Raadsbesluit initiatiefvoorstel D66 (ingetrokken)
Tekst van het document
De Raad van de gemeente Sittard-Geleen,
Gelezen het initiatiefvoorstel bomen van D66 en GroenLinks/PvdA;
b e s l u i t :
1. Een addendum op de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen vast te stellen inhoudende dat de onderstaande aangepaste artikelen 4:11 en 4:12a van de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen in de plaats treden van de huidige artikelen 4:11 en 4:12a:. Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Het verbod geldt niet voor houtopstanden die op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd, tenzij de houtopstand voorkomt op de door het college vastgestelde lijst van waardevolle of beeldbepalende bomen, indien het betreft: a. populieren en wilgen als wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; b. vruchtbomen (laagstam) en windschermen om boomgaarden; c. fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed; e. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; f. houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; g.
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. een houtopstand in een tuin en erf behorende bij een woning waarbij het oppervlak van het perceel (erf inclusief bebouwing) kleiner dan 200 m² is, tenzij de houtopstand voorkomt op de door het college vastgestelde lijst van monumentale en waardevolle bomen en na het doorlopen van een vergunningscheck, inclusief BeSi; b. bomen in de openbare ruimte, in eigendom van de gemeente en behorende tot de in het kader van het bomenbeleidsplan vastgestelde tertiaire boomstructuur, die in het licht van de uitvoering van een (her)inrichtingsplan of het uitvoeringsplan bomenbeheer na samenspraak met de buurtbewoners en na het doorlopen van een vergunningscheck, inclusief BeSi, dienen te worden gekapt;
c. houtopstanden op industrieterreinen van meer dan 1 ha oppervlakte waarvoor het college een groenbeheerplan heeft goedgekeurd, tenzij de houtopstand voorkomt op de door het college vastgestelde lijst van waardevolle of beeldbepalende bomen; d. gemeentelijke bomen in de tertiaire boomstructuur die na toepassing van de criteria ten aanzien van monumentaal en waardevol niet als zodanig in de vastgestelde lijst van waardevolle en monumentale bomen kunnen voorkomen, na het doorlopen van een vergunningscheck, inclusief BeSi, en na samenspraak met buurtbewoners. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: a. Houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:12b en 4:12d; b. Het periodiek vellen van hakhout, een houtwal of een beplanting van bosplantsoen ter uitvoering van regulier onderhoud; c. Het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten. d. Het dunnen van houtopstand. 5. Waar mogelijk wordt aangestuurd op het vervangen van de te vellen houtopstand, rekening houdend met “de juiste boom op de juiste plek” en de “groene lijst” van Natuur & Milieu in het kader van de biodiversiteit. Artikel 4:12a Weigeringsgronden 1.
Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer: a. natuur- en milieuwaarden van de houtopstand; b. landschappelijke waarden van de houtopstand; c. waarden van stads- en dorpsschoon van de houtopstand; d. Houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin van de natuurbeschermingswet; e. cultuurhistorische waarden van de houtopstand; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid van de houtopstanden. 2. Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of het onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Zij verwijst zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen en de daarin vermelde in het eerste lid genoemde waarden. Daarnaast wordt ook de lokale invloed meegenomen van de betreffende boom op het leef- of verblijfsklimaat, waaronder het straatbeeld. 3. Voor houtopstanden voorkomende op de gemeentelijke lijst van monumentale en waardevolle bomen (zie ook artikel 4:12f, eerste lid) wordt in beginsel geen vergunning verleend. 4. Een vergunning kan worden geweigerd indien de uitvoering van projecten nog niet voldoende concreet is of benodigde toestemmingen nog niet definitief zijn. 5.
Een vergunning kan worden geweigerd indien de aanvrager van de vergunning niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid heeft gemeld van een monumentale en waardevolle boom of anderszins waardevolle houtopstand aan het bevoegd gezag. 6. Een vergunning kan worden geweigerd indien het ingediende groenplan niet door het bevoegd gezag is goedgekeurd. 2. dit addendum in werking te laten treden op de dag na bekendmaking; 3. dit addendum van kracht te laten zijn tot de vaststelling van het nieuwe bomenbeleid (i.c.m. de voorgenomen groenagenda); 4. de inhoud van het addendum duidelijk te communiceren naar de inwoners, teneinde misverstanden te voorkomen die leiden tot ongeoorloofde bomenkap door particulieren.
Aldus besloten door de raad der gemeente Sittard-Geleen in zijn vergadering van 30 mei 2024.
De griffier,
De voorzitter,
mr. N.A.P.G. Bisschoff
mr. J.Th.C.M. Verheijen