CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Ronde Raadzaal d.d. 1 april 2021

Raad 22 april 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststellen van de notulen (29)8.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de ronde digitaal via Microsoft Teams op dinsdag 1 april 2020 1. Uitgangspuntennotitie voor de omgevingsvisie Tijdstip:

19.00-20.15 uur

Aanwezig de voorzitter de griffier

B. Hoedemakers A. Lamers

de leden

GOB: K. Creemers CDA: J. Schlössels Stadspartij: L. Weerman DNA: H. Wijnen GroenLinks: J. Janssen PvdA: T. Baars D66: J. Engelhart VVD: R. Voncken, PVV: T. Klaassen SPA: P. Winteraeken-Bruls 50PLUS: W. Schwillens Fractie Fredrix: L. Bruls Fractie Klein: -

het college ambtenaren

wethouder Houtakkers M. Nieuwenhuijzen, R. Friesen, J. Brouwers, A. Bergink

notulen

F. van Vlodrop (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent om 19.00 uur de vergadering. De commissie wordt gevraagd om de raad te adviseren over het vaststellen van deze uitgangspunten als richtinggevend kader voor het traject voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie. De technische vragen zijn eerder beantwoord. Mevrouw Creemers (GOB) stelt vast dat bij de Omgevingsvisie ook zaken als de Toekomstvisie SittardGeleen en het plan van aanpak NOVI Zuid-Limburg worden betrokken. Daarmee worden alle belanghebbenden betrokken bij dit project. De vaststelling van de Omgevingsvisie is voorzien medio 2022. Nu gaat het om de integrale aanpak. De financiële zaken worden besproken bij de bespreking van de Kaderbrief 2021. In 2016 heeft Sittard-Geleen de eerste Omgevingsvisie vastgesteld. Het betreft nu een actualisatie met aandacht voor duurzaamheid, inclusiviteit, sociale veerkracht en ‘voor iedereen een plek’. Dat biedt GOB voldoende aanknopingspunten voor een zaak als leefbaarheid. De Toekomstvisie kent vier speerpunten. Die worden in deze omgevingsvisie samen met NOVI-ZuidLimburg en het verbrede plan MER meegenomen. Daarmee ontstaat een integraal stuk voor het ruimtelijke beleid van de gemeente. Met de aanpak van deze omgevingsvisie wordt de gezamenlijke aanpak met de inwoners voortgezet. Het zal moeilijk zijn om de controle los te laten.

Hoe vind toezicht en handhaving in de toekomst plaats? Ook GOB is voor minder regels.

1

De heer Schlössels (CDA) merkt op dat het vaststellen van uitgangspunten belangrijk is voor de inrichting van de fysieke leefomgeving van de gemeente. Iedereen heeft zijn inbreng kunnen leveren in de werkgroep. Er moeten keuzes worden gemaakt. Ruimte waar het kan en sturen waar het moet. Maar: wat gaan we niet doen, mede gezien de dichtbevolkte gemeente met intensieve industrie? Het CDA vraagt daarbij aandacht voor goede zorg en veiligheid met een goede balans tussen leefbaarheid en economie. Het CDA vraagt aandacht voor enkele dossiers die belangrijk zijn voor de toekomst van Sittard-Geleen. In 2016, bij de vaststelling van de eerste Omgevingsvisie, was er nog geen sprake van woningnood. Nu is er een groot tekort aan woningen. Het college bestrijdt dat. Het CDA is het daar niet mee eens. Ook is er sprake van een grote mismatch op de woningmarkt. De fractie heeft daarvoor een artikel- 43 brief ingediend (over provinciale subsidie voor starterswoningen en voor het omzetten van winkel- naar woonbestemmingen) met aandacht voor inbreiding in plaats van uitbreiding. Zuid-Limburg, en ook Sittard-Geleen, scoort op het gebied van gezondheid niet zo best. Dat spoort niet met de ambities om van de stad een sportstad te maken.

Het CDA roept dan ook op tot samenwerking met organisaties op het gebied van gezondheid en sport met aandacht voor de top vijf van aandoeningen als overgewicht, hartfalen, depressie en diabetes. De fractie wil ook inzetten op samenwerking met de GGD’s en onder andere de grote zorgverzekeraars. De leefbaarheid komt in de kernen, dorpen en wijken steeds meer onder druk te staan, onder andere door de hoge kosten in verband met overheveling van de zorgtaken naar de lokale overheid en natuurlijk door de coronacrisis. Voor de leefbaarheid is een goed accommodatiebeleid nodig. Initiatieven op dat gebied moeten worden gesteund. Met de in eigen huis aanwezige kennis, kunde en betrokkenheid en met samenwerking met alle betrokkenen moet de weg gevonden worden naar een sterk, gezond en leefbaar Sittard-Geleen. De heer Janssen (GroenLinks) merkt op dat de voorliggende uitgangspuntennota een hoog abstractieniveau heeft. Het gaat niet over een gebiedsgerichte en ruimtelijke aanpak. GroenLinks hecht aan participatie en betrokkenheid van inwoners bij de actualisatie van de Omgevingsvisie. Sittard-Geleen is een van de honderd Global Goals-gemeenten. Het college wil daar met deze voorstellen op aanhaken met een verbrede milieu-effectrapportage (MER) en een maatschappelijke kosten baten analyse (MKBA). GroenLinks stemt daarmee in.

Echter de Global Goals komen er in de uitgangspuntennotitie bekaaid vanaf. Dat is een omissie. Daarom pleit de fractie ervoor om hiervoor alsnog een hoofdstuk op te nemen. Daarmee ontstaat een mooie verbinding tussen het fysieke en sociale domein. De fractie pleit er ook voor om ambities meetbaar te maken en deze te koppelen aan de Toekomstvisie 2030 en de NOVI. En wat houden de ambities ‘Ruimte waar het kan’ en ‘Sturen waar het moet’ precies in? En hoe wordt de hoe-vraag over allerlei ruimtelijke initiatieven beantwoord? Hoe kunnen bijvoorbeeld lokale energiecorporaties optimaal participeren en meeprofiteren van nieuwe ruimtelijke initiatieven? Dat moet opgenomen worden in de uitgangspunten en de kaders. Wanneer worden deze zaken en onder andere de verbrede MER aan de raad voorgelegd? De fractie van GroenLinks wil intensief betrokken worden bij de ruimtelijke inkadering van de herontwikkeling van de stedelijke centra, bij de experimenteergebieden van de transformatievisie Wonen, zoals in Geleen-Zuid, bij de herontwikkeling van de ESCS-locatie en de (her)ontwikkeling van grote bedrijventerreinen. De heer Klaassen (PVV) vindt het belangrijk dat de gemeente de speerpunten benoemd bij de ruimtelijke dilemma’s: welke ontwikkelingen zijn wenselijk en welke niet? De notitie bevat slechts zeer abstracte denklijnen.

Het bevat geen tastbare zaken om richting te geven aan de ruimtelijke ordening. Het is vooral een procesvoorstel met veel abstracte begrippen als Global Goals en verwijzingen naar de toekomstvisie en de NOVI. Het zegt niets over de couleur locale. Er wordt slechts gesproken over abstracte zaken als klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire energie. Er vinden wel meer ontwikkelingen plaats binnen ruimtelijke ordening als inrichting van de openbare ruimte, veiligheid, de woningproblematiek en bijvoorbeeld ondermijningen. De raad is prima in staat om uitgangspunten op die gebieden mee te geven aan het college. De basis voor deze nieuwe Omgevingsvisie is de Toekomstvisie 2030. Die is echter nog niet vastgesteld. Een rechtmatige overheid moet in de Omgevingsvisie kaders stellen voor wenselijk ontwikkelingen in de geest van de Omgevingswet met aandacht voor participatie en draagvlak of de positie van beeldbepalende gebouwen.

2

Veel gemeenten werken op dit moment aan een eigen Omgevingsvisie. Op welke manier stemt de gemeente zaken met hen af? Mevrouw Weerman (Stadspartij) vraagt naast aandacht voor betrokkenheid van de samenleving bij de vorming van de visie aandacht voor de interne organisatie. Daarmee ontstaat in een vroeg stadium de koppeling tussen de visie, de programma’s en de plannen. De ambtelijke organisatie krijgt te maken met flinke veranderingen met een omslag in denken en werken. De Stadspartij vraagt hen goed te begeleiden. De nieuwe Omgevingsvisie verkeert in fase 1. Er moet nog veel gebeuren. Op 22 april 2021 krijgt de raad gedetailleerde uitleg over het proces om te komen tot de Toekomstvisie. De Stadspartij vraagt daarbij – nu al - om een gedetailleerde tijdlijn met acties. Het college heeft zich in drie sessies met behulp van strategische beleidsadviseurs verdiept in de visie en de daarbij behorende opgaven. Daarna is aansluiting gezocht bij bestaande ontwikkelingen. Over welke ontwikkelingen gaat het? Mevrouw Engelhart (D66) deelt mee dat de gemeenteraad met de vaststelling van de Omgevingsvisie de uitgezette koers, de uitgangspunten en de ambities verankert. Er is nog voldoende ruimte voor nadere uitwerking op themaniveau. Met de nieuwe Omgevingswet krijgt de gemeenteraad een heel andere positie. Er valt straks veel te kiezen.

Binnen de nieuwe Omgevingsvisie wordt gezocht naar een samenhang tussen het fysieke, sociale en het economische domein met een aantal integrale en gezamenlijke aanpak van de leefomgeving. Daarmee worden ook de ambities van de fysieke leefomgeving geborgd. D66 is daar blij mee. Participatie en betrokkenheid zijn belangrijk bij planvorming en realisatie van de visie. Inwoners moeten een stem krijgen. Dat is een nieuwe politieke opponent van de nieuwe Omgevingswet met een nieuwe invulling van burgerparticipatie en invloed van inwoners bij ruimtelijke projecten (RtC, Right to Challange). Het college moet zich ervan bewust zijn dat er bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie een spanningsveld is tussen wensen van de stakeholders en de effecten op de leefbaarheid en de gezondheid van de inwoners. Hoe gaat de wethouder daarmee en met het verwachtingsmanagement van de stakeholders om? De heer Baars (PvdA) is het met veel fracties eens die spreken over een hoge abstractieniveau van de stukken. Op het gebied van duurzaamheid wordt gesproken over intenties. Waarom wordt niet gewoon gesproken over de zorgen op dit gebied? Wat wordt bedoeld met intenties? Verder vindt de PvdA het belangrijk om ook zaken als inclusie mee te nemen. Ook vraagt de fractie aandacht voor betaalbare woningen.

De heer Wijnen (DNA) onderschrijft de voorliggende uitgangspuntennotitie in grote lijnen ook al zijn de gestelde kaders mager en abstract. Wellicht dat de wethouder daar nadere uitleg over kan geven. Spreker gaat ervan uit dat de raad straks nog voldoende inbreng mag geven en inspraak kan hebben in het verder ontwikkelen van de Omgevingsvisie. De heer Voncken (VVD) stemt in met het voorliggende voorstel, maar heeft nog een vraag over de MKBA. Waarom is daarvoor gekozen? Speelt daarbij ook draagvlak een rol? De heer Schwillens (50PLUS) kan zich grotendeels vinden in de uitgangspunten, maar vindt dat nog een aantal aanpassingen nodig is onder andere op het gebied van de woningvoorraad met aandacht voor betaalbare woningen en de veiligheid rondom Chemelot. 50PLUS is bang dat de uitgangspunten circulaire economie en een sterke gezonde stad met elkaar in conflict komen. Daarom moet de gemeente nieuwe bedrijven op Chemelot goed controleren op mogelijke overlast. Wat is de verantwoordelijkheid van de gemeente op dit gebied bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet? In het recent verschenen rapport naar aanleiding van een onderzoek naar de waterhuishouding wordt gesproken over enkele hotspots op het gebied van verontreinigingen. Ook dat moet worden meegenomen in de Omgevingsvisie.

3

Mevrouw Winteraeken (SPA) ziet het voorliggende ook als een processtuk. Het is gebaseerd op de Toekomstvisie en op NOVI. De komende periode wordt verder gewerkt aan concretisering en meetbaarheid. Spreekster ziet als lid van de betreffende werkgroep uit naar de besprekingen hierover. Die zaken komen uiteindelijk in de vergunningen en in de bestemmingsplannen terecht. SPA vraagt tot slot naar de consequenties van Sittard-Geleen als Global Goal-gemeente. De heer Bruls (Fractie Fredrix) ziet uit naar het verdere proces voor de daadwerkelijke totstandkoming van de Omgevingsvisie. Veel van de opmerkingen van de fractie zijn al genoemd. De fractie ziet uit naar de resultaten van de aangekondigde bredere samenwerking met onder andere een MKBA. Wethouder Houtakkers legt uit dat het doel van de notitie is om de raad mee te nemen in het denkproces om te komen tot een ontwerp van de actualisatie van de Omgevingsvisie 2016. Dat ontwerp wordt de september 2021 vastgesteld. De raad heeft recent de Toekomstvisie 2030 besproken. Die is inderdaad nog niet vastgesteld. De raad heeft er kennis van genomen. De visie moet worden beschouwd als een kaderstellend document voor de bespreking van de kadernota en de begroting. De Toekomstvisie is, net als NOVI, gerelateerd aan de Omgevingsvisie. GroenLinks vraagt in de uitgangspuntennotitie aandacht voor Global Goals.

De wethouder zegt toe daar nog eens kritisch naar te kijken en uitgangspunten op dit gebied scherper te formuleren. Wethouder Houtakkers gaat niet in op opmerkingen over onder andere wonen, windmolens, de herontwikkeling van de ESCS-locatie en dergelijke. Daar wordt in de werkgroep verder over gesproken. In de Toekomstvisie is een aantal speerpunten vastgelegd, onder andere positieve gezondheid. Op dat gebied wordt intensief samengewerkt met de gemeenten in Zuid-Limburg. Chemelot, circulaire economie en leefbaarheid zijn onderwerpen die opgenomen zijn in NOVI. Daar wordt aandacht aan besteed bij de verdere invulling door de samenleving en de raad. Veel stakeholders hebben al aangegeven grote belangstelling te hebben voor ontwikkelingen in de gemeente. Daarbij zijn ook verbindingen met cultuur, sport en onder andere circulariteit van groot belang. Ook is er aandacht voor de spanning tussen de wensen van de stakeholders en die van de inwoners. De Omgevingsvisie wordt kaderstellend voor de invulling van het ruimtelijk beleid. Eventuele spanningen worden met de raad besproken. De wethouder benadrukt dat dit jaar nog een groot aantal fases wordt doorlopen. Besluitvorming hierover vindt in 2022 plaats.

De heer Janssen (GroenLinks) herhaalt zijn vraag wanneer de verbreding van de MER en de MKBA en de hoe-vraag (met aandacht voor participatie aan inclusiviteit) in de raad worden besproken. Hij is blij met de toezegging van de wethouder om extra met informatie over Global Goals op te nemen. Hij vraagt de wethouder die informatie voor de raadsvergadering beschikbaar te stellen. De heer Janssen merkt op dat in de uitgangspuntennotitie twintig thema’s, speerpunten en doelstellingen zijn opgenomen. Hij stelt voor om in de werkgroep voorbereidingen te treffen voor het formuleren van de ambities. Wethouder Houtakkers beaamt dat hij een extra aantal regels zal wijden aan de Global Goals en kondigt aan zijn best te doen om die vooraf aan de raadsvergadering beschikbaar te stellen. Hij merkt verder op dat de speerpunten in het kader van de Toekomstvisie besproken zijn. Die kunnen samen met raakvlakken uit NOVI landen in de Omgevingsvisie. Het spreekt voor zich dat dit besproken wordt met de werkgroep Omgevingswet. Het is belangrijk om dit samen met de raad te doen. Waar participatie noodzakelijk is, moet dat ook gebeuren. Voor inzicht in wanneer dat plaats moet vinden, moet gevoel ontwikkeld worden. Het is niet verstandig om dit nu aan de buitenwacht voor te leggen.

De heer Klaassen (PVV) constateert dat de Omgevingsvisie wordt opgehangen aan abstracte instrumenten als de Toekomstvisie, het Klimaatakkoord, de Global Goals en onder andere NOVI. De gemeente moet echter eigen uitgangspunten formuleren. Sommige fracties hebben al gesproken over de woningmarkt, de landbouwsector en de balans tussen toerisme en leefbaarheid. Dat zijn de thema’s waar burgers om vragen. Wethouder Houtakkers benadrukt dat ook de gemeenteraad aan zet is om uitgangspunten te formuleren met inachtname van de kaders die eerder zijn besproken. De balans tussen toerisme en leefbaarheid,

4

waar de PVV over spreekt, is onderdeel van Sterke gezonde steden, waar in NOVI over wordt gesproken. De wethouder benadrukt tot slot dat het nu slechts gaat om een actualisatie van de Omgevingsvisie. De heer Baars (PvdA) herhaalt zijn vraag over de intentie waarover in de duurzaamheidsparagraaf wordt gesproken. Wordt het proberen en niets beloven? Wethouder Houtakkers antwoordt dat duurzaamheid in nagenoeg alle raadstukken aan de orde komt. Zaken moeten altijd op duurzaamheid worden getoetst, ook binnen de Omgevingsvisie. De heer Schwillens (50PLUS) vraagt in het kader van Sterke gezonde steden aandacht voor de luchtkwaliteit rondom Chemelot. Wordt die kwaliteit door de toekomstige ontwikkelingen die in versneld tempo plaatsvinden, goed bewaakt en blijft de kwaliteit van de lucht binnen de grenzen van de vergunning? Wethouder Houtakkers benadrukt dat milieu, en dus ook luchtkwaliteit, een belangrijk element is binnen de Omgevingsvisie. Daar wordt intensief aandacht aan besteed. Hij kan niet ingaan op de gedetailleerde vragen hierover. Mevrouw Nieuwenhuizen (ambtenaar) gaat in op de vraag over de verbreding van de MER en de MKBA. Bij een MER worden de effecten van het te voeren beleid op het milieu onderzocht. Bij het voorliggende onderwerp gaat het echter om meer dan het milieu. Het bevat ook sociale, economische, fysieke en gezondheidsaspecten.

Daarom is gekozen voor een brede MER. Bij een MKBA is aandacht voor verschillende partijen - en naast de kosten ook de maatschappelijke baten. Dat helpt om zaken in een breder perspectief te zetten. Het traject van deze zaken moet parallel gaan lopen met de inkadering van de Omgevingsvisie. Tussentijdse resultaten van de MER en MKBA kunnen verder richting geven aan Omgevingsvisie. Tweede termijn De heer Janssen (GroenLinks) leest in het raadsvoorstel dat de ambities en hoofduitgangspunten voor de Omgevingsvisie worden vastgelegd. Dat is echter niet het geval. De raad geeft de wethouder slechts handvatten mee om de thema’s meetbaar te maken. De raad moet de ambities van de thema’s vaststellen. De raad moet aangeven wat hij belangrijk vindt. Er is al gesproken over leefbaarheid, betaalbaarheid, woningbouw en inclusie. Daar moet de raad ambities voor formuleren. De heer Klaassen (PVV) is het helemaal eens met GroenLinks. Hij stelt vast dat nu slechts een selectie van abstracte klimaathallucinaties is genoemd. Er is geen sprake van kaders voor ruimtelijke dilemma’s. De uitgangsnotitie bevat dus geen uitgangspunten. Veel fracties spreken over concrete zaken als de woningmarkt en dergelijke.

Hoe herkennen zij hun bijdragen terug in deze notitie? Mevrouw Creemers (GOB) beaamt dat het abstractieniveau hoog is en de notitie weinig concreet is, maar zij is van mening dat dat in de volgende fase verder wordt uitgewerkt in diverse werkgroepen en sessies. GOB is daarbij van mening dat het primaat van Chemelot bij de gemeente zou moeten liggen en niet bij provincie. Mevrouw Engelhart (D66) is het eens met de bijdrage van GroenLinks. Ook D66 gaat ervan uit dat er nog veel ruimte is voor verdere concretisering. Op themaniveau moet er nog veel worden besproken. De voorzitter leest in de chat dat ook 50PLUS, het CDA en de PvdA het eens zijn met GroenLinks. De heer Klaassen (PVV) begrijpt ook dat er nog veel dient te worden besproken, maar met deze notitie (met onder andere een relatie naar de Toekomstvisie, het Klimaatakkoord en Global Goals) wordt al een selectie gemaakt. Daarmee maakt het college bewust een keuze. De PVV stelt voor om zelf thema’s en uitgangspunten te bedenken. Naast klimaat bestaan er ook nog veel andere belangrijke (tastbare) thema’s waar ook andere fracties naar gevraagd hebben als leefbaarheid en veiligheid. Spreker stelt dan

5

ook voor dat de wethouder zijn huiswerk opnieuw doet en de raad een voorstel voorlegt waar meer het draagvlak voor is. Mevrouw Engelhart (D66) is het eens met de PVV. Zij stelt vast dat wat in de visie wordt verkondigd, warrig is. Wat is de reden van de keuze voor de gekozen thema’s en uitgangspunten? Waarom zijn andere thema’s niet opgenomen? Daar gaat het voorliggende document niet over. Wethouder Houtakkers geeft het GOB en D66 gelijk dat de notitie in volgende fasen verder wordt uitgewerkt. Er is nog veel tijd en ruimte om samen zaken in te vullen. Het gaat nu om de start van dat traject. De voorzitter stelt vast dat drie fracties het voorstel, conform het voorstel van de PVV, willen aanhouden. De andere fracties stellen voor om het voorstel als bespreekstuk te agenderen voor de raadsvergadering en verder te bespreken in de raadswerkgroep. De heer Baars (PvdA) kan zich vinden in het voorstel van de wethouder. Hij stelt voor dat de wethouder de raad een voorstel voorlegt met onderwerpen die nader besproken kunnen worden. De voorzitter vat samen dat de wethouder de raad nog informatie heeft toegezegd over Global Goals. Het voorstel zal als bespreekstuk worden geagendeerd voor de volgende raadsvergadering. Het staat de fracties vrij om uitgangspunten toe te voegen. De voorzitter sluit vervolgens het overleg om 20.15 uur.

6

2. Voorbereidingsbesluit Middengebied Noord (Meekels) Tijdstip:

20.15-20.55 uur

Aanwezig de voorzitter de griffier

B. Hoedemakers A. Lamers

de leden

GOB: F. Vroomen CDA: J. Schlössels Stadspartij: L. Weerman DNA: H. Wijnen GroenLinks: F. Crutzen PvdA: T. Baars D66: C. Laugs VVD: R. Voncken PVV: T. Klaassen SPA: P. Winteraeken-Bruls 50PLUS: W. Schwillens Fractie Fredrix: L. Bruls Fractie Klein: S. Klein

het college ambtenaren

wethouder Meekels M. Nieuwenhuijzen, R. Friesen, J. Brouwers, A. Bergink

notulen

F. van Vlodrop (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent om 20.15 uur de vergadering. De commissie wordt gevraagd om te verklaren dat het bestemmingsplan voor dit gebied kan worden voorbereid. De technische vragen zijn eerder beantwoord. Mevrouw Nieuwenhuijzen geeft een presentatie over de stand van zaken van de gebiedsontwikkeling van het terrein tegenover het Zuyderlandziekenhuis, tussen de Rijkswegboulevard, de Middenweg en de spoorlijn naar Heerlen. Het is nu een open gebied met wandel- en fietsroutes. De heer Friesen begeleidt het bestemmingsplan Middengebied Noord. Daarvoor is na het verstrijken van de termijn een nieuw voorbereidingsbesluit nodig. Een voorontwerp van het ontwerp-bestemmingplan is al eerder ter visie gelegd. Daarmee is ook de inspraaktermijn gestart. Ten opzichte van het vorige plan is het aantal woningen aanzienlijk teruggebracht; van 700 naar maximaal 230 woningen en 50 zorgwoningen. Ook is het bestemmingsgebied aanzienlijk verkleind. Er is nu gekozen voor een meer dorps karakter met geconcentreerde woningbouw in de kern en ruime kavels buiten de kern. Er is verder sprake van een groenstructuur en een flexibele infrastructuur. De groenstructuur functioneert als as door het gebied. Mevrouw Nieuwenhuijzen deelt mee dat de rand van het gebied aantrekkelijk wordt gemaakt met een fruitbomenrand.

Het fietspad wordt in het park meegenomen met een aansluiting op de ondertunneling bij de Lintjesweg. Er wordt onderzocht of het ontwerp van 2007 kan worden uitgevoerd. Op 15 april 2021 wordt in een raadsinformatieavond een toelichting gegeven op het totaalconcept. De voorzitter geeft het woord aan de fracties voor de behandeling van dit onderwerp. De heer Vroomen (GOB) is blij met dat met deze acties vaart komt in de realisatie van de plannen voor woningbouw in dat gebied. Dat brengt enige verlichting op de gespannen woningmarkt. Andere fracties hebben eerder hun zorgen uitgesproken over de gevolgen voor de ecologische verbindingszone. GOB is blij dat dit wordt opgepakt. De fractie vraagt de wethouder om in een tijdlijn de concrete voornemens aan te geven. De heer Vroomen heeft in de plannen een geheimzinnig driehoekje ontdekt dat niet in het

7

voorontwerp is opgenomen. Hij vraagt om opheldering. Hij vraagt verder meer informatie over de ontsluiting via de Rijksweg. GOB stemt in met de voorliggende voorstellen. De heer Schlössels (CDA) is, gezien de woningnood ook in deze gemeente, blij met de plannen voor woningbouw in dat gebied. Het is wellicht een van de laatste uitbreidingsplannen in deze gemeente. In de toekomst zal meer sprake zijn van inbreiding en transformatie van bijvoorbeeld leegstaande winkels en kantoren naar appartementen. Het CDA vraagt bij de plannen aandacht voor een optimale overgang van de wijk naar omliggend natuurlandschap en landbouwgrond. Ook het CDA vraagt meer informatie over de ontsluiting van de wijk. Mevrouw Crutzen (GroenLinks) waardeert het streven om een groot aantal minder woningen te bouwen. Dat komt de natuurwaarden van het gebied ten goede. Er is echter ook sprake van een verstedelijking van het gebied. Kiest de gemeente voor kwaliteit van de natuur of voor woningbouw? Spreekster ziet uit naar een discussie hierover met de andere fracties. De voorzitter benadrukt dat het gaat om een verlenging van een voorbereidingsbesluit. Daarbij is een discussie over inhoud niet aan de orde. Mevrouw Crutzen (GroenLinks) ziet uit naar de discussie, omdat het een van de laatste mogelijkheden is voor inbreiding in deze gemeente. De plannen zijn ter inzage gelegd.

GroenLinks stelt echter voor om de burgers er actiever bij de betrekken. De fractie stemt in met het voorbereidingsbesluit, maar zet vraagtekens bij de definitieve planontwikkeling. De heer Klaassen (PVV) beaamt dat het gaat om een technisch besluit en niet om de inhoud. Hij wil weten of een voorbereidingsbesluit steeds na een jaar verlengd kan worden. Hij vermoedt dat in de ‘Bermuda-‘driehoek waar GOB over sprak de resterende 470 woningen terecht zijn gekomen. Hij vraagt tot slot naar de relatie tussen het stedenbouwkundig programma en het bestemmingsplan dat nu ter inzage ligt. Mevrouw Weerman (Stadspartij) is blij dat de plannen voor dat gebied nu daadwerkelijk worden opgepakt, mede gezien de krapte op de woningmarkt. De gemeente is steeds meer in trek bij mensen die er zich willen vestigen, onder andere werknemers van Chemelot en het ziekenhuis. Waarom sleept dit dossier zich al zo lang voort? Is er te weinig capaciteit bij de gemeente of heeft ARK steken laten vallen met een jarenlange bouwstop? Het is nu tijd om - zorgvuldig - door te pakken. De heer Laugs (D66) sluit zich aan bij de vraag van de PVV hoe vaak je een voorbereidingsbesluit kan verlengen. D66 vertrouwt erop dat dit de laatste keer is. De fractie gaat akkoord met het voorstel. De heer Baars (PvdA) gaat akkoord met het voorstel. Er komen alleen koopwoningen en dure huurwoningen.

Waarom is er niet gekozen voor een deel sociale woningbouw? De heer Wijnen (DNA) stemt in met het voorbereidingsbesluit. Het bestemmingsplan komt later aan de orde. De heer Voncken (VVD) steunt het voorbereidingsbesluit. De heer Schwillens (50PLUS) is gecharmeerd van het voorliggende voorstel. Ook 50PLUS vraagt aandacht voor ontsluiting van de wijk. Mevrouw Winteraeken (SPA) steunt het plan. Haar technische vragen over het aantal woningen zijn eerder naar tevredenheid beantwoord. De heer Bruls (Fractie Fredrix) stemt in met het voorbereidingsbesluit. Daarmee worden ongewenste ontwikkelingen voorkomen.

8

De heer Klein (Fractie Klein) sluit zich aan bij de opmerking van de PvdA over het gebrek aan sociale woningen. Het lijkt wel een elitewijk te worden, terwijl de wachtlijst voor sociale woningen al ruim drie jaar is. Fractie Klein pleit dan ook voor sociale huurwoningen in dat gebied. Wethouder Meekels benadrukt dat nu slechts wordt gesproken over een voorbereidingsbesluit. Dat besluit is nodig om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. Het dossier sleept zich al lang voort door discussies met de ontwikkelaar over de reductie van het aantal woningen en flexibiliteit binnen de plannen. Nu wordt er hard gewerkt aan het bestemmingsplan. De wethouder vond het gepast om de raad met een korte presentatie te informeren over de stand van zaken. Op 15 april 2021 worden de plannen nader toegelicht en is er ruimte voor inhoudelijke vragen. In mei 2021 volgt een webinar over de invulling van groen in de woonwijk. De wethouder gaat toch in op een aantal vragen die nu nog niet aan de orde zijn. De verkeerssituatie, onder andere de ontsluiting van de wijk, wordt nader onderzocht. Onder andere wordt gekeken naar alternatieve ontsluitingen. Het CDA vroeg aandacht voor transformatie van onder andere kantoren en woningen. Daarvoor worden nu pilots gehouden, onder andere in Einighausen en Guttecoven. De wethouder zegt toe onderzoek te doen naar de wens van omwonenden voor inspraak.

Voor de geconstateerde driehoek komt een apart bestemmingsplan in verband met de aanleg van een tunnel. Over de aard van de woningen is eerder gesproken. Door de reductie van een groot aantal woningen zou de ontwikkelaar verlies lijden. Met ZOwonen is een convenant afgesproken voor de invulling van de socialewoningbouwplicht. Dat is mogelijk op de Kennedysingel in Sittard. Tweede termijn De heer Klaassen (PVV) gaat in op het eerdere pleidooi van het CDA dat slechte woningen uit de markt moeten worden gehaald. Dat is oud beleid. Bovendien heeft dat beleid in Zuid-Limburg nooit gefunctioneerd. Hij vraagt het CDA om voorbeelden te noemen van plekken waar woningen uit de markt zijn gehaald en nieuwe ontwikkelingen zijn gerealiseerd. Hij roept op om in te zetten op andere instrumenten en positief te kijken naar de woningmarkt. De heer Schlössels (CDA) weet dat veel woningverenigingen woningen verduurzaamd hebben en hele wijken heeft hebben gesloopt en vervolgens opnieuw opgebouwd. Dat is onder andere het geval geweest in Kerkrade in de wijk Rolducerveld. Het CDA is nog steeds van mening dat slechte woningen moeten worden gesloopt. Op die plekken kunnen nieuwe woningen worden gebouwd. Verder pleit het CDA voor transformatie van winkel- en kantoorpanden naar woningen.

De heer Klaassen (PVV) is het ermee eens dat slechte woningen uit de markt moeten worden gehaald en nieuwe woningen moeten worden gebouwd, maar dat is in de afgelopen bestuursperiode onvoldoende gelukt. Verder is het CDA niet voor uitbreidinglocaties, maar stemt de fractie wel in met het voorliggende plan. Spreker ziet verder uit naar de reactie van het CDA op de plannen voor de Schwienswei. De heer Schlössels (CDA) benadrukt dat de woningmarkt in de afgelopen jaren tien jaar drastisch is veranderd. De ingevoerde verhuurdersheffing was een rem op het bouwen van woningen. Er is nu sprake van een grote druk op de woningmarkt. De heer Wijnen (DNA) weet dat ZOwonen in Sittard-Geleen veel woningen heeft gesloopt en veel nieuwe woningen heeft gebouwd. Half Stadbroek is vervangen door nieuwbouw. In Limbrichterveld wordt een complete flat gesloopt en ook in wijken als Sanderbout en Geleen-Zuid zijn veel woningen vernieuwd of gesloopt en opnieuw herbouwd. Hij is het dan ook niet eens met de PVV. De heer Klaassen (PVV) merkt op dat de woningcorporaties een autonome opgave hadden om hun woningen te verduurzamen en te vernieuwen. Er zijn inderdaad veel woningen gesloopt, maar de gemeente had ook een extra taakstelling om vastgoed uit de markt halen. Daar ziet de PVV te weinig van terug.

Spreker blijft van mening dat het CDA weinig consequent is over haar opvattingen over in- en uitbreiding.

9

De voorzitter stelt vast dat het onderwerp als hamerstuk geagendeerd kan worden voor de volgende raadsvergadering en sluit de bespreking van dit onderwerp om 20.55 uur af.

10

3. Subsidieregeling evenementen (Houtakkers) Tijdstip:

21.00-22.20 uur

Aanwezig de voorzitter de griffier

B. Hoedemakers A. Lamers

de leden

GOB: R. Breidenbach CDA: F. den Rooijen Stadspartij: L. Weerman DNA: H. Wijnen GroenLinks: G. Dumernit PvdA: A. Koenen D66: C. Laugs VVD: R. Voncken PVV: T. Klaassen SPA: J. Renet 50PLUS: W. Schwillens Fractie Fredrix: L. Bruls Fractie Klein: S. Klein

het college ambtenaren

wethouder Houtakkers M. Nieuwenhuijzen, R. Friesen, J. Brouwers, A. Bergink

notulen

F. van Vlodrop (Notuleerservice Nederland)

De voorzitter opent om 2119.00 uur de vergadering. De commissie wordt gevraagd om de raad input te leveren op deze concept-subsidieregeling. De technische vragen over dit onderwerp zijn eerder beantwoord. De heer Breidenbach (GOB) merkt op dat in de afgelopen jaren veel discussies zijn geweest over dit onderwerp. Bureau Berenschot heeft het evenementenbeleid in 2019 geëvalueerd. Dat heeft geleid tot dertien aanbevelingen, onder andere een herijking van de subsidieregeling. Die zijn opgenomen in de voorlopige nieuwe subsidieregeling. GOB is het ook eens met het loslaten van de term ‘OnBrand’, de aansluiting met de huidige marketingstrategie en het schrappen van het maximaal drie keer toekennen van subsidie voor kleine evenementen. De fractie heeft verder enkele vragen en opmerkingen.  Hoe worden evenementen in Sittard-Geleen gepromoot?  Zijn de resultaten van evenementen meetbaar?  De subsidie aan lokale evenementen (van 500 bezoekers) daalt van 10.000 euro naar 5000 euro. Komen er daardoor evenementen in de problemen?  Wat is het nut van artikel 3 nu een evenement altijd onder sociale cohesie valt?  In artikel 6 staat dat alleen resterende kosten worden gesubsidieerd. Mag een organisatie dan nog wel financiële reserves opbouwen?  In artikel 9 lijkt de kaasschaafmethode gehanteerd.

Het zou meer voor de hand liggen om te kijken naar de bijdrage aan de marketing- en communicatiestrategie van de gemeente en onder andere naar de mate waarin het evenement aansluit op andere maatschappelijke ontwikkelingen.  In artikel 9.2 wordt gesproken over de mate waarin het evenement maatschappelijk draagvlak geniet en onder andere de mate van actualiteit. Worden, als daaraan is voldaan, andere vergelijkbare evenementen afgewezen?  Hoe worden de kosten van evenementen voor de gemeente zichtbaar gemaakt? Dat vraagt om een volledige transparantie over alle kosten van evenementen voor de gemeente.  Worden organisatoren geïnformeerd over de mogelijk om materialen van de gemeente te lenen?

11

Ondanks deze vragen en opmerkingen vindt GOB deze subsidieregeling een goede stap voorwaarts. De heer Den Rooijen (CDA) is blij dat de raad wordt meegenomen bij deze nieuwe regeling. Evenementen zijn belangrijk voor de uitstraling van Sittard-Geleen en voor horeca, middenstand en andere bedrijven (leveranciers) en inwoners. Het evenementenbeleid is in de afgelopen acht jaar steeds aangepast en in 2019 geëvalueerd. Dat heeft onder andere geleid tot een transparantere regeling voor subsidies voor evenementen. De nieuwe regeling wordt budgettair neutraal uitgevoerd. Er is ruimte voor nieuwe initiatieven. Duurzaamheid en inclusie zijn nieuwe aspecten in de regeling. Het CDA heeft nog enkele vragen en opmerkingen.  Hoe verlopen de gesprekken met de vijf organisaties die te maken krijgen met een afbouw van subsidie?  Subsidies zijn gekoppeld aan een minimum aantal bezoekers. Hoe wordt dat gecontroleerd? De fractie van het CDA gaat verder akkoord met deze subsidieregeling. Mevrouw Dumernit (GroenLinks) is blij met deze duidelijke en overzichtelijke regeling en de ruimte voor nieuwe en innovatieve initiatieven. De subsidie wordt niet verhoogd. Dat gaat ten koste van bestaande evenementen. Welke criteria worden gehanteerd bij de keuze tussen verschillende evenementen? GroenLinks is blij met de aandacht voor inclusiviteit en duurzaamheid.

De fractie vraagt om daarvoor concrete voorwaarden op te stellen. De termen mogen geen loze kreten blijven. De speerpunten zijn alleen van toepassing bij regionale en bovenregionale evenementen en niet bij lokale evenementen. Wat is daarvan de reden en wat is daarop tegen? Daarmee wordt de boodschap niet eenduidig. Mevrouw Weerman (Stadspartij) kan zich vinden in het voorliggende voorstel en is blij dat de aanbevelingen van Berenschot zijn overgenomen. Wat is het budget voor 2020 nu veel evenementen zijn geschrapt? De Stadspartij stelt voor om na de crisis een groot evenement voor alle dorpen en kernen in de gemeente te organiseren, een evenement van saamhorigheid. De fractie stelt verder voor om alle evenementen in de gemeente in een agenda op te nemen en deze huis-aan-huis te verspreiden. Daarmee kan de gemeente zich beter profileren en de burgers meer samenbrengen. De heer Laugs (D66) prijst het voorstel, onder andere de transparantie bij subsidies. Het is goed om een einde te maken aan allerlei potjes voor evenementen. Een eenduidig evenementenbudget verschaft duidelijkheid, ook voor de gemeenteraad ten behoeve van zijn controlerende rol. Het is goed dat duurzaamheid en inclusie worden opgenomen in het evenementenbeleid, maar hoe wordt dat concreet gemaakt? De stadsdeelbudgetten voor activiteiten met minder dan 150 bezoekers zijn bedoeld voor incidentele activiteiten.

In de praktijk gaat het echter om jaarlijks terugkerende activiteiten. Wordt daarmee de subsidie slechts eenmalig toegekend? Verder, wordt de hoogte van de subsidie bepaald aan de hand van het verwachte aantal bezoekers of wordt achteraf afgerekend op het werkelijk aantal bezoekers? Het is goed dat de OnBrand-strategie wordt geschrapt. Dat levert een positieve bijdrage aan de eenstadgedachte. De plek waar het evenement plaatsvindt, hoeft niet vooraf afgekaderd te worden. Evenementen voor jongeren zouden ook in Sittard plaats kunnen vinden. 25% van de subsidie wordt gereserveerd voor lokale initiatieven. Wat gebeurt er met de subsidie als die niet geheel wordt gebruikt? Het plafond voor sportevenementen is 155.000 euro. Dat is bijna de helft van het totale subsidieplafond. Is dat wel de juiste verhouding? Tot slot, zijn er verslagen van gesprekken met organisatoren van evenementen? Mevrouw Koenen (PvdA) vindt het een duidelijk voorstel, maar heeft nog enkele vragen en opmerkingen.  Lokale en regionale evenementen krijgen minder subsidie. De wijk- en dorpsevenementen krijgen meer. Waarom worden lokale evenementen gekort?  Duurzaamheid en inclusie zijn als nieuwe speerpunten toegevoegd aan het beleid. Er wordt echter aan organisatoren slechts gevraagd om er rekening mee te houden. Daarvoor moeten duidelijke regels worden opgesteld.

Daar moeten naast de bovenlokale en regionale ook de wijk- en dorpsevenementen aan voldoen.  Het overzicht Evenementensubsidie 2018-2020 bevat geen informatie over de wijk- en dorpsevenementen. Wat is daarvan de reden?

12

De heer Wijnen (DNA) stemt in grote lijnen in met het voorliggende concept. Het is mooi dat de organisatoren achteraf verantwoording moeten afleggen. Ook DNA vraagt naar de verhouding tussen sport- en andere evenementen. De heer Schwillens (50PLUS) kan zich vinden in het voorliggende stuk. De fractie is blij dat er ruimte overblijft voor nieuwe evenementen en activiteiten. Spreker vraagt de wethouder aan te geven welke evenementen in aanmerking komen voor subsidie en noemt als voorbeeld de activiteit van St. Cecilia uit Grevenbicht samen met een vereniging uit Dilsen-Stokkem. De heer Renet (SPA) heeft, naast bureau Berenschot, zelf een onderzoek naar het evenementenbeleid verricht. De agendering hiervan is echter telkens uitgesteld. Het voorliggende voorstel heeft betrekking op het subsidiëren van evenementen. Gemeentelijke evenementen, zoals de Oktoberfeesten, komen in een aparte vergadering aan de orde. Uit het rapport van Berenschot blijkt dat het OnBrand-beleid niet heeft gewerkt. Het steeds weer toepassen van de hardheidsclausule moest worden beëindigd. Dat moet niet alleen in een themasessie, maar breed worden besproken. Het mag niet de bedoeling zijn dat men op dezelfde voet doorgaat. SPA vraagt verder in de themasessie te spreken over het onderbrengen van de gemeentelijke evenementen binnen de bestaande subsidieregels.

Daarna kan het evenementenbeleid in een ronde worden besproken. Het college geeft aan dat het de hardheidsclausule vaker toegepast bij kleine evenementen. Dat is onwenselijk. Maar voor grote evenementen als het Rosafestival en Wentjerdruim worden jaarlijks grote bedragen beschikbaar gesteld, terwijl ze er volgens de normale subsidieregels geen aanspraak konden maken. Dat moet in drie jaar worden afgebouwd. Ook moeten volgens Berenschot ambtelijke kosten toegerekend worden aan de betreffende evenementen. Die moeten daarom bij ieder evenement inzichtelijk worden gemaakt. Uit eigen onderzoek is gebleken dat de werkelijke kosten voor het evenementenbeleid veel hoger zijn. Gaat de wethouder de raad daar inzicht in geven? Tot slot, wanneer is het City-marketingbeleid Ondernemend Sittard-Geleen vastgesteld en wat houdt dat beleid in? De heer Bruls (Fractie Fredrix) stemt in met deze conceptregeling. Hij is blij dat de aanbevelingen van Berenschot zijn overgenomen. Alle aanvragen worden straks conform een eenduidige regeling beoordeeld. Dat draagt bij aan transparantie en uniformiteit. Ook komt er meer ruimte voor nieuwe lokale initiatieven. Fractie Fredrix sluit zich aan bij de vraag van de Stadspartij over het budget voor 2020. Duurzaamheid en inclusie worden belangrijke speerpunten. De voorwaarden daarvoor zijn echter vaag.

Hoe gaat de gemeente dat beoordelen? Hoe zijn de gesprekken met de organisatoren van evenementen, onder andere over een afbouw van subsidies, verlopen? Hoe wordt voorkomen dat evenementen daardoor moeten worden geschrapt? De heer Klein (Fractie Klein) vindt de volgorde die de wethouder hanteert discutabel en ziet uit naar de antwoorden van de vragen die SPA hierover heeft gesteld. Hij sluit zich verder aan bij een groot aantal reeds gestelde vragen. Wethouder Houtakkers stelt vast dat het grootste deel van de fracties de regeling steunt. De bijdragen van de fracties zullen niet tot aanpassing van het voorliggende voorstel leiden; zij hebben slechts vragen met een technisch karakter gesteld. Er is gevraagd hoe de gemeente bij een evenement wordt gepromoot. De wethouder legt uit dat de gemeente zorgt voor de communicatie, zowel bij kleine als grote evenementen. De resultaten van evenementen (het aantal bezoekers) zijn meetbaar met ticketing. Bij gratis evenementen wordt gewerkt met de ruimte die in beslag wordt genomen en bijbehorende statistieken. De wethouder is er geen voorstander van om artikel 3 over sociale cohesie te schrappen. Aan zaken als sociale cohesie, transparantie en bijvoorbeeld participatie wordt altijd aandacht besteed. Evenementen worden daarop getoetst. GOB vraagt om inzage in de kosten van de evenementen voor de gemeente.

De wethouder benadrukt dat in dit voorstel slechts gesproken wordt over evenementen waarvoor subsidie wordt aangevraagd en niet over evenementen die door de gemeente worden georganiseerd. Aanvragen voor subsidie worden

13

getoetst aan de nieuwe regeling, waarin de door Berenschot aanbevolen transparantie is verwerkt. Organisatoren worden geïnformeerd over materialen die de gemeente ter beschikking stelt. De vijf verenigingen die te maken krijgen met lagere subsidies hebben laten weten begrip te hebben voor de afbouw van de subsidie ten gunste van nieuwe evenementen. Ze gaan op zoek naar externe financiering. Het gaat hierbij om een bedrag van 30.000 euro voor andere evenementen. Van de gesprekken zijn geen verslagen gemaakt. Met het Stadslab is gesproken over de MMP-feesten. Zij omarmen het idee om samen een evenement te organiseren met gebruik van de goede elementen van de twee organisaties. Veel fracties hebben gevraagd om concrete regels op te stellen voor inclusie en duurzaamheid, voor zowel grote als kleine evenementen. In de motie Verduurzaming evenementen heeft de PvdA gevraagd om een nulmeting van de impact die grote evenementen hebben. Daar wordt aan gewerkt. De eigen gemeentelijke evenementen moeten als voorbeeld dienen voor duurzame evenementen. De PvdA was al enthousiast over het aspect duurzaamheid van de organisatie van het Rosafestival. Het is niet verstandig om ook kleinschalige evenementen regels op te leggen op het gebied van duurzaamheid. Dat zou tot hoge kosten leiden. Het budget voor 2020 komt overeen met het budget van 2019.

In het kader van corona zijn daar nadere afspraken over gemaakt. Subsidies worden verstrekt op basis van de huidige regeling. De voorliggende regeling geldt vanaf 2021. Het evenementenbureau zal kijken naar het voorstel voor een groot gemeentelijk feest als de crisis is afgelopen. Een agenda op papier verstrekken, is lastig. Dan moet alles vooraf aan het jaar duidelijk zijn. Digitaal is dat wel mogelijk. Dat gebeurt - wellicht - al op de site van de gemeente. Subsidie wordt verstrekt op basis van het verwachte aantal bezoekers. Een lager aantal bezoekers wordt tijdens de evaluatie, of wellicht eerder als dat nodig is, besproken en daar worden conclusies getrokken voor de toekomstige subsidie. Er wordt geen geld terug gevraagd. 25% van het budget wordt gereserveerd voor nieuwe initiatieven. Als het budget niet (geheel) wordt gebruikt gaat het terug naar de algemene reserve. Het bedrag voor sportevenementen is onder meer gebaseerd op de keuze om Sittard als wielerstad te promoten. De PvdA heeft om overzichten gevraagd. Wat wil de fractie hiermee? Evenementen met minder dan 150 bezoekers vallen straks binnen het stadsdeelbudget. De verantwoording vindt jaarlijks plaats. Sint Cecilia uit Grevenbicht kan een subsidie-aanvraag indienen. Die zal vervolgens aan de regels worden getoetst.

SPA heeft opnieuw vragen gesteld over de organisatie van de Oktoberfeesten in relatie tot de subsidieverstrekking. De wethouder herhaalt dat daarvoor een themasessie wordt georganiseerd met daarin aandacht voor het rapport dat SPA na haar onderzoek heeft opgeleverd. De wethouder benadrukt dat de gemeente de evenementen, zoals het Oktoberfeest en de Gelaender Kirmis, zelf organiseert. Hij weerspreekt dan ook de suggestie die SPA hierover steeds uit. De opmerking van Fractie Klein over de volgorde heeft te maken met corona. Het onderwerp stond eerder op de agenda. Het is niet verstandig om het onderwerp in Teams te bespreken. Mevrouw Bergink (ambtenaar) gaat in op de vraag over artikel 9 van GOB, over de beschikbaarheid van middelen voor lokale wijk- en dorpsevenementen. In de nieuwe regeling wordt onderscheid gemaakt tussen bovenregionale, regionale en wijk- en dorpsevenementen. Voor die laatste groep geldt dat zij de subsidie acht weken voor het evenement moeten aanvragen. Voor hen is een bedrag van 25% gereserveerd. Dat bedrag is vastgesteld op basis van de ervaring met de huidige evenementen. Zij lopen met deze regeling niet meer het risico dat er aan het eind van het jaar geen geld meer is. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Voor nieuwe grote evenementen is artikel 16 opgenomen. Het gaat daarbij om bijzondere omstandigheden.

Het college kan besluiten om daar middelen voor vrij te maken. In artikel 14 worden vergunningaanvragen (veel bezoekers met dus meer kosten) en subsidieaanvragen (veel bezoekers en dus meer subsidie) aan elkaar gekoppeld, waarmee dat op elkaar afgestemd kan worden. Mevrouw Dumernit (GroenLinks) begrijpt dat de wethouder geen verplichtingen op het gebied van duurzaamheid en inclusie wil opleggen aan lokale evenementen. In het voorstel wordt echter aan de grote evenementen - slechts - gevraagd om er rekening mee te houden. Dat zou ook aan lokale evenementen gevraagd kunnen worden. Daarmee ontstaat een uniforme regeling.

14

Wethouder Houtakkers is het ermee eens dat dit ook aan kleine evenementen, vergezeld met adviezen en suggesties, kan worden gevraagd. Mevrouw Koenen (PvdA) herhaalt haar vraag waarom lokale evenementen worden gekort. Zij benadrukt verder dat de fractie slechts gevraagd heeft om een overzicht van de verstrekte evenementensubsidies van 2018 tot 2020. De fractie wilde ook weten waarom de subsidies voor kleine evenementen daar niet in zijn opgenomen. Zij pleit tot slot voor meer dwingende eisen (die niet veel extra’s kosten) op het gebied van duurzaamheid. Wethouder Houtakkers legt uit dat kleine lokale evenementen afgelopen jaren een bedrag van 5000 euro hebben ontvangen. Op papier is er sprake van een korting, maar het bedrag blijft hetzelfde. Mevrouw Bergink (ambtenaar) verwijst naar bijlage 1.4 voor een overzicht van evenementensubsidies in de afgelopen jaren. In het overzicht zijn niet de stadsdeelevenementen opgenomen. Die worden gesubsidieerd uit het budget van de stadsdelen. Vanaf 2022 zullen ook de structurele stadsdeelevenementen in het overzicht, zoals in bijlage 1.4, worden opgenomen. De heer Laugs (D66) vindt het teleurstellend dat de wethouder zegt dat de gemeente met eisen op het gebied van duurzaamheid en inclusie op kosten gejaagd worden. Het mag dus vooral geen geld kosten. D66 roept de wethouder op om met iets concreets te komen.

Anders kan hij er beter mee stoppen. Wethouder Houtakkers benadrukt dat grote evenementen worden gewezen op zaken op het gebied van duurzaamheid en inclusie. Kleine evenementen kunnen verplichtingen op dat gebied gewoon niet betalen. Het is ook niet aan de gemeente om daaraan bij te dragen. Aspecten als duurzaamheid en inclusie leven in de samenleving. Adviezen op dit gebied zijn niet aan dovemansoren gericht. De heer Renet (SPA) vindt dat er naast over subsidiëring ook over beleid moet worden gesproken. De term OnBrand wordt niet meer gebruikt, maar uit de woorden van de wethouder blijkt dat het beleid gewoon wordt voortgezet. De subsidies aan evenementen als Rosafestival en Wentjerdruim bedragen 209.000 euro; dat is meer dan alle andere evenementen tezamen. In het rapport van Berenschot staat echter dat de gemeente alle evenementen gelijk moeten behandelen, ook financieel. Gemeentelijke evenementen worden uit de begroting betaald. Daarmee is het een raadsbevoegdheid en is er dus nu ook een nieuw raadsbesluit nodig. De heer Renet is blij met de aangekondigde (fysieke) themasessie, maar vindt ook dat het evenementenbeleid in zijn volle breedte moet worden besproken. Hij vraagt de wethouder om inzicht te geven in de totale kosten van het evenementenbeleid. Hij herhaalt zijn vraag over het besluit over het Citymarketingbeleid Sittard-Geleen.

De heer Renet prijst de richting die de wethouder heeft ingeslagen, maar heeft er nog vele vragen over. Wethouder Houtakkers constateert dat ook SPA instemt met het voorliggende voorstel over subsidies. De organisatie van evenementen is nu niet aan de orde. Hij deelt mee dat de raad eerder heeft besloten om een bijdrage te leveren aan de vier grote festiviteiten. Het Citymarketingbeleid Sittard-Geleen is op 15 juni 2010 vastgesteld. SPA spreekt over een bedrag van 1,2 miljoen euro. In de voorliggende subsidieregeling wordt gesproken over bedragen die relevant zijn. Met OnBrand zou de stad gepromoot worden. Het was echter moeilijk om het te combineren met andere activiteiten. Organisatoren kwamen in de problemen. Het is dan verstandig om er een streep door te zetten en dus om de subsidiëring conform het voorliggende voorstel voort te zetten. De organisatie van evenementen komt aan de orde in de themasessie. De heer Renet (SPA) deelt mee dat het bedrag van 1,2 miljoen euro is berekend door LA-group. Hij herhaalt dat het onderwerp gemeentelijke evenementen een bevoegdheid is van de raad. Eerder is daar voor de periode van 2016-2019 (OnBrand)beleid voor vastgesteld. Dat beleid is niet gecontinueerd. Daarvoor is een nieuw besluit van de raad nodig. De heer Klein (Fractie Klein) merkt op dat niet alle duurzaamheidsmaatregelen duur zijn.

Je zou de organisatie kunnen verplichten om bijvoorbeeld plastic bekers te vervangen door glas.

15

Wethouder Houtakkers heeft eerder aangegeven dat de raad op hoofdlijnen moet sturen en niet op detailniveau. Daarvoor heeft de raad stukken, waar ook andere fracties naar gevraagd hebben, nodig. Wethouder Houtakkers is van mening dat het niet eenvoudig is om bijvoorbeeld plastic bekertjes te vervangen door glas. Duurzaamheid kost veel geld. Daar waar mogelijk, wordt daar aandacht aan besteed. Als het financieel niet mogelijk is, moet er eerst goed over worden nagedacht. De wethouder verwijst in dat kader naar de uitvoering van de eerder ingediende motie. Hij beaamt dat de raad een controlerende rol heeft, maar dat wil niet zeggen dat het college maar klakkeloos allerlei overzichten moet verstrekken. Alles wat belangrijk is bij dit dossier, is voor de raad inzichtelijk gemaakt. Het college heeft niets te verbergen. De heer Klein (Fractie Klein) legt uit dat hij met zijn vraag verwees naar dossiers van evenementen in het algemeen, bijvoorbeeld de Oktoberfeesten. Hij heeft zelf al in 1995 evenementen georganiseerd met aandacht voor duurzaamheid. Alles waar rekening mee kon worden gehouden, werd ook gedaan. Daar stapt de wethouder nu wel heel gemakkelijk overheen. Hij vraagt daarom om een overzicht van mogelijke maatregelen.

De heer Breidenbach (GOB) leest in artikel 6 dat de subsidie uitsluitend betrekking heeft op de kosten die resteren na aftrek van de bijdragen van derden en die noodzakelijk zijn voor de activiteiten. Houdt dat in dat organisatoren van evenementen die zelf voor sponsoring zorgen, gekort worden op de subsidie? Mevrouw Bergink legt uit dat de gemeente kijkt naar de begroting van het evenement. Als de opbrengsten hoger zijn, wordt geen geld teruggevorderd. Aan de reserve van een evenement is een maximum gesteld. Mevrouw Koenen (PvdA) is het eens met Fractie Klein dat niet alle maatregelen op het gebied van duurzaamheid duur hoeven te zijn. Zo kan ook op plastic bekers statiegeld worden geheven. Zij stelt voor om maatregelen die organisatoren nemen op het gebied van duurzaamheid gedurende een jaar te volgen en te evalueren. Wethouder Houtakkers roept op om vertrouwen te hebben in de adviezen die de gemeente geeft op het gebied van duurzaamheid. Het is nu niet aan de orde om te spreken over bijvoorbeeld statiegeld op plastic bekers. De heer Renet (SPA) vraagt opnieuw om de raad te informeren over alle kosten van het evenementenbeleid. De voorzitter kondigt aan dat mee te nemen. Het college heeft kennis genomen van de reacties van de fracties op dit voorstel. Dat wordt besproken en vervolgens vastgesteld door het college. Het is verder een bevoegdheid van het college.

De raad wordt via een raadsinformatiebrief op de hoogte gesteld van het besluit. De voorzitter bedankt alle aanwezigen voor hun inbreng en sluit het overleg om 22.20 uur.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=9a8e313b-b8cb-49d4-9b46-b692f996fd8e