Technische vragen (GroenLinks-PvdA) inzake ESCS-terrein
Tekst van het document
Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sittard-Geleen Betreft: Technische vragen t.b.v. ronde ESCS-terrein Onderwerp: Technische vragen n.a.v. ronde ESCS-terrein van 20 februari jl. Datum: 7 maart 2025
Geacht college, Naar aanleiding van de opiniërende ronde van 20 februari 2025 over de mogelijke ontwikkeling van het ESCS-terrein heeft onze fractie de volgende technische vragen. De antwoorden verwachten wij zo spoedig mogelijk, doch niet later dan 26 maart 2025, omdat beantwoording nodig is alvorens koers te kunnen bepalen voor de ronde en raad in april. De vragen 1 t/m 6 betreffen de uitgevoerde en nog uit te voeren natuuronderzoeken. Het “Rapport quickscan Wet natuurbescherming Sportcentrumlaan e.o. te Sittard” (bijlage 05.1 bij de ronde van 20 februari jl.) is opgeleverd op 8 juni 2023. Het “Rapport ecologische scan Sportcentrumlaan e.o. te Sittard” (bijlage 05.2 bij de ronde van 20 februari jl.) is opgeleverd op 2 augustus 2023. Het “Rapport orienterend vervolgonderzoek Sportcentrumlaan e.o. te Sittard” (bijlage 05.3 bij de ronde van 20 februari jl.) is opgeleverd op 31 januari 2024. Het “Rapport orienterend vervolgonderzoek Sportcentrumlaan e.o. te Sittard” (bijlage 05.4 bij de ronde van 20 februari jl.) is opgeleverd op 21 februari 2024. Het “Rapport quickscan natuurwaarden Sportcentrumlaan 5 e.o. te Sittard” (bijlage 05.5 bij de ronde van 20 februari jl.) is opgeleverd op 26 juni 2024. 1. Op welke respectievelijke data heeft de gemeente het besluit genomen tot uitvoering van deze vijf onderzoeken? 2.
Betreffen deze besluiten een collegebesluit, een portefeuillehoudersbesluit van de wethouder of een besluit genomen in ambtelijk mandaat? Graag duidelijk specificeren per onderzoek. 3. Wat was de exacte formulering van de vijf onderzoeksvragen? Graag de opdrachtverstrekking per onderzoek bijvoegen bij beantwoording (of ter inzage leggen bij de griffie). 4. Wat waren de kosten voor deze (deel)onderzoeken? Graag duidelijk specificeren per onderzoek. 5. Op 15 januari jl. heeft onze fractie Artikel 43-vragen gesteld over de beoogde ontwikkeling van het ESCS-terrein, welke door het college beantwoord zijn op 11 februari jl. In antwoord op vraag 3 uit die set vragen antwoord het college: “Aan de hand van deze onderzoeken is en wordt nader onderzoek uitgevoerd.” A) T.a.v. de formulering “is onderzoek uitgevoerd”: worden daarmee de bovenstaande vijf (deel)onderzoeken bedoeld? B) T.a.v. de formulering “wordt nader onderzoek uitgevoerd”: wordt daarmee enkel bedoeld het vervolgonderzoek naar jaarrond beschermde nesten in het gebied en naar boombewonende vleermuizen zoals aangegeven in antwoord op vraag 4 uit die set vragen? Of betreft dit ook nog andere onderzoeken?
1
6. De wethouder geeft consequent aan dat er nog ecologische vervolgonderzoeken komen nádat de gemeenteraad een keuze gemaakt heeft uit het (in onze optiek te) beperkte keuzemenu van het college, te weten een vakantiepark of een sportpark. (Een volgordelijkheid die onze fractie beslist niet steunt, voor de helderheid). A) Graag een uitputtende lijst van uit te voeren onderzoeken indien de meerderheid van de gemeenteraad op 17 april aanstaande kiest voor een vakantiepark, inclusief doelstelling van die onderzoeken en de te verwachten doorlooptijden daarvan. B) Graag een uitputtende lijst van uit te voeren onderzoeken indien de meerderheid van de gemeenteraad op 17 april aanstaande kiest voor een sportpark, inclusief doelstelling van die onderzoeken en de te verwachten doorlooptijden daarvan. De vragen 7 t/m 9 betreffen het werkbezoek van het college aan een andere gemeente. 7. Klopt het dat het college een andere gemeente heeft bezocht, gericht op het opdoen van inspiratie (of iets in die richting) voor de ontwikkeling van het ESCS-terrein? 8. Indien het antwoord op vraag 7 ja is, welke gemeente is bezocht, welk gebied in die gemeente is bezocht, op welke datum en welke collegeleden hebben deelgenomen? 9.
Indien het antwoord op vraag 7 ja is, wat heeft het college geleerd van dat werkbezoek? Is er een verslag gemaakt van dat werkbezoek? Zo nee, waarom niet? De vragen 10 t/m 13 betreffen de beoogde sportparkvariant. 10. Het ESCS-terrein is een gebied dat 24 hectare beslaat. In antwoord op vragen van een raadslid tijdens de informatieve sessie op 9 januari jl. (de sessie waar de gemeenteraad voor het eerst op de hoogte werd gebracht van de uitwerking van een sportparkvariant), antwoordde de wethouder dat het volledige gebied nodig was om tenminste drie voetbalclubs en twee tennisverenigingen te huisvesten. Dit strookt ook met het bijgevoegde kaartje in de stukken voor de ronde van 20 februari jl. Echter, tijdens deze opiniërende ronde van 20 februari heeft de wethouder een andere verdeling benoemd: de groene buffer van 50 meter tussen de Schwienswei en de beoogde ontwikkeling is 8 ha, waarmee 16 ha overblijft, en van die 16 ha zou (ongeveer) 50% nodig zijn voor de sportparkvariant, dus ook 8 ha.
A) Kan het college nu eindelijk duidelijkheid verschaffen en aangeven of de door de wethouder benoemde driedeling klopt? Met andere woorden: is er van de 24 ha inderdaad circa 8 ha nodig voor de volledige sportparkvariant? B) Kan het college duidelijk aangeven hoeveel voetbalvelden op die 8 ha moeten komen, hoeveel tennisbanen op die 8 ha moeten komen en hoeveel vierkante meter bebouwing op die 8 ha moeten komen om het sportpark te kunnen realiseren? (Deze bebouwing betreft elke steen die gelegd moet worden cq herbruik van bestaand gebouw de Nieuwe Hateboer. Denk hierbij aan indoor padelbanen, kantine(s), kleedruimten, tribunes, etc.) C) Graag een duidelijk en exact kaartje bijvoegen (zoals toegezegd door de wethouder zowel op 9 januari als op 20 februari), met duidelijk aangegeven hoe het ESCS-terrein eruit komt te zien na verdeling van de drieslag van 8 ha sportvelden en bebouwing, 8 ha vooralsnog onbestemd (zie vraag ook vraag D) en 8 ha groene buffer. D) Welke plannen heeft het college met de niet ingevulde 8 ha, indien de raad kiest voor de sportparkvariant? E) Welke plannen voor versterking van de biodiversiteit heeft het college met de 8 ha groene buffer, indien de raad kiest voor de sportparkvariant? 11.
Enkele vragen over de momenten van communicatie danwel gesprekken met drie voetbalverenigingen en twee tennisclubs: A) Op welk moment heeft de wethouder voor het eerst met voetbalvereniging VVS gesproken over de beoogde sportparkvariant? Was deze vereniging positief of negatief over een mogelijke verhuizing vanuit Limbrichterveld naar het ESCS-terrein? Hoeveel
2
vervolggesprekken hebben er vanaf het eerste moment tot aan de informatiesessie van 9 januari jl. plaatsgevonden? Zijn er gespreksverslagen van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet? B) Op welk moment heeft de wethouder voor het eerst met voetbalvereniging DVO gesproken over de beoogde sportparkvariant? Was deze vereniging positief of negatief over een mogelijke verhuizing vanuit Overhoven naar het ESCS-terrein? Hoeveel vervolggesprekken hebben er vanaf het eerste moment tot aan de informatiesessie van 9 januari jl. plaatsgevonden? Zijn er gespreksverslagen van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet? C) Op welk moment heeft de wethouder voor het eerst met voetbalvereniging OVCS gesproken over de beoogde sportparkvariant? Was deze vereniging positief of negatief over een mogelijke verhuizing vanuit Ophoven naar het ESCS-terrein? Hoeveel vervolggesprekken hebben er vanaf het eerste moment tot aan de informatiesessie van 9 januari jl.
plaatsgevonden? Zijn er gespreksverslagen van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet? plaatsgevonden? Zijn er gespreksverslagen van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet? D) Op welk moment heeft de wethouder voor het eerst met tennisvereniging SLTC gesproken over de beoogde sportparkvariant? Was deze vereniging positief of negatief over een mogelijke verhuizing vanuit Ophoven / Park naar het ESCS-terrein? Hoeveel vervolggesprekken hebben er vanaf het eerste moment tot aan de informatiesessie van 9 januari jl. plaatsgevonden? Zijn er gespreksverslagen van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet? E) Op welk moment heeft de wethouder voor het eerst tennisvereniging Oriënt benaderd over de beoogde sportparkvariant? (Deze vereniging heeft per brief aan de raad laten weten positief te staan over de beoogde verhuizing). Hoeveel vervolggesprekken hebben er vanaf het eerste moment tot aan de informatiesessie van 9 januari jl. plaatsgevonden? Zijn er gespreksverslagen van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet? 12. Op 11 januari 2025 konden wij uit de media vernemen over de beëindiging van Sporting Sittard’13. De sportparkvariant zou met zes clubs (de vijf clubs zoals benoemd in bovenstaande vraag 11 plus Sporting Sittard’13) goedkoper zijn in de komende 40 jaar dan de clubs behouden op de zes huidige plekken in stadsdeel Sittard.
A) Op welk moment was het bij het college definitief bekend dat Sporting Sittard’13 zou ophouden te bestaan? B) In bijlage 04 bij de opiniërende ronde van 20 februari jl. is een financieel overzicht gepresenteerd, dat kortweg de som oplevert dat concentratie op het ESCS-terrein ruim 31 miljoen kost, versus ruim 37 miljoen behouden op de zes huidige plekken (over 40 jaar). Klopt het dat, door het wegvallen van Sporting Sittard’13 (bijna 6 miljoen in het staatje), het verschil tussen de vijf clubs uit vraag 11 behouden op de huidige plekken en dezelfde vijf clubs concentreren op het ESCS-terrein, nog slechts 143.238 euro betreft over 40 jaar (dus ruim 3.500 euro jaarlijks, dat is 0,001% van de begroting van Sittard-Geleen)? C) Klopt onze conclusie dat, puur in financiële termen geredeneerd, er geen noodzaak is voor een verplaatsing van de vijf clubs vanuit de huidige plekken naar het ESCS-terrein? (Deze vraag is door onze fractie gesteld in de ronde van 20 februari jl. maar niet beantwoord door de wethouder). 13.
Waarom heeft het college verzuimd een addendum te sturen op het financiële plaatje, naar aanleiding van beëindiging van Sporting Sittard’13, voorafgaand aan de opiniërende ronde van 20 februari jl.? Zoals aangegeven verwachten wij de antwoorden op bovenstaande technische vragen zo spoedig mogelijk, doch niet later dan 26 maart 2025, zodat alle fracties in de gelegenheid zijn om de beantwoording door het college mee te laten wegen in hun standpuntbepaling richting de ronde en raad in april. Namens de fractie GroenLinks-PvdA, Paul Kubben, fractievoorzitter
3