CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Referentie bijlage 01 Eindconclusie schetsplan

Raad 19 september 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen faunapassage brug Obbicht (Tillie) (89)5.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Consortium

Grensmaas

B.V.

(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Cluster

Dienstverlening

Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Behandeld door Telefoon

Onderwerp

SP21.0082

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) beoordeling schetsplan

Sittard-Geleen,

Geachte

Op

24 oktober 2022

(geanonimiseerd) ME

7 april 2021

ontvingen wij van u namens Consortium Grensmaas een schetsplan voor project ‘oprichten faunapassage aan de brug over het Julianakanaal bij Obbicht’ op het adres Brugstraat in Born. Graag vertel ik u meer over de beoordeling van het schetsplan. het

1.

Toets bestemmingsplan hebben het plan getoetst aan de regels van de ter plaatse geldende bestemmingsplanWij nen ‘Grensmaas deelgebied Sittard-Geleen’ en ‘Buitengebied Born Geleen’. Het plan strookt niet met deze regels. -

Bestemmingsplanregels

Enkotbesternräng

Enkebesternring

Enketbestamersng

Shbbetbesterrrming

Dubbelbestemrming

Bestemmingsplan

“Grensmaas

deelgebied Sittard-Geleen” 1

Op de volgende punten komt het plan niet overeen met de regels van het bestemmingsplan ‘Grensmaas deelgebied Sittard-Geleen’: •

Artikel 5. 3. A

•

Artikel 9. 3 en 9. 4

•

Artikel 30. 2. A en 30. 3. A

•

Artikel 32. 3. A en 32. 4. A

Bosgebied: Op of in de tot ‘bosgebied’ bestemde gronden mag niet worden gebouwd, overeenkomstig artikel 5. 3. A. Water: Het is verboden op of in de als ‘water’ bestemde gronden te bouwen overeenkomstig artikel 9. 3. Onder verboden gebruik overeenkomstig artikel 9. 4 onder A en als bedoeld in artikel 37 lid 1. wordt ten minste verstaan het gebruik van gronden om/voor het aanbrengen van bovengrondse constructies. Bouwvoorschriften beschermingszone b – hogedruk hoofdgastransport- / hoofgasvoeidngsleiding: Op of in de als ‘beschermingszone b t/m g’ aangegeven gronden mag niet worden gebouwd, overeenkomstig artikel 30. 2. A. Aanlegvergunning: Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning), op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren, overeenkomstig artikel 30. 3. A: c. het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden of het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 30 cm; Artikel 30. 3. B. Het onder A. van dit lid bepaalde is niet van toepassing voor: b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis. Artikel 30. 3. C. De werken of werkzaamheden, als bedoeld onder A. van dit lid zijn slechts toelaatbaar, indien hierdoor geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de in lid I. genoemde leidingen.

Beschermingszone i - leidingstrook: Op of in de als ‘beschermingzone i’ aangegeven gronden mag niet worden gebouwd, overeenkomstig artikel 32. 3. A. Aanlegvergunning: Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning), op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren, overeenkomstig artikel 32. 4. A: c. het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden of het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 30 cm; Artikel 32. 4. B. Het onder A. van dit lid bepaalde is niet van toepassing voor: c. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; .

2

Artikel 32. 4. C. De werken of werkzaamheden als bedoeld onder A. van dit lid zijn slechts toelaatbaar, indien hierdoor geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de leidingenstrook. .

Op de volgende punten komt het plan niet overeen met de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Born - Geleen’. •

Artikel 20. 2 en 20. 4. 1

Dubbelbestemming Leiding – Gas, bouwen: Op de gronden met de bestemming ‘Leiding – Gas’ mag niet worden gebouwd (betreft hier alleen kleinwildtunnel), overeenkomstig artikel 20. 2, met dien verstande dat: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde welke noodzakelijk zijn voor de aanleg en het beheer en onderhoud van de leidingen wel zijn toegestaan; b. overige bebouwing is uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde - indien de onderliggende bestemming bebouwing toelaat - en die zijn overeengekomen met de leidingbeheerder. Aanlegvergunning: Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - gas', zonder of 3

•

Artikel 33. 10. 1

in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren, waaronder graaf- of grondwerkzaamheden of aanbrengen van voorwerpen die in de bodem worden gedreven of aanleggen van van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven en daarmee verband houdende constructies, overeenkomstig artikel 20. 4. 1 sub b, d en f. Vrijwaringszone – vaarweg: Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg' mogen geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken gerelateerd aan of ten behoeve van de betreffende vaarweg, overeenkomstig artikel 33. 10. 1.

Luchtfoto en kaart van de brug over het Julianakanaal tussen Obbicht (linksboven buiten foto en kaart) en Graetheide (rechts). Geheel links de Kingbeek

2. Ruimtelijke inpassing, toelichting en motivering Wij hebben beoordeeld of het ingediende plan past in de omgeving. Wij vinden het plan vanuit ruimtelijk oogpunt toch aanvaardbaar en verantwoord. Nut en noodzaak faunapassage Het Julianakanaal vormt een infrastructurele barrière, waardoor onder andere kleine marterachtigen in hun migratiemogelijkheden worden belemmerd. Door Sweco is een knelpuntanalyse opgesteld voor de ecologische verbindingszone IJze4

renbosch – Limbrichterbos – Grasbroek – Kingbeek (zie bijlage 1: ‘Uitgangspuntennotitie realisatie faunapassage brug Obbicht 20200407’). Deze verbindingszone is binnen het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) als een van de knelpunten aangeduid (knelpunt LI-18). Het MJPO zorgt voor ontsnippering van de natuur door het realiseren van onder andere ecoducten, ecoduikers, faunatunnels en makkelijk uittreedbare oevers rondom bestaande rijksinfrastructuur voor een scala van doelsoorten. Voor de ecologische verbinding IJzerenbosch – Kingbeek is overeenstemming gevonden met de begeleidingsgroep (zie bijlage 1) over de noodzaak voor het nemen van maatregelen voor een viertal knelpunten. Daarbij is voor de brug over het Julianakanaal bij Obbicht (knelpunt 4) overeenstemming gevonden over nut en noodzaak voor de aanleg van een faunavoorziening voor kleine marterachtigen langs deze brug. Vanuit het Grensmaasproject ligt er ook een opgave voor de aanleg van een loopstrook langs de brug Obbicht, voor terrestrische soorten, welke een sterk raakvlak heeft met de voornemens voor ontsnipperende maatregelen vanuit het MJPO. Vanuit beide opgaves wordt een gedragen oplossing voor het faciliteren van de doelsoorten zoals de bunzing, wezel en hermelijn noodzakelijk geacht.

Hierbij is overeenstemming gevonden over de inzet van een ecorand langs de rand van de brug Obbicht, zoals nader omschreven in het rapport Knelpuntanalyse LI-18.

Globale ligging ecologische verbindingszone IJzerenbosch – Kingbeek (zie bijlage 1)

Uitgangspunten, voorwaarden en eerste ontwerp Gelet op de voorwaarden en uitgangspunten bij het ontwerp van de faunapassage aan de brug (zie bijlage 1) dient er rekening gehouden te worden met de monumentale status van de brug, de constructieve aandachtspunten en de richtlijnen voor het ontwerp van de faunapassage.

In de presentatie faunapassage brug Obbicht (zie bijlage 2: ‘Presentatie faunapassage brug Obbikcht 6 april 2021_definitief 20210406’ en bijlage 3: ‘TE-GM-OVE-2458-A Situatie 5

overzichtstekening voor presentatie 20210415’) worden de mogelijkheden onderzocht voor deze ecologische verbinding. Daarbij is een passage aan de noordzijde van de brug een constructief haalbare variant. Beoordeling door Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 13 april 2021 Wij hebben het bouwplan de eerste keer op 13 april 2021 voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Het plan is als erfgoed behandeld. Hieronder leest u het advies van deze commissie. Beoordeling en advies 13. 04. 2021: akkoord onder voorwaarde Voorliggend plan voorziet in het aanbrengen van een faunapassage voor Marters langs de brug over het kanaal te Obbicht. Middels een planpresentatie wordt de commissie meegenomen in een variantenstudie die laat zien wat vanuit de techniek en vanuit het monumentale beeld van de brug, rekening houdend met het PvE van de passage, aan mogelijkheden zijn. Daarbij is gekomen tot de keuze voor het aanbrengen van de passage aan de nog vrije zijde van de brug daar waar de schilderwagen is gesitueerd. De schilderwagen wordt in verband met de kruising met de passage aangepast rekening houdend met het beeldbehoud van de wagen. De passage wordt uitgevoerd in een licht plaatmateriaal zoals aluminium of een composiet materiaal dat in elke gewenste kleur is uit te voeren.

De daglichtopeningen in de wand van de passage zijn afgestemd op de ritmiek van de kolommenstructuur van de brug. Het onderhouden van de passage is mogelijk vanuit de schilderwagen en bovenop middels deksels vanaf de brug. Een zelfstandig gepositioneerde faunapassage, los van de brug, is niet overwogen omdat de omvang van constructieve voorzieningen niet in verhouding zouden staan met de omvang van de passage zelf, waarbij nog geen rekening is gehouden met de gevolgen voor het scheepvaartverkeer. De commissie is het eens met de ontwerper dat de gekozen oplossing in deze situatie op de beste manier respect toont voor het monument. De commissie plaatst één opmerking ten aanzien van de kleur van de passage waarvoor zij vanwege de contrastwerking en het additionele karakter adviseert te kiezen voor een grijze kleur. Het plan voldoet daarmee onder voorwaarde aan redelijke eisen van welstand en uit oogpunt van monumentenzorg. Monumentenzorg Het plan voor de faunapassage is op hoofdlijnen voorgelegd aan Monumentenzorg Limburg ter bespreking. en om de te bekijken of de oplossingsrichting de juiste is. (zie bijlage 4: ‘Monumentenzorg bouwplanoverleg faunapassage brug Julianakanaal Obbicht def 20210527’).

Uit dit vooroverleg komt naar voren dat: de brug buiten de bebouwde kom staat en daarmee een advies van de provincie aan de orde is; advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) nodig is; de RCE vraagt om onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een zelfdragende constructie; de RCE er nog niet van overtuigd is dat de passage op gelijke hoogte moet hangen als de gasleiding; de gemeente nog onderzoek doet naar de historie van de brug. Uit de bijlagen bij het verslag wordt duidelijk dat de brug in een gebied ligt waar verschil6

lende natuur- en landschapszones samenkomen. Goud- en zilvergroene natuurzones aan de westzijde van de brug en bronsgroene landschapszone en het buitengebied aan de oostzijde van de brug. Het realiseren van een de faunapassage geeft invulling aan de provinciale opgave ten aanzien van vitale natuur ten behoeve van behoud en herstel van de biodiversiteit in Limburg. Met de aanleg van de faunapassage maken we een robuuster en duurzamer netwerk van natuurgebieden als basis voor behoud en herstel van de voor Limburg kenmerkende flora, fauna en leefgebieden. In dit geval betreft dit leefgebieden in de goudgroene, zilvergroene en bronsgroene natuurzone. Verder volgt uit de bij het verslag gevoegde monumentgegevens de waardering van het rijksmonument. De stalen boogbrug is van cultuur- en architectuurhistorisch belang en bezit ensemblewaarde. Vanwege de gave staat en de architectuurhistorische zeldzaamheid is de stalen boogbrug ook van algemeen belang. Waardestellend bouwhistorisch onderzoek Er is door het Monumenten Adviesbureau (MAB) een waardestellend bouwhistorisch rapport opgesteld (zie bijlage 5: ‘Waardestellend bouwhistorisch onderzoek brug Obbicht 20210415’). Daarin wordt aangegeven dat het van belang is om naast te kijken vanuit technische en praktische invalshoeken, ook vanuit de optiek van monumentenzorg het effect van de faunapassage op het monumet te toetsen.

Voor de faunapassage blijft om technische en praktische redenen alleen de optie aan de noordzijde van de brug over. Het nadeel van deze plaatsing is ten eerste dat het bordes met trap van de oorspronkelijke verfwagen (onderdeel met hoge monumentwaarde) dan moet worden aangepast (80 cm naar buiten verschoven). Verder heeft deze constructie impact op het aanzicht van de brug, waarbij het thans nog aan de noordzijde gaaf bewaard gebleven beeld met het transparante karakter van met name de zône met de balustrade verstoord raakt. Toevoeging van de faunapassage aan de brug moet dan ook gezien worden als een aantasting van monumentale waarden. Om deze ingreep desondanks te verantwoorden moet aangetoond worden dat de passage een noodzakelijke, binnen het natuurbehoud belangrijke toevoeging is. Dat de faunapassage voor het natuurbehoud een belangrijke toevoeging is, is hierboven onder het kopje ‘Nut en noodzaak faunapassage’ en onder het kopje ‘Monumentenzorg’ nader toegelicht. Aanbevelingen Aanbevolen wordt om - als de noodzaak en het belang van de faunapassage duidelijk is – de ingreep/toevoeging dusdanig uit te voeren dat de aantasting van waarden tot een minimum wordt beperkt. Ten eerste zou dan bij aanpassing van het bordes met trap van de verfwagen zoveel mogelijk de bestaande onderdelen binnen een uitgelegde constructie moeten worden geïntegreerd.

Ten tweede kan de afwerking van de faunapassage dusdanig worden afgewerkt dat die in het beeld zoveel mogelijk wegvalt. In een eerder advies van de commissie is gesuggereerd om de faunapassage in een afwijkende neutrale kleur uit te voeren. Men kan zich echter voorstellen dat een op de onderbouw (groene afwerking) van de brug afgestemde kleur juist beter past in het totaalbeeld. Het bouwhistorisch bureau geeft aan dat de kleur niet afwijkend hoeft te zijn, omdat van de faunapassage duidelijk zichtbaar is dat het geen oorspronkelijk element is. Het beperken van de 7

aantasting van het beeld acht het bureau van groter belang. Men doet daarbij de aanbeveling om te bezien of de gasleiding eveneens in de groene tint af te werken (zie bijlage 5). Monumentenbeleid De adviezen en aanvullend bouwhistorisch onderzoek met aanbevelingen zijn opnieuw afgezet tegen het monumentenbeleid. Vanuit monumentenbeleid heeft een groene tint, aansluitend bij de onderbouw van de brug, de voorkeur. Ten eerste: Het additionele karakter van de faunapassage is namelijk al herkenbaar, zoals wordt bevestigd in het rapport van MAB. Ook in een kleur die zich voegt naar het bestaande (witte of groene tint) is zichtbaar dat de passage geen oorspronkelijk element is. De (eigentijdse) toevoeging heeft geen hoge eigen ontwerpkwaliteit, maar blijft, ondanks de inspanningen respect te tonen aan het rijksmonument, een verstorend element. Het dient zich daarom vanuit monumentenbeleid zo veel mogelijk te voegen naar de waarden van de rijksmonumentale brug. Ten tweede levert de groene tint zowel aansluiting als contrast. Ons inziens levert de groene tint op de faunapassage een sterk en rustig beeld op, dat wellicht aan de reacties van beide adviesorganen kan voldoen. Het sluit namelijk in zekere zin aan bij de opmerkingen van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit dat de faunapassage qua kleur mag contrasteren.

Terwijl het tegelijk past bij het advies van de Rijksdienst om de visuele impact zo veel mogelijk te beperken. Met het voorstel van een groene afwerking voegt de passage zich naar de onderbouw van de brug, maar levert tegelijk tóch het door de ARK gewenste contrast met de cultuurhistorisch waardevolle witte stalen boog- en vakwerkconstructie. Tegengestelde adviezen Vanuit de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) werd in de eerdere bespreking van het schetsplan op 13 april 2021 voorgesteld om de faunapassage in een grijze kleur uit te voeren vanwege de contrastwerking en het additionele karakter. Vervolgens is het plan op 21 april 2021 besproken met Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en provincie Limburg (zie bijlage 4). Vanuit de adviseurs van de RCE is in het vooroverleg geadviseerd om de visuele impact zo veel mogelijk te beperken. Overigens is in dit overleg de kleur wit genoemd, als voorbeeld van aansluiting bij de bestaande kleur. Deze kleur is echter niet in het verslag vastgelegd. Dit lijken (schijnbaar) tegengestelde adviezen. Vandaar dat het plan op dit onderdeel nogmaals werd voorgelegd aan de ARK, waarbij bovendien aanvullend onderzoek beschikbaar werd gesteld.

De commissie heeft kennis kunnen nemen van het waardestellend bouwhistorisch rapport van MAB (Monumenten Adviesbureau) en de in het laatste hoofdstuk hiervan vermelde aanbevelingen (zie bijlage 5). Beoordeling door Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 28 september 2021 Wij hebben het bouwplan op 28 september 2021, in verband met de kleurstelling van de toe te voegen faunapassage, een tweede keer voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Hieronder leest u het advies van deze commissie. Advies De commissie is van mening dat, afgezet tegen de criteria in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, 8

het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Toelichting Eerder advies 13. 04. 2021: Zie de eerder vermelde notulen onder het kopje ‘Beoordeling en advies 13. 04. 2021’. .

Beoordeling en advies 28. 09. 2021 : akkoord Voorliggend plan is door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit getoetst aan de hand van de vaste criteria en de gebiedskarakteristieken zoals vastgesteld in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en aan de uitgangspunten in de beleidsnota Archeologie en monumenten. De commissie is van oordeel dat onderhavig ontwerp voor het wijzigen van de gevel voldoet aan redelijke eisen van welstand en uit oogpunt van monumentenzorg. De ARK en RCE zitten op een lijn wat het contrastwerking van de kleur van de faunapassage ten opzichte van de kleur van de brug. In het bouwhistorisch onderzoeksrapport van MAB wordt de groene tint van de onderbouw van de brug als voorkeur genoemd, hetgeen ook de voorkeur heeft vanuit het monumentenbeleid. Voorstel is om alle later aan de brug toegevoegde en daardoor niet monumentale delen zoals de gasleiding en de faunapassage overeenkomstig de groene kleur van de onderbouw uit te voeren. De commissie is akkoord met dat voorstel. Notitie aanbevelingen faunapassage In een notitie met aanbevelingen en vragen (zie bijlage 6: ‘118474-21-013. 160-notc01 Aanbevelingen, vragen m. b. t. faunapassage brug Obbicht 20210831’) geeft raadgevend ingenieursbureau Witteveen+Bos in afstemming met u aan dat: 1.

Nut en noodzaak van de faunapassage in voldoende mate zijn aangetoond als beschreven in de door Sweco opgestelde notitie van 7 april 2020 (zie bijlage 1), waarin de faunapassage deel uit maakt van het Meerjarenprogramma Ontsnippering en een belangrijke schakel is om de barrièrewerking van het Julianakanaal weg te nemen. Door ons wordt nut en noodzaak van de passage onderschreven. 2. De gastransportleiding die eigendom van de Gasunie is en waarvan wordt aanbevolen om deze leiding in dezelfde kleur te verven als de aan te brengen faunapassage, geen onderdeel van uw opgave is. In een eventueel toekomstig onderhoud aan de gasleiding kan altijd nog een andere kleur gegeven worden. 3. Ten aanzien van de verlenging en aanpassing van het bordes met trap van de verfwagen om de inpassing van de faunapassage mogelijk te maken en waarbij zoveel mogelijk de bestaande onderdelen binnen een uitgelegde constructie moeten worden geïntegreerd, blijkt uit een inspectierapport van Rijkswaterstaat dat een aantal materialen van onderdelen niet her te gebruiken is. Het overgrootste deel van de materialen kan wel worden hergebruikt. Daarnaast zal de herstelde inspectiewagen moeten voldoen aan de constructieve veiligheid en aan de Arbo-eisen voor gebruik. Het historische karakter van de inspectiewagen zal zoveel als mogelijk intact gelaten worden.

Dit zal in de fabriek bepaald worden en wordt in het bestek voor het aanbrengen van de faunapassage en daarmee ook het aanpassen van de inspectiewagen opgenomen. 4. Onderzoek naar een zelfdragende constructie voor de faunapassage die zelfstandig nabij de brug wordt geïnstalleerd op zich constrructief mogelijk is, maar dat dit een dure constructie wordt waarvoor geen budget is en die bovendien op voldoende afstand van de brug moet komen om het beeld van de verkeersbrug niet te verstoren. Tevens betekent dit dat er lange toegangszones aan weerszijden van de brug moeten komen om de doelsoorten naar de verder weg gelegen faunapassage te gelei9

den. Als in de toekomst het toch wenselijk is een zelfstandige constructie te realiseren dan kan dit, maar vraagt afstemming met diverse partijen. 5. Met betrekking tot de hoogteligging van de faunapassage het voorstel is om de passage aan de noordzijde op een gelijke wijze als de gastransportleiding aan de zuidzijde van de brug te bevestigen. De RCE is er echter nog niet van overtuigd dat de passage op gelijke hoogte moet hangen als de gasleiding. Ook de gemeente is hier niet van overtuigd. Natuurlijk moet het constructief mogelijk zijn en moet de werking van de inspectiewagen gewaarborgd blijven, maar er is nog een niet nader onderzochte mogelijkheid om de faunapassage te laten zakken door deze onder de consoles te bevestigen in plaats van er bovenop, zoals wordt aangegeven aan het eind van de notitie. Een extra reden om de faunapassage te laten zakken is dat deze grotere afmetingen heeft dan de gastransportleiding en indien de passage bovenop de consoles wordt aangebracht, de bovenkant van de passage daarmee hoger komt te liggen dan de bovenkant van de in de consoles ingelaten gastransportleiding.

Brug Obbicht gezien vanaf het wegdek in westelijke richting met links de gastransportleiding

In een samenvattende memo toelichting (zie bijlage 7 ‘Toelichting faunapassage brug Obbicht_23022022’) worden nut en noodzaak nog eens toegelicht, worden de mogelijke alternatieven beschouwd, worden impressies in verschillende kleurstellingen getoond en wordt nog een verdere constructieve onderbouwing van de faunapassage gegeven.

3. Medewerking aan de faunapassage Voorwaarden i. v. m. monumentale status brug Gelet op het bovenstaande vinden wij dat – onverlet de strijdigheid met de regels van de vigerende bestemmingsplannen - aan het realiseren van de faunapassage medewerking verleend kan worden onder de volgende voorwaarden: A. Nut en noodzaak van de faunapassage moeten voldoende aangetoond zijn. Om de faunapassage als ingreep te verantwoorden, moet aangetoond worden dat de passage een noodzakelijke, binnen het natuurbehoud belangrijke toevoeging is. Gelet op het bovenstaande en de bijlagen is daar sprake van. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning dienen de betreffende rapporten (inclusief Knelpuntanalyse LI-18) overgelegd te worden; 10

B. Er dient rekening gehouden te worden met de monumentale status van de brug bij de verdere uitwerking van het ontwerp van de faunapassage. De ingreep/toevoeging dient dusdanig uitgevoerd te worden, dat de aantasting van monumentale waarden tot een minimum wordt beperkt. Daarbij zijn met name de volgende drie voorwaarden van belang; C. Bij aanpassing van het bordes met trap van de inspectiewagen, moeten zoveel mogelijk de bestaande onderdelen binnen een uitgelegde constructie worden geïntegreerd. Het historische karakter van de inspectiewagen dient zoveel als mogelijk intact gelaten te worden; D. De ARK en RCE zitten op een lijn met betrekking tot contrastwerking van de kleur van de faunapassage ten opzichte van de kleur van de brug. In het bouwhistorisch onderzoeksrapport van MAB wordt de groene tint van de onderbouw van de brug als voorkeur genoemd, hetgeen ook de voorkeur heeft vanuit het monumentenbeleid. Bij het definitieve ontwerp dient de faunapassage in een groene tint uitgevoerd te worden overeenkomstig de groene kleur van de onderbouw van de brug; E. Het is mogelijk de faunapassage onder de consoles te bevestigen in plaats van er bovenop, waardoor de passage zo dicht mogelijk bij de onderbouw van de brug komt te liggen. In het definitieve ontwerp van de faunapassage dient dit onderzocht en verwerkt te worden. Zie ook het advies van de RCE en de gemeente hierover.

Zijaanzicht faunapassage vanuit het noorden in de kleur groen (in lijn met onderbouw brug)

Afwijken van de bestemmingsplannen Zoals eerder in deze brief is aangegeven is het plan voor een faunapassage strijdig met de regels van de twee bestemmingsplannen. Er zijn een aantal vrijstellingen opgenomen in de bestemmingsplannen ‘Grensmaas deelgebied Sittard-Geleen’ en ‘Buitengebied Born – Geleen’. Deze binnenplanse vrijstellingen of afwijkingen van de bestemmingsplannen zijn niet toereikend om aan het plan voor het realiseren van de faunapassage medewerking te verlenen. Wat wel algemeen wordt aangegeven is dat vrijstelling of afwijking van het bestemmings11

plan alleen mogelijk is als de beheersinstantie van de gastransportleiding en van de leidingstrook evenals de beheerder van de vaarweg gehoord worden, positief adviseren en dat de beslissing met betrekking tot de vrijstelling of afwijking en de omgevingsvergunning aan de beheersinstantie wordt meegedeeld. De faunapassage kan gerangschikt worden onder de categorieën gevallen waarin voor planologische gebruiksactiviteiten een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2. 12, eerste lid, onder a, onder 2,o van de Wabo kan worden verleend (kleine buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan).

4. Gebruik gronden of bouwwerken in strijd met bestemmingsplan Volgens artikel 1 lid 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) worden hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein gemeten, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. De hoogte van de faunapassage is daarmee niet hoger dan 10 m (gemeten vanaf het jaagpad langs het kanaal onder de brug of gemeten vanaf een hoger gelegen aansluitend afgewerkt terrein). Vanaf het wateroppervlak gemeten wordt de hoogte van de faunapassage op circa 11 m geschat. De oppervlakte van de faunapassage blijft (inclusief de twee kleinwildtunnels) mogelijk net onder 50 m 2 indien de lengte van de passage langs de brug beperkt blijft tot 50 m.1 (0,57 m x 50 m + 0,70 m x (20 m + 10 m) = 49,5 m)2 Daarmee is mogelijk artikel 4 lid 3 van bijlage II Bor ex artikel 2. 12 lid 1a2 o Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing als de oppervlakte van het bouwwerk niet meer dan 50 m 2 bedraagt. Dit zal bij het definitief ontwerp van de faunapassage nog nader gecontroleerd worden.

Daarmee zou bij de aanvraag om omgevingsvergunning de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing zijn, maar vanwege het rijksmonument (zie onder punt 8 ‘rijksmonument’ is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Indien de oppervlakte van de faunapassage meer is dan 50 m,2 dan is ook voor de planologische gebruiksactiviteit de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing en dient bij de aanvraag om omgevingsvergunning een ruimtelijke onderbouwing ingediend te worden.

5. Planschadeverhaalsovereenkomst Door middel van een met u te sluiten planschadeverhaalsovereenkomst moet vast komen te staan dat eventuele schadeclaims voor rekening van de aanvrager komen. De planschadeverhaalsovereenkomst is bij deze brief gevoegd (zie bijlage 8). Wij vragen u het exemplaar te (laten) ondertekenen, te scannen en bij de (digitale) aanvraag omgevingsvergunning te voegen. Zonder planschadeovereenkomst verlenen wij geen medewerking aan het plan, wij moeten de omgevingsvergunning dan weigeren. Bent u (particuliere aanvrager) gehuwd in gemeenschap van goederen? Dan moet de overeenkomst door beide partners worden ondertekend. Wij vragen u er op te letten dat de naam van de aanvrager en de projectomschrijving van de vergunningaanvraag overeenkomen met die van het schetsplan en de planschadeverhaalsovereenkomst.

6. Conclusie Gelet op hetgeen in deze brief gemotiveerd en toegelicht is en onder de daarbij vermelde voorwaarden (A t/m E), zijn wij in principe bereid medewerking aan het plan te verlenen. 12

Artikel 2. 12 lid 1a2 van de Wabo biedt daarvoor vooralsnog de mogelijkheid. De activiteit ‘gebruik gronden of bouwwerken in strijd met bestemmingsplan’ moet straks onderdeel uitmaken van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Wij merken op dat daaraan extra legeskosten zijn verbonden. 7. Nog niet starten met werkzaamheden Ook al heeft de ARK het bouwplan goedgekeurd en zijn wij in principe bereid om aan het plan medewerking te verlenen, er mag pas gestart worden met de werkzaamheden nadat wij hiervoor een omgevingsvergunning hebben verleend. Wij bepalen pas bij de officiële aanvraag om een omgevingsvergunning of het plan aan de andere criteria van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voldoet.

8. Aanvragen omgevingsvergunning en activiteiten De omgevingsvergunning kan nu worden aangevraagd. Houd daarbij rekening met alle opmerkingen in deze brief. In de aanvraag om omgevingsvergunning dienen de onderstaande activiteiten aangevraagd te worden. Rijksmonument Voor de faunapassage langs de brug (inclusief aanpassen onderhoudswagen) is een omgevingsvergunning nodig voor de activiteit ‘handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten’ (voorheen monumentenvergunning) vanwege het bouwen in, aan, op of bij een beschermd (rijks)monument. Uit artikel 3. 10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo volgt dat voor het wijzigen van een rijksmonument de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is als krachtens artikel 2. 26, derde lid, van de Wabo een adviseur is aangewezen. Er is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6. 4, eerste lid, aanhef en onder a en b van het Bor. Met SAM Limburg (Steunpunt Archeologie & Monumentenzorg Limburg) heeft inhoudeljik afgestemming plaatsgevonden. Het SAM Limburg geeft aan dat de wijziging valt te beschouwen als een ingrijpende wijziging waarvoor een RCE advies aan de orde is. Tevens wordt de faunapassage buiten de bebouwde kom gerealiseerd. Daarmee dient advies gevraagd te worden aan de RCE en aan de provincie Limburg en is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing.

Bouwen en aanleggen Daarnaast is bij het realiseren van de faunapassage zowel sprake van (ver)bouwen als van aanleggen. Van aanleggen is sprake als er graaf- of grondwerkzaamheden plaatsvinden of voorwerpen in de bodem worden gedreven. De faunapassage die aan de brug wordt bevestigd is een bouwwerk. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning dient de activiteit ‘het (ver)bouwen van een bouwwerk’ aangevraagd te worden. Dit is ook van toepassing op de onderhoudswagen die aan de brug hangt. Mogelijk worden er daarnaast werken of werkzaamheden uitgevoerd nabij de landhoofden en onder de toegangswegen naar de brug in verband met het aanbrengen van twee kleinwildtunnels. Deze werken of werkzaamheden zijn mogelijk van ondergeschikte betekenis. Dan is een verbod om zonder ‘aanlegvergunning’ werken of werkzaamheden uit te voeren niet van toepassing. Zijn de werkzaamheden niet van ondergeschikte betekenis dan dient de activiteit ‘het uitvoeren van werken of werkzaamheden’ aangevraagd te worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning. De kleinwildtunnels kunnen gezien worden als bouwwerken ten behoeve van een infra13

structerele of openbare voorziening, voor zover het betreft ondergrondse buis- en leidingstelsels, overeenkomstig artikel 2 lid 18 sub d van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daarmee zou voor de kleinwildtunnels voor de bouwactiviteit en voor de planologische gebruiksactiviteit geen omgevingsvergunning vereist zijn, mede gelet op artikel 4a lid 1 sub b onder 2 o van bijlage II Bor, waarin aangegeven wordt dat deze bepaling ook van toepassing is bij (in de buurt van) een monument. Echter beide kleinwildtunnels worden aangelegd in de beschermingszone van de gasleiding en gelet op artikel 5 lid 3 sub b van bijlage II Bor is voor deze tunnels daardoor ook een omgevingsvergunning nodig voor beide eerder vermelde activiteiten (bouwactiviteit en planologische gebruiksactiviteit). Strijd met bestemmingsplan Vanwege de diverse in de vigerende bestemmingsplannen opgenomen bouw- en gebruiksverboden is ook de activiteit ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’ van toepassing. Samengevat Voor het realiseren van de faunapassage is een omgevingsvergunning nodig voor de volgende activiteiten: 1. het (ver)bouwen van een bouwwerk (artikel 2. 1 lid 1 sub a Wabo); 2. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (artikel 2. 1 lid 1 sub b Wabo); 3.

het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (artikel 2. 1 lid 1 sub c Wabo). 4. het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht (artikel 2. 1 lid 1 sub f).

9. Aandachtspunten bij indienen aanvraag omgevingsvergunning Digitaal indienen De gemeente Sittard-Geleen werkt zoveel mogelijk digitaal. Wij vragen u daarom om de aanvraag voor de omgevingsvergunning digitaal in te dienen via het ‘Omgevingsloket online (OLO). U vindt het loket op www. omgevingsloket. nl. Misschien heeft u geen mogelijkheid om de aanvraag via het OLO in te dienen. Neem in dat geval even contact op met het team Vergunningen, op werkdagen te bereiken via het algemene telefoonnummer van de gemeente (14 046). Andere toestemmingen of vergunningen Voor de uitvoering van het plan zijn er misschien naast een omgevingsvergunning voor ‘bouwen’ en/of 'gebruik gronden of bouwwerken in strijd met bestemmingsplan’ ook andere toestemmingen nodig die binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vallen. Denk bijvoorbeeld aan een omgevingsvergunning voor het maken of veranderen van een uitweg, kappen of brandveilig gebruik. Of een melding voor slopen of brandveilig gebruik. Wilt u weten of een of meer van deze toestemmingen nodig zijn? Doe dan de vergunningencheck van het OLO. Bovendien kan er naast de omgevingsvergunning ook een aansluitvergunning riolering en/of een vergunning voor het gebruik van gemeentegrond nodig zijn. Meer informatie hierover vindt u op onze gemeentelijke website www. sittard-geleen. nl.

14

Leges Aan het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning kosten verbonden. De tarieven van de verschillende activiteiten van de omgevingsvergunning vindt u ook op onze website.

zijn

Vraag op tijd aan Wij adviseren u om de vergunningaanvragen en/of meldingen die nodig zijn voor het plan op tijd in te dienen. Zo voorkomt u vertraging en/of onverwachte tegenvallers. Archiveren schetsplan Wij bewaren dit schetsplan twee jaar in ons archief. Hebben wij voor dit plan binnen twee jaar na de verzenddatum van deze brief geen aanvraag om een omgevingsvergunning van u ontvangen? Dan vernietigen wij de stukken van het schetsplan.

10. Vragen? nog vragen heeft over deze brief kunt u contact opnemen met mijn collega (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) die op werkdagen bereikbaar is via telefoonnummer (geanonimiseerd) U kunt ook een e-mail sturen naar (geanonimiseerd) esittard-geleen.nl. Vermeld bij vragen altijd het dossiernummer SP21.0082. Als

u

nn

Met

WM

nT

vriendelijke groet,

Burgemeester

en

wethouders

van

Sittard-Geleen

dezen,

namens

Teammanager

vergunningen

(geanonimiseerd)

en

parkeren

Bijlagen 1. 2.

3. 4.

sa 7.

8.

Uitgangspuntennotitie realisatie faunapassage brug Obbicht 20200407 Presentatie faunapassage brug Obbicht 6 april 2021_definitief 20210406 TE-GM-OVE-2458-A Situatie overzichtstekening voor presentatie 20210415 Monumentenzorg bouwplanoverleg faunapassage brug Julianakanaal Obbicht def 20210527 Waardestellend bouwhistorisch onderzoek brug Obbicht 20210712 118474-21-013.160-notc01 Aanbevelingen, vragen m.b.t. faunapassage Obbicht 20210831 Toelichting faunapassage brug Obbicht 20220223 Planschadeverhaalsovereenkomst

brug

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=29780e3f-9bca-45f4-8338-8db7b64b34a5