CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Wijziging GR KBL voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening

Raad 5 oktober 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Wijziging GR KBL (Buhler)2.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente

Sittard-Geleen

Voorstel aan Gemeenteraad Registratienummer: Z/23/426765

Onderwerp Wijziging Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg (Kredietbank Limburg)

Voorstel De gemeenteraad besluit: 1. een zienswijze in te dienen ten aanzien van de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg (Kredietbank Limburg) per 1 juli 2024, inhoudende instemming met de geformuleerde wijzigingsvoorstellen.

Burgemeester,

Gemeentesecretaris,

/ mr. J.Th.C.M. Verheijei

Voorstel aan Gemeenteraad

J.A.M. Heesen

pagina 1 van 8

Gemeente

Sittard-Geleen Torn

Inleiding A. Wijzigingen voortvloeiend uit wijziging Wet gemeentelijke regelingen Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) gewijzigd. Het voornaamste doel van de wijziging is het verbeteren van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen. Dit geschiedt via een versterking van de kaderstellende en controlerende rollen van de raden. Sommige wijzigingen zijn direct per 1 juli 2022 in werking getreden. Bijvoorbeeld de gewijzigde termijnen rondom de P&C stukken van de gemeenschappelijke regelingen. Andere wijzigingen dienen voor 1 juli 2024 geïmplementeerd te zijn in iedere gemeenschappelijke regeling. Het gaat dan om nieuwe instrumenten waarmee de raden in een betere informatiepositie worden gebracht. Hieronder zijn de nieuwe instrumenten en bijbehorende uniforme tekstvoorstellen uiteengezet. Gemeenschappelijke Regeling voor Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg stelt voor de wijzigingen ongewijzigd in haar gemeenschappelijke regeling op te nemen, tenzij in dit voorstel anders wordt beschreven. Deze nieuwe instrumenten hebben betrekking op: - Facultatieve zienswijzeprocedure voor besluiten Met de wetswijziging is verplicht om in de regeling af te wegen of en zo ja, op welke andere besluiten (van het openbaar lichaam), de raden in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze naar voren te brengen.

De tekstvoorstellen hierover luiden:

“De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen”. “Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen".

Participatie van ingezetenen en belanghebbenden Met de wetswijziging is verplicht om in de regeling afspraken te maken over de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden, waaronder de raden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. De tekstvoorstellen hierover luiden:

“Artikel (...) Zienswijze raden 1. Het algemeen bestuur beslist bij een voorstel dat voor de gemeenten ingrijpende gevolgen kan hebben niet alvorens de raden doorbet dagelijks bestuur om zienswijzen zijn gevraagd. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In

Voorstel aan Gemeenteraad

pagina 2 van 8

Gemeente

Sittard-Geleen norn spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het eerste of tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt”.

“Artikel (...) Burgerparticipatie 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid”. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven”.

In het tekstvoorstel van de Gemeenschappelijke Regeling voor Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg is geen artikel t.a.v. zienswijze raden opgenomen aangezien dit een optionele tekst betrof. Er is gekozen voor het opnemen van de standaardbepaling zoals eerder beschreven over zienswijze t.a.v. strategische plannen en opheffing. De Gemeenschappelijke Regeling voor Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg heeft er tevens voor gekozen om over Burgerparticipatie alleen lid 1 op te nemen. Actieve informatieplicht Met de wetswijziging is verplicht om in de regeling afspraken te maken over de actief met de raden te delen informatie.

Het tekstvoorstel hierover luidt:

“Het bestuur (dan wel: het dagelijks bestuur/het algemeen bestuur /de voorzitter) geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken”. Evaluatiebepaling Met de wetswijziging is verplicht om in de regeling afspraken te maken over de evaluatie.

Het tekstvoorstel hierover luidt:

“De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen”.

Aanscherping van de uittredingsregeling Met de wetswijziging is verduidelijkt dat de regeling bepalingen dient in te houden omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten.

Voorstel aan Gemeenteraad

pagina 3 van 8

Gemeente

Sittard-Geleen TBorn Het tekstvoorstel hierover luidt:

“Artikel (.. J Uittreding 1. Een college van burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. 2. Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen”. “Artikel (...) Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1.

Het in artikel (...), derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 3. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de directeur/voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel [voorgaande artikel] in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.

Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5-10% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer."

Voor meer informatie over deze instrumenten en met name over de uniforme wijzigingsvoorstellen wordt verwezen naar de bijlagen.

Voorstel aan Gemeenteraad

pagina 4 van 8

Gemeente

Sittard-Geleen Torn De Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg (hierna te noemen: Kredietbank Limburg) heeft zich in deze laten adviseren en begeleiden door juridisch adviesbureau PROOF!. De betreffende adviseur was overigens gedurende het gehele traject nauw betrokken en actief participant bij het Boels Zanders-traject. Om het wijzigingsvoorstel van deze gemeenschappelijke regeling zo veel mogelijk te laten aansluiten bij de wijzigingsvoorstellen van de andere regelingen, zijn de tekstsuggesties uit het gezamenlijke adviestraject met Boels Zanders Advocaten nagenoeg volledig overgenomen. Enkele woorden zijn afwijkend, maar de strekking is gelijk. Dit geldt ook voor de uniforme aanbiedingsmemo van de gemeenschappelijke regelingen aan de colleges. Overigens zijn in dit traject - naast de wijzigingen als gevolg van de Wgr - ook wijzigingen meegenomen die voortvloeien uit de Aanpassingswet Wnra (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren) en de Wep (Wet elektronische publicaties). De Aanpassingswet Wnra (in werking getreden op 1 januari 2020) wijzigde de rechtspositie van het personeel van de gemeenschappelijke regeling. De Wep (in werking getreden op 1 juli 2021) verplicht gemeenschappelijke regelingen om alle officiële publicaties online te zetten. Beide wetten waren nog niet verwerkt.

Tevens is - in samenspraak met archiefdeskundigen - tot een nieuwe archiefbepaling gekomen. Dit op verzoek van de Provincie Limburg die om aanscherping van deze bepaling had verzocht. Het tekstvoorstel aangaande de Wep luidt: 1. "Het college van de gemeente (...) maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door (....) uitgegeven Gemeenteblad. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet." Het tekstvoorstel aangaande de archiefbepaling luidt: “1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voorde archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. 2. De directeur/secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die niet naarde archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van (...). 5.

Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van (...). 6. De archivaris brengt tweejaadijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van het openbaar lichaam".

B. Andere wijzigingen binnen deze specifieke gemeenschappelijke regeling

Voorstel aan Gemeenteraad

pagina 5 van 8

‘

Gemeente

Sittard-Geleen Torn Binnen de Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg (Kredietbank Limburg) zijn naast het opnemen van het instrumentarium voor de raden ook een aantal andere wijzigingen aangebracht, namelijk: a. Delegatie van bevoegdheden In de huidige gemeenschappelijke regeling is in beginsel sprake van delegatie van bevoegdheden. De overgedragen bevoegdheden zijn echter niet expliciet beschreven in de gemeenschappelijke regeling. Deze omissie is opgelost door middel van tijdelijke mandaatbesluiten per gemeente. Om een expliciete, weloverwogen keuze te maken tussen delegatie of mandaat, is er vanuit de inhoud van de dienstverlening het gesprek gevoerd over de gewenste governance. Dat heeft geleid tot een voorkeur voor delegatie (= overdracht van de bevoegdheid). Dat betekent dat de formele verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de overgedragen bevoegdheden bij het Dagelijks Bestuur van Kredietbank Limburg komt te liggen. Het college heeft hierdoor geen invloed op het verloop van de individuele trajecten. Via de systematiek van verlengd lokaal bestuur, zoals de Wet gemeenschappelijke regelingen die kent, moet natuurlijk wél verantwoording worden afgelegd aan zowel colleges als raden. De keuze voor delegatie faciliteert de kwaliteit van dienstverlening optimaal, bijvoorbeeld i.v.m.

de mogelijkheden voortoegang tot basisadministraties.

b.

Bestuurssamenstelling en stemverhoudingen Als gevolg van de uittreding van Heerlen ontstond het vraagstuk omtrent de bestuurssamenstelling van Kredietbank Limburg en de stemverhoudingen daarbinnen. Het Dagelijks Bestuur mag in stemmen geen meerderheid hebben in het algemeen bestuur (art. 14 lid 3 Wgr). Dat heeft ertoe geleid dat nieuwe modellen zijn ontwikkeld. Het volgende bestuursmodel heeft de voorkeur van het Algemeen Bestuur en is als zodanig opgenomen in de gemeenschappelijke regeling:

Brunssum Landgraaf Kerkrade Maastricht Sittard-Geleen Totaal

Bemensing Algemeen Bestuur J 1 1 2 2 7

Stem verhouding 2 2 4 6 6 20

Wanneer er in de toekomst nieuwe toetreders komen, kan deze verdeling heroverwogen worden, zodat iedere deelnemer slechts één lid van het Algemeen Bestuur heeft met een gewogen stemverhouding. c.

Zeggenschapsverhouding Als gevolg van de uittreding van gemeente Heerlen, beschikken de gemeenten Maastricht en Sittard-Geleen samen over de meerderheid van de stemmen in het Algemeen Bestuur. Dat betekent dat deze twee gemeenten in theorie de dienst kunnen uitmaken, zolang zij het met elkaar eens zijn. De kleinere gemeenten willen deze zeggenschapsverhouding graag nuanceren. De oplossing wordt niet gezocht in de stemverhoudingen, maar in de meerderheid waarmee besloten mag worden. Wat blijft is dat er een gewone meerderheid vereist is voor besluitvorming, met inachtneming van de stemverhoudingen. Als extra voorwaarde wordt voorgesteld dat vertegenwoordigers van ten minste drie gemeenten moeten instemmen met een besluit. Daarmee wordt de bijzondere positie van de grotere

Voorstel aan Gemeenteraad

pagina 6 van 8

Gemeente

Sittard-Geleen Torn gemeenten geborgd (via de stemverhoudingen) en wordt voorkomen dat de kleinere gemeenten volledig overstemd kunnen worden.

Beoogd effect Het voor 1 juli 2024 implementeren van de wijzigingen in de gemeenschappelijke regelingen. Argumenten 1.1 Artikel 1, tweede lid van de Wgr bepaalt dat de colleges van burgemeester en wethouders het ontwerp van de regeling toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Dit gebeurt niet alleen als een nieuwe gemeenschappelijke regeling wordt getroffen, maar ook als een bestaande gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd, hetgeen nu het geval is.

1.2 Artikel 1, derde lid van de Wgr bepaalt dat de raden van de deelnemende gemeenten bij de colleges van burgemeester en wethouders binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze daarover naar voren kunnen brengen. Met de mogelijkheid om zienswijzen uit te brengen krijgt de raad een meer sturende positie bij het treffen (of in dit geval: wijzigen) van een collegeregeling.

Aangezien het college bevoegd is de beslissingen van de raad voor te bereiden (artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet) heeft het college een concept zienswijze geformuleerd. Indien de raden een andere (of geen) zienswijze naar voren wensen te brengen, stellen zij de colleges daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

1.3 De bijlagen zijn opgesteld door BZA en Coöperacion in goed overleg met alle betrokkenen. Zoals al eerder aangegeven heeft de gemeenschappelijke regeling voor Sociale kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg zich mede laten adviseren door BZA en Coöperacion. Zij hebben daartoe sessies georganiseerd met de gemeenschappelijke regelingen (27 september 2022; 17 januari en 18 april 2023); met de raadsgriffiers (3 november 2022 en 6 maart 2023); met de gemeentesecretarissen (1 juni 2023) én met de juristen (28 februari en 25 mei 2023). Ook hebben informatiebijeenkomsten plaatsgevonden voor de college- en raadsleden (30 januari en 1 februari 2023). Deze sessies en informatiebijeenkomsten hebben geleid tot voorstellen voor uniforme wijzigingsvoorstellen met toelichting; tot voorstellen voor uniforme besluitvorming door colleges en gemeenteraden én tot een uniform aanbiedingsmemo door de gemeenschappelijke regelingen aan de colleges. Op maandag 18 en woensdag 20 september 2023 kunnen college- en raadsleden vragen stellen aan BZA en Coöperacion tijdens een digitale informatiesessie (19.00 tot 21.00 uur).

Kanttekeningen Geen

Inclusie De uniforme wijzigingsvoorstellen zijn zo begrijpelijk mogelijk geformuleerd. Via www.overheid.nl komen de definitieve teksten van de gemeenschappelijke regelingen te zijner tijd voor iedereen beschikbaar.

Voorstel aan Gemeenteraad

pagina 7 van 8

Gemeente

Sittard-Geleen Torn Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen invloed op duurzaamheid: het betreft de implementatie van een wetswijziging in een gemeenschappelijke regeling.

Financiën Voorstel zonder financiële consequenties binnen de begroting. Het betreft de implementatie van een wetswijziging in een gemeenschappelijke regeling.

Communicatie en Participatie De Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg wordt te zijner tijd geïnformeerd over de uitkomsten van het wijzigingsproces.

Vervolg Met het geven van een zienswijze start het formele wijzigingsproces. Rondebespreking vindt plaats op 14 september - raadsbehandeling op 5 oktober. Daarna dient de gemeenteraad aan het college toestemming te verlenen om met de wijzigingen in te stemmen. Deze rondebespreking en raadsbehandeling zal in het eerste kwartaal van 2024 plaatsvinden. Daarna kan het college een besluit nemen met betrekking tot de wijziging. Dit dient voor 1 juli 2024 te gebeuren.

Bijlagen 01 ontwerp wijzigingsbesluit GR KBL 2024 02 Was-wordt lijst GR KBL 2024 03 Oplegmemo wijziging GR’en 12 juni 2023 04 infobrief infosessies raden wijziging GR’en 05 presentatie infosessie raden 30 januari 2023

Voorstel aan Gemeenteraad

Reg. nummer Team:

Reg. datum Reg.nummer(s) bijlagen :

22 augustus 2023

Portefeuillehouder: J.G.L.M. Bühler

Voorstel aan Gemeenteraad

pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=d2650d59-6517-4b67-8ad9-b706991211d7