Technische vragen deel 2 (PIT) inzake Omgevingsvisie 2025-2040 Samen stad en dorp maken
Tekst van het document
Het College van Burgemeester en Wethouders Postbus 18 6130 AA Sittard
Technische vragen inzake: Inzake omgevingsvisie 2025-2040
Geleen, 15 maart 2025
Geacht college, 1. Kan het college aangeven op welke wijze de aangenomen motie inzake grindwinning Graetheideplateau is verwerkt in de omgevingsvisie en als deze niet of slechts ten dele verwerkt is, waarom dat zo is? 2. Op pagina 26 wordt er gebruikt gemaakt van een niet verder toegelichte legenda. Kan de toelichting worden vermeld aub. 3. Ook de intentie van het getoonde beeld op pagina 26 hadden we graag even toegelicht gezien. Is dit de huidige situatie of de situatie 2040? 4. Bij mijn zoektocht naar de term veerkrachtige wijken kom ik de onderstaande tekst tegen op pagina 31: “ In het algemeen is de belasting van geluid en fijnstof op de wijken lager. Al met al is er een trend waarin de gezondheidsachterstand van de inwoners kleiner wordt. Vooral in de veerkrachtige wijken.” A. Kan het college toelichten waar deze stelling op gebaseerd is? B. Welke metingen of onderzoeken hieraan ten grondslag liggen. C. En als er onderzoeken zijn die dat aantonen waarom er nog niet eerder op geacteerd is. 5. Op pagina 73 komt de volgende constatering: Dat zal allereerst moeten gebeuren in de wijken met een groter deel aan verouderde woningen en bewoners die minder draagkrachtig zijn. Die wijken hebben we nu aangeduid als veerkrachtige wijken. Dat zijn wijken waar we met onze partners integraal aan de slag moeten.”
A. Kan het college toelichten wie die partners zijn? B. Welk onderzoek aan de genoemde constatering ten grondslag ligt. C. Wordt er hier nu geduid op verouderde bewoners of minder draagkrachtige bewoners, en wederom op basis van wel onderzoek? D. Wat zijn de maatregelen die bijdragen aan de draagkracht van deze inwoners? 6. Op pagina 91 vind ik dan de volgende constatering bij veerkrachtige wijken: “We zorgen dat de openbare ruimte groener wordt in de wijken en dorpen. Daarbij hebben we extra aandacht voor de veerkrachtige wijken. Dat doen we bijvoorbeeld door de herinrichting van straten en de aanleg van meer parkjes. Is het college van mening dat de aangewezen wijken minder groenvoorziening hebben dan de overige wijken? 7. Bij de term veerkrachtige wijken is ons opgevallen dat de wijk Krawinkel hier ook toe behoort. Voor deze wijk wordt echter een stand-still beleid onderzocht. Kan het college ons daar al resultaten van melden? 8. Kan het college toelichten hoe mogelijke aanpassingen in het groengebied aan de Lexhy en Graetheide zich verhouden tot de vastgestelde omgevingsvisie Chemelot en de benoemde groen corridor. 9. Op pagina 54 is er wederom een afbeelding gebaseerd op cirkels die in het recente verleden al voldoende stof heeft doen opwaaien. Waarom houdt het college vast aan deze werkwijze en niet aan de wijken zoals benoemd in de omgevingsvisie?
Met vriendelijke groet, Math Habets Burgerlid PIT