Technische vragen (PIT) inzake Vestigen voorkeursrecht in het kader van ‘straatje-erbij’ en moderniseringslocatie ‘Philipsbuurt’
Tekst van het document
Technische vragen raadsvoorstel vestigen voorkeursrecht: Naar aanleiding van dit raadsvoorstel heeft onze fractie de volgende vragen: Er wordt voorgesteld om de bij 3a t/m d genoemde percelen de niet-agrarische functie “woningbouw inclusief groene dorpsmantel” wordt toebedacht, welke functie afwijkt van het huidige gebruik van de gronden. 1. Is er voor de genoemde percelen ooit een verzoek binnengekomen van de eigenaren om op de betreffende percelen woningbouw mogelijk te maken? 2. Zo ja, hoe is daar toen mee om gegaan? Daarnaast nog de volgende vragen: 3. Gesteld wordt dat de Philipsbuurt onderdeel is van de succesvolle subsidieaanvraag van de vierde tranche van het Volkshuisvestingsfonds. Wie gaat er met deze subsidie op vooruit? De gemeente, ZOwonen of anderen? Graag een toelichting. 4. In de zienswijzenota (o.a. 3.4) wordt gesproken over het ontbreken van een concrete planologische onderbouwing. Aangegeven wordt dat abusievelijk een verwijzing ontbreekt in het besluit. Om welk besluit gaat het dan? Het besluit wat in augustus genomen is? 5. Bij de percelen in de Philipsbuurt worden enkel de percelen genoemd welke GEEN eigendom zijn van ZOwonen. Dat biedt strikt genomen ZOwonen de mogelijkheid om van de voorgenomen plannen af te wijken en een andere keuze te maken, door bijvoorbeeld alsnog individuele woningen te verkopen. In hoeverre is hierin voorzien? 6.
Een pand waar voorkeursrecht op is gevestigd, is automatisch minder waard. Is hiervoor een compensatieregeling? 7. Daarop aansluitend, wat zijn de gevolgen voor panden waar een hypotheek op is gevestigd waarbij het onderpand dus minder waard wordt? Namens de fractie PIT Erwin Talpe burgerlid