RV Aanvraag Retailplan dd 30032022 herziening BPKrawinkel - getekend
Tekst van het document
Gemeente
Sittard-Geleen
Voorstel aan Raad Registratienummer: Z/22/336975
Onderwerp Aanvraag van Retailplan d.d. 30 maart 2022 tot herziening bestemmingsplan "Bedrijventerrein Krawinkel"
Voorstel / Beslispunten De aanvraag van Retailplan d.d. 30 maart 2022 om het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Krawinkel" te herzien, af te wijzen.
Samenvatting / openbare besluitenlijst De gemeenteraad wijst de aanvraag d.d. 30 maart 2022 af van Retailplan om het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Krawinkel” te herzien. De aanvraag is ingediend namens de eigenaar van het perceel Hofkamp 31 te Geleen, welk perceel is gelegen op bedrijventerrein Krawinkel. Het vigerende bestemmingsplan laat op het bedrijventerrein Krawinkel beperkt detailhandel toe, waardoor niet alle branches zich hier mogen vestigen. Het concrete verzoek van Retailplan is om de brancheringseisen die niet voldoen aan de eisen van artikel 15 derde lid van de Dienstenrichtlijn te schrappen in de planregels. De door de raad gestelde brancheringseisen voldoen aan de Dienstenrichtlijn en zijn van een dwingende reden van algemeen belang, namelijk ter voorkoming van leegstand in de centra en de aangewezen PDV-locaties. Dit betekent dat de aanvraag van Retailplan wordt afgewezen in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
Burgemeester
iffr. J.Th.C.M. Verhéij
Voorstel aan Raad
Gemeentesecretaris J.A.M. Heesen \
pagina 1 van 8
GemHnti
Sittard-Geleen
Toelichting voorstel Aanleiding Namens de eigenaar van het perceel Hofkamp 31 te Geleen verzoekt Adviesbureau Retailplan om het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Krawinkel” te herzien. De branchebeperkende planregels dienen volgens de aanvraag in overeenstemming te worden gebracht met de eisen die de Dienstenrichtlijn daaraan stelt. Retailplan wil dat u de brancheringseisen, die niet voldoen aan de eisen van artikel 15 derde lid van de Dienstenrichtlijn, schrapt in de planvoorschriften. Retailplan vraagt ten slotte om uw besluit te onderbouwen op een wijze zoals aan de orde was in deprocedure Visser Vastgoed - Appingedam en welke is beoordeeld in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 24 juli 2019. Uit de aanvraag blijkt niet welke detailhandelsbranches verzoeker wenst te vestigen. Wij hebben daarom de aanvraag zo opgevat dat gevraagd wordt om de brancheringsregels te toetsen aan de Dienstenrichtlijn en indien die toets aanleiding geeft om de planregels te herzien, dat dan ook te doen. Op de aanvraag van Retailplan is door uw gemeenteraad (hierna: raad) nog geen besluit genomen. Wegens het uitblijven van een besluit over de aanvraag van 30 maart 2022 heeft verzoeker de raad bij brief d.d. 8 juli 2022 tevens in gebreke gesteld. Bij brief d.d.
24 juni 2022 heeft het college van B&W Retailplan laten weten dat de verwachting is dat de raad op 9 november 2022 een besluit neemt op de aanvraag van Retailplan. Nadat de ingebrekestelling door de raad is ontvangen, heeft Retailplan op 25 juli 2022 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. In zijn beroepschrift vraagt Retailplan aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) om de raad op te dragen uiterlijk op 9 november 2022 een besluit te nemen op de aanvraag van 30 maart 2022. Op het moment van het opstellen van dit raadsvoorstel is er nog geen hoorzitting geweest en heeft de ABRvS nog geen uitspraak gedaan.
De aanvraag d.d. 30 maart 2022 is niet eerder ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. Ten tijde van ontvangst van de aanvraag was er nog geen nieuw detailhandelsbeleid, geen evaluatie van het detailhandelsbeleid en geen toets van het detailhandelsbeleid en de brancheringsregels aan de Dienstenrichtlijn beschikbaar. Op dit moment zijn enkel een concept van het nieuwe detailhandelsbeleid en een concept van de toets beschikbaar. Er kan met het nemen van een besluit op de aanvraag d.d. 30 maart 2022 niet meer worden gewacht, omdat bij het uitblijven van een besluit naar verwachting de rechter de raad opdraagt binnen enkele weken na de rechterlijke uitspraak een besluit te nemen op straffe van een dwangsom. Dit raadsvoorstel behelst daarom tevens de onderbouwing van uw besluit. Volgens vaste jurisprudentie kan de raad, bij ontbreken van de toets van bestaande planregels aan de Dienstenrichtlijn, alsnog onderbouwen waarom zij van mening is dat de planregels voldoen aan de Dienstenrichtlijn. Met nadruk wijzen wij uw raad erop dat dit raadsvoorstel en het nemen van het besluit geen betrekking heeft op het nog op te stellen en vast te stellen nieuwe detailhandelsbeleid. Dit besluit is gericht op het uitvoeren van het bestaande door u vastgestelde detailhandelsbeleid. De politieke discussie over het nieuwe detailhandelsbeleid moet in regionaal verband in 2023 plaatsvinden.
U wordt nu gevraagd een juridisch besluit te nemen op het ingediende verzoek. Voorgesteld wordt om de aanvraag tot herziening van het Bedrijventerrein Krawinkel af te wijzen. Naar aanleiding van nader onderzoek naar ons detailhandelsbeleid en de toets aan de Dienstenrichtlijn zijn wij van mening dat de raad zich op het standpunt kan stellen dat de branchebeperkende regels in overeenstemming zijn met de eisen die de Dienstenrichtlijn daaraan stelt. Dit omdat de brancheringsregels met het oog op de doelen, het voorkomen van (verdere) leegstand in de centra en de aangewezen PDV-locaties, noodzakelijk zijn en niet verder strekken dan nodig. Hiervoor wordt verwezen naar het bijgevoegde conceptrapport. In het navolgende is dit uitgewerkt. Voorstel aan Raad
pagina 2 van 8
Gemeente
Sittard-Geleen
Vigerend detailhandelsbeleid Op 28 februari 2008 is de detailhandelsstructuurvisie door de raad van Sittard-Geleen vastgesteld. Hierin is de gewenste inrichting van de hoofdwinkelstructuur in Sittard-Geleen vastgelegd. Doel is het versterken en in stand houden van aantrekkelijke centra, het behouden van de leefbaarheid van de stadscentra en het voorkomen van leegstand in binnenstedelijk gebied. Dit is van nog groter belang nu er sprake is van bevolkingskrimp. Voor het behoud van voorzieningen in wijken en kleine kernen zijn daarbij streeflocaties voor de vestiging van supermarkten aangewezen. Dit beleid vindt zijn toepassing in de perifere locaties, waar behoudens historisch gegroeide situaties, geen uitbreiding van detailhandel wordt toegelaten. Deze detailhandelsstructuurvisie is verbijzonderd in de visie op detailhandel op Bedrijventerrein Krawinkel, Industriepark Noord en Gardenz. Deze is vastgesteld door de raad op 16 juli 2009. Voor de uitwerkingen in bestemmingsplannen, zoals bijvoorbeeld Bedrijventerrein Krawinkel en Industriepark Noord, zijn de uitgangspunten uit de beide visies leidend geweest. In de bestemmingsplannen zijn bestaande detailhandelsvestigingen positief bestemd en zijn de bestaande planologische rechten gerespecteerd. Het beleid staat specifieke branches, met name volumineuze detailhandel, op een bedrijventerrein toe.
Dit met uitzondering van thematische winkels op de Huis- en Tuinboulevard Gardenz. Met name in de winkelmarkt leidt een te hoge leegstand tot een negatieve spiraal en heeft het negatieve, zichzelf versterkende effecten op de leefbaarheid, aantasting van het woon- en leefklimaat, het ondernemersklimaat en het voorzieningenniveau. Het behoud van de leefbaarheid van stad- en wijkcentra en het voorkomen van leegstand in binnenstedelijk gebied is noodzakelijk voor de bescherming van het stedelijk milieu. Het invoeren van brancheringsregels wordt, met het oog daarop, aanvaard als dwingende reden van algemeen belang. Door middel van de, via de planregels toegelaten, branchering in het perifere winkelgebied, wordt beoogd een mix van winkels in de stad- en wijkcentra te behouden ofte bevorderen, die is afgestemd op de behoefte en het koopgedrag van de consument.
Het beperken van de winkelbranches op de perifere locaties behoort tot het streven om winkels zoveel mogelijk in de beide centra in Sittard en Geleen te concentreren. Daarnaast geeft de gemeente uitvoering aan het concentratiebeleid. Bijvoorbeeld door winkels vanuit perifere locaties en van buiten het kernwinkelgebied naar het kernwinkelgebied te verplaatsen en de vrijkomende panden te transformeren of een andere bestemming aan de panden dan “detailhandel” toe te kennen. Bij de vaststelling door uw raad van de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg op 14 december 2017 is het detailhandelsbeleid voor de perifere locaties nog eens bevestigd.
In dit beleid staat onder meer: “Winkels horen niet op bedrijventerreinen thuis, behalve als het gaat om verkoop van goederen die zich bij uitstek leent voor vestiging op een bedrijventerrein, zoals grove bouwmaterialen” en “grootschalige winkelgebieden aan de rand van de steden (perifere en thematische clusters) blijven compact en bieden geen ruimte aan branches die bij uitstek in binnensteden thuishoren (zoals: kleding en schoenen).” Ook wordt nogmaals het belang van het voorkomen van leegstand in de stadscentra benadrukt: “Winkels zijn belangrijk voor de werkgelegenheid, de leefbaarheid en de vrijetijdsbeleving. Door de hoge leegstand in de bestaande winkels en het veranderende consumentengedrag dreigt de leefbaarheid in kernen en gebieden te verslechteren. De winkelstructuur in Zuid-Limburg is zeer fijnmazig. De leegstand is bovengemiddeld en bevindt zich in veel aangewezen gebieden in de hoofd structuur” en “met name de weinig onderscheidende winkelconcentraties en verspreide bewinkeling zijn kwetsbaar en werken verstorend in de winkelstructuur.” Voorstel aan Raad
pagina 3 van 8
*
G«me«nt»
Sittard-Geleen born
Flankerend detailhandelsbeleid en verankering in bestemminqsplanreqels Om de (verdere) leegstand in de centra te voorkomen is, naast de brancheringregeling, een aantal instrumenten ingezet.
In samenwerking met eigenaren wordt het aantal vierkante meters detailhandel teruggebracht. Voor de centra Sittard en Geleen wordt in samenwerking met het Centrummanagement, Streetwise en de gemeente Sittard-Geleen op een actieve wijze leegstaande winkelruimte ingevuld. Ook wordt voor het centrum Geleen gekeken of er mogelijkheden zijn om aan te sluiten bij de Chemelot Campus door startups in het centrum te huisvesten. Tevens is, om de aantrekking van het centra te bevorderen, geëxperimenteerd met lagere parkeertarieven. Ondanks de inzet van deze instrumenten blijft de leegstand in de centra van Sittard en Geleen ver boven het landelijk gemiddelde. De thans geldende beperkingen ten aanzien van detailhandel op bedrijventerreinen zijn nodig om (verdere) leegstand te voorkomen.
Het beleid ten aanzien van detailhandel is in meerdere bestemmingsplannen vastgelegd. Als laatste wordt opgemerkt dat door het loslaten van de branchering reguliere detailhandel buiten het centrum vrij spel krijgt en daarmee een belangrijke pijler van het pakket aan maatregelen vervalt.
Uitspraak Appingedam, de Dienstenwet en de gevolgen voor het detailhandelsbeleid Het door uw raad vastgestelde detailhandelsbeleid heeft het doel om leegstand en daarmee de aantasting van het woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat te voorkomen. Tot de uitspraak van de ABRvS inzake “Appingedam” stond het gemeenten “vrij” om detailhandel zogenaamd te brancheren. Detailhandel werd door de ABRvS niet als een dienst beschouwd met als gevolg dat detailhandelsbeleid en planregels in het bestemmingsplan niet aan de Dienstenwet hoefden te voldoen. In januari 2016 stelde de Afdeling bestuursrechtspraak het Hof van Justitie in Luxemburg zogenoemde prejudiciële vragen om na te gaan of deze aanpak van de gemeente wel mag van de Europese Dienstenrichtlijn. Het Hof van Justitie oordeelde in januari 2018 dat de Dienstenrichtlijn zich niet per se verzet tegen zo’n regeling. Wel moet zo’n regeling dan aan een aantal voorwaarden voldoen: de regeling moet noodzakelijk zijn en ook evenredig, niet verder gaan dan nodig. In juni 2018 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak in een tussenuitspraak dat de raad beter moet onderbouwen dat het toestaan van reguliere detailhandel op een perifere locatie ervoor zou zorgen dat het centrumgebied minder aantrekkelijk en leefbaar wordt. Dat had moeten worden onderbouwd "aan de hand van een analyse met specifieke gegevens".
Die analyse ontbrak, en daarom was niet duidelijk of de brancheringsregels van Appingedam wel evenredig waren, dat wil zeggen: effectief en niet verder gaan dan nodig om het doel te bereiken. Omdat het door u vastgestelde detailhandelsbeleid, en dus ook de op dat beleid gebaseerde planregels, niet zijn getoetst aan de Dienstenrichtlijn moest dat alsnog gebeuren. Voor een eerdere toets bestond immers ten tijde van het vaststellen van de planregels geen aanleiding. Detailhandel werd immers niet beschouwd als een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn. Het lag voor de hand om het nieuwe detailhandelsbeleid en de brancheringsregels in de bestemmingsplannen aan de Dienstenrichtlijn c.q. de Dienstenwet te toetsen. Het nieuwe detailhandelsbeleid is vertraagd. Hierover is uw raad meermaals door ons geïnformeerd. Inmiddels beschikken wij sinds juli 2022 wel overeen toets aan de Dienstenrichtlijn van het conceptdetailhandelsbeleid. Deze toets is voor de raadsvergadering van 12 juli 2022 aan uw raad voorgelegd en betrokken in de besluitvorming over de aanvraag van Retailplan om de branchebeperkende planregels van Handelsterrein Bergerweg te wijzigen.
Voorstel aan Raad
pagina 4 van 8
G»me«nt« Gemeente
Sittard-Geleen bor Deze toets is voor dit besluit gebruikt en wordt nog aangevuld met een specifieke onderbouwing voor de in de planregels opgenomen branchebeperkende maatregelen.
Evaluatie detailhandelsbeleid Zoals u weet is het detailhandelsbeleid voor de Westelijke Mijnstreek momenteel in voorbereiding. De verwachting is dat het nieuwe detailhandelsbeleid in de eerste helft van 2023 kan worden vastgesteld. Wij hebben u een aantal malen over het proces geïnformeerd. In onze brief d.d. 13 juli 2021 hebben wij u medegedeeld dat volgens de destijdse planning eind 2021 het rapport “Detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek” wordt opgeleverd waarna het ter besluitvorming zou worden voorgelegd aan de gemeenteraden van Beek, Sittard-Geleen en Stein. Bij brief van 25 oktober 2021 hebben wij u medegedeeld dat besluitvorming in medio juni/juli 2022 was gepland. Bij brief d.d. 16 februari 2022 hebben wij u laten weten dat de gemeente Stein meer tijd nodig heeft. Ten slotte hebben wij bij de jaarrekening 2021 aangegeven dat de besluitvorming over het nieuwe detailhandelsbeleid begin 2023 is te verwachten.
Onderdeel van het nieuwe detailhandelsbeleid is de toets aan de Dienstenrichtlijn. Hierbij wordt rekening gehouden met het noodzakelijkheids- en evenredigheidscriterium zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Voor de hieronder opgenomen onderbouwing van de brancheringsregels en de toets aan de Dienstenrichtlijn is gebruik gemaakt van het concept van het “Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek" en de “Bouwstenenrapportage” dat is opgesteld samen met adviesbureau Seinpost. Hierin staat dat de leegstand in de beide centra verder toeneemt en dat branchering noodzakelijk blijft om verdere leegstand te voorkomen. Bovendien blijkt er voor de dagelijkse goederen sprake te zijn van een forse overbewinkeling. Daarnaast blijkt uit het koopstromenonderzoek dat de bovenregionale verzorgingsfunctie van Sittard centrum onder druk staat.
De toets van de brancheringsregels van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Krawinkel” aan de Dienstenrichtlijn Zoals hierboven is vermeld zijn het vigerende detailhandelsbeleid en dus ook de op dat beleid gebaseerde in het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Krawinkel” opgenomen brancheringsregels gericht op het voorkomen van leegstand en het bevorderen van de leefbaarheid in de beide centra. Door leegstand tegen te gaan wordt voorkomen dat het woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat in de centra en binnen de daarvoor aangewezen PDV-locaties worden aangetast. In de centra van Sittard en Geleen is sprake van aanzienlijke leegstand. Om verdere leegstand te voorkomen is het noodzakelijk om brancheringsregels te stellen zodat niet alle winkels zich buiten de centra kunnen vestigen. De brancheringsregels zijn dus gesteld vanwege een dwingende reden van algemeen belang. In het conceptrapport “Detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek” van juni 2022 (hierna: concept) staat dat in vergelijking met 2009 de leegstand (in verkooppunten) op regioniveau is toegenomen met 44%. Op gemeenteniveau zijn de detailhandelsmutaties vooral in Sittard-Geleen te vinden. Daarnaast is er sprake van bevolkingskrimp en vergrijzing van de bevolking. Op basis van het aantal verkooppunten bedraagt de leegstand 15,6% en scoort daarmee boven het provinciale (14%) en landelijke gemiddelde (8%).
In vergelijking met 2009 is de leegstand (in verkooppunten) op regioniveau toegenomen met 44%. Op gemeenteniveau zijn de detailhandelsmutaties vooral in Sittard-Geleen te vinden. Er is veel winkelaanbod in de regio in vergelijking met de andere regio’s. Daarnaast blijkt dat de centrumgebieden een bovengemiddeld groot aanbod aan Mode & luxe hebben, sectoren die in veel centrumgebieden zwaar onder druk staan. Dit maakt deze centrumgebieden kwetsbaar. Voorstel aan Raad
pagina 5 van 8
Gemeente
Sittard-Geleen
De gemeente hanteert brancheringsregels die er in de kern op neerkomen dat niet overal detailhandel wordt toegestaan: dagelijkse detailhandel in de centra en niet-dagelijkse detailhandel mag daarnaast op een aantal PDV-locaties. Op bedrijventerreinen is alleen detailhandel in auto’s, boten en caravans toegestaan. De planregels in het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein Krawinkel staan meer toe dan dat, maar daardoor wordt de eigenaar van het perceel niet benadeeld. Het bedrijventerrein Krawinkel is geen te beschermen centrum of PDV-locatie, zodat geen medewerking wordt verleend aan een verruiming van de bestaande detailhandelsmogelijkheden op Krawinkel. Gezien de al aanwezige leegstand in de regio, trends, demografische ontwikkelingen en de branches met krimp, is er op regioniveau geen sprake van uitbreidingsruimte maar juist van een negatieve marktruimte. Dit betekent dat er op het gebied van de niet dagelijkse branches, sprake is van overbewinkeling (zie pagina 13 van het concept). In de regio Westelijke Mijnstreek zijn Retailpark Sittard-Geleen (Huis- en Tuinboulevard Gardenz) en Handelscentrum Bergerweg als bovenlokaal PDV-cluster aangewezen. Als lokaal PDV-cluster zijn de Dr. Nolenslaan, Beekerhoek en Poort van Stein aangewezen.
Uit het concept blijkt dat Sittard-Geleen of de Westelijke Mijnstreek niet afwijkend is ten opzichte van andere gemeenten/regio’s, zodat de effectiviteit van branchering daarmee in algemene zin is aangetoond. Daarnaast levert de weigering om de brancheringsregels te verruimen een zinvolle bijdrage, aangezien detailhandel zich daardoor op de daarvoor beoogde locaties moet vestigen en er geen solitaire detailhandelsvestiging van bijvoorbeeld een woonwinkel bijkomt. Dat er elders op het terrein wel van oudsher een enkele locatie voor detailhandel in keukens en tegels aanwezig is, betekent niet dat alle brancheringsregels moeten worden losgelaten. De gemeente kan niet worden verplicht om in het verleden gemaakte ‘fouten’ te herhalen.
Zonder deze branchebeperking voor reguliere detailhandel kan de doelstelling voor ruimtelijke concentratie niet behaald worden en zal de leegstand toenemen doordat winkelgebieden verder onder druk komen te staan. Er worden, zoals hierboven reeds toegelicht, ook andere maatregelen getroffen, zoals de stimulering van de concentratie van winkels en de transformatie van leegstaande panden. Met alleen deze flankerende maatregelen kunnen de gestelde doelstellingen echter niet worden bereikt.
Voor het overige wordt verwezen naar bijlage 6 behorende bij het concept. Deze bijlage maakt deel uit van de onderbouwing van de brancheringsregels en de toets aan de Dienstenrichtlijn. Conclusie Gezien het eerder vastgestelde detailhandelsbeleid, de verder toegenomen winkelleegstand in de centra van Geleen en Sittard, de gewenste spreiding van winkels met dagelijkse goederen en de al bestaande forse overbewinkeling van winkels in dagelijkse goederen en omdat de bovenregionale verzorgingsfunctie van het centrum van Sittard aantoonbaar onder druk staat is het wijzigen van de brancheringsregels, zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Krawinkel”, niet gewenst. De brancheringsregels zijn noodzakelijk en evenredig en dus in overeenstemming met de Dienstenrichtlijn. Het schrappen van de brancheringsregels zal leiden tot een verdere toename van de winkelleegstand in de beide centra en zal de aangewezen PDV-locaties waar nietdagelijkse goederen worden verkocht onder druk zetten. Dit zal leiden tot aantasting van het woonen leefklimaat en het ondernemersklimaat.
Gelet op de hierboven gegeven toelichting, het conceptrapport Detailhandel Westelijke Mijnstreek en de toets van het detailhandelsbeleid aan de Dienstenrichtlijn, kan de raad zich op het standpunt stellen dat de brancheringsregels noodzakelijk zijn en niet verder gaan dan nodig is om de met de Voorstel aan Raad
pagina 6 van 8
Gemwnt» G«me«nte
Sittard-Geleen
regeling beoogde doelen te bereiken en dat er evenmin andere, minder beperkende maatregelen zijn voor het bereiken van deze beoogde doelen.
Financiën Het besluit op de aanvraag tot herziening van het bestemmingsplan te weigeren heeft geen financiële gevolgen.
Duurzaamheid Het besluit om de planregels van het bestemmingsplan niet te herzien heeft tot doel verdere leegstand van winkels in de (wijk)centra en daarmee aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen.
Inclusie Het besluit om de planregels te herzien heeft geen effect op inclusie.
Juridisch In dit geval is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet van toepassen waardoor geen ambtshalve beschikking inzake verbeuren dwangdom hoeft te worden genomen. De reden hiervoor is dat een aanvraag om een herziening van een bestemmingsplan geen ‘aanvraag’ is als bedoeld in artikel in artikel 4:17 gelezen in samenhang met artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat geen dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb is verbeurd. Hiervoor wordt ook verwezen naar uitspraken van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:201:923, ECLI:NL:RVS:2010:BN062). Een dwangsom kan wel door de rechter worden opgelegd wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De raad krijgt dan een termijn om een besluit te nemen bij gebreke waarvan per dag een dwangsom wordt verbeurd. De rechter bepaalt de hoogte van de dwangsom. Uit de jurisprudentie blijkt dat een dwangsom van € 15.000 gebruikelijk is. Tegen het weigeringsbesluit van de raad kan bezwaar en vervolgens beroep en hoger beroep worden ingediend.
Kanttekeningen Het gemeentelijke en regionale detailhandelsbeleid wordt momenteel geëvalueerd. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van het detailhandelsbeleid en vervolgens van de planregels van het bestemmingsplan. De evaluatie en de eventuele wijziging van beleid worden in de eerste helft van 2023 verwacht. Voor de cijfermatige onderbouwing van het detailhandelsbeleid is gebruik gemaakt van het concept van Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek en de daarbij behorende Bouwstenenrapportage. Dit betekent dat naar aanleiding van het nieuwe gemeentelijke en regionale detailhandelsbeleid dat in 2023 wordt vastgesteld. Mogelijk dat de brancheringregels in de bestemmingsplannen (of het omgevingsplan indien de Omgevingswet op 1 januari as. in werking treedt) naar aanleiding van dit nieuwe beleid alsnog moeten worden gewijzigd.
Planning Nadat uw raad met het voorstel heeft ingestemd, wordt de brief met daarin het besluit aan verzoeker verzonden.
Voorstel aan Raad
pagina 7 van 8
Sittard-Geleen
Bijlagen Bijlage 01: Verzoek tot herziening d.d. 30 maart 2022 Bijlage 02: Brief d.d. 24 juni 2022 aan Retailplan Bijlage 03: Ingebrekestelling 8 juli 2022 Bijlage 04: Beroep wegens niet tijdig beslissen Bijlage 05: Verweerschrift inzake het beroep tegen het niet tijdig beslissen Bijlage 06: Toets aan de dienstenrichtlijn (bijlage 5 behorende bij het concept)
Voorstel aan Raad Steller : Roel Friesen Telefoon : 14 046 E-mail : Roel.Friesen@sittard-geleen.nl Cluster: Omgeving
Reg. nummer Reg. datum : 23 augustus 2022 Reg.nummer(s) bijlagen :
Portefeuillehouder: Y.G. Salvino-Meijer
Voorstel aan Raad
pagina 8 van 8