Technische vraag T2103 - HGN
Tekst van het document
Technische vragen Kenmerk Datum
Duurzaamheid HGN SPA/2021/T03 30 maart 2021
Geacht college, N.a.v. de openbaar gemaakte stukken over HGN en de beantwoording van eerder gestelde vragen heeft SPA onderstaande technische vragen. Onderdeel van de openbaar gemaakte stukken vormt de gemeentelijke boekhouding inzake HGN. SPA heeft deze bekeken en enkele opmerkelijke zaken gevonden die vragen oproepen. De gemeente promoot aansluiting op HGN met als argument dat ‘mensen dan van het gas af zijn’. Echter blijkt dat er al jaren fors geboekt wordt op de post ‘VERBRUIK VAN GAS’, in totaal circa € 1,25 miljoen. Gebleken is dat er op verscheidene plaatsen tijdelijke CV-ketelhuizen zijn geplaatst (Fitland, ZOwonen, Thienbunder, VanBarstraat) om nabij het leverpunt warmte te kunnen genereren. Daarnaast blijkt dat er voor circa € 0,93 miljoen CV-ketelhuizen en koelinstallaties t.b.v. levering van warmte en koude, grotendeels voor het gebouw van ZOwonen maar deels ook voor andere deelprojecten (Fitland, Brandweer, Thienbunder, Keytec, Spoarkolonie, VanBarstraat) gehuurd te zijn.
Aangezien niet alles even consequent geboekt is heeft SPA gepoogd om dit in bijgevoegde file op een rij te zetten (waarbij foutieve boekingen en de correcties daarvan verwijderd zijn) met als voorlopig deelresultaat: Uitgaven Totaal verbruik van gas 1264963 Totaal verbruik van elektriciteit 121746 Totaal verbruik van energie 45895 Totaal netwerkkosten 46336 Totaal huren en pachten 939610 Totaal 2418549 Op basis daarvan constateert SPA dat de kosten voor levering van warmte en koude circa € 2,42 miljoen bedroegen. Onbekend of heel onduidelijk is a) Hoeveel energie (GJ warmte en koude) HGN jaarlijks aan elk van de verschillende projecten geleverd heeft b) Hoeveel m3 gas jaarlijks HGN in totaal en per tijdelijk CV-ketelhuis verbruikte om warmte en koude te leveren c) Welke kosten voor energie HGN jaarlijks aan de verschillende projecten in rekening heeft gebracht d) Of er kosten voor de levering van energie niet in rekening zijn gebracht bij de grote afnemers e) Wat HGN jaarlijks daadwerkelijk van elk afzonderlijk project heeft geïnd voor de geleverde energie f) Wat er gedaan is met het niet geïnde bedragen g) Of voor alle afnemers dezelfde prijzen gehanteerd werden en zo nee hoe groot de prijsverschillen waren.
Vraag 1 SPA vraagt het college om een overzicht waaruit per jaar per project blijkt hoeveel warmte en koude werd geleverd, hoeveel gas hiervoor werd verstookt, welke kosten in rekening zijn gebracht en wat daadwerkelijk geïnd werd. Geef a.u.b. ook de boekingsnummers aan zodat dit kan worden teruggezocht. Op 1 februari 2017 en op 5 februari 2019 verkocht de gemeente activa en passiva aan HGN voor samen € 1541640. a) 1 februari 2017 werd verkocht: a. Opstallen De Ligne (koopprijs: € 795659) b. Netwerk ‘Warmte- en koudenet Ligne’ (koopprijs: € 37501) c. Opstallen Spoorkolonie (koopprijs: €95941) d. Opstallen De Spil (koopprijs: €10965) e. Netwerk ‘De Spil’ (koopprijs: € 59573) b) 5 februari 2019 werd verkocht:
a. De leidingen en bijbehorende apparatuur voor de woningen behorende tot het project Thienbunder/Tuin van Gulik en de leidingen naar Fitland, de Rabobank, ZOwonen, de Brandweerkazerne (koopprijs: € 578000) b. De klantcontracten (koopprijs: € 1; kwijtgescholden door de gemeente) Daarbovenop vergoede Ennatuurlijk de voorbereidingskosten van de gemeente inzake de voorbereiding en ontwikkeling van fase 2 en 3A vastgesteld op € 210000. SPA heeft begrepen dat de gemeente na deze transacties, behoudens aandelen, geen aan HGN gerelateerde bezittingen meer en dus mogelijkheden mist om inkomsten te verwerven uit de exploitatie van HGN. Vraag 2 Heeft de gemeente in relatie tot HGN nog activa in haar bezit en zo ja wat is de waarde daarvan? In antwoord op artikel 43 vragen inzake het gebruik van biomassa (uw kenmerk 2696662 d.d. 29 jan 2021) meldde het college (bij vraag 1) sinds 2005 een inspanningsverplichting jegens de BES te hebben om jaarlijks 12500 ton groen (inclusief milieuparken en projecten) te leveren, dat de gemeenten Stein en Beek en gelijkluidende overeenkomsten met de BES hebben en dat er nog leveringen van de gemeente Echt-Susteren, ZOwonen en Chemelot plaatsvinden. Op vraag 4 antwoordde het college: Of Limbrichterveld wel of niet wordt aangesloten, heeft geen enkele invloed op het biomassagebruik van BES.
De BES is namelijk een stroomcentrale die altijd op vol vermogen draait en daarmee ca 10.000 MWh produceert. De BES heeft daarvoor 20.000 tot 25.000 ton bruikbaar groen nodig. en op vraag 5 antwoordde het college: De discussie omtrent de duurzaamheid spitst zich toe op de herkomst van biomassa. Met name door transport en onverantwoorde winning worden – terecht vraagtekens geplaatst bij de duurzaamheid van dergelijke biomassa. De situatie van de BES in Sittard is wezenlijk anders. De centrale is destijds ontworpen op de lokaal vrijkomende biomassa bij structurele snoeiwerkzaamheden in de directe regio. In plaats van deze biomassa af te voeren naar composteerders of andere verwerkers wordt deze nu direct naar de dichtbij gelegen BES afgevoerd. Daardoor ontstaat ook nog eens een milieuvoordeel op transport. In de publicatie ‘ORC: restwarmte omzetten in elektriciteit’ (Agentschap NL, oktober 2011) stelt de BES-directeur dat er jaarlijks 18000 ton snoeihout en groenafval wordt verwerkt en zegt “De productie van elektriciteit met een ORC was destijds energetisch en economisch de beste keuze. Het elektrisch rendement is wat lager dan van een wkk, maar de restwarmte van 95 °C is veel breder inzetbaar.
In 2005 waren we de eerste in Nederland met zo’n installatie… Voor kleinschalige energiecentrales die stroom én warmte willen afzetten, kan ik een ORC zeker aanbevelen.” Vermeld wordt ‘De ORC heeft een elektrisch vermogen van 1,25 MW. Het thermisch vermogen van de installatie is ongeveer 6,5 MW.’ De levering aan de BES blijkt uit antwoord op technische vragen van SPA (kenmerk SPA/2101/T01 d.d. 6 feb 2021):
De geleverde hoeveelheid door de gemeente geleverde biomassa blijkt structureel te dalen. Het college meldt ‘De hoeveelheid van het groenafval van particuliere huishoudens, dat via de milieuparken ingezameld is, is afhankelijk van beleidskeuzes. De keuze om groenafval voor inwoners gratis in te zamelen via het milieupark heeft bijvoorbeeld tot een hoger aanbod geleid.’ Niet duidelijk wordt of de BES voldoende biomassa ontvangt om daarop voortdurend op vol vermogen te draaien waardoor ook niet duidelijk is of de BES andere grondstoffen moet inzetten. Daardoor is ook niet duidelijk of HGN en het warmtenet Hoogveld altijd 100% duurzame warmte geleverd krijgen van de BES (voor zover warmte op basis van biomassa 100% duurzaam is!), hoeveel draaiuren de BES jaarlijks heeft en dat deze altijd maximaal is. Vraag 3 Teneinde de claim dat HGN (en warmtenet Hoogveld) volledig bedreven worden op basis van aanlevering van lokaal groenafval en snoeihout te onderbouwen ontvangt SPA graag een compleet overzicht van de (totaal) aangeleverde hoeveelheden aan de BES van de laatste jaren plus de hoeveelheden van andere grondstoffen indien die gebruikt zijn om stroom en warmte te genereren.
Vraag 4 Is volgens het college de conclusie alsnog dat vanaf het begin levering van stroom en warmte doelstelling van de BES is en dat voor een ORC werd gekozen om daarvoor samen een zo hoog mogelijke productie te krijgen? Kunt u aangeven wat de jaarlijkse stroomproductie van de BES is en wat de hoeveelheid geproduceerde warmte is, zowel in absolute hoeveelheden als in weq (woningequivalenten). In ‘Actieagenda Groene chemie, nieuwe economie’ (En Zuid 24 feb 2021) staat dat BrigH2 werkt aan het opzetten van een demonstratiefabriek op Chemelot voor het produceren van groene waterstof, zuivere BioCO2, en BioChar via de vergassing van getorrefceerde biogrondstof (takken, bladeren, stro en afgekeurd hout). Bovendien zijn er contacten en meerdere gesprekken geweest met alle ketenpartners en geïnteresseerden in de bio-grondstofvoorziening. Deze (en andere) hoogwaardige benutting van groenafval en snoeihout concurreert direct met de BES.
Vraag 5 Heeft SPA het goed begrepen dat ook het college onderschrijft dat dergelijke hoogwaardige toepassingen prevaleren boven verbranding van groenafval en snoeihout? Zo ja, mag verwacht worden dat dit binnen afzienbare tijd de continuïteit van aanlevering aan de BES onder druk zet en daarmee ook de duurzaamheid van HGN en het warmtenet Hoogveld? SPA vindt het vreemd dat de gemeente, via RWM of via de groenaannemers, moet betalen voor het aanleveren van grondstoffen aan de BES zijnde een private commerciële energieproducent. Indien deze producent energie zou produceren op basis van kolen of op basis van gas zou deze voor deze grondstoffen moeten betalen. Gezien de transitiegedachte ‘van afval naar grondstof’ is het voor SPA niet vanzelfsprekend dat de gemeente betaalt om groenafval en snoeihout aan de BES te leveren en daarmee door blijft gaan. Vraag 6 SPA wil graag weten waarom de gemeente de BES betaalt voor aanlevering van brandstof en hoeveel dit duurder is dan het storten van de biomassa. Bovendien wil SPA alsnog (SPA vroeg dit al eerder maar in het antwoord werd geen bedrag genoemd) weten wat het totale bedrag is dat de gemeente in 2019 aan BES heeft betaald voor de aanname van snoeiafval.
De EMG-verklaring van HGN is per 7 november 2020 verlopen en werd er geen nieuwe duurzaamheidsverklaring op basis van NTA8800 aangevraagd ondanks dat BCRG de uitbaters van warmtenetten tijdig informeerde. Daardoor mag HGN niet rekenen met de in de oude verklaring opgenomen waarde voor de EOR maar moet de forfaitaire waarde van 1 gebruikt worden hetgeen betekent dat er geen duurzaamheidswinst is bij aansluiting. Vraag 7 Waarom is er geen nieuwe EMG-verklaring aangevraagd door HGN?
Jack Renet Raadslid SPA