Technische vragen SPA Ohioproject
Tekst van het document
Technische vragen Kenmerk Datum
OHIO-project AnQore SPA/2022/T2210 12 september 2022
Geacht college, Het rapport van het OHIO-project vermeldt dat het aantal slachtoffers bij een calamiteit op Chemelot met 40 personen toeneemt.
De toename van de populatie beschrijft men als volgt:
Een toename van 480 naar 520 personen is een toename van 8,3%. De populatie neemt overdag met 1624 personen (zijnde 1,9%) en ’s nachts met 682 personen (zijnde 0,9%) toe. SPA constateert een grote discrepantie tussen de cijfers en de stelling dat de overschrijding niet door de aangevraagde wijzigingen maar door de gewijzigde populatiegegevens wordt veroorzaakt. Vraag 1 SPA ontvangt graag een onderbouwde verklaring waarom de populatiewijziging de overschrijding veroorzaakt. Het rapport toont de toename van de PR-contouren en geeft in de tekst aan dat het aantal woningen dat meetelt voor de bepaling van het aantal slachtoffers groter wordt.
SPA heeft ernstige twijfels aan de stelling dat de toename van het aantal slachtoffers niet aan het project moet worden toegeschreven en wil daarom dat dit nauwkeurig en in detail in beeld wordt gebracht. Zover SPA bekend zijn zowel Stein, Beek als Sittard-Geleen krimp-gemeenten, is het bevolkingsaantal in 2021 niet flink gegroeid en is er ook geen sprake van grootschalige migratie vanuit andere delen van de gemeenten naar de gebieden grenzend aan Chemelot.
Vraag 2 SPA wil een sluitende berekening van de populatie en het aantal slachtoffers en daarom weten: a) Hoeveel personen en slachtoffers er extra berekend zijn in het invloedsgebied van project in Stein. b) Hoeveel personen en slachtoffers er extra berekend zijn in het invloedsgebied van project in Lindenheuvel. c) Hoeveel personen en slachtoffers er extra berekend zijn elders binnen de invloedssfeer van Chemelot. d) Hoeveel woningen, personen en slachtoffers zijn er extra berekend in Lindenheuvel binnen het gebied dat gelegen is tussen de blauwe lijn en de blauwe stippellijn van bovenstaande figuur uit Bijlage-2.
Vraag 3 Ligt de ‘C3 leiding Sabic L1197’ naast de aardgasleiding bij de onderdoorgang van de A2 (hoever daar vandaan) en staat deze (in tegenstelling tot de NH3-leiding) wel in het BP? Wanneer is deze vergund en aangelegd? Nergens in het rapport wordt aangegeven waarom de propeenopslag persé zo dicht bij de fabriek moet liggen dat dit negatieve consequenties voor de veiligheid rondom Chemelot heeft en alternatieven worden niet besproken. Vraag 4 Waarom moet de propeenopslag persé zo dicht bij de fabriek liggen? Wat zijn de onderzochte alternatieven en waarom zijn die afgevallen? Baseert het besluit om een nieuwe leiding aan te leggen op technische gronden (onmogelijkheid om van bestaande infrastructuur gebruik te maken) of op economische/strategische gronden (uitbreidingsmogelijkheden op Chemelot, leveringszekerheid, kosten, gronden zijn reeds door AnQore gehuurd etc.)? Te onderzoeken alternatieven zijn volgens SPA in ieder geval: a) Aan-/aftakking van de bestaande C3 leiding Sabic L1197 (geen nieuwe leiding vanaf de haven maar vanaf een locatie op het Chemelotterrein). b) Gebruik maken van de bestaande leiding voor aanvoer van propeen vanaf Olefin-3. c) Plaatsing van de propeenopslag elders op het Chemelotterrein waar deze geen of veel minder gevaar voor de omgeving oplevert (er is op Chemelot nog circa 90 ha grond beschikbaar). d) Volledig ingraven van de propeenopslag.
Vraag 5 Produceert Sabic helemaal geen propeen meer op Chemelot of is het een kwestie van prijs en beschikbaarstelling m.a.w. van ‘technische en functionele binding’ van de fabrieken op Chemelot? Vraag 6 Graag ontvangt SPA een kaartje met daarop aangegeven het 100% en 1% letaliteitsgebied ten gevolge van een calamiteit van de aangevraagde propeenopslag nabij Lindenheuvel met daarin aangegeven wat de huidige situatie is. Jack Renet
Raadslid SPA