Position paper fase 1 WZL 03-08-2023
Tekst van het document
Position Paper Warmtenet Zuid Limburg Inleiding Op 1 januari 2023 is het traject gestart m.b.t. een grootschalig warmtenet in Zuid-Limburg. In fase 1 van het traject Warmtenet Zuid-Limburg (WZL) werd beoogd de benodigde kennis, kunde, uitvoeringskracht en financiële slagkracht bij elkaar te brengen in de vorm van een nieuw partnership met als doel het realiseren van een regionaal duurzaam warmtenet in Zuid-Limburg. Hierbij is rekening gehouden met de publieke rol inzake warmte-infrastructuur conform aankomende Wet collectieve Warmtevoorziening (Wcw). Fase 1 van dit traject (kwartiermaken) is afgerond met de oplevering van het rapport beschrijft alle processtappen en resultaten van fase 1. Voor een uitgebreid overzicht van de resultaten wordt verwezen naar dit eindrapport. Dit paper beschrijft beknopt de bestuurlijk relevante resultaten m.b.t. voorgenoemde doelstelling en sluit af met een conclusie voor het vervolg van het traject.
Doelstellingen Gemeenten in de WZL-scope zien WZL als essentieel voor betaalbare realisatie van de lokale transitievisie warmte in de verstedelijkte gebieden. Chemelot-bedrijven kunnen WZL inzetten voor verduurzaming van processen door restwarmte te leveren; grotere procesefficiency helpt aan milieuwetgeving te voldoen en leveren van betaalbare warmte vergroot het lokale draagvlak. De Provincie Limburg focust op klimaatdoelstellingen met behoud van werkgelegenheid, landschap en leefkwaliteit. Voor netbeheerder Enexis verhoogt het warmtenet de netflexibiliteit en voorkomt extra druk op het elektriciteitsnetwerk. Toekomstige warmtenet gebruikers krijgen stabiliteit, kostenefficiëntie en duurzaamheid. Ze zijn onmiddellijk van het aardgas af, maar kunnen wel hun vastgoed op hun eigen tempo verduurzamen. In essentie is WZL dus veel meer dan alleen een warmtenet. Het is een project dat de socioeconomische belangen en klimaatdoelstellingen van een veelheid aan Zuid-Limburgse stakeholders verenigt en daarmee sterk bijdraagt aan een duurzamere toekomst voor de regio.
Schets WZL Op basis van de uitkomsten van fase 1 in het WZL-proces kan een schets van het benodigd bedrijf voor een regionaal warmtenet voorgesteld worden.
Organisatie Voor het Warmtenet Zuid-Limburg wordt voorgesteld om een zelfstandige uitvoeringsorganisatie op te richten, als een consortium van publieke partijen. Het uitgangspunt is de oprichting van een zelfstandige overheids-BV. Deze structuur is bedoeld om adequate onafhankelijke sturing mogelijk te maken. De organisatie heeft op termijn eigen personeel en een eigen directievoering. In lijn met de Wet Collectieve Warmtevoorziening (Wcw) zal WZL invulling geven aan publiek eigendom van warmteinfrastructuur. Publieke partijen zullen samen, te allen tijde ten minste het meerderheidsbelang binnen de organisatie in handen hebben. De vereisten zijn naast een onafhankelijkheid, ten dienste van het maatschappelijk belang, eenvoudige schaalbaarheid, met de nadruk op stabiliteit in zeggenschap en het vermijden van onnodige transactiekosten bij opschalen en/of het toetreden van nieuwe partners. Ook in lijn met de Wcw is het streven om het bedrijf zoveel mogelijk als integraal 1
bedrijf in de warmteketen te laten functioneren. Enkel de hoofdtransport-infrastructuur vormt daarop een mogelijke uitzondering als mogelijkheid tot splitsing.
Regievoering gemeenten De gemeenten voeren de regie over de warmtetransitie op het eigen grondgebied. Zij wijzen in de vorm van warmtekavels gebieden aan waar een warmtenet ontwikkeld kan worden. Daartegenover staat WZL als een zelfstandig publiek warmte uitvoeringsbedrijf. Voordat WZL wordt opgericht, dienen de leidende principes op basis waarvan WZL zal opereren gezamenlijk vastgelegd te worden in een uitvoeringskader. Het is belangrijk dat er overeenstemming is, voor aanvang, met betrekking tot de manier waarop er gekeken wordt naar bijvoorbeeld het tot stand komen van de tariefstelling, wanneer er wel of niet sprake kan zijn van socialisatie, onder welke voorwaarden het WZL zal overgaan tot een investeringsbesluit, op welke manier gemeenten zeggenschap kunnen uitoefenen en welke verplichtingen gemeenten hebben met oog op een succesvolle realisatie op het eigen grondgebied.
Duurzaamheid Duurzaamheid is een essentieel aspect van het WZL. Met oog op het verduurzamen van het netwerk dient rekening gehouden te worden met het gradueel afnemen van de leveringstemperatuur in de loop van de komende decennia. Het startpunt van WZL is onbenutte fossiele restwarmte met als gevolg forse aardgas- en CO2-reductie. Als Chemelot verduurzaamt, zal de restwarmte die zij produceren ook volledig duurzaam zijn. Hoewel het uitgangspunt op termijn 100% duurzame Chemelot restwarmte is, mag er geen “lock-in” effect zijn m.b.t. Chemelot. Dit wil zeggen dat hetzelfde vermogen dat Chemelot levert als restwarmte, te allen tijde in de vorm van andere, duurzame bronnen ontwikkeld moet kunnen worden.
Bedrijfsvoering WZL Bij de bedrijfsvoering van WZL staan de volgende principes centraal met oog op maximaliseren van maatschappelijke baten; focus op verduurzamen van de bestaande gebouwde omgeving, een kostendekkende organisatie zonder winstoogmerk, en een efficiënte werking met oog op zo laag mogelijke kosten voor burgers. Dit moet uitmonden in een uniform, stabiel en aantrekkelijk aanbod voor de geleverde warmte. Het uitgangspunt is een vrijwillige overstap naar duurzame warmte. Dit sluit inzet van de Wgiw1 niet uit; indien een ruime meerderheid in een gebied aansluit zullen ook de overblijvers op een redelijke termijn van aardgas afgaan. Daarbij is er wel steeds keuzevrijheid tussen een eigen oplossing en het warmtenet. Tijdens de ontwikkelfase wordt een geschikte propositie opgesteld om te zorgen voor grootschalige vrijwillige aansluiting op het warmtenetwerk. Zolang het WZL hier niet in slaagt is een regionaal netwerk niet zinvol, en is het niet verantwoord om over te gaan tot investeringen. De grootste opgave ligt in de bestaande gebouwde omgeving, waarvan de meerderheid bestaat uit particuliere woningbezitters.
Positie private partijen De rol van private partijen dient goed afgewogen te worden tijdens de volgende fases van de ontwikkeling. Marktpartijen zijn als opdrachtnemers onontbeerlijk in het ontwikkelen van het warmtenet vanaf ontwerp tot realisatie. Ook kunnen ze voor exploitatie en dienstverlening ingezet worden.
1
Wgiw: Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie; beoogde wetgeving waarmee gemeenten gebieden kunnen aanwijzen waarin er van aardgas afgegaan wordt.
2
Indien een private partij echter positie inneemt als aandeelhouder, bijvoorbeeld via een publiekprivate samenwerking (PPS), dan heeft dit verstrekkende gevolgen. Voordelen zoals versnelling door inbreng van eigen middelen, spreiding van risico’s en inbreng van kennis en expertise dienen zorgvuldig afgewogen te worden tegenover commerciële rendementseisen en -leges, juridische gevolgen i.k.v. wet- en regelgeving rondom staatssteun en conflicterende belangen van aandeelhouders op korte en lange termijn.
Belangrijkste conclusies van deelonderzoeken In fase 1 van het WZL-traject zijn de volgende deelonderzoeken uitgevoerd; samenwerkingsvormen, bronnenstudie, financiering, juridische aspecten en risicoanalyse. Daarnaast is een relatie gelegd met de mogelijke financiering via het JTM-traject. Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen samengevat.
Samenwerkingsvormen Tijdens het onderzoekstraject zijn verschillende bestaande samenwerkingsvormen onderzocht: gemeentelijk, publiek-privaat, regionaal publiek, publiek-privaat, coöperatief… al dan niet in gesplitste (infrastructuur en levering apart) of integrale vorm. Naar aanleiding van de uitkomsten van de consultaties en rekening houdend met de Wcw, is het uitgangpunt te starten vanuit een 100% publieke coalitie, met het oog op zo laag mogelijke kapitaallasten, handelingsvrijheid in de publieke ruimte en het dienen van het publieke belang. Vorm volgt functie was de basis voor deze keuze; het voldoen aan de vereisten die Zuid-Limburgse context stelt. Uitgangspunt voor WZL is een zelfstandige uitvoeringsorganisatie (warmtebedrijf bestaande uit een consortium van publieke partijen.
Bronnenstudie Bestaande bronnen en verduurzaming Chemelot. De ambitie van Chemelot is om in 2050 klimaatneutraal te zijn, zowel voor het productieproces als voor de producten. In de basis zal er vanuit verschillende bronnen op Chemelot voldoende restwarmte (4 PJ) beschikbaar blijven richting 2050 en verder. Over de temperatuur van deze restwarmte kunnen geen harde uitspraken gedaan worden. Wel zal de temperatuur altijd significant hoger zijn dan die van de omgeving, waardoor het een interessante bron blijft. Daarnaast zal de gebouwde omgeving richting 2050 verder worden geïsoleerd. Uitgangspunt is een eindtemperatuur van 50 tot 60°C; comfortabel zonder nood aan extreme isolatiemaatregelen.
Alternatieve bronnen Door bureau Royal Haskoning DHV is een verkenning uitgevoerd naar alternatieve duurzame warmtebronnen in geval dat Chemelot wegvalt, en aanvullend op de bestaande restwarmte. Uit deze verkenning is naar voren gekomen dat verschillende grootschalige bronnen in aanmerking komen als fall-back scenario. Men maakt daarbij onderscheid tussen bronnen die op korte termijn, richting 2030 ontwikkeld kunnen worden, en bronnen die op langere termijn, vanaf 2040 kansrijk worden. De meest kansrijke bronnen zijn op korte termijn: grootschalige aquathermie d.m.v. maaswater, inzet van geothermie o.b.v. mijnwater, vergassen of verbranden van RWZI zuiveringsslib en nieuwe restwarmte vanuit biobased economy op Chemelot. De piek en back-up warmtevoorziening, die nodig is op koude dagen, kan het beste decentraal worden uitgevoerd met duurzaam geproduceerde brandstoffen als houtpellets, bio-olie, groen-gas, methanol en waterstof. De conclusie is dat ingeval Chemelot als restwarmtebron (grotendeels) wegvalt er voldoende mogelijkheden zijn om het net te blijven voeden met warmte, waarbij centrale verduurzaming op deze schaalgrootte efficiëntere opties kent dan de mogelijkheden bij individuele verduurzaming.
3
Financiering Voor iedere fase van ontwikkeling tot exploitatie en opschaling van het project verschillen de benodigde investeringen, de daarbij komende risico’s en de mogelijkheden om de investeringen te kunnen financieren (eigen vermogen, soorten vreemd vermogen en subsidies). Per fase van het project zijn de financieringsmogelijkheden verkend en in overzicht gebracht. De grootste risico’s zitten in de ontwikkelfase van het project, waarvan de benodigde investering nog te overzien is (fase 3). De grootste financieringsvraagstukken zitten in de eerste realisatiefase (fase 4). In deze fase is er nog geen onderpand voor afdekken van het bouwrisico en heeft het project te maken met het overdimensioneren van infrastructuur. Om tijdens deze fase financiering aan te kunnen trekken dient het project over veel eigen vermogen te beschikken, dit onderstreept het belang van het JTM-traject en bijhorende subsidiecomponent. Na initieel ‘proof of concept’ aan te tonen worden drempels voor het aantrekken van aanvullend vermogen lager. Beperkte investeringscapaciteit bij gemeenten en provincie maken een publiek meerderheidsbelang in de infrastructuur bij opschaling onmogelijk. Op dit punt is deelname van grotere publieke partijen essentieel. Daarnaast werkt het Rijk aan een nationaal waarborgfonds met als doel het benodigd aandeel eigen vermogen te drukken.
Juridische aspecten Als onderdeel van het traject om te komen tot een regionaal warmtenet in Zuid-Limburg is extern juridisch advies ingewonnen m.b.t.; 1) De beoogde publieksrechtelijke samenwerking onder de huidige wetgeving, en onder de aankomende Wcw; 2) De bestaande samenwerkingsovereenkomst ‘Het Groene Net’ die ziet op het deel van de WZL scope gevormd door Sittard-Geleen, Beek en Stein. De conclusie ten aanzien van punt 1 is dat, gelet op de beoogde samenwerkingspartners, er geen “showstoppers” aan het licht zijn gekomen; Onder de Wcw is het mogelijk is om warmtekavels onderhands uit te geven, mits het beoogt warmtenet voldoet aan het vereiste van een publiekelijk meerderheidsbelang. Ook onder de huidige wetgeving is dit onder strikte voorwaarden mogelijk, maar dan is de vereiste een 100% publieke samenwerking. De conclusie ten aanzien van punt 2 is dat het nakomen van de bestaande samenwerkingsovereenkomst (SOK) thans de hoofdregel is. Deze overeenkomst ziet, kort gezegd, op de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van een duurzaam warmtenet op het grondgebied van de drie Gemeenten. Deze gemeenten zijn partij in de SOK én deelnemer aan het WZL-initiatief.
De aan HGN verleende exclusiviteit staat op dit moment in de weg dat de genoemde gemeenten (voor zover het hun grondgebied betreft) participeren in en/of publiekrechtelijke medewerking verlenen aan een ander warmte initiatief dan Het Groene Net. Uit de gevoerde overleggen en bovenstaand juridisch advies komt naar voren dat er vervolgoverleg met betrokken partijen plaats dient te vinden over de bestaande SOK. Het overleg over de SOK zal uiteindelijk moeten plaatsvinden vanuit de drie Westelijke Mijnstreek gemeenten.
Risicoanalyse Als onderdeel van fase 1 is een risicoanalyse uitgevoerd, met als doel het in kaart brengen van risico’s, de ernst ervan, en eventueel toe te passen mitigerende maatregelen of te accepteren gevolgen. Het is niet mogelijk om nu reeds alle risico’s en oplossingen te voorzien; de risicoanalyse dient daarom een integraal onderdeel te vormen van alle fases van het project. 4
Voor deze en de volgende fases zijn de risico’s eerder beperkt; het stopzetten van het project betekent verlies van de (beperkte) eigen inleg. Niettegenstaande de grotere indirecte gevolgen van het niet doorgaan van het project; met name de maatschappelijke, energetische en economische consequenties die alternatieve oplossingen zullen veroorzaken. De risico’s voor fase 1 en 2 zijn met name gerelateerd aan planning, draagvlak, samenwerking en besluitvorming. Voor aanvang van fase 3 zijn er bijkomende financiële en juridische aandachtspunten; het verzamelen van het benodigd budget en de werving van het ontwikkelteam; en de manier waarop de SOK voor Het Groene Net passend gemaakt, of afgerond kan worden voordat deelname van gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein mogelijk is.
JTM Vanuit Europa is een financiering met subsidiecomponent voor o.m. warmtenetten beschikbaar via het Europese Just Transition Mechanism (JTM). Gemeenten Beek, Sittard- Geleen en Stein hebben de Provincie eind 2021 gevraagd de regie te pakken om hiervoor in aanmerking te kunnen komen voor HGN Zuid. Op basis daarvan heeft Provincie Limburg in juli 2022 een extern consortium van drie adviesbureaus gecontracteerd om een financierbare businesscase te ontwikkelen voor het HGN Zuid (de al in 2018 ingezette ontwikkeling voor het warmtenet binnen deze drie gemeenten). Bij de start van WZL is besloten dit JTM-Traject te incorporeren in het WZL-traject. Door het consortium zijn diverse rapporten opgesteld, die als input kunnen dienen voor het financieringsmodel en een uiteindelijke businesscase. De uitwerking van de definitieve JTM-aanvraag wordt meegenomen in het vervolg van WZL. Het WZL-project is opgenomen in het nationaal plan van de Rijksoverheid en heeft daarmee het recht verworven om een aanvraag in te kunnen dienen. JTM kan mogelijk een belangrijke financiële startpositie voor WZL bieden. Uitgangspunt binnen de planning van WZL is dat de aanvraag voor de sluitingstermijn voor de JTM-financiering, uiterlijk in september 2025, wordt ingediend als dit traject de voordelen biedt die ons nu bekend zijn.
Posities van partijen In deze paragraaf gaan wij kort in op de rollen en posities van die partijen die naast gemeenten en provincie hebben aangegeven dat zij een rol kunnen spelen in de realisatie van het WZL, een uitgebreide weergave is te vinden in bijhorend rapport.
Chemelot Chemelot staat positief in de ontwikkeling van WZL. Voor de Chemelot-site biedt WZL een manier om een bijdrage te leveren aan de verduurzamingsopgave. Chemelot-bedrijven kunnen restwarmte leveren aan het warmtenet WZL: er geldt nog altijd hetzelfde aanbod als in het verleden; dat een (overwegend publieke) partij de restwarmte gratis mag komen ophalen indien zij de uitkoppeling en overige stappen zelf regelen. Chemelot zal zelf niet investeren hierin (tenzij commerciële tarieven gelden voor de geleverde warmte). WZL dient zelf te investeren om de uitkoppeling van de restwarmte op het Chemelot complex te realiseren, en krijgt daarmee deze restwarmte gratis. Dit dient te worden vastgelegd voor een nog op te stellen langjarige contractuele periode. Er is commitment vanuit SABIC, zoals eerder vastgelegd in afspraken met betrekking tot de voorloper van WZL: HGN/HGNO. Deze bestaande afspraken moeten worden voortgezet, zo nodig worden geactualiseerd. Vanuit de andere partijen op Chemelot (zoals USG en Brightsite) is via de Cluster Energie Strategie (CES) uitgesproken dat Chemelot een grote rol als bron speelt bij de realisatie van een regionaal warmtenet in ZuidLimburg.
5
Enexis Binnen Enexis wordt er momenteel gewerkt aan een nieuwe visie met betrekking tot de rol van Enexis in warmte, vooral in het kader van de nieuwe Warmtewet en publiek zeggenschap. Er bestaat de mogelijkheid dat Enexis een belangrijke rol gaat spelen in warmtenetten binnen het eigen verzorgingsgebied. Men ziet zeker een rol weggelegd voor Enexis (of mogelijk voor dochterbedrijf Enpuls) binnen het Warmtenet Zuid-Limburg, verdere onderzoeken zijn evenwel nodig om de meest geschikte rol te bepalen. De definitieve positie is afhankelijk van de uitkomsten van de nieuwe interne strategie en de definitieve vaststelling van de nieuwe Wcw. Vooralsnog zal Enexis via dochtermaatschappij Enpuls deelnemen aan het WZL-traject.
Energie Beheer Nederland (EBN) EBN adviseert het ministerie over het vormgeven van een model voor staatsdeelneming onder de Wcw en is zodoende geïnteresseerd in het initiatief WZL en de manier waarop een staatsdeelneming hierin kan passen. Op dit moment is het niet mogelijk voor EBN om een rol te nemen binnen het initiatief; het huidige mandaat van EBN binnen de warmteketen is beperkt tot aardwarmte. EBN verwacht rond oktober 2023 meer duidelijkheid vanuit het Rijk over staatsdeelname en een eventuele rol van EBN hierin. De val van het kabinet kan hierbij voor vertraging zorgen, waarmee deze termijn verlengd kan worden.
Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) WBL is geïnteresseerd in WZL-ontwikkelingen, maar kiest, mede door andere prioriteiten, op dit moment een passieve rol in relatie tot het Warmtenet Zuid-Limburg. WBL benadrukt dat een duurzaam warmtenet het uiteindelijke doel moet zijn voor het regionale warmtenet, anders zal het niet deelnemen. WBL ziet een toekomstige rol bij het ontsluiten van haar duurzame warmtebronnen (zoals warmte uit rioleringstransportleidingen, waterzuiveringsslib en -effluent). WBL is bereid op verzoek mee te denken vanuit haar kennis en expertise.
Invest-NL Invest-NL neemt graag de positie van klankbord bij de ontwikkeling van WZL. Daar hoort ook de begeleiding van het EU JTM-traject. Gezien de brede ervaringen van Invest-NL met warmtenetten en soortgelijke initiatieven is het raadzaam om op strategische momenten met Invest-NL te sparren. Invest-NL heeft een rol om oplossingen voor knelpunten uit de warmtetransitie verder te begeleiden en werken zo bijvoorbeeld ook aan de advisering voor de opzet van een landelijk financierinstrument. Een verdergaande positie in de ontwikkeling van warmtenetten is afhankelijk van de keuzes die in het Wcw-traject worden gemaakt. Een rol waarbij Invest-NL een vaste zitting neemt binnen een regionale ontwikkelorganisatie zoals WZL is daarom nu niet passend.
Gasunie Gasunie is een publiek bedrijf en heeft daarmee een verantwoordelijkheid in de energietransitie. Gasunie heeft ervaring en expertise in het transporteren van energie over grotere afstanden. Met WarmtelinQ wordt ervaring opgedaan in een regionaal hoofdtransportnetwerk voor warmte. Dit sluit aan bij het streven van WZL om een duurzaam regionaal warmtenet te realiseren. Gasunie kan in de toekomst mogelijk de backbone-infrastructuur aanleggen waarmee het regionaal warmtenet onderling verbonden wordt.
Woningcorporaties Woningcorporaties zijn een essentiële partner voor het WZL, het aansluiten van hun woningbezit kan het warmte-afnamerisico van een warmtenet aanzienlijk verminderen door tijdig toezeggingen te doen voor aansluiting. De C8 (de 8 grootste Limburgse woningcorporaties) heeft de intentie 6
uitgesproken om zich aan te sluiten bij een warmtenetwerk als dit in de buurt van hun bezit wordt ontwikkeld en aangelegd, onder bepaalde voorwaarden. Samengevat betekent dit o.a. dat WZL een eventuele onrendabele top niet doorschuift naar de woningcorporaties, dat de woningcorporaties/huurders meeprofiteren als de businesscase in de toekomst beter uitvalt (woningcorporatiebezit wordt typisch als eerste aangesloten), er een solide beheersorganisatie en professionele dienstverlening geboden wordt en dat lange termijn risico's zoals gasprijsstijgingen en warmtebron-garanties verantwoord worden beheerst. Daarnaast is het van belang dat de ontwikkeling en realisatie van WZL geen vertraging veroorzaken voor de NPA-opgave (Nationale Prestatie Afspraken), en dat beide partijen zich langdurig en bestuurlijk committeren om van WZL een succes te maken.
Gemeenten De gemeenten onderschrijven het maatschappelijk belang van het WZL en steunen de richting van een publiek nutsbedrijf dat hier invulling aan geeft. Gemeenten participeren in het WZL, maar geven aan dat de financiële draagkracht daarvoor beperkt is. Een aantal gemeenten in de regio zijn (op kleinere schaal) betrokken bij warmteprojecten en benoemen het passend integreren of positioneren daarvan in/t.o.v. het WZL als aandachtspunt. Zekerheid en snelheid waarmee het initiatief er komt zijn belangrijke begrippen als het gaat over draagvlak bij burgers en raden.
Provincie Limburg In het nieuwe coalitieakkoord onderschrijft de provincie het WZL-proces. Daarnaast wordt ook het vormen van een Provinciale Energiemaatschappij benoemd. Een publiek warmtebedrijf past binnen dit gedachtengoed. De Provincie verwacht deel te nemen in fase 2. Gezien WZL past in de ontwikkeling van een Provinciale Energiemaatschappij, genoemd in het provinciaal coalitieakkoord 2023, wil de Provincie graag het vormen van een publiek warmtebedrijf verder onderzoeken tijdens fase 2.
Rijk Op 10 mei 2023 is de ontwikkeling WZL besproken met een delegatie van BZK/EZK. De ontwikkeling van WZL wordt positief beoordeeld, het past goed in de ontwikkelingen die landelijk worden ingezet. Het Rijk ziet het belang van het WZL voor Zuid-Limburg. Het Rijk is bereid om samen met WZL te kijken wat er nodig is om het project verder te brengen. De vertegenwoordiger van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) is voor WZL het eerste aanspreekpunt.
Wcw Het definitieve besluit over de marktordening van collectieve warmte van minister Jetten (Kamerstuk 21-10-2022, referentie: DGKE-DE / 22494404, Wet collectieve warmtevoorzieningen, besluit infrastructuur in publieke handen), waarin besloten werd dat warmtenetten in publieke handen dienen te komen, leidde tot de opstart van (onderzoeks-)processen met oog op publieke realisatiekracht waarmee nieuwe warmtenetten daadwerkelijk in publieke regie ontwikkeld kunnen worden. Uit de kamerbrief van 06/07/2023 (referentie: DGKE-DE / 27245405 , Voortgang voorstel Wet collectieve warmte) kunnen we opmaken dat het WZL in lijn ligt met de beoogde nieuwe Wcw (Wet Collectieve Warmte). Bemoedigend zijn de beoogde positie die voorzien wordt voor de netbeheerders, de ruimte voor een separate transportnetbeheerder, en een aantal ontwikkelingen met oog op publieke realisatiekracht in lijn met regievoering door publieke partijen, waaronder staatsdeelname en een waarborgfonds waarmee belangrijke risico’s afgedekt kunnen worden. Met de val van het kabinet Rutte IV bestaat de kans dat voorgenoemde processen vertraagd worden. Daarbij zal mandaat en zekerheid rond posities van de publieke partijen (zoals EBN en Invest-NL) die beoogd worden om in te staan voor de uitvoering van een aantal de besproken instrumenten, zoals staatsdeelname en een garantiefonds, dus mogelijk langer uitblijven.
Dit kan impact hebben op de mogelijkheden die het WZL 7
heeft in de latere fase: opschaling tot regionaal warmtebedrijf. Echter ook onder de huidige wetgeving kan het traject WZL nu verder en levert de kabinetscrisis op korte termijn geen oponthoud.
Conclusies m.b.t. verdere ontwikkeling WZL Met het afronden van fase 1 wordt aan de betrokken partijen een besluit voorgelegd over de verdere ontwikkeling van WZL. Hieruit zal moeten blijken of er invulling kan gegeven worden aan de doelstelling; het organiseren van een geschikt samenwerkingsverband voor realisatie van het regionaal warmtenet. De uitgevoerde deelonderzoeken geven voldoende basis om het regionaal warmtenet verder te ontwikkelen. Tevens is op basis van fase 1 al een goede schets te geven van de uitgangspunten voor het warmtebedrijf. Daarnaast zijn uit de consultatierondes de huidige posities van alle betrokken partijen goed inzichtelijk. Al deze resultaten onderschrijven de mogelijkheden en potentie van WZL en bevestigen de ingeslagen weg. Gezien de urgentie vanuit nationale doelstellingen in het Klimaatakkoord, maar ook vanuit lokale belanghebbenden met grote opgaven voor gemeenten en woningcorporaties ligt een voortvarend vervolg op fase 1 voor de hand. Tevens is dit van belang om binnen het JTM-tijdvenster, waarin het mogelijk is om financiering en subsidie te verkrijgen voor WZL, een aanvraag in te dienen. Anderzijds zijn er, ondanks marktfalen van nieuwe warmtenetten in de bestaande gebouwde omgeving, nog te veel onzekerheden en niet ingevulde randvoorwaarden om meteen met een grootschalige ontwikkeling te starten.
Dit leidt tot de overtuiging dat het WZL-traject gefaseerd moet worden doorgezet. Op basis van de resultaten van fase 1 is het verantwoord en gelet op opgave noodzakelijk om de vervolgstap in het WZL-traject te nemen. Dit betreft fase 2, een korte fase waarin toegewerkt wordt naar een uitgewerkte ontwikkelovereenkomst. Deze fase is verder uitgewerkt in het Procesplan fase 2 WZL. Risico’s in fase 2 zijn beperkt tot de eigen inleg. Fases 2 t/m 4 (t/m 2025) kunnen ook onder de huidige wetgeving worden ingezet. Naar verwachting zullen minimaal de gemeenten, de Provincie Limburg en netbeheerder Enexis/Enpuls in fase 2 gaan participeren. Afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen (Wcw) en eigen gemaakte keuzes zullen mogelijk andere partijen aansluiten. Wel is duidelijk dat voor de grootschalige uitrol van het warmtenet (vanaf fase 5) op termijn voldoende publiek kapitaal en risicobeheersing (waarborgfonds) nodig zijn. Dit is conform met de ingezette lijn van de Wcw.
Overzicht ontwikkelfases WZL
8