Schriftelijke beantwoording opiniërende raadsessie asielopgave 11 april 2024
Tekst van het document
Terugkoppeling opiniërende raadsessie asielopgave 11 april 2024 Tijdens deze sessie is verzocht om een toelichting op de verdeling van de bevoegdheden en de systematiek van het interbestuurlijk toezicht onder de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ ofwel de ‘Spreidingswet’. Onderstaand informeren we u hierover. Ook geven we een nadere uitleg op de bonusregeling. Bevoegdheden onder de Spreidingswet • De Minister van Justitie en Veiligheid heeft diverse bevoegdheden waaronder het vaststellen van de capaciteitsraming en het verdeelbesluit voor het benodigde aantal asielopvangplekken en ook die van toezichthouder. • De provinciale regietafels coördineren en monitoren op de taakstelling. • Het college van een gemeente heeft de taak om een bepaald aantal asielopvangplekken beschikbaar te stellen. • De gemeenteraad heeft de taak daarvoor de nodige planologische besluiten te nemen. In onderstaande kader de artikelsgewijze toelichting. Verdeling bevoegdheden Op basis van artikel 3, tweede lid, van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen maakt de Minister van Justitie en Veiligheid eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar de verdeling bekend over alle provincies van het benodigd aantal opvangplaatsen. Ook maakt de Minister van Justitie en Veiligheid dan een indicatieve verdeling bekend per gemeente.
Op basis van deze indicatieve verdeling, zal het overleg tussen gemeenten aan de provinciale regietafels worden gevoerd om te komen tot een werkbare verdeling van opvangplaatsen in de provincie (artikel 4, eerste lid, van de wet). Na afloop van de overlegfase neemt de minister van Justitie en Veiligheid op basis van artikel 5, eerste lid, van de wet een daadwerkelijk verdeelbesluit met betrekking tot het aantal verplicht beschikbaar te stellen opvangplaatsen per gemeente. Op grond van dit besluit krijgt het college van burgemeester en wethouders van een aangewezen gemeente op basis van artikel 6 van het wetsvoorstel de taak om in de gemeente binnen de termijn van twee jaar opvangvoorzieningen mogelijk te maken voor asielzoekers volgens het verdeelbesluit. De raad heeft op grond van artikel 7 van de wet de verplichting om hiertoe zo nodig het bestemmingsplan of de beheersverordening aan te passen als dit noodzakelijk is voor het voldoen aan deze wettelijke taak.
Voorbereidingsfase Sittard-Geleen Alhoewel het college bevoegd is om de wettelijke taken onder de Spreidingswet actief op te pakken, heeft de raad het college verzocht om hen in positie te brengen. Besluitvorming wordt voorbereid en is voorzien voor eind mei 2024. Interbestuurlijk toezicht Tijdens het opiniërende overleg werd gevraagd hoe het interbestuurlijk toezicht is georganiseerd. Hierop werd aangegeven dat het Rijk toezichthouder is en dat de systematiek van interbestuurlijk toezicht ontstaat op het moment dat gemeenten niet voldoen aan de taakstelling in het verdeelbesluit dat op uiterlijk 31 december 2024 wordt gedeeld. Het aan de Spreidingswet gekoppelde ‘Besluit gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen‘ gaat globaal in op de uitwerking van het interbestuurlijk toezicht, zie onderstaande kader. Een nadere uitwerking van het Rijk volgt.
1.4 Toezicht en handhaving Op basis van het wetsvoorstel gemeentelijke taak mogelijk maken opvang asielzoekers en de nadere uitwerking daarvan in dit besluit krijgen bepaalde gemeenten de taak om asielopvangvoorzieningen mogelijk te maken. Het toezicht op deze taak ligt gedurende de eerste vier jaar na inwerkingtreding bij de minister. De wijze waarop hieraan vorm wordt gegeven, wordt nog verder uitgewerkt. De stappen in het interbestuurlijk toezicht (signaleren, informatie opvragen en valideren, actief toezicht, vooraankondiging juridische interventie, besluit tot indeplaatsstelling en uitvoeren) leiden tot werkzaamheden voor het ministerie. Tegen het besluit tot indeplaatsstelling kunnen belanghebbenden in bezwaar en beroep. Deze procedures vergen aanvullende inzet van het ministerie. Daarnaast dient het ministerie toezicht te houden op de kwaliteit van de gerealiseerde opvangplaatsen.
Hoogte bonusregeling Naast de reële compensatie voor de gemaakte kosten van opvang regelt de wet dat gemeenten verschillende specifieke uitkeringen (bonusregelingen) kunnen aanvragen. Tijdens de sessie vroeg u naar de hoogte van de bonusregelingen per opvangplek. Er werd aangegeven dat hier geen eenvoudig en eenduidig antwoord op is. Dit omdat de wet drie verschillende bonusregelingen kent, afhankelijk van het type locatie, de duur en omvang van opvang. Er werd een indicatief bedrag per opvangplek genoemd tussen de 4.000 en 6.000 euro. Achteraf blijkt dit een te ruime interpretatie te zijn van de mogelijkheid tot het combineren van de diverse bonusregelingen. De hoogte van de bonusregelingen varieert van 1.000 tot 4.000 euro per plek. Acute vraag naar asielopvangplekken Tijdens de opiniërende sessie zijn we ingegaan op de Spreidingswet die beoogt om verspreid over het land tot voldoende structurele opvangplekken te komen. Op 15 april jl. werden we landelijk met een nieuwe realiteit geconfronteerd. Staatssecretaris van der Burg informeerde provincie- en gemeentebesturen over de acute vraag naar meer asielopvangplekken. Deze situatie is ontstaan door de aanhoudende hoge asielinstroom en het sluiten van veel tijdelijke locaties. Voor meer informatie zie bijlage 1. Deze nieuwe realiteit loopt parallel aan de acties onder de Spreidingswet.
Bijlagen Bijlage 1 Brief CDKs en burgemeesters acute opvangsituatie 15 april 2024