Notulen Ronde Raadzaal d.d. 30 juni 2022
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 30 juni 2022 1.1. Voorstel voor Ronde bespreking GroenLinks/PvdA energietoelage huishoudens (Bühler) Tijdstip:
19.00-19.45 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
Y. Salvino A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
L. van Rijswijk N. Kaufmann K. Samaritakis Krekels J. Janssen B. Bonten H. Harzi L. Jongen J. Renet B. Stegers L. Wakrim
het college ambtenaren
wethouder Bühler A. Harle
notulen
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Zij legt de regels uit waaraan men zich in deze vergadering dient te houden. Vervolgens leidt de voorzitter het voorliggende voorstel van GroenLinks/PvdA in. Voor de bespreking is 45 minuten gereserveerd en het voorstel wordt besproken in één termijn. Zij heet wethouder Bühler welkom. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat de beantwoording van de technische vragen veel duidelijkheid heeft gegeven. Ook spreekt hij zijn waardering uit voor de voortvarendheid waarmee het college in april 2500 minima al is tegemoetgekomen met een extra bijdrage, alsmede voor de goede communicatie bij het afhandelen van de aanvragen, zodat al meer dan 90 procent is bereikt. Helaas heeft de behandeling van de aanvragen een maand vertraging opgelopen, terwijl deze huishoudens al wel zijn geconfronteerd met hogere lasten. De heer Janssen geeft aan dat het voor zijn fractie vooral gaat om huishoudens die buiten de 120% van het sociaal minimum vallen. Hij schetst aan de hand van een aantal voorbeelden de problemen die deze doelgroep ervaart. Gelukkig is er GeldFit, dat de vinger aan de pols houdt bij financiële problemen, al vraagt GroenLinks/PvdA zich af of dit voldoende is. Uit onderzoek blijkt dat ook veel mensen met een baan schuldproblemen hebben.
Met dit betoog wil de heer Janssen aangeven dat het ontbreken van hulp aan de genoemde doelgroep op de lange termijn tot grote maatschappelijke problemen zal gaan leiden, zoals baanverlies en gezondheidsproblemen.
1
Hij vraagt de raad om naar voorbeeld van één op de vijf gemeenten extra dekking te bieden aan deze doelgroep. Het gaat dan om een extra uitgave van 1 miljoen euro, minder dan 0,3 procent van de totale begroting. Bovendien kunnen deze kosten waarschijnlijk worden gedekt uit coronamiddelen, al heeft de wethouder in haar memo al aangeven dat dit niet zou kunnen. De fractie GroenLinks/PvdA wil nu weten waarom niet. Voor zijn fractie is het duidelijk dat om hogere kosten in de toekomst te voorkomen het nu verstandig zou zijn om op het voorstel in te gaan en de heer Janssen doet een beroep op het sociale geweten van de raad. Ten slotte geeft hij aan dat hij graag met de andere fracties hierover in debat gaat. Wethouder Bühler geeft aan dat de fractie GroenLinks/PvdA heeft aangegeven dat een maand wachten ten behoeve van een zorgvuldige voorbereiding door het college geen probleem was en dat het voorstel daarom later op de agenda is geplaatst. Voorts geeft zij aan dat er voor individuele financiële problemen maatwerk geldt via de bijzondere bijstand. Voor de huishoudens boven de 120% die in de schuldsanering zitten is al een ambtshalve beschikking geweest en zij hebben de 800 euro al toegekend gekregen als extra ondersteuning. Het bieden van dekking aan huishoudens tot 130% geldt niet voor gemeenten in Limburg.
Het door de heer Janssen genoemde voorbeeld van de gemeente Rotterdam is een andere situatie. Volgens de gemaakte afspraken voor de begrotingskaders zijn de coronamiddelen toegevoegd aan de algemene reserve en deze worden gereserveerd voor aan corona gerelateerde effecten. Het college deelt de zorg over de energiearmoede. Maatregelen om energie te besparen zullen binnenkort in de raad worden besproken. De problemen die ontstaan door de hoge energiekosten doen zich niet alleen voor bij de huishoudens tot 130 procent. Daarom pleit de wethouder ervoor om de hulp van het Rijk hierbij in te zetten. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) spreekt zijn teleurstelling uit over het antwoord van de wethouder. Hij geeft aan dat het benodigde bedrag niet al te hoog is, en vindt het jammer dat de wethouder niet zoekt naar onbenutte middelen. Misschien dat in dit geval er toch geput kan worden uit het coronapotje, dat 6 miljoen euro bevat. Het is aan de raad om af te wijken van de hierover gemaakte afspraken en in dit geval lijkt het hem heel noodzakelijk om geld vrij te maken voor dit doel. De heer Stegers (Lokaal Sittard-Geleen-Born) sluit zich aan bij het standpunt van de fractie GroenLinks/PvdA. Ook zij zouden kiezen voor een verruiming van maatwerk voor de groepen 120 tot 130 procent.
Lokaal Sittard-Geleen Born vraagt zich af of subsidieregelingen afdoende zullen zijn voor zowel kostenals energiebesparende maatregelen. Ook zijn fractie dringt erop aan te blijven zoeken naar de financiële mogelijkheden. De heer Renet (SPA) verwijst naar het landelijke besluit dat een bepaalde groep mensen een bepaald bedrag ontvangt en SPA pleit ervoor dat de gemeente zich conformeert aan de besluiten van de landelijke overheid. Zo zijn er meer groepen mensen die om een andere reden geld tekortkomen. Echter hij vindt het niet terecht dat de gemeente gaat corrigeren wat de nationale overheid uitvoert. Voor deze situatie zijn structurele oplossingen nodig. Er moet sneller werk gemaakt worden van milieumaatregelen, zoals de isolatiemaatregelen waar je mensen structureel mee helpt. SPA vindt zelfs dat hier wellicht meer geld in moet worden gestoken dan de genoemde 1 miljoen euro. De heer Bonten (D66) vindt dat mensen boven de 120-130 procent beter geïnformeerd moeten worden over de regelingen maatwerk. Ook sluit hij aan bij de oplossing van SPA om de problemen structureel op te lossen in plaats van de incidentele oplossingen die nu worden geboden. Al is het goed dat die mensen nu worden geholpen. Mevrouw Wakrim (PIT) kan zich vinden in het voorstel van GroenLinks/PvdA, maar de vraag blijft wat de kosten zullen zijn en hoe frequent deze betaald moeten worden.
Dus een oplossing voor de lange termijn zou beter zijn. Mevrouw Harzi (VVD) verwijst naar de brief die de minister naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Sittard-Geleen volgt hierbij dezelfde lijn. Zij wil graag weten of de gemeente bij het toekennen van de extra uitkering van 800 euro uitgaat van de bijstandsnorm of van het minimumloon.
2
Ook zij pleit namens de VVD voor het inzetten van de coronamiddelen ten behoeve van mensen in de financiële problemen, maar ook voor het verhogen van de bewustwording van het belang van verduurzaming. Want zij twijfelt eraan of de eenmalige uitkering van 800 euro wel afdoende is om de financiële problemen op te lossen. De heer Samaritakis Krekels (Stadspartij) pleit voor het verhogen van de norm voor energietoeslag van 120 naar 130 procent, als dit niet ten koste gaat van de financiële gezondheid van de gemeente. Ook de Stadspartij vindt het verstandig om hierbij bij wijze van uitzondering gebruik te maken van het coronareservefonds. Ook is het verstandig om technische oplossingen om het gasverbruik te verlagen te onderzoeken, zoals verduurzaming. Mevrouw Kaufmann (CDA) geeft aan dat niet alleen de mensen met een inkomen van 120 of 130 procent een extra uitkering moeten krijgen, maar ook de mensen met een inkomen van 140 of 150 procent van het sociaal minimum, aangezien deze problemen hier ook aanwezig zijn. Het verhogen van de inkomens tot 130 procent is niet voldoende, individuele ondersteuning voor de huishoudens die daarbuiten vallen zet meer zoden aan de dijk. Zij pleit er namens het CDA voor om iedereen met acute betalingsproblemen passende hulp te bieden, waarbij goede informatieverstrekking noodzakelijk is, en de compensatie niet te beperken tot een bepaalde groep.
De heer Van Rijswijk (GOB) doet namens GOB een aantal suggesties aan de wethouder. Niet alleen de genoemde doelgroep, maar ook de mensen die hierbuiten vallen moeten worden aangemoedigd een aanvraag voor compensatie te doen. Dit hoeft wat het GOB betreft geen financiële belemmering te kennen. Voorts vraagt de heer Van Rijswijk in dit kader aandacht voor de grote groep studenten die niet in aanmerking komt voor een extra toekenning, terwijl deze groep aan alle criteria voldoet. GOB is kritisch over het kortetermijndenken dat het voorstel uitdraagt. Ook het aspect ‘duurzaamheid’ ontbreekt. Daarom gaat het GOB nu niet akkoord met de verhoging van 120 naar 130 procent, maar dringt er bij het college op aan om in samenwerking met de woningbouwstichtingen spoedig aan de slag te gaan met energiebesparende maatregelen. Als dat afketst op geldproblemen, dan stelt de GOB-fractie voor om als gemeentelijke overheid via een voorfinancieringsconstructie daaraan mee te helpen. Dit zou een structureel effect opleveren. Ook vraagt hij zich af of er wordt uitgegaan van het sociaal minimum, zoal dit al jaren het geval is, of van het sociaal minimum zoals dat wordt beschreven in de Toeslagenwet.
Het lijkt hem bovendien lucratief om de pensioenaftrekpost bij de kwestie te betrekken, zoals een aantal gemeenten al doet, en dat kan per jaar ongeveer 550 euro voor een pensioengerechtigde voordeel opleveren. Dan is het wellicht mogelijk om binnen die 120 procent te blijven en hij roept het college op ook hiernaar te kijken. Hij hoopt vervolgens dat de aanvragen bijzondere bijstand binnen de perken blijven om het systeem niet te overbelasten. Tot slot deelt hij mee, dat hem is gebleken dat er landelijk geen extra geld gaat komen. De heer Renet (SPA) vult aan dat ook overige huurders en woningeigenaren betrokken moeten worden bij de verduurzaming van woningen. De heer Van Rijswijk (GOB) is het hiermee eens, maar vindt het belangrijk dat allereerst de meest kwetsbare mensen hiervoor in aanmerking komen, waarna hopelijk binnen vijf jaar ook de andere woningen. De heer Jongen (PVV) geeft aan dat zijn partij twijfelt aan de uitvoerbaarheid van het voorstel, vooral waar het gaat om de controle en de haalbaarheid. Hij vraagt de wethouder of er bij de besteding van het coronabudget ook is gekeken naar het thuiswerken bij de toekenning van de energietoeslag.
3
Wethouder Bühler geeft aan dat structurele maatregelen en inzet op bewustwording op dit moment wordt uitgewerkt binnen de burelen van het college, in samenspraak met de afdeling Duurzaamheid en de afdeling Wonen. Dit komt na de zomer naar de raad. Op de vraag van de VVD zegt de wethouder toe dit te gaan uitzoeken en zij zal extra gaan bekijken welke mogelijkheden er zijn binnen die 120 procent, zoals GOB heeft gevraagd. Er wordt al veel gedaan om deze groep te bereiken en er liggen al veel aanvragen, en er wordt overgewerkt om de beschikkingen af te ronden. Toch zal er nog beter worden gekeken naar een bredere bereikbaarheid. Voorts geeft de wethouder aan dat studenten zich ook kunnen melden voor de bijzondere bijstand. De ambtelijke ondersteuning, mevrouw Harle licht hierop toe, dat het dan moet gaan om studenten die zelfstandig wonen en in hun eentje de energierekening betalen. De heer Janssen wil graag weten of er wordt gekeken bij de maatwerktrajecten naar het laatste maandinkomen of naar het belastbaar jaarinkomen bij de toekenning, hetgeen een verschil kan opleveren vooral voor ZZP’ers en studenten. Deze technische vraag zal schriftelijk beantwoord, worden.
Mevrouw Harzi (VVD) verduidelijkt haar eerdere vraag: wat hanteert de gemeente Sittard-Geleen als uitgangspunt voor de 120 procent, het minimumloon volgens de Rijksoverheid of de bijstandsnorm? Ook op deze technische vraag zal de wethouder schriftelijk antwoorden. Ter afsluiting concludeert de voorzitter dat hoewel de meerderheid van de fracties het een sympathiek voorstel vindt, men wel vindt dat er meer middelen moeten worden ingezet op verduurzaming van de woningen, zodat een structurelere oplossing voor de lange termijn wordt gevonden. Voor meer middelen moet er een oproep aan het Rijk worden gedaan. Ook pleit men voor maatwerk van een aantal individuele gevallen. De wethouder heeft de volgende toezeggingen gedaan: - De vraag over het minimumloon dan wel bijstandsniveau wordt schriftelijk beantwoord; - Er zal extra aandacht komen voor het bereiken van zoveel mogelijk mensen die tot de doelgroep gerekend worden; - Een schriftelijke beantwoording op de vraag welk inkomen als basis dient; - Antwoord op de vraag waarop de 120 procentnorm wordt gehanteerd, wordt eveneens schriftelijk beantwoord. Volgens de heer Bonten (D66) ontbreekt nog dat er naast de verduurzaming van de woningen ook gebruik wordt gemaakt van energiecoaches ter bevordering van duurzaamheidsgedrag. Dit wordt toegevoegd. Hiermee is het agendapunt voldoende besproken en afgerond.
4
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 30 juni 2022 1.2 Rekenkamerrapport Quickscan afval (RKC/Bühler) Tijdstip:
19.45-20.45 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
Y. Salvino A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT: het college ambtenaren RKC
M. Claessens P. Henssen K. Samaritakis Krekels J. Janssen B. Bonten H. Harzi J. Coumans J. Renet M. Schenk-Hermans wethouder Bühler, wethouder Geilen J. Gillissen E. Maussen
notulen
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter leidt het agendapunt in. Aan de raad wordt gevraagd om advies te geven tot het overnemen van de aanbeveling 1 tot en met 6 en het niet overnemen van aanbeveling 7, indachtig de motivatie daarvan door het college. Er is één uur ingepland voor de bespreking en er zijn twee termijnen beschikbaar. De heer Samaritakis Krekels (Stadspartij) ziet een zorgwekkende ontwikkeling in de stijging van de afvalstoffenheffing en de Stadspartij vraagt zich af waarom deze verslechtering wordt geaccepteerd. Hij roept op tot actie om de verslechtering te stoppen. De meeste aanbevelingen kunnen door de Stadspartij worden aangenomen. Het lijkt de fractie zinvol om met de innovatieve bedrijven samen te werken om de verslechterde situatie te verbeteren. Dit is ook belangrijk om de milieudoelstellingen te halen en de Stadspartij vraagt het college aan te geven hoe dit zo snel mogelijk gerealiseerd wordt in het afvalbeleid. Er moet inzicht worden verkregen in de kosten die immers uiteindelijk doorberekend worden aan de burgers. Ten slotte pleit de Stadspartij voor het kijken naar goede voorbeelden in de wereld op het gebied van innovatie, waarbij alle aspecten van afvalverwerking meetbaar zijn. De heer Samaritakis Krekels vraagt de wethouder waarom dit nog niet gebeurt en oppert hiervoor een werkgroep op te richten.
In samenwerking met aanwezige kennisinstellingen kan er dan worden gewerkt aan de innovatie van het afvalverwerkingssysteem.
5
Mevrouw Harzi (VVD) geeft aan dat haar partij de bevindingen van het college deelt, maar vindt het jammer dat de RWM niet voldoende is terug te vinden in het onderzoek. De VVD vraagt over aanbeveling 6 wat de randvoorwaarden zijn die daar worden genoemd. Ook geeft zij aan dat er verduidelijking moet komen naar de burgers over het gebruik van de container, bijvoorbeeld een handleiding bij het pasje. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) is geschrokken van de trendbreuk dat Sittard-Geleen niet meer de beste is op dit gebied. Zij vraagt hoe dat komt. Ook stelt zij namens PIT een aantal vragen: - Bij punt 4 staat dat het maar op één punt smart wordt beschreven; waarom is dat niet mogelijk bij alle punten? - Ook wordt vaak te term ‘ontbreekt’ in de tekst genoemd. Wat is hiervan de reden? PIT krijgt de indruk dat er hier een inhaalslag moet worden gemaakt, omdat men het de laatste tijd heeft laten lopen.
- Zullen er kosten gemaakt moeten worden om Sittard-Geleen op dit gebied weer boven aan de lijst te krijgen? - Waarom vindt het college het niet nodig om een onderzoek in te stellen naar de kostenberekening, zoals bij 7 wordt aangegeven? Is er al wel een eigen onderzoek naar geweest, en zo ja, wat waren de uitkomsten? De heer Bonten (D66) verwijst naar aanbeveling 5 en geeft aan dat er wat D66 betreft geen ruimte ontstaat om andere kosten toe te voegen, dit is gewoon een lagere afvalstoffenheffing. Het is voor hem niet duidelijk wat er precies wordt bedoeld met ‘andere kosten’. Hij sluit zich voor wat betreft aanbeveling 7 aan bij PIT. D66 wil weten waarom aanbeveling 7 door het college niet wordt overgenomen. Het college ziet volgens de tekst geen aanleiding om de billijkheid en de rechtmatigheid van die kosten nader te bekijken, terwijl de afvalstoffenheffing die de burger moet betalen niet wordt onderbouwd. De reden dat volgens D66 Sittard-Geleen is gedaald op de ranglijst is dat het beleid en de doelen ontbreken. Daarom stelt de heer Bonten voor om alle aanbevelingen over te nemen en onderzoeken wat de gemeente vraagt van de burgers middels deze heffing. De heer Renet (SPA) meent dat het onderzoek genoemd bij aanbeveling 7 wel uitgevoerd moet worden.
Ook plaatst hij de volgende kanttekeningen bij het rapport: - Als oorzaak van de daling op de ranglijst geeft hij aan dat er beleidsmatig te weinig innovatie is gepleegd. - Voorts rekent SPA het college aan dat ze reeds lange tijd te weinig heeft gedaan om het personeelstekort te zien en op te lossen. - Ook meent SPA dat er sprake is van schuiven met gelden om werkelijke kosten te verbloemen. SPA dringt erop aan het rapport kritisch na te lopen of dergelijke praktijken meer voorkomen. - De heer Renet vraagt de wethouder de stand van zaken toe te lichten ten aanzien van conclusie 10. - Vervolgens verwijst de heer Renet naar pagina 6 van de quickscan. SPA is het fundamenteel oneens met deze stelling; er ontstaat geen ruimte om andere kosten toe te rekenen, er ontstaat ruimte om de lokale lasten te verlagen, vindt SPA. - Ten slotte dringt de heer Renet erop aan om aanbeveling 7 wel over te nemen. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) schetst de aanleiding voor het verschijnen van het rapport. Zijn fractie vindt dat er in het rapport goede aanbeveling staan en het geeft goede suggesties om op effectieve wijze met afvalstoffen om te gaan. Echter de heer Janssen concludeert dat met het overnemen van de aanbevelingen niet de hoeveelheid restafval per jaar per inwoner wordt teruggedrongen, terwijl dat juist nodig is om de afvalstoffenheffing omlaag te krijgen.
Dus voorspelt de heer Janssen dat de afvalstoffenheffing juist zal stijgen. Voor definitieve uitspraken hierover is het Regionaal Uitvoeringsplan nodig, dat volgende week in de Ronde aan de orde zal komen. Hij vraagt de wethouder aan te geven op welke manier het college de aanbevelingen over gaat nemen en wanneer. Voor GroenLinks/PvdA is communicatie en voorlichting ten behoeve van gedragsverandering een belangrijke factor.
6
Ook sluit hij zich aan bij de Stadspartij voor wat betreft de circulaire aanpak. Ten slotte verwijst hij naar de ‘100-100-100-actie’: 100 dagen 100 huishoudens 100 procent afvalvrij, wat ook kan bijdragen aan de trendbreuk. De vraag aan de wethouder is: hoe is voorliggend voorstel te combineren met het Regionaal Uitvoeringsplan? De heer Claessens (GOB) geeft aan dat zijn fractie vindt dat RWM onvoldoende terugkomt in het onderzoek, waardoor een beoordeling van de toekomstige plannen van het RWM niet met dit onderzoek wordt gefaciliteerd. Eerder zijn er al documenten opgesteld waardoor GOB zich afvraagt of dit document niet overbodig is. En volgende week komt het Regionaal Uitvoeringsplan in de Ronde aan bod, waar ook veel van de aanbevelingen aan de orde zullen zijn. Hij heeft enkele vragen: - Is het in een van de conclusies genoemde onderzoek naar de kwetsbaarheid van RWM al gestart en wanneer zijn de uitkomsten bekend? - Hoe denkt de wethouder erover om weer met milieu-BOA’s aan de slag te gaan? Eerder is dat succesvol gebleken. - Hoe anticipeert de wethouder op de toenemende verwerkingskosten? Voor klachten kunnen burgers momenteel terecht bij de gemeente en niet bij RWM. Klachtenafhandeling via het KlantContactCentrum loopt vertraging op. De heer Claessens verwacht dat er in het Regionaal Uitvoeringsplan een oplossing voor dit probleem wordt geboden.
De heer Coumans (PVV) geeft aan dat om alle doelen te bereiken er beter gestructureerd gewerkt moet gaan worden. Ook pleit hij voor actievere handhaving om illegale dumpingen en bijplaatsingen bij ondergrondse containers door forse verhoging van de boetes. Hij vraag aan de wethouder: is de gemeente nog van plan om milieuparken te sluiten? Voorts roept de PVV het college op om alle aanbevelingen over te nemen, inclusief aanbeveling 7, aangezien de Rekenkamer hier volgens de PVV voldoende onderbouwing voor heeft gegeven. De heer Henssen (CDA) heeft namens zijn fractie vier vragen: - Veel vastgestelde maatregelen zijn niet uitgevoerd. Hoe gaat het college de beperkte ambtelijke capaciteit die hiermee samenhangt oplossen? - De problemen rondom dumping en bijplaatsing heeft volgens de Rekenkamer te maken met het ontbreken van communicatie en educatie. Kan hiervoor een plan van aanpak worden opgesteld en op welke termijn? - De afvalstoffenheffing had lager kunnen zijn door minder kosten toe te kennen aan de heffing. Wat gaat het college hiermee doen? - Aanbeveling 7 wordt niet overgenomen, omdat een onderzoek door een accountant niet nodig is.
Hoeveel zekerheid is er dat een extern juridisch adviseur de raad kan garanderen dat de aanpassingen en de kostentoerekening niet nodig zullen zijn? Wethouder Geilen geeft aan dat het college zich niet aansluit bij de complimenten gedaan door verschillende raadsleden. Dit werd ook duidelijk in de bestuurlijke reactie. Het rapport is eigenlijk te laat verschenen, inmiddels ligt er een Regionaal Uitvoeringplan. In het rapport wordt iets onderzocht dat op basis van beleid aan het veranderen is en waarvan de conclusies van tevoren al bekend zijn. Een groot aantal elementen komt terug in het uitvoeringsplan en moet daar besproken worden om te kunnen spiegelen aan het beleid dat de raad vorig jaar heeft vastgesteld en om de raad in de optimale positie te brengen om te kijken of de maatregelen die nu ingezet worden ook bijdragen aan datgene wat bereikt moet worden. De oorzaak van de daling in de ranglijst is een systeemwijziging in de vorm van tariefdifferentiatie. De toegepaste maatregelen hebben niet voldoende geleid tot de beoogde forse verlaging. In antwoord op de vraag van de heer Coumans geeft wethouder Geilen aan dat er in de toekomst door de raad keuzes moeten worden gemaakt over het aantal milieuparken in gezamenlijk overleg met de raden in de Westelijke Mijnstreek.
En hoewel er te veel milieuparken zijn, is er nooit sprake geweest om tot één milieupark in Borkel te komen, zoals de heer Renet eerder aangaf, aangezien er met veel aspecten
7
rekening moet worden gehouden en de gemeente dit ziet als een regionaal thema. Het is wel noodzakelijk om op korte termijn keuzes te maken over het aantal milieuparken, aangezien de kwaliteit van de bestaande milieuparken achteruit gaat. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de kosten en de tarieven. Over de toerekening van kosten deelt de wethouder mee dat dit gevonden kan worden in het rapport Belastingmaatregelen. In dat rapport staat uitgerekend welke kosten legitiem zijn toegerekend aan de afvalstoffenheffing en de reden hiervoor. Kwijtschelding kan geschieden uit de algemene middelen, maar dan moet de OZB omhoog. Zodoende zou het tarief van de afvalstoffenheffing worden verlaagd. Maar ook constateert de wethouder dat er momenteel nog wat optimalisaties nodig zijn binnen Afval, zoals in de personele capaciteit. Ten slotte stelt de wethouder voor om de inhoudelijke discussie in de volgende Ronde te bespreken als het Regionaal Uitvoeringsrapport aan de orde komt. De heer Claessens (GOB) heeft nog twee vragen: - Wat heeft het onderzoek naar de kwetsbaarheid van RWM opgeleverd en wanneer komt dat aan bod? - Ook wil hij graag antwoord op zijn vraag over de milieu-BOA’s Wethouder Geilen geeft aan dat er capaciteit beschikbaar is bij de BOA’s om te handhaven bij afval, er is alleen gewijzigd in de organisatie bij de aansturing.
De coronapandemie heeft invloed gehad op de handhavingscapaciteit in de afgelopen periode. Wethouder Bühler deelt mee dat er momenteel geen aandacht is voor de toekomstvisie van RWM, omdat Echt-Susteren toetreedt. Hierdoor zal er een nieuw uitgewerkt plan komen met een nieuw afvalbeleid. Hiervoor wordt een onderzoek gestart en dat wordt extern getoetst. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) vraagt hierover of de resultaten van het onderzoek bekend kunnen zijn voordat de raad volgende week het Uitvoeringsplan gaat behandelen. Ook wil hij weten of dat onderzoek gedaan wordt door een extern bureau of door RWM zelf. Ook vraagt hij of de onderwerpen, genoemd in aanbeveling 6, worden meegenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan. Wethouder Geilen geeft aan dat er nog wat vragen beantwoord moeten worden die te maken hebben met de ontwikkelingen van het RWM, voordat hier duidelijkheid over is. Dit betekent ook dat de genoemde randvoorwaarden nog geen invulling hebben. Het college is in gesprek met Chemelot om te onderzoeken hoe de circulaire technieken kunnen worden toegepast. Dit mag niet te veel gaan kosten en moet mogelijk zijn binnen de bestaande wetgeving. Wethouder Geilen stelt voor om dit jaar een informatiesessie te organiseren over dit thema. De heer Renet (SPA) is van mening dat RWM in het rapport voldoende aan bod komt en vraagt de wethouder of hij het daarmee eens is.
Hij beschrijft de totstandkoming van het RKC-rapport en geeft aan dat hij het niet eens is met de geuite kritiek op het RKC-rapport. Hij vraagt de wethouder te erkennen dat de werkwijze van de RKC juist is geweest. Ook refereert hij aan een discussie die hij zich meent te herinneren over de herindeling van milieuparken. Wethouder Geilen geeft aan dat die discussie er is geweest maar geen officieel besluit tot gevolg heeft gehad, al zijn er wel ontwikkelingen op dit gebied. Hij erkent dat de RKC bevoegd is om dit onderzoek te doen. Maar het onderzoek had wat hem betreft meer waarde kunnen hebben in het toekomstperspectief van het RWM. Ook had het meer waarde kunnen hebben als het eerder klaar was geweest, zodat het een onderdeel van de beleidsvoorbereiding had kunnen zijn. De heer Bonten (D66) is content met de bespreking van het rapport op dit moment, maar mist de mogelijkheid om de beide rapportages te vergelijken.
8
Vervolgens werpt hij in een betoog zijn licht op een aantal onderdelen uit het RKC-rapport. Ter afsluiting vraagt hij de wethouder wat er wordt gedaan aan de toekomstbestendigheid van de milieuparken. Ook wil hij duidelijkheid over de niet-herleidbare heffingen om duidelijk te kunnen maken aan de burger waaruit die afvalstoffenheffing bestaat. Wethouder Geilen verwijst de heer Bonten terug naar de Rekenkamer om antwoord te krijgen op zijn vraag waarom er niets wordt vermeld over de toekomstbestendigheid van de milieuparken. Er staat wel iets over vermeld in het Uitvoeringsplan. Hij geeft aan dat slechts een klein percentage van het totaal niet herleidbaar is. Hij geeft aan welke kosten kunnen worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing, zoals reiniging en kwijtschelding. De basis is de besluitvorming van de raad. De heer Bonten (D66) geeft aan dat de Rekenkamer aangeeft dat er serieus gekeken moet worden naar de billijkheid en rechtmatigheid. Mevrouw Schenk-Hermans (PIT) vraagt de wethouder of hij bij conclusie 10 kans ziet om de twee noodzaken met elkaar te combineren, zodat er minder milieuparken komen en tegelijkertijd wordt voldaan aan de maatstaven anno 2022. Wethouder Geilen benadrukt dat dit kosten met zich meebrengt die gevolgen kunnen hebben voor de afvalstoffenheffing, omdat aan zoveel aspecten moet worden voldaan.
Het college heeft kansen aan de raad voorgelegd, maar de raad koos ervoor zich behoudend op te stellen. Hij verwacht dat de toekomst van de milieuparken in de komende jaren vaker zullen worden besproken. Mevrouw Harzi (VVD) refereert aan de ‘100 dagen afvalvrij’ en vraagt of hiervoor een campagne in de maak is. Ook stelt zij voor om ook in de dorpen bloembakken bij de ondergrondse afvalcontainers te plaatsen. Wethouder Geilen geeft aan dat er door de gemeente geen campagne wordt voorbereid, ook vanwege de kosten. Het college erkent dat er aandacht moet komen voor gedragsverandering die ertoe leidt dat de afvalstroom afneemt en dat zal in het Uitvoeringsplan aan de orde komen. Het schoonhouden van ondergrondse afvalcontainers door bloembakken erbij te plaatsen heeft niet altijd het gewenste (langdurige) effect. Ook is het belangrijk ervoor te zorgen dat het juiste soort afval in de containers terechtkomt en het blijft lastig om illegale bijplaatsing te voorkomen. De heer Samaritakis Krekels (Stadspartij) mist bij aanbeveling 6 de datagedreven aanpak om te komen tot een circulaire economie.
Hij vraagt de wethouder of er niet toegewerkt kan worden naar een datagedreven beleid voor de invoering van een nieuw afvalsysteem, met gebruikmaking van data die beschikbaar is en uit te breiden met een netwerk aan sensoren en een aantal sensoren bij afvalcontainers, waarbij de sturing door systemen geschiedt en de uitvoering door mensen. Wethouder Geilen geeft aan dat er al op een bepaalde wijze datagedreven wordt gewerkt bij de afvalverwerking waarop het beleid wordt gebaseerd. Vanuit de smartcity-aanpak wordt gekeken of dit nog geavanceerder zou kunnen, al is dit nog in een beginstadium. De wethouder roept de raad op om hier ideeën voor aan te leveren. De heer Maussen (RKC) komt terug op drie punten uit de bespreking: - Aanbeveling 7: de niet-verklaarbare post van 277.000 euro is terug te voeren op de vraag wat er wordt verstaan onder reiniging; - De RKC hoopte dat het rapport zou kunnen bijdragen aan de opstelling van het Uitvoeringsbeleid; - De circulaire economie heeft te maken met de kwaliteitsslag bij de milieuparken. Er ontstaat een discussie over aanbeveling 7. Wethouder Geilen stelt voor dit wederom aan de orde te stellen tijdens de voorbereiding van de belastingmaatregelen in november, waarbij het dan gaat om de breedte van de definitie Reiniging versus Straatreiniging.
9
De voorzitter vat samen: - De technische vragen van PIT worden schriftelijk beantwoord. - Er is een toezegging door de portefeuillehouder dat er een informatiesessie met ASL wordt gehouden in de tweede helft van het jaar. - Het controlemoment is een kleine nuancering op aanbeveling 7 en het wordt besproken in de raad van december. De voorzitter concludeert dat agendapunt 1.2 als hamerstuk naar de raad gaat.
10
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 30 juni 2022 1.3 Jaarstukken 2021 (Beeldvormende behandeling (Bühler) 1.4 2e Programmarapportage 2022 (beeldvormende behandeling (Bühler) Tijdstip:
20.45 -21.45 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
Y. Salvino A. Lamers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: Forum voor Democratie: PIT:
M. Claessens J. Schlössels A. Raven M. de Loo P. Pi van de Venne J. Joosten D. Pfoster J. Renet S. Klein E. Talpe
het college ambtenaren
wethouder Bühler Ambtenaar G, De Bruijn
notulen
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter leidt de agendapunten, die gezamenlijk worden behandeld in en geeft aan dat de gestelde technische vragen inmiddels zijn beantwoord. Er kunnen nog openstaande vragen tijdens de Ronde worden gesteld. Het college vraagt de raad te adviseren over het vaststellen van de jaarstukken 2021 en de 2e programmarapportage 2022. In de volgende Ronde worden de stukken opiniërend behandeld, dus advisering is in deze Ronde niet aan de orde. De beraadslaging vindt plaats in één termijn. De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) heeft namens zijn fractie geen aanvullende vragen. De heer Pfoster (PVV) vraagt of er breder kan worden ingezet op jongerenparticipatie dan de genoemde twee clubs. De heer Renet (SPA) heeft aan aantal aanvullende vragen en opmerkingen: - Waarom is de taakstelling van 1,2 miljoen euro niet behaald en wat is er gedaan om deze taakstelling te realiseren?
11
-
Hij pleit voor meer tijd en gelegenheid voor de raad om de voorstellen van het college te bestuderen en deze afzonderlijk te bespreken. Namens zijn fractie roept hij het college op om minder te lenen ten behoeve van investeringen, dit zou kunnen leiden tot extra ongewenste bezuinigingen in de toekomst. SPA is van mening dat de lasten, met name de rioolbelasting, evenrediger verdeeld moeten worden over huurders en eigenaren. De heer Renet vraagt om een toelichting op het antwoord op de technische vraag over de rioolheffing. Namens SPA pleit de heer Renet in algemene zin voor kwaliteit in plaats van uiterlijk vertoon, zoals nu gebeurt bij de exploitatie van het wegennet. Om financiële redenen zou SPA zo snel mogelijk van Groene Net af willen.
De heer Raven (Stadspartij) vraagt hoe de 5,2 miljoen euro overschot van 2021 wordt verdeeld. Ook wil de heer Raven nadere toelichting op de cijfers uit het staatje op pagina 16 van de beantwoording. Ook heeft hij geconstateerd uit de rapportage, dat de gemeentelijke meerjarige financiering niet sluitend is. Hij vraagt de wethouder aan te geven hoe dit wordt opgelost, aangezien de Stadspartij hier niet mee akkoord gaat. Correctie voorzitter: deze reactie (adviserend) is buiten de orde van de vergadering. De heer Raven geeft vervolgens aan dat hij geen gerichte vraag voor de wethouder heeft. De heer Talpe (PIT) heeft een aantal vragen over de jaarstukken: - Is er bij het surplus van de algemene reserve sprake van een incidentele of structurele inzet? - Is er voor de mogelijke planschadeclaim bij de windmolens in Holtum-Noord een extra voorziening opgenomen in het kader van risicobeheersing? Ook heeft hij vragen over de 2e Programmarapportage: - Komen er nog aparte raadsvoorstellen over de kredieten genoemd bij beslispunt 4 of wordt er uitgegaan van de eerder genomen raadsbesluiten? - Wat gebeurt er als deze gelden wel worden gereserveerd, maar niet gemandateerd door het college? - Op pagina 5 van het raadsvoorstel wordt verwezen naar incidentele middelen.
In hoeverre zijn deze nog beschikbaar als de raad het raadsvoorstel overneemt? In beslispunt 3 en 4 wordt namelijk al in raadsbesluiten genoemd wat er met dit geld gaat gebeuren. Mevrouw Joosten (VVD) stelt een aantal vragen: - Hoe wordt het fietsbeleidsplan uitgewerkt? - Hoe gaat de gemeente zich opstellen als werkgever tijdens deze periode van krapte op de arbeidsmarkt? - De VVD is niet tevreden met de vage antwoorden op haar vragen over de stijgende energiekosten en geeft aan dat afwachten tot het najaar wat de VVD betreft geen optie is. Mevrouw Joosten vraagt wat er nu wordt gedaan aan het probleem.
- Kan de provinciale subsidie, bestemd voor het plan Odasingel, niet verhoogd worden? - Waarom zijn de kosten van de ambtenaren bij grote projecten niet vooraf meegenomen? De heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) heeft de volgende vragen en opmerkingen: - Hoeveel mensen per partij zijn er welkom bij de Ronde en waar staat dit beschreven? - Is het ook mogelijk om verduidelijkingsvragen te stellen naar aanleiding van de antwoorden op andermans vragen? - De Fractie Lokaal hoopt dat er voor de volgende Ronde meer duidelijkheid zal zijn over het al dan niet betalen van de BTW bij de Belastingdienst; - Lokaal plaatst vraagtekens bij de indexering van 6,5 procent; - Ook wil de heer Klein weten wanneer hij de indexeringen kan verwachten van alle andere grote investeringen en hoe groot deze zijn. De voorzitter geeft aan dat het bekend is dat er in deze Ronde maximaal twee leden per partij aanwezig mogen zijn. De heer Talpe (PIT) vult aan dat dit in een e-mailbericht van 15 juni van de griffie is aangegeven. De heer Claessens (GOB) heeft drie vragen:
12
-
Is er overleg met de Provincie als toezichthouder op de gemeentefinanciën, nu er geen sluitende meerjarenbegroting is en het ook onbekend is over hoeveel middelen de gemeente kan beschikken in 2026? In hoeverre benadeelt het de inwoners dat er personeelskrapte is in het ambtelijk apparaat? Wordt er een risicovoorziening getroffen voor de stijgende energieprijzen?
Wethouder Bühler beantwoordt de vragen: Aan de heer Pfoster (PVV) adviseert zij de vraag te stellen aan wethouder Jonker. Aan de heer Renet (SPA): - Voor de taakstelling wordt een risicoreservering gemaakt tot 2025. Er liggen nog geen plannen onder. - Er wordt niet meer geleend dan dat er aan kredieten is vastgesteld door de raad. Voorts anticipeert het college op de te maken investeringen in haar leengedrag. - De verdeling van de lasten van onder andere de rioolheffing zal worden besproken in de raadsconferentie ter voorbereiding van de begroting 2023. Aan de heer Raven (Stadspartij): - De toelichting op de antwoorden op de technische vragen op pagina 16 staat beschreven in het raadsvoorstel. - Er is nog geen oplossing om de begroting meerjarig sluitend te krijgen en dit is dringend nodig. Vanuit de meicirculaire zijn er enkele voorstellen gekomen, maar die hebben nog geen vervolg kunnen krijgen. Aan de heer Talpe (PIT): - Het resultaat van de jaarrekening wordt in de algemene reserve geplaatst en vervolgens in de 2e programmarapportage om voor de tekorten van het lopende jaar in te zetten. - Wanneer de gelden niet worden gemandateerd is het niet mogelijk om de projecten uit te voeren. - De toelichting op de gereserveerde gelden staat beschreven in de rapportage. - Bij het surplus van de algemene reserve is de inzet incidenteel.
- Er is er een achtervang georganiseerd via het Rijksrisico voor de mogelijke planschadeclaim bij de windmolens in Holtum-Noord. Aan mevrouw Joosten (VVD): Drie vragen worden schriftelijk beantwoord: de vraag over het fietsbeleid, de vraag over het werven van arbeidskrachten voor de gemeente en de vraag over de Odasingel. Op de overige vragen antwoordt de wethouder: - Er wordt gekeken naar wat de gemeente nu al kan doen aan energiebesparing en het college is zich bewust van het belang hiervan. - Op het moment dat er een project start, dan zullen de kosten voor de ambtelijke ondersteuning worden geactiveerd. Aan de heer Klein (Lokaal Sittard-Geleen-Born) antwoordt de wethouder: - In het overleg ter voorbereiding op de begroting 2023 zal zij terugkomen op de vraag over de indexeringen. - Er is nog geen antwoord van de Belastingdienst over de BTW en dit komt ook niet voor 7 juli. Aan de heer Claessens (GOB): - Het college heeft de vraag van de heer Claessens voorgelegd aan de provinciale toezichthouders. De wethouder verwacht hier binnen twee weken een reactie op. - De gemeente ervaart de krapte op de arbeidsmarkt, zoals bij het KCC en de vergunningverlening en dit vergt een creatieve aanpak. - Voor de stijgende energieprijzen is geen voorziening getroffen, maar de compensatie wordt rechtstreeks ten laste van het resultaat genomen.
13
De heer Pfoster (PVV) vraagt de wethouder of ze beleid is om de vacatures binnen het ambtelijk apparaat zo snel mogelijk in te vullen. De wethouder geeft aan dat er initiatieven zijn om mensen te stimuleren en het jong talent verder te brengen op de arbeidsmarkt of te behouden. Zij erkent dat de dienstverlening naar de inwoners af en toe onder druk staat door deze situatie op de arbeidsmarkt. De heer Raven (Stadspartij) geeft aan dat hij het niet eens is met de gang van zaken en dat hij niet kan accepteren dat hij in deze Ronde zijn mening over de onderliggende onderwerpen niet kan geven. De heer De Loo (GroenLinks/PvdA) als voorzitter van de raadsagendacommissie verduidelijkt de aard van de besprekingen in deze Ronde op grond van de gemaakte afspraken en licht de rol van de voorzitter toe. Ter afsluiting geeft de voorzitter aan dat in de opiniërende Ronde van volgende week eveneens verduidelijkingsvragen gesteld kunnen worden. Voorts vat zij samen dat de wethouder heeft toegezegd dat er op openstaande vragen die niet vallen binnen haar portefeuille alsnog schriftelijk wordt geantwoord. De voorzitter bedankt de aanwezigen en sluit de vergadering.
14