Technische vragen (SPA) inzake Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken
Tekst van het document
Technische vragen Kenmerk Datum
Omgevingsvisie SPA/2025/250301 18 maart 2025
Geacht college, N.a.v. de inspraak in de raadsronde van 13 maart 2025 en de beperkte mogelijkheid om technische vragen te stellen over de Omgevingsvisie heeft SPA onderstaande vragen. Aangezien de antwoorden op deze vragen belangrijk zijn om de Omgevingsvisie te kunnen beoordelen ontvangt SPA graag de antwoorden voordat de raadsbehandeling plaatsvindt. Ondanks dat in paragraaf 2.1 Onze identiteit en kwaliteiten de historie van onze gemeente kort beschreven wordt is het voor SPA onduidelijk wat onder ‘onze identiteit’ wordt verstaan aangezien de mooie volzinnen daarover geen uitsluitsel geven. Vraag 1 Er staat ‘Met innoveren in de genen.’ Waaruit blijkt dat de inwoners van deze regio al vele eeuwenlang uitblonken in innovatie? Welke uitvindingen maken dat met recht gesproken kan worden van ‘innoveren in de genen?’ Op pagina 10 staat: ‘Sittard-Geleen heeft een sterke traditie in transitie vanuit een mentaliteit van gewoon doen en hard werken.’ Vraag 2 Hoe oud is die traditie en onderscheiden we ons daarin werkelijk van andere gemeenten van Nederland of de omliggende gemeenten? Zijn niet de meeste Nederlandse gemeenten voortdurend in transitie? Wordt er elders niet hard gewerkt en/of wordt er elders weinig gedaan? Over onze identiteit staat op pagina 10: “Sittard-Geleen bestaat uit verschillende stedelijke wijken, dorpen en landschappen, wat doet vermoeden dat er van een
gemeenschappelijke identiteit geen sprake is. Niets is minder waar. We zijn trots op onze gezamenlijke identiteit.” Vraag 3 Wat IS onze gezamenlijke identiteit? Waarom is van het beschreven vermoeden geen sprake?
Op pagina 11 staat onder Sociale thema’s “We verwachten dat onze gemeente tot 2030 groeit met circa 500 huishoudens. Dat zijn vooral eenpersoonshuishoudens en oudere stellen. … Het is dan ook nodig om nieuwe mensen aan ons te binden, om zo de beroepsbevolking en daarmee het draagvlak voor voorzieningen op peil te houden.” En onder Maatschappelijke voorzieningen staat: “We krijgen andere behoeftes en voelen ons minder lokaal verbonden. Dat heeft invloed op het gebruik van maatschappelijke gebouwen. Daarom moeten we ervoor zorgen dat maatschappelijke voorzieningen blijven aansluiten bij de behoeftes en wensen van dorpen en buurten én bij de mogelijkheden van de gemeente.” Vraag 4 Betekent dit, naast een vastgoed gerelateerde opgave, dat het beleid erop gericht moet zijn om meer ondernemers en werknemers aan te trekken die binnen onze gemeente gaan wonen en actief zijn om het welzijn van onze, vergrijzende en meer solitair wonende, bevolking te bevorderen?
Op pagina 12 staat onder Cultuur: “Maastricht, Heerlen en Genk zijn dichtbij. Sittard-Geleen heeft de opgave om een complementair aanbod daarop aan te bieden, vanuit onze eigen identiteit. Daarnaast verandert op lokaalniveau de behoefte van mensen.” Vraag 5 Betekent dit dat Omnibuzz in de toekomst ook naar Genk zal rijden en dat er gestimuleerd zal worden dat meer ouderen frequent culturele manifestaties in genoemde hotspots zullen bezoeken? Is daarbij voorzien dat de financiële mogelijkheden van onze inwoners aanzienlijk verschillen en daardoor tweedeling in de samenleving wordt bevorderd? Aan welke oplossingen daarvoor wordt gedacht? Onder het kopje Erfgoed staat: “In onze gemeente hebben we veel jong erfgoed uit de periode na 1965, dat we meer willen koesteren.” Vraag 6 Kunt u een vijftal voorbeelden noemen zodat SPA een beeld krijgt wat daaronder valt?
SPA hecht veel waarde aan externe veiligheid en de veiligheid van omwonenden van Chemelot. Daarom is SPA verheugd dat op pagina 12 onder het kopje Externe veiligheid staat “We willen inwoners en bezoekers beschermen tegen veiligheidsrisico’s van bedrijven en infrastructuur.” maar er staat ook “Tegelijkertijd willen we op bepaalde plekken milieuruimte voor de bedrijven in Sittard-Geleen.” iets waarover SPA zeer bezorgd is. Tijdens de raadsronde bracht SPA in “Dat is vaag! Welke plekken en hoe kan de onveiligheid worden meegenomen, wat zijn die grenzen daarbij? Belangrijk daarbij is dat de wereld heel erg veranderd is. Was het eerst zo dat de safety (EV-berekeningen) het belangrijkst was maar op vandaag is security minstens zo belangrijk en de openbare stukken aangeven dat er tot op 3 km afstand doden vallen indien een van de tanks op Tankenpark-3 of op Tankenpark-2 door drones. Daar hoort gewoon te gebeuren aan die veiligheid.
Waarom staat in de Omgevingsvisie helemaal niks omtrent activiteiten die ondernomen worden om de veiligheid van burgers te waarborgen? Waarom staat er niet in dat die tanks gewoon weg moeten?” Als antwoord kwam: “Deze omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving, die gaat niet over veiligheidsaspecten anders dan omgevingsveiligheid, externe veiligheid en die staat wel nadrukkelijk in deze Omgevingsvisie opgenomen met duidelijke keuzes over waar de milieuruimte van Chemelot ophoudt en waar dat begint.” SPA reageerde daarop met “Ik ben een beetje verbaasd over het antwoord omdat in de Omgevingsvisie toch veiligheid een van de allerbelangrijkste zaken is en inderdaad ook externe veiligheid. Dan hoor je ook aan te geven dat er maatregelen genomen worden tegen degenen die het grootste gevaar zijn op dit moment. Het verbaast me ten zeerste.” Waarop gereageerd werd met “Nogmaals, dit is de Omgevingsvisie en die gaat die gaat over de fysieke leefomgeving en over maatregelen die over de fysieke leefomgeving gaan. Het stuk veiligheid waarover u het over heeft hoort niet tot de fysieke leefomgeving.” en SPA er nogmaals op wees dat er staat “We willen inwoners en bezoekers beschermen tegen veiligheidsrisico’s van bedrijven.” SPA gaat ervan uit dat het door het college gegeven antwoord gerelateerd was aan toegangscontrole en dergelijke in plaats van aan aanslagen van buitenaf.
SPA wijst er bovendien op dat SABIC in 2024 een boete van 10 miljoen kreeg opgelegd juist omdat er een incident met een van de tanks op tankenpark-3 plaatsvond. Dat incident toonde aan dat er ook in de bedrijfsvoering iets mis kan gaan waardoor explosie van zo’n tank op Tankenpark-3 en het horrorscenario heel dichtbij was ondanks dat de EV-berekening slechts op een heel kleine kans hierop had berekend.
Vraag 7 Wat wordt gedaan om de onveiligheid voor omwonenden van Tankenpark-2 en Tankenpark-3 weg te nemen? Het college schrijft op pagina 86 “We werken samen met onder andere de provincie en Chemelot aan de verbetering van de veiligheid op en in de omgeving van Chemelot, de verlaging van de milieuoverlast van Chemelot op de woonwijken eromheen en het maximeren van de milieuruimte voor Chemelot hierbinnen.” En “We streven met Chemelot en de provincie naar een situatie waarbij een mogelijk ongeval op de Chemelot site (brand en/of explosie) geen nadelige gevolgen heeft voor de omgeving van Chemelot.” Vraag 8 Hoe en op welke termijn willen de gemeente, de provincie en Chemelot bereiken dat een mogelijk ongeval op Chemelot (waaronder explosie van een tank op tankenpark-2 of tankenpark-3) geen nadelige gevolgen heeft voor de omgeving van Chemelot? Chemelot, Sabic en ook de inspreker namens DSM, CSP, Sabic en de Campus gaven (o.a.) aan dat a) het terugbrengen van de risicocontour tot de terreingrens het realiseren van een duurzame, circulaire site feitelijk onmogelijk wordt; b) ‘verbetering ten aanzien van de leefkwaliteit’ voor Chemelot niet concreet genoeg is opgenomen en men deze passage daarom uit de Omgevingsvisie wil hebben; Er werd gepleit voor verruiming van de risicocontouren, uitbreiding van de site en het niet meer huisvesten van kwetsbare voorzieningen in de woonwijken
rondom Chemelot. SPA ziet dit als het verder verslechteren van de leefomgeving van omwonenden waarbij op termijn deze woonwijken mogelijk tot achterstandswijken zullen evolueren. Vraag 9 Wat zijn concreet de veiligheidscontouren die Chemelot voor ogen heeft?
De andere vraag die SPA aan het college mocht stellen tijdens de raadsronde was: Op pagina 13 wordt aangegeven dat er op termijn meer ruimte voor Chemelot nodig is. Tevens wordt, o.a. door Chemelot, gesteld dat er nu al te weinig ruimte is en omvorming van het Lexhyterrein tot bedrijventerrein nodig is. Dat roept twee vragen op: a) Wanneer helder is dat Chemelot (nog) meer dan de op haar terrein nu beschikbare ruimte nodig heeft moet dan niet de conclusie zijn dat Chemelot uit haar jasje gegroeid is en daarom deels of geheel moet vertrekken? Chemelot ligt immers tussen de bebouwing en is daarheen gegroeid i.p.v. dat de bebouwing rond Chemelot ligt en naar Chemelot gegroeid is. Chem-a-lot is OK maar Chem-teveel niet. b) Wordt de ruimte op het milieucategorie 5 zijnde terrein wel gebruikt waarvoor het bedoeld is, m.a.w. wordt het geen tijd om alle niet-milieucategorie 5 zijnde activiteiten te verplaatsen naar elders? 1. Hoeveel ruimte komt op Chemelot beschikbaar indien alle niet-milieucategorie 5 bedrijven elders worden ondergebracht? 2. Hoeveel ruimte komt op Chemelot beschikbaar indien op Chemelot Industrial Park alle bedrijven die niet direct van de milieucategorie 5 bedrijven afhankelijk zijn elders worden ondergebracht? Op deze vraag antwoordde het college bij monde van wethouder Geilen “Het zijn technische vragen maar ook semi-technische vragen.
Het moge duidelijk zijn dat we hier niet de cijfers hebben per milieucategorie.” … “Uiteraard hebben we die aantallen niet paraat. We zullen bekijken of die reproduceerbaar zijn, maar in het bestemmingsplan ligt alleen maar vast wat maximaal is toegestaan. We zijn niet bevoegd gezag om te vergunnen en ik weet niet of we deze informatie voor de raadsvergadering kunnen aanleveren. En of u daaraan de vraag wilt koppelen dat als ruimte beschikbaar kan worden gemaakt indien al die bedrijven dwingen om te vertrekken en hoe u dat wilt vormgeven dat vind ik vooral een politiek
thema waarover u moet nadenken en met uw raadscollegae moet praten.” Uiteraard was SPA vooraf helder dat deze vraag niet ter plekke inhoudelijk kon worden beantwoord maar het is wel noodzakelijk om deze informatie te hebben alvorens te kunnen concluderen of Chemelot onvoldoende ruimte heeft om te kunnen uitbreiden en ook of voor het 380 KV-station geen plaats is. Plaatsing van het 380 KV-station buiten Chemelot betekent dat er een milieucategorie 5 bedrijventerrein bijkomt want elektriciteitsproductie wordt als zodanig gekwalificeerd. SPA wijst erop dat het OVV al eerder heeft geconcludeerd dat er op Chemelot activiteiten en bedrijven zijn die i.v.m. veiligheidsoverwegingen beter verplaatst kunnen worden. Bovendien tonen de SBI-codes van de bedrijven die op Chemelot gehuisvest zijn aan dat veel bedrijven en werknemers in feite indirecte werkgelegenheid betreft en ook daarom elders gehuisvest kan worden. Vraag 10 a) Hoeveel ruimte komt op Chemelot beschikbaar indien alle niet-milieucategorie 5 bedrijven elders worden ondergebracht? b) Hoeveel ruimte komt op Chemelot beschikbaar indien op Chemelot Industrial Park alle bedrijven die niet direct van de milieucategorie 5 bedrijven afhankelijk zijn elders worden ondergebracht? Er wordt in de Omgevingsvisie aangegeven dat het 380 KV-station buiten Chemelot moet komen.
Alvorens te kunnen oordelen of dit aan de orde kan zijn moet eerst vastgesteld worden voor wie dat in hoofdzaak bestemd is. Momenteel maken zowel Chemelot als de Zuid-Limburgse gemeenten gebruik van hetzelfde 150 KV-station. SPA wijst erop dat de Raad niet betrokken is geweest bij de locatiekeuze voor het 380 KV-station noch cijfer heeft ontvangen waaruit de Raad conclusies kon trekken. Vraag 11 Welk deel van de capaciteit van het 150 KV-station wordt door Chemelot verbruikt en welk deel van de capaciteit van dat station wordt door de Zuid-Limburgse gemeenten gebruikt? Vraag 12 Valt het in de toekomst te verwachten stroomgebruik van de Zuid-Limburgse gemeenten binnen de capaciteitsgrenzen van een 150 KV-station? Graag cijfermatige onderbouwing. Vraag 13 Welk deel van de capaciteit van het te bouwen 380 KV-station zal volgens verwachting door Chemelot en welk deel zal door de Zuid-Limburgse gemeenten gebruikt gaan worden? Graag cijfermatige onderbouwing.
Meerdere insprekers wezen op de in hun ogen bestaande discrepantie tussen de in de Omgevingsvisie opgenomen groene ruimte (landbouw, natuur) die verloren gaat en de opgenomen compensatie daarvan. SPA wil daarom cijfermatige informatie omtrent de balans daartussen Vraag 14 Kunt u, cijfermatig onderbouwd, aangeven welke groene ruimte (landbouw, natuur) in de Omgevingsvisie is opgenomen waar transitie zal plaatsvinden en wat daar dan zal komen? Vraag 15 Kunt u, cijfermatig aangeven, welke compensatie maatregelen worden genomen en op welke termijn die waar gerealiseerd worden? Jack Renet Raadslid SPA (Samen Politiek Actief)
Bijlage Onderzoek security + 1%-letaliteitsgebied explosie van een tank op TP2 of TP3