Notulen Ronde Raadzaal 6 november 2025
Tekst van het document
De heer Pi Van de Venne (D66) richt zich op de samenwerking met een private partner voor het realiseren van zwemwater en vraagt hoe reëel het college de kans van slagen van zo’n samenwerking inschat. De heer Brouwers (CDA) benadrukt het belang van het sportcomplex Het Anker voor zowel Born als de omliggende kernen. Hij schetst dat het complex al jaren een belangrijke rol speelt voor instructiezwemmen, doelgroepen, verenigingen en buitensportfaciliteiten. Tegelijkertijd wijst hij op de uitdagingen van onderhoud, renovatiekosten, gemeentelijke exploitatiebijdragen en veranderende vraag naar sport- en zwemvoorzieningen. Duidelijkheid voor gebruikers, verenigingen en inwoners is volgens
16
hem essentieel, en de CDA-fractie wil dat Het Anker een lokaal sterke, toekomstbestendige en financieel houdbare voorziening blijft. Hij geeft aan dat de basisvariant in het raadsvoorstel een goede start biedt en dat de planning van bouw en procedures in 2026 en 2027 helder moet zijn voor alle betrokkenen. Hij stelt dat het niet nodig is om langer te wachten met besluitvorming en benadrukt het belang van goede communicatie om onzekerheid te beperken en betrokkenheid te vergroten. Hij gaat vervolgens in op praktische punten: het streven dat bij nieuwbouw verenigingen niet hoeven uit te wijken, overleg met handbal- en basketbalverenigingen over buitensport, en de mogelijke verbreding van de sporthal met een extra meter tegen een geraamde kostprijs van 200.000 euro, waarbij hij vraagt of dit binnen het beoogde budget past en de hal toekomstbestendig kan worden gemaakt. Daarnaast onderstreept hij het belang van een zwembad voor doelgroepen- en leszwemmen, waarbij hij aansluit bij eerdere opmerkingen van andere fracties en het coalitieakkoord. De heer Brouwers vraagt ook aandacht voor de continuïteit van zwemlessen, bijvoorbeeld als Glanerbrook na 1 mei gesloten zou zijn, en of daar voldoende capaciteit aanwezig is voor de regio Born.
Verder stelt hij vragen over de exploitatie van De Nieuwe Hateboer, de realisatie van een dojo voor judoclub Judokai, inclusief kosten voor aanpassingen in het bestaande gebouw, en de locatie en voorzieningen van het lokaal van de schutterij, zeker in het licht van uitbreidingsmogelijkheden van een voetbalveld die het schutterslokaal op de kaart zou doen verdwijnen. Tot slot vraagt hij om een toelichting van het college over hoe deze functies behouden blijven en wat de financiële en praktische implicaties zijn bij de verdere uitwerking van variant 3. Wethouder Geilen onderstreept dat het college volledig oog heeft voor de wens om de zwemvoorziening bij Het Anker te behouden voor doelgroep- en instructiezwemmen. Hij benadrukt dat er nu eindelijk een voorstel voorligt waar brede consensus over bestaat, zowel onder verenigingen als individuele zwemmers. Het college wil dit voorstel dan ook graag snel laten doorgaan, mede omdat er sinds het laatste raadsbesluit van 2020 veel stappen zijn gezet, zoals de verwerving van het complex, waardoor de gemeente regie kan voeren en investeringen in eigen eigendom kan doen. De wethouder licht toe dat in de voorgestelde voorkeursvariant 3 al rekening is gehouden met wensen van verenigingen, zoals extra meters voor de sporthal, kleedruimtes en een dojo, waarbij financiële besluiten voor deze uitbreidingen nog genomen moeten worden.
Hij benadrukt dat de begroting realistisch is opgesteld, inclusief een worstcase-inschatting zonder subsidie of btw-voordeel, om later verrassingen te voorkomen. Eventuele voordelen, zoals subsidie of btw-teruggave, kunnen later worden benut voor andere onderdelen van het project. Daarnaast gaat hij in op de exploitatie van het zwembad. Er wordt momenteel oriënterend gesproken met marktpartijen over een mogelijke samenwerking of overname van de exploitatie van het doelgroepenbad, waarbij nog geen definitieve afspraken zijn gemaakt. Dit wordt verder uitgewerkt om financieel realistische keuzes te kunnen maken. Hij benadrukt dat het zwembad een zelfstandig functionerend gebouw blijft, maar wel in dezelfde bouwstroom als de rest van het complex kan worden meegenomen om kosten te beperken. De wethouder licht ook toe dat padelbanen ruimtelijk kunnen worden ingepast, maar dat de gemeente hiervoor geen financiering voorziet, de verenigingen moeten dit zelf faciliteren. Hij bevestigt dat bij een derde veld de schutterijlocatie verplaatst zou moeten worden. Verder gaat hij in op de mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik van zalen en kantineruimtes. Hij geeft aan dat de huidige locatie historisch en functioneel geschikt is en dat een nieuw locatieonderzoek niet de voorkeur van het college heeft.
Het doel is om op deze plek nieuw leven in Het Anker te blazen, inclusief het zwembad, binnen de afgesproken voorwaarden. Tot slot bevestigt hij dat er vanuit het college geen bezwaar is om dit project onder de regeling voor grote projecten te brengen, zodat de raad hierover kan besluiten. Wethouder Houtakkers gaat in op de positie van het personeel en benadrukt dat het grootste deel van het huidige personeel, met name van het zwembad, werkzaam zal blijven binnen het nieuwe sportcomplex. Hij schetst drie mogelijke varianten: de eerste variant houdt in dat het personeel tijdelijk in dienst blijft bij Het Anker, de tweede variant betreft overheveling naar de sportstichting, wat risico’s met zich meebrengt rondom de overgang van de onderneming, de derde variant houdt in dat het personeel in dienst treedt bij een nieuwe exploitant. In alle drie de scenario’s is duidelijk dat het personeel zekerheid heeft over behoud van werk en positie, maar het is nog niet definitief onder welke organisatie zij werkzaam zullen
17
zijn. Dit wordt in de komende periode verder uitgewerkt, mede afhankelijk van de ontwikkeling rond het zwembad. De heer Leyen (Hospitality Group) geeft aan dat de huidige maatvoering van de sporthal royaal en geschikt is voor de meeste sporten, waaronder basketbal. Hij licht toe dat de basketbalvereniging de hal graag één meter breder zou zien om de drie reguliere velden groter te maken, maar benadrukt dat dit technisch alleen nodig zou zijn voor topsportniveau. Voor de huidige recreatieve competitie en het niveau waarop de vereniging speelt, is de hal in de voorgestelde afmetingen volledig toereikend. Het vergroten van de hal zou enkel het sportvloerenoppervlak uitbreiden en vereist geen extra tribunes of kleedruimtes. Hij vergelijkt dit met voetbalvelden, waar meestal voor de standaardmaat wordt gekozen, en concludeert dat de hal zoals nu gepland uitstekend voldoet voor het gebruik door de basketbalvereniging. De heer Janssen (GroenLinks/PvdA) geeft aan dat hij het met het college wil hebben over de businesscase van het zwembad. Hij wijst erop dat de huidige optie een 15-meterbad betreft, maar dat het interessant kan zijn om te onderzoeken of een 25-meterbad haalbaar is. Dit zou mogelijk aantrekkelijker kunnen zijn voor een private partij om in samenwerking te investeren.
Hij erkent dat een groter bad hogere stichtingskosten met zich meebrengt, maar dat dit mogelijk niet leidt tot hogere exploitatiekosten, en dat er extra opbrengsten kunnen zijn, bijvoorbeeld door het behalen van zwemdiploma’s. Hij benadrukt dat het belangrijk is om te onderzoeken wat de beste keuze is voor de lange termijn, gezien het huidige tekort aan zwembadcapaciteit. De heer Leyen (Hospitality Group) geeft aan dat een groter zwembad het exploitatietekort aanzienlijk zal vergroten. Hij licht toe dat er al een serieuze berekening is gemaakt van de verwachte bezoekersaantallen voor het doelgroepenbad, inclusief zwemlessen, doelgroepzwemmen en andere activiteiten. Als het bad groter wordt, nemen de exploitatiekosten sterk toe, terwijl de kans dat deze extra kosten terugverdiend kunnen worden via baantjeszwemmen of verenigingszwemmen vrijwel nihil is. De heer Renet (SPA) geeft aan dat hij bij de huidige bespreking van variant 2 en 3 mist dat variant 1 niet wordt meegenomen. Hij benadrukt dat bij een investering van meer dan 20 miljoen euro een locatiekeuze zorgvuldig moet worden afgewogen. Volgens hem ligt Het Anker te centrisch en zou een andere locatie meer gebruikers uit omliggende kernen aantrekken, wat de toegankelijkheid en bezoekersaantallen zou kunnen vergroten.
De heer Klein (Lokaal SGB) merkt op dat hoewel de wethouder aangeeft dat er reëel is begroot, hij toch twijfels heeft over de precieze cijfers. Hij stelt een vraag over het gewijzigde standpunt van het college, eerder werd gesteld dat inwoners van Born naar Glanerbrook moesten, maar nu benadrukt het college juist het behoud van het zwembad in Born. Hij complimenteert de wethouder met deze koerswijziging, maar vraagt om toelichting. Daarnaast wil hij verduidelijking over de term commerciële sport, zoals gebruikt in het voorbeeld van padel, en vraagt hij of dit bijvoorbeeld ook op ijshockey van toepassing is. Wethouder Geilen licht toe waarom het college is teruggekomen op eerdere uitspraken over de locatie van het zwembad. De raad had altijd het standpunt dat verenigingszwemmen en recreatief zwemmen geconcentreerd worden op Glanerbrook, maar er is een wens van de raad om bij Het Anker en De Hateboer een locatie voor doelgroep- en instructiezwemmen te behouden. Het college ondersteunt deze wens, met name omdat nabijheid belangrijk is voor doelgroepzwemmen en er in de omgeving van Het Anker geen commerciële zwemvoorzieningen zijn. Op andere plekken in de gemeente zijn er wel commerciële zwemscholen, maar in dit zoekgebied niet. Daarom faciliteert de gemeente deze voorziening, passend binnen het accommodatiebeleid, met cofinanciering.
Wethouder Houtakkers geeft aan dat padelbanen in principe worden aangelegd met externe financiering en niet met gemeentelijke middelen. Enkel in uitzonderlijke gevallen kan gemeentelijke financiering plaatsvinden, maar dat is niet gebruikelijk. Hij licht toe dat padelbanen relatief eenvoudig extern te financieren zijn en verplaatsbaar, waardoor gemeentelijke bijdrage niet nodig is, zeker binnen het commerciële traject van padel.
18
De heer Klein (Lokaal SGB) wijst hij erop dat de oorspronkelijke kosten van Glanerbrook 48 miljoen waren, terwijl het huidige project inmiddels ruim boven de 80 miljoen uitkomt volgens zijn berekening. Wethouder Geilen legt aanzien van Glanerbrook uit dat de oorspronkelijke 48 miljoen gebaseerd was op de bouwkosten van toen, zonder rekening te houden met aanvullende taakstellingen en latere kostenstijgingen door de oorlog in Oekraïne en de gasprijs. Hij benadrukt dat de huidige begroting realistisch is, alle aspecten bevat en aan de bovenkant van de kostenraming is opgesteld. De heer Klein (Lokaal SGB) geeft aan dat de begroting reëel wordt genoemd, maar dat er in het verleden ook fouten zijn gemaakt, zoals het vergeten van de btw, en dat de gemeente hier rekening mee moet houden. De heer Paauwe (Stadspartij) vraagt of de sporthal in de toekomst kan worden aangepast indien de basketbalvereniging twee keer promoveert, waardoor een grotere hal nodig zou zijn. Daarnaast vraagt hij of bij de aanleg van het kunstgrasveld rekening wordt gehouden met de FIFA-normen voor Fortuna Sittard, omdat die in een hogere divisie spelen. Tot slot vraagt hij wethouder Geilen om een toelichting op de 300.000 euro die genoemd wordt in relatie tot De Hateboer en het Anker.
Wethouder Geilen geeft aan dat in de begroting 2026, die volgende week behandeld wordt, door de sluiting van De Hateboer een taakstelling van 1,2 miljoen wordt ingevuld, waardoor nog 6 ton resteert. Hiervan wordt voorgesteld om 3 ton vrij te laten vallen en 3 ton voorlopig aan te houden voor de financiering van het doelgroep- en instructiezwemmen in De Hateboer. Hij licht toe dat als een zwembad 2 ton kost en de marktpartij ook bijdraagt, de 3 ton in de begroting al een groot deel van de kosten dekt, zodat op dit moment geen extra geld hoeft te worden geraamd. De heer Leyen (Hospitality Group) geeft aan dat, mocht de basketbalvereniging promoveren, de voorgestelde hal technisch gezien geschikt is om wedstrijden op dat hogere niveau te spelen, maar dat dit waarschijnlijk slechts voor een beperkt aantal teams geldt en er geen extra hal gebouwd zal worden. Mevrouw Frenken (VVD) vraagt of de mogelijkheid van een eigen natuurgrasveld voor de voetbalclubs nog steeds wordt bevestigd in het stadium van uitwerking, of het toegezegde gesprek met de voetbalclubs in de antwoordbrief van 29 september al heeft plaatsgevonden, en of Fortuna Sittard bereid is te onderhandelen over een hogere bijdrage voor het gebruik van de voorzieningen.
Wethouder Geilen geeft aan dat de huidige lage vergoeding van Fortuna Sittard voor het gebruik van de velden voortkomt uit afspraken met de vorige eigenaar, waarbij Fortuna Sittard zelf het onderhoud verzorgt. Bij ander of uitgebreider gebruik zullen nieuwe financiële afspraken moeten worden gemaakt. Gesprekken met de voetbalvereniging over de exacte invulling van de exploitatie hebben nog niet plaatsgevonden, maar zullen volgen zodra de raad een besluit heeft genomen. Wat betreft de mogelijkheid van een eigen natuurgrasveld, stelt hij dat financieel twee kunstgrasvelden zijn voorzien, maar dat de optie van één kunstgrasveld en twee natuurgrasvelden zowel financieel als ruimte-technisch nog altijd haalbaar is. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat zijn fractie het belangrijk vindt dat de financiën voor het zwembad tijdig duidelijk zijn, zodat de raad hierover een integrale afweging kan maken en besluiten kan nemen. Hij vraagt of het college met een concreet financieringsvoorstel komt of dat dit vanuit de raad moet worden gedaan, en hij vraagt naar de procedure voor de regeling grote projecten. Wethouder Geilen geeft aan dat de exacte invulling van de regeling grote projecten nog moet worden bekeken. Voor het zwembad geldt dat het college momenteel kan aangeven wat de kosten zijn, maar dat nog geen besluit moet worden genomen totdat een partij het zwembad gaat exploiteren.
De financiële achtervang in de begroting kan voor het zwembad worden benut. Hij stelt dat de interpretatie van de drie ton als financiële ruimte voor beide zwembaden kan worden gehanteerd en dat dit desgewenst kan worden bekrachtigd met een motie of bij de begrotingsbehandeling, maar dat dit niet strikt noodzakelijk is voor het huidige besluit.
19
De heer Talpe (PIT) geeft aan dat voor zijn fractie de belangrijkste prioriteit is dat de financiering van het zwembad tijdig duidelijk is, zodat dit in het gehele traject kan worden meegenomen. Hij stelt voor om met andere fracties af te stemmen of dit via een motie of een toezegging wordt vastgelegd. De heer Brouwers (CDA) vraagt om opheldering over de extra meter voor de basketbalvereniging. Hij merkt op dat de voorgestelde afmetingen van de sporthal momenteel alleen basketbalcompetitiewedstrijden kunnen huisvesten dankzij dispensatie van de basketbalbond op het huidige niveau van de vereniging, en wil graag een reactie van het college hierop. De heer Leyen (Hospitality Group) geeft aan dat in de nieuwe hal de afmetingen ruim voldoende zijn voor de basketbalcompetities, ook als de vereniging twee keer promoveert. Dispensatie van de basketbalbond is in de nieuwe hal niet nodig, zoals in de huidige situatie wel het geval is vanwege te kleine uitloop bij de muren. De heer Brouwers (CDA) stelt voor dat er nog overleg plaatsvindt met de basketbalvereniging, omdat bij zijn fractie de indruk leeft dat dispensatie nodig zou zijn. Hij benadrukt dat de competitie met de huidige maatvoering kan worden gespeeld, maar dat communicatie hierover gewenst is.
De heer Leyen (Hospitality Group) geeft aan dat de basketbalvereniging heeft gevraagd of de velden iets breder aangelegd kunnen worden, met dispensatie vanwege te kleine uitloop, zoals besproken met de vereniging. De heer Brouwers (CDA) vraagt naar de capaciteit voor leszwemmen bij Glanerbrook na de sluiting. Wethouder Geilen geeft aan dat de berekeningen voor de besluitvorming over Glanerbrook uitgingen van centralisatie van al het zwemwater en dat de capaciteit van het 50-meterbad voldoende is voor zowel recreatief zwemmen als verenigingszwemmen, gebaseerd op de destijds beschikbare gegevens. De heer Brouwers (CDA) vraagt of de investeringskosten van Het Anker ook de schutterij meenemen. Wethouder Geilen geeft aan dat de schutterij op de huidige locatie blijft, maar dat er in de centrale clubaccommodatie wel een opslagruimte voor de schutterij is voorzien, en dat deze kosten financieel zijn meegenomen in het voorstel. De voorzitter geeft aan dat de eerste termijn kan worden afgerond en constateert dat niemand het woord wil in de tweede termijn. Hij vraagt of dit agendapunt wordt doorgezet als bespreekpunt of hamerstuk. De heer Talpe (PIT) geeft aan dat het voorstel in principe als hamerstuk kan worden behandeld, tenzij er een motie of amendement wordt ingediend, dan moet het ter bespreking komen.
De heer Renet (SPA) benadrukt dat bij een raadsbesluit van meer dan 20 miljoen het belangrijk is om dit aan de inwoners goed uit te leggen. De voorzitter stelt dat een bedrag van 20 miljoen op zich geen reden is om het voorstel als bespreekstuk door te zetten, er moeten concrete inhoudelijke argumenten worden gegeven. De heer Brouwers (CDA) geeft aan dat hij het voorstel van de heer Talpe kan ondersteunen. De heer Klein (Lokaal SGB) merkt op dat er nog vragen voor de raadsvergadering beantwoord gaan worden en wil het voorstel als bespreekstuk behandelen. De voorzitter geeft aan dat het gebruikelijk is om bij de griffie kenbaar te maken waar een bespreekstuk inhoudelijk over moet gaan. Moties die worden ingediend zorgen automatisch voor behandeling van die motie. Voor inhoudelijk debat moet duidelijkheid worden gegeven over de onderwerpen waarover debat gewenst is.
20
Mevrouw Frenken (VVD) geeft aan dat zij graag van het voorstel een bespreekstuk wil maken en wil de argumenten hiervoor afstemmen met haar fractie. De heer Klaassen (PVV) geeft aan dat hij het voorstel graag als bespreekstuk wil markeren vanwege het belang en de kosten. Hij vindt dat het evident is waar fracties over willen discussiëren op basis van de eerder ingebrachte bijdragen en dat het telkens opnieuw via e-mail bevestigen daarvan een misbruik van procesrecht is en vervelend wordt. De voorzitter geeft aan dat de eerder gemaakte afspraken en het reglement van orde gevolgd worden, dinsdag moet bij de griffie een duidelijk verzoek liggen over de inhoud van het stuk voor de raad, zodat iedereen zich kan voorbereiden. De voorzitter sluit de vergadering om 22.47 uur.
21