asbest (bij puin)
2 A4
voormalige bebouwing zuid
asbest (bij puin)
3 A5
voormalige bebouwing
asbest (bij puin)
midden A6
voormalige bebouwing
asbest (bij puin) 2
6.600 m
verdacht
gesloopte bebouwing op locatie
NEN-parameters,
850 m2
verdacht
gesloopte bebouwing op locatie
NEN-parameters,
1.500 m2
verdacht
gesloopte bebouwing op locatie
NEN-parameters,
noord 1 A7
voormalige bebouwing
asbest (bij puin)
noord 2 A8
voormalige bebouwing noord 3
asbest (bij puin) asbest (bij puin)
pagina 5 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 2.7 (vervolg): deellocaties/ hypothese deel-
omschrijving
afmeting
hypothese
motivatie
verdachte stoffen 1)
locatie deelgebied A: DSM NL Services BV A9
340 m2
puinpad bij transformator
verdacht
A10
transformator
1.430 m2
verdacht
A11
voormalig wegdeel
onbekend
verdacht
halfverharding van puin, onbekende
NEN-parameters,
kwaliteit en herkomst materiaal en
org. parameters,
onderliggende bodem
uitloog, asbest
onbekende kwaliteit bodem,
NEN-parameters
mogelijke lekkage
A12
gehele onderdeel
mogelijke aanwezigheid restanten
NEN-parameters,
wegdeel
asbest (bij puin)
186.340 m2
verdacht
atmosferische depositie
< 50 m2
verdacht
eerder aangetoonde verontreiniging
PFAS 2)
plangebied A13
eerder aangetoonde kabelolie verontreiniging
minerale olie 3)
met kabelolie
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring verdachte stoffen: NEN- parameters
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en
org. parameters
:
de organische parameters PAK, PCB en minerale olie;
uitloog
:
schudproef met een eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen;
PFAS
:
poly- en perfluoralkylstoffen.
minerale olie);
2)
Opgemerkt wordt dat deze locatie niet is gelegen nabij een bronzone voor PFAS, waardoor het enkel verdacht is op het voorkomen van PFAS door atmosferische depositie. Om te verifiëren of er ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie ook een verhoogd PFAS gehalte aanwezig is door deze depositie zal ter indicatie ook PFAS onderzocht worden.
3)
Zie opmerking onder 3.2.1 (blz. 7)
pagina 6 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
3. Verkennend bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740:2023. De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Omdat het grondwaterniveau zich op meer dan 5 meter min maaiveld bevindt hoeft er geen grondwateronderzoek te worden uitgevoerd. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)
boringen
analyses2)
(diepte in m-mv)
grond
deellocatie A1: akkers, braakliggende delen en bos (ca. 163.520 m2) ONV-GR-NL
61 x (0,5)
18 x NEN-g
26 x (2,0) deellocatie A2: voormalige bebouwing zuid 1 (ca. 3.400 m2) VED-HE-NL
12 x (0,5)
4 x NEN-g 3)
3 x (2,0) deellocatie A3: voormalige bebouwing zuid 2 (ca. 2.900 m2) VED-HE-NL
11 x (0,5)
4 x NEN-g 3)
3 x (2,0) deellocatie A4: voormalige bebouwing zuid 3 (ca. 2.300 m2) VED-HE-NL
11 x (0,5)
4 x NEN-g 3)
3 x (2,0) deellocatie A5: voormalige bebouwing midden (ca. 3.500 m2) VED-HE-NL
12 x (0,5)
4 x NEN-g 3)
3 x (2,0) deellocatie A6: voormalige bebouwing noord 1 (ca. 6.600 m2) VED-HE-NL
15 x (0,5)
4 x NEN-g 3)
4 x (2,0) deellocatie A7: voormalige bebouwing noord 2 (ca. 850 m2) VED-HE-NL
5 x (0,5)
4 x NEN-g 3)
2 x (2,0) deellocatie A8: voormalige bebouwing noord 3 (ca. 1.500 m2) VED-HE-NL
10 x (0,5)
4 x NEN-g 3)
3 x (2,0) deellocatie A9: puinpad bij transformator (ca. 340 m2) VED-HE-NL
3 x (0,5)
3 x NEN-g 3)
2 x (2,0) deellocatie A10: transformator (ca. 1.430 m2) VED-HE-NL
7 x (0,5)
4 x NEN-g 3)
2 x (2,0) deellocatie A11: voormalig wegdeel (onbekende omvang) MW
6 x (2,0)
- 4)
deellocatie A12: gehele onderdeel plangebied (A) (ca. 186.340 m2) MW 5)
combinatie overige
1 x PFAS(30)
deellocaties deellocatie A13: eerder aangetoonde kabelolie verontreiniging MW
1 x (3,0)
1 x tsp
pagina 7 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: ONV-GR-NL
:
onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte locatie, niet lijnvormig;
VED-HE-NL
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde
MW
:
verontreiniging op schaal van monsterneming, (niet lijnvormig); 2)
de onderzoeksstrategie betreft maatwerk.
verklaring analyses: NEN-g
:
tsp
:
PFAS (30)
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie); tankstationpakket (aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, minerale olie vluchtig (C6-C9) en minerale olie (C10-C40));
3)
uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019.
conform de strategie VED-HE-NL dienen enkel analyses te worden verricht op de meest verdachte laag. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van de (onverdachte) ondergrond is één extra analyses opgenomen.
4)
Indien tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk bijmengingen in de grond worden aangetroffen die duiden op deze voormalige wegdelen, worden in overleg aanvullende analyses uitgevoerd.
5)
In overleg met de opdrachtgever is besloten om voor het gehele plangebied (deelgebied A en B) 7 analyses voor PFAS uit te voeren. Op basis van oppervlakte is hier door één analyse voor PFAS opgenomen voor deelgebied A.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium (Al-West) uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt.
3.2 Uitvoering 3.2.1
Kwalibo
Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de volgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. In overleg met de opdrachtgever is besloten om deellocaties A10 en A13 (transformator en eerder aangetoonde kabelolieverontreiniging) niet te onderzoeken. Voor de transformator is deze keuze gemaakt omdat er opstalrecht geldt voor deze locatie, en geacht wordt dat het gebruik als elektriciteiten schakelstation niet een direct risico vormt voor de bodemkwaliteit ter plaatse. Door de provincie Limburg is schriftelijk aangegeven dat deze verontreiniging als stabiel wordt bevonden, en derhalve niet verder onderzocht hoeft te worden (wel moet deze verwijderd worden wanneer de civieltechnische beperking niet meer aanwezig is (zie vooronderzoek 2500566KB-01)).
pagina 8 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 3.2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
nummers
7 t/m 11-04-2025
A01-01 t/m A01-87, A02-01 t/m A02-15, A03-01 t/m
boorwerkzaamheden (protocol 2001) J. van Diessen, T. van Wijk
A03-14, A04-01 t/m A04-14, A05-01 t/m A05-15, A0601 t/m A06-19, A07-1 t/m A07-3, A08-01 t/m A08-13, A11-01 t/m A11-06 29-04-2025
A07-4 t/m A07-6
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
3.2.2
Boringen
De locaties van de boringen zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat circa 38 boringen gestaakt moesten worden in verband met handmatig ondoordringbare lagen in de ondergrond (grind, keien en puin), het merendeel van deze ondoordringbare lagen betrof natuurlijke lagen (grind en keien) welke over het gehele plangebied aanwezig waren. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Ter plaatse van de vermoedelijke ligging van het voormalige wegdeel op de onderzoekslocatie (deellocatie A11) zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een voormalig wegdeel. Tevens is de bodemopbouw niet afwijkend van de bodemopbouw op de rest van de onderzoekslocatie. Derhalve is de grond ter plaatse van deellocatie A11 niet verder apart onderzocht. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw, de bodemvreemde bijmengingen en de waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Opgemerkt wordt dat tijdens de veldwerkzaamheden op meerdere locaties puin is aangetroffen. In overleg met de opdrachtgever is derhalve besloten om ook aanvullend verkennend asbestonderzoek uit te voeren (hoofdstuk 4).
3.2.3
Analyses
De monsters zijn geanalyseerd aan de hand van de in bijlage 4 weergegeven tabellen. In verband met de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten zijn aanvullende analyses ingezet. In meerdere analysemonsters is de conserveringstermijn voor diverse parameters overschreden. Reden hiervoor zijn logistieke storingen in het laboratorium en het feit dat meerdere mengmonsters > 24 uur na monstername pas konden worden ingezet in verband met veldwerk dat meerdere dagen duurde per deellocatie. De overschrijding bedraagt maximaal slechts enkele dagen. In die tijd wordt het monster volgens de gangbare bewaarprocedure (gekoeld en donker) bewaard op het laboratorium. Uit praktijkervaring blijkt dat de invloed op het resultaat is daarmee beperkt. Gelet op de zeer beperkte afwijking en gelet op de analyseresultaten worden de resultaten representatief geacht.
pagina 9 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
3.3 Analyseresultaten 3.3.1
Toetsingskader(s)
De analyseresultaten van de grondmonsters zijn vergeleken met de geldende toetsingskader(s). De analyseresultaten voor PFAS wordt tevens getoetst aan het landelijk en mits van toepassing het regionaal of lokaal beleid. Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 8. In de volgende tabellen is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Regeling bodemkwaliteit (Rbk) in het rapport wordt weergegeven. Tabel 3.3: mate van verontreiniging volgens Bal aanduiding in rapport
betekenis voor grond
<I
interventiewaarde wordt niet overschreden
>I
interventiewaarde wordt overschreden
Tabel 3.4: bodemkwaliteitsklasse volgens Rbk aanduiding in rapport
betekenis
landbouw/natuur (LN)
grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit
wonen (Wo)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie"
industrie (Ind)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie"
matig verontreinigd (MV)
grond kan alleen worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit “matig verontreinigd toepassing geregeld door maatwerkregels/-voorschriften
sterk verontreinigd (SV)
toepassing alleen geregeld door maatwerkregels
De analyseresultaten worden getoetst aan de normen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Regeling bodemkwaliteit (Rbk). De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9.
pagina 10 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
3.3.2
Belangrijkste resultaten
In de volgende tabellen is per deellocatie aangegeven wat de aangetoonde bodemkwaliteit betreft, en of er resultaten zijn aangetoond welke mogelijk een effect kunnen hebben op de voorgenomen transactie. Tabel 3.5: samenvatting resultaten grond geanalyseerde parameters
maximaal aangetoonde
parameters met
hergebruiks-
gehalte > de helft van
classificering 1)
interventiewaarde
gebruik locatie, oppervlakte
deellocatie A1: akkers, braakliggende delen en bos NEN-parameters
industrie (allesbehalve
geen
n.v.t.
sterk verontreinigd
lood > interventiewaarde
akker, onbekende omvang
(boring A01-84)
zink > tussenwaarde (index 0,96)
boring A01-84)
deellocatie A2: voormalige bebouwing zuid 1 NEN-parameters
industrie
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
geen
n.v.t.
deellocatie A3: voormalige bebouwing zuid 2 NEN-parameters
wonen
deellocatie A4: voormalige bebouwing zuid 3 NEN-parameters
industrie
deellocatie A5: voormalige bebouwing midden NEN-parameters
wonen
deellocatie A6: voormalige bebouwing noord 1 NEN-parameters
industrie
deellocatie A7: voormalige bebouwing noord 2 NEN-parameters
wonen
deellocatie A8: voormalige bebouwing noord 3 NEN-parameters
industrie
deellocatie A9: puinpad bij transformator NEN-parameters
industrie
deellocatie A10: transformator in overleg met de opdrachtgever niet onderzocht deellocatie A13: eerder aangetoonde kabelolie verontreiniging in overleg met de opdrachtgever niet onderzocht Opmerkingen bij de tabel: 1)
Aangegeven hergebruiksclassificering betreft de maximaal aangetoonde classificering binnen een deellocatie. Het is mogelijk dat monsters binnen de betreffende deellocaties een lagere classificering hebben dan aangegeven in de tabel. een overzicht van alle hergebruiksclassificeringen is weergegeven in bijlage 9.
3.3.3
PFAS in grond
De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing aan de gebruikte toetsingskaders van PFAS zijn weergegeven in de volgende tabellen. Tabel 3.6: samenvatting Handelingskader PFAS (landelijk) mengmonster
traject
analyseresultaten PFAS
(m-mv)
gestandaardiseerd gehalte (μg/kg d.s.) PFOS (som)
classificatie
PFOA (som)
overige PFAS
0,77
0,4 (PFBA)
deellocatie A12: gehele onderdeel plangebied (A) mmA12-1
0,00 - 0,40
1,1
landbouw/ natuur
pagina 11 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Toetsing risico’s PFOA en PFOS Na vergelijking van de analyseresultaten met de risicogrenswaarden van het RIVM blijkt dat in géén van de onderzochte grondmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grond worden overschreden en er derhalve géén reden is voor aanvullende (sanerings)maatregelen.
3.3.4
Conclusies resultaten – bodem
Uit de analyseresultaten voor bodem blijkt dat in het algemeen sprake is van maximaal licht verontreinigingen (classificatie wonen tot industrie). Uitzondering hierop is de aangetoonde sterke verontreiniging met lood (en de matige verontreiniging met zink) bij boring A01-84 (traject 0,30 0,50 m-mv). Op basis van de aangetoonde PFAS gehaltes kan de onderhavige onderzoekslocatie geclassificeerd worden als landbouw/ natuur.
pagina 12 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
4. Verkennend asbestonderzoek 4.1 Onderzoeksstrategie Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 4.1: strategie verkennend asbestonderzoek strategie 1)
veldwerkzaamheden maaiveldinspectie
inspectiegaten
analyses inspectiegaten
(0,3 x 0,3 m,
tot onderzijde
0,5 m-mv)
verdachte laag 2)
deellocatie A2: voormalige bebouwing zuid 1 (< 500 m2) VED-HE
2 richtingen,
4
1
1 x asbest in grond
1
1 x asbest in grond
1
1 x asbest in grond
1
1 x asbest in grond
stroken 1,5 m deellocatie A3: voormalige bebouwing zuid 2 (< 500 m2) VED-HE
2 richtingen,
4
stroken 1,5 m deellocatie A5: voormalige bebouwing midden (< 500 m2) VED-HE
2 richtingen,
4
stroken 1,5 m deellocatie A6-1: voormalige bebouwing noord 1 (zuidelijk deel) (< 500 m2) VED-HE
2 richtingen,
4
stroken 1,5 m deellocatie A6-2: voormalige bebouwing noord 1 (noordelijk deel) (< 500 m2) VED-HE
2 richtingen,
4
1
1 x asbest in grond
1
1 x asbest in grond
1
1 x asbest in grond
stroken 1,5 m deellocatie A7: voormalige bebouwing noord 2 (< 1.000 m2) VED-HE
2 richtingen,
5
stroken 1,5 m deellocatie A8: voormalige bebouwing noord 3 (< 500 m2) VED-HE
2 richtingen,
4
stroken 1,5 m Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: VED-HE
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming;
2)
de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd.
pagina 13 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
4.2 Uitvoering 4.2.1 Kwalibo Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocol 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. In de volgende tabel zijn de namen weergegeven van de erkende veldwerkers, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
nummers
12-05-2025 en
maaiveld
maaiveldinspectie J. van Diessen, T. van Wijk
13-05-2025 inspectiegaten (protocol 2018) J. van Diessen, T. van Wijk
12-05-2025 en
A02-ASB-1 t/m A02-ASB-4, A03-ASB-1 t/m A03-ASB-4,
13-05-2025
A05-ASB-1 t/m A05-ASB-4, A06-ASB-1 t/m A06-ASB-8, A07-ASB-1 t/m A07-ASB-5 A08-ASB-1 t/m A08-ASB-4
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
4.2.2 Maaiveldinspectie Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie bedekt met vegetatie (lang gras, onkruid). Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 70 - 90%. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.
4.2.3 Inspectiegaten en boorwerk Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat meerdere boringen gestaakt moesten worden in verband met handmatig ondoordringbare lagen (grind, keien en/of puin). Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Bij het veldwerk zijn ter plaatse meerdere waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging met asbest. Voor de bodemopbouw, de bodemvreemde bijmengingen en de waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn ook op enkele locaties asbestverdachte materialen aangetroffen in de bovengrond. Deze waarnemingen zijn weergegeven in de volgende tabel.
pagina 14 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 4.3: waarnemingen en bijzonderheden asbestverdacht materiaal 1)
inspectiegat
traject
of boring
(m-mv)
A02-ASB-1
0 - 50
1 stukje, 22 gram
A06-ASB-6
0 - 40
1 stukje, 18 gram
Opmerkingen bij de tabel: 1)
Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.
4.2.4 Analyses De monsters zijn geanalyseerd aan de hand van de in bijlage 6 weergegeven tabellen. In verband met de zintuiglijke waarnemingen zijn aanvullende analyses ingezet.
4.3 Analyseresultaten 4.3.1 Toetsingskader De analyseresultaten van de grond worden vergeleken met het momenteel geldende toetsingskader. De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. Het te toetsen gehalte wordt berekend uit de som van het gewogen gehalte aan asbest in asbesthoudend materiaal (fractie >20 mm) (indien aangetroffen/ aangetoond) en het gewogen gehalte aan asbest in de grond (fractie < 20 mm). Toetsingskader Bal De analyseresultaten van de grond worden vergeleken met de interventiewaarde bodemkwaliteit uit bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving. Een toelichting op het toetsingskader is weergegeven in bijlage 8.
4.3.2 Analyseresultaten De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in de bodem is weergegeven in bijlage 10. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 4.4: berekening gewogen gehalte vindplaats of
traject
monster-
inspectiegat
(m-mv)
code
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
totaal
< 20 mm 1)
> 20 mm
gewogen 2)
28,37 (32 x
29,89
58,26
<2
n.a.
<2
<2
n.a.
<2
deellocatie A2: voormalige bebouwing zuid 1 (< 500 m2) A02-ASB-1 (0,00 - 0,50)
0,00 - 0,50
A02-ASB-1-1/
sterk puinhoudende
-ASBM
grond met
88,3%)
asbestverdacht materiaal deellocatie A3: voormalige bebouwing zuid 2 (< 500 m2) A03-ASB-2 (0,00 - 0,40),
0,00 - 0,50
mmA03-ASBG matig tot sterk
A03-ASB-4 (0,00 - 0,50) A03-ASB-3 (0,00 - 0,50)
puinhoudend 0,00 - 0,50
mmA03-ASBP
volledig puin
pagina 15 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 4.5 (vervolg): berekening gewogen gehalte vindplaats of
traject
monster-
inspectiegat
(m-mv)
code
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
totaal
< 20 mm 1)
> 20 mm
gewogen 2)
18
n.a.
18
<2
n.a.
<2
50
n.a.
50
114,94
140,66
<2
n.a.
<2
< 2 5)
n.a.
<2
<2
n.a.
<2
deellocatie A5: voormalige bebouwing midden (< 500 m2) A05-ASB-2 (0,00 - 0,50),
0,00 - 0,50
mmA05-ASBG zwak tot uiterst
A05-ASB-3 (0,00 - 0,50),
puinhoudend
A05-ASB-4 (0,00 - 0,50) deellocatie A6-1: voormalige bebouwing noord 1 (zuidelijk deel) (< 500 m2) A06-ASB-1 (0,00 - 0,50),
0,00 - 0,50
A06-ASB-3 (0,00 - 0,50),
mmA06-
sporen tot zwak
ASBG-2
puinhoudend
deellocatie A6-2: voormalige bebouwing noord 1 (noordelijk deel) (< 500 m2) A06-ASB-5 (0,00 - 0,35),
0,00 - 0,50
A06-ASB-7 (0,00 - 0,35),
mmA06-
sporen tot zwak
ASBG-1
puinhoudend
A06-ASB-6-2/
sporen puin met
25,72 (27 x
-ASBM
asbestverdacht
91,2%)
A06-ASB-8 (0,00 - 0,30) A06-ASB-6 (0,00 - 0,40)
0,00 - 0,40
materiaal deellocatie A7: voormalige bebouwing noord 2 (< 1.000 m2) A07-ASB-3 (0,00 - 0,50),
0,00 - 0,50
mmA07-ASBG zwak tot matig
A07-ASB-4 (0,00 - 0,40),
puinhoudend
A07-ASB-5 (0,00 - 0,50) A07-07 (0,50 - 0,70)
0,50 - 0,70
A07-IASBG-1
puinhoudende ondergrond
deellocatie A8: voormalige bebouwing noord 3 (< 500 m2) A08-ASB-1 (0,00 - 0,45),
0,00 - 0,50
mmA08-ASBG matig tot sterk
A08-ASB-2 (0,00 - 0,40),
puinhoudend
A08-ASB-3 (0,00 - 0,50), A08-ASB-4 (0,00 - 0,50) Opmerkingen bij de tabel: 1)
gecorrigeerde gehalte asbest (gehalte op analysecertificaat x gemiddelde percentage fractie < 20 mm afgeleid uit profielbeschrijving).
2)
gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde bodemvolume.
3)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
4)
de vet weergegeven, rode gehaltes betreffen een overschrijding van de helft van de interventiewaarde.
5)
Dit gehalte is bepaald op basis van een indicatief onderzoek (edelmanboor ø12cm) met minder dan de voorgeschreven hoeveelheid monstermateriaal. Derhalve wordt alleen een uitspraak gedaan over de verdachtheid van de bodem op het voorkomen van asbest.
n.a.:
niet aangetroffen
In mmA06-ASBG-1 zijn tevens in de fractie < 0,5 mm met de optische lichtmicroscoop verdachte vezels waargenomen. Een overzicht van deze waargenomen vezels is opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 4.6: asbest verdachte vezels monstercode
traject (m-mv)
mmA06-ASBG-1
0,00 - 0,50
omschrijving sporen tot zwak puinhoudend
asbestverdachte vezels 9 chrysotiel 1 crocidoliet
4.3.3 Conclusies resultaten – asbest in grond Uit de analyseresultaten van het asbest in grondonderzoek kan geconcludeerd worden dat er op 3 locaties een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest is aangetoond. Een overzicht van
pagina 16 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
deze locaties is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.7: samenvatting resultaten asbest in grondonderzoek vindplaats of
totaal gewogen
gebruik
geschatte
inspectiegat incl.
gehalte asbest
locatie
oppervlakte en
traject
(mg/kg d.s.) 1,2)
A02-ASB-1 (0,00 -
monstercode
A02-ASB-1-1/ -
0,50)
ASBM
omschrijving
sterk puinhoudende
58,26
omvang 3) 385 m2,
bos
192,5 m3
grond met asbestverdacht materiaal
A06-ASB-5 (0,00 -
mmA06-ASBG-1
0,35), A06-ASB-7
sporen tot zwak
50 4,5)
450 m2,
grasland
150 m3
puinhoudend
(0,00 - 0,35), A06ASB-8 (0,00 - 0,30) A06-ASB-6 (0,00 -
A06-ASB-6-2/ -
0,40)
ASBM
sporen puin met
140,66 5)
grasland
asbestverdacht materiaal
Opmerkingen bij de tabel: 1)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
2)
de vet weergegeven, rode gehaltes betreffen een overschrijding van de helft van de interventiewaarde.
3)
de schatting voor de oppervlakte en bijbehorende omvang is gebaseerd op de gegevens welke zijn verkregen in onderhavig onderzoek en kunnen mogelijk afwijken van de daadwerkelijke hoeveelheden. Deze omvang kan exacter bepaald worden middels een nader onderzoek.
4)
opgemerkt wordt dat in deze monsters ook meerdere asbestverdachte vezels zijn aangetoond (zie tabel 3.4).
5)
deze locaties zijn aangrenzend en kunnen dus als één geval beschouwd worden voor hun oppervlakte en omvang.
pagina 17 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
5. Onderzoek halfverharding 5.1 Onderzoeksstrategie Omdat de herkomst en kwaliteit van de halfverharding niet bekend zijn, worden de kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden bepaald middels een indicatief samenstellings- en uitloogonderzoek. Tevens geldt dat de (puin)fundaties verdacht zijn op het voorkomen van asbest. Het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5897+C2 (december 2017). Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Indien asbestverdachte materialen worden aangetroffen, worden deze bemonsterd en ter verificatie aangeboden aan het laboratorium. Een overzicht van de te verrichten werkzaamheden is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.1: strategie onderzoek halfverharding (ca. 340 m2) deellocatie
strategie 1)
maaiveld-
inspectiegaten (m-mv)
inspectie
(0,3 x 0,3 m)
HALF
2 richtingen,
4
deellocatie A9: puinpad bij transformator
stroken 1,5 m
analyses 2)
1 x org. parameters + uitloog 1 x asb-p
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: HALF
2)
:
onderzoeksstrategie volgens NEN 5897+C2 voor halfverhardingslagen.
verklaring analyses: org. parameters
:
de organische parameters PAK, PCB en minerale olie;
uitloog
:
schudproef met een eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen;
asb-p
:
asbest in puin NEN 5898.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd.
5.2 Uitvoering In de volgende tabel zijn de namen van de veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 5.2: veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
nummers
11-04-2025
maaiveld
11-04-2025
A09-01, A09-01A, A09-01B, A09-01C
maaiveldinspectie J. van Diessen, T. van Wijk inspectiegaten en boringen J. van Diessen, T van Wijk
5.2.1
Maaiveldinspectie
Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie bedekt met puin. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 90 - 100 % Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.
pagina 18 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
5.2.2
Inspectiegaten en boorwerk
De locaties van de inspectiegaten en boringen zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk blijkt dat het noordelijk deel van het aanwezige pad bestaat uit grind en keien en derhalve uit natuurlijke materialen bestaat. Derhalve is de oppervlakte van de verdachte deellocatie bijgesteld van circa 340 m2 naar circa 16 m2 en zijn drie gaten gegraven in plaats van vier gaten. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Bij het veldwerk meerdere waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging met asbest. Voor de bodemopbouw, de bodemvreemde bijmengingen en de waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.
5.2.3
Analyses
De monsters zijn volgens volgende tabel geanalyseerd door AL-West te Deventer (geaccrediteerd). Tabel 5.3: geanalyseerde monsters vindplaats of
monster-
inspectiegat
code
traject
analyses 2)
toelichting
(m-mv) 1)
deellocatie A9: puinpad bij transformator A09-01, A09-01A, A09-01B
A09-ASBP
0,00 - 0,50
asb-p
volledig puin
A09-01, A09-01A, A09-01B
A09-Uitloog
0,00 - 0,50
org. parameters + uitloog
volledig puin
Opmerkingen bij de tabel: 1)
in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.
2)
verklaring analyses: asb-p
:
asbest in puin NEN 5898;
org. parameters
:
de organische parameters PAK, PCB en minerale olie;
uitloog
:
schudproef met een eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen.
5.3 Analyseresultaten 5.3.1
Toetsingskader
Analyseresultaten van puinmonsters worden vergeleken met bijlage A en/of B van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 1338, 19 januari 2023 en de daaropvolgende wijzigingen). Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 8. In de volgende tabel is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen in het rapport wordt weergegeven. Tabel 5.4: aanduiding bodemkwaliteitsklasse aanduiding in rapport
betekenis
N-bouwstof
niet vormgegeven bouwstof die kan worden toegepast zonder aanvullende maatregelen.
niet-toepasbare bouwstof (NT)
niet vormgegeven bouwstof die niet in aanmerking komt voor hergebruik elders en alleen mag worden ingenomen door een erkende verwerker.
pagina 19 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Resultaten – asbest
5.3.2
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 7. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.5: berekening gewogen gehalte vindplaats of
traject
monster-
inspectiegat
(m-mv)
code
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
totaal
< 20 mm 1)
> 20 mm
gewogen 2)
< 2,0
n.a.
< 2,0
deellocatie A9: puinpad bij transformator A09-01, A09-01A, A09-01B
0,00 - 0,50
A09-ASBP
volledig puin
Opmerkingen bij de tabel: 1)
gehalte op analysecertificaat.
2)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
n.a.:
niet aangetroffen
5.3.3
Resultaten – indicatief uitloogonderzoek
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 7. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 11. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.6: samenvatting toetsingsresultaten uitloog monstercode
toelichting
samenvatting
classificatie
toetsingsresultaten >N-bouwstof
>IBC-bouwstof
-
-
deellocatie A9: puinpad bij transformator A09-Uitloog
5.3.4
volledig puin
N-bouwstof
Conclusies resultaten – halfverharding
Uit de analyseresultaten van het halfverhardingsonderzoek (deellocatie A09) kan geconcludeerd worden dat er analytisch geen asbest is aangetoond. Op basis van de analyseresultaten kan ook geconcludeerd worden dat het puin als N-bouwstof hergebruikt kan worden.
pagina 20 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
6. Conclusie en aanbevelingen Uit de resultaten van het vooronderzoek, de veldwerkzaamheden en de uitgevoerde analyses wordt het volgende geconcludeerd. Bodem - NEN parameters Uit de analyseresultaten voor bodem blijkt dat in het algemeen sprake is van maximaal licht verontreinigingen (maximale classificatie wonen tot industrie). De aangetoonde maximaal lichte verontreinigingen op onverdachte terreindelen zijn in tegenspraak met de hypothese dat deze onverdachte deellocaties niet verdacht zijn. De aangetroffen gehaltes (van de lichte verontreinigingen) zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar en/of aanvullende maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Uitzondering hierop is de aangetoonde sterke verontreiniging met lood (en de matige verontreiniging met zink) bij boring A01-84, deze zijn hoogstwaarschijnlijk gerelateerd aan de in deze boring aanwezige (uiterste) puinbijmengingen (traject 0,30 - 0,50 m-mv). Verwacht wordt dat deze puinbijmengingen gerelateerd zijn aan een van de nabije locaties met voormalige bebouwing. Hiermee kan aangenomen worden dat de verontreiniging naar alle waarschijnlijkheid niet ná 1987 is ontstaan. Verwacht wordt dat de verontreiniging van geringe omvang zal zijn (naar schatting maximaal 280 m3 (1.400 m2 x 0,20 m), en niet in de bovengrond/ directe contactzone zal voorkomen.
Dit omdat bij de analyseresultaten van de puinhoudende bovengrond in de omringende deellocaties (A07 en A08) maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond. Bodem – PFAS Op basis van de aangetoonde PFAS gehaltes kan de onderhavige onderzoekslocatie geclassificeerd worden als landbouw/ natuur. Verder blijkt dat in géén van de onderzochte grondmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grond worden overschreden en derhalve aanvullend onderzoek en/of een saneringsverplichting niet aan de orde is. Asbestonderzoek (aanvullend) Uit de analyseresultaten van het asbest in grondonderzoek kan geconcludeerd worden dat er op vier locaties, waar bij drie locaties ook asbest materiaal in de grond is aangetroffen, waarschijnlijk sprake is van een asbestverontreiniging. Dit wordt geacht omdat de aangetoonde gehaltes asbest bij deze locaties boven de helft interventiewaarde voor asbest liggen (interventiewaarde is 100 mg/ kg d.s.). Locaties waar dit het geval is zijn opgenomen in onderstaande tabel.
pagina 21 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
Tabel 6.1: samenvatting resultaten asbest in grondonderzoek vindplaats of
totaal gewogen
gebruik
geschatte
inspectiegat incl.
gehalte asbest
locatie
oppervlakte en
traject
(mg/kg d.s.) 1,2)
A02-ASB-1 (0,00 -
monstercode
A02-ASB-1-1/ -
0,50)
ASBM
omschrijving
sterk puinhoudende
58,26
omvang 3) 385 m2,
bos
192,5 m3
grond met asbestverdacht materiaal
A06-ASB-5 (0,00 -
mmA06-ASBG-1
0,35), A06-ASB-7
sporen tot zwak
50 4,5)
450 m2,
grasland
150 m3
puinhoudend
(0,00 - 0,35), A06ASB-8 (0,00 - 0,30) A06-ASB-6 (0,00 -
A06-ASB-6-2/ -
0,40)
ASBM
sporen puin met
140,66 5)
grasland
asbestverdacht materiaal
Opmerkingen bij de tabel: 1)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
2)
de vet weergegeven, rode gehaltes betreffen een overschrijding van de helft van de interventiewaarde.
3)
de schatting voor de oppervlakte en bijbehorende omvang is gebaseerd op de gegevens welke zijn verkregen in onderhavig onderzoek en kunnen mogelijk afwijken van de daadwerkelijke hoeveelheden. Deze omvang kan exacter bepaald worden middels een nader onderzoek.
4)
opgemerkt wordt dat in deze monsters ook meerdere asbestverdachte vezels zijn aangetoond (zie tabel 3.4).
5)
deze locaties zijn aangrenzend en kunnen dus als één geval beschouwd worden voor hun oppervlakte en omvang.
Overige onderzochte grondlagen met puinbijmengingen bevatte allen minder dan de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg droge stof) aan asbest. Hierdoor wordt aanvullend/ nader onderzoek, of aanvullende maatregelen op deze locaties niet noodzakelijk geacht. Het aangetroffen asbesthoudende materiaal betrof resten golfplaat en bevatte hechtgebonden chrysotiel (10% - 15%) en crocidoliet (2% - 5%). Verwacht wordt dat de (verwachte) verontreinigingen afkomstig zijn van de voormalige bebouwingen op de locaties, en dus niet ná 1993 zijn ontstaan. Indien de locatie volledig bedekt is met gras of vergelijkbare dichte vegetatie en de locatie bovendien niet wordt bewerkt of betreden zijn er geen onaanvaardbare risico’s en is er derhalve geen sprake van een toevalsvondst. Mogelijk is er wel sprake van een beperkingenregistratie, eventueel beheer en/of monitoring van de locatie (ter beoordeling van de bevoegde overheid). Halfverharding Uit de analyseresultaten van het halfverhardingsonderzoek (deellocatie A09) kan geconcludeerd worden dat er analytisch geen asbest is aangetoond. Derhalve mag worden geconcludeerd dat dit materiaal niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Op basis van de analyseresultaten kan ook geconcludeerd worden dat het puin bij een mogelijke toekomstige herontwikkeling als N-bouwstof hergebruikt kan worden.
Resumé De onderzoeksresultaten (behoudens de verhoogde asbestanalyses en de sterke verontreiniging met lood) vormen naar mening van Tritium Advies geen reden tot aanvullend onderzoek en/of saneringsmaatregelen. Twee aandachtspunten zijn: 1. De aangetroffen lood (en zink) verontreiniging ter plaatse van boring A01-84. Geadviseerd wordt om de omvang van deze verontreiniging door aanvullend bodemonderzoek nader in
pagina 22 van 23
documentkenmerk: 2500566KB-03, versie 0, d.d. 02-06-2025
kaart te brengen en op basis hiervan te bezien of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. 2. Aangetoonde asbestgehaltes boven de interventiewaarde in de grond. Het huidig gebruik van deze locaties zijn grasland en bos. Gelet op het huidig gebruik is een actueel humaan risico niet aan de orde waardoor ook geen aanvullend onderzoek of maatregelen noodzakelijk zijn, zolang de bodem ter plaatse niet geroerd wordt en de vegetatie gehandhaafd blijft. (Het betreft geen bodemgevoelige locatie als bedoeld in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Grondverzet en hergebruik Indien verhardingen, funderingslagen of grond in de toekomst worden afgegraven (bijvoorbeeld bij een reconstructie van een weg) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze elders niet zonder meer toepasbaar zijn. Met betrekking tot het elders hergebruiken van deze materialen zijn de regels van het Besluit Bodemkwaliteit en het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing.
pagina 23 van 23