Technische vragen PIT tijdelijke tegemoetkoming energielasten inwoners
Tekst van het document
Technische vragen tijdelijke tegemoetkoming energielasten inwoners: Bij de behandeling van de vierde programmarapportage afgelopen december is ook gesproken over tegemoetkoming in energielasten van het MBK, structuurversterkende maatregelen en ondersteuning voor maatschappelijke instellingen. Naar aanleiding daarvan de volgende vraag: 1. Het nu voorliggende voorstel betreft de uitwerking van één onderdeel. Kunt u aangeven wanneer de andere onderdelen worden uitgewerkt en ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd? Daarnaast heeft onze fractie enkele vragen naar aanleiding van de inhoud van dit raadsvoorstel, te weten: 2. Zijn ten behoeve van de tijdelijke tegemoetkoming in de energielasten van inwoners ook andere maatregelen bekeken? Zo ja, kunt u aangeven welke dat zijn en waarom juist voor de nu voorliggende maatregel is gekozen? 3. Aangegeven wordt dat tot 150% van het sociaal minimum geen sprake is van draagkracht uit inkomen en dat bij huishoudens met een inkomen hoger dan 150% van het sociaal minimum wel rekening wordt gehouden met draagkracht uit inkomen. Kunt u aangeven wat de werkwijze is als een huishouden boven de 150% van het sociaal minimum uitkomt? Is daarbij sprake van een glijdende schaal, waarbij het principe is dat hoe hoger een huishouden boven de 150% zit, hoe lager de ondersteuning is? 4.
In het voorstel wordt aangegeven dat het tijdelijk addendum van kracht is van 1 januari 2023 tot 1 juli 2023. Kunt u aangeven waarom gekozen is voor deze periode en bijvoorbeeld niet voor heel 2023? Voor wat betreft de genoemde aannames bij het onderdeel financiën van het raadsvoorstel de volgende vragen: 5. Aangegeven wordt dat de verwachting is dat 50 tot 60% van de huishoudens met het volledige energieverbruik onder het prijsplafond valt. Is een inschatting te maken van het percentage huishoudens dat, ondanks dat zij volledig onder het prijsplafond blijven, toch in de financiële problemen komt? 6. U geeft aan dat ongeveer 40% van de huishoudens een vast contract heeft. Is een inschatting te maken van het percentage huishoudens waarvan het vaste contract binnen nu en een half jaar afloopt en die dan die een variabel contract krijgen? 7. U geeft aan dat een groot deel van de huishoudens woont in een verduurzaamde woning of voldoende vermogen heeft om de hoge of gestegen energieprijzen (tijdelijk) op te vangen. Kunt u aangeven waar die aanname op gebaseerd is? Graag voor de beide aspecten (verduurzaamde woning en voldoende vermogen) een afzonderlijke toelichting. Namens de fractie PIT Erwin Talpe burgerlid