Notulen Ronde Raadzaal 7 november 2024
Tekst van het document
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 7 november 2024
1.1 Rondevoorstel Lokaal SGB Motie kleine kampjes Tijdstip:
19.10-19.45 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D.D.W. Pfoster A.J.C. Lamers-Beckers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: FvD: PIT:
F. Kuburic J.H. Smeets J.W. Coumans J.G.H. Slippens B. Bonten H. Harzi M.H.J. Klaassen P.W.M. Winteraeken-Bruls S.A.J. Klein R.E.G.R.M. Konietzka E.V.P. Talpe
het college:
wethouder A.L.W.G. Houtakkers
ambtenaren:
de heer Hendriks en mevrouw Ritzen
Inspreker:
Mevrouw Klee
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Het eerste agendapunt is het Rondevoorstel van Lokaal SGB Motie kleine kampjes. Deze motie is op 15 juni 2023 ingediend en aangenomen. Het rondevoorstel is geagendeerd om duidelijkheid te krijgen over de visie van de wethouder en de andere fracties over het reserveren van middelen in de begroting 2025 voor in- en/of uitbreiding van de kleine kampjes, zodat er weer perspectief is voor de bewoners van deze kampjes. De voorzitter geeft allereerst het woord aan mevrouw Klee. Zij heeft zich aangemeld als inspreker. Mevrouw Klee stelt zich voor. Ze wacht al ruim veertien jaar op een standplaats. Ze legt uit welke impact dat op haar en haar zoontje heeft. Haar hele familie woont in het kamp, behalve zij. Het duurt erg lang voor er uitbreiding van het kamp mogelijk is. Hoelang wil de gemeente nog blijven wachten? De heer Klein (Lokaal SGB) complimenteert mevrouw Klee voor haar bijdrage. Hij geeft aan te willen proberen zo snel mogelijk dingen voor elkaar te krijgen, maar kan geen toezeggingen doen. De heer Bonten (D66) hecht eraan aan te geven dat mevrouw Klee weet dat haar oproep niet aan dovemansoren gericht is. Er zijn nog meer fracties die echt mee willen denken.
1
De voorzitter bedankt mevrouw Klee voor haar bijdrage. Hij licht de procedure toe waarop het voorstel besproken wordt. Hij heet wethouder Houtakkers hartelijk welkom, evenals de ambtelijke ondersteuning in de persoon van de heer Hendriks en mevrouw Ritzen. De heer Klein (Lokaal SGB) licht toe waarom hij dit punt geagendeerd heeft. Anderhalf jaar geleden is er geld gereserveerd voor de twee grote kampen. Toen was er geen geld voor de kleine kampjes. Dat vond hij lastig. Er zijn 23 kampen en in slechts twee ervan gebeurt er iets. Hij wilde de bewoners van de 21 kampjes perspectief bieden. Als er nu geen vervolgstappen worden gezet op de motie van vorig jaar dan heeft de motie niet zoveel zin gehad. Hij heeft begrepen dat er in de huidige begroting geen ruimte is om middelen te reserveren, maar dat er ook wat onderzoeken in de afrondingsfase zitten. Hij stelt voor de onderzoeken af te wachten. Maar stel dat er in Q1 van 2025 geen overschot is, dan wordt het opnieuw doorgeschoven. Er zou ook gekozen kunnen worden om van ‘de pot van twee miljoen’ anderhalf miljoen te maken en een half miljoen te besteden aan de kleine kampjes. Als er in Q1 een overschot is dan kan de pot weer aangevuld worden tot twee miljoen. Dan leent de gemeente dus bij zichzelf, maar wel ten gunste van burgers die het hard nodig hebben.
Hij hoort graag hoe de wethouder hiertegenover staat en wat de verschillende fracties hiervan vinden. Wethouder Houtakkers wijst erop dat vorige week bij de behandeling van de begroting en de 2e programmarapportage in de ronde al over de kleine kampjes is gesproken, inclusief de vraag van de heer Klein over in hoeverre er mogelijkheden zijn om op dit moment middelen ter beschikking te stellen. De betreffende motie is anderhalf jaar geleden in samenspraak opgesteld. Gekozen is toen om een bedrag van ruim zes miljoen euro ter beschikking te stellen aan de herinrichting van het kamp aan de Obbichterweg en vervolgens de Tudderenderweg. Ook is toen afgesproken om in 2025 en 2026 te bekijken of er middelen overblijven en die te besteden aan de kleine kampjes. De wethouder kan echter niet garanderen dat er daadwerkelijk sprake zal zijn van een overschot. De heer Klein stelt nu voor om uit de pot voor de robuuste begroting een half miljoen te halen. Hij kan daar als portefeuillehouder woonwagenzaken weinig van vinden, want dat is echt iets voor de portefeuillehouder Financiën. In het eerste kwartaal van 2025 wordt er een inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden die er zijn wat betreft ‘laaghangend fruit’ op de kleine kampjes. Daarnaast zal een dezer weken het behoefteonderzoek het licht gaan zien. Dan wordt duidelijk hoeveel behoefte er is aan standplaatsen.
De wethouder zegt toe graag bereid te zijn om in maart een themasessie te organiseren over de mogelijkheden op de kleine kampjes en het behoefteonderzoek. Dan kan met elkaar nader bezien worden hoe een en ander ingericht kan gaan worden. De heer Bonten (D66) wijst erop dat er bij de themasessie in maart nog geen financiën zijn gereserveerd. Je zou dat voorwaardelijk wel al kunnen doen, afhankelijk van de behoefte die er ontstaat. Dan kunnen er in maart ook echt besluiten worden genomen. Hij had wat dat betreft hetzelfde bedacht als de heer Klein. Hij denkt dat de intentie van de gemeente er is om daar zo snel mogelijk aan te werken. Hij is tevens van mening dat de gemeente de morele plicht heeft om dit op te lossen. Hij vindt het verhaal van mevrouw Klee schrijnend. Hij neemt aan dat de wethouder kan toezeggen er alles aan te doen om het zo veel mogelijk te bespoedigen. De heer Talpe (PIT) meldt dat uit de beantwoording van de technische vragen blijkt dat het behoefteonderzoek in concept gereed is en in december kan worden vastgesteld in de stuurgroep. Ook wordt aangegeven dat op basis van dit onderzoek in het eerste kwartaal van 2025 zal worden bekeken welke kansen er zijn om deze behoeften in te vullen op de kleine kampjes.
De heer Talpe vindt dat het, vanwege het budgetrecht, aan de raad is om te bepalen wat er met de ‘pot van twee miljoen’ wordt gedaan en niet aan de portefeuillehouder Middelen. Dit zou de raad kunnen doen via het instellen van een bestemmingsreserve, met een eerste storting vanuit de pot van twee miljoen. Hij heeft een verduidelijkingsvraag aan de wethouder. Zijn, op het moment dat het behoefteonderzoek er is, ook direct de middelen beschikbaar om de kansen die zich voordoen te benutten? Of moeten die dan nog gezocht worden? Daarnaast vraagt hij de wethouder om uiterlijk bij de 1e programmarapportage 2025 een voorstel te doen aan de raad om middelen beschikbaar te stellen om de kansen uit het behoefteonderzoek te benutten.
2
Mevrouw Winteraeken-Bruls (SPA) wijst erop dat als het behoefteonderzoek er ligt nog niet bekend is welke kampjes er uitgebreid gaan worden. Of wordt dat ook in het onderzoek meegenomen? De heer Klaassen (PVV) is benieuwd of uit het behoefteonderzoek duidelijk wordt welke aantallen er gemeentebreed nodig zullen zijn, bij voorkeur met een financiële vertaling waarin aangegeven staat wat dat zou kosten. Dan kan de raad vervolgens voorstellen doen. De heer Klein (Lokaal SGB) vraagt of hij zijn reactie mag geven, nadat de wethouder de vragen beantwoord heeft. Graag wijst hij nog op twee belangrijke bijlagen die hij heeft laten toevoegen. Hij licht kort toe wat daarin staat. De voorzitter geeft aan dat dat goed is, als het een korte reactie zal zijn. Wethouder Houtakkers beantwoordt de aan hem gestelde vragen: • Hij licht toe dat het behoefteonderzoek zich op de gehele gemeente richt en dus niet beperkt is tot de kleine kampjes. • De heer Talpe gaf aan dat het aan de raad is om eventuele middelen ter beschikking te stellen. Dat is juist. Echter, de verantwoordelijkheid voor de financiën ligt binnen het college bij de portefeuillehouder Financiën. Hij kan dan ook niet aangeven of het een goede gedachte is om van de twee miljoen een half miljoen af te halen. • Gevraagd werd om uiterlijk in Q1 bij de 1e programmarapportage een bedrag beschikbaar te stellen.
Daarop geeft de wethouder hetzelfde antwoord: dat is niet aan hem. • Er heeft al een eerder behoefteonderzoek plaatsgevonden in 2022. Besloten is om dat na twee jaar te herijken. • Er ligt wat de wethouder betreft een duidelijk kader voor 2025 en 2026. Er wordt een flink bedrag geïnvesteerd in de Obbichterweg en de Tudderenderweg. Hij licht toe wat daar allemaal gebeurt en gaat gebeuren. De heer Klein (Lokaal SGB) vraagt of de raad voor een uitspraak over het bedrag van een half miljoen uit de ‘pot van twee miljoen’ bij de wethouder Middelen moet zijn. Wethouder Houtakkers geeft aan dat de raad van zijn kant geen toezegging krijgt. De heer Klein (Lokaal SGB) licht toe dat hier het probleem ligt: er is geen garantie dat er in Q1 geld overblijft. Stel dat er inderdaad geen geld over is in Q1 en er is in maart een themasessie, kan de wethouder dan wel op een andere manier perspectief bieden? Wethouder Houtakkers geeft aan dat hij dat in dit stadium nog niet kan geven. Hij wijst er nogmaals op dat in Q1 de inventarisatie zal plaatsvinden naar het ‘laaghangend fruit’ en dat dan zal worden nagegaan welke kosten daaraan verbonden zijn. De heer Klein (Lokaal SGB) vraagt of, als er wel middelen over zijn in Q1, die ingezet kunnen worden.
En klopt het dat er in Q2 gezocht wordt naar middelen als die er in Q1 niet zijn? Wethouder Houtakkers wijst er nogmaals op dat in Q1 geïnventariseerd wordt wat het laaghangend fruit eventueel zou kunnen kosten. Vervolgens is het aan het college om al dan niet een voorstel te doen over het eventueel beschikbaar stellen van middelen. Dat zou in de 1e programmarapportage kunnen. Hij kan op dit moment niet toezeggen om dat daadwerkelijk te gaan doen. Ook niet als er geld overblijft. De heer Bonten (D66) heeft een vraag over het behoefteonderzoek uit 2022. Is het nieuwe behoefteonderzoek daar een evaluatie van, of is het er een vervolg op? Ten tweede wijst hij erop dat het college inderdaad een voorstel kan doen om middelen beschikbaar te stellen, maar dat kan de raad ook. De heer Talpe (PIT) begrijpt dat ten aanzien van de financiën een integrale afweging nodig is en dat de portefeuillehouder Middelen daar een rol in heeft. De 1e programmarapportage en de P&C-cyclus is wat PIT betreft het juiste moment om erop terug te komen, als het gaat om de mogelijkheden en de
3
onmogelijkheden qua inzet van middelen. Daarover zou de raad geïnformeerd moeten worden: over wat die mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Wethouder Houtakkers geeft aan dat zijn standpunt niet wijzigt. De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat de PVV de motie destijds ook heeft ondersteund. Hij wijst op de derde besluit bullet. Daar staat een inspanningsverplichting vermeld voor het college om in elk geval in 2025 te onderzoeken in hoeverre er beperkte financiële ruimte is, en een integrale afweging te maken, over het laaghangend fruit in de kleine kampjes. Hij wil duidelijk van de wethouder horen of hij volgend jaar inderdaad zal komen met een concrete afweging richting de raad. Wethouder Houtakkers geeft aan dat dat zal afhangen van datgene dat opgehaald wordt in het eerste kwartaal en aan wat er over zal zijn van het bedrag van 6,18 miljoen euro. Dat is het kader. De heer Klein (Lokaal SGB) vraagt: als nu besloten wordt een half miljoen beschikbaar te stellen en er blijft straks eveneens een half miljoen over van de 6,18 miljoen, dan kan dat toch gewoon terug naar de algemene middelen? Wethouder Houtakkers antwoordt dat er daarmee een onzekerheid ontstaat of je het bedrag wel of niet kunt terugbrengen in de pot van 6,18 miljoen. De redenering van het college is om te starten vanuit de zekerheid dat je het bedrag hebt.
Op het moment dat er wat overblijft kan het uitgegeven worden zonder dat we onszelf tekortdoen. Op het moment dat je andersom redeneert, loop je het risico dat er meer wordt uitgegeven dan het bedrag van 6,18 miljoen euro. De heer Bonten (D66) geeft aan dat zijn vragen nog niet beantwoord zijn. Wethouder Houtakkers licht toe wat de aanleiding is geweest voor het behoefteonderzoek van 2022. Het college houdt er rekening mee dat de woonbehoefte inmiddels veranderd zou kunnen zijn. Daarom is besloten tot een herijking. Het is dus een herijking van het onderzoek van 2022. De heer Talpe (PIT) heeft een suggestie aan de heer Klein. Kan bij de 3e programmarapportage van 2024 bekeken worden wat er mogelijk is qua besteding vanuit de ‘pot van twee miljoen’? De heer Klein (Lokaal SGB) geeft aan die suggestie graag aan te willen nemen. Daar zal dan wel een raadsmeerderheid voor gevonden moeten worden. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Er zijn twee toezeggingen gedaan door de wethouder: • In maart 2025 zal een themasessie worden georganiseerd over de stand van zaken op dat moment en de uitkomsten van het behoefteonderzoek. • In het eerste kwartaal van 2025 wordt er een inventarisatie gedaan om de kosten van het ‘laaghangend fruit’ op de kleine kampjes in beeld te brengen.
4
Notulen van de Ronde in Raadzaal op donderdag 7 november 2024
1.2 Verhuurverordening verblijfsruimte arbeidsmigranten Westelijke Mijnstreek 2025 Tijdstip:
19.50-21.15 uur
Aanwezig de voorzitter: de griffier:
D.D.W. Pfoster A.J.C. Lamers-Beckers
de leden GOB: CDA: Stadspartij: GroenLinks/PvdA: D66: VVD: PVV: SPA: Lokaal Sittard-Geleen-Born: FvD: PIT:
L.W. van Rijswijk P.T.H.M. Henssen L. Weermann-Schepers J.E. Janssen B. Bonten H. Harzi M.H.J. Klaassen J.J. Renet P.P.H. Vola R.E.G.R.M. Konietzka M.G.H. Habets
het college:
wethouder L.G.A.J. Geilen
ambtenaren:
de heer Machiels en mevrouw Ritzen
notulen:
M. Migo (Notuleerservice Nederland)
Aan de orde is de bespreking van het raadsvoorstel inzake de Verhuurverordening verblijfsruimte arbeidsmigranten Westelijke Mijnstreek 2025. Gevraagd wordt te adviseren over de vaststelling van deze verordening. De voorzitter heet wethouder Geilen hartelijk welkom, evenals de ambtelijke ondersteuning in de persoon van mevrouw Ritzen en de heer Machiels. Eerste termijn De heer Klaassen (PVV) legt uit dat dit voorstel is gebaseerd op de Wet goed verhuurderschap en op het Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten dat de raad heeft vastgesteld. Hij heeft een aantal vragen: • In het Beleidskader werd destijds een aantal uitwerkingspunten genoemd. Dit is er een van. Waarom biedt de wethouder alleen deze verordening aan en bijvoorbeeld niet een beleidsregel of een verordening over kamerverhuur, terwijl dat ook deel uitmaakt van de totale problematiek? • In artikel 1 staat een begripsbepaling. Arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie worden door de gekozen definiëring juridisch door deze verordening nu niet beschermd. Waar komt de gekozen definitie vandaan? • Hoe wordt de arbeidsmigrant zelf beschermd? Hoe weten zij wat hun rechten zijn? Kan de wethouder aangeven hoe de communicatie met hen op gang gebracht wordt?
5
• • •
Uit de wet vloeit voort dat er geen waterbedeffect mag ontstaan. Wanneer stellen de gemeenten Beek en Stein een soortgelijke verordening vast? De PVV was verbaasd te lezen dat van de gemeenten Echt-Susteren en Beekdalen niet bekend is of zij een verordening gaan vaststellen. Kan de wethouder hier in elk geval voor de raadsvergadering uitsluitsel over geven? De PVV vindt dat de beleidsregel, die voortvloeit uit de verordening, ook aangeboden zou moeten worden, zodat de raad kan zien waar straks in de uitwerking op gestuurd gaat worden. Wanneer komt dit alsnog?
De heer Van Rijswijk (GOB) vindt het een prima stuk, een prima uitwerking van de discussies die gevoerd zijn. • De gedachte om het samen te doen met buurgemeentes spreekt de GOB-fractie aan. Hij roept op ook het gesprek aan te gaan met de gemeenten Echt-Susteren en Beekdalen. Hij kan zich ook voorstellen de buurgemeenten in België en Duitsland te informeren dat Sittard-Geleen dit heeft. • Ten slotte merkt hij op het prima te vinden regels te hebben voor de verhuurder, maar het moet niet zo zijn dat de verhuurder wegkijkt op het moment dat er problemen gaan ontstaan, want dan zitten de buurtbewoners met een probleem. Deze verordening biedt daar goede tools voor. Het moet vervolgens stevig geregeld worden in de uitwerking van het college. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) wijst op de adviezen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van gouverneur Roemer. Die zien onder meer toe op het voorkomen van onveilige huisvestingssituaties. VNG heeft een barrièremodel ontwikkeld om ertoe bij te dragen dat kwetsbare arbeidsmigranten zo veel mogelijk van kwalitatief goede huisvesting worden voorzien. Beide zijn uitstekende initiatieven. • Net als de PVV wil GroenLinks/PvdA weten waarom in de verordening die nu voorligt kamerverhuur niet wordt meegenomen.
• Het bevreemdt de heer Janssen dat de heer Klaassen aangaf dat er geen beleidsregels zijn rondom arbeidsmigranten, want de raad heeft vorig jaar beleidskaders vastgesteld die specifiek betrekking hebben op arbeidsmigranten. • GroenLinks/PvdA kan zich prima vinden in de verordening. We moeten tegelijkertijd niet naïef zijn, stelt de heer Janssen. Het is op basis van wat er nu allemaal ligt nog niet mogelijk om kwalitatieve huisvesting van alle arbeidsmigranten te kunnen waarborgen en te zorgen voor een goede inpassing in de omgeving en onveilige huisvestingssituaties te kunnen voorkomen. • Het is vreemd dat wanneer een vastgoedeigenaar illegaal arbeidsmigranten huisvest die van de gemeente de mogelijkheid krijgt om te gaan legaliseren. • Zolang er niet gecontroleerd wordt, is het verstrekken van een vergunning een papieren tijger. Hoe wordt deze verordening straks gehandhaafd? • Waar gaan de arbeidsmigranten heen indien er gehandhaafd wordt? Lopen daarover gesprekken met KaFra Housing? Die partij wil in het voormalige Amrâth-hotel in Born liefst 280 plekken realiseren. Kan de wethouder aangeven wanneer de oplevering van die locatie wordt verwacht? • Hoe gaat er gecommuniceerd worden dat de verordening per 1 januari in werking treedt? De heer Renet (SPA) benadrukt dat de problematiek belangrijk is en breder is dan alleen maar een verordening.
Hij heeft een aantal vragen en opmerkingen: • Onze huidige economie kan onmogelijk zonder arbeidsmigratie. Wie, sectorafhankelijk, pleit voor meer werkgelegenheid pleit indirect voor meer arbeidsmigranten. • De huidige arbeidsmigratie riekt naar moderne slavernij en is onwenselijk. SPA is daarom blij dat het college hier actief op acteert. Elke arbeidsmigrant is bovenal een mens en verdient een humaan onderkomen. Deze verordening verankert dat. • Handhaving van de verordening is essentieel. • Met 58.000 banen en 47.000 werkenden kun je in Sittard-Geleen spreken van een overschot. Is dat met het oog op onze samenhang wenselijk? Een overschot aan banen kan zorgen voor een aanzuigende werking, wat weer leidt tot meer druk op het woon- en leefklimaat. Nog meer arbeidsmigranten verhogen deze problematiek. SPA vindt dat onwenselijk. Is economische
6
• • •
ontwikkeling of het leef- en woonklimaat van onze inwoners leidend voor het college? En hoe borgt het college de kernwaarden? In het voorstel wordt gesproken over een breder handhavingstraject. Kan de wethouder toezeggen in welke mate en binnen welke termijn deze verbreding wordt uitgevoerd? ‘Evalueren na een paar jaar’ is voor SPA te abstract. SPA heeft voorkeur voor een tussentijdse evaluatie na één jaar en een volledige evaluatie na drie jaar. SPA is het met GOB eens dat verhuurders bij problemen ook bij moeten dragen aan de oplossingen. Illegaliteit moet, zowel qua wonen als qua werken sterk worden bestreden en bestraft worden.
Mevrouw Weermann-Schepers (Stadspartij) heeft een aantal vragen over de verordening: • In het raadsvoorstel wordt het Meldpunt klachten ongewenst gedrag verhuurders genoemd. Is dat meldpunt bij de inwoners bekend? En weten zij het goed te vinden? • Het is leuk dat er een meldpunt voor verhuurders is, maar burgers hebben vaak meer last van de huurders, met name in het weekend als er alcohol in het spel is. Ook daar zou beter op gecontroleerd moeten worden. • Mevrouw Weermann-Schepers vraagt waarom bij de aanvraag van de verhuurvergunning niet wordt gevraagd hoeveel personen er in het pand, waarvoor de vergunning aangevraagd wordt, zullen worden gehuisvest. Als het wel gevraagd wordt, welke middelen zijn er dan om dat te controleren? De Stadspartij hoort en ziet namelijk dat er soms weleens tien mensen in één woning zitten. Zijn er ook sanctiemogelijkheden als de vergunning verleend is en de regels worden overtreden? Mevrouw Harzi (VVD) benoemt allereerst dat arbeidsmigranten een essentiële rol spelen in de economie. Ze verdienen een eerlijke behandeling en veilige huisvesting. Helaas is er nog te vaak sprake van uitbuiting op de woningmarkt. • De VVD vindt de verordening een stap in de goede richting, maar het roept vragen op qua uitvoering en handhaving. • Vorige week berichtte NRC over een schandaal in Zaandam.
Daar werden Bulgaarse arbeidsmigranten ernstig uitgebuit door huisbazen. Ze vindt het cruciaal dat de wethouder de raad geruststelt dat het college hier alert op zal handhaven. • De verordening toont aan dat er kwaliteitsverbetering nodig is. Hoe gaat de wethouder dat concreet waarmaken? Welke specifieke maatregelen gaat de wethouder nemen om ervoor te zorgen dat de afspraken uit de verordening echt leiden tot betere woonomstandigheden voor arbeidsmigranten? • Veel arbeidsmigranten kennen hun rechten niet vanwege taalbarrières. Wat doet het college eraan om hen bij te staan? Biedt het college informatie over hun rechten? En is er een laagdrempelig meldpunt beschikbaar voor klachten? • De VVD benadrukt dat een goede verordening meer is dan regelgeving alleen. Arbeidsmigranten moeten onder humane en veilige omstandigheden kunnen wonen en werken. De VVD roept het college op om de verordening niet enkel te zien als beleid, maar als een morele verplichting om de rechten van arbeidsmigranten te beschermen tegen misstanden op de woningmarkt. De heer Habets (PIT) dankt het college voor de snelle beantwoording van de technische vragen. PIT begrijpt het dilemma waarmee geworsteld wordt. Het doel van de verordening is volgens PIT dat arbeidsmigranten goede en betaalbare huisvesting krijgen. Ook de omgeving heeft recht op een positieve bijdrage vanuit deze tijdelijke inwoners.
• De groep arbeidsmigranten is merendeels onzichtbaar en draagt niet bij aan de faciliteiten van deze gemeente. • De arbeidsmigrant kan een beroep doen op Europees recht. De heer Habets heeft begrepen dat daar geen nadere regels bij gesteld kunnen worden. • Via deze verordening wordt geprobeerd om kwalitatief goede ruimtes te verhuren tegen een redelijke prijs. PIT verwacht dat de kosten juist zullen gaan stijgen. • In de verordening staat dat de vergunningplicht van toepassing is op elke verblijfsruimte van een arbeidsmigrant. Dat vond de heer Habets erg breed gedefinieerd. • Niet benoemd is de onderverhuur, terwijl dat bij arbeidsmigranten best een grote rol speelt.
7
• •
De heer Habets vraagt zich af wat de impact en de consequenties zullen zijn van de verordening. Er is weinig onderbouwing, er is geen participatieonderzoek gedaan en er is geen onderzoek gedaan naar het waterbedeffect in de Euregio. PIT ziet en erkent het probleem, maar is er niet van overtuigd dat deze maatregel de oplossing gaat zijn. Er zal een balans gevonden moeten worden tussen verhuurders, arbeidsmigranten en buurtbewoners voor een goede huisvesting. Dat er daarmee over en weer rechten en verplichtingen gaan ontstaan, lijkt PIT evident.
De heer Henssen (CDA) licht toe dat hij in april 2018 via een artikel-43-vraag overlast veroorzaakt door woningverhuur aan arbeidsmigranten aan de orde heeft gesteld en er oplossingen voor heeft gevraagd. Het CDA vindt het belangrijk dat een exploitatievergunning verplicht wordt. Ook is het CDA blij dat de woonkwaliteit voor arbeidsmigranten wordt gewaarborgd en eventuele overlast voor de omgeving wordt tegengegaan. • Het CDA hoopt dat bij de afdeling OOV tijdig aan de bel wordt getrokken indien de piek in de Bibobtoetsingen te hoog wordt. • Het CDA ondersteunt het initiatief om de buurgemeenten te informeren en te kiezen voor een brede aanpak. • De verhuurders dienen blijvend te worden aangesproken. • Het CDA kan zich grotendeels vinden in wat de voorgaande sprekers hebben ingebracht. De heer Bonten (D66) wil graag benadrukken dat deze verhuurverordening er bovenal is ter bescherming van de arbeidsmigranten, niet van de omwonenden. Migranten hebben het al moeilijk genoeg in het huidige politieke klimaat.
De heer Bonten heeft een aantal vragen: • Hebben de arbeidsmigranten van buiten de EU een andere status dan arbeidsmigranten van binnen de EU? • Staan de kwaliteitseisen waarnaar verwezen wordt niet gewoon in de Wet goed verhuurderschap? • Wordt de kamerverhuur niet al ‘gecoverd’ door het stuk ‘één persoon per slaapkamer’? • Kan de handhaving pas worden ingevuld als de verordening is aangenomen? • Is een APV-wijziging nog wel nodig? De Wet goed verhuurderschap heeft deze stap toch onnodig gemaakt? De heer Konietzka (FvD) wil graag weten wie er profiteert, wie er controleert en wie er gaat betalen? Wat wil de arbeidsmigrant zelf? En is het misschien een idee om de werkgever zelf verantwoordelijk te stellen in plaats van de verhuurder? Wethouder Geilen wijst erop dat de raad een beleidskader heeft vastgesteld over arbeidsmigranten. In antwoord op de heer Bonten geeft hij aan dat de APV hier inderdaad niet meer van toepassing is, vanwege de Wet goed verhuurderschap. In het beleidskader werd er nog van uitgegaan dat het via de APV geregeld moest worden. In elk geval heeft de raad opgeroepen om regels te stellen. De heer Habets vindt dat er nu wellicht te veel regels zijn, maar de raad heeft zelf gezegd: probeer met regels te komen om de huisvestingsomstandigheden van de arbeidsmigranten beter te kunnen sturen.
Slechte huisvestingsomstandigheden kunnen ervoor zorgen dat er ook overlast ontstaat richting de omwonenden. De wethouder licht dit kort toe. • Het is een gegeven dat er arbeidsmigranten zijn. De Wet goed verhuurderschap geeft een kader om maatregelen te nemen om dat op een goede manier te regelen. Artikel 8 schrijft voor waarop er kan worden getoetst. Dat kun je pas doen als er een verhuurvergunning is. Dat wordt nu mogelijk gemaakt via deze verordening. De verhuurders zullen erop moeten worden gewezen dat ze een vergunningplicht hebben. • Als de verhuurders geen vergunning aanvragen of die niet krijgen dan start het handhavingstraject. In eerste instantie checkt OOV of ze allemaal Bibob-proof zijn. Er is geen sprake van dat er zomaar gelegaliseerd gaat worden, antwoordt de wethouder richting de heer Janssen. Er moet wel eerst aan de voorwaarden worden voldaan. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de illegale situatie beëindigd moeten worden. Daar zijn allerlei wettelijke rechtsmiddelen voor.
8
•
Je kunt niet aan de voorkant vastleggen hoeveel mensen er in een woning mogen wonen. Wel kun je vastleggen dat iedere arbeidsmigrant een eigen kamer moet hebben. Als een woning dus maar drie slaapkamers heeft dan kunnen er ook maximaal maar drie arbeidsmigranten wonen.
Mevrouw Harzi (VVD) heeft een interruptie. Ze woont zelf in een huis met vier slaapkamers en haar gezin telt zes personen. Twee personen op één slaapkamer mag gewoon. Het wordt nog moeilijker voor de migranten zelf als je de beperking oplegt van één persoon per slaapkamer. Wethouder Geilen wijst erop dat een gezin dat een huis bewoont niet onder de vergunning voor arbeidsmigranten valt. Het gaat hier niet om reguliere huishoudens. Er is uiteraard nog meer instrumentarium nodig. De heer Klaassen vroeg waarom de wethouder niet met ‘alles tegelijk’ komt. Geprobeerd wordt om stap voor stap grip te krijgen op de situatie. De verhuurvergunning is daarbij een heel belangrijke. • Een waterbedeffect is niet ondenkbaar. Daarom vindt er afstemming plaats in de subregio Westelijke Mijnstreek. Beek en Stein gaan de verordening ook vaststellen. De gemeenten Beekdalen en EchtSusteren hebben voor zover bekend geen verordening. De gemeente Sittard-Geleen heeft inmiddels heel Limburg geïnformeerd, via de nieuwsbrief van de Provincie, over het voornemen om deze verordening in te gaan stellen. • Met KaFra Housing is afgesproken dat het wenselijk is dat de grote locatie er komt. Zij zullen ook rechtstreeks gaan verhuren aan de werknemer.
Dat heeft als gevolg dat als zij bijvoorbeeld uit dienst treden bij werkgever A en een paar weken later bij werkgever B aan de slag gaan ze niet uit hun woonruimte hoeven. De heer Konietzka (FvD) geeft aan dat hij ervoor pleitte om de werkgever verantwoordelijk te maken voor de huisvesting. Je weet niet wat de arbeidsmigrant zelf wil. Sommige mensen willen juist heel goedkoop wonen en dan weer vertrekken. Misschien is het opstellen van nieuwe regels wel helemaal niet wat deze mensen willen. Hij denkt niet dat het een-twee-drie op te lossen is. Wethouder Geilen antwoordt dat als je er niet aan begint je zeker weet dat je het niet oplost. Er is vorig jaar ook wel degelijk met werknemers en werkgevers gesproken over waar zij behoefte aan hebben en wat er zou moeten worden geregeld. De heer Van Rijswijk (GOB) is blij te horen dat de gemeenten in Limburg geïnformeerd zijn. Kan de wethouder iets zeggen over het informeren van de gemeenten aan de andere kant van de landsgrens. Wethouder Geilen geeft aan dat hij nog niet klaar was met de beantwoording van de vragen. Hij geeft aan graag bereid te zijn hen ook te informeren. Wel is de wetgeving en ook de dynamiek daar anders. In antwoord op de vraag van mevrouw Weermann-Schepers over het Meldpunt klachten ongewenst gedrag verhuurders geeft de wethouder aan dat dat bekend is gemaakt.
Landelijk is wettelijk nu geregeld dat er een punt moet zijn waar mensen hun klachten over de verhuurder kunnen melden. Dat geldt voor iedereen, niet alleen voor arbeidsmigranten. Mevrouw Weermann-Schepers (Stadspartij) geeft aan dat zij wat dit betreft zelf helaas niet zulke goede ervaringen heeft met de handhaving, ondanks dat zij samen met haar buren melding heeft gedaan en zijzelf onder meer een kenteken heeft verstuurd van de auto van overlastgevenden naar de politie. Ze is van mening dat de handhaving hier dus niet werkt. Wethouder Geilen geeft aan dat hij niet in kan gaan op individuele casuïstiek. Meerdere sprekers gaven aan: het staat of valt met handhaving. Maar het begint met het hebben van een vergunning. Er werd tevens gevraagd naar de definitie van een arbeidsmigrant. Er is geen eensluidende definitie. Er is nu met name ingezet op de EU-ingezetenen, omdat met name die groep hier naartoe komt en die ook na enige tijd teruggaat naar het land van herkomst. Als blijkt dat de verordening moet worden bijgesteld
9
dan kan dat gedaan worden. Daar is de evaluatie voor bedoeld. Het is een goed idee om dat na een jaar te doen. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) is het ermee eens dat het op zich goed is om na een jaar te evalueren. De verhuurders hebben echter nog tot 1 januari 2026 de gelegenheid om een aanvraag te kunnen doen. Daarom lijkt het hem verstandiger om de evaluatie begin 2026 te doen. Wethouder Geilen antwoordt dat het inderdaad waarschijnlijk begin 2026 zal worden, iets meer dan een jaar nadat de verordening is ingevoerd. De heer Klaassen (PVV) wijst erop dat er in de betreffende branches veel gehaaide bedrijfjes actief zijn. Wordt de lading volledig gedekt door de beperking tot de EU-landen? Dit zou namelijk de deur open kunnen zetten om juist te gaan werven in niet-EU-landen. Hij wil de wethouder ter overweging meegeven de definitie uit te breiden met niet-EU-ingezetenen. Wethouder Geilen begrijpt dit punt. Het is goed om hier bij de evaluatie naar te kijken. In de Wet goed verhuurderschap is ook de beperking aangebracht tot EU-ingezetenen. Daarom is dat hier overgenomen. Als het scenario dat de heer Klaassen schetste zich gaat voordoen, is het zeker verstandig om naar bevind van zaken te handelen. Het lijkt hem verstandig dit te monitoren. De heer Renet (SPA) is blij met deze reactie van de wethouder.
Maar gaat de wethouder dit nu afwachten tot de evaluatie er komt? Preventie lijkt hem beter dan achteraf moeten corrigeren. De heer Renet vraagt de wethouder om, als hij de signalen krijgt, daar actief op in te spelen. Wethouder Geilen is het daarmee eens. De essentie is dat de huisvestingsomstandigheden van arbeidsmigranten verbeterd moeten worden. Beoogd is dat te regelen met deze verordening. Als blijkt dat een bepaalde categorie met deze verordening niet kan worden geholpen, dan zal met de raad worden besproken hoe die hulp wel geboden kan worden, mogelijk door de verordening aan te passen. De heer Habets (PIT) stelt voor om ook ergens in de regelgeving op te nemen dat het echt gaat om arbeidsmigranten die verkeerd worden gehuisvest. Hij herhaalt dat hij van mening is dat het nu vrij breed is gesteld: iedere huisvesting van iedere arbeidsmigrant. Hij is bang dat er qua regelgeving langs het doel heen wordt geschoten. Kan dit worden aangepast? De wethouder herhaalt dat de raad vorig jaar heeft gevraagd een en ander uit te werken en dat de heer Habets dat nu te ver vindt gaan. Hij hoort de oproep van PIT echter niet terug bij de andere fracties. De heer Henssen vroeg hoe het ambtelijk geregeld gaat worden. Daar zijn inschattingen voor gemaakt en er is budgettair ruimte voor gezocht. Dit zal natuurlijk ook gemonitord worden.
Bekeken moet worden of ook waargemaakt wordt wat is beoogd. Het is wel een kluif. Dat kan straks ook gaan gelden voor de handhaving. Als blijkt dat het niet lukt en er capaciteit bij moet dan komt het college daarmee terug bij de raad. De heer Henssen (CDA) geeft aan dat hij bedoelde te zeggen: schroom niet bij de raad terug te komen als dat tussentijds moet. Wacht niet het hele jaar af, want dan is er mogelijk meer ellende dan ook voorkomen zou kunnen worden. De wethouder antwoordt dat het helder is. De urgentie is hoog en die is vanavond nog eens benadrukt. Mevrouw Harzi (VVD) merkt op dat de wethouder nog niet is ingegaan op het schandaal in Zaandam. Ze mist nog de klachtenprocedure voor de migranten zelf. De wethouder benadrukt dat met elkaar is gesproken over de huisvestingsomstandigheden van de arbeidsmigranten en niet de werkomstandigheden. Volgens hem is er voor hen ook gewoon een meldpunt. De taalbarrière is natuurlijk een zorgpunt. Geprobeerd wordt onder andere om met de arbeidsmigranten te communiceren via de werkgevers en via de uitzendbureaus om de informatie bij
10
deze mensen onder de aandacht te brengen. Er is geen garantie dat dat ook lukt. Via allerlei wegen wordt breed ingezet om hen de juiste informatie over te brengen. De heer Renet (SPA) vreest dat er sprake zal kunnen zijn van een aanzuigende werking. Hij heeft een aantal vragen waar hij nog geen antwoord op heeft gehoord: • De GOB-fractie benoemde dat de verhuurders zouden moeten worden aangespoord om een bijdrage te leveren aan een oplossing als er problemen zijn. Kan de wethouder daar alsnog op ingaan? • Waar ligt de prioriteit van het college, gezien de hoeveelheid arbeidsmigranten die er in SittardGeleen zijn? Ligt die prioriteit bij de woonomgeving van de inwoners of bij de economie en een ongebreidelde toename van arbeidsmigranten? • Een nieuwe vraag luidt: is bekend in hoeverre de arbeidsmigranten die in Sittard-Geleen wonen ook hier, of in de Westelijke Mijnstreek, of elders werken? Wethouder Geilen benadrukt nogmaals dat de arbeidsmigranten er zijn. De vraag of je werk moet bevorderen waar arbeidsmigranten op afkomen is wat hem betreft nu niet aan de orde. Dat is een andere discussie. Als die discussie gevoerd moet worden, moet die met de portefeuillehouder Economie gevoerd worden. Het gaat nu om de arbeidsmigranten die er zijn, en waarbij de raad gevraagd heeft om grip te krijgen op hun woonsituatie.
Vanavond hebben de diverse fracties onderstreept dat er gezorgd moet worden voor goede huisvestingsomstandigheden van die arbeidsmigranten, ook in het belang van de leefomgeving en de mensen die er nu last van ervaren. • Het staat eveneens vast dat niet alle arbeidsmigranten die in Sittard-Geleen wonen ook in deze gemeente werken. Hierover zijn vorig jaar al cijfers afgegeven. • De heer Renet verwees naar de vraag van de GOB-fractie. De heer Van Rijswijk gaf inderdaad aan dat de verhuurder niet weg zou mogen kijken. Deze verordening gaat om het belang van de arbeidsmigrant, maar juist via de weg van de verhuurder. Die moet er dus voor zorgen dat de woonruimte die hij wil verhuren voldoet aan de regels die in de vergunning gesteld worden. Hij kan dus niet wegkijken, want dan voldoet hij niet aan de regels. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat het belangrijk is dat er een soort vangnet komt voor arbeidsmigranten die, op plekken waar gehandhaafd wordt, dreigen op straat terecht te komen. De wethouder geeft aan dat KaFra het Amrâth Hotel daartoe aan het verbouwen is. De toren daarachter wordt in de loop van volgend jaar als eerste opgeleverd: de KaFra Tower. Het zou goed zijn als er daarnaast nog een andere grootschalige locatie zou zijn. Op dit moment ligt er nog geen concreet initiatief voor zo’n voorziening.
De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat de wethouder zei dat het belangrijk is dat de arbeidsmigranten zich registreren in de BRP. In de definitie staat echter dat die niet zijn hoofdverblijf in Nederland mag hebben. Als je je in de BRP inschrijft, wordt je hoofdverblijf toch automatisch Nederland? Het roept wederom de vraag op of de definitie die nu gehanteerd wordt goed is. Deze vraag wordt beantwoord door de heer Machiels. De heer Machiels geeft aan dat de registratie inderdaad een heel moeilijk onderdeel is in dit dossier. Als een arbeidsmigrant hier binnenkomt, schrijft die zich in eerste instantie in bij een RNI-loket. Dan kan hij een BSN krijgen. Daarmee kan hij aan het werk. Vervolgens is van belang hoelang de arbeidsmigrant blijft wonen op de plek waar die gehuisvest is. Als dat langer is dan vier maanden dan moet hij zich inschrijven in de BRP. Hij licht vervolgens toe waarom dit in de praktijk soms problematisch is. De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat dit bevestigt dat het ingewikkeld is. Hij vraagt zich daarom af of het niet anders gedefinieerd moet worden om er toch meer grip op te krijgen. Hij zal nadenken over een eventueel amendement hierover. De heer Vola (Lokaal SGB) mist de rol van de werkgevers in het verhaal. Die hebben ook een verantwoordelijkheid om te zorgen voor goede huisvesting van hun medewerkers.
Hij zou graag zien dat het woord arbeidsmigranten vervangen wordt door migratiewerknemers.
11
De voorzitter wijst erop dat deze vraag volgens hem inmiddels al drie keer is beantwoord, De wethouder geeft aan dat de werkgever de morele verplichting heeft om te zorgen dat zijn werknemer goed gehuisvest is. Er zijn werkgevers die er zelf voor zorgen. Dat zie je met name vaker in de land- en tuinbouw. Ook zijn er werkgevers die bijvoorbeeld woonruimte regelen via KaFra. Helaas zijn er ook werkgevers die hier minder goed mee omgaan. Geprobeerd wordt om daar grip op te krijgen. De heer Henssen (CDA) heeft een vraag naar aanleiding van de toelichting door de heer Machiels. Klopt het dat arbeidsmigranten die in de gemeente steeds binnen vier maanden van woonverblijf naar woonverblijf hoppen eigenlijk niet ‘gevangen’ kunnen worden? Kan er niet iets op bedacht worden om dat te voorkomen? De wethouder geeft aan dat de registratieplicht er dan inderdaad niet is, maar de huisvestingsplicht, conform deze verordening, is er natuurlijk wel. Dus ook als iemand ergens maar twee maanden verblijft, moet de huisvesting voldoen en moet er sprake zijn van een verhuurvergunning. De heer Renet (SPA) vraagt zich af: als we over de adressen beschikken waar steeds andere mensen wonen en die elke ochtend steeds met busjes worden opgehaald, kan de gemeente daar dan niks aan doen? Dit is immers om meerdere redenen een ongewenste situatie.
In feite lost Sittard-Geleen hiermee een woonprobleem elders op. De wethouder merkt op dat er steeds allerlei scenario’s worden genoemd waar je inderdaad ook nog over zou kunnen praten. Waar iemand werkt die in Sittard-Geleen woont, kan de gemeente Sittard-Geleen natuurlijk niet bepalen. Roermond heeft dit geprobeerd, maar is teruggefloten omdat het gewoonweg niet mag. De heer Habets (PIT) geeft aan dat als de verhuurder straks zijn vergunning heeft we nog steeds niet weten hoeveel mensen er verblijven. De wethouder geeft aan dat als iemand niet voldoet aan de vergunning daarop gehandhaafd kan worden. De voorzitter inventariseert vervolgens of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Tweede termijn De heer Klaassen (PVV) wil graag een statement afgeven. Hij concludeert dat in de definitie van de Verhuurverordening staat dat de arbeidsmigrant niet ingeschreven mag zijn in de BRP. Dat vindt hij onwenselijk, omdat het doel juist is om grip te krijgen op de doelgroep, hen te beschermen tegen slechte verhuur en overlast aan te pakken. Een tweede onwenselijk element in de gehanteerde definitie is dat er een beperking in zit tot inwoners van de Europese Unie. Daarmee worden in feite alle werknemers uit andere delen van de wereld die hiernaartoe komen gediscrimineerd. De heer Konietzka (FvD) geeft aan dat de verordening is gebaseerd op de Wet goed verhuurderschap.
Daarin gaat het ook om inwoners van de Europese Unie. De heer Bonten (D66) merkt op dat de wethouder dat ook al had aangegeven, maar ook dat dat waarschijnlijk geen dwingend recht is, dus mogelijk is er ruimte om de groep die het betreft uit te breiden. Misschien is het wel goed om erbij te vermelden: niet zijnde kennismigranten, want dat is weer een heel andere categorie. D66 ziet het amendement graag tegemoet. De heer Renet (SPA) ziet dat alle fracties graag zien dat het goed geregeld wordt. Hij vindt het nuttig dat het gesprek wat breder is geworden dan enkel over de tekst van de verordening die voorligt. Het zou goed zijn als er daardoor straks een verordening ligt die echt gedragen wordt door iedereen. Het lijkt hem goed er in de raad verder over te spreken.
12
De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) kijkt hier iets anders naar en stelt voor dit gewoon eens een jaar te proberen. De wethouder heeft al toegezegd dat als er sprake is van knelpunten hij terugkomt bij de raad. De heer Van Rijswijk (GOB) wijst erop dat vorig jaar bij de discussie over het beleidskader het college opgedragen werd om de problemen rondom verhuur in een regeling te vervatten en er sancties op mogelijk te maken. Dat is precies waar de wethouder nu mee gekomen is. Hij is blij dat dit nu voorligt. Laten we daar nu mee aan de gang gaan. Wat hem betreft mag het ook een hamerstuk worden. Mevrouw Harzi (VVD) geeft aan dat het voor de VVD ook als hamerstuk kan worden geagendeerd. Ze wijst op een zeer actueel bericht van Nieuwsuur: “Problemen met arbeidsmigranten nemen alleen maar toe, zeggen gemeentes”. Het lijkt haar verstandig om hier in de toekomst nog een keer apart de discussie over te voeren. De heer Henssen (CDA) vraagt zich af welke meerwaarde het zou hebben om hierover in de raad opnieuw te spreken. Tijdens deze ronde is het onderwerp voldoende uitgediept. Hij is het eens met de heer Janssen en de heer Van Rijswijk om nu vooral aan de slag te gaan en er op een later moment op terug te komen. De heer Habets (PIT) geeft aan dat PIT graag ziet dat de mogelijkheid geboden wordt het voorstel te amenderen.
Mevrouw Weermann-Schepers (Stadspartij) geeft aan dat het wat de Stadspartij betreft een bespreekstuk moet worden. De Stadspartij zal een aantal moties gaan indienen. De moties gaan onder andere over de manier waarop er gehandhaafd kan worden. De heer Konietzka (FvD) wijst erop dat er gesproken is over mogelijke scenario’s. Over de overlast e.d. zou je heel andere moties kunnen indienen. Het lijkt hem verstandig deze zaken los van elkaar te zien. Deze verordening gaat niet alles oplossen, want gaat alleen over het verhuurgedeelte. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Hij herhaalt de toezeggingen die door de wethouder zijn gedaan: • Ook de buurgemeenten over de landsgrens worden geïnformeerd over het gegeven dat de gemeente Sittard-Geleen de Verhuurverordening verblijfsruimte arbeidsmigranten Westelijke Mijnstreek 2025 vaststelt. • Na een jaar, ongeveer begin 2026, zal de werking van de verordening geëvalueerd worden. Daarbij wordt meegenomen of de arbeidsmigranten alleen uit EU-landen komen. Na drie jaar wordt een uitgebreidere evaluatie gehouden. De PVV-fractie denkt na over een amendement over een betere definitie van de term arbeidsmigrant en de Stadspartij heeft een aantal moties aangekondigd. Het agendapunt zal worden doorgeleid als bespreekstuk voor de eerstvolgende gemeenteraadsvergadering. De voorzitter sluit de vergadering.
13